India verbiedt genetisch gewijzigde aubergines
India | landbouw| 10-2-2009 | Bron: IPS

"Dit is een historische beslissing". Tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase verbod op de commerciële teelt van transgene aubergines. India schuift daarmee voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en dat voorbeeld kan ook door buurlanden worden gevolgd.
Lees meer

__________________________________________________________


Landbouw bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"
Wereld | landbouw| 9-2-2009 | Bron: IPS

De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.
Lees meer

__________________________________________________________


Tonijnbedrijven dreigen met boycot tegen overbevissing
Wereld | voedsel | 9-2-2009 | Bron: IPS

De Seychellen leven van de tonijnhandel. In de op een na grootste tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton vis recht uit de Indische Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers kan dat echter niet lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met een boycot van tonijn uit de regio.
Lees meer

__________________________________________________________


Crisis moet wereldeconomie duurzamer maken
Wereld | economie | 9-2-2009 | Bron: IPS

In haar nieuwe jaarrapport ziet de VN-handelsorganisatie (Unctad) in de economische crisis nieuwe mogelijkheden om de wereldeconomie sterker en duurzamer te maken.
Lees meer

__________________________________________________________

2009 was warmste jaar ooit in India
India | klimaat | 7-2-2009 | Bron: IPS

Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar ooit in India. De gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan normaal, meldt de Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste rapport.
Lees meer

__________________________________________________________

Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken
Nederland | voedsel | 19-1-2009 | Bron: Milieudefensie

Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar.
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling, eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt en de veehouderij verduurzaamt.
Lees meer

__________________________________________________________


Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Wereld | milieu| 13-12-2009 | Bron: IPS

Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Lees meer

__________________________________________________________


Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Wereld | landbouw| 13-12-2009 | Bron: IPS

De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige boeren.
Lees meer

__________________________________________________________


Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Latijns-Amerika | handel | 10-12-2009 | Bron: IPS

We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lees meer

__________________________________________________________


Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Brazilië | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS

Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.
Lees meer

__________________________________________________________

Verwoestijning bedreigt ook China
China | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS

Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende Gobiwoestijn.
Lees meer

__________________________________________________________

Wereldleiders liggen niet wakker van honger
Wereld | voedsel | 17-11-2009 | Bron: Broederlijk Delen

De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Lees meer

__________________________________________________________


Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
Verenigde Staten | voedsel | 17-11-2009 | Bron: IPS

Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.
Lees meer

__________________________________________________________

Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Kleine Aarde

De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers van de klimaatverandering….. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Lees meer

__________________________________________________________

Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger

Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Duurzaam nieuws

Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
Lees meer

__________________________________________________________

Vlees eten desastreus voor het klimaat

Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Ned. Veg. Bond

Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie van vlees aan banden te leggen.
Lees meer

__________________________________________________________

Mexico zet licht op groen voor transgene maïs

Wereld | voedsel | 18-10-2009 | Bron: IPS

De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.
Lees meer

__________________________________________________________



Afrika produceert meer voedsel

Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: IPS

Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Lees meer

__________________________________________________________



Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten van biobrandstof

Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA

Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit zijn er meestal de dupe van.
Lees meer

__________________________________________________________


Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel

Wereld | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA

Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede in landelijke gebieden.
Lees meer

__________________________________________________________


Helft van de vis in de winkel is gekweekt

Wereld | voedsel | 10-9-2009 | Bron: IPS

De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.
Lees meer

__________________________________________________________

Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt

Wereld | voedsel | 7-9-2009 | Bron: IPS

Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.
Lees meer

__________________________________________________________


Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja

VS | voedsel | 27-8-2009 | Bron: IPS

De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.
Lees meer

__________________________________________________________

De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model

Wereld | economie| 26-8-2009 | Bron: MO

Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.
Lees meer

__________________________________________________________


Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade

Afrika | voedsel | 25-8-2009 | Bron: IPS

De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Lees meer

__________________________________________________________

Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen

Bolivia | soja | 18-8-2009 | Bron: WERELDOMROEP

Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.
Lees meer

__________________________________________________________


Water: mensenrecht of economisch goed?


Wereld | water | 14-8-2009 | Bron: IPS

De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als een mensenrecht.
Lees meer

__________________________________________________________


Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren

Haïti | voedsel | 3-8-2009 | Bron: IPS

Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.
Lees meer

__________________________________________________________

Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang

Afrika | voedsel | 31-7-2009 | Bron: MO

Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Lees meer

__________________________________________________________

Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel

Afrika | voedsel | 22-7-2009 | Bron: IPS

Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.
Lees meer

__________________________________________________________

Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten

Afrika | voedsel | 19-7-2009 | Bron: IPS

Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
Lees meer

__________________________________________________________

Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?

Nederland | voedsel | 29-6-2009 | Bron: INSnet

Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20 miljoen euro beschikbaar.
Lees meer

__________________________________________________________

"Meer democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)

Wereld | economie| 26-6-2009 | Bron: IPS

Tijdens de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid bepalen. "Op dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN).
Lees meer

__________________________________________________________

Watertekort bedreigt helft wereldbevolking

Wereld | Water | 23-6-2009 | Bron: IPS

Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het vlak van ecosystemen.
Lees meer


__________________________________________________________

Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren

Wereld | Voedsel | 18-6-2009 | Bron: IPS

Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.
Lees meer

__________________________________________________________

Oceanen in 2050 leeggevist'

Wereld | Voedsel | 9-6-2009 | Bron: ANP

Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.
Lees meer

__________________________________________________________

Hoe milieuvervuilend is hutspot?


Wereld | Voedsel | 8-6-2009 | Bron: Telegraaf

Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via de zogeheten Klimaatweegschaal.
Lees meer

__________________________________________________________


Bio voelt crisis het minst


Wereld | Voedsel | 7-6-2009 | Bron: MO

De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Lees meer

__________________________________________________________


Meer dan miljard mensen lijden honger


Wereld | Voedsel | 25-5-2009 | Bron: MO/IPS

Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk Delen lid van is.
Lees meer

__________________________________________________________



Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op

Wereld | Voedsel | 6-5-2009 | Bron: IPS

In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.
Lees meer

__________________________________________________________


Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer

Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws

Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Lees meer

__________________________________________________________



Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen

Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws

Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen bij embryo's van amfibieën.
Lees meer

__________________________________________________________



Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede

Wereld | Voedsel | 21-4-2009 | Bron: Via Campesina

De eerste G8 over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.
Lees meer

__________________________________________________________


We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis

Wereld | Voedsel | 23-3-2009 | Bron: IPS

"We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
Lees meer

__________________________________________________________


Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding

India | Landbouw | 4-3-2009 | Bron: IPS

Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van zaden nu in volle gang.
Lees meer

__________________________________________________________



China's waterschaarste zal honger brengen

China | Landbouw | 25-2-2009 | Bron: IPS

Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.
Lees meer

__________________________________________________________


Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer

Wereld | Voedsel | 14-2-2009 | Bron: Greenpeace

In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt. Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid, de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
Lees meer

__________________________________________________________


Wereldvoedseldag: boeren zijn het antwoord

Wereld | Voedsel | 16-10-2008 | Bron: MO

Terwijl de meeste ogen in de westerse wereld gericht zijn op de financiële crisis, hebben mensen aan de andere kant van de wereld te maken met een andere crisis. Vandaag, tijdens de internationale Wereldvoedseldag, wordt speciale aandacht gevraagd voor de nog immer woedende voedselcrisis.
Lees meer
__________________________________________________________


We staan op de rand van een nieuwe prijsstijging voor voedsel

Wereld | Voedsel | 17-9-2008 | Bron: MO

In een nieuw rapport stelt de Aziatische Ontwikkelingsbank dat de economische groei in Azië vertraagt, dat inflatie piekt en dat de voedselprijzen opnieuw dreigen te stijgen, onder andere door financiële speculatie en door het stimuleren van biobrandstoffen.
Lees meer

__________________________________________________________


Voedsel & water

Wereld | Voedsel | 22-8-2008 | Bron: IPS

De voedselcrisis in grote delen van de wereld, die eerder dit jaar leidde tot rellen en demonstraties in meer dan dertig ontwikkelingslanden, wordt verergerd door verspilling en overconsumptie in andere landen..
Lees meer

__________________________________________________________


Manilla vindt geen antwoord op dure rijst

Wereld | Voedsel | 18-8-2008 | Bron: IPS

De hoge rijstprijzen blijven voor onrust zorgen op de Filipijnen. De eigen rijstproductie opkrikken lijkt de enige manier om het probleem onder controle te krijgen, maar de nodige investeringen blijven uit.
Lees meer

__________________________________________________________

VS voorspellen sterke stijging energieverbruik

Wereld | milieu| 26-6-2008 | Bron: IPS

Het wereldwijde energieverbruik zal tegen 2030 met 57 procent zijn gestegen ten opzichte van 2004. Dat stelt de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) in het gisteren verschenen rapport Energy Outlook 2008.
Lees meer

________________________________________________________


Voedselveiligheid en vrouwenrechten

Wereld | Voedsel | 23-6-2008 | Bron: PALA-nieuwsbrief

Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen als middel tegen honger en voedselcrisis.
Lees meer

__________________________________________________________


Armste landen zijn de dupe van internationale crisis

Wereld | Ontwikkeling | 10-6-2008 | Bron: IPS

De combinatie van de kredietcrisis en de stijgende voedsel- en olieprijzen treft de ontwikkelingslanden steeds harder, zegt de Wereldbank. De economische groeivertraging levert de grootste verliezen op in Azië en Latijns-Amerika. Zelfs de armste landen delen in de klappen: donorlanden gaven in 2007 al 3,4 miljard dollar minder dan in 2005.
Lees meer

__________________________________________________________


Je bord wordt kleiner en duurder

Haïti | Voedsel | 10-6-2008 | Bron: Broederlijk delen

Naar aanleiding van de wereldvoedseltop vroegen wij ons af hoe de voedselcrisis wordt ervaren in armere landen. In Haïti zie je de gevolgen letterlijk op je bord, zegt Gerrit Matton, steunpunt voor Broederlijk Delen.
Een appel in de morgenstond is goud in de mond. In Haïti zijn er jammer genoeg geen appels te krijgen (behalve geïmporteerde, "imports", en dan vooral rond de kerstperiode), maar elke morgen eet ik toch mijn banaantje.
Lees meer

__________________________________________________________


An Answer to the Global Food Crisis:
Peasants and small farmers can feed the world!

Wereld | Voedsel | 1-5-2008 | Bron: viacampesina.org

Prices on the world market for cereals are rising. Wheat prices increased by 130% in the period between March 2007- March 2008. Rice prices increased by almost 80% in the period up to 2008. Maize prices increased by 35% between March 2007 and March 2008 (1). In countries that depend heavily on food imports some prices have gone up dramatically. Poor families see their food bills go up and can no longer afford to buy the minimum needed. In many countries cereal prices have doubled or tripled over the last year. Governments in these countries are under high pressure to make food available at reasonable prices. In Haiti the government already fell because of this issue and strong protests have taken place in other countries such as Cameroun, Egypt, and the Philippines…
Lees meer

__________________________________________________________


China krijgt het moeilijker zichzelf te voeden

China | Voedsel | 11-4-2008 | Bron: IPS

PEKING, 11 april 2008 (IPS) - De overheid in Peking wil de stijgende voedselprijzen het hoofd bieden door terug te keren naar de aloude politiek van autarkie: zelf genoeg produceren om iedereen eten te geven. Maar dat wordt steeds moeilijker, nu steden landbouwgebied inpalmen en arbeiders van het land weglokken.
Lees meer

__________________________________________________________


Landbouw moet grote bocht maken

Wereld | Landbouw | 7-4-2008 | Bron: IPS

JOHANNESBURG, 7 april 2008 (IPS) -Regeringsmedewerkers uit een zestigtal landen bespreken deze week in Johannesburg nieuwe ideeën om de voedselbevoorrading van de wereldbevolking veilig te stellen. Wetenschappers zeggen dat duurzame en kleinschalige landbouw een antwoord kan bieden op de verarming van de plattelandsbevolking, de stijgende voedselprijzen en de achteruitgang van het milieu. Voor die problemen vindt het nu overheersende landbouwmodel geen antwoord.
Lees meer

__________________________________________________________



Afrikaanse landen verslikken zich in import

Afrika | Voedsel | 10-3-2008 | Bron: IPS

GENEVE, 10 maart 2008 (IPS) - Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden willen dat de Wereldhandelsorganisatie hen toelaat ruime beschermingsmaatregelen te nemen om een abrupte stijging van de import van levensmiddelen te vermijden. Veel arme landen hadden de afgelopen decennia met dat nefaste verschijnsel af te rekenen.
Lees meer

__________________________________________________________


VN voorziet mondiaal voedseltekort

Wereld | Voedsel | 18-12-2007 | Bron: Rapport van de FAO: Food Outlook

De wereld stevent af op een voedseltekort. De wereldvoedselvoorraden zijn het afgelopen jaar "onverwachts" en als "nooit tevoren" geslonken.
De prijs van voedsel steeg in diezelfde periode naar "historische hoogten" en dat vormt een "serieus risico" dat steeds minder mensen in staat zullen zijn om te voorzien in hun dagelijkse voedselbehoefte.

Lees meer

__________________________________________________________


De globalisering is van iedereen

Wereld | Globalisering | 22-11-2007 | Bron: IPS

De Indiase econoom Amartya Sen kreeg in 1998 de Nobelprijs voor zijn baanbrekende werk over armoede en ongelijkheid in de wereld. In opdracht van het Britse Gemenebest zat hij een commissie voor die onderzocht wat de huidige oorzaken zijn van geweld en extremisme in de 53 landen van het voormalige "Empire". Zijn conclusie: "De zogenaamde oorlog tegen het terrorisme kan niet gewonnen worden met wapens alleen."
IPS-journalist Sanjay Suri sprak met hem in de aanloop naar de Gemenebesttop van 23 tot 25 november in de Ugandese hoofdstad Kampala.
Lees meer

__________________________________________________________


Aarde overbelast, rol Nederland

Nederland | Duurzaamheid | 13-11-2007 | Bron: Nu.nl

Beperking van het autorijden en van de vleesconsumptie is in rijke landen zoals Nederland niet zo gemakkelijk voor elkaar te krijgen. Gewone marktmechanismen werken niet meer. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) roept de politiek op om andere prikkels te gebruiken en pleit voor bijvoorbeeld heffingen op vlees en strengere normen voor auto's.
Lees meer



_____________________________________________________________________________________



India verbiedt genetisch gewijzigde aubergines
Ranjit Devraj

NEW DELHI, 10 februari 2010 (IPS) - "Dit is een historische beslissing". Tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase verbod op de commerciële teelt van transgene aubergines. India schuift daarmee voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en dat voorbeeld kan ook door buurlanden worden gevolgd.

Indiase boeren en milieuactivisten hadden samen met sommige deelstaten de voorbije maanden een storm van protest ontketend tegen de nakende toelating van genetisch veranderde brinjal (aubergine). Het Genetic Engineering Approval Committee, de overheidsinstelling die dergelijke nieuwe gewassen onderzoekt, had in oktober het licht op groen gezet. Door het protest zag de regering zich gedwongen een reeks van zeven openbare bijeenkomsten te organiseren over de kwestie. Daar bleek het verzet te groot om zomaar van tafel te vegen. Dinsdag (9 februari) kondigde milieuminister Jairam Ramesh aan dat er voorlopig gene toelating komt.

Druk

Milieuactivisten zijn in de wolken. "We moeten minister Ramesh feliciteren. Hij stond onder zware druk om de teelt toe te laten, vooral na het positieve advies van het toelatingscomité", zegt Devinder Sharma, de directeur van het niet-gouvernementele Forum voor Biotechnologie and Voedselveiligheid in New Delhi. Toelating in India zou de deur ook opengezet hebben in andere landen, denkt Sharma. "Landen als de Filipijnen en Bangladesh wachtten op de beslissing van India".

De beslissing van milieuminister Ramesh om hoorzittingen te organiseren leverde hem zware kritiek op van twee van zijn collega's, landbouwminister Sharad Pawar en minister van Wetenschap en Technologie, Prithviraj Chauhan.

Ramesh sluit een toekomstige toelating niet uit. Maar daarvoor zijn volgens hem onafhankelijke wetenschappelijke studies nodig die uitwijzen dat de aubergines ook op lange termijn de volksgezondheid en het milieu niet kunnen schaden.

Katoen

De transgene aubergine is weerbaarder tegen ziekten omdat de plant een gen kreeg van de bodembacterie bacillus thuringienis. Met de nieuwe auberginesoort zou India een eerste transgeen voedselgewas hebben toegelaten. Het land verbouwt wel al transgene katoen die genen bevat van dezelfde Bt-bacterie. De overschakeling op die katoensoort zou veel misoogsten hebben veroorzaakt. In de staten Maharashtra en Andhra Pradesh pleegden verscheidene katoenboeren zelfmoord.

Ook de regeringen van deelstaten als Himachal Pradesh, Bihar, West-Bengalen, Orissa, Madhya Pradesh, Karnataka, Andhra Pradesh en Kerala verzetten zich tegen de toelating van de aubergine uit het laboratorium. Die staten zijn in handen van de oppositie, en die beschuldigt de centrale regering ervan de Indiase boeren over te leveren aan de multinationals in de voedingssector. Het patent op de gewijzigde aubergine is in handen van het Amerikaanse Monsanto. Dat bedrijf heeft ook een groot aandeel in Mahyco, een Indiaas bedrijf dat zaden van Monsanto in India op de markt brengt.

Milieuorganisaties vrezen dat de teelt van genetisch gewijzigde aubergines schade kan berokkenen aan de oorspronkelijke variëteiten die in India in de natuur voorkomen. Medische deskundigen voeren aan dat er te weinig bekend is over mogelijke gezondheidseffecten. Monsanto repliceert dat genetisch gewijzigde gewassen veel beter onderzocht worden dan alle andere planten, en dus veiliger zijn.
IPS(PD, JG)

_____________________________________________________________________________________


Landbouw bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"
Julio Godoy

BERLIJN, 9 februari 2010 (IPS) - De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.

"Door het groeiende belang van de landbouw als gevolg van de toename van de wereldbevolking wordt de levensruimte voor veel soorten steeds kleiner, zowel voor flora als voor fauna", zegt Achim Steiner. "Op die manier betekent de landbouw een gevaar voor de biodiversiteit.

"Elk jaar gaan bijvoorbeeld miljarden dollars verloren door irrationele landbouw die de vruchtbaarheid van de bodem vernietigt. Het overmatig gebruik van chemische producten, zoals pesticiden en herbiciden, draagt bij tot de uitschakeling van veel nuttige organismen.

"We kunnen dit proces van erosie en vernietiging stoppen door andere modellen toe te passen en optimaal gebruik te maken van die 20 centimeter aardkorst om te produceren wat we nodig hebben. Met die alternatieve modellen zit er in de landbouw een groot potentieel om planten en dieren te beschermen.

"De landbouwers kunnen uitstekende beheerders zijn van de natuurlijke middelen en de verschillende ecosystemen. De uitdaging van deze eeuw is: hoe belonen we de landbouwers opdat ze enerzijds produceren wat de mensen nodig hebben en anderzijds bijdragen tot de conservering en bescherming van de ecosystemen die de mensen nodig hebben om te overleven?"

U verwijst naar de biologische landbouw?

"Het is een voorbeeld van hoe men de aarde kan bewerken in harmonie met de natuur. Door gebruik te maken van de wetenschap en door de beschikbare middelen duurzaam in te zetten doet men een inspanning om de vruchtbaarheid van de grond te benutten zonder de natuur te vernietigen.

"Maar ik wil niet de indruk wekken dat de uitdaging kan worden herleid tot de tegenstelling tussen biologische en traditionele landbouw. De grenzen tussen beide zijn poreus, de ene kan van de andere leren. Het gaat erom de voedselproductie voor een groeiend aantal bewoners van de planeet te garanderen en tegelijk de natuur en de biodiversiteit te beschermen."

De negatieve impact van de landbouw merk je op,verschillende terreinen. Ze stoot bijvoorbeeld ook CO2 uit en draagt zo bij tot de klimaatverandering.

"Ja, vandaag is de landbouw verantwoordelijk voor 15 tot 18 procent van alle broeikasgassen die worden uitgestoten. Je hoeft maar naar een willekeurig veld te kijken. De tractoren komen en gaan, die verbruiken fossiele brandstoffen en stoten CO2 uit. Hetzelfde voor het transport van groenten en andere landbouwproducten, voor de productie van meststoffen, pesticiden en herbiciden. En de dieren stoten methaan uit.

"Daarom moeten we, net zoals voor de hele economie, een balans opmaken van de CO2-uitstoot van de landbouw. Op basis van daarvan zullen we kunnen vergelijken welke landbouwmodellen de beste milieuresultaten geven. We kunnen dan de producenten met een zeer hoog negatief saldo stimuleren om een op een alternatief systeem over te schakelen dat minder uitstoot en zelfs gassen opvangt via een ander bodemgebruik, zoals het planten van bossen."

Zal het volstaan om landbouwers en beleidsmakers te overtuigen door hen op de noodzaak van de bescherming van fauna en flora te wijzen?

"Het is duidelijk dat concepten als biodiversiteit en ecosystemen zeer abstract zijn voor veel mensen. Maar ze zijn wel rechtstreeks verbonden met economische voordelen voor miljoenen mensen. Het veelvoud aan economische voordelen dat bijvoorbeeld de koralen genereren en de waaier aan dieren die er rechtstreeks van afhangt voor zijn voortbestaan, wordt onvoldoende gevaloriseerd door de economische overheden, zowel op nationaal als internationaal niveau. De koralen brengen per jaar tot 189.000 dollar per hectare op, in de vorm van de bescherming van de kusten en de natuurlijke beheersing van risico's. Daar moet je nog de inkomsten van bijvoorbeeld het toerisme en de visvangst aan toevoegen, en dan kom je al makkelijk aan meer dan een miljoen dollar per hectare per jaar."

IPS(RP, JS)


_____________________________________________________________________________________


Tonijnbedrijven dreigen met boycot tegen overbevissing
Stephen Leahy

VICTORIA, 9 februari 2010 (IPS) - De Seychellen leven van de tonijnhandel. In de op een na grootste tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton vis recht uit de Indische Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers kan dat echter niet lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met een boycot van tonijn uit de regio.

Dat bleek vorige week op de eerste Tonijnconferentie van de Seychellen, midden op de Indische Oceaan, waar een vijfde van de tonijn op aarde wordt gevangen. Door de toegenomen efficiëntie van vissersschepen neemt de tonijnstand af, net als in de rest van de wereld, maar de regionale visserijorganisatie functioneert niet.

Boycot
De International Seafood Sustainability Foundation (ISSF), een alliantie van acht grote handelsbedrijven en het Wereldnatuurfonds (WWF) om de sector te verduurzamen, dreigt met een boycot als er in maart geen stappen worden ondernomen. Dan vergadert de Tonijncommissie van de Indische Oceaan, een van de vijf regionale organisaties ter wereld waar vissers en overheden op basis van hun eigen wetenschappelijke panels bepalen hoeveel tonijn er duurzaam kan worden gevangen.

De regionale commissie, waar 28 landen uit Afrika, Azië en Europa lid van zijn, schuift besluiten steeds voor zich uit. Zo kan het gebeuren dat bijvoorbeeld Iran nog nooit een enkele vangst van een geelvintonijn heeft gemeld.

Bedreigde diersoorten
"Als die regionale commissies echt zouden werken, zou de visstand goed moeten zijn", zei William Fox, vicepresident van het Wereldnatuurfonds in de Verenigde Staten. Maar zowel de grootoogtonijn, de geelvintonijn en de witte tonijn worden in de meeste gebieden overbevist. Met de blauwvintonijn - vooral gebruikt in Japanse sushi - gaat het zelfs zo slecht dat hij door de VN volgende maand waarschijnlijk op de lijst bedreigde diersoorten wordt geplaatst. Alleen de gestreepte tonijn (vruchtbaar en snelgroeiend) blijft goed op peil. "De tonijnindustrie moet zorgen dat ze overleeft door voor duurzaamheid te pleiten", aldus Fox.

Vorig jaar negeerde de visserij in de oostelijke Stille Oceaan de wetenschappelijke adviezen, totdat de ISSF besloot om daar geen grootoogtonijn meer in te kopen. De boycot werkte en de regio kwam tot een beheersplan.
Nu is het de beurt aan de Tonijncommissie van de Indische Oceaan om verstandig te zijn. "Denk aan de blauwvintonijn, of aan de economische ramp die de ineenstorting van de kabeljauw heeft veroorzaakt. De Indische Oceaan moet dit voorkomen, nu het nog zonder pijn kan", zei Susan Jackson, voorzitter van de ISSF.

Op de vraag of de ISSF niet chanteert door zo met een nieuwe boycot te dreigen, zegt Jackson: "We moedigen de lidstaten alleen maar aan om naar hun eigen wetenschappelijke panel te luisteren. We doen dit op basis van steun van wetenschappers die zeggen dat dit absoluut moet gebeuren."

De milieuminister van de Seychellen, Joel Morgan, steunt de acties van de ISSF. "Tonijn is niet alleen belangrijk voor ons, maar voor de hele planeet." Zeker als het klimaat verandert en de landbouwopbrengst vermindert. "De wereld zal afhankelijker worden van vis en daarom is een duurzaam beheer van de visserij cruciaal."

IPS(FM, RP)

_____________________________________________________________________________________


Crisis moet wereldeconomie duurzamer maken
Thalif Deen
NEW YORK, 9 februari 2010 (IPS) - In haar nieuwe jaarrapport ziet de VN-handelsorganisatie (Unctad) in de economische crisis nieuwe mogelijkheden om de wereldeconomie sterker en duurzamer te maken.

"Een ernstige crisis wil je niet zomaar verspillen", de bekende woorden zijn van stafchef van het Witte Huis Rahm Emanuel vorig jaar. De Unctad lijkt die stelling nu te onderschijven.

In het Trade and Environment Review 2009-2010 zegt Unctad dat de globale economische en financiële crisis, in combinatie met de klimaat-, voedsel en watercrises "nieuwe, bepalende parameters zijn voor het hedendaagse beleid."

"Het begrip van de oorzaken en consequenties van die crisissen, en het trekken van lessen eruit, zou voor dramatische economische en beleidsmatige veranderingen moeten zorgen", klinkt het.

Die veranderingen moeten op drie gebieden duidelijk worden: energie-efficiëntie, duurzame landbouw en hernieuwbare energieën voor plattelandsontwikkeling.

Dr. Supachai Panitchpakdi, secretaris-generaal van de Unctad, zegt dat de crisissen een opportuniteit kunnen vormen voor snelle doorbraken in nieuwe technologieën, productie- en consumptiepatronen en beleidspraktijken. Panitchpakdi geeft toe dat de promotie van groei in die sectoren niet meteen de armoede uit de wereld zal helpen of het klimaatprobleem kan oplossen, maar "het zal meerdere sociale, economische en ecologische winsten opleveren en bijdragen tot de broodnodige eerste stappen naar een CO2-arme economische ontwikkeling. "De belangrijkste uitdaging is niet antwoorden op de crisis met maatregelen die niet duurzame productie- en consumptiepatronen bestendigen", zegt hij.

In een voorwoord bij het nieuwe Unctad-rapport vergelijkt Tim Groser, handelsminister van Nieuw-Zeeland, de link tussen handel en de klimaatverandering met een "tikkende tijdbom". "Maar ik geloof ook dat er een andere mogelijkheid is, en dat er echte opportuniteiten zijn voor win-winoplossingen in beide agenda's", zegt hij.

Energie en landbouw
Unctad denkt dat vooral op het vlak van energie-efficiëntie snelle winst te boeken is. Het is de snelste en goedkoopste manier om de toegang tot energie te vergroten, de klimaatverandering te bestrijden en de afhankelijkheid van landen van buitenlandse fossiele brandstoffen terug te dringen. Zo wordt niet alleen bespaard, maar landen verhogen ook hun competitiviteit. "Hoewel dit aanvankelijk hoge kosten met zich mee kan brengen, betalen verbeteringen aan de energie-efficiëntie zich meestal terug door energiebesparing", zegt het rapport.

De tweede oplossing is duurzame landbouw, die van "strategisch belang" is voor de groei en bestrijding van de armoede in ontwikkelingslanden. Er moeten coherente nationale en internationale plannen komen om duurzame landbouwmethoden te promoten, inclusief organische landbouw, om de kosten te beperken en nieuwe markten te creëren. Dat komt de inkomsten van de boeren, de voedselveiligheid en de strijd tegen de klimaatverandering ten goede.
Volgens het VN-agentschap beschikken veel ontwikkelingslanden bovendien over een enorm potentieel aan hernieuwbare energie, en is de nodige technologie al voorhanden om die aan te boren. Vooral op het platteland is er grote vooruitgang mogelijk.

IPS(JG, RP)

_____________________________________________________________________________________


2009 was warmste jaar ooit in India
Rudy Pieters

BRUSSEL, 7 februari 2010 (IPS) - Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar ooit in India. De gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan normaal, meldt de Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste rapport.

Volgens de officiële cijfers bedroeg de gemiddelde temperatuur in het Zuid-Aziatische land vorig jaar 25,5 graden Celsius. Dat is 0,9 graden hoger dan het normale gemiddelde, 24,6 graden. Sinds de meteorologische dienst in 1901 met metingen begon, heeft hij nooit zo'n hoge gemiddelde temperatuur gemeten.
Vooral in de winter bleef het kwik opvallend hoog. "Het was abnormaal warm in grote delen van het land tijdens het winterseizoen", zegt het rapport. "De temperatuur in de bergachtige gebieden van de westelijke Himalaya lag 3 tot 5 graden Celsius hoger dan normaal in de tweede helft van januari, terwijl de gemiddelde temperatuur in februari in bijna het hele land hoger was dan normaal."

Net zoals in de rest van de wereld waren de laatste jaren opvallend warm in India. Acht van de twaalf warmste jaren sinds het begin van de metingen in 1901 werden het voorbije decennium opgetekend.

"Als men de trend analyseert, dan is het duidelijk dat de aarde opwarmt", zegt directeur-generaal Ajit Tyagi van de IMD aan The Times of India. "De stijging van de temperatuur is duidelijk vanaf ongeveer 1990. In India was 2009 bijzonder warm als gevolg van verscheidene factoren, vooral het regentekort in zowel moesson- als winterseizoen."

India kampte vorig jaar lange tijd met grote droogte. Volgens de VN-landbouworganisatie FAO is India een van de dertien landen die dit jaar grote problemen zal ondervinden met de oogst.

IPS(RP)

_____________________________________________________________________________________


Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken

Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling, eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt en de veehouderij verduurzaamt. In een brief aan de Tweede Kamer stellen de organisaties dat een verlaging van de consumptie van vlees, vis, zuivel en eieren met minstens 33 procent in 2020, onderdeel moet worden van het kabinetsbeleid. Ook bepleiten zij de invoering van regelgeving en financiële prikkels om de consumptie en productie van dierlijke eiwitten te verduurzamen.

Debat
Op 20 januari vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de Nota Duurzaam Voedsel.
Both ENDS, Compassion in World Farming, Cordaid, Nederlandse Dierenbescherming, Greenpeace Nederland, ICCO, IUCN NL, Milieudefensie, Natuur en Milieu, Oxfam Novib, Solidaridad, Varkens in Nood, Nederlandse Vegetariërsbond en Wakker Dier roepen de politiek op de ambities van dit kabinet om te zetten in meetbare resultaten. "Het kabinet erkent de noodzaak tot verduurzaming van onze dierlijke eiwitconsumptie, en zegt in de Nota Duurzaam Voedsel over 15 jaar koploper te willen zijn. Maar de voornemens blijven steken in mooie woorden zoals het 'verleiden' en 'informeren' van consumenten en in vrijblijvende overleggen met bedrijven. In de praktijk blijkt dit nauwelijks wat op te leveren."

Principe
De maatschappelijke organisaties roepen op tot het invoeren van het 'vervuiler betaalt'-principe, bijvoorbeeld via een BTW-verhoging op vlees, zuivel, eieren en vis. Ook het stellen van verdergaande duurzaamheidseisen aan de veehouderij - zoals een verbod op de import van veevoer uit recent ontboste gebieden, verduurzaming van de visserij via vlootreductie en het instellen van zeereservaten - dragen bij aan de aanpak van mondiale problemen.

Cijfers
Uit recent verschenen cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren blijkt dat Nederlanders opnieuw meer vlees eten. Een zorgwekkende ontwikkeling, omdat wij, net als de meeste Westerse landen, al meer vlees eten dan goed voor ons én de planeet is.
We hebben te kampen met grootschalige ontbossing, het uitsterven van soorten, klimaatverandering, uitputting van de visbestanden, een ongelijke voedselverdeling en onnoemelijk dierenleed. De Wereldvoedselorganisatie, het Planbureau voor de Leefomgeving, het IPCC en talloze prominente opinieleiders waaronder Al Gore en Paul McCartney, geven aan dat vermindering van de vleesconsumptie op de korte termijn bijdraagt aan het oplossen van deze wereldwijde crises. De maatschappelijke organisaties stellen dat een trendbreuk met ons westerse voedselpatroon onvermijdelijk is, en zij willen dat de overheid hierin de regie gaat nemen.


_____________________________________________________________________________________


Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Claudia Ciobanu

KOPENHAGEN, 15 december 2009 (IPS) - Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.

Landen geven wereldwijd elk jaar 350 tot 480 miljard euro uit om benzine, diesel, aardgas en steenkool goedkoper te maken voor de verbruikers. Ontwikkelingslanden trekken het grootste deel van die subsidies uit, maar de Verenigde Staten waren tussen 2002 en 2008 ook goed voor 72 miljard dollar (49 miljard euro).
De G20, de grootste industrie- en ontwikkelingslanden, hebben zich in september in Pittsburgh voorgenomen om die subsidies op fossiele brandstoffen op middellange termijn af te schaffen. Dat kan de wereld helpen de weg te vinden naar hernieuwbare energiebronnen. Maar veel politici aarzelen om de daad bij het woord te voegen. Stijgende brandstofprijzen brengen hun herverkiezing in gevaar. Ze vrezen ook de weerslag op arme gezinnen en op de werknemers van megabedrijven als oliemaatschappijen.

Inkomenssteun
Voorstanders van de maatregel argumenteren dat de allerarmste bevolkingslagen weinig zullen voelen van het verdwijnen van de subsidies. Het is vooral de middenklasse die profiteert van goedkopere benzine en diesel, zegt Fatih Birol, de chef-econoom van het Internationaal Energieagentschap. Arme burgers hebben geen auto en in heel wat landen zelfs geen elektriciteit in huis.
Maar in Kopenhagen klinken ook voorzichtiger stemmen. Een deel van het geld dat vrijkomt door de afschaffing van de subsidies, moet naar de meest kwetsbare groepen in de samenleving gekanaliseerd worden, zegt Per Callesen van het Deense ministerie van Financiën. Ze moeten kunnen rekenen op een systeem van inkomenssteun dat hen beschermt tegen de negatieve gevolgen van de stijgende brandstofprijzen. Volgens Callesen is daarvoor maar 20 tot 30 procent van het uitgespaarde geld nodig.
William Pizer van het Amerikaanse ministerie van Financiën zit op dezelfde lijn. De regering-Obama probeert de Amerikaanse subsidies voor fossiele brandstoffen af te bouwen, maar zorgt er volgens Pizer tegelijk voor dat arme gezinnen financiële hulp krijgen om hun energiefacturen te betalen. Er is ook staatssteun voor de isolatie van woningen van arme gezinnen. Die maatregelen kosten allemaal samen vijf miljard dollar (3,4 miljard euro). "Het is beter en goedkoper als regeringen alleen de armen compenseren, en niet iedereen. En voor de armen is het beter direct geld te krijgen dan via een omweg langs de bedrijven in de sector van de fossiele energie", argumenteert Pizer.

(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen' startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.


IPS(PD, JS)

_____________________________________________________________________________________


Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Stephen Leahy

KOPENHAGEN, 13 december 2009 (IPS) - De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige boeren.

"Kleinschalige landbouwers gebruiken 80 procent minder energie dan grote monoculturen", zegt Chavannes Jean-Baptiste, een Haïtiaanse boer van de Mouvement de Paysan. "Boeren van La Via Campesina en andere kunnen de planeet helpen afkoelen", zei hij tijdens Klimaforum, de klimaatconferentie voor civiele organisaties die tegelijk met de VN-klimaattop in Kopenhagen plaatsvindt.
La Via Campesina baseert zich op een studie van Grain, een internationale organisatie die duurzame landbouw promoot. Die verwerkte naar eigen zeggen alle beschikbare wetenschappelijke literatuur en kwam tot de vaststelling dat industriële landbouw de grootste CO2-uitstoter is in het voedselsysteem. Dat komt onder meer doordat ze van fossiele brandstof afhangt voor productie, transport en verwerking, savannes en bossen vernietigt voor haar expansie en intensief kunstmest gebruikt. De studie houdt dan nog geen rekening met de methaanuitstoot van dieren en hun mestafval.
Kleinschalige landbouw en het herstel van de vruchtbaarheid van de bodem kan de komende 50 jaar 450 miljard ton CO2 opvangen, meer dan twee derde van het huidige teveel in de atmosfeer.
"De bewijzen zijn onweerlegbaar", zegt Grain-coördinator Henk Hobbelink. "Als we de manier om aan landbouw te doen veranderen en de manier waarop we voedsel produceren en distribueren, dan hebben we een krachtige oplossing om de klimaatcrisis te bestrijden."
Veel regeringen blijven de industriële landbouw ondersteunen, zegt Grain-onderzoeker Camila Montecinos. Bovendien raken veel kleine boeren hun land kwijt, zegt ze.

IPS(RP)


_____________________________________________________________________________________


Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Daniela Estrada

KOPENHAGEN, 10 december 2009 (IPS) - "We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.

Lago en Norma Maldonado uit Guatemala horen bij het Internationale Gender- en Handelsnetwerk (IGTN). Ze zijn kritisch over de vrijhandelsverdragen die Latijns-Amerikaanse landen tekenen met de Verenigde Staten en Europa.

Vrijhandelsakkoorden veroorzaken volgens hen armoede en verlies van biodiversiteit, vooral door megaprojecten op het gebied van mijnbouw, waterkrachtcentrales, monocultuur en transgene gewassen. Voor die projecten is soms veel water nodig, ze kunnen vervuilend zijn en verergeren de effecten van de klimaatverandering.

Vrijhandelsakkoorden kennen strikte bepalingen over intellectuele eigendomsrechten van transgenen zaden. Kleine boeren zijn daar de dupe van. De regels zorgen voor voedselonzekerheid in arme gemeenschappen die als gevolg van de klimaatverandering al zeer wisselende oogstopbrengsten hebben.

Biodiversiteit

"Waar biodiversiteit, welvaart en cultuur is, daar spelen ook belangen van bedrijven", zegt Maldonado, plaatsvervangend hoofd van Servicios Ecuménicos de Formación Cristiana en Centro América (Sefca), een organisatie die zich inzet voor vrouwen en jongeren en ontwikkeling.

Sefca richt zich onder meer op herstel van traditionele landbouwpraktijken, het ontwikkelen van markten voor lokale producten, verbetering van het dieet van plattelandsbewoners en het geven van training voor internationale handelsbesprekingen.

"De handelsverdragen geven andere landen vrij baan om onze natuurlijke rijkdommen te plunderen. De effecten van de verdragen zijn in het dagelijks leven merkbaar: de privatisering van water, verlies van land, mijnbouwbedrijven die honderdduizenden liters water per minuut gratis gebruiken terwijl ze onze rivieren vervuilen", zegt ze.

"Guatemala is de geboorteplaats van veel voedselgewassen en toch is de bevolking ondervoed. Kinderen gaan dood van de honger. We produceren voedsel, maar dat is allemaal voor export, voor de internationale markt."

Documentaire

Maldonado vindt dat de Europese Unie (EU) "met de ene hand geeft" door ontwikkelingshulp en "met de andere hand neemt" door de handelsverdragen.

Sefca werkt aan een documentaire die bewustwording moet kweken over de watercrisis. Delen van de documentaire waren te zien op Klimaforum. De filmfragmenten toonden vrouwen die vier uur per dag nodig hadden om voldoende water te vinden.

Water is om culturele redenen een "vrouwenprobleem", zegt Maldonado. "Omdat vrouwen meestal koken, de was doen en kinderen baden. Gebrek aan water maakt het leven voor vrouwen nog zwaarder. Als vrouwen vier uur nodig hebben om water te halen, hoe kunnen ze dan ook nog tijd vrijmaken om iets bij te leren en te participeren in het gemeenschapsleven?

De vrouwen waar Sefca zich voor inzet, weten weinig over uitstoot van broeikasgassen en wetenschappelijke aspecten van de klimaatverandering. "En eerlijk gezegd begrijp ik daar zelf ook niet alles van", zegt ze. "Wat we wel weten, is dat er constant landverschuivingen en overstromingen zijn - terwijl we niet kunnen zwemmen, dat de temperatuur stijgt en dat het ritme van de gewassen verandert. Soms is de koffie rijp in januari. Vroeger was dat altijd in oktober. De cycli en de landbouwkalenders zijn in de war."

"We mogen dan misschien niet weten wat een CO2-opslag is, maar we weten dat ons land ons afgenomen wordt", zegt Maldonado. Ze voegt eraan toe dat zij en andere activisten bedreigd en geïntimideerd zijn vanwege hun oppositie tegen de vrijhandelsakkoorden in Guatemala.

Maldonado zegt "niets" te verwachten van de klimaatconferentie in Kopenhagen, die nog tot 18 december duurt. Ze vestigt haar hoop op de allianties die ontstaan op het Klimaforum, waar scepsis over het huidige ontwikkelingsmodel de boventoon voert. Dit alternatieve forum in Kopenhagen duurt eveneens tot 18 december.

IPS(JS, JG)

_____________________________________________________________________________________


Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Claudia Ciobanu

KOPENHAGEN, 9 december 2009 (IPS) - Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.

Brandstoffen als biodiesel en ethanol golden amper twee jaar geleden als mirakeloplossingen voor de klimaatcrisis. Intussen hebben mogelijke verbanden met honger en ontbossing het enthousiasme fel getemperd. Maar Brazilië, 's werelds grootste producent en exporteur van ethanol, blijft voor het plantaardige alternatief voor fossiele brandstoffen pleiten.

De voorbije dertig jaar heeft het gebruik van suikerrietethanol als vervanger van benzine in Brazilië 800 miljoen ton CO2-uitstoot voorkomen, zeggen de Brazilianen in Kopenhagen. Ze benadrukken ook dat de omschakeling de armoede in hun land helpt te bestrijden. Op de uitgestrekte suikerrietvelden is veel mankracht nodig, en de overheid moedigt ook de bouw van kleine distilleerderijen aan om boeren rechtstreeks te laten verdienen aan het eindproduct.
Kritiek

Intussen is echter duidelijk dat de productie van biobrandstoffen op veel plaatsen voedselgewassen verdringt of aan de bosbestanden vreet. De Europese Unie liet om die reden vorig jaar haar doelstelling varen om 10 procent biobrandstoffen te gebruiken in de transportsector tegen 2020.

Maar de Braziliaanse regering zegt dat die kritiek niet opgaat voor Brazilië. "We horen dat de productie van ethanol tot ontbossing leidt in het Amazonewoud", zegt Jose Migues van het Braziliaanse ministerie voor Wetenschap en Technologie. "Maar de productiegebieden zijn drieduizend kilometer verwijderd van het Amazonewoud." Volgens Thelma Krug, een andere medewerkster van het ministerie, is er in Brazilië nog ruimte zat voor de landbouw en kan de landbouw nog veel efficiënter worden.

IPS(PD, JG)

_____________________________________________________________________________________


Verwoestijning bedreigt ook China
Frank en Andreas Sieren

BRUSSEL, 9 december 2009 - Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende Gobiwoestijn.

Waar Yan Hongmei met haar dochter staat, vloeide vroeger een rivier. Ze herinnert het zich nog goed: twintig jaar geleden stroomde hier koud en helder water, en ving haar vader vis die groot genoeg was om het gezin te voeden.
Toen bracht de wind het eerste zand mee, en dat rukte langzaam maar zeker op. Zandstormen kleurden de lucht geel en het regende minder vaak. Als het wel regende, veroorzaakte dat meteen overstromingen.
Yan woont niet in een afgelegen deel van China: haar huis staat op tachtig kilometer van Peking en op amper dertig kilometer van de Chinese Muur. Alle vluchten van Peking naar Europa leiden over het dorp, en het zicht vanuit het vliegtuig is schrikbarend. Ten westen van Peking gaat de vlucht twee uur lang over droog land en zand, dat nu en dan onderbroken wordt door een dorp of een landweg. Pas in de buurt van de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator is er weer groen in zicht.

Grote groene muur
In 1998 besloot de toenmalige eerste minister When Zhu Rongji om een gordel van bomen aan te leggen als "grote groene muur" tegen het zand. Dat heeft voor sommige boeren soelaas gebracht, maar het roept ook twijfels op. "In sommige regio's is de trend onder controle" zegt Wu Wei, wetenschapper aan de universiteit van Peking. "Maar over het algemeen is het erger geworden."

Hoewel China twaalf miljoen dollar per jaar uitgeeft aan de strijd tegen de woestijn, is al één vijfde van het Chinese grondgebied ten prooi gevallen aan het zand. Volgens een team van wetenschappers uit Nanjing is de oppervlakte van de woestijn sinds de jaren vijftig verdrievoudigd. Wetenschapper Wang Xunming van de gerenommeerde Chinese Academie van Sociale Wetenschappen vreest dat in de tweede helft van deze eeuw de droge en semi-droge gebieden in het noorden van China veranderd zullen zijn in zandduinen of op zijn minst zeer droge steppegebieden.
"Het overleven van de bevolking is in gevaar", zegt Wang, die het probleem aan de klimaatverandering wijt.
Volgens Liu Tuo van het Bureau voor de Preventie en Controle van Verwoestijning is er niet alleen gevaar voor de bevolking, maar ook voor de biodiversiteit. "Ongeveer 15 procent van de dier- en plantensoorten in de regio zijn nu al met uitsterven bedreigd."

(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen' startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.


IPS(JG, PD)

_____________________________________________________________________________________


Wereldleiders liggen niet wakker van honger

De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen niet verder dan een reeks vage verklaringen.

Wereldleiders liggen niet wakker van honger. Meer dan één miljard mensen worden dagelijks met honger geconfronteerd. Elke zes seconden sterft een kind aan ondervoeding. Daarom organiseert de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, een wereldtop voor voedselzekerheid in Rome. Sinds het uitbreken van de voedselcrisis in 2007 beloven wereldleiders iets te doen aan het hongerprobleem, maar daar is nog niet veel van in huis gekomen.
Ondertussen leeft al één op zes mensen in chronische honger. Een enorm gevaar voor de wereldvrede en de veiligheid, vindt de FAO. De machtige landen zijn niet overtuigd: Italiaans premier Silvio Berlusconi is de enige regeringsleider van de G8 die de top bijwoont.

Toch is dringende actie tegen honger meer dan ooit nodig. Voor Broederlijk Delen betekent dit het aan banden leggen van speculatie op grondstoffen en landbouwgrond, en vooral investeren in duurzame, familiale landbouw. Directeur Pol De Greve: 'Twee derde van de armen wereldwijd leven op het platteland. Investeren in duurzame familiale landbouw geeft deze mensen rechtstreeks een inkomen en is de meest efficiënte manier om armoede, en dus ook honger, te bestrijden.'

Investeren in kleinschalige landbouw wordt tijdens de top wel naar voren geschoven als een van de oplossingen, maar concrete voorstellen over hoe dit het beste zou gebeuren blijven achterwege, net als concrete financiële toezeggingen. Daarnaast geloven de rijke landen nog steeds in grootschalige voedselproductie om het hongerprobleem op te lossen: ze willen meer kunstmest, meer pesticiden en minder handelsbelemmeringen.
'Investeren in grootschalige voedselproductie is niet duurzaam. Dat komt vooral ten goede aan de grote, industriële landbouwers en aan de landbouw- en voedingsindustrie', zegt Pol De Greve. 'Zwakkere producenten vallen uit de boot, waardoor de kloof tussen arm en rijk groter wordt en je het hongerprobleem eigenlijk erger maakt.'

Blijven inzetten op industriële landbouw is geen optie, luidt het ook in wetenschappelijke kringen. Honger is geen productieprobleem, maar een probleem van armoede, vooral op het platteland. Een radicaal andere aanpak is nodig om honger uit de wereld te helpen. En daarbij is kleinschalige, ecologische landbouw de enige duurzame optie voor de toekomst.

Daarom ondersteunt Broederlijk Delen rurale gemeenschappen in hun strijd tegen de armoede. Vanuit hun eigen sterkte en mogelijkheden ontwikkelen en voeren ze hun eigen plannen uit. Die plannen worden vaak gedwarsboomd of bemoeilijkt door structuren van onrecht waarop organisaties in het Zuiden niet altijd vat hebben. En dus investeert Broederlijk Delen ook in politiek werk.


_____________________________________________________________________________________


Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008

WASHINGTON, 17 november 2009 (IPS) - Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.


Van alle Amerikaanse huishoudens had 14,6 procent (49 miljoen mensen) vorig jaar "moeite om op sommige momenten voldoende voedsel op tafel te zetten", meldt het rapport. In 2007 ging het nog om 11 procent van de huishoudens (36,2 miljoen mensen). De hoofdauteur van het rapport voorspelt dat het percentage dit jaar nog hoger zal uitvallen, als gevolg van de economische crisis die veertien maanden geleden uitbrak.
Bij de zeventien miljoen huishoudens die honger leden - of te maken kregen met "voedselonzekerheid", zoals het rapport het noemt - ging het in een derde van de gevallen om 'zeer lage voedselzekerheid'. Dat betekent dat de hoeveelheid eten van ten minste enkele gezinsleden werd beperkt en dat normale eetpatronen voor langere tijd doorbroken werden. Dit gebeurde minimaal enkele dagen in een periode van zeven of acht maanden.
De overige huishoudens wisten substantiële ontwrichting van het eetpatroon te voorkomen, door bijvoorbeeld minder gevarieerd te eten, mee te doen aan voedingsprogramma's van de overheid of door eten te halen bij voedselbanken of noodkeukens.

Kinderen
Het aantal huishoudens waar zowel kinderen als volwassenen te maken kregen met "zeer lage voedselzekerheid" steeg van 323.000 in 2007 tot 506.000 vorig jaar. Onder de 49 miljoen mensen die vorig jaar ten minste één keer honger leden, waren 16,7 miljoen kinderen. Dat zijn er 4,2 miljoen meer dan in 2007.
"De cijfers zijn niet verrassend", zegt David Beckmann, voorzitter van Bread for the World, een nationale anti-hongergroepering die ook actief is in ontwikkelingslanden. "Wat ons echt zorgen moet baren, is dat bijna één op de vier kinderen in ons land op de rand van honger leeft."
Feeding America, de grootste voedselhulporganisatie in de VS, zegt dat de statistieken van de USDA overeenkomen met praktijkervaringen. Feeding America runt tweehonderd voedselbanken, waar elk jaar zo'n 25 miljoen mensen aankloppen.
Vicki Escarra, voorzitter van de organisatie, noemt het "tragisch" dat zoveel mensen in een rijk land zonder goed eten moeten leven. "Hoewel deze nieuwe cijfers schokkend zijn, moeten we ons realiseren dat ze over vorig jaar gaan", zegt Escarra. "Sindsdien is de economie aanzienlijk verzwakt en er zijn momenteel waarschijnlijk veel meer mensen die gebrek aan eten hebben."
Sommige voedselbanken van Feeding America kregen vorig jaar 50 procent meer aanvragen voor voedselhulp dan in 2007.
De Amerikaanse president Barack Obama zei in een reactie bezorgd te zijn over de situatie. Hij beloofde maatregelen om de "trend van groeiende honger" te keren.

Auteur: Jim Lobe.

_____________________________________________________________________________________


Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!

De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers van de klimaatverandering….. koeien, varkens en kippen zijn?'.

Het stuk werd onlangs gepubliceerd in World Watch (uitgave van het World Watch Institute, november/december 2009) en is geschreven door de onderzoekers Robert Goodland en Jeff Anhang. Zij komen met het bijna ongelofelijke nieuws dat de bijdrage van vlees en zuivel aan het mondiale klimaatprobleem niet 18% is, maar wel 51%! Als dat echt zo is, dan zou het noodzakelijk zijn flink het mes in die sector te zetten, en natuurlijk ook in onze consumptie.
Goodland en Anhang hebben eerder onderzoek op dit gebied kritisch bekeken en ontdekten dat er diverse onderdelen van de ketens van vlees en zuivel over het hoofd zijn gezien en dat andere aspecten nog ondergewaardeerd zijn. Bijvoorbeeld de uitademing van methaan door de beesten blijkt een grote factor te zijn. Maar ook zaken als de koeling van de producten, de extra energie voor de bereiding van vlees en het medicijngebruik voor de dieren, waren aanvankelijk niet meegeteld. De onderzoekers komen tot de conclusie dat alle koeien, varkens en kippen samen voor meer dan de helft verantwoordelijk zijn van de klimaatverandering!

Meer argumenten
Al zeker 35 jaar zijn er in Nederland en wereldwijd acties rond de consumptie van (te) veel vlees, onder andere door De Kleine Aarde, Lekker/Wakker Dier en Milieudefensie. Naast de argumenten dierenwelzijn en gezondheid speelden vooral de eiwitverliezen, het wereldvoedselvraagstuk en de miljoenen hectares veevoer in ontwikkelingslanden (ten koste van oerwoud) daarbij een belangrijke rol. Later kwamen daar de waterverspilling en -vervuiling, de mestoverschotten en de klimaatgassen bij, met name methaan, dat een extra groot effect heeft op de klimaatverandering, wel 23 tot 25 keer sterker dan CO2.

In 2006 bracht de FAO (de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties) het rapport Livestock's Long Shadow uit dat opzien baarde. Daarin werd uiteengezet dat de productie van vlees en zuivel op aarde verantwoordelijk is voor 18% van de versnelde klimaatverandering. Die 18% is al veel, zeker als je het vergelijkt met de bijdrage van het verkeer, namelijk 13.5%. De film 'Meat the Truth' van Marianne Thieme is geheel gebaseerd op dat rapport. In de film wordt de nadruk gelegd op vlees, waardoor de spotlights niet op zuivelproducten gericht werden, terwijl we daar meer kilo's van consumeren dan van vlees. Vooral kaas heeft een relatief grote voetafdruk.

Mede door alle commotie rond de genoemde film, werden er verwoede pogingen gedaan af te dingen op die 18% en voor de Nederlandse situatie kwam een onderzoeker enkele procenten lager uit. Maar de essentie van het FAO-rapport is overeind gebleven. Mede daardoor roepen ook steeds meer politieke partijen en grote organisaties, zoals Oxfam/Novib en het Wereld Natuur Fonds, op minder dierlijke producten te gebruiken.

Geen dure infrastructuur
Ook op de 51% uit dit nieuwe onderzoek zal ongetwijfeld afgedongen worden. De belangen zijn groot, en het is voor velen geen prettig nieuws. Maar al zou 't 45% zijn, of 40%, dan nog vraagt dit onderdeel van het klimaatprobleem toch veel meer aandacht dan tot nu toe het geval is. En naast vlees gaat het dus uitdrukkelijk ook over zuivel; dat wordt nog te vaak vergeten! Er zal een nationaal en lokaal voedselbeleid gevoerd moeten worden, met dalende vlees- en zuivelbudgetten per persoon. Een halvering van de vlees- en zuivel-consumptie zou in Europa in principe geen probleem zijn qua gezondheid, zelfs integendeel: van beide eten we nu ruwweg 50% te veel. En voor deze verandering is geen dure infrastructuur nodig; wel heel goede communicatie, samen met bijvoorbeeld de supermarken. Want, net zoals met wind- en zonne-energie het geval is, liggen de oplossingen gelukkig al op de plank, en in dit geval in de schappen van de biologische winkels en de supermarkten. De laatste jaren zijn er vele lekkere plantaardige vervangers voor vlees op de markt gekomen, en vele recepten doen de ronde waarin je het vlees niet meer mist.

Klimaat-chaos
Er is haast geboden. De klimaatveranderingen gaan (veel) sneller dan zelfs de klimaatdeskundigen hebben kunnen voorzien. Al vele klimaatrampen vinden plaats. Daarom wordt tegenwoordig in plaats van klimaatverandering de term klimaat-chaos gebruikt. Zie bijvoorbeeld de orkanen, stormen en overstromingen die de laatste maanden de Filipijnen teisterden. Samen met andere drama's vallen er nu gemiddeld al 300.000 doden per jaar door de chaos die het veranderde klimaat veroorzaakt, zoals via een rapport van het Global Humanitarian Forum bekend werd. En per jaar is er nu gemiddeld $125 miljard schade, oplopend naar gemiddeld $325 miljard schade per jaar in 2030.

De twee onderzoekers van het artikel in World Watch - Robert Goodland en Jeff Anhang - zijn niet de eerste de besten. Beiden zijn milieukundigen, de eerste was voorheen en de tweede is nu nog verbonden aan de World Bank Group.
Het artikel ''Livestock and Climate Change. What if the key actors in climate change are ... cows, pigs and chickens?" is te vinden op: www.worldwatch.org > in World Watch Magazine.

Jan Juffermans - November 2009

_____________________________________________________________________________________


Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
(Duurzaamnieuws 4 nov 09).

Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.

De VN-Voedselorganisatie FAO zei eerder deze maand dat de wereldwijde voedselproductie met 70 procent moet stijgen tegen 2050 om de 9 miljard mensen te voeden die dan de aarde zullen bevolken. Dat is mogelijk als de ontwikkelingslanden, waar de meeste van de 2,3 miljard extra mensen zullen wonen, hun landbouwinvesteringen met 83 miljard dollar per jaar optrekken.
Natuurlijk moet we de productie opdrijven op plaatsen waar ze laag is", zegt Marco Contiero, landbouwspecialist van Greenpeace. "Maar we produceren nu al zeer veel voedsel en toch lijdt 1 miljard mensen nog honger, terwijl 1,6 miljard mensen overgewicht heeft en 500 miljoen mensen zwaarlijvig zijn. Dit toont dat het probleem niet zo eenvoudig is."

Grootschalige teelt
Sommige analisten vrezen dat de drang naar een hogere voedselproductie tot een toename van de industriële teelt van een beperkt aantal gewassen leidt. Deze methodes hebben voor de rijke landen gewerkt maar zijn mogelijk niet geschikt voor de arme plattelandsbevolking in de ontwikkelingslanden.
"Wanneer de prijzen te laag zijn, hebben de boeren geen geld", zegt Roberto Ridolfi, van EuropeAid, de dienst voor samenwerking van de Europese Unie.
"Als de prijs zonder transport zelfs niet voldoende is voor de calorieën die ze verbranden bij het ploegen, dan is dat absurd. Maar wanneer de prijzen hoog zijn, worden arme mensen zeer kwetsbaar. Wat er ook gebeurt, het is slecht nieuws voor arme mensen."

Kleine boeren motiveren
Door kleine boeren te helpen uit de armoede te geraken, zijn ze niet langer een deel van het probleem maar van de oplossing. "We zijn niet degenen die de wereld voeden, de boeren zijn dat", zegt Benyamin Lakitan van het Indonesische ministerie voor Ontwikkeling. "We moeten de boeren motiveren om de productiviteit op te voeren.
"Het probleem is dat de welvaart van boeren in de ontwikkelingslanden decennialang niet gestegen is. Financiële stimuli voor boeren vormen de sleutel tot de oplossing."

Verliezen beperken
Volgens dr. Warwick Easdown van het World Vegetable Centre in Taiwan gaat te veel aandacht naar productie en te weinig naar het beperken van verliezen. "In het domein waar ik werk, groenten, zijn er zeer hoge verliezen bij bederfbare gewassen, meestal tot 50 procent, en zelfs in ontwikkelde landen kennen we na de oogst verliezen van 15 procent. Maar dat heeft tot nog toe weinig aandacht gekregen.
"Easdown vreest ook dat te weinig aandacht naar de kwaliteit van de dagelijkse maaltijd zal gaan. "Je kan gewoon niet overleven op rijst alleen. We weten dat in veel landen tot 70 procent van alle energie uit één hoofdbestanddeel komt en dat leidt tot ongezonde voedingsgewoontes."Er kan ook wat druk van het voedselsysteem gehaald worden door de overconsumptie in de rijke landen tegen te gaan, zegt Easdown. "Nu hebben we meer mensen met overgewicht en zwaarlijvigheid dan er mensen honger lijden, en toch willen we meer voedsel produceren."

Paul Virgo

_____________________________________________________________________________________


Vlees eten desastreus voor het klimaat

Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie van vlees aan banden te leggen.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het in oktober gepubliceerde rapport Growing within Limits.

Volgens het planbureau zijn er voor de dreigende milieuproblemen voldoende betaalbare oplossingen voorhanden, maar moet de overheid op de schop om de voorwaarden voor een duurzame economie te creëren. Zo moeten politici onder meer leren om verder vooruit te plannen en moet er maatschappijbreed worden gekozen voor een groene economie. Wanneer de overheid haar beleid niet omgooit, worden de dramatische gevolgen voor het milieu halverwege de eeuw merkbaar, zoals de Club van Rome al voorspelde in 1972.

Hoofdtaken zijn volgens de onderzoekers het afremmen van de temperatuurstijging en het stoppen van het verlies van biodiversiteit (de verscheidenheid aan genen, soorten en ecosystemen). Als er niet wordt ingegrepen is de gemiddelde temperatuur tegen het jaar 2100 met zo'n 4 graden Celsius gestegen. Ook zal de biodiversiteit in 2050 met ongeveer 40 procent zijn afgenomen.

Om het klimaat te beschermen moeten rijke landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Wereldwijd moeten de emissies tot de helft van het huidige niveau worden teruggebracht.

Om het verlies van biodiversiteit te bestrijden moet de landbouwproductiviteit omhoog, zodat er minder landbouwgrond nodig is. Naast een efficiënter gebruik van grond betekent dat onder meer dat de consumptie van vlees omlaag moet.

Het totale kostenplaatje voor de beoogde hervormingen bedraagt jaarlijks 1 tot 2 biljoen euro. Dat is ongeveer 2 procent van het globale bruto nationaal product, aldus de onderzoekers.

(Nieuwsbrief Ned. Vegetariërs Bond 4 november 2009)

Bron: ANP


_____________________________________________________________________________________


Mexico zet licht op groen voor transgene maïs

MEXICO, 18 oktober 2009 (IPS) - De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.

In 1999 was een moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de Mexicaanse regering het opgeheven.

De Amerikaanse multinational Monsanto, die zo goed als een wereldmonopolie heeft op de productie van zaden, kreeg toestemming voor twee proefvelden van transgene witte maïs, in de oostelijke deelstaat Tamaulipas en de noordelijke deelstaat Chihuahua.

Daardoor "staat men de contaminatie toe van een van de belangrijkste herkomstgebieden op de planeet", zegt Aleira Lara van Greenpeace. Volgens Adelita San Vicente, directeur van de ngo Semillas de Vida ("Zaden van leven") zal de beslissing "nadelig zijn voor de kleine maïsproducenten".

Via een oproep die vrijdag in de nationale kranten verscheen, vragen ngo's, intellectuelen en wetenschappers een moratorium op transgene maïs in te stellen.

In een studie die op vraag van het Mexicaanse ministerie van Leefmilieu uitgevoerd is, bevelen experts zo'n moratorium aan zolang men de herkomstgebieden en genetische diversiteit niet precies gedefinieerd heeft.
In 1999 was zo'n moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de Mexicaanse regering het opgeheven.

Besmet
In 2001 al stelden de Mexicaanse bioloog Ignacio Chapela en zijn Amerikaanse David Quist vast dat inheemse maïs in de zuidelijke deelstaat Oaxaca met twee transgene variëteiten besmet was. Hun studie verscheen in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Maïs is een basisbestanddeel in maaltijden van inheemse volken in Mexico en Centraal-Amerika. Mexico telt acht miljoen hectare maïs, goed voor een productie van 21 miljoen ton. Die wordt gerealiseerd door meer dan twee miljoen kleine producenten.

Van transgene maïs is de genetische code in het laboratorium gewijzigd zodat de gewassen bijvoorbeeld minder kwetsbaar zijn voor ziekten. Grote landbouwproducenten in het noorden vragen de regering al geruime tijd om transgene maïs te mogen telen om zo betere en grotere oogsten te hebben. De huidige productie is te laag om aan de interne vraag naar maïs te voldoen en daarom voert het land jaarlijks 10 miljoen ton uit de VS in.

Zware druk

De ngo's beschuldigen de regering van Felipe Calderón ervan de wet op de bioveiligheid te overteden, die sinds 2005 de herkomstgebieden moet beschermen. Volgens Lara en San Vicente oefent de biotechnologische industrie zware druk uit om toestemming te krijgen voor zijn transgene gewassen. Voor transgene maïs kreeg de Mexicaanse overheid al 35 aanvragen.

Boeren- en milieuorganisaties hebben zich verenigd in de campagne 'Sin maíz no hay país' ("zonder maïs bestaat het land niet"). De alliantie kondigt acties aan tegen de experimenten.

Auteur: Emilio Godoy.

_____________________________________________________________________________________


Afrika produceert meer voedsel
BRUSSEL, 13 oktober 2009 (IPS)

Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.

Daarmee is de voedselproductie sneller gestegen dan de bevolking, die met 2 procent groeide. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is de stijging te danken aan nieuwe technologie, maar ook aan een beter landbouwbeleid in verschillende landen en aan de hogere voedselprijzen, die de landbouwproductie stimuleren.

"Beter landbouwkundig onderzoek heeft gewassen opgeleverd die goed afgestemd zijn op specifieke Afrikaanse regio's" zegt Hilary Clarke van de FAO. "Zo heeft de 'New Rice for Afrika (NERICA), droogteresistente rijst met een hoge opbrengst, tot betere oogsten geleid in West-Afrika en Oeganda."

Daarnaast is ook het waterbeheer verbeterd. Door water op te slaan voor drogere periodes en een betere irrigatie zijn boeren minder kwetsbaar geworden voor onregelmatige neerslag.

Het rapport benadrukt dat Afrika nog steeds tegen enorme uitdagingen aankijkt. Er is "doortastende actie" nodig om nog meer te investeren in technologie en er voor te zorgen dat die bij de boeren terechtkomt. Afrika moet ook beter gebruik maken van het beschikbare land en water als het de groei wil volhouden.

Tot slot waarschuwen de auteurs ook voor de gevolgen van de klimaatverandering voor het continent. Afrika moet snel maatregelen nemen om zich voor te bereiden op die gevolgen, zeggen ze, omdat ze in sommige landen tot de helft van de oogst verloren kunnen doen gaan.

Auteur: Joren Gettemans.


_____________________________________________________________________________________


Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten van biobrandstof
Bron PALA/ 13 okt. 2009

Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit zijn er meestal de dupe van.

Binnen de afdeling Economische en Sociale Ontwikkeling van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) is momenteel een heftige discussie aan de gang over de gevolgen van deze nieuwe 'landroof' voor de voedselvoorziening en de klimaatverandering in Afrika. Aan de ene kant staan kritische milieu- en boerengroepen die spreken van een nieuwe en ongecontroleerde kolonisatie van Afrika, aan de andere kant heeft de Afrikaanse landbouwsector dringend nood aan extra investeringen indien het continent de Millenniumdoelstellingen op het vlak van voedselveiligheid wil halen tegen 2015. Volgens recente cijfers van de FAO zou er elk jaar voor 30 miljard dollar moeten worden geïnvesteerd in de Afrikaanse landbouwsector. Achter de schermen van belangrijke spelers als de Europese Unie, de OESO en de VS zijn machtige lobbygroepen actief om gedaan te krijgen dat multinationale bedrijven volop kunnen investeren in de productie van plantaardige brandstoffen. In Europa ontbreken de ruimte of de klimatologische omstandigheden voor de aanleg van grootschalige plantages. Afrika komt dan in zicht. Sinds de EU de doelstelling heeft vooropgesteld om tegen 2020 ten minste 20 procent van de fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare energiebronnen, is de zoektocht naar lucratieve alternatieven big business geworden. Al zijn de laatste tijd al wat kleine spelers op de markt over de kop gegaan door de economische crisis. De grote bedrijven verdelen de markt onder elkaar, aangemoedigd door de financiële incentives van de EU. In Zweden heeft de regering recent beslist om de transportsector tegen 2030 volledig vrij te maken van fossiele brandstoffen. Als gevolg daarvan zijn Zweedse bedrijven in een hevige concurrentie gewikkeld om alternatieve brandstoffen te ontwikkelen, ook via plantages in Afrika. Twee Zweedse producenten van 'tweede generatie' (o.a. houtpulp) biobrandstoffen, SweTree Technologies en SEKAB, zitten in de raad van bestuur van de European Biofuels Technology Platform (EBTP), een industriële lobbygroep die goede contacten heeft bij de Europese Commissie. Directeur Björn Hägglund van SweTree (ex-CEO van papierfabrikant STORA) is tevens voorzitter van de Zweedse afdeling van WWF, het Wereldnatuurfonds, een van de twee NGO's die openlijk betrokken zijn bij het EBTP.

Plantages van biobrandstoffen vormen niet alleen een bedreiging voor de biodiversiteit, maar doen ook de lokale voedselprijzen stijgen. Uit cijfers van IFAD (International Fund for Agricultural Development) blijkt dat sinds 2004 in Mali, Ghana, Sudan, Ethiopië en Madagaskar 2,5 miljoen hectare grond in handen in gekomen van internationale bedrijven. De overgrote meerderheid van die gronden was in gebruik door lokale boeren, de rest was meestal bos. Boeren werden gedwongen om te verhuizen of werk te zoeken buiten de landbouwsector. Bedrijven worden aangetrokken door het vooruitzicht op snelle winsten in een omgeving die weinig of geen milieu- of arbeidswetgeving kent. Bovendien kunnen de bedrijven rekenen op speciale investeringsfondsen van de EU.

In Ethiopië wil de regering minder afhankelijk worden van de import van (dure) olie en is daarom al te graag bereid in zee te gaan met internationale producenten van biomassa. Dat dit beleid haaks staat op de wens om ook de voedselveiligheid te garanderen, blijkt uit de confrontaties tussen traditionele boerengemeenschappen en bedrijven. Boeren die geen officiële eigendomsrechten kunnen aantonen, worden van hun gronden verdreven. Bossen worden in hoog tempo gekapt met alle gevolgen van dien. Indien Ethiopië zijn (beperkte) consumptie van 29.000 vaten olie per dag zou willen vervangen door hernieuwbare energiebronnen moet minstens 24 procent van het land in gebruik worden genomen. Dit zal de druk op kwetsbare gebieden enorm doen toenemen. De EU moet dus goed afwegen welke belangen ze vooropstelt: de biobrandstoffen of de voedselveiligheid in Afrika. (JVC)


_____________________________________________________________________________________


Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel

Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede in landelijke gebieden.

Uit recente rapporten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) blijkt dat vrouwen in ontwikkelingslanden en dan vooral in de rurale gebieden van Zuid-Azië en grote delen van Afrika nog altijd aankijken tegen een enorme achterstand in ontwikkelingskansen in vergelijking met mannen en vrouwen in meer verstedelijkte gebieden. Toch zijn vrouwen er vaak de spil van de voedselproductie en presteren ze veel onbetaalde en ondergewaardeerde arbeid voor hun gemeenschap. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werken er wereldwijd 428 miljoen vrouwen in de landbouwsector tegenover 608 miljoen mannen. In vele ontwikkelingslanden blijft de landbouw de belangrijkste sector voor werkgelegenheid van vrouwen: 68 procent in Afrika ten zuiden van de Sahara en 61 procent in Zuid-Azië. 25 procent van de kinderen in rurale gebieden maakt de lagere school niet af, tegenover maar 16 procent van de kinderen in stedelijke gebieden. Bovendien hebben jongens nog altijd een (kleine) voorsprong, wat de ontwikkelingskansen van vrouwen ook in de toekomst nog hypothekeert. Meisjes moeten al erg jong de verantwoordelijkheid dragen voor allerlei huishoudelijke taken en de zorg voor jongere kinderen. De toegang tot basisgezondheidszorg is meestal erg beperkt in landelijke gebieden. Voor zwangere vrouwen zijn er nauwelijks voorzieningen zodat ze moeten blijven werken tot vlak voor de bevalling en onmiddellijk daarna, wat voor een deel de hoge moedersterftecijfers kan verklaren.

Zeventig procent van de armen in ontwikkelingslanden leeft op het platteland. En slechts twee procent van de landbouwgrond is er eigendom van vrouwen. Omdat vrouwen zelden de eigendomsrechten bezitten van de grond die ze bewerken, kunnen ze ook makkelijk de toegang tot die grond verliezen en zo in een positie van totale afhankelijkheid terechtkomen. Voor vrouwen is het ook moeilijk om aan voldoende krediet te geraken, zeker als ze in een positie terechtkomen van alleenstaande moeder zonder noemenswaardige bezittingen. Een bijkomend probleem is de sterke migratiestroom van mannen die in de stedelijke gebieden op zoek gaan naar werk buiten de landbouw. Vrouwen blijven dan meestal alleen achter in de dorpen zonder voldoende middelen om weg te raken uit de structurele armoede. Vrouwen en kinderen worden ook zwaarder getroffen door de gevolgen van de wereldwijde klimaatverandering en zijn kwetsbaarder bij grootschalige natuurrampen.

De VN roept daarom alle lidstaten op om dringend werk te maken van de toepassing van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women, de enige mensenrechtenconventie die ook expliciet de achterstand van rurale vrouwen aan de kaak stelt.

(Jan Van Criekinge)



_____________________________________________________________________________________


Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Joren Gettemans
BRUSSEL, 10 september 2009 (IPS) - De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.

Het volume vis uit aquacultuur verdriedubbelde bijna tussen 1995 en 2007. Dat is voor een deel het gevolg van de stijgende vraag naar omega-3-vetzuren, die goed zijn tegen hart- en vaatziekten. "Aquacultuur zal in 2009 de helft van de vis en zeedieren voor menselijke consumptie uitmaken", schrijven de wetenschappers van de Universiteit van Stanford in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Wilde vis
"De snelle expansie wordt gevoed door de enorme vraag", zegt hoofdauteur Rosamond Naylor, professor aan de Universiteit van Stanford. "Onze honger naar omega-3-vetzuren blijft een enorme druk op het ecosysteem, tenzij we op korte termijn rendabele alternatieven kunnen ontwikkelen."
Om de dieren snel te doen groeien en de smaak te optimaliseren, gebruiken de viskwekerijen tonnen visvoer en visolie die afkomstig is van minder waardevolle soorten die in het wild gevangen worden, zoals sardienen en ansjovis. "Om één kilo zalm te kweken is er bijvoorbeeld vijf kilo aan wilde vis nodig", zegt Naylor.
Vegetarische vissen zoals Tilapia kunnen gevoed worden met planten en zijn in principe dus een pak beter voor het milieu. Maar begin jaren negentig begonnen viskwekerijen ook aan die vissen visvoer te geven om hun opbrengst te verhogen.

Milieuproblemen
De enorme honger naar wilde vis is niet het enige milieuprobleem van viskwekerijen. Uit een rapport van het Amerikaanse Government Accountability Office in mei 2008 blijkt dat door de kwekerijen grote hoeveelheden geconcentreerd visvoer, afval, chemicaliën en antibiotica in de oceanen terechtkomen. Bovendien brengen ontsnapte vissen het lokale ecosysteem in gevaar en verspreiden ze ziektes en parasieten.
De onderzoekers breken een lans voor alternatieven, zoals gesloten viskwekerijen op het land, die gebruik maken van een circulair systeem dat gebruikt water zuivert. Op die manier kan er geen vis ontsnappen, is er geen vervuiling met afval, antibiotica of chemicaliën en geen kans op besmetting.

_____________________________________________________________________________________


Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Rudy Pieters

BRUSSEL, 7 september 2009 (IPS) - Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.

Naarmate de temperaturen stijgen, zal het varkensvlees natter en bleker worden. Het rundvlees zal magerder en donkerder worden, weinig smaak bevatten en sneller bederven.
De oorzaak is hittestress tijdens het transport naar het slachthuis. Bij runderen treedt die stress al op vanaf 20 graden Celsius, bij varkens vanaf 31 graden. "We kunnen er zeker van zijn dat deze schadelijke temperaturen vaker zullen voorkomen als gevolg van de klimaatwijziging", zegt Neville Gregory, professor dierkunde aan de Universiteit van Londen.
Gregrory bestudeert al meer dan tien jaar hoe de vleeskwaliteit verandert onder invloed van de temperatuur waarin de dieren gehouden worden. Over dit fenomeen, dat tot nog toe weinig onderzocht werd, publiceerde Gregory deze maand een artikel in het vakblad Food Research International.

Nat, wit vloeipapier
Door hittestress verzuurt het varkensvlees sneller meteen na het slachten. Daardoor vallen de spierproteïnen uit elkaar en dat is nefast voor de structuur van het vlees, zegt Gregory. Hij vergelijkt het varkensvlees dat in die omstandigheden ontstaat, met "nat, wit vloeipapier".
Het vlees van koeien die aan hittestress lijden, heeft een hogere zuurgraad dan die van varkens. Daardoor houden de proteïnen water vast en komt er geen zuurstof in het vlees. Vlees zonder zuurstof ziet er donkerder uit.
Normand St-Pierre van de Amerikaanse Ohio State University nuanceert Gregory's verhaal. Veekwekers zullen steeds vaker gebruik maken van koeltechnologie om de gevolgen van de klimaatwijziging tegen te gaan, zegt hij in het blad New Scientist.


_____________________________________________________________________________________


Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja

BRUSSEL, 27 augustus 2009 (IPS) - De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.

De studie onderzocht wat de voorbije vijftig jaar het effect van het weer was op de Amerikaanse oogsten van maïs, katoen en soja. Ze kwamen tot de vaststelling dat de oogsten met 0,6 procent daalden voor elke "graaddag" met een temperatuur boven 29 graden.
Een graaddag, een meeteenheid die de onderzoekers hebben ontwikkeld, geeft aan hoever het kwik boven 29 graden is gegaan en hoe lang het boven die drempel is gebleven.

Daling tot 82 procent
Op dit moment telt de VS gemiddeld 57 graaddagen boven 29 graden tijdens het groeiseizoen. Als er niets verandert aan de uitstoot van broeikasgassen en de aarde verder opwarmt, dan kan het aantal graaddagen tot 413 groeien tegen het einde van de eeuw. De maïsoogst zou dan met 82 procent dalen.
Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 tot 50 procent van het niveau van 1991 daalt, zullen de verliezen aanzienlijk zijn, 30 tot 46 procent, schatten de onderzoekers.
De impact van de dalende oogsten in de VS zal in de hele wereld te voelen zijn, zeggen onderzoekers. Het land is goed voor 40 procent van de wereldwijde maïs- en sojaproductie. "Als de Amerikaanse oogsten sterk dalen, dan kan dat de voedselprijzen in de hele wereld opdrijven", zeggen ze.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wolfram Schlenker van de Columbia-universiteit (New York) en Michael Roberts van de North Carolina-staatsuniversiteit (Raleigh)

Auteur: Rudy Pieters.


_____________________________________________________________________________________



De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model

26 augustus 2009 (MO) - Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.

Eind juni kwamen wereldleiders in New York samen op de driedaagse VN-Conferentie over de Wereldwijde Financiële en Economische Crisis en haar Impact op Ontwikkeling. Sommige landen zagen die top als een mogelijk alternatief voor de G20-bijeenkomst begin april in Londen, waar staatshoofden van de twintig leidende en opkomende economieën zich bogen over de crisis.
Die G20 was geen flop maar leidde evenmin tot fundamentele veranderingen. Bovendien werden heel wat taken naar het Internationaal Muntfonds (IMF) doorgeschoven, dat volgens sommigen door zijn beleid van deregulering juist mee de crisis veroorzaakte en waar de rijke landen de plak zwaaien. Veel ontwikkelingslanden waren daar niet gelukkig mee en zien in de VN -een club van 192 lidstaten- een forum waar ze wel inbreng hebben.
Onder impuls van Miguel d'Escoto, de Nicaraguaanse voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, groeide het idee om een VN-conferentie over de crisis te organiseren. Met het oog daarop riep d'Escoto de Stiglitzcommissie in het leven, een commissie met kritische experts uit alle windstreken onder leiding van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar economie Joe Stiglitz. Die commissie produceerde een rapport dat vernieuwende antwoorden gaf, maar de vraag bleef wat de VN-top daarvan zou overnemen. Niet al te veel, zo blijkt nu.

Kleine maar belangrijke stap
De radicale ontwikkelingslanden achter d'Escoto wilden dat de top hier en nu het kapitalisme zou hervormen. De VS wilden zo weinig mogelijk. De EU en meer gematigde ontwikkelingslanden die in de G20 zetelden, zorgden voor een compromis: de tekst legt zich toe op de link tussen de crisis en ontwikkeling.
Wat opvalt, is dat soms een andere toon wordt aangeslagen dan we gewoon waren geraakt. Zo erkennen nu kennelijk alle landen dat overdreven geloof in zelfregulerende markten mee tot de crisis heeft geleid. Er wordt zelfs erkend dat ontwikkelingslanden tijdelijk kapitaalcontroles mogen invoeren en dat ze -meer algemeen- meer hun eigen beleid moeten kunnen bepalen.
Opmerkelijk is de oproep voor een effectief toezicht vanwege het IMF op de grote financiële centra. De Stiglitzcommissie hamerde erop dat internationaal toezicht vooral moet focussen op systemisch belangrijke landen wiens beleid mondiale gevolgen heeft, in plaats van op de kleintjes.
De VN nemen dat over maar wijzen dat toezicht wel toe aan het IMF, waar juist die grote landen het voor het zeggen hebben. 'De VN-top blijft de leidende rol van het IMF aanvaarden', zegt Raman Mehta van de ngo Action Aid teleurgesteld. Opvallend is de oproep aan het IMF om niet langer voorwaarden aan ontwikkelingslanden op te leggen die de crisis erger maken.
Al bij al zijn er weinig concrete toezeggingen. De oproep van de Stiglitzcommissie om één procent van de stimulusprogramma's van de rijke landen in ontwikkelingslanden te besteden viel in dovemansoren.
'Meer zat er niet in op dit moment', aldus de Chinese professor Yu Yongding, lid van de Stiglitzcommissie. 'Dit is slechts een begin, al weet ik niet of de volgende president van de Algemene Vergadering, een Libiër, iets zal ondernemen om dit proces verder te zetten.' Dat was ook de mening van Stiglitz: een kleine maar niet onbelangrijke stap naar meer politieke globalisering.

Meer sociale bescherming
De Stiglitzcommissie benadrukte dat een uitrit uit de crisis veronderstelt dat de economie voortaan meer steunt op reële inkomensgroei van werkende mensen, in plaats van op krediet aan gezinnen en sommige staten. Daarbij is sociale bescherming in opkomende landen belangrijk, zodat pakweg Chinezen en Brazilianen minder moeten sparen en meer kunnen uitgeven. De VN-top roept om betere sociale bescherming maar de oproep krijgt geen concrete vorm.
Meer sociale bescherming, minimumlonen, jobcreatie door overheden… figureren prominent in het Globale Jobspact dat eveneens in juni door de Internationale Arbeidsorganisatie werd goedgekeurd. ACV-voorzitter Luc Cortebeeck licht toe: 'Toegegeven, wat er van die enorme waslijst voorstellen uit het pact komt, blijft afwachten. Er is nog geen opvolgingsmechanisme voor het pact; de IAO moet dat nog uitwerken. Maar toch, het is iets. We gaan het voorleggen aan de G20 van Pittsburgh in september.'
Het handelsonevenwicht tussen de VS en China lag mee aan de basis van de crisis en dat kernprobleem van de globalisering bleef onaangeroerd in de G20. Ook de VN-top fietste er omheen.
Joaquin Almunia, Europees commissaris voor Economische Zaken, toonde zich op een ontbijtdebat bij het ABVV optimistisch: 'In principe streven de EU en China hetzelfde na: China wordt een welvaartstaat zoals wij en het werkt aan de uitbouw van zijn sociale bescherming -pensioenen en betaalbare gezondheidszorg. Waardoor de Chinezen meer zullen consumeren wat ze zelf produceren in plaats van het uit te voeren. Probleem is dat je die spaargewoontes van de Chinezen niet in een handomdraai kan veranderen.'
De VN-tekst breekt evenmin potten inzake controle op financiële producten. De Bank voor Internationale Betalingen, de bank der centrale banken -en dus het walhalla van de centrale bankiers- sprak forsere taal: hij riep in zijn jaarrapport op om financiële producten te screenen zoals geneesmiddelen. Sommige financiële producten zouden daarbij als zeer veilig moeten worden geklasseerd, andere als riskant en nog andere als illegaal.

Handel en milieu
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. Dat blijkt ook uit een nieuw rapport van de Wereldhandelsorganisatie en het VN-Milieuprogramma over de link tussen handel en milieu. Daarin staat dat handel door het toegenomen transport negatieve milieugevolgen heeft, maar door de verspreiding van moderne technologieën ook positief kan zijn voor het milieu. Het rapport erkent evenwel dat de negatieve gevolgen doorgaans iets groter zijn dan de positieve.
Verder staat in het rapport, en dat is toch opvallend, dat een land niet noodzakelijk strijdig is met WTO-regels wanneer het producten belast afkomstig uit een land zonder klimaatmaatregelen terwijl het zelf die maatregelen wel treft. Kwestie van de competitie niet te vervalsen, of te voorkomen dat vervuilende bedrijven delokaliseren.
Dat betekent concreet dat de EU die over een systeem voor handel in emissierechten beschikt, producten uit China zou kunnen belasten. Zeker, het land dat zijn uitvoer op die manier belast ziet, kan klacht indienen bij de WTO, maar of het ook gelijk krijgt, hangt af van hoe correct de taks wordt geheven.
In de VS keurde het Huis van Afgevaardigden al een klimaatplan goed dat zo'n grenstax wil heffen, waarop India al kwaad reageerde. De mondialisering kende tot nu toe zwakke milieuregels. Of daar op deze manier kan worden aan verholpen, zal moeten blijken.

Auteur: John Vandaele.

_____________________________________________________________________________________


Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade

ADDIS ABEBA, 25 augustus 2009 (IPS) - De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Afrikaanse experts en hoge vertegenwoordigers van lidstaten van de Afrikaanse Unie (AU) adviseren Afrika om tussen 69 en 200 miljard dollar per jaar te eisen van de rijke landen, als compensatie voor de klimaatschade.
Afrika krijgt de hardste klappen als gevolg van de klimaatverandering, maar draagt volgens deskundigen zelf nauwelijks bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de opwarming van de aarde zouden veroorzaken. De uitstoot komt grotendeels voor rekening van de rijke landen.

Ziekten en oorlogen
Volgens de Afrikaanse Unie heeft een gebrek aan eenheid binnen Afrika er in het verleden voor gezorgd dat de belangen van het continent niet goed behartigd zijn. De Afrikaanse landen willen het nu anders aanpakken. Tijdens de gisteren afgesloten bijeenkomst in Addis Abeba is gesproken over een gezamenlijk standpunt voor de conferentie in december in Kopenhagen.
De details van het plan zijn nog niet vrijgegeven. Het is dus nog niet duidelijk hoeveel geld elk ontwikkeld land zou moeten betalen en voor hoe lang. Ook is nog niet duidelijk hoe het geld over het continent verdeeld zou moeten worden en wie controleert hoe het besteed wordt.
Meer informatie wordt verwacht nadat het voorstel is goedgekeurd door de Afrikaanse regeringsleiders. Zij buigen zich op 31 augustus in Tripoli (Libië) over het plan. Ethiopië is genomineerd om een leidende rol te spelen bij de onderhandelingen, als hoofd van de recent gevormde Conference of African Heads of State and Government on Climate Change (CAHOSCC).
"De Afrikaanse ontwikkelingsdoelen staan op het spel als er niet snel iets gedaan wordt om de gevolgen van de klimaatverandering aan te pakken", zei Jean Ping, commissievoorzitter van de AU, tijdens de conferentie. "De klimaatverandering zal invloed hebben op de productiviteit, zorgen voor een toename van ziekten en armoede en conflicten en oorlogen uitlokken."
Eerder dit jaar riep de Ethiopische premier Zenawi rijke landen op om Afrika te compenseren voor de klimaatverandering, met het argument dat de vervuiling op het noordelijk halfrond wellicht de oorzaak is geweest van de dramatische hongersnoden in zijn land in de jaren tachtig.

Auteur: Omer Redi Ahmed.


_____________________________________________________________________________________


Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen

Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.

Als de enorme boom ter aarde stort, lijkt het alsof hij door het gekraak heen ook een laatste zucht slaakt. 'Zonde', denk je als je zo'n prachtig gevaarte tegen de vlakte ziet gaan. De boom komt uit Bolivia, een land dat nog een groot areaal aan bos heeft doordat het zo afgelegen ligt.
Omdat Bolivia rijk is aan hout, is de Nederlandse parketfabrikant INPA naar Bolivia gekomen. Het bedrijf heeft er een stuk bos gekocht met een oppervlakte van 300 vierkante kilometer en een fabriek gebouwd in de plaats Concepcion. Dat gehucht in het tropische oostelijke deel van Bolivia ligt niet ver van het eigen bos.

Jonge aanwas
De fabrikant gebruikt het bos duurzaam. Het gebied is verdeeld in blokken. In elk van die blokken wordt maar eens in de 25 jaar gekapt. En dan gaan lang niet alle bomen tegen de vlakte: alleen de grote exemplaren. Daardoor komt er plaats vrij voor jonge aanwas. Die wordt niet geplant, maar groeit uit het zaad dat de andere bomen vanzelf laten vallen. Op deze manier blijft het bos zichzelf steeds genereren.
Een prachtig systeem dus eigenlijk, maar een systeem waarvoor je wel enorm veel bosland nodig hebt. Het Nederlandse bedrijf heeft aan z'n eigen bos niet genoeg, maar haalt nog eens anderhalf keer zo veel extra hout uit de bossen die worden beheerd door inheemse stammen. Het werkt daarvoor onder meer samen met de gemeenschap van Santa Monica die bestaat uit tweehonderd mensen. Die hebben geen eigen apparatuur. Ze kunnen daarom niet anders dan hun bomen als boom verkopen. INPA komt dan met zijn eigen zware machines het bos in om de bomen om te zagen en naar de fabriek te brengen. Ook dat hout wordt overigens duurzaam verbouwd.

Dorpshoofd
Voor de inheemse groepen is het geen ideale situatie. Het dorpshoofd vertelt dat hij tevreden is over de samenwerking met de Nederlanders omdat die zich goed aan hun afspraken houden en op tijd betalen. Maar liever zou hij een eigen houtzagerij in het dorp beginnen. Dan kan het dorp het hout tegen een betere prijs aan marktpartijen verkopen. Aan platgooien van het oerwoud voor de veel lucratiever verbouw van soja denkt hij niet: het dorp leeft traditioneel van het bos en doet daarnaast alleen aan wat landbouw en veeteelt.
Maar anderen denken wel aan soja. Paul Roosenboom, die met zijn zus Ella eigenaar is van INPA, werkt al ruim twintig jaar in Zuid-Amerika. Hij heeft al veel bos zien verdwijnen. Zijn eerste fabriek bouwde hij in Paraguay, maar daar is inmiddels zoveel bos weg dat het steeds moeilijker wordt om grondstoffen te krijgen. Daarom kocht zijn bedrijf tien jaar geleden het bos in Bolivia. Inmiddels staat er ook een fabriek.

Bulldozer
Roosenboom heeft er een hard hoofd in of het bos in Bolivia wel zal blijven bestaan. Overal om zijn bedrijf heen ziet hij niet alleen bomen verdwijnen door illegale kap, hij ziet ook steeds meer sojaboeren komen. ,,Die zijn helemaal niet geïnteresseerd in hout. Het liefst duwen ze met een bulldozer de bomen om, want dan gaan de wortels meteen mee. Dan steken ze wat er nog over is in brand", vertelt Roosenboom.
Voor de inheemse gemeenschappen is de komst van de sojaboeren geen goed nieuws. In Brazilië bleek de komst van de sojaboeren maar kort welvaart te bieden. Na een tijdje trokken zij weer verder, de grond uitgeput achterlatend. Daarna vervielen de gemeenschappen weer in hun oude armoede. En dan ook nog zonder bos.


Garrie van Pinxteren

_____________________________________________________________________________________


Water: mensenrecht of economisch goed?
Thalif Deen

NEW YORK, 14 augustus 2009 (IPS) - De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als een mensenrecht.

We hebben absoluut nood aan een conventie of verdrag omtrent het recht op water, om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog water ontzegd kan worden omdat ze niet kunnen betalen", zegt Maude Barlow, topadviseur van de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN. "We moeten water als mensenrecht beschermen", zegt ze.
Dat voorstel voor een conventie kan het beste gedaan worden door de VN-Mensenrechtencommissie in Geneve, vindt Barlow, maar het zou best zijn mochten de 192 lidstaten van de Algemene Vergadering ze ratificeren.
Volgens de Verenigde Naties hebben bijna 880 miljoen mensen, het merendeel in de ontwikkelingslanden, onvoldoende toegang tot zuiver water. Tegen 2030 zou bijna vier miljard mensen in streken leven met ernstige waterproblemen, met name in Zuid-Azië en China.
Uit een studie van het milieuagentschap van de VN, UNEP, blijkt dat de globale markt voor watervoorziening en waterzuivering goed is voor 250 miljard dollar wereldwijd, en dat die nog zal groeien met bijna 660 miljard dollar tegen 2020.

Verenigde Staten
Volgens Patricia Jones, waterdeskundige en manager van het Environmental Justice Programme bij de mensenrechtenorganisatie Unitarian Universalist Service Committee, onderhandelden de Verenigde Staten tegen de aanstelling van een speciale VN-rapporteur voor het mensenrecht op water tijdens een stemming in de Mensenrechtencommissie in maart 2008. Toch werd een onafhankelijke deskundige aangewezen, die de reikwijdte van het mensenrecht op water en sanitaire voorzieningen moest vastleggen.
"Die tegenstand van de vorige Amerikaanse regering is nu aan het veranderen", zegt Jones. Ze verwijst naar de toespraak van president Barack Obama bij zijn aantreden, waarin hij de bevolking van arme landen beloofde "met hen samen te werken om hun boerderijen te doen floreren en schoon water te doen stromen."

Reactie
Volgens Barlow is er een reactie op gang aan het komen tegen de privatisering van watervoorziening. "We zijn met succes het besef aan het introduceren dat water een publieke aangelegenheid is, en door de bevolking beheerd moet worden", zegt ze. "Maar we moeten waakzaam blijven voor nieuwe vormen van privécontrole: watermarkten en waterhandel, waterbanken en speculatie dreigen aan de horizon."
Volgens Barlow moet de internationale gemeenschap ook de "supermachten" goed in de gaten houden, omdat die buiten hun grenzen op zoek gaan naar watervoorziening, net zoals ze dat voor olie deden. China bijvoorbeeld is een leiding aan het bouwen die water uit de Tibetaanse Himalaya aanvoert.
IPS(JG, RP)

_____________________________________________________________________________________


Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren

NEW YORK, 3 augustus 2009 (IPS) - Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.


Donorlanden hebben eerder dit jaar 324 miljoen dollar (228 miljoen euro) hulp toegezegd voor de komende twee jaar. Door die hulp zal de Haïtiaanse regering ondanks de crisis in 2010 nog iets meer kunnen uitgeven dan dit jaar, schat Claude Fignole, de directeur van de hulporganisatie ActionAid Haiti.
De aandacht voor het armste land van het westelijk halfrond heeft veel te maken met de benoeming van de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton als speciale VN-gezant voor Haïti. In maart kreeg het land ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon op bezoek.

Labiele situatie
Experts waarschuwen dat de hulp aan Haïti de komende jaren niet mag worden teruggeschroefd. De sociale situatie in het land blijft labiel nadat er in april 2008 rellen waren uitgebroken naar aanleiding van de stijgende voedselprijzen. De onlusten kostten het leven aan vijf Haïtianen en dwongen de toenmalige premier Jacques-Edouard Alexis tot ontslag.
Daarna richtten orkanen ook nog eens schade aan op meer dan 70 procent van de Haïtiaanse akkers. Ook de wegen hebben zwaar onder het noodweer geleden en zijn nog altijd niet hersteld.
De Haïtiaanse regering houdt sinds april vorig jaar de voedselprijzen kunstmatig laag, maar toch kosten levensmiddelen nog altijd meer dan het gemiddelde van de afgelopen vier jaar. Intussen sturen Haïtiaanse emigranten minder geld naar huis, een gevolg van de economische crisis. Die geldstroom is goed voor een vijfde van het Haïtiaanse bruto binnenlands product.
Volgens de Ad Hoc Adviesgroep over Haïti van de VN is de voedselbevoorrading van meer dan een derde van de Haïtiaanse bevolking onzeker. In afgelegen gebieden, waar moeilijk voedselhulp kan worden geleverd, wordt er echt honger geleden.
De adviesgroep raadt de Haïtiaanse regering en de internationale gemeenschap aan snel werk te maken van extra banen en meer buitenlandse investeringen om de sociale situatie te stabiliseren. Buiten de VS zouden ook andere rijke landen Haïtiaanse producenten bevoorrechte toegang kunnen bieden voor hun exportgoederen. Haïti zou ook vrijhandelszones kunnen opzetten om meer buitenlandse bedrijven aan te trekken.

Beter af zonder buitenlandse raad
Maar sommige critici oordelen dat Haïti beter af zou zijn zonder al die goede raad. "De internationale gemeenschap heeft te veel aandacht besteed aan Haïti, en bijna altijd op een verkeerde manier", vindt Charles Arthur, de directeur van de Britse Steungroep voor Haïti. Volgens Arthur steunt de internationale gemeenschap al jaren "de meest reactionaire vleugel van de private sector", in plaats van de meerderheid van arme landbouwers. Om aan de weet te komen wat Haïti echt kan helpen, moeten donorlanden volgens hem meer luisteren naar Haïtiaanse burgerorganisaties.
In plaats van vrijhandelszones moet er meer steun komen voor de lokale boeren om meer voedsel te produceren voor de eigen markt. Dat zegt de Papda, een Haïtiaanse basisorganisatie die opkomt voor een landhervorming.
Categoriën: Ontwikkeling - Economie - Deadline 2015 - Cariben - Haïti
Auteur: Sonali Salgado.


_____________________________________________________________________________________

Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang
31 juli 2009 (MO) - Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.

Door de financiële crisis zijn de voedselprijzen het afgelopen jaar in meer dan tachtig procent van de ontwikkelingslanden gestegen. Hierdoor lijden steeds meer mensen honger. De slagkracht van het Wereldvoedselprogramma (WFP), dat deze hongerigen probeert te bereiken, wordt nu bedreigd door een tekort aan budget. Volgens Sheeran is de situatie alarmerend.

Wereldvoedselprogramma
Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (VN) heeft als doel het aantal hongerigen en ondervoede mensen af te bouwen. Meer dan één miljard mensen lijdt honger. Voor 2009 probeert de organisatie 108 miljoen mensen, verspreid over 74 landen, van voedsel te voorzien. Het kostenplaatje van deze missie bedraagt 6,7 miljard dollar, maar nu al blijkt dat dit onhaalbaar is. Het budget van het WFP bestaat immers volledig uit vrijwillige bijdragen van onder andere overheden, bedrijven en private donoren.
Josette Sheeran, hoofd van het WFP, vertelde woensdag in het Witte Huis dat ze vreest voor een enorm financieel tekort. Naar schatting zal het WFP tegen het einde van dit jaar slechts 3,7 miljard dollar verzameld hebben.

Wat nu?
Met een deficit van bijna de helft van zijn budget, kan het WFP een groot deel van haar doelgroep niet bereiken. In Bangladesh bijvoorbeeld wil het WFP dit jaar vijf miljoen hongerigen helpen. Waarschijnlijk zullen maar 1,4 miljoen hiervan kunnen worden geholpen.
Hoewel sommige hulpprogramma's onvermijdelijk geschrapt zullen worden indien het WFP blijvend wordt geconfronteerd met te weinig inkomsten, verzekert het WFP dat het zijn uiterste best doet om zich voornamelijk toe te leggen op de meest kwetsbare groepen, namelijk kinderen en zwangere vrouwen. Verder zullen die laatsten minder voedsel krijgen dan in vorige jaren: het dagelijks aantal calorieën wordt teruggeschroefd van 2100 naar ongeveer 1600 per persoon.

Nood aan een langetermijnoplossing

Sheeran pleit voor langetermijnoplossingen met betrekking tot de voedselveiligheid. Ze zegt dat de twintig miljard dollar die de G8 recentelijk vrijmaakte om de wereldwijde voedselveiligheid te verbeteren, een eerste stap in de goede richting is. Ze vraagt ook expliciet aan de G20, die binnenkort in Pittsburgh samenkomt, om hier rekening mee te houden.

Auteur: Muriel Denayer.


_____________________________________________________________________________________


Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel

KAAPSTAD, 22 juli 2009 (IPS) - Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.

Fairtradekeurmerken als het Belgische en Nederlandse Max Havelaar garanderen consumenten dat producten als koffie, bananen en bloemen onder sociaal aanvaardbare omstandigheden zijn geproduceerd en tegen een eerlijke prijs zijn aangekocht. Keurmerkorganisaties proberen de eerlijke handel ook te stimuleren. Traditioneel komen de producten van eerlijke handel uit het Zuiden, terwijl de verdelers en consumenten zich in het Noorden bevinden. FLO, een netwerk van keurmerkorganisaties voor eerlijke handel, telde tot voor kort alleen leden in Europa, Noord-Amerika en Japan.

Noord-Zuidopdeling doorbreken
Maar samen met producentennetwerken uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië breekt Fairtrade Label South Africa (FLSA) FLO nu open. De regionale netwerken werden al in 2007 toegelaten als volwaardige leden van FLO. De Zuid-Afrikaanse organisatie, die in 2008 werd opgezet, werd in april dit jaar officieel binnengehaald als de eerste certificatieorganisatie uit een ontwikkelingsland.
Voorlopig zal FLSA alleen het gebruik van het internationale keurmerk Fairtrade in Zuid-Afrika bevorderen en de verkoop van producten met dat keurmerk stimuleren. De licentievergoedingen blijven in Zuid-Afrika en zullen daar gebruikt worden om de eerlijke handel te bevorderen. De toekenning van het keurmerk blijft in handen van het secretariaat van FLO in Bonn.
Niet alle leden van FLO waren aanvankelijk even enthousiast over de toetreding van een Zuid-Afrikaanse keurmerkorganisatie, zegt Boudewijn Goossens, de directeur van FLSA. Goosens komt uit Nederland maar leeft al ruim tien jaar in Zuid-Afrika. "Eerlijke handel is een Europees concept, en FLSA wil dat veranderen. FLO geeft aan dat het naar een mondiale benadering wil evolueren, en we zien zeker vooruitgang daarin."
Volgens Goossens is de relatie met FLO de voorbije zes maanden sterk verbeterd en wordt zijn organisatie nu als een ernstige partner behandeld.

De hele productieketen
"FLO ziet ook Brazilië, Mexico, China en India als belangrijke potentiële afzetmarkten voor producten uit eerlijke handel, maar Zuid-Afrika is het eerste land uit het Zuiden dat een marketingorganisatie binnen FLO heeft. We zijn voortrekkers op het vlak van eerlijke handel. We zijn ook het eerste land waar eerlijke toeristische producten en diensten worden verkocht." Op het Afrikaanse continent bestaan er buiten Zuid-Afrika ook nog in enkele andere Afrikaanse landen winkels voor eerlijke handel, maar volgens Goossens zit er weinig lijn in die initiatieven.
Goossens droomt ervan een rol te kunnen spelen in de hele productieketen van eerlijke handel in Afrika, van productie tot verwerking, de toekenning van het keurmerk en marketing. "Afrika zal er meer aan hebben als we afgewerkte producten kunnen verhandelen in plaats van grondstoffen."
Zuid-Afrika is een van de ruim zestig ontwikkelingslanden die landbouwproducten leveren die een Fairtradekeurmerk dragen. Een zestigtal Zuid-Afrikaanse boerderijen en coöperatieven produceren onder meer eerlijke wijn, rooibosthee en verscheidene soorten fruit en fruitconcentraten. Sinds eind 2008 mochten ook de eerste Zuid-Afrikaanse bedrijven het Fairtradelabel op hun producten aanbrengen. Ze verkopen wijn, koffie en rooibos.
Volgens Goossens is het begrip eerlijke handel nog niet erg bekend in Zuid-Afrika. Daar zet FLSA dit jaar zijn schouders onder. Een belangrijke doelgroep vormen Zuid-Afrikaanse politici. Tegelijk probeert de organisatie meer licentiehouders te winnen - de bedrijven die producten met het Fairtradelabel verkopen. In een tweede fase zal FLSA die licentiehouders dan bijstaan om de Zuid-Afrikaanse markt beter te bereiken en het grote publiek warm te maken voor de producten.

Auteur: Sybrandus Adema.

_____________________________________________________________________________________


Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten

KAAPSTAD, 19 juli 2009 (IPS) - Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.

"Plotseling stoppen met het gebruik van chemicaliën is voor de grond net zo traumatisch als een cold turkey-afkickmethode voor een drugsverslaafde", zegt Cornelius Oosthuizen, hoofd van het Zuid-Afrikaanse Biofarm Institute.
"Als je duizend hectare land hebt, kun je niet op al dat land organische monocultuur beginnen. Eerst moet je biologisch gaan boeren." Bij biologische landbouw worden alleen onschadelijke chemicaliën gebruikt, organische landbouw staat helemaal geen gebruik van chemicaliën toe.
Het kost enige tijd om de micro- en macromineralen in balans te brengen en het ecologische systeem moet zich herstellen (er moet bijvoorbeeld voldoende activiteit van insecten en wormen in de bodem zijn).
Een goede overgang naar organische landbouw is belangrijk als Zuid-Afrikaanse boeren willen profiteren van de groeiende vraag naar organische producten. In de internationale markt voor organische producten gaat jaarlijks vijftig miljard dollar om. Daarnaast zou deze vorm van landbouw de Afrikaanse problemen met voedselzekerheid kunnen verminderen. Afrika laat echter veel potentieel onbenut.

Hogere opbrengst
In juni waarschuwde ontwikkelingsorganisatie Oxfam dat Afrika bezuiden de Sahara voor jaarlijks twee miljard dollar aan maïsoogsten kan verliezen als gevolg van de klimaatverandering. De regio is gevoelig natuurrampen en droogte. De Afrikaanse waterbronnen moeten daarom zo efficiënt mogelijk gebruikt worden.
Volgens Raymond Auerbach, een bekende voorstander van organische landbouw in Afrika, blijkt uit onderzoek van verschillende organisaties dat organische landbouw de opbrengsten in ontwikkelingslanden kan verdubbelen of verdriedubbelen. Het zou flinke energiebesparingen opleveren en organische landbouw kan water tot 40 procent efficiënter gebruiken. Organische producten bevatten daarnaast meer belangrijke voedingsstoffen.
Auerbach is directeur van de Rainman Landcare Foundation in Zuid-Afrika. Zijn organisatie begeleidt boeren op een ecologische verantwoorde manier te produceren met optimaal watergebruik. De stichting helpt boeren ook zich te organiseren en markten te ontwikkelen.
Uit een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008, blijkt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door gebruik van organische productiemethoden. Onwetendheid en weerstand tegen organische landbouw en de financiële dominantie van zaad- en kunstmestbedrijven met sterke politieke banden, zijn enkele van de redenen waarom organische markten niet ten volle ontwikkeld zijn.
Volgens Auerbach lopen Zuid-Afrikaanse organische bedrijven tegen veel hindernissen aan. "Ten eerste wordt er ter plaatse weinig onderzoek gedaan om de boeren te ondersteunen. Ten tweede verleent de overheid vaak alleen steun als boeren kunstmest en gif gebruiken. En ten derde, het is een ingewikkelde en kostbare zaak om gecertificeerd te worden als 'organisch'."

Onwetenschappelijk
"De weerstand tegen organische landbouw wordt gevoed door bedrijven die kunstmest en gif leveren", zegt Auerbach. "Daarnaast wordt studenten aan de landbouwopleidingen geleerd dat kunstmest, gebruik van gif en genetisch veranderde zaden wetenschappelijke methodes zijn die voor vooruitgang staan, en dat 'ouderwetse' methodes onwetenschappelijk zijn."
De potentiële inkomsten van organische landbouw zijn hoog, stelt hij. Organische boeren in Oeganda halen met de export van hun producten een jaarlijkse omzet van 22 miljoen dollar. Ze leveren daarnaast op de lokale markt. Auerbach beweert dat de organische beweging voor voedselzekerheid kan zorgen. "De agribusiness is in de eerste plaats geïnteresseerd in winst maken, minder in voedselzekerheid. Sommige ontwikkelingsorganisaties klagen dat het meeste geld dat ze investeren in ontwikkeling, terugvloeit naar de VS. Dat gebeurt in de vorm van betalingen aan Amerikaanse bedrijven die experts, technologie en producten leveren."
Oosthuizen denkt dat het boerenbedrijf in Afrika terugmoet naar kleinschaligheid. "Elk dorp zou zijn eigen boerderijen, molens en bakkerijen moeten hebben. En zodra de plaatselijke bevolking genoeg heeft, kan gekeken worden naar andere markten." De overheid zou dat proces in goed banen moeten leiden, zegt hij.
In Zuid-Afrika wordt op veel plaatsen in de stad en op het platteland de honger op afstand gehouden met groentetuinen, veelal opgezet door vrouwen. Die tuinen leveren niet alleen eten voor hun eigen gezin, maar ook voor andere plaatselijke bewoners. Op het platteland heeft organische landbouw grote voordelen, zegt Auerbach. "Boeren hoeven niet ver te reizen om dure benodigdheden aan te schaffen. Bovendien eten hun eigen kinderen van het voedsel. Tijdens de productie en consumptie wordt niemand blootgesteld aan schadelijke stoffen."

Auteur: Stephanie Nieuwoudt.


_____________________________________________________________________________________



Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?

Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20 miljoen euro beschikbaar.

Nederland is op dit moment, na de VS, 2e exporteur van agrarische producten in de wereld, met een omvang van 60 miljard euro. Het concurrentievermogen en de innovatiekracht van de Nederlandse voedingssector moet optimaal bijdragen aan het duurzamer worden van het internationale voedselsysteem. Dat voedselsysteem staat ondermeer onder druk vanwege de mondiaal forse toename van de consumptie van vlees, vis en zuivel, wat een groot beslag legt op het mondiale ecosysteem.

Stakeholders
Bij de verduurzaming van de voedselketen is een belangrijke rol weggelegd voor de voedselproducerende en -verwerkende sector en de supermarkten, de zogeheten stakeholders. Minister Verburg is bezig een platform verduurzaming voedsel op te richten, om het aanbod van marktgerichte duurzamere producten te vergroten. Dit platform moet komen met concrete plannen waarmee ondermeer duurzame groenten, fruit, vlees en vis hun weg naar de consument vinden. Een voorbeeld van deze aanpak is het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten dat vorige maand is ondertekend en dat moet leiden tot vlees in de schappen tussen het reguliere en biologische segment in.

Consumenten
Volgens het persbericht van het ministerie zijn het uiteindelijk de consumenten die de verduurzaming van het voedsel tot stand kunnen brengen: zij moeten het duurzamere voedsel immers kopen. Om een duurzamer keuze te kunnen maken moet de consument keuze hebben, zich bewust zijn van de gevolgen van zijn keuze en over voldoende informatie beschikken om een afgewogen keuze te kunnen maken. Op het gebied van de informatievoorziening zien dankzij een overdaad aan logo's de meeste consumenten door de bomen het bos niet meer. Verburg wil de consument een handje te helpen door samen met EZ de Consuwijzer uit te breiden met meer duurzaamheidskeurmerken.

Niet echt ambitieus
Of de ambitie van de nota kan worden waargemaakt is maar de vraag. Een bedrag van twintig miljoen, verdeeld over zes jaar is niet echt ruim begroot. En of de consument nou werkelijk zit te wachten op half biologisch vlees? Daarnaast ontwijkt de regering haar werkelijke verantwoordelijkheid door naast het bio assortiment de zeer ruime keuze aan niet duurzaam aanbod volledig ongemoeid te laten. En juist in de beperking daarop valt de grootste winst te behalen. Niet echt ambitieus, kortom, deze nota.


_____________________________________________________________________________________



"Meer democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)
Henry Parr en Thalif Deen

NEW YORK, 26 juni 2009 (IPS) - Tijdens de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid bepalen.

"Op dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN).
"Het is inhumaan en onverantwoordelijk om een Ark van Noach te bouwen waarmee alleen het bestaande economische systeem gered wordt, en de grote meerderheid van de bevolking te laten lijden onder een systeem dat is opgelegd door een onverantwoordelijke, maar machtige minderheid."
Westen afwezig
Het besluit om een VN-top te houden over de economische crisis, werd met consensus genomen door alle 192 lidstaten. Dat besluit viel tijdens een internationale conferentie over financiering en ontwikkeling, die in november werd gehouden in Doha (Qatar).
Volgens sommige waarnemers is de top belangrijk voor de toekomst van de VN, vooral als het gaat om de rol die het orgaan kan spelen bij het uitwerken van een nieuw, meer democratisch systeem voor wereldwijde financiering en economisch beleid.
Zowel de voorzitter van de Wereldbank, Robert Zoellick, als de baas van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Dominique Strauss-Kahn, kwamen echter niet opdagen bij de top. Ook is vrijwel geen enkele westerse politieke leider aanwezig. De rijke landen vinden dat oplossingen voor de economische crisis in de eerste plaats van het IMF en de Wereldbank moeten komen.
In totaal stuurden 142 landen delegaties. De meeste deelnemers aan de top komen uit ontwikkelingslanden. Zij buigen zich vandaag over een verklaring die onder meer spreekt over het "versterken van de rol van de Verenigde Naties bij het formuleren van een antwoord op de crisis, het bevorderen van groen en duurzaam herstel en hervorming van instituten zoals het IMF en de Wereldbank, gebaseerd op een eerlijke en representatieve vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden."

Ontwikkelingshulp
De secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, gaf tijdens de top aan dat hij zich zorgen maakt over de ontwikkelingshulp, en met name de hulp aan de 49 minst ontwikkelde landen in de wereld.
Westerse landen staken in de afgelopen maanden 18 biljoen dollar in wankelende financiële instituten. Ontwikkelingslanden moesten het in de afgelopen vijftig jaar met ruim 2 biljoen aan hulp doen. Geldgebrek is dus geen excuus meer om op de hulp aan ontwikkelingslanden te bezuinigen, zei Ban.
De Millenniumcampagne van de Verenigde Naties, die gericht is op het uitroeien van extreme armoede en honger wereldwijd, wijst op het grote verschil tussen het bedrag dat in de afgelopen 49 jaar na veel moeizame onderhandelingen en topbijeenkomsten naar de armsten in de wereld ging, en de gigantische bedragen die van de ene op de andere dag gevonden werden om de veroorzakers van de financiële crisis uit de brand te helpen. "Niemand kan nog volhouden dat er geen geld is om de 50.000 mensen die dagelijks door extreme armoede doodgaan, te helpen", zei Salil Shetty, directeur van de Millenniumcampagne.
De hulp aan Afrika was in de afgelopen jaren tenminste 20 miljard dollar per jaar lager dan beloofd door de leiders van de industrielanden tijdens een topontmoeting in Gleneagles (Schotland) in 2005, zei Ban Ki-moon. "Als de wereld meer dan 18 biljoen kan mobiliseren om de financiële sector overeind te houden, dan kan er ook 18 miljard gevonden worden om de belofte aan Afrika te houden."

Draagvlak
De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft uitgerekend dat de economische crisis ertoe geleid heeft dat 100 miljoen mensen meer honger lijden. In totaal lijden dit jaar een miljard mensen honger.
Op de vraag waarom de rijke landen wel geld in hun banken steken, maar de arme landen negeren, zei Shetty van de Millenniumcampagne: "De leiders van de rijke landen verwachten geen politieke consequenties op korte termijn als ze niets doen om de arme landen te helpen."
De enige oplossing op lange termijn is volgens hem om draagvlak voor dit soort kwesties te creëren bij het publiek in rijke landen. "De beleidsmakers in rijke landen zien in de hulp aan arme landen niet hetzelfde wederzijdse belang dat ze zien in maatregelen tegen klimaatverandering, de wereldwijde griepepidemie, de zogenoemde oorlog tegen terreur en in iets mindere mate de handel, terreinen waarop de noodzaak van multilaterale actie pijnlijk duidelijk is geworden", zegt hij.
De rijke landen realiseren zich de mogelijke consequenties als het gaat om Oost-Europa, landen die vlakbij liggen, zegt Shetty. "Maar ze vergeten dat er minder dan twintig kilometer zee zit tussen Europa en Afrika."
IPS(JS, RP)


_______________________________________________________________________________________


MILIEU: Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Julio Godoy
ROME, 23 juni 2009 (IPS) - Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het vlak van ecosystemen, in een gesprek met IPS.

"Zestig procent van de ecosystemen ter wereld takelen af of worden op een niet duurzame wijze gebruikt", zegt Jonathan Baillie. "Vooral bij twee diensten die het milieu ons levert, de visbestanden en zoet water, zijn de grenzen ver overschreden, zelfs met het huidige verbruik."
Baillie, die directeur milieubehoud is bij de Zoological Society in Londen en deze maand deelnam aan de klimaatconferentie van de organisatie van internationale parlementsleden Globe, zegt dat een kwart van het huidige zoetwaterverbruik ter wereld op lange termijn de capaciteit overschrijdt, vooral door water naar andere plaatsen over te hevelen en door grondwater overmatig op te pompen. "Tussen 15 en 35 procent van de waterwinning voor irrigatie overschrijdt de capaciteit van de voorraden en is dus niet duurzaam."

Overbevolking en overconsumptie zijn de belangrijkste oorzaken volgens de Britse expert. "Sinds 1960 is de wereldbevolking meer dan verdubbeld en de wereldeconomie is verzesvoudigd. Zonder een coherent ontwikkelingsbeleid zullen er tegen 2050 3 miljard mensen meer zijn op de planeet, en die zullen de natuur op een nooit eerder geziene manier onder druk zetten."
"Bijna 2,8 miljard mensen kampen nu al met watertekort", zegt Baillie. "Als er geen adequaat beleid komt, zullen tegen 2030 nog 1,1 miljard mensen extra met dit probleem te maken hebben. Dat wil zeggen dat de helft van de wereldbevolking op dat moment een zorgwekkend tekort aan water zal hebben, waaronder tot 80 procent van de inwoners van Brazilië, China, India en Rusland."

Bolivia
De landbouwexpansie die nodig is om de groeiende wereldbevolking te voeden, is de belangrijkste oorzaak van de aftakeling en het verlies van ecosystemen. De evolutie van de Boliviaanse regio Santa Cruz tussen 1975 en 2003 is een mooi voorbeeld, zegt Baillie.
"De vruchtbare laagvlaktes zijn daar zeer geschikt voor de landbouw. Op satellietfoto's uit 1975 ziet men dat het bosrijke landschap toen groen, dichtbegroeid en aaneensluitend was en tot de Río Grande liep.
"In 1986 had men wegen aangelegd die de zone met woongebieden verbond, waardoor veel mensen konden verhuizen. Een groot project voor landbouwontwikkeling leidde tot zware ontbossing. Men kapte bomen om velden voor veeteelt en akkerbouw te creëren. In 2003 toonden de satellietfoto's dat bijna de hele zone in plantages en weiden was veranderd."
IPS(RP, PD)


_______________________________________________________________________________________


"Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren"
Stephanie Nieuwoudt

KAAPSTAD, 18 juni 2009 (IPS) - Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.

Dat is de conclusie van het Agribusiness Forum 2009, een vierdaagse landbouwconferentie in de buurt van Kaapstad die gisteren (17 juni) werd afgerond.

Investeringen te laag
Zelfs leken zien meteen dat Afrika te weinig investeert in landbouw. Twee derde van alle Afrikanen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van akkerbouw en veeteelt, en toch gaat in de meeste landen maar tussen 5 en 10 procent van de overheidsuitgaven naar die sector.
De Afrikaanse Unie nam zich in 2003 plechtig voor dat aandeel overal boven de 10 procent te tillen, maar voorlopig slagen slechts zeven landen daar systematisch in. Dat betekent dat er bijna overal veel te weinig wordt geïnvesteerd in landbouwkundig onderzoek, opslagplaatsen, transportinfrastructuur, marketing en de bevordering van de handel.
De gevolgen blijven niet uit. De Afrikaanse landbouwproductie per inwoner loopt terug. Tussen 2005 en 2007 lag de productie 15 procent lager dan tussen 1960 en 1962. Afrika moet ook almaar meer levensmiddelen invoeren. Zuid-Afrika gaf daar in 2008 24 miljard euro aan uit - 41 procent meer dan het jaar daarvoor.

Inzetten op arbeidsintensieve landbouw
Eer bestaat een consensus over hoe het probleem kan worden aangepakt, vindt de Zuid-Afrikaanse minister van Landbouw Tina Joemat-Pettersson. Afrika moet "net als in Azië inzetten op arbeidsintensieve productie in kleine tot middelgrote boerderijen". "Dat schept de banen die nodig zijn om de massale armoede te verminderen, het levert voedsel op en het zorgt voor de investeringsmiddelen die de basis vormen voor industrialisering."
Aan investeringen is er momenteel steeds meer gebrek als gevolg van de internationale crisis, geeft de Zuid-Afrikaanse landbouwminister toe.
"Potentiële investeerders worden ook tegengehouden door de vrees dat ze in instabiele landen met ondermaatse financiële structuren terechtkomen", zegt Namanga Ngongi, de voorzitter van de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA). "Maar bedrijfsleiders die de stap zetten, komen vaak tot de vaststelling dat de return in Afrika veel hoger ligt dan elders."

Wegen en water
Volgens Ngongi zijn de investeringsmogelijkheden onbeperkt. Bijna alle plattelandsregio's in zwart-Afrika moeten veel betere wegen krijgen en zijn nog niet aangesloten op het stroomnet. Partnerschappen tussen overheden en privéondernemingen kunnen bieden extra kansen bieden om de aanzienlijke investeringsbedragen bijeen te krijgen die nodig zijn.
Ook waterprojecten worden almaar belangrijke. Enerzijds moet Afrika zich dringend wapenen tegen de waterschaarste waarmee steeds meer landen te maken zullen krijgen als gevolg van de klimaatverandering. Anderzijds moet het beschikbare water beter worden ingezet. "Amper vier procent van de landbouwgrond in Afrika wordt geïrrigeerd", zegt Ngongi.
"Overal moeten boeren ook kansen krijgen te profiteren van de ontwikkeling van betere gewasvariëteiten", gaat Ngongi verder. Regeringen die dat inzien, kunnen massa's boeren veel meer kansen bieden. Volgens de AGRA hebben nieuwe landbouwsubsidies in Kenia 2,5 miljoen boeren aan beter zaaigoed en kunstmest geholpen. Tanzania bereikt 700.000 boeren met nieuwe subsidies.
De uitdaging is de hulp zo te richten dat niet zozeer de zaadproducenten en leveranciers van bestrijdingsmiddelen en kunstmest ervan profiteren, maar in de eerste plaats de boeren zelf. Volgens experts kan dat onder meer door vooral te investeren in milieuvriendelijke technieken als de geïntegreerde bestrijding van plagen, minimale beploeging, druppelirrigatie en geïntegreerde verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Die benadering geeft de boeren meer macht in plaats van hun toeleveranciers.
IPS(PD, JG)


_______________________________________________________________________________________


'Oceanen in 2050 leeggevist'

Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.


Consumenten moeten minder en alleen duurzame vis eten, regeringen moeten het probleem harder aanpakken en er moeten meer zeereservaten komen waar niet mag worden gevist. Die boodschap stuurde The end of the line op de zogenoemde wereldoceanendag van de Verenigde Naties maandag de wereld in.
Boten zitten tegenwoordig vol technische snufjes waardoor vissen geen schijn van kans maken om te ontsnappen. Bovendien zijn er steeds meer schepen bij gekomen. Sommige soorten als de blauwvin tonijn zijn al bijna uitgestorven. De Europese Unie stelt wel quota op, maar daar houden de vissers zich niet aan. ,,Ze worden ook niet gepakt. Er wordt miljoenen aan verdiend'', aldus internationale deskundigen in de documentaire.
Op plekken waar de zeeën al zijn uitgeput, schuiven vissers op naar plekken voor bijvoorbeeld de Afrikaanse kust waar mensen afhankelijk zijn van de visserij. De vissers uit rijke landen verdringen met hun moderne boten de lokale bevolking die berooid achterblijven.
Ondanks de sombere boodschap, spreekt er hoop uit de film. Het probleem kan worden aangepakt, vooral als zoveel mogelijk mensen ervan horen.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat ruim 96 procent van de Nederlanders niet op de hoogte is van de bedreigende situatie. Onbekend is dat 40 procent van de 100 miljard kilo vis jaarlijks weer dood overboord wordt gegooid, omdat het bijvangst is. Bovendien denkt vrijwel iedereen dat kweekvis goed is voor de oceanen, terwijl het omgekeerde waar is.
Volgens Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren hebben veel Nederlandse politieke partijen weinig benul van het probleem. Bovendien prevaleert het economische belang van de visserij. Het wordt tijd dat er een bewustwording op gang komt, zei ze.
Dion Graus van de Partij voor de Vrijheid laat de verantwoordelijkheid over aan de consument. Diegene die duurzame en diervriendelijk gevangen vis kan betalen, moet daarvoor kiezen. Hij pleit er wel voor minder vis te eten.
Bron: ANP


_______________________________________________________________________________________


Hoe milieuvervuilend is hutspot?

Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via de zogeheten Klimaatweegschaal.

Mensen gooien teveel voedsel weg, gemiddeld 20 procent, aldus het centrum. Bovendien weet ruim 63 procent van de Nederlanders niet welk voedsel schadelijk is voor het milieu, blijkt uit onderzoek van Motivaction.

Het Voedingscentrum wil met de campagne vooral de weggooimentaliteit aanpakken.
"Zo kan bijvoorbeeld blijken dat iemand te veel water in de pan doet bij het koken van aardappelen. Of zelfs te veel aardappelen, die vervolgens in de vuilnisbak belanden", zegt Wouter Rosekrans van het centrum.
Een pan met hutspot scoort relatief laag als het gaat om klimaatimpact. Aardappelen zijn echte 'klimaatkanjers' zo blijkt uit de Klimaatweegschaal. Een pieper kost heel weinig energie in vergelijking met pasta of rijst, vooral vanwege de verbouwing en opslag.

Het Voedingscentrum geeft ook milieuvriendelijke boodschappentips. Zo voorkomt het gebruik van een boodschappenlijstje en het vooraf berekenen van de juiste porties het weggooien van eten.

_______________________________________________________________________________________


Bio voelt crisis het minst

Bron MO 7-6-2009
De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.

Op 6 juni begint in Vlaanderen de Bioweek. Supermarktketens in België pakken uit met schitterende cijfers. Delhaize, de marktleider, zegt dat het de verkoop van bioproducten vorig jaar met 17 procent heeft zien stijgen - de sterkste groei in jaren. Bij Carrefour zou een kwart van de klanten bio of fair trade kopen. Ook Colruyt zegt dat de omzet van bioproducten nog altijd sneller stijgt dan de totale omzet.

Groei gaat lekker door

Ook Nederlanders zijn niet zuiniger geworden als het op gezond eten aankomt. Volgens Biologica, een Nederlandse organisatie die biologisch voedsel promoot, zijn er in het eerste kwartaal van 2009 nog meer bioproducten verkocht dan in dezelfde periode in 2008. In heel 2008 steeg volgens de Nederlandse Bio-Monitor 2008 de omzet van bioproducten in de supermarkten met 12 procent, dubbel zo hard als de totale levensmiddelenomzet. De groei van de bio-omzet had nog hoger kunnen zijn als de supermarkten na de forse prijsstijgingen van vorig jaar niet veel biologische producten uit de rekken hadden gehaald. De prijsstijgingen waren het gevolg van tekorten bij de leveranciers.

In Duitsland, de grootste Europese markt voor bioproducten maar een heel prijsgevoelig land, maakte de crisis vorig jaar ook nauwelijks een deuk in de al jarenlang aanhoudende groei. Volgens de Bund Ökologische Lebensmittelwirtschaft (BÖLW) steeg de omzet in 2008 met ongeveer 10 procent tot 5,8 miljard euro. Ook hier waren er tijdelijke tekorten aan levensmiddelen als wortelen, aardappelen en spelt die verhinderden dat er nog betere cijfers konden worden opgetekend.

Frankrijk deed nog beter. Het Frans Agentschap voor de Ontwikkeling en de Promotie van de Biologische Landbouw zegt dat de omzet van bioproducten in Frankrijk in 2008 met 25 procent gestegen is, tot 2,6 miljard euro.

Zelfs in de VS, waar de crisis nog vroeger en harder toesloeg, was 2008 een nieuwe topjaar voor bio. De Organic Trade Association (OTA) zegt dat de verkoop van biologische levensmiddelen en andere bioproducten er vorig jaar met 17 procent gestegen is, tot een totaal van 22,9 miljard dollar. Volgens sommige berichten is de groei begin 2009 wel stilgevallen in de VS.

Ook in China, de grootste levensmiddelenmarkt ter wereld, groeide de verkoop van bioproducten sinds het begin van dit decennium met meer dan 10 procent per jaar. De totale omzet bedroeg er in 2007 volgens de cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw nog wel niet meer dan 350 miljoen euro - nog geen 50 miljoen meer dan de omzet in België. Maar de economische crisis, die harder toeslaat in Noord-Amerika en Europa dan in Azië of Latijns-Amerika, kan een inhaalbeweging van grote ontwikkelingslanden mogelijk maken.

Terugval in Groot-Brittannië

Slechter nieuws komt uit Groot-Brittannië. De Soil Association, die zowat 80 procent van de bioproducten certificeert die in Groot-Brittannië verkocht worden, zegt dat de omzet er in 2008 maar met 1,7 procent steeg. Rekening houdend met een gemiddelde prijsstijging van 7 procent, komt dat neer op een duidelijke afname van het verkochte volume. Experts geloven dat de sector zich pas zal herstellen als de ongerustheid over de economie wegebt.

In de landen die betere cijfers blijven optekenen, hechten gebruikers blijkbaar meer waarde aan kwaliteit dan aan prijs. Bioproducten hebben overigens in veel landen waarschijnlijk nog een groot groeipotentieel. Volgens een studie van de Amerikaanse Grocery Manufacturers Association (GMA) betrekt 54 procent van de Amerikaanse consumenten "actief" ecologische overwegingen bij hun keuzes in de winkel - bioproducten kopen doet wel maar 22 procent.

Invoer blijft nodig

België staat al veel verder. Bijna acht op de tien Belgen waagden zich vorig jaar al wel eens aan bio, en één op zes deed dat geregeld. België en vooral Vlaanderen hinken dan weer wel achterop bij de productie van biologische levensmiddelen. Het aantal producenten in de biologische landbouw en ook het biologische landbouwareaal bleef in 2008 min of meer stabiel.

In België besloeg het biologisch bewerkte areaal in 2008 maar 35.822 hectare of 2,6 procent van de totale landbouwgrond. Vlaanderen haalt zelfs maar 0,6 procent.

In Duitsland steeg het aantal biobedrijven en de biologisch bewerkte oppervlakte vorig jaar met ongeveer 5 procent, tot meer dan 900.000 hectare.

Wereldwijd werden eind 2007 32,2 miljoen hectare akkers en weiden biologisch bewerkt. Veruit de grootste oppervlakten liggen in Australië (12 miljoen hectare), Argentinië, Brazilië en China. In Argentinië steeg de oppervlakte biovelden in 2008 met 36 procent tot 4 miljoen hectare. Relatief gezien spannen Oostenrijk (met 13,4 procent van de bewerkte oppervlakte) en Zwitserland de kroon. Veel andere Europese landen moeten net als de VS veel bioproducten invoeren om de vraag te dekken.

_______________________________________________________________________________________


Meer dan miljard mensen lijden honger

25 mei 2009 (MO/IPS) - Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk Delen lid van is.

Het falend beleid van de Europese Unie en de Verenigde Staten liggen volgens het rapport (pdf) aan de basis van de voedselcrisis. 'De VS en de EU hebben het globale voedselsysteem kwetsbaar gemaakt', zegt Pol De Greve, directeur van Broederlijk Delen. 'Zij liggen aan de basis van de verwaarlozing van de landbouw, van onrechtvaardige handelsregels en van structurele aanpassingen.'
Volgens De Greve is er een nieuwe landbouwpolitiek nodig om een evenwicht te bereiken tussen economisch rendement en socio-ecologische rechtvaardigheid. 'Landbouw is geen gewone economische activiteit, maar heeft ook een belangrijke sociale en ecologische rol. Die multifunctionaliteit van de landbouw moet erkend worden', zegt De Greve.

Crisis aanpakken
Het rapport stippelt enkele stappen uit om de aanpak van de voedselcrisis te veranderen en een eerlijk en duurzaam voedselsysteem te creëren. Daarnaast vraagt het rapport meer ontwikkelingshulp voor de landbouwsector.
Ook een hervorming van de internationale handel in landbouw- en voedselproducten dringt zich op. De EU en de VS moeten meer doen dan enkel ijveren voor meer markttoegang voor de Europese en Amerikaanse landbouw- en voedingsindustrie.

Auteur: Bart Vanacker.

_______________________________________________________________________________________


Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op

In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.

De meest recente schatting van de oppervlakte landbouwgrond die de voorbije jaren in buitenlandse handen is overgegaan, staat in een recent rapport van het Internationaal Onderzoeksinstituut voor Voedselbeleid (IFPRI). Vijftien à twintig miljoen hectare komt overeen met ongeveer een kwart van het hele Europese landbouwareaal.

Grain, een niet-gouvernementele organisatie in Barcelona die zich toelegt op internationale landbouwvraagstukken, gelooft dat arme landen nog veel meer grond aan buitenlandse investeerders hebben afgestaan. "Niemand volgt al alle private overeenkomsten", zegt Devlin Kuyek, een onderzoeker van GRAIN.

Azië vooraan
De grote investeerders zijn China, Zuid-Korea, India en de Golfstaten. Het IFPRI schat dat ze samen met andere vermogende landen als Japan en Zweden 15 tot 23 miljard euro hebben uitgegeven voor grote lappen grond, vooral in Afrika, waar ze in de toekomst voedselgewassen kunnen verbouwen waarvoor er in eigen land niet meer genoeg plaats of water is. Ongeveer het kwart van het areaal is voorbestemd voor de teelt van planten waaruit biobrandstoffen worden gemaakt.

Precies weet het IFPRI het allemaal niet. "Er is een groot gebrek aan transparantie over deze overeenkomsten", zegt Joachim von Braun, de directeur van het IFPRI.

Chinees voorbeeld
China begon al tien jaar geleden landbouwgrond in Cuba en Mexico te pachten. Intussen richten de Chinezen zich vooral op Afrika. Ze sloten overeenkomsten of proberen dat te doen in de Democratische Republiek Congo, Zambia, Zimbabwe, Oeganda en Tanzania.

In Soedan hebben buitenlanders het over nog meer landbouwgrond te zeggen, maar daar gaat het om investeringen vanuit de Saoedi-Arabië en andere golfstaten.

Financiële instellingen volgen
De Verenigde Arabische Emiraten sloten vorige jaar enkele grote landdeals af met Pakistan. Qatar pacht landbouwgrond in Indonesië, de Filipijnen, Bahrain, Koeweit en Birma.

Het Zuid-Koreaanse Daewoo Logistics Corporation heeft 1,3 miljoen hectare op Madagaskar toegezegd gekregen om er maïs en palmnoten te telen.

Naast Aziatische landen en transnationals uit de levensmiddelenindustrie investeren ook pensioenfondsen en andere institutionele investeerders meer en meer in de landbouw overzee. Ze gaan ervan uit dat de voedselprijzen de komende jaren nog fors gaan stijgen. Cru Investment Management, een Britse investeringsbank, voorspelt dat zijn landbouwfonds in Malawi 30 procent winst zal opleveren.

Gewoonterecht opzijgeschoven
De grootschalige pachtverdragen zijn vooral funest voor honderden miljoenen kleine boeren, veetelers en inheemsen, die geen eigendomsbewijzen bezitten voor de grond die ze bewerken. Ze kunnen door de nieuwe eigenaars verdreven worden. Dat probleem is het grootst in Afrika - daar wordt de toegang tot het grootste deel van de landbouwgrond alleen via het gewoonterecht geregeld.

Volgens het IFPRI moet ere en internationale gedragscode komen die investeerders en overheden dwingt de landrechten van de lokale bevolking te respecteren, transparante overeenkomsten aan te gaan en eventuele winsten te verdelen. De voedselveiligheid van de plaatselijke bevolking zou bij alle beslissingen voorop moeten staan.

Op zich zijn de buitenlandse investeringen in de landbouwsector van arme landen niet slecht, vindt het IFPRI. Een investeerders als China zorgt voor de nodige infrastructuur en zet in Afrika ook onderzoeksinstellingen in om het rendement van rijst en graan te verhogen. GRAIN is terughoudender. Volgens Kuyek denken de investeerders alleen aan geld verdienen en voedsel voor hun thuismarkt te produceren.

Auteur: Stephen Leahy.

_______________________________________________________________________________________


Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer

(Duurzaamheidsnieuws 4 mei 2009)

Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.

Milieudefensie startte half maart de campagne over het 'drama achter goedkoop vlees', waarmee ze Albert Heijn wilde bewegen oerwouden in Zuid-Amerika te redden. Albert Heijn dreigde na de start eerst met juridische stappen maar ging toch met Milieudefensie om de tafel om te praten over het probleem. Resultaat was, dat Milieudefensie haar campagne een maand lang opschortte. In die tijd wilde Albert Heijn kijken in hoeverre de eisen van Milieudefensie haalbaar zouden zijn.

Helaas blijkt na het verstrijken van de overlegtermijn dat Albert Heijn nog onvoldoende bereid is om zich in te zetten voor een oplossing. Daarop heeft Milieudefensie de supermarkt nogmaals gevraagd om eenduidig aan te geven of die bereid is om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op fout veevoer. Albert Heijn weigerde dat. Milieudefensie heeft daarom besloten haar campagne te hervatten.
Campagneleider Wouter van Eck van Milieudefensie: "We zijn teleurgesteld dat Albert Heijn zich onvoldoende wil inspannen om de problemen van het foute veevoer op te lossen. Wij willen graag de dialoog met het bedrijf verder voeren, maar dan moet het wel over concrete stappen gaan. We hervatten nu onze publiekscampagne, dat is duidelijk nodig om hen alsnog in beweging te krijgen."

Het drama achter goedkoop vlees

Nederland is de tweede grootste importeur van soja ter wereld. Ruim 90 procent van de soja die in ons land blijft, wordt gebruikt als goedkoop veevoer, vooral voor kippen en varkens in de intensieve veehouderij. De productie van kipfilets en speklapjes veroorzaakt zo grootschalige ontbossing: voor de teelt van soja worden in Zuid-Amerika massaal bossen gekapt. Als grootste supermarkt heeft Albert Heijn hierin een belangrijke rol. De supermarkt kan wel degelijk zorgen voor meer en aantrekkelijk geprijsde vleesvervangers, beter veevoer en verantwoord vlees. Milieudefensie hoopt dat veel klanten Albert Heijn zullen aanspreken om alsnog goede stappen te zetten. Hiervoor worden onder meer radiospotjes, posters, een voorlichtingstour en de website www.stopfoutveevoer.nl ingezet.

_______________________________________________________________________________________


Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen

(Duurzaamheids nieuws 4 mei 09)

Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen bij embryo's van amfibieën.

"De vervormingen die we zagen waren consistent en systematisch", zegt professor Andrés Carrasco, directeur van het Laboratorium voor Moleculaire Embryologie aan de Universiteit van Buenos Aires en hoofdonderzoeker van de Nationale Raad voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek (CONICET). De embryo's hebben onder meer een kleinere kop, genetische veranderingen in het centrale zenuwstelsel en meer sterfte onder de cellen die de schedel vormen.

De studie is nog niet volledig afgerond, maar de onderzoekers vonden de data zo onrustwekkend dat ze besloten de voorlopige resultaten nu al te publiceren.

Roundup

Glyfosaat is het actieve ingrediënt van Roundup, een onkruidverdelger van de Amerikaanse biotechgigant Monsanto die ook Roundup Ready Soja ontwikkelde, een genetisch gewijzigde sojavariëteit die hoge doses van het product kan weerstaan.

Volgens Monsanto's woordvoerster Fernanda Pérez Cometto is het product veilig, en "bevestigen verschillende studies dat het onschadelijk is voor mens, dier en milieu". Het bedrijf wil niet reageren op de resultaten voor de studie gepubliceerd is, zegt ze. "Het is essentieel om te weten welke methodologie gebruik is, en daarom hebben we het labo een kopie van de studie gevraagd", zegt ze. "Vanzelfsprekend is het een stof die correct gebruikt moet worden, net als insectenverdelger of bleekmiddelen. Je kunt niet verwachten dat je een glas onkruidverdelger drinkt en geen effect voelt".

Methode

Carrasco legt uit dat in een eerste fase van de studie de embryo's ondergedompeld werden in een oplossing van het product in water, in een verdunning die 1.500 keer groter was dan wat momenteel gebruikt wordt op de genetisch gewijzigde soja in Argentinië. De embryo's ontwikkelden vervormingen aan het hoofd.

In een tweede fase werden embryocellen geïnjecteerd met glyfosaat zonder de toevoegingen van de overige bestanddelen van het commerciële product, opgelost in water. De impact was nog negatiever, waarmee bewezen werd dat de actieve stof voor de vervormingen verantwoordelijk is, en niet de additieven.

"Men kan er vanuit gaan dat wat met amfibieën gebeurt ook met mensen kan gebeuren", zegt Carrasco, die samen met zijn team vijftien maanden aan de studie heeft gewerkt. "Het is duidelijk dat glyfosaat niet onschadelijk is en dat het niet afbreekt, maar zich opstapelt in cellen."

Controversieel

Het is niet de eerste keer dat glyfosaat in opspraak komt. Het middel wordt ook door de Colombiaanse overheid gebruikt om illegale cocaplantages mee te besproeien. De schadelijke effecten op mensen, vee en gewassen over de grens met Ecuador leidden tot formele klachten van de Ecuadoraanse regering.

In Argentinië wordt elk jaar ongeveer tweehonderd miljoen liter glyfosaat gebruikt. Milieubewegingen en sociale organisaties klagen al jaren dat er rond de velden een scherpe stijging merkbaar is van het aantal gevallen van kanker, geboorteafwijkingen, lupus en long en huidaandoeningen.

De organisatie Grupo de Reflexión Rural (GRR) lanceerde in 2006 al de campagne "Stop het Sproeien" in de provincies waar het meeste soja aangeplant wordt en publiceerde eerder dit jaar een rapport met getuigenissen van lokale artsen, deskundigen en omwonenden.

De Argentijnse president Cristina Fernández heeft een commissie opgericht die de risico's van glyfosaat voor mens en milieu moet onderzoeken.

Marcela Valente

_______________________________________________________________________________________


Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede

Treviso, 21 april 2009 - De eerste G8* over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.

Het uitgangspunt van de G8*, "boeren zijn de voornaamste stuwende kracht achter de landbouw" klinkt extra hol omdat het hele weekend van de bijeenkomst er specifiek op gericht was om boerenorganisaties buiten de deur en buiten beeld te houden. Het G8 overleg vond plaats in een geïsoleerd kasteel in de bergen, waar de Italiaanse landbouwminister weigerde om afgevaardigden van Italiaanse en internationale boerenorganisaties die hun standpunt kwamen overbrengen te ontmoeten.

De slotverklaring van de G8 is extreem tegenstrijdig. Ook al erkent men het belang van de mensen die het voedsel produceren en de crisis die het platteland treft, er wordt geen enkele strategie geformuleerd om de crisis te verlichten.
Aan de ene kant spreekt de verklaring over "centraal stellen van landbouw en platteland bij duurzame economische ontwikkeling, door de positie van boerenhuishoudens en kleine landbouwbedrijfjes en hun toegang tot land te versterken". Tegelijkertijd spreekt de verklaring van "het bereiken van een uitgebalanceerde, uitgebreide en ambitieuze conclusie van de Doha Ronde*".
Twee beleidsvisies die onverenigbaar zijn: het is keer op keer bewezen dat boeren gebukt gaan onder de catastrofale gevolgen van de door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voorgeschreven liberalisering van de landbouwmarkt en privatisering van natuurlijke hulpbronnen.

De verklaring steunt de voorgenomen oprichting van het Global Partnership on Food and Agriculture*, terwijl tegelijkertijd de centrale rol van de FAO* wordt erkend - opnieuw twee stellingnames die niet te verenigen zijn. De bestaande instituten van de VN moeten centraal staan bij het oplossen van de huidige crisis - niet de Wereldbank en IMF, vertegenwoordigd door het Global Partnership.

De tegenstrijdige G8-verklaring bevat in elk geval wel een passage over de overduidelijk mislukte pogingen van de wereld om de honger met de helft te laten afnemen, zoals vastgelegd in de Millennium doelen. Die mislukking is juist het gevolg van het beleid dat de G8 al jaren oplegt aan ontwikkelingslanden.

Ieder beleid waarin boeren en kleine landbouwbedrijfjes centraal staan betekent een afwijzing van de vrije markt agenda en van Global Partnership, en zou toestaan dat landen het recht van hun bevolking op voedsel en werk beschermen. Boeren, die ongeveer de helft van de wereldberoepsbevolking uitmaken, zijn vaak de eersten die getroffen worden door honger en ondervoeding.

Vertegenwoordigers van internationale boerenbeweging Via Campesina kwamen in het G8 weekend bijeen om hun alternatieven kenbaar te maken. Hun eisen zijn simpel: sta mensen en landen toe om hun eigen landbouwsysteem te bepalen en te beschermen, zonder dat dat elders nadelige gevolgen heeft. Daarnaast zijn ze voorstanders van het omvormen van het agro-export model van Noord en Zuid naar een model dat is gebaseerd op lokale, duurzame agrarische producten van kleine boerenbedrijfjes.

Op een seminar georganiseerd door het Italiaanse Platform voor Voedselsoevereiniteit vatte spreker Ibrahim Coulibaly, president van de CNOP* in Mali, het helder samen:

"Afrika is in staat zichzelf te voeden - het heeft geen behoefte aan een globaal landbouwbeleid dat wordt opgelegd door een niet legitiem groepje rijke landen... Het is niet aan de G8 om te beslissen over internationale landbouwpolitiek".

Dit is een persbericht van de wereldwijde boerenorganisatie Via Campesina: http://www.viacampesina.org
Beelden van interviews zijn te zien op: http://www.wsftv.net/Members/focuspuller/videos/treviso_web1.mp4/view

Begrippenlijstje:

G8: Overleg tussen beleidsmakers van acht rijke, geïndustrialiseerde landen.

FAO: Food and Agriculture Organisation. In 1945 door Verenigde Naties opgerichte organisatie ter bestrijding van honger.

Global Partnership on Food and Agriculture: initiatief van de Verenigde Naties om een voedselcrisis tegen te gaan: http://www.un.org/News/Press/docs/2009/dev2728.doc.htm

DOHA Ronde: onderhandelingsronde in de WTO over handelsliberalisering

CNOP: Coordination Nationale des Organisations Paysanne Mali: http://www.cnop-mali.org/


_______________________________________________________________________________________


We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis

We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.

IPS: Hoe zou u de huidige voedselcrisis in enkele woorden samenvatten?
Olivier De Schutter: "Het is een strijd die we aan het verliezen zijn. In 1996 leden in de hele wereld 820 miljoen mensen honger. In 2004-2005 waren dat er 852 miljoen, begin 2008 923 miljoen en vandaag 1 miljard. Het aantal mensen dat honger lijdt, neemt toe en hun aandeel in de wereldbevolking vermindert nauwelijks. De wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 heeft een zeer ernstige situatie alleen maar verergerd."
Het is geen nieuw probleem. Waarom geraakt men er niet uit?
"Honger heeft twee oorzaken: de hoeveelheid beschikbaar voedsel is ontoereikend, en niet iedereen heeft toegang tot dat voedsel. We zitten nu in de onuitgegeven situatie dat beide problemen even acuut zijn. Tot nog toe waren we gewoon aan het idee dat er voldoende voedsel was en dat er alleen een probleem van distributie was. Maar vooral de klimaatwijziging heeft een dramatische impact op onze productiecapaciteit. De experts van het IPCC (het intergouvernementeel klimaatpanel, nvdr.) schatten dat de productie in de niet geïrrigeerde delen van Afrika tegen 2020 met de helft zal dalen. Dat is enorm."
Pleit u voor marktcorrecties?
"Veel Afrikaanse landen zijn zich bewust van de noodzaak om de investeringen in landbouw te verhogen, tot 10 procent van hun budget. Ze hebben begrepen dat men de voedselsoevereiniteit voorrang moet geven, en dat betekent keuzes maken in de landbouw, keuzes waardoor deze landen niet langer afhankelijk zijn van de wisselvallige grondstofkoersen. Men moet de voedselvoorraden die in de jaren tachtig ontmanteld zijn, terug opbouwen. Men moet ophouden die landen te verplichten zich van die stocks te ontdoen, zoals de Wereldbank in 2008 nog met Mali gedaan heeft. Mali had een overschot van 100.000 ton rijst en moest die verkopen in de plaats van op te slaan. Men moet de landen de mogelijkheid geven zichzelf te beschermen."
Verwacht u na de crisis van 2007-2008 op korte termijn nieuwe voedselrampen?
"Ja. Men heeft op de wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 enerzijds met humanitaire en anderzijds met macro-economische maatregelen gereageerd. Maar de regels van de internationale handel heeft men niet veranderd. Onze agro-industriële productiewijzen zijn niet echt in vraag gesteld, en nochtans vormen ze een zeer belangrijke oorzaak van de klimaatwijziging. Alle ingrediënten van de crisis van 2007-2008 zijn nog steeds aanwezig. Als men de oorzaken niet aanpakt, dan zal de crisis zich onvermijdelijk blijven herhalen.
Structurele veranderingen zijn zeer moeilijk omdat men dan in vraag zou moeten stellen dat de natuurlijke rijkdommen van het Zuiden de behoeften van de consumenten in het Noorden dienen. Ook bij het gewicht van de grote agro-alimentaire multinationals zou men dan vraagtekens moeten plaatsen. Dat is geen humanitaire maar een politieke kwestie. Er is dus een sterke politieke wil nodig."
Kan men vandaag al op lokale schaal maatregelen nemen?

"Dat moet men zeker doen. De landbouw is slachtoffer van de klimaatwijziging maar ook een van de belangrijkste oorzaken. Bepaalde ecologische landbouwsystemen verminderen de broeikasgassen en hebben een invloed op het ecosysteem waartoe de plant behoort. Ze hebben veel minder dure meststoffen of verbeterde zaden nodig en maken de kleine boeren minder afhankelijk. In Malawi heeft men via agrobosbouw aanzienlijke oppervlaktes (350.000 hectare voor 100.000 kleine boeren) opnieuw bruikbaar gemaakt door het productiegemiddelde van 1,3 naar 3,7 ton per hectare te brengen. De inkomsten per gezin zijn met 370 euro per jaar gestegen. In het oosten van Tanzania, waar men via de agrobosbouw hele regio's heeft bruikbaar gemaakt, is een gelijkaardige vooruitgang geboekt. Het is dus mogelijk."
(InfoSud/vertaling: IPS)
IPS(RP, PD)


_______________________________________________________________________________________


Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
Jim Lobe

WASHINGTON, 4 maart 2009 (IPS) - Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van zaden nu in volle gang.
De Pushkal, zoals de nieuwe variëteit is gedoopt, is de eerste commercieel beschikbare hybride van een peulvruchtensoort, zegt William Dar, directeur-generaal van de Indiase onderzoeksinstelling ICRISAT. "De Pushkal levert 40 procent meer op dan de beste traditionele variëteiten in India, het is dus echt een wondererwt."

Volgens Dar kost de hybridevariëteit weinig, waardoor het gewas snel verspreid zal kunnen worden. Planten en zaden die door ICRISAT en veertien andere landbouwkundige onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld die samenwerken in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR), worden niet gepatenteerd.
Armenkost

Struikerwten (ook bekend onder Engelse naam pigeon pea) worden wereldwijd op bijna vijf miljoen hectare geteeld. In India, Birma, het oosten en het zuiden van Afrika en de Cariben is het een belangrijke eiwitleverancier voor arme mensen. Het gewas kan goed tegen droogte en groeit ook op slechte landbouwgrond.

De nieuwe struikerwt is vooral belangrijk in het licht van de voedselcrisis. Vorig jaar haalden de prijzen van belangrijke voedingsmiddelen als maïs, tarwe, soja en rijst recordhoogtes. Ook struikerwten werden duurder, waardoor miljoenen arme mensen in ontwikkelingslanden minder eiwitten binnenkregen.

Doordat in de tweede helft van het jaar aardolie opeens veel goedkoper werd, gingen ook de voedselprijzen weer dalen, maar experts verwachten dat het effect maar tijdelijk is. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw denkt dat de prijzen dit jaar hoger zullen blijven dan in 2006 en 2007. "Dit wordt weer een hard jaar voor arme landen", verklaarde Joseph Glauber de hoofdeconoom van het ministerie, in een interview met de Financial Times.

ICRISAT werkt in India al sinds 1974 aan gewasverbetering, maar de ontwikkeling van variëteiten met hoog rendement van struikerwten of andere peulvruchten bleek moeilijk omdat de planten zichzelf bestuiven. Een nieuwe techniek maakte dit nu toch mogelijk.
Klaar voor internationale doorbraak

De nieuwe soort werd met succes getest door arme boeren in India. Nu worden er op grote schaal zaden aangemaakt. In India is al ongeveer 5000 hectare ingezaaid met Pushkal, en die oppervlakte zal waarschijnlijk snel stijgen. Birma, Brazilië, de Filipijnen en China hebben al interesse getoond.

Voor Afrika biedt de nieuwe variëteit geen oplossing. Net als de andere struikerwten in India levert de Pushkal kleine, bruine zaden op, die gesplitst worden klaargemaakt. De zaden van de struikerwten die in Afrika worden gegeten, zijn groter en wit en worden in hun geheel gekookt. De Indiase variëteiten zijn ook niet afgestemd op de Afrikaanse bodems, weersgesteldheid en veelvoorkomende plagen.

ICRISAT heeft in Afrika andere variëteiten ontwikkeld die beter aangepast zijn aan de Afrikaanse omstandigheden. Ook die variëteiten leveren een hogere opbrengst op. Sommige van de nieuwe Afrikaanse struikerwtsoorten die ICRISAT ontwikkelde, beantwoorden aan de Indiase smaak. Ze kunnen van mei tot oktober geëxporteerd worden naar India. In die maanden zijn struikerwten daar schaars.
IPS(PD, JG)


_______________________________________________________________________________________


"China's waterschaarste zal honger brengen"
Joren Gettemans

BRUSSEL, 25 februari 2009 (IPS) - Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.

China kende deze winter de ergste droogte in decennia. Volgens het Chinese ministerie van Landbouw werd meer dan tien miljoen hectare landbouwareaal getroffen en lijden minstens 3,46 miljoen mensen gebrek aan water. De uitblijvende neerslag is een bijkomende slag voor de boeren in een al erg droge regio, waar de waterconsumptie piekt door intensieve landbouw, industrie en een snel groeiende stadsbevolking. Het noorden van China is goed voor 40 procent van de bevolking van het land, een groot deel van de industrie en de helft van het Chinese landbouwareaal, maar heeft amper 20 procent van het water.
Lin Erda, een gezaghebbende klimaatwetenschapper van het ministerie van Landbouw, zegt dat hij en zijn collega's er niet uit zijn welke rol de klimaatverandering precies speelt, maar dat ze er wel van overtuigd zijn dat er een belangrijk verband is. Volgens een overheidsstudie uit 2007 kan het land door de klimaatverandering vreemd genoeg 7 tot 10 procent meer neerslag krijgen. "Toch zal het noorden van het land blijven kampen met een watertekort, omdat het waterverbruik enorm gestegen is in de voorbije jaren en die trend zal aanhouden door de hogere temperaturen", zegt Lin in de Chinese krant China Daily.
De stijgende temperaturen treffen een steeds groter landbouwareaal in China. "De recente droogte, de ergste in een halve eeuw, is een belangrijke waarschuwing", zegt Lin. "Als de klimaatverandering doorgaat, verwachten we frequentere en meer schadelijke droogtes in het noorden van het land." Simulaties op lange termijn wijzen zelfs op een vermindering van de landbouwopbrengst met 14 tot 23 procent tegen 2050. De productie van basisgewassen als tarwe, rijst en maïs kan zelfs tot 37 procent teruglopen. Een dergelijke terugval is een ramp in een land van 1,3 miljard mensen, en er moeten snel maatregelen genomen worden, zegt Lin.
IPS(JG, PD)

_______________________________________________________________________________________



Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer

In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt. Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid, de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace. De Europese Unie zal waarschijnlijk nog deze week een beslissing nemen over de vraag van de Duitse gigant van de chemische industrie Bayer, om hun genetisch gewijzigde rijstvariëteit (in het jargon LL62) toe te laten in Europa. De meeste landen schrikken terug voor risicovolle proeven met ggo-rijst en op dit moment wordt nergens ter wereld ggo-rijst verbouwd. Maar Bayer heeft rijst genetisch gewijzigd omdat het gewas bestand zou worden tegen hoge doses glufosinaat, een giftig ziektebestrijdingsmiddel dat ook door Bayer wordt geproduceerd. Dit middel is zo giftig dat het op termijn zal worden verboden in Europa.
Greenpeace start nu internationaal met een online petitiecampagne onder de naam Hands Off Our Rice om de EU en alle regeringen over de hele wereld op te roepen om de ggo-rijst van Bayer niet toe te staan, om gevaarlijke testen met gewijzigde rijst te stoppen en zowel de consumenten als de landbouwers te beschermen. Als de Europese Unie de import van de rijst van Bayer toestaat, kunnen boeren in de VS en op andere plaatsen in de wereld die ggo-rijst snel beginnen zaaien.
De kans dat ggo-rijst andere rijst gaat besmetten is namelijk erg groot en dan is er nauwelijks nog controle mogelijk. Dit vormt een reële bedreiging voor de biodiversiteit in de wereld. De door de bioindustrie voorgestelde voordelen (voeding van een steeds grotere bevolking) wegen niet op tegen de risico's, vindt Greenpeace. Als rijst een product wordt in handen van de industriële groepen verliezen landbouwers hun autonomie. (JVC)
Websites
Klik voor Internationale campagne Hands Off Our Rice
Klik voor Greenpeace Belgium: campagne tegen ggo-rijst: online petitie
klik voor Bayer Crop Science

_______________________________________________________________________________________


Wereldvoedseldag: boeren zijn het antwoord

16 oktober 2008 (MO) - Terwijl de meeste ogen in de westerse wereld gericht zijn op de financiële crisis, hebben mensen aan de andere kant van de wereld te maken met een andere crisis. Vandaag, tijdens de internationale Wereldvoedseldag, wordt speciale aandacht gevraagd voor de nog immer woedende voedselcrisis.

Er is genoeg eten voor iedereen. Toch is het aantal ondervoede mensen het afgelopen jaar wereldwijd gestegen met 44 miljoen tot een totaal van bijna een miljard, blijkt uit cijfers van de Wereldbank. Een van de oorzaken van deze immense stijging is de voedselcrisis. De voedselprijzen zijn het afgelopen jaar gestegen met 30 tot 150 procent. Een ramp voor mensen in ontwikkelingslanden die soms driekwart van hun inkomen aan eten besteden.

Slechte oogsten door de klimaatverandering, hoge brandstofprijzen, de stijgende vraag naar vlees, vis en zuivel, de groeiende vraag naar energie, speculatie op de grondstoffenmarkt en beschermende maatregelen van een aantal landen: allemaal oorzaken van de voedselcrisis. Maar volgens het vandaag verschenen rapport Double-Edged Prices van Oxfam International, heeft de crisis een dieperliggende reden.

Kleine boeren
Zowel de ontwikkelingslanden zelf, als de internationale ontwikkelingshulp hebben zich de afgelopen jaren te veel gericht op de industrialisatie. De hulp aan kleine boeren is - volgens het rapport - van 18 procent van het totaal in de jaren '80 gedaald naar 4 procent nu. De kleine boeren hebben niets gehad aan de hoge voedselprijzen. Dat komt doordat het slechte handels- en landbouwbeleid hen heeft tegengewerkt en juist zwakker maakte, zegt Oxfam in het rapport. Door het verwaarlozen van de landbouw in het Zuiden, zagen de boeren zich gedwongen hun werk stil te leggen en naar de sloppenwijken in de steden te verhuizen. Voor hen is geen plaats in een wereldeconomie, die de landbouw afstemt op de vraag van de multinationals.

In landen waar men wél investeerde in kleinschalige landbouw en aandacht was voor de familiale boeren, zijn de gevolgen van de voedselcrisis minder erg. In landen waar liberale handel de norm was, is te weinig in de landbouw geïnvesteerd en zijn de gevolgen verwoestend geweest. Duidelijk is dus dat er meer geïnvesteerd had moeten worden in de ontwikkeling van een duurzame familiaire landbouwsector, waardoor de voedselcrisis voor veel mensen minder ernstige gevolgen zou hebben.

Oplossingen
Het probleem van honger in de wereld vraagt om de inzet van regeringen van Westerse en ontwikkelingslanden. Boeren moeten meer kansen krijgen om hun productie te verhogen en een goede prijs te krijgen voor hun producten. Het rapport van Oxfam draagt drie manieren aan waarop de hoge voedselprijzen aangepakt kunnen worden: investeren in en hervormen van de landbouw, eerlijker handelsbeleid waarbij voedselzekerheid het doel is, en steun aan de armste mensen om de gevolgen van voedselcrisis op te vangen.

Dat houdt in dat de kleinschalige landbouw, die miljoenen mensen in de wereld van werk voorziet, moet tegen de macht van de landbouwconcerns beschermd worden. Het behoud van de biologische diversiteit en van de kennis van de plaatselijke omstandigheden is ook noodzaak voor het (over)leven op aarde. Akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie mogen het de staten niet langer moeilijk maken om de verzorging van hun eigen bevolking voorrang te verlenen. De subsidies voor export van landbouwproducten - zowel directe als indirecte - moeten afgeschaft worden en wel onmiddellijk. Alleen dan kan de voedselcrisis tot halt geroepen worden.

Auteur: Imke van den Ak


_______________________________________________________________________________________


We staan op de rand van een nieuwe prijsstijging voor voedsel

17 september 2008 (MO) - In een nieuw rapport stelt de Aziatische Ontwikkelingsbank dat de economische groei in Azië vertraagt, dat inflatie piekt en dat de voedselprijzen opnieuw dreigen te stijgen, onder andere door financiële speculatie en door het stimuleren van biobrandstoffen.

In het Asian Development Outlook 2008 Update rapport stelt de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) dat het stilaan duidelijk wordt dat de sterke groei van de Aziatische ontwikkelingslanden van de voorbije jaren erg afhankelijk was van de gezondheidstoestand van de grote economieën in de VS, de Europese Unie en Japan. 'De mythe van de ontkoppeling is definitief aan scherven geslagen.'
Toch ziet de ADB nog geen economische crash-scenario's opdoemen voor Azië. In China zou de groei dit jaar toch nog 10 procent bedragen en volgend jaar vertragen tot 9,5 procent. India valt wat sterker terug van 9,2 procent vorig jaar naar 7,4 procent in 2008 en 7 procent in 2009. Vietnam gaat van 8,5 procent vorig jaar naar 6,5 procent dit jaar en 6 procent in 2009.
De grootste bedreiging voor Azië komt volgens de ADB van de piekende inflatie. In Vietnam zou die dit jaar 25 procent bedragen, in India 11,5 procent, in de Centraal-Aziatische regio 15,4 procent. China zou het beter doen met 7 procent inflatie in 2008 en 5,5 procent in 2009.
Olie en voedsel
'Als de olieprijzen hoog blijven, dan zullen ook de voedselprijzen hoog blijven', voorspelt de ADB. En meteen schat de Bank dat we tot 2020 niet moeten rekenen op olieprijzen die stabiel onder de 100 dollar per vat zullen liggen.
De ADB citeert vier hoofdredenen voor de scherpe stijging van de voedselprijzen begin dit jaar:
1. de snelle economische groei in China en India, waardoor de vraag veel sneller steeg dan het aanbod
2. de volgehouden ontwaarding van de dollar, die een opwaartse prijsdruk veroorzaakte op grondstoffen die in dollars betaald worden -met name olie
3. de combinatie van hoge olieprijzen en het stimuleringsbeleid voor de productie van biobrandstoffen, waardoor een link gecreëerd werd tussen brandstofprijzen en de prijs voor maïs en eetolie
4. financiële speculatie, gestimuleerd door lage interestvoeten
De ADB beklemtoont in het rapport dat het tekort tussen granenproductie en vraag op de markt ontstaan is door de krimpende investeringen in 'de infrastructuur, de instellingen en de innovaties die de groei van landbouwproductiviteit ondersteunen'. Vorig jaar bracht de Wereldbank ook een rapport uit waarin die instelling pleitte voor veel meer investeringen in familiale landbouw.
'Krapte op de wereldmarkt creëert kwetsbaarheid voor schokken op het vlak van aanbod', schrijft de ADB nog. 'De wereld is maar één aanbodschok verwijderd van een nieuwe stijging van de graanprijzen.'
De ADB beseft dat het nog jaren zal duren eer de graanvoorraden opnieuw op peil gebracht zijn, en waarschuwt daarom dat de instabiliteit van de voedselprijzen dan ook nog jaren zal aanhouden. Wat de ADB noch de Wereldbank vermeldt in hun rapporten, is het feit dat beide instellingen jarenlang gepleit hebben tégen grote voedselvoorraden -in het geloof dat de internationale markt eventuele lokale tekorten efficiënter zou opvangen dan een overheidsbeleid op basis van stocks.
Wie meer wil lezen over de link tussen financiële speculatie en hoge voedselprijzen annex honger, leest daarover alles in het MO*dossier van september 2008. Daarin ook aandacht voor de rol van Belgische grootbanken.
Auteur: Gie Goris.

_______________________________________________________________________________________


Voedsel & water

De voedselcrisis in grote delen van de wereld, die eerder dit jaar leidde tot rellen en demonstraties in meer dan dertig ontwikkelingslanden, wordt verergerd door verspilling en overconsumptie in andere landen..

"Obesitas is een veel groter probleem dan ondervoeding", zei professor Jan Lundqvist van het Stockholm International Water Institute (SIWI) tijdens de Internationale Waterconferentie die deze week in Zweden wordt gehouden. Hij wees erop dat wereldwijd 850 miljoen mensen honger lijden, terwijl 1,2 miljoen mensen lijden aan overgewicht en obesitas. Overgewicht kan onder meer hartproblemen en diabetes veroorzaken.

In de marge van de Internationale Waterconferentie zei Lundqvist gisteren dat "het verbeteren van de waterproductiviteit en het verminderen van de waterverspilling" ervoor kan zorgen dat armen beter eten krijgen en dat er genoeg beschikbaar is voor groeiende bevolkingen.

De studie 'Saving Water' stelt dat het risico op ondervoeding afneemt met een toename van de voedselvoorraad, maar dat het risico op teveel eten en verspilling ook toeneemt als voedsel overvloedig aanwezig is in bepaalde samenlevingen.

In de Verenigde Staten wordt jaarlijks 30 procent van het voedsel weggegooid door huishoudens. De totale waarde van die producten is ruim 48 miljard dollar (32 miljard euro).

"Dat is net zoiets als de kraan open laten staan en 40 biljoen liter water weg laten lopen. Genoeg om in de huishoudelijke behoefte van 500 miljoen mensen te voorzien", staat in het rapport van SIWI, de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en het International Water Management Institute (IWMI) in Sri Lanka. Het onderzoek stelt ook dat verspild voedsel, verspild water is. Om voedsel te produceren is namelijk veel water nodig.
Virtueel water
Professor John Anthony Allan of King's Collega in Londen, de winnaar van de Stockholm Waterprijs 2008, is de bedenker van het concept 'virtueel water'. Hij stelt dat mensen water niet alleen consumeren als ze het drinken of een douche nemen, maar ook als ze eten. De Universiteit Twente onderzocht op verzoek van het Wereldnatuurfonds (WNF) het virtuele waterverbruik in Nederland. Uit dat onderzoek bleek dat voor een kop koffie 140 liter water wordt verbruikt, als het produceren, verpakken en versturen van de koffiebonen meegerekend wordt. Een hamburger is goed voor 2.400 liter water, voor een kilo rundvlees is 15.000 liter nodig en voor een snee witbrood 40 liter. Voor de productie van een kilo kaas is 5.000 liter water nodig.

Volgens Charlotte de Fraiture, onderzoeker bij IWMI, gaat waarschijnlijk de helft van al het water dat gebruikt wordt bij voedselproductie verloren. "Als we daar iets aan doen, is dat goed voor boeren, bedrijven, ecosystemen en de mensen die wereldwijd honger lijden." Een effectief waterbeleid kan alleen bereikt worden als het thema hoog op de politieke agenda komt, zegt De Fraiture. Volgens SIWI is terugbrengen van de waterverspilling met 50 procent een noodzakelijk en haalbaar doel.
IPS(JS, JG)

______________________________________________________________________________________


Manilla vindt geen antwoord op dure rijst

Wereld | Voedsel | 18-8-2008 | Bron: IPS

De hoge rijstprijzen blijven voor onrust zorgen op de Filipijnen. De eigen rijstproductie opkrikken lijkt de enige manier om het probleem onder controle te krijgen, maar de nodige investeringen blijven uit.


In juni moesten de inwoners van de Filipijnen 61 eurocent neertellen voor een kilogram rijst, bijna twee keer meer dan in 2007. Liza Valino, een manicure met een gezin van tien, begon vaker kookbananen en zoete aardappelen op tafel te zetten om haar huishoudbudget in evenwicht te houden, maar oogstte protest. "Rijst stilt de honger beter", legt Valino uit. Uiteindelijk besliste Valino dan maar minder geld uit te geven aan andere voedingsmiddelen.
De 91 miljoen Filipijnen verbruiken per dag 33.000 ton rijst. Een maaltijd zonder rijst is onvolledig, vinden de meeste inwoners van de archipel. Dat is een probleem nu rijst veel duurder is geworden. Volgens een onderzoek van het Filipijnse enquêtebureau Pulse Asia uit juli zeggen twee op de drie gezinnen dat ze dit jaar minder zijn gaan eten of minder geld uitgeven aan voedsel. In een kwart van de gezinnen komt er minder rijst op tafel, een teken dat het echt slecht gaat.
De situatie dreigt nog erger te worden, want nu breken de maanden aan waar het aanbod aan rijst traditioneel laag is. Voor de Filippijnse beleidsmakers is het pompen of verzuipen. De voorbije twee maanden heeft de regering van president Gloria Macapagal-Arroyo twee miljoen ton rijst ingevoerd om schaarste te voorkomen. Een deel daarvan werd verkocht tegen gesubsidieerde prijzen van ongeveer 37 eurocent per kilogram. Er kwamen maatregelen tegen speculanten die grote voorraden rijst opslaan om de prijzen nog verder te doen stijgen, en een moratorium op de omzetting van landbouwgrond in industrieterreinen of bouwgebieden. Fastfoodrestaurants kregen de dringende wenk ook halve porties rijst aan te bieden.
Ongenoegen
Maar het helpt allemaal weinig om het ongenoegen over de dure rijst weg te nemen. President Arroyo heeft nog amper 21 procent van de bevolking achter zich, het laagste cijfer dat een president sinds 1989 deed optekenen.
Nog meer zorgen baart de Filipijnse afhankelijkheid van rijstimport. De Filippijnen zijn 's werelds grootste importeur van rijst geworden. De voorbije tien jaar heeft het land per jaar één à twee miljoen ton rijst ingevoerd, gemiddeld 10 procent van het totale verbruik. "Dat kan niet blijven duren. Wat doen we als de exporteurs beslissen niet meer te leveren?" vraagt Jessica Reyes Cantos van de Filipijnse actiegroep Rice Watch and Action Network. Exporteurs als Thailand en Vietnam verbruiken zelf ook veel rijst en aarzelen niet de export te verminderen als de bevoorrading van hun eigen bevolking in het gedrang komt.
De Filipijnse landbouwminister Arthur Yap maakt zich sterk dat de Filipijnen in 2010 weer genoeg rijst zullen produceren om het eigen verbruik te dekken. Maar zijn voorgangers hebben gelijkaardige voorspellingen nooit kunnen waarmaken. De Filipijnen hebben relatief weinig landbouwgrond en tropische stormen bedreigen elk jaar de oogst. Experts gaan ervan uit dat alleen forse investeringen in irrigatie en nieuwe rijstvariëteiten en teeltmethoden zelfvoorziening mogelijk maken.
Trinidad Domingo, de voorzitter van de Nationale Coalitie van Plattelandsvrouwen, vindt dat in elk geval het geld dat nu wordt uitgegeven aan de import van rijst, geïnvesteerd moet worden in de Filippijnse landbouw. Voor de 2,7 miljoen ton rijst die het land dit jaar waarschijnlijk zal invoeren, moet het land ongeveer 900 miljoen euro op tafel leggen. Dat is meer dan de 600 miljoen euro die volgens de econoom Fermin Adriano jaarlijks nodig is om nieuwe irrigatiekanalen aan te leggen en de bestaande irrigatie-infrastructuur te onderhouden. Betere irrigatie doet de rijstoogst fors toenemen.
De Filipijnen zouden ook meer geld kunnen pompen in landbouwkundig onderzoek, een andere maatregel die een hoge return kan opleveren. De Filipijnen investeerden de voorbije jaren duidelijk minder in dergelijk onderzoek dan veel andere landen in de regio. Wetenschappers kunnen beter zaaigoed en aangepaste teeltmethoden ontwikkelen en helpen al die kennis bij de boeren te brengen.

_______________________________________________________________________________________

VS voorspellen sterke stijging energieverbruik

WASHINGTON, 26 -6 2008 (IPS) - Het wereldwijde energieverbruik zal tegen 2030 met 57 procent zijn gestegen ten opzichte van 2004. Dat stelt de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) in het gisteren verschenen rapport Energy Outlook 2008.
Het wereldwijde energieverbruik zal tegen 2030 met 57 procent zijn gestegen ten opzichte van 2004. Dat stelt de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) in het rapport Energy Outlook 2008.
De stijgende olieprijzen zullen het energieverbruik niet verminderen en ontwikkelingslanden zijn bezig aan een inhaalslag op het gebied van energieverbruik, zegt het overheidsrapport.

De onderzoekers maken een onderscheid tussen de rijke landen die lid zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en landen die niet tot de OESO behoren. Het totale energieverbruik zal in die laatste groep landen toenemen met 95 procent, voorspellen zij. In de OESO-landen is dat naar verwachting 24 procent.

Olie en kolen, die vanwege de stoffen die vrijkomen bij verbranding gezien worden als twee belangrijke schuldigen aan de opwarming van de aarde, zullen het wereldwijde energieverbruik blijven beheersen, zegt de statistische vleugel van het Amerikaanse Departement voor Energie.

Als er geen nieuwe maatregelen worden genomen om de klimaatverandering tegen te gaan, zal de jaarlijkse uitstoot van koolstofdioxide uit energieverbruik met 51 procent stijgen tussen 2005 en 2030.
Olieprijzen

Ondanks de hoge olieprijzen, zal het benzineverbruik door de transportsector toenemen en de elektriciteitsproducenten zullen veelal gebruik blijven maken van kolen, stelt EIA. Vooral China en andere opkomende economieën zorgen voor een toenemende vraag.

Alternatieve vloeibare brandstoffen, inclusief het uit milieuoogpunt controversiële olieschalie (oil shale) en biobrandstoffen zoals ethanol, zullen tegen 2030 ongeveer 10 procent van het totale verbruik uitmaken.

De EIA verwacht dat het er 124 nieuwe kerncentrales gebouwd zullen worden voor 2030, waarvan ongeveer 45 in China, 18 in Rusland, 17 in India en 15 in de VS. Energie die wordt opgewekt met behulp van hernieuwbare energie, zal stijgen met 2,1 procent per jaar. Het grootste deel van die energie wordt opwekt door waterkrachtcentrales in Azië en Latijns-Amerika, en niet door zon, wind of aardwarmte. Die laatste energiebronnen hebben de voorkeur van milieuorganisaties.

Auteur: Abid Aslam.


_______________________________________________________________________________________



Voedselveiligheid en vrouwenrechten

Wereld | Voedsel | 23-6-2008 | Bron:PALA-nieuwsbrief


Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen als middel tegen honger en voedselcrisis
.
In de marge van de 25ste regionale Afrikaanse conferentie (ARC) van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, die van 16 tot 20 juni plaatsvond in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, kwamen ook vrouwen van de meest diverse Afrikaanse basisgroepen samen om zich te beraden over de actuele voedselcrisis.
Sinds de Wereldvoedseltop van 1996 wordt de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en -voorziening algemeen erkend. Toch blijkt dat relatief weinig vrouwen ook eigenaar zijn van de grond die ze bewerken of van de productiemiddelen die ze gebruiken. Bovendien worden de al beperkte rechten van vrouwen extra zwaar getroffen bij privatiseringen of bij marktgerichte landhervormingen. Ook bij mijnbouwactiviteiten en grootschalige bosbouwprojecten zijn het vaak vrouwen die het zwaarst worden getroffen.
Met de recente forse stijging van de voedselprijzen krijgen alleenstaande vrouwen het moeilijk om het hoofd boven water te houden. In toenemende mate hebben Afrikaanse overheden - daarin geadviseerd door internationale instellingen en donoren - hun steun aan de voedsellandbouw teruggeschroefd en voedselsubsidies afgeschaft. Vrouwen werden daarvan het eerste slachtoffer. Hoewel tot 80 procent van de voedselproductie in Afrikaanse landen door vrouwenhanden gaat, is 60 procent van de mensen die honger lijden een vrouw. "Extra maatregelen dringen zich op om vrouwen ten volle hun rechten op grond en toegang tot productiemiddelen en natuurlijke rijkdommen te garanderen", zegt Fatou Bah van de National Youth Association for Food Security in Gambia.
In de slotverklaring van Nairobi eisen de vrouwen onder andere dat de gelijke toegang van mannen en vrouwen tot land geen ijdele woorden blijven, maar dat Afrikaanse regeringen dringende maatregelen zouden nemen om alle discriminaties weg te werken, vooral wat betreft het erfenisrecht. Binnen de FAO zou een commissie belast moeten worden met de monitoring van alle maatregelen die overheden nemen op het vlak van voedselveiligheid en vrouwenrechten. Tegen de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders van de Afrikaanse Unie in 2009 moet er een vooruitgangsrapport liggen met concrete stappen waarop de regeringen kunnen worden afgerekend, eisen de vrouwen. (JVC)


_______________________________________________________________________________________


Armste landen zijn de dupe van internationale crisis

13 juni 2008 (MO/IPS) - De combinatie van de kredietcrisis en de stijgende voedsel- en olieprijzen treft de ontwikkelingslanden steeds harder, zegt de Wereldbank. De economische groeivertraging levert de grootste verliezen op in Azië en Latijns-Amerika. Zelfs de armste landen delen in de klappen: donorlanden gaven in 2007 al 3,4 miljard dollar minder dan in 2005.

'De laatste jaren was er nooit zoveel onzekerheid en pessimisme', zegt de Wereldbank in haar dinsdag gepubliceerde rapport 'Global Development Finance 2008'. De collectieve economische groei in de ontwikkelingslanden zal dalen van 7,8 procent vorig jaar tot 6,5 procent dit jaar, zegt de Wereldbank.
Volgens de Wereldbank zal de groeivertraging het sterkst zijn in landen die zwaar van buitenlands kapitaal afhangen aangezien financiële instellingen door de kredietcrisis minder makkelijk geld uitlenen.
In Oost-Azië krijgt China de hardste klappen met een groeivertraging van 2,5 procent tot 9,2 procent volgend jaar en 9 procent in 2010. De groei in zwart-Afrika zou dan weer toenemen, tot 6,5 procent dit jaar, de sterkste vooruitgang in bijna 40 jaar. Tegen 2010 zou de groei getemperd worden tot 5,9 procent, maar dat is nog steeds een stuk beter dan de voorbije jaren.

Prijzen doen arme bevolking pijn
'De sterke groei in de ontwikkelingslanden helpt zeker om de grote vertraging in de VS te compenseren', zegt Uri Dadush, directeur van de afdeling Internationale Handel van de Wereldbank. 'Maar tegelijk doet de groeiende internationale inflatiedruk, vooral in de vorm van hoge voedsel- en energieprijzen, overal ter wereld grote delen van de arme bevolking pijn.' Voor regeringen en centrale banken in de ontwikkelingslanden is het bijzonder moeilijk maatregelen te nemen om de stabiliteit op middellange termijn te garanderen, zegt de bank.
Zo voorspelde de Aziatische Ontwikkelingsbank (AOB) onlangs dat een bijkomende 5 procent van de bevolking, zo'n 50.000 mensen, door de prijsstijgingen in armoede geraakt. Dat is nog conservatief geschat, vindt Biman Prasad, ontwikkelingseconoom aan de Universiteit van de Stille Zuidzee. 'Alleen al in Fiji loopt 30 procent van de bevolking het risico op armoede, naast de 28 procent Fijiërs die nu al in de categorie 'arm' vallen. 'En Fiji is nog het meest ontwikkelde land in de hele regio. Als regeringen niets doen, zullen veel mensen in armoede vervallen.'

Millenniumdoelen onder druk
De secretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN), Ban Ki-Moon, zag op de Algemene Vergadering van de VN ondermeer de hoge voedselprijzen als een hinderpaal op weg naar de Millenniumdoelen. De VN-lidstaten beloofden in 2000 om tegen 2015 werk te maken van de strijd tegen de honger, armoede, analfabetisme en ziekte.
De prijzen van de belangrijkste voedselproducten zijn verdubbeld sinds 2005, vooral een gevolg van de stijgende vraag, de concurrentie van de biobrandstofindustrie, protectionistische maatregelen en financiële speculatie. Ook de olieprijzen swingen de pan uit. Ze schommelen nu rond 140 dollar per vat en economisten verwachten niet meteen een afzwakking van de stijging. Ook de zwakke dollar kan de prijzen nog verder opdrijven.
Heel wat landen, met name in Afrika, zullen er daardoor niet in slagen het aandeel mensen met honger te halveren tegen 2015, nochtans de eerste van de acht millenniumdoelstellingen. In absolute cijfers blijft het aantal armen in Afrika stijgen om in 2015 waarschijnlijk rond 360 miljoen uit te komen.

Landbouw als hulpmiddel?
In de kleine eilandstaten in de Stille Oceaan dreigt de voedselcrisis het aantal armen nog op te drijven, behalve als de landen de hoge voedselprijzen aangrijpen om de verwaarloosde landbouw weer op de rails te krijgen. Terwijl sommige atollen, met hun arme grond, niet veel verder kunnen komen dan broodvrucht, taro en kokosnoot, zijn er ook grotere vulkanische landen met vruchtbare bodem en veel water.
Maar de bewoners zijn in de laatste decennia volledig afhankelijk geworden van geïmporteerde rijst, bloem en noedels, stelde het secretariaat van de Pacifische Gemeenschap op de Wereldvoedseltop in Rome vorige week.

Auteur: Abid Aslam, Thalif Deen, Shailendra Singh

_______________________________________________________________________________________


Je bord wordt kleiner en duurder

Naar aanleiding van de wereldvoedseltop vroegen wij ons af hoe de voedselcrisis wordt ervaren in armere landen. In Haïti zie je de gevolgen letterlijk op je bord, zegt Gerrit Matton, steunpunt voor Broederlijk Delen.
Een appel in de morgenstond is goud in de mond. In Haïti zijn er jammer genoeg geen appels te krijgen (behalve geïmporteerde, "imports", en dan vooral rond de kerstperiode), maar elke morgen eet ik toch mijn banaantje.

Meestal laat ik die kopen door de dame die het huishouden doet, want als blanke op de markt betaal je al gauw driemaal meer dan de normale prijs.

Normaal ligt er op de keukentafel in de fruitmand een grote tros met mooie, dikke bananen, maar de laatste tijd zie ik 's morgens alleen maar losse, kleine banaantjes. Ik vraag haar toch even naar het waarom van deze duidelijke vermindering in kwaliteit en kwantiteit krijg als antwoord: "Bagay yo vini cher" ("alles is duurder geworden").

Ik vermoedde dit al een tijdje, want sinds enkele maanden merk ik dat er op het einde van de maand precies minder overblijft van mijn maandloon dan gewoonlijk. Ik had dat eerst toegeschreven aan een aantal extra uitgaven, maar nu ik er begin op te letten, zijn het niet dat avondje theater of een fris pintje die duurder geworden zijn maar de gewone dagdagelijkse uitgaven.

Groenten en fruit zijn duurder geworden, en in de supermarkt is mijn stukje biefstuk niet duurder geworden, maar wel bijna de helft kleiner!

Maar ja, het is altijd al geweten dat in een hoofdstad wonen duurder is, en dat geldt zeker voor Port-au-Prince, waar we samenwonen met bijna de helft van het land, momenteel 3 à 4 miljoen inwoners.

In het kader van mijn werk ga ik vandaag een boerenfederatie bezoeken in het zuiden van het land.

Het is een plezante groep boeren om mee samen te werken en een van de lokale moeders heeft wel een boontje voor mij en voorziet meestal een lekkere maaltijd na een dagje veldbezoeken en vergaderen onder de brandende zon.

Ik kijk er al naar uit. Meestal is dat een lekkere kippenborst met rijst, een salade en dan een fruitschotel.

Bij mijn aankomst lieten de boeren al meteen verstaan dat het niet zo goed gaat. Bij de laatste orkaan Dean hadden ze een deel van de vorige oogst verloren zodat hun reserves nu al uitgeput waren.

Het nieuwe zaaigoed dat we mee hadden helpen financieren, was wel goed opgeschoten door de vroege regens, maar het zou toch nog wel een maand duren voor het klaar was om te oogsten.

In gelijkaardige toestanden vroeger verkochten de boeren dan een geit, een varken of enkele kippen en kochten met de opbrengst dan bonen, mais of rijst om te eten, maar de laatste maanden zijn die producten met 50 tot 100 procent gestegen.

Je kan je nu misschien afvragen waarom men dan niet beter gewoon het varken zelf opeet. Wel, in het ganse dorp is geen elektriciteit of ijskast aanwezig, dus zal een boer zelden iets zelf slachten (behalve een kip) omdat hij het anders nooit vlug genoeg kan opeten voor het bederft. De gemiddelde dagtemperaturen bedragen hier 25 à 30 graden.

Veel boeren zullen het dus lastig krijgen in de komende weken.

Mijn lekkere kippenborst was er overigens ook niet bij deze keer. Een beetje beschaamd zetten ze mij een bord met rijst en boontjes voor, wel lekker klaargemaakt met allerlei kruiden.

Ik kreeg na enige ogenblikken toch weer dezelfde uitleg. Dat alles duurder geworden was op de markt en dat ze het daarom met iets minder stelden.

Deze keer betaalde ik uit eigen beweging zelfs iets meer voor mijn maaltijd, alhoewel het "iets minder" was dan normaal, maar het is nu wel overduidelijk dat er iets veranderd is.

We horen en lezen hier natuurlijk elke dag over stijgende voedselprijzen, over betogingen, over de goedkope importproducten die de markt overspoelen waardoor de lokale boeren hun graanproducten niet kwijtraken,...

Maar het wordt pas realiteit als je de feiten letterlijk voorgeschoteld krijgt en je je eigen bord kleiner en tegelijk duurder ziet worden.

Gerrit Matton

_______________________________________________________________________________________

An Answer to the Global Food Crisis:
Peasants and small farmers can feed the world!

Wereld | Voedsel | 1-5-2008 | Bron: viacampesina.org

Prices on the world market for cereals are rising. Wheat prices increased by 130% in the period between March 2007- March 2008. Rice prices increased by almost 80% in the period up to 2008. Maize prices increased by 35% between March 2007 and March 2008 (1). In countries that depend heavily on food imports some prices have gone up dramatically. Poor families see their food bills go up and can no longer afford to buy the minimum needed. In many countries cereal prices have doubled or tripled over the last year. Governments in these countries are under high pressure to make food available at reasonable prices. In Haiti the government already fell because of this issue and strong protests have taken place in other countries such as Cameroun, Egypt, and the Philippines…

The current crisis: a result of agricultural liberalization

Some analyst have been exclusively blaming agrofuels, the increasing world demand and global warming for the current food crisis. But actually, this crisis is also the result of many years of destructive policies that have undermined domestic food production. Trade liberalization has waged a virtual war against small producers. Farmers have been forced to produce cash crops for transnational corporations (TNCs) and buy their food on the world market.

Over the last 20-30 years the World Bank and the International Monetary Fund (IMF) and more recently the WTO have forced countries to decrease investment in food production and to reduce support for peasant and small farmers. However, small farmers are the key food producers in the world.

Major international donors have also shown a lack of interest in food production. Development cooperation from industrialized countries to developing countries went up from 20 billion USD in 1980 to 100 billion USD in 2007. However, support for agriculture went down from 17 billion dollar to 3 billion USD during the same time. And most of these funds probably did not go to peasant-based food production.

Under neo-liberal policies, state managed food reserves have been considered too expensive and governments have been forced to reduce and privatize them under structural adjustment regimes. For example, Bulog, the Indonesian state company founded to regulate buffer stocks was privatized in 1998 under the policy package of the International Monetary Fund. Under pressure from the WTO, state marketing boards have been dismantled because they go against the principle of "free" trade. Under WTO agreements, countries have also been forced to "liberalize" their agricultural markets: reduce import duties (which is an important income loss for the importing governments!) and accept imports for at least 5% of their internal consumption even if they did not need it. At the same time TNCs have kept on dumping surpluses into their markets, using all forms of direct and indirect export subsidies.. At the same time, national governments have failed to stabilize their markets and protect farmers and consumers against sudden price fluctuations.

Neo-liberal policies have destroyed the capacities of countries to feed themselves.
After 14 years of NAFTA (North America Free Trade Agreements) Mexico went through a major crisis often dubbed as the "tortilla crisis". From an exporting country Mexico has become dependent on US maize imports and current imports 30 percent of its maize. Nowadays, while increased amounts of US maize have suddenly been diverted to agro-fuels production, quantities available for the Mexican markets have dropped, provoking price surges.

In 1992, Indonesian farmers produced enough soya to supply the domestic market. Soya-based tofu and 'tempeh' are an important part of the daily diet throughout the archipelago. Following the neo-liberal doctrine, the country opened its borders to food imports, allowing cheap US soy to flood the market. This destroyed national production. Today, 60% of the soy consumed in Indonesia is imported. Record prices for US soy last January led to a national crisis when the price of 'tempeh' and tofu (the " meat of the poor ") doubled in a few weeks.

According to the FAO the food deficit in West Africa increased by 81% between 1995 and 2004. During the same period cereal imports increased by 102%, sugar imports by 83%, dairy products by 152% and poultry by 500%. However, according to IFAD (2007) the region has the potential to produce sufficient amounts of food.

All around the world, even though it is increasing nation's vulnerability, liberalization goes on: the European Union is forcing the ACP countries into so-called Economic Partnership Agreements (EPAs) to liberalize the agricultural sector with foreseeable adverse effects on food production.

The agrofuel boom: a sudden shock on the world markets
The emergence of agrofuels is another cause of food price rises. Over the past few years, TNCs and world economic powers such as the US and the EU have rapidely developed agrofuel production. Massive subsidies and investments are flowing into this "booming" sector. As a result, land is rapidely being converted from food into fuel production and an important part of the US maize suddenly "disappeared" as it was bought up for ethanol production. This uncontrolled explosion of the agrofuel sector created a shock in the already unstable international agricultural markets. Egypt, one of the largest cereal importers, has called upon the US and the EU to stop encouraging the growth of maize and other crops for agrofuels. In Egypt food prices, including subsidized bread, went up by nearly 30% last year (2). In the Philippines, the government is now looking at some 1.2 million hectares for jatropha production in the southern island of Mindanao operated by the Philippine National Oil Co.-Alternative Fuels Corporation, It is also identifying more than 400,000 hectares of land for private sector investments. (Jatropha curcas is a drought-tolerant non-edible shrub. It produces fruits the size of golf balls which contain oil that can be converted into agrofuels. Impacts on local food security are expected (5).

Speculators: Betting on expected scarcity
Often eclipsed in the public debate, speculation is one of the main causes of the current food crisis. Production remains high, but speculators are betting on expected scarcity and artificially increasing prices.

World grain production in 2007/2008 is estimated at 2108 million tones (an increase by 4,7% compared to 2006/2007). This is well over the average growth in the last decade of 2%. Average consumption of cereals for food increased around 1% per year and will reach 1009 million tones in 2007/2008. The use for feed purposes increased by 2% to 756 million tones. And the use for other purposes will be around 364 million tones. An important part of it is maize (95 million tones), much of which is going into agrofuels. The USA is expected to use 81 million tons of maize for ethanol, 37% more than in 2006/2007.
The world cereal stocks are estimated to decrease by 21 million (5%) tons to 405 million tons at the end of the season in 2008. Stocks have been going down for several years, they are now at the lowest levels in 25 years.

Although it is true that over the last years demand has increased slightly more compared to production, a balanced international and national policy regarding domestic food production could easily address the situation and would secure stable prices for farmers and consumers.

TNCs and mainstream analysts expect that land will be increasingly used for agrofuels (maize but also palm oil, rape seed, sugarcane…). They predict that the growing Asian middle class will start buying meat which will increase cereal demand and they expect negative climate effects on food production such as severe droughts and floods. Meanwhile, TNCs aggressively obtain large areas of agricultural land around cities for speculative purposes, expelling small food producers . In India more than 700 so called "New Economic Zones" are being established, kicking farmers out of their land.

Based on those predictions, TNCs have been manipulating the markets. Traders have kept stocks away from the market in order to stimulate price increases and generate huge profits afterwards. In Indonesia, in the midst of the soya price hike in January 2008, the company PT Cargill Indonesia was still keeping 13,000 tons of soybeans in its warehouse in Surabaya, waiting for prices to reach record highs.

In many countries large supermarkets have gained a near monopoly power and they are increasing prices far more than is justified by the price increase of the agricultural product. For example in France the price of certain yoghurts increased by 40% although the cost of the milk accounts for only a third of the total price. A substantial increase of the milk price for farmers could never cause such a price increase. (3) In Germany, farmers have seen the farm-gate price of milk dropping by 20-30%, pushing them into bankruptcy because supermarkets use cheap dairy products as a marketing tool to attract consumers.
International financial speculation is playing a major role in food price increases since the summer of 2007. Due to the financial crisis in the USA, speculators started to move from financial products to raw materials, including agricultural products. This directly affects prices in the domestic markets as many countries are increasingly dependent on food imports.

This is happening while there is still enough food in the world to feed the global population. According to the FAO the world could even feed up to 12 billion people in the future.

Lessons learned from the crisis: the market will not solve the problem
Instability on the international food markets is one of the characteristics of agricultural markets: as production is seasonal and variable, and a increase of production cannot be realized very quickly as crops need time to grow. At the same time consumption does not increase very much if more food is available. So small differences in supply and demand, uncertainties regarding future harvests and speculation on international markets can create huge price effects. The volatility in the food markets is mainly due to deregulation, the lack of control on the big players and the lack of necessary state intervention at the international and the national level to stabilize markets. De-regulated markets are key part of the problem!

Peasants and small farmers do not benefit from higher prices
While speculators and large traders do benefit from the current crises, most peasants and farmers do not benefit from the higher prices. They grow food, but the benefits of the harvest often get out of their hands : it is already sold out to the money lender, to the agricultural inputs company, or directly to the trader or the processing unit. Although prices for farmers have gone up for some cereals, this is modest compared with increases on the world market and increases imposed upon consumers. If food on the market comes from domestic producers, usually benefits of higher prices are reaped by companies and other intermediaries that buy the products from the farmers and sell them at an high price. If the products come from the international market, this is even clearer: transnational companies control that market. They define at what prices products are bought in the original country and at what prices they are sold in the importing country. Although in certain cases prices did go up for producers, the biggest part of the increase is cashed in by others. In the dairy and meat sector, because of the increased production costs, farmers even see their prices going down while consumers prices are shooting up.
Despite some moderate price increases at the farm level, stock breeders are in a crisis due to the rise in feed prices and cereal producers are facing sharp rises in oil based fertilizer prices. Farmers sell their produce at an extremely low price compared to what consumers pay. In Europe the Spanish Coordination of Farmer Unions (COAG) calculated that consumers in Spain pay up to 600% more than what the food producer gets for his/her production. Similar figures also exist for other countries where the consumer price is mainly defined by costs for processing, transport and retailing.

Among the victims: Agricultural workers, landless farmers and cash crop producers
Agricultural workers as well as many people in the rural areas also have to buy food as they do not have access to land to produce. Therefore, they are severely hit by the current crisis. Some peasants and small farmers may have land but they are forced to produce cash crops instead of food. The increase of the price of edible oil in Indonesia since 2007 has not benefited the Indonesian palm oil farmers at all. They received only a minor price increase from the large buyers and they do not understand why ordinary people and consumers have to suffer such high prices for edible oil. Many of them are working under contract farming with big agribusiness companies which process, refine and sell the product. A small number of big agribusiness companies increased domestic prices, following the international price hike. The contract farming model creates a situation in which farmers cannot produce food for their families as they have to produce cash crops as monocultures such as sugar cane, palm oil, coffee, tea and cacao. This means that even if the farmer receives a minor increase for his cash crop, she has to buy much more expensive food on the market. Therefore increasing food prices also cause more poverty in their families.

Urban consumers hit hard
The international policies of the last decades have expelled hundreds of millions of people to the urban areas where most of them landed in slums, having a very precarious life, forced to work for very low wages and buy food and other goods at a high price. They are the first victims of the current crisis as they have no way to produce their own food. Their number has increased dramatically and they spend a big part of their income on food. According to the FAO, food represents up to 60-80 percent of consumer's spending in developing countries (including landless farmers and agricultural workers). Companies ruthlessly exploit the current situation, accepting that increasing numbers of people go hungry as they do not have the money to buy the available food. Governments are forced to import expensive food to meet consumer demand and do not have the means to support the poorest consumers.

More free trade will not solve the crisis
Institutions such as the World Bank and the IMF as well as some governments are now advocating more investment in agriculture, increased food aid for the low income food importing countries and further liberalization of markets so that countries can improve their income through export. Many argue that we need more intensive production patterns, which means for them more industrial high input agriculture. This includes the introduction of GMOs and the use of more fossil energy!

At the same time they promote a second TNC-led "green" revolution in Africa, they keep on pushing for more market access for their TNCs in the Doha round and tie up the extra financial support to political criteria to increase the dependency of these countries. Nothing is said about the need for increased market regulation and stabilization or whether the support that is called for will go to peasant-based food production. Such investments will go to the importing countries by offering their financial "help", bring more investment in corporate-led food production and continue to impose the same recipe of deregulation and privatization.

In the WTO negotiations high prices are used to make governments accept further tariff cuts and more de-regulation of the agricultural markets. This will create the next crisis when price fluctuations go in the other direction.

A way out of the crisis: Rebuilding national food economies
To address the current crisis, La Via Campesina believes that countries should give priority in their budget to support the poorest consumers so that they have access to sufficient food. Meanwhile, they should give priority to their domestic food production in order to become less dependent on the world market. This means increased investment in peasant and farmer-based food production for the domestic market.

We do need more intensive food production, but intensive in the use of labor and in the sustainable use of natural resources. Diverse production systems have to be developed, systems that are not exclusively focusing on the main crops such as corn, soya, rice and wheat but that integrate local foods that have been neglected since the onset of the "green" revolution.. Small-scale family farms can produce a large diversity of food that garantees a balanced diet and some surpluses for the markets. Small-scale family farming is a protection against hunger!

Internal market prices have to be stabilized at a reasonable level for farmers and consumers: for farmers so that they can receive prices that cover the cost of production and secure a decent income and for consumers so that they are protected against high food prices. Direct sales from peasants and small farmers to consumers has to be encouraged. Mr. Jacques Diouf, secretary General of FAO has stated that developing countries should be enabled to achieve food self sufficiency(6).

In every country an intervention system has to be put in place that can stabilize market prices. In order to achieve this, import controls with taxes and quotas are needed to regulate imports and avoid dumping or low price imports that undermine domestic production. National buffer stocks managed by the state have to be built up in order to stabilize domestic markets: in times of surplus, cereals can be taken from the market to build up the stock and in case of shortage, cereals can be released.

Therefore land should be distributed equally to the landless and peasant family through genuine agrarian reform and land reform. This should include the control over and access to water, seed, credits and appropriate technology. People should be enabled again to produce their own food and feed their own communities. Any land grabbing, land evictions and expansion of land allocation for the expansion of agribusiness-led agriculture has to be stopped. Immediate measures are needed to support small farmers and peasants to increase agro-ecological food production.

National governments should not repeat the mistake of promoting agribusiness corporations to invest in large food production units. According to the FAO, ex-Soviet countries plan to open their land to agribusiness companies to produce food on land that is currently not cultivated. This could turn out to be another mistake if this is presented as a solution for the food crisis.

Regulating international markets and implementing basic rights
At the international level stabilization measures have to be implemented. International buffer stocks have to be built up as well as an intervention mechanism to stabilize prices on the international markets at a reasonable level. Exporting countries have to accept international rules that control the quantities they can bring to the market.

Countries should have the freedom to control imports in order to protect domestic food production.
Production of cereals for agrofuels is unacceptable and has to be stopped as this competes with food production. As a first step we ask for an immediate moratorium on agrofuels as proposed by Jean Ziegler former UN rapporteur on the Right to Food.
The influence of transnational corporations has to be limited and the international trade in staple foods has to be brought to a necessary minimum level. As much as possible domestic production should fulfill internal demand. This is the only way to protect farmers and consumers against sudden price fluctuations from the international market.
A possible agreement in the Doha Round will mean another blow for peasant-based food production; therefore any agreement has to be rejected.

Peasants and small farmers are the main food producers
La Via Campesina is convinced that peasants and small farmers can feed the world. They therefore have to be considered as the key part of the solution. With sufficient political will and the implementation of adequate policies more peasants and small farmers will easily produce sufficient food to feed everyone at a reasonable price. The current situation shows that changes are needed!

The time for food sovereignty has come!

Jakarta, 24th of April 2008

References
(1) Crop Prospects and Food situation by FAO, 2008
(2) OECD (In Süddeutsche Zeitung 15-4-2008)
(3) LEMONDE.FR with AFP 24-02-2008
(4) Biofuel News 20-3-2008
(5) http://www.checkbiotech.org/green_News_Biofuels.aspx?infoId=17206
(6) Le Monde 17-4-2008

___________________________________________________________


China krijgt het moeilijker zichzelf te voeden

China | Voedsel | 11 april 2008 | Bron: IPS

PEKING, 11 april 2008 (IPS) - De overheid in Peking wil de stijgende voedselprijzen het hoofd bieden door terug te keren naar de aloude politiek van autarkie: zelf genoeg produceren om iedereen eten te geven. Maar dat wordt steeds moeilijker, nu steden landbouwgebied inpalmen en arbeiders van het land weglokken.

Nog niet lang geleden speelde het leidinggevend planbureau in China, de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, met het idee om meer graaninvoer toe te laten. China zou daarmee afwijken van de huidige koers om voor 95 procent in de eigen voedselbehoefte te voorzien. "Omdat de vraag van Chinese consumenten naar vlees en melkproducten snel groeit, kunnen we denken aan meer import in de toekomst en bijvoorbeeld maar voor negentig procent in onze eigen behoeftes voorzien", zei Ma Xiaohe, onderzoeker voor macro-economisch beleid aan het planbureau recent nog op een forum rond voedselveiligheid.
Maar nu de voedselprijzen pijlsnel stijgen en de graanmarkt wereldwijd tegen een tekort aan voorraden aankijkt, gaan steeds meer stemmen op om vast te houden aan een zichzelf bedruipend China dat de externe risico's tot een minimum beperkt.
Verschillende agentschappen van de Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor wereldwijde voedselrellen als er niet snel ingegrepen wordt. Ook de Wereldbank waarschuwde eerder deze week dat de hoge prijzen geen tijdelijk fenomeen zijn maar waarschijnlijk verschillende jaren zullen aanhouden.
China hoeft zich niet meteen het meeste zorgen te maken. Toch moet het land voortdurend oplettend blijven. Het moet twintig procent van de wereldbevolking voeden met amper zeven procent van de landbouwgrond in de wereld. De Chinese regering prijst zichzelf omdat ze de voorbije dertig jaar miljoenen Chinezen uit de armoede gehaald heeft en ziet voedselveiligheid als één van haar belangrijkste opdrachten sinds de enorme hongersnood in de jaren vijftig.

China geen slokop in de wereld
China moet al jaren opboksen tegen de beschuldiging dat de Chinese vraag naar voedsel rampzalig is omdat het de wereldgraanmarkt overspoelt en voor voedseltekorten zorgt in arme ontwikkelingslanden. Om de eigen bevolking en de internationale gemeenschap gerust te stellen zei premier Wen Jiabao vorige week dat het land voor 150 tot 200 miljoen ton voorraden heeft, waaronder 40 tot 50 miljoen ton rijst. "Stop alstublieft met u zorgen te maken", zei Wen tijdens de regionale top van landen in het Mekongbekken. "China heeft een overvloedige rijstvoorraad."
Sinds 2004 slaagt het land er jaar na jaar in om reserves aan te leggen.. Analisten maken zich niettemin zorgen omdat het land aan een alarmerend tempo landbouwgrond verliest. In het laatste decennium alleen al ging 5,5 procent van de landbouwgrond verloren aan verwoestijning, verstedelijking en industriële expansie.
Om de inflatie te temperen en voedsel betaalbaar te houden voor de enorme bevolking worden de prijzen gecontroleerd door de overheid in Peking. Maar dat heeft ook een averechts effect: veel boeren zijn niet geneigd om rijst te telen omdat de prijs voor rijst in China een van de laagste ter wereld is.
"Er is duidelijk een contradictie", zegt landbouwexpert Ding Shengjun. "Terwijl de prijzen voor rijst wereldwijd stijgen, blijft de prijs in China relatief laag en zelfs subsidies van de overheid kunnen de stijgende prijs van landbouwmaterieel niet uitvlakken. Als we de prijs niet aanpassen, kunnen we mensen niet overtuigen om op het platteland te blijven en rijst te telen. Hoe kunnen we dan de voedselveiligheid op lange termijn garanderen?"

Stadsvlucht keren
De regering in Peking doet intussen wat ze kan om de boeren op het land te houden. Ze heeft de tweeduizend jaar oude graantaks voor de landbouwers afgeschaft en beloofde meer gesubsidieerde meststoffen en zaden. In december verhoogde ze de exportbelasting en stelde ze exportquota in voor verschillende graanproducten. De middelen voor de ontwikkeling van het platteland werden opgetrokken met 30 procent tot een recordbedrag van meer dan vijftig miljard euro.
Volgens velen volstaan die stappen niet om de werkkrachten op het land ervan te weerhouden om naar de stad te trekken op zoek naar een beter loon en een beter leven. Volgens urbanisatie-experts zullen in de volgende vijftien jaar zo'n drie- tot vierhonderd miljoen boeren naar de steden trekken.
De beste manier om het inkomen van de landbouwers te doen stijgen is de afschaffing van de exportbeperkingen, omdat de prijs van rijst op die manier gelijk zou komen met de wereldprijs, zegt Li Guoxiang, een deskundige landbouwbeleid aan de Chinese Academie voor Sociale Studies. "Maar als de rijstprijs hier stijgt, dan stijgt ook de inflatie. En daar is de regering precies zo bezorgd om."
De stijgende voedselprijzen zorgden in februari al voor een inflatie van 8,7 procent, de snelste stijging in meer dan tien jaar. De druk van de inflatie was één van de redenen waarom premier Wen Jiabao recent 2008 "China's moeilijkste jaar" noemde.

Antoaneta Bezlova

___________________________________________________________


Landbouw moet grote bocht maken

Wereld | Landbouw | 7 april 2008 | Bron: IPS

JOHANNESBURG, 7 april 2008 (IPS) -
Regeringsmedewerkers uit een zestigtal landen bespreken deze week in Johannesburg nieuwe ideeën om de voedselbevoorrading van de wereldbevolking veilig te stellen. Wetenschappers zeggen dat duurzame en kleinschalige landbouw een antwoord kan bieden op de verarming van de plattelandsbevolking, de stijgende voedselprijzen en de achteruitgang van het milieu. Voor die problemen vindt het nu overheersende landbouwmodel geen antwoord.

De zesdaagse conferentie die vandaag (7 april) in Johannesburg begint, buigt zich over een uitgebreid onderzoek naar de manier waarop de huidige landbouwproductie binnen 25 à 50 jaar kan verdubbeld worden. Tegen 2050 telt onze planeet immers 3 miljard mensen meer dan vandaag, terwijl ook het voedselverbruik per inwoner toeneemt.
Meer dan 400 wetenschappers namen de voorbije drie jaar alle hedendaagse kennis over landbouw en landbouwkundige technologie door om antwoorden te vinden op die uitdaging. Het werk van de deelnemers aan het International Assessment of Agricultural Science and Technology for Development (IAASTD) werd gestuurd door twee belangrijke voorwaarden: de productiestijging moet ook helpen de armoede in de ontwikkelingslanden in te dammen, en de expansie mag het milieu geen geweld aandoen.

Vervuilend en duur

De conclusie van al dat studeerwerk is dat de moderne landbouw radicaal van koers moet veranderen om grote sociale of ecologische problemen te vermijden. "Landbouw heeft een grote invloed op alle milieukwesties: klimaatverandering, biodiversiteit, verwoestijning, de kwaliteit van het water, …", zegt Robert Watson, de directeur van de IAASTD en hoofdwetenschapper van het Britse ministerie van Milieu en Landbouw. De huidige landbouw, die gedomineerd wordt door transnationale ondernemingen en megabedrijven, heeft op veel van die vlakken een nefaste invloed.
Daarnaast zorgt de hoge productiviteit van moderne landbouwbedrijven er ook niet voor dat iedereen op aarde zich genoeg eten kan veroorloven. De stijgende voedselprijzen illustreren dat. Het voorbije jaar alleen al is maïs 31 procent duurder geworden, soja 87 procent en tarwe 130 procent. Intussen is de wereldgraanvoorraad gevaarlijk gekrompen; de reserves dekken nu amper nog 40 dagen van het wereldverbruik.
De IAASTD-onderzoekers pleiten voor een betere combinatie van lokale en traditionele kennis met de wetenschappelijke expertise die de landbouw nu grotendeels bepaalt. Dat zou moeten leiden tot een meer duurzame landbouw, die oog heeft voor het milieu en de sociale verhoudingen op het platteland, en tot meer kleinschalige initiatieven. Nu wordt er nog heel weinig geïnvesteerd in onderzoek naar dergelijke alternatieven. Het syntheserapport van de IAASTD-oefening breekt ook een lans voor meer landbouwkundige steun voor arme plattelandsgemeenschappen.
Het syntheserapport is een samenvatting van vijf regionale rapporten waarin alle belangrijke bevindingen een plaatsje kregen. De tekst is ook gebaseerd op suggesties en commentaren van 30 regeringen uit Noord en Zuid, vertegenwoordigers van de biotechnologiesector en de pesticidennijverheid, niet-gouvernementele organisaties als Greenpeace en Oxfam, boerenverbanden en consumentenorganisaties.
Vorig jaar zetten Syngenta and BASF, twee giganten uit de biotechnologie- en pesticidensector, hun samenwerking met het onderzoek stop. Ze vonden dat het syntheserapport dat deze week moet bekrachtigd worden door de deelnemers aan de conferentie in Johannesburg, de gevaren die kunnen uitgaan van genetisch gewijzigde gewassen te zeer uitvergroot, terwijl er te hard getwijfeld wordt aan de voordelen ervan. Sommige landbouwkundige experts die niet deelnamen aan het IAASTD-proces delen die kritiek.
De IAASTD-onderzoekers hopen dat hun bevindingen door regeringen en hulporganisaties zullen worden gebruikt als een blauwdruk voor de landbouw van de toekomst. Ze hopen onder meer dat de Wereldbank, een van de belangrijkste financiers van het onderzoek, weer meer gaat investeren in landbouwonderzoek in Afrika.

Auteur: Stephen Leahy.

____________________________________________________________


Afrikaanse landen verslikken zich in import


Afrika | Voedsel | 10 maart 2008 | Bron: IPS

GENEVE, 10 maart 2008 (IPS) - Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden willen dat de Wereldhandelsorganisatie hen toelaat ruime beschermingsmaatregelen te nemen om een abrupte stijging van de import van levensmiddelen te vermijden. Veel arme landen hadden de afgelopen decennia met dat nefaste verschijnsel af te rekenen.

De groep van 33, een samenwerkingsverband van 46 ontwikkelingslanden die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie, is ontevreden over hoe de onderhandelingen over de verdere liberalisering van de wereldhandel nu lopen. Ze willen hun invoer wel vrijer maken, maar eisen dat ze hun importtarieven weer soepel kunnen verhogen als de invoer van bepaalde goederen te snel toeneemt. Maar de rijke landen en zelfs sommige ontwikkelingslanden als Argentinië, Uruguay en Paraguay houden dat tegen. Zij willen zoveel mogelijk beperkingen inbouwen in een dergelijk vrijwaringssysteem, zodat het niet vaak wordt toegepast. De gesprekken over de vrijmaking van de handel in landbouwproducten zit daardoor in een nieuwe impasse.

Rijst, kip en tomaten
Arme landen hebben duidelijk nood aan een instrument dat hen kan beschermen tegen plotse marktevoluties die een groot aantal van hun boeren pijn kunnen doen. In Ghana steeg de import van rijst van 250.000 ton in 1998 tot meer dan 415.000 ton in 2003. Het marktaandeel van plaatselijke rijstkwekers daalde daardoor van 43 tot 29 procent. Twee derde van de Ghanese rijsttelers werkte in die periode met verlies, waardoor veel arbeidsplaatsen verloren gingen.
In diezelfde periode steeg de import van Europese tomatenpasta in Ghana van 3300 tot 24.740 ton. De Ghanese boeren verloren 40 procent van hun marktaandeel, terwijl de prijzen kelderden.
Ook de plotse import van massa's goedkoop kippenvlees zorgde in verscheidene Afrikaanse landen voor problemen. In Kameroen verdrievoudigde de import tussen 1999 en 2004, waardoor 92 procent van de kippenkwekers er de brui aan gaf. Tussen 1994 en 2003 gingen op het platteland elk jaar 110.000 banen verloren. In Ivoorkust steeg de import van kippenvlees tussen 2001 en 2003 nog sterker. Daar gingen 15.000 banen in de sector verloren.
Mozambique kreeg tussen 2000 en 2004 af te rekenen met een vervijfvoudiging van de invoer van plantaardige olie. De binnenlandse productie daalde van 21.000 ton in 1981 tot 3.500 ton in 2002. Meer dan 100.000 kleine producenten van oliehoudende zaden en nog veel andere boeren die vervanggewassen als soja en kokosnoten produceren, voelen daar de gevolgen van.
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) heeft nog veel andere gevallen onderzocht. In Kenia, Tanzania en Malawi kregen producenten van melk, maïs het moeilijk, boeren in Kameroen werden verrast door de massale invoer van rijst en plantaardige olie, Senegalese boeren kwamen in de verdrukking door de grootschalige invoer van tomatenpasta en kippenvlees en in Gambia waren het de weer de producenten van rijst en kippenvlees die in de problemen kwamen.
De plotse stijging van de import van bepaalde levensmiddelen volgt op de liberalisering van de landbouwhandel. Daardoor gaan er allerlei factoren spelen waarop arme landen weinig greep hebben. Dat zijn in de eerste plaats het subsidiebeleid en de exportbevordering in de uitvoerlanden. De levensmiddelen die het vaakst problemen opleveren, zijn niet toevallig de producten waarvoor de EU en de VS hun boeren veel steun uitkeren.
Ook voedselhulp kan de markten in ontwikkelingslanden verstoren, net als wisselkoersevoluties. En dan is er nog de raad van de internationale financiële instellingen. Toen Ghana op aanraden van de Wereldbank de invoertarieven op rijst verminderde van 100 naar 20 procent, verdubbelde de invoer van rijst er.
Daarom vechten de onderhandelaars van de Groep van 33 nu in de Wereldhandelsorganisatie verbeten voor een soepele vrijwaringsregeling. De verdere liberalisering van de landbouwhandel kan immers aanleiding geven nog tot meer plotse importstijgingen.

Auteur: Aileen Kwa.


___________________________________________________________


VN voorziet mondiaal voedseltekort

Wereld | Voedsel | 18 december 2007 | Bron: Rapport van de FAO: Food Outlook

De wereld stevent af op een voedseltekort. De wereldvoedselvoorraden zijn het afgelopen jaar "onverwachts" en als "nooit tevoren" geslonken.
De prijs van voedsel steeg in diezelfde periode naar "historische hoogten" en dat vormt een "serieus risico" dat steeds minder mensen in staat zullen zijn om te voorzien in hun dagelijkse voedselbehoefte.

Met die alarmerende boodschap schokte directeur-generaal Jacques Diouf van de Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO) van de Verenigde Naties de internationale gemeenschap. Tijdens een persconferentie op het kantoor van de FAO in Rome riep hij op tot onmiddellijke actie van regeringen en internationale koepelorganisaties om het dreigende voedseltekort en stijgende prijzen tegen te gaan.

Diouf beroept zich op het onlangs verschenen Food Outlook, het halfjaarlijkse rapport van de FAO over de mondiale voedselmarkt. De voornaamste voedselprijsindex in dat rapport toont een stijging van ruim 40 procent over het afgelopen jaar. Het jaar daarvoor was die nog 9 procent. Die stijging zou volgens de FAO-topman al "onacceptabel" worden geacht.
Tegelijkertijd namen de mondiale voedselvoorraden sterk af. De voorraden tarwe daalden afgelopen jaar bijna 11 procent. Daarmee is het laagste niveau sinds 1980 bereikt. Over de periode 2000-2005 was die voorraad steeds voldoende voor ruim 18 weken mondiale consumptie. Ook de maïsvoorraad daalde wereldwijd aanzienlijk. De voorraden zijn momenteel toereikend voor 8 weken consumptie. Voorheen was dit ongeveer 11 weken.

Het zijn vooral de allerarmsten die hierdoor getroffen worden, stelt de FAO. De totale kosten van de import van voedsel door ontwikkelingslanden stegen in 2007 met zo'n 25 procent naar 107 miljoen dollar (74,3 miljoen euro).

Diouf wees op een samenloop van omstandigheden in zowel de vraag- als de aanbodzijde van voedsel als belangrijkste veroorzaker van de ontwikkelingen. Door de opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen zouden steeds meer gebieden te lijden krijgen onder extreme droogtes en hevige regenval. Daardoor zouden veel oogsten mislukken. Verder zou de stijgende vraag naar biobrandstoffen een belangrijk deel van de landbouwgebieden in beslag nemen en daarmee de productie van landbouwgewassen terugdringen.

__________________________________________________________


De globalisering is van iedereen
Interview met Nobelprijswinnaar Amartya Sen

LONDEN, 22 november 2007 (IPS) - De Indiase econoom Amartya Sen kreeg in 1998 de Nobelprijs voor zijn baanbrekende werk over armoede en ongelijkheid in de wereld. In opdracht van het Britse Gemenebest zat hij een commissie voor die onderzocht wat de huidige oorzaken zijn van geweld en extremisme in de 53 landen van het voormalige "Empire". Zijn conclusie: "De zogenaamde oorlog tegen het terrorisme kan niet gewonnen worden met wapens alleen."
IPS-journalist Sanjay Suri sprak met hem in de aanloop naar de Gemenebesttop van 23 tot 25 november in de Ugandese hoofdstad Kampala.

Wat zijn volgens uw rapport de belangrijkste oorzaken voor de huidige conflicten ?
De Eerste Wereldoorlog werd gevoed door nationalistische verdeeldheid, en ik denk dat furie en de vlammen van nu worden gevoed door religieuze verdeeldheid. Om die te overstijgen moeten we ons opnieuw bewust worden van de rijkdom van menselijke relaties. Zolang we niet beginnen met de strijd om de geesten van de mensen, denk ik niet dat we het geweld en het terrorisme in de wereld kunnen verslaan. Het leger alleen kan de problemen niet oplossen. Een militair optreden maakt zeker een verschil, maar dat geldt zeker ook voor burgerinitiatieven, de media, het onderwijs en de politiek.

Veel mensen zien het eerder als een probleem met de islam, dan als een algemeen religieus probleem
Ik denk niet dat religie op zich het probleem is. Ik ben zelf niet gelovig, maar ik zie dat godsdienst het leven kan verrijken van mensen die wel geloven. Dat is iets helemaal anders dan religieuze verschillen gebruiken op verdeeldheid te zaaien en om gewelddaden te plegen tegen mensen van een ander geloof. Dat fenomeen beperkt zich niet tot de islam, in wat je nu moslimterrorisme noemt. Bij de rellen in de Indiase deelstaat Gujarat waren extreme hindoes de aanstokers, en bij de rellen in Sri Lanka speelden extreme boeddhisten een rol.

Maar de oorlog tegen het terrorisme is in werkelijkheid een strijd tegen gewelddadige moslimextremisten
Wel, de uitdrukking 'oorlog tegen het terrorisme' behoort niet tot ons taalgebruik. We hebben het liever over de 'zogenaamde oorlog tegen het terrorisme'. In de commissie waren we het erover eens dat er in militair opzicht meer te zeggen viel voor de inval in Afghanistan dan voor de oorlog in Irak. We waren het er ook over eens dat de filosofische basis voor de 'oorlog tegen het terrorisme' erg smalletjes is. En door die de nadruk op één oorzaak voor het geweld, is een wereldbeeld ontstaan waarin een grote rol is weggelegd voor een clash der beschavingen, meer bepaald tussen de zogenaamde Westerse beschaving en de islamitische beschaving. Maar zo is de wereld niet opgedeeld. Moslims, christenen, joden of hindoes kunnen heel goed samen zaken doen of genieten van dezelfde literatuur of muziek, er zijn veel dingen die hen binden. Je komt nooit tot een goed wederzijds begrip wanneer je een hele groep mensen identificeert met een kleine minderheid binnen die groep.

Dus het hele idee van een clash der beschavingen is misplaatst ?
Misplaatst om drie redenen. Eén: de onderverdeling tussen beschavingen is gebaseerd op religie. Maar wanneer ik, als Indiër met een hindoeachtergrond, praat met een vriend die moslim is, dan zijn het in de eerste plaats twee Indiërs die aan het praten zijn, of twee mensen van het Indiase subcontinent, of twee Zuid-Aziaten of twee bewoners van ontwikkelingslanden. De beschavingsdimensie is een erg arme manier om mensen te begrijpen. Als je de wereldbevolking gaat verdelen in beschavingen is dat en snelle en efficiënte manier om zowat alles verkeerd te begrijpen.
Twee: Culturen evolueren in onderling contact. De Indische keuken heeft het gebruik van chilipepers ontleend aan de Portugese kolonisatoren. Wiskunde, wetenschappen, architectuur en literatuur reizen voortdurend de wereld rond. Beschavingen groeien niet in hun eigen kleine doosje.
De derde vergissing is te denken dat de beschavingen voortdurend overhoop liggen met elkaar. Er zijn andere verschillen, tussen man en vrouw bijvoorbeeld. Als dat leidt tot conflicten, is dat een andere zaak. Dan moet je kijken welke retoriek tot de vijandigheid heeft geleid. En als de vrouwen onrechtvaardig worden behandeld, moeten mannen en vrouwen samen op zoek naar een oplossing.
Die drie dingen, het feit dat er meerdere identiteiten bestaan, dat culturen met elkaar interageren en dat verschillen niet noodzakelijk moeten leiden tot conflicten, worden totaal genegeerd. De retoriek over de clash der beschavingen is niet allen fout, ze zorgt ook voor heel wat schade.

Als we het hebben over globalisering, over wiens globalisering gaat het dan? Die van het Westen? Die van goederen en markten of die van mensen en ideeën ?
Het hangt ervan af wat je bedoelt met globalisering. De globalisering van ideeën is een belangrijke motor geweest voor menselijke vooruitgang. Momenteel leert de niet-Westerse wereld heel wat van het Westen inzake wetenschap en techniek. In de elfde tot dertiende eeuw waren de Indiase en Arabische wiskunde baanbrekend. De Europeanen hebben Plato en Aristoteles na de Middeleeuwen herontdekt dankzij Arabische vertalingen van hun geschriften, die opnieuw werden vertaald in het Latijn. Dus de globalisering van ideeën is bijzonder constructief geweest.
De economische globalisering kan dat ook zijn. Het is geen kwestie van voor of tegen globalisering zijn, maar van ervoor te zorgen verschillende gemeenschappen en werelddelen er hun voordeel bij kunnen doen. Om te vermijden dat de winsten oneerlijk worden verdeeld. We moeten vooral letten op een eerlijke verdeling. Ik denk niet dat we ons moeten afvragen wiens globalisering het is. Als het om globalisering gaat, is iedereen erbij betrokken.

Auteur: Sanjay Suri.

__________________________________________________________


Aarde overbelast, rol Nederland

Nederland | duurzaamheid | 2007-11-13 | Bron: Nu.nl

Beperking van het autorijden en van de vleesconsumptie is in rijke landen zoals Nederland niet zo gemakkelijk voor elkaar te krijgen. Gewone marktmechanismen werken niet meer. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) roept de politiek op om andere prikkels te gebruiken en pleit voor bijvoorbeeld heffingen op vlees en strengere normen voor auto's.

Biodiversiteit

Het planbureau luidt de noodklok in het rapport 'Nederland en een duurzame wereld'. Volgens het planbureau raakt de aarde overbelast. De sociaal-economische ontwikkeling ging, gaat en zal "onvermijdelijk" ten koste blijven gaan van bijvoorbeeld de soortenrijkdom aan dieren en planten en het klimaat.

De biodiversiteit is wereldwijd al met 30 tot 50 procent verminderd. Met 9 miljard wereldbewoners in 2040, 50 procent meer dan nu, en eenzelfde groei van het energiegebruik en de uitstoot van CO2 ziet het er nog slechter uit.

Doelen

De doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering worden waarschijnlijk dan ook niet gehaald, ondanks de betaalbaarheid, sombert het planbureau.

Consumptie

De sterk groeiende consumptie wordt gezien als een van de oorzaken. Ook Nederlanders dragen eraan bij. Hun CO2-uitstoot zal in 2040 vijf keer zo hoog zijn als het niveau dat een gemiddelde wereldburger mag uitstoten om de klimaatverandering te beperken.

"Wij leven vijf keer boven ons schaalniveau. Maar wij hebben geen vijf reservewerelden", aldus een MNP-woordvoerster.

Biodiversiteit

Nederland heeft evenzeer een aandeel aan het verlies aan biodiversiteit. De ruimte die elders in de wereld wordt gebruikt voor de Nederlandse consumptie, is circa vier maal het landoppervlak van Nederland.

Ongeveer 45 procent wordt opgeslokt voor voeding, en dat hangt weer sterk samen met de vraag naar vlees en zuivelproducten, waarvan de productie veel ruimte vraagt.

Vleesconsumptie

Des te meer reden voor Milieudefensie om opnieuw te pleiten voor het terugdringen van de bioindustrie en de vleesconsumptie.

Oceanen

Greenpeace stelt dat het MNP de vinger op de zere plek legt en onderschrijft dat de overheid meer de regie moet nemen. Ook de oceanen moeten beter worden beheerd.

"Zeereservaten zijn nodig om de biodiversiteit in de zeeën te behouden en voedsel voor toekomstige generaties zeker te stellen".