Olivier De Schutter over agro-ecologie en ggo
Wereld | landbouw | 28-6-2010 | Bron: IPS
Niet met technologie van de laboratoria maar die van de landbouwers
zelf moet de voedselproductie omhoog. Dat zegt Olivier De Schutter,
VN-rapporteur voor het recht op voedsel. "Al die technieken hebben
aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk kunnen vergroten",
zegt de Belgische hoogleraar in een gesprek met IPS.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldmilieudag. Het bedorven feest van de Cerrado
Brazilië | milieu | 5-6-2010 | Bron: Wervel
6000 soorten bomen, 837 soorten vogels, 195 soorten zoogdieren,
780 soorten vissen, 113 amfibieën. Dat zijn de officiële cijfers
van het Braziliaanse Ministerie van Leefmilieu, anno 2004. Volgens sommige
studies zijn er 10.000 planten, waarvan 4400 soorten alleen in de Cerrado
voorkomen. In het Federaal District (Brasília) zijn er 233 soorten
orchideeën te vinden en een nog onbekend aantal dieren. In hetzelfde
hoofdstedelijk gebied worden 430 soorten vogels waargenomen. Vergelijk
dat maar eens met Brussel, hoofdstad van de Europese Unie. Ik hoor af
en toe een merel fluiten en zie een houtduif vliegen. Dan heb je't zoal
gehad.
Lees meer
__________________________________________________________
Coöperaties tonen de toekomst
Wereld | economie | 3-6-2010 | Bron: DeWereldMorgen.be
Onze economie helemaal in handen laten van grootbanken, energiegiganten
en andere multinationals, is al te dikwijls geen goede zaak voor samenleving
en milieu. En de werknemers worden er ook niet vrolijk van. Bieden coöperatieve
bedrijven een alternatief?
Lees meer
__________________________________________________________
Kloof tussen arm en rijk groeit in Latijns Amerika
Zuid-Amerika | economie | 1-6-2010 | Bron: IPS
De kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter in Latijns-Amerika.
Volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben
(Cepal) moeten negen landen flink investeren om de situatie van hun
meest kwetsbare inwoners te verbeteren.
Lees meer
__________________________________________________________
Houthakkers en milieubeschermers sluiten vrede in Canadese oerbossen
Noord-Amerika | milieu | 19-5-2010 | Bron: IPS
Milieubeschermers en houtvesters in de Canadese taiga hebben een
einde gemaakt aan hun decennialange oorlog. Vertegenwoordigers van beide
kampen hebben dinsdag (18 mei) een overeenkomst bekend gemaakt om 720.000
vierkante kilometer bos - twee keer de oppervlakte van Duitsland - duurzaam
te gaan beheren.
Lees meer
__________________________________________________________
Een nieuwe ramp voor Haïti
Cariben | voedsel | 16-5-2010 | Bron: MO
Op de Alternatieve EU-Latijns-Amerika top stond ook Haïti in
de kijker. De Haïtiaanse econoom Camille Chalmers, directeur van
de koepel van sociale netwerken PAPDA, schetste een hallucinant beeld
van de wijze waarop de wederopbouw in de greep van buitenlandse belangengroepen
komt en hoe het land zijn autonomie volledig dreigt kwijt te spelen.
Lees meer
__________________________________________________________
Angolese landbouw schrijft succesverhaal
Afrika | landbouw | 16-5-2010 | Bron: IPS
De Angolese landbouwsector is vorig jaar met 29 procent gegroeid.
Dat resultaat is te danken aan naar Afrikaanse normen forse investeringen
in de sector. Critici vinden wel dat er meer geld naar kleine boeren
moet gaan.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika verliest invloed in Wereldbank
Afrika | politiek | 16-5-2010 | Bron: IPS
Het stemgewicht van opkomende economieën in de Wereldbank is
met ruim 3 procent toegenomen. Maar het Afrikaanse aandeel is met een
derde afgenomen.
Lees meer
__________________________________________________________
Gifcontainers maken duizenden ziek, ook consumenten
Europa | milieu | 12-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be
Jaarlijks stromen miljoenen containers de Europese havens binnen.
Daarvan bevat wel 97 procent gevaarlijke gassen. De gassen veroorzaken
allerlei aandoeningen bij de duizenden mensen die ermee in contact komen.
Lees meer
__________________________________________________________
Coltanspeculanten boren Congo in de grond
Congo | milieu | 11-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be
Er zijn wel meer tegenstanders van besmette mineralen uit Congo
waar kinder- of slavenarbeid mee gemoeid is. Maar niet allemaal hebben
ze het goed voor met Congo. Een onderzoek van Raf Custers naar de echte
agenda van lobbyisten en mijnbedrijven.
Lees meer
__________________________________________________________
Amerikaanse
steden veranderen van gezicht
Noord-Amerika | bevolking | 11-5-2010 | Bron: IPS
Voornamelijk door immigratie verandert de Amerikaanse bevolking
snel. In grote stedelijke gebieden is er onder jongeren al geen blanke
meerderheid meer. Volgens een rapport van het Brookings-instituut is
er daarnaast ook sprake van groeiende ongelijkheid op het gebied van
inkomen en opleidingsniveau.
Lees meer
__________________________________________________________
Braziliaanse boeren profiteren niet van innovatie
Brazilië | landbouw | 9-5-2010 | Bron: IPS
Brazilië is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een landbouwgrootmacht,
dankzij belangrijke kennis die nu geëxporteerd wordt. De technologie
die het land ontwikkelde blijft echter onbereikbaar voor een groot deel
van de Braziliaanse boeren.
Lees meer
__________________________________________________________
Koning Auto en Keizer Hesp globaliseren in Rondônia
Z-Amerika| milieu | 4-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be
Zolang de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk
grenzeloos laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond,
water en zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder
afnemen.
Lees meer
__________________________________________________________
Computerafval maakt Chinezen ziek
China| milieu | 3-5-2010 | Bron: IPS
Nergens ter wereld hangen meer dioxines in de lucht dan in de Zuid-Chinese
stad Guiyu. Meer dan vijfduizend veelal kleine bedrijfjes verhitten
en verpulveren er onderdelen van computers en tv-toestellen om de kostbare
metalen te recupereren die erin verwerkt zitten. Pas in 2011 wordt een
strengere wet van kracht die de gezondheid van arbeiders en omwonenden
beter moet beschermen.
Lees meer
__________________________________________________________
Crisis
houdt 53 miljoen mensen meer arm
Wereld | economie | 25-4-2010 | Bron: IPS
De economische crisis zorgt ervoor dat er in 2015 nog ongeveer 53
miljoen mensen meer extreem arm zullen zijn dan wanneer de wereldeconomie
goed was blijven draaien. Dat staat in een rapport dat de Wereldbank
en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vrijdag (23 april) hebben
gepresenteerd. Voor de Wereldbank is iemand extreem arm als hij of zij
hoogstens 1,25 dollar (93 eurocent) per dag kan besteden.
Lees meer
__________________________________________________________
Bolivia wil het 'Goede Leven' exporteren
Wereld | milieu | 21-4-2010 | Bron: IPS
"Goed Leven" is de filosofie waardoor de Boliviaanse regering
de nieuwe grondwet liet inspireren. Volgens de opstellers kan de filosofie
een basis worden voor een wereldwijde beweging tegen consumentisme,
plundering van natuurlijke hulpbronnen voor commercieel gewin en de
huidige ontwikkelingsmodellen.
Lees meer
__________________________________________________________
Boomzaden zorgen voor zuiver water
Wereld | milieu | 11-3-2010 | Bron: IPS
Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren sinds enkele
maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en bladeren. Die
brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool waarvoor
veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische directeur
van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf jaar 300.000
mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld op de milieuvriendelijke
briketten.
Lees meer
__________________________________________________________
Biobriketten moeten Congolees regenwoud redden
Afrika |
milieu | 10-3-2010 | Bron: IPS
Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren sinds enkele
maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en bladeren. Die
brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool waarvoor
veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische directeur
van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf jaar 300.000
mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld op de milieuvriendelijke
briketten.
Lees meer
__________________________________________________________
Windriem maakt stroom zonder molen
Wereld |
milieu | 9-3-2010 | Bron: IPS
De windriem, een eenvoudig apparaatje dat stroom opwekt uit wind,
kan een doorbraak betekenen voor gezinnen in ontwikkelingslanden.
Lees meer
__________________________________________________________
Brazilië wil ongelijkheid weg tegen 2022
Brazilië|
economie | 8-3-2010 | Bron: IPS
Brazilië wil "radicaal minder ongelijk" en "minder
kwetsbaar" zijn tegen de tweehonderdste verjaardag van zijn onafhankelijkheid
in 2022. Het Braziliaanse ministerie van Strategische Zaken werkt daarvoor
aan een ambitieus plan.
Lees meer
__________________________________________________________
700.000
mensen hebben voedselhulp nodig in Malawi
Malawi | voedsel | 26-2-2010 | Bron: IPS
Meer dan 700.000 mensen zullen dit jaar wellicht voedselhulp nodig
hebben in Malawi. De oorzaak is ongewone droogte in het zuiden en centrum
van het Afrikaanse land. Experts zeggen dat het land te afhankelijk
is geworden van maïs.
Lees meer
__________________________________________________________
Wedloop
op biobrandstoffen
Afrika | milieu | 24-2-2010 | Bron: MO
Meer dan twee miljoen hectare. Dat is de oppervlakte van westers
gefinancierde plantages voor energiegewassen in Afrika. De investeerders
in biobrandstoffen hebben van 12 tot 15 april rendez-vous in Johannesburg
voor de jaarlijkse African Biofuels conferentie. Ze debatteren er over
hun businessperspectieven in Afrika, het toekomstige eldorado voor het
groene goud. Worden de Afrikanen daar ook beter van?
Lees meer
__________________________________________________________
Uruguayanen
bouwen huizen van aarde en stro
Z-Amerika | milieu | 23-2-2010 | Bron: IPS
Steeds meer Uruguyanen bouwen een ecologisch huis. Ze blazen daarmee
een eeuwenoude traditie nieuw leven in.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika kan zijn eigen kinderen voeden
Afrika | landbouw| 23-2-2010 | Bron: IPS
De tiende editie van het Bamako Forum, van 16 tot 20 februari, ging
over de hongersnood in Afrika. Tientallen wetenschappers en politici
kwamen samen om een week te debatteren in de Malinese hoofdstad. Volgens
de deelnemers moeten de Afrikaanse landen zelf de motor zijn van de
landbouw om de hongersnoden het hoofd te bieden.
Lees meer
__________________________________________________________
India
verbiedt genetisch gewijzigde aubergines
India | landbouw| 10-2-2010 | Bron: IPS
"Dit is een historische beslissing". Tegenstanders van
genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase verbod op de
commerciële teelt van transgene aubergines. India schuift daarmee
voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en dat voorbeeld kan
ook door buurlanden worden gevolgd.
Lees meer
__________________________________________________________
Landbouw
bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"
Wereld | landbouw| 9-2-2010 | Bron: IPS
De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke
rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het
VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van
het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor
deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke
rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.
Lees meer
__________________________________________________________
Tonijnbedrijven
dreigen met boycot tegen overbevissing
Wereld | voedsel | 9-2-2010 | Bron: IPS
De Seychellen leven van de tonijnhandel. In de op een na grootste
tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton vis recht uit de Indische
Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers kan dat echter niet
lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met een boycot van tonijn
uit de regio.
Lees meer
__________________________________________________________
Crisis
moet wereldeconomie duurzamer maken
Wereld | economie | 9-2-2010 | Bron: IPS
In haar nieuwe jaarrapport ziet de VN-handelsorganisatie (Unctad)
in de economische crisis nieuwe mogelijkheden om de wereldeconomie sterker
en duurzamer te maken.
Lees meer
__________________________________________________________
2009
was warmste jaar ooit in India
India | klimaat | 7-2-2010 | Bron: IPS
Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar ooit in India. De
gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan normaal, meldt de
Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste rapport.
Lees meer
__________________________________________________________
Amazonewoud
dicht bij afgrond
Amazone | klimaat | 3-2-2010 | Bron: IPS
Het Amazonewoud is "dicht bij een omslagpunt". Als de
ontbossing nog even verder gaat, kan er een proces op gang komen dat
het grootste regenwoud op aarde in amper 65 jaar doet krimpen tot een
derde van zijn oorspronkelijke omvang. Dat zegt Thomas Lovejoy, een
wereldvermaarde tropische bioloog.
Lees meer
__________________________________________________________
Noordelijke
"biopiraten" plunderen het milieu
Wereld
| milieu | 2-2-2010 | Bron: IPS
Rijke landen zijn biopiraten die elders in de wereld voedsel, grondstoffen
en goedkope arbeid roven. Ze plunderen rijkere ecosystemen, omdat ze
hun eigen leefomgeving grotendeels vernield hebben, zeggen experts.
Lees meer
__________________________________________________________
Veranderde
zaden tasten natuurlijke rijkdom aan
Wereld
| milieu | 1-2-2010 | Bron: IPS
Niet alleen het veranderende klimaat en de intensieve landbouw tasten
de rijkdom van de natuur aan. Ook de genetische wijziging van zaden
vormt een bedreiging, zegt voormalig Europarlementslid Benedikt Haerlin.
De Duitser coördineert de actie Red Onze Zaden, in samenwerking
met driehonderd Europese milieuorganisaties.
Lees meer
__________________________________________________________
Maatschappelijke
organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken
Nederland | voedsel | 19-1-2010 | Bron: Milieudefensie
Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar.
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling,
eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op
regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt
en de veehouderij verduurzaamt.
Lees meer
__________________________________________________________
Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Wereld | milieu| 13-12-2010 | Bron: IPS
Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen
schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050
met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel
een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers
pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Lees meer
__________________________________________________________
Kleine
boeren kunnen de wereld afkoelen
Wereld | landbouw| 13-12-2009 | Bron: IPS
De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen
uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen,
zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige
boeren.
Lees meer
__________________________________________________________
Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Latijns-Amerika
| handel | 10-12-2009 | Bron: IPS
We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt
de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst
van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk
met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lees meer
__________________________________________________________
Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Brazilië
| milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS
Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking
stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol.
Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging
van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren
van critici weg.
Lees meer
__________________________________________________________
Verwoestijning bedreigt ook China
China | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS
Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer
van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende
Gobiwoestijn.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldleiders liggen niet wakker van honger
Wereld | voedsel | 17-11-2009 | Bron: Broederlijk Delen
De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op
het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders
die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen
niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Lees meer
__________________________________________________________
Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
Verenigde Staten | voedsel | 17-11-2009 | Bron: IPS
Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat
blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA).
Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor
het eerst werd uitgevoerd.
Lees meer
__________________________________________________________
Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Kleine Aarde
De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers
van de klimaatverandering
.. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Lees meer
__________________________________________________________
Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Duurzaam nieuws
Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet
volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel
nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
Lees meer
__________________________________________________________
Vlees
eten desastreus voor het klimaat
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Ned. Veg. Bond
Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies
met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik
van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie
van vlees aan banden te leggen.
Lees meer
__________________________________________________________
Mexico
zet licht op groen voor transgene maïs
Wereld | voedsel | 18-10-2009 | Bron: IPS
De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste
experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging
van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika produceert meer voedsel
Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: IPS
Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika
ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is
er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten
van biobrandstof
Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA
Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven
op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar
ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse
handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt
van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages
aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron
van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit
zijn er meestal de dupe van.
Lees meer
__________________________________________________________
Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel
Wereld | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA
Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de
organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de
Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering
van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper
van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie
van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële
rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede
in landelijke gebieden.
Lees meer
__________________________________________________________
Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Wereld | voedsel | 10-9-2009 | Bron: IPS
De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig
van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat
de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische
impact dramatisch.
Lees meer
__________________________________________________________
Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Wereld | voedsel | 7-9-2009 | Bron: IPS
Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken
en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper
in Groot-Brittannië.
Lees meer
__________________________________________________________
Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja
VS | voedsel | 27-8-2009 | Bron: IPS
De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden
van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten
van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans
onderzoek.
Lees meer
__________________________________________________________
De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model
Wereld | economie| 26-8-2009 | Bron: MO
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde
neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet
langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen.
Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade
Afrika | voedsel | 25-8-2009 | Bron: IPS
De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in
Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van
de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Lees meer
__________________________________________________________
Nederlandse
houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen
Bolivia | soja | 18-8-2009 | Bron: WERELDOMROEP
Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat
uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars
van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het
Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.
Lees meer
__________________________________________________________
Water: mensenrecht of economisch goed?
Wereld | water | 14-8-2009 | Bron: IPS
De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds
luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als
een mensenrecht.
Lees meer
__________________________________________________________
Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren
Haïti | voedsel | 3-8-2009 | Bron: IPS
Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht
en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp
te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking
onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen
experts.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang
Afrika | voedsel | 31-7-2009 | Bron: MO
Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt
aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar.
Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor
de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Lees meer
__________________________________________________________
Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel
Afrika | voedsel | 22-7-2009 | Bron: IPS
Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten
worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie
die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke
handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen
nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.
Lees meer
__________________________________________________________
Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten
Afrika | voedsel | 19-7-2009 | Bron: IPS
Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in
Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren
die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter
vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
Lees meer
__________________________________________________________
Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?
Nederland | voedsel | 29-6-2009 | Bron: INSnet
Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern
van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland
in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een
voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20
miljoen euro beschikbaar.
Lees meer
__________________________________________________________
"Meer
democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)
Wereld | economie| 26-6-2009 | Bron: IPS
Tijdens
de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New
York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de
rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid
bepalen. "Op
dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat
de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire
milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene
vergadering van de Verenigde Naties (VN).
Lees meer
__________________________________________________________
Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Wereld | Water | 23-6-2009 | Bron: IPS
Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het
beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking
tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse
wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het
vlak van ecosystemen.
Lees meer
__________________________________________________________
Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren
Wereld | Voedsel | 18-6-2009 | Bron: IPS
Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en
middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet
krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd
worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling
in Afrika een stevige duw geven.
Lees meer
__________________________________________________________
Oceanen in 2050 leeggevist'
Wereld | Voedsel | 9-6-2009 | Bron: ANP
Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050
in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire
die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen
deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden
gekeerd.
Lees meer
__________________________________________________________
Hoe milieuvervuilend is hutspot?
Wereld | Voedsel | 8-6-2009 | Bron: Telegraaf
Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt?
Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen
via de zogeheten Klimaatweegschaal.
Lees meer
__________________________________________________________
Bio voelt crisis het minst
Wereld | Voedsel | 7-6-2009 | Bron: MO
De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks
de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen
in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Lees meer
__________________________________________________________
Meer dan miljard mensen lijden honger
Wereld | Voedsel | 25-5-2009 | Bron: MO/IPS
Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger
de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre
van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale
alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk
Delen lid van is.
Lees meer
__________________________________________________________
Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op
Wereld | Voedsel | 6-5-2009 | Bron: IPS
In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland
en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven,
en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de
internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede
kolonisering.
Lees meer
__________________________________________________________
Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer
Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws
Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer
heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama
achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt.
Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf
jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Lees meer
__________________________________________________________
Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen
Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws
Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid
van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup
van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse
sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen
bij embryo's van amfibieën.
Lees meer
__________________________________________________________
Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede
Wereld | Voedsel | 21-4-2009 | Bron: Via Campesina
De eerste G8 over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring
waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin
ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit
in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen
achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste
partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren
en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.
Lees meer
__________________________________________________________
We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis
Wereld | Voedsel | 23-3-2009 | Bron: IPS
"We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen."
Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal
VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
Lees meer
__________________________________________________________
Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
India | Landbouw | 4-3-2009 | Bron: IPS
Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international
onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd
die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt,
een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is
met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van
zaden nu in volle gang.
Lees meer
__________________________________________________________
China's waterschaarste zal honger brengen
China | Landbouw | 25-2-2009 | Bron: IPS
Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese
landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers.
Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie
met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.
Lees meer
__________________________________________________________
Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer
Wereld | Voedsel | 14-2-2009 | Bron: Greenpeace
In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende
variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking
voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt.
Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid,
de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
Lees meer
__________________________________________________________
Olivier De Schutter over agro-ecologie en ggo
Niet met technologie van de laboratoria maar die van de landbouwers
zelf moet de voedselproductie omhoog. Dat zegt Olivier De Schutter,
VN-rapporteur voor het recht op voedsel. "Al die technieken hebben
aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk kunnen vergroten",
zegt de Belgische hoogleraar in een gesprek met IPS.
Olivier
De Schutter is een groot voorstander van agro-ecologie. Die wetenschap
benadrukt dat je eerder met de natuur moet werken dan haar moet proberen
te veroveren en vervangen door technologie uit de laboratoria.
Met technieken
als 'water oogsten' en gewasrotatie kan agro-ecologie externe elementen
zoals ingevoerde pesticiden links laten liggen. Dat is niet alleen veel
minder schadelijk voor de omgeving, het kan ook zeer productief zijn,
zeggen voorstanders. Volgens een nieuwe studie van de Britse Essex University
kan agro-ecologie bijna 80 procent meer voedsel opleveren dan "conventionele"
landbouw.
Olivier
De Schutter: "Agro-ecologie betekent niet zomaar dat je geen gebruik
maakt van moderne technologie. Het betekent dat je de beste technologie
gebruikt, die door landbouwers is ontwikkeld, dat je ter plaatse produceert
wat ze nodig hebben om de grond vruchtbaar te maken en gewassen te kweken.
Al die technieken hebben aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk
kunnen vergroten.
De studie
in 57 landen door Jules Pretty en zijn team van de Essex University
kwam tot de conclusie dat de gemiddelde oogsttoename 79 procent bedroeg.
Dat is een ongelooflijk resultaat, alleen door de juiste technieken
te gebruiken."
Is er nog
plaats voor chemische meststoffen en genetisch gemodificeerde (ggo)
voeding in uw benadering van de landbouw?
"Meststoffen moeten niet gedemoniseerd worden. Agro-ecologie werkt
met lokaal geproduceerde stoffen: organische meststoffen, dierlijke
mest. Soms is het nuttig, bij de lancering van iets, om externe stoffen
te gebruiken, fosfaat bijvoorbeeld, om de grond te revitaliseren. Maar
het idee van agro-ecologie is dat men nadien heel snel zelfvoorzienend
wordt.
Ggo-gewassen
zijn een zeer complex thema. Agro-ecologie focust niet op de eerste
plaats op de plant, ze focust op de plant in haar ecosysteem, ze ziet
de plant als een deel van een veel groter geheel. In wezen maakt ggo-technologie
de plant los van zijn omgeving.
Bij ggo-voedsel
zijn boeren ook enorm afhankelijk van zaden die beschermd zijn door
intellectuele eigendomsrechten die in handen zijn van een klein aantal
bedrijven. Ggo-zaad wordt in feite gedomineerd door één
bedrijf: Monsanto. Dat is een grote handicap voor boeren die al te vaak
in de schulden raken omdat ze te veel betalen."
Door de
economische blokkade van Gaza door Israël is het niveau van ondervoeding
daar sterk gestegen. Is de blokkade een schending van het recht op voedsel?
"Absoluut. Door te verhinderen dat het economische systeem bloeit,
schendt Israël duidelijk het recht op voedsel, dat ook het recht
om te produceren en een inkomen te verkrijgen inhoudt. De boeren hebben
geen grondstoffen, ze kunnen niets verkopen op de markten; 80 procent
van de bevolking zit zonder werk. Dat maakt deze gemeenschap volledig
kapot."
Het Wereldvoedselprogramma
en andere instanties stellen dat de inspanningen van de EU om het gebruik
van biobrandstof te verhogen de honger nog heeft doen toenemen. Toch
weigert de Europese Unie zijn beleid te veranderen. Wat denkt u daarvan?
"Een grote impact van biobrandstof is dat ze de grondconcentratie
en grondspeculatie doet toenemen, waardoor inheemse volken en kleine
boeren verdreven worden van de grond die ze nodig hebben om van te leven,
ook al behoort die hen niet noodzakelijk op een wettelijk erkende manier
toe. In alle landen die ik bezocht heb - en ik heb de laatste jaren
al heel wat ontwikkelingslanden bezocht - hoor je overal dezelfde klacht
bij de boeren. Ze vrezen dat ze van hun grond verdreven zullen worden.
De belangrijkste
motor hierachter is de productie van biobrandstof. De certificeringscritera
die de Europese Commissie onlangs gepresenteerd heeft (officieel ontwikkeld
om biobrandstoffen "duurzaam" te maken) houden daar geen rekening
mee.
Wat totaal
ontbreekt in de criteria die de Europese Commissie heeft gepresenteerd,
is de impact die de productie van biobrandstof heeft op de gelijkheid
en ongelijkheid in landelijke gebieden. Ik ben ervan overtuigd dat in
de meeste, misschien wel alle gevallen de productie van biobrandstof
in het voordeel is van wie het goed heeft en niet van de armsten. Meer
nog, het zal de positie van de armsten nog verergeren.
__________________________________________________________
Transitienetwerk wil sociaalecologische economie
Dirk
Barrez
Dieren en planten verdwijnen sneller dan ooit, de klimaatverandering
bedreigt onze welvaart, de ongelijkheid neemt toe,... Aan slecht nieuws
geen gebrek. Maar het moet anders, vindt het pas opgestarte 'Transitienetwerk
van het Middenveld'. Het komt erop aan onze welvaart op een ecologisch
duurzame wijze voort te brengen, én die welvaart sociaal rechtvaardig
te verdelen.
Wat is er aan de hand? Systeemcrisis
Onze mondiale economie - dat is dus de wijze waarop we onze welvaart
voortbrengen en verdelen - gaat twee keer zwaar in de fout. Zij overschrijdt
de draagkracht van de aarde en zij is sociaal onrechtvaardig.
Bekijk eerst die draagkracht van de aarde: Of we dat nu willen of
niet, onze planeet is een ecosysteem met beperkte biofysische grenzen.
De huidige economie doorboort voortdurend die grenzen, of het nu om
CO2-uitstoot en de bijbehorende klimaatverandering, om aantasting van
de biodiversiteit (overbevissing of ontbossing bijvoorbeeld), of om
zware lucht- of waterverontreiniging gaat. Daarom is het dat we met
z'n allen een veel te grote ecologische voetafdruk hebben. We gebruiken
elk jaar te veel van de natuurlijke rijkdommen die de aarde ons kan
verschaffen. We verspillen dat natuurlijk kapitaal aan een onvoorstelbaar
snel tempo en hypothekeren aldus de toekomstige productie van welvaart.
Onze mondiale economie is daarenboven fundamenteel sociaal onrechtvaardig:
de welvaart is zeer ongelijk verdeeld, de helft van alle mensen
die werken verdient minder dan anderhalve euro per dag. En de armsten
zijn daarenboven relatief veel zwaarder getroffen door de gevolgen van
klimaatverandering en verlies van biodiversiteit
terwijl zij net
geen verwoestende ecologische voetafdruk hebben. Hun voetafdruk blijft
vaak ver onder wat de aarde kan verdragen. Het zijn de rijken die leven
met een voetafdruk die drie tot vijf maal hoger is - en voor de superrijken
is dat nog een groot veelvoud daarvan - dan wat de aarde aankan. Met
andere woorden, de doorsnee inwoners van Europa, Noord-Amerika of Japan
leiden een leven dat veronderstelt dat we over drie of zelfs vijf aardes
beschikken
die er vanzelfsprekend niet zijn.
Verder doen zoals we bezig zijn, is dus geen optie.
Verder doen zoals we bezig zijn, voert ons naar regelrecht naar een
systeemcrisis, een ecologische, economische, en sociale ineenstorting
tegen pakweg 2050. Dat is dus geen optie.
De enige uitweg - weg van een systeemcrisis - is een systeemverandering.
Daar moet niet lang over nagedacht. Kernvraag is dan, welke verandering
van systeem?
Waar naartoe? Van systeemcrisis naar sociaalecologische economie
We moeten, zo snel als maar mogelijk en met alle beschikbare mensen
en middelen, een sociaalecologische economie bouwen.
Haar ecologische dimensie is dat zij onze welvaart moet voortbrengen
binnen de grenzen van het ecosysteem aarde en van al haar ecosystemen.
Tegelijkertijd, en dat is haar sociale dimensie, moet zij voor de nodige
welvaart zorgen om aan de gerechtvaardigde behoeften van alle wereldburgers
te voldoen.
Voor een welvarend land zoals het onze betekent dit dat de impact van
onze economie in 2050 met een factor 10 moet zijn teruggedrongen. Dit
wil zeggen dat we vergelijkbare welvaart en welzijn zullen creëren
met tienmaal minder uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Ook zal
er tegen dan tienmaal minder materiaaldoorstroming zijn, minder gebruik
van materialen dus. Dat is een immense maar een haalbare opdracht.
Hoe daar geraken? Een rechtvaardige en democratische transitie
Om aan die sociaalecologische economie te geraken, zijn radicale veranderingen
nodig. Het gaat eigenlijk om een revolutie die een lange, volgehouden
inspanning vergt van de hele samenleving. Want de job die wacht is niet
min: we moeten onze huidige economie volledig ombouwen en omschakelen
op zowat alle terreinen. Dit betekent zowel mobiliteit, energieopwekking
en bouwen als voedselproductie en toerisme, alsook fiscaliteit, werk
en sociale zekerheid. Alleen zo kunnen we belanden in een nieuw en goed
functionerend systeem.
Dat hele proces noemen we transitie, een transitie die rechtvaardig
en democratisch moet zijn. Anders dan nu mag de economie niet op maat
gesneden zijn van de financieel en politiek machtigen. Zij moet sociaal
rechtvaardig zijn. En samenlevingen horen er greep op te hebben om ze
te sturen in het algemeen belang.
Opdracht voor overheid, bedrijfsleven en samenleving
Overheid, bedrijfsleven en samenleving kunnen allen motor van verandering
zijn. De transitie naar een sociaalecologische economie die het Transitiewerk
van het Middenveld voor ogen staat - namelijk rechtvaardig en democratisch
- kan maar indien het middenveld zich sterk weet te organiseren. Enkel
een sterk middenveld kan zowel de politiek als het bedrijfsleven ertoe
dwingen om de noodzakelijke ecologische economie ook sociaal en democratisch
te maken.
Transitienetwerk van het Middenveld
De allereerste en noodzakelijke stap daartoe is dat het middenveld het
erover eens geraakt welke transitie het zelf wil. Het is daarom dat
zij haar eigen transitienetwerk moet creëren.
Onder impuls van Peter Tom Jones - auteur van het boek Terra Reversa
en van mensen van de denktank Terra Reversa, van VODO (Vlaams Overleg
Duurzame Ontwikkeling) en van Global Society is nu officieel het Transitienetwerk
Middenveld van start gegaan. Daarin zitten mensen uit de meest diverse
hoek, vakbonden en sociale bewegingen, milieubeweging, academici, het
culturele veld, journalisten, Noord-Zuidbeweging...
Dat zowel Ann Demeulemeester van het ACW, Rudy De Leeuw en Caroline
Copers van het ABVV en Chris Serroyen van het ACV zich hier persoonlijk
voluit achter scharen, is wellicht de grootste mobiliserende kracht
van dit netwerk.
Allereerst willen ze nu meer zicht krijgen op wat dat is, een rechtvaardige
en ecologische economie. Met andere woorden, wat zijn de streefbeelden
waar ze gezamenlijk naartoe willen. Dat moet meer concreet ingevuld
geraken voor zo diverse sectoren als wonen, voeding, mobiliteit, energie
en thema's als arbeid en fiscaliteit. Zo creëert het middenveld
een zo groot mogelijk draagvlak voor een verandering die ecologisch
en eerlijk is.
Pas dan kan er, liefst zo snel mogelijk, efficiënt geijverd worden
bij en gewogen worden op bedrijven en overheden om die overgang naar
een sociaalecologische economie te forceren.
Meer lezen over transitie en de noodzaak en mogelijkheden
van een sociaalecologische economie kan in volgende boeken:Terra Reversa.
De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid
Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving
Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van crisis en globalisering
__________________________________________________________
5 juni 2010: Wereldmilieudag. Het bedorven feest van de Cerrado
6000 soorten
bomen, 837 soorten vogels, 195 soorten zoogdieren, 780 soorten vissen,
113 amfibieën. Dat zijn de officiële cijfers van het Braziliaanse
Ministerie van Leefmilieu, anno 2004. Volgens sommige studies zijn er
10.000 planten, waarvan 4400 soorten alleen in de Cerrado voorkomen.
In het Federaal District (Brasília) zijn er 233 soorten orchideeën
te vinden en een nog onbekend aantal dieren. In hetzelfde hoofdstedelijk
gebied worden 430 soorten vogels waargenomen. Vergelijk dat maar eens
met Brussel, hoofdstad van de Europese Unie. Ik hoor af en toe een merel
fluiten en zie een houtduif vliegen. Dan heb je't zoal gehad.
De Cerrado
is de waterpot of beter de wieg van heel wat rivieren die in diverse
richtingen, niet alleen van Brazilië, maar van Latijns-Amerika
lopen. Bronnetjes voor de Paraná bijvoorbeeld beginnen te vloeien
vanuit het middelpunt van Brazilië tot in de Argentijnse hoofdstad
Buenos Aires. Het is de meeste soortenrijke savanne ter wereld. Vergelijk
even met de Savanne in Suriname (15 soorten bomen en struiken) of Venezuela
(43 soorten). De '6000' van het ministerie lijkt me wat veel. Dias heeft
het over 429 bomen en struiken. Wat bescheidener, maar toch nog overdadig
in vergelijking met andere savannes.
We zitten volop in het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit en
vandaag is het de Internationale Milieudag. Redenen genoeg om nog eens
stil te staan bij deze uitzonderlijke verzameling van ecosysteem.
Decennia
oud dispuut
In de literatuur,
op het veld en in de politieke discussies over de 'ontsluiting' van
dit immense gebied staan verschillende visies tegenover elkaar (1).
Het zou de armzalige bodem zijn met hoog aluminiumgehalte, in combinatie
met het vuur dat regelmatig over het land gaat, wat maakt dat de Cerrado
zo marginaal is. "Nee", zeggen anderen: "Het Amazonegebied
is zo overdadig op even armzalige grond, maar daar heb je constant veel
neerslag. Daarom is het ook een regenwoud. De Cerrado werd gevormd door
de jaarlijkse cyclus van maandenlange droogte met nadien een hevige
regenperiode." Consensus begint te groeien dat de bodemkwaliteit
en het vuur wel meespelen, maar dat de cyclus van droogte en regen dit
unieke gebied hebben gekneed. Het betreft 192,8 miljoen hectare of 22,65
% van het Braziliaanse grondgebied, gespreid over 11 deelstaten.
Er wonen momenteel 22 miljoen mensen.
Spons
van Latijns-Amerika
Transpiratie
van planten per dag (mm/dag)
Cerrado
in regenseizoen 2,6
Cerrado in droogtemaanden 1,5
Rijst 4,3
Zonnebloem 5,6
Maïs 2,8
Soja 8,4
Tarwe 4,4
Campo, weiland 2,6
Pinus elliotis 4,7
Eucalyptus 6,0
Bron: Mirandan
en Miranda, 1996
De waterhuishouding
is fundamenteel voor de Cerrado. Voor Brazilië. Voor Latijns-Amerika.
Voor de planeet. De bomen blijven meestal klein en hebben een grillig
uiterlijk. Vele soorten hebben leerachtige bladeren en een dikke schors,
zodat ze weinig vocht verliezen. Vergelijk een Cerradostruik (1,5 en
2,6 mm/dag) met soja (8,4 mm/dag). Omwille van de telkens weerkerende
droogtemaanden gaan de wortels diep de grond in. Gecombineerd met de
dikwijls poreuze bodem maakt dit dat in de loop van miljoenen jaren
gigantische onderwatervoorraden opgebouwd werden. De zogenaamde 'Aquíferos'
(Gauarani, Bambuí en Urucuia ). De Cerrado werkt als een spons
die deze Aquíferos en heel wat belangrijke rivieren van water
voorziet. Doordat nu massaal ontbost wordt (twee tot drie keer zoveel
als in het veelbesproken Amazonegebied), dreigt deze langzaam opgebouwde
watervoorraad in enkele decennia op te drogen. Dat heeft nu al zichtbaar
catastrofale gevolgen, niet alleen voor de Cerrado zelf, maar voor de
waterhuishouding van bijna heel Latijns-Amerika.
Biomassa
Het traditionele
rund kon nog leven en genieten van het feest van honderden bloemen en
de rijkdom aan vruchten. De laatste jaren worden heel wat weilanden
aangelegd met exotische grassen, die de oorspronkelijke diversiteit
verstikken. De monocultuur van soja, maïs en suikerriet geven de
doodsteek. Dat is het duidelijke antwoord aan de vele verlichte geesten
die nu beweren dat de westerse intensieve veehouderij dé oplossing
is voor het zogenaamde voedselprobleem en voor op opwarming van de aarde.
Als runderen in Belgische stallen worden opgesloten, dan kan misschien
wel de methaan worden afgezogen, maar het veevoer moet met veel energie
en met vernietiging van ecosystemen voor een groot deel elders gezocht
worden. De wereldwijde explosie van varkens- en kippenmegafarms is sowieso
op soja-maïs gebaseerd. De 'waardeloze' Cerrado is dan de The Number
One to be!
In deelstaat Minas Gerais worden de oorspronkelijke bomen in razendsnel
tempo in brandhout omgezet. Het is ideaal om houtskool van te maken.
Voor de hoogovens. Eén boom, die nu op uitsterven staat, heeft
er zelfs zijn naam aan te danken: Carvoeiro ('carvão'= houtskool).
Het planten
van eucalyptus
wordt 'herbebossing' genoemd en krijgt daardoor allerlei steun, tot
en met Kyotogeld om koolstof vast te leggen. Vergeten wordt dat het
evenwichtige bodemleven en de oorspronkelijke begroeiing van de Cerrado
juist fundamenteel zijn om veel CO2 op te nemen. De 'wijze' boompjes
van de Cerrado kunnen echter niet concurreren tegen het groeigeweld
van de eucalyptus uit Australië. Een hectare oorspronkelijke Cerrado
levert 10 tot 40 ton biomassa op, wat weinig consumptie van water meebrengt.
Vergelijk met het regenwoud in het Amazonegebied: 350 tot 550 ton per
hectare. Eucalyptus produceert meer dan 300 ton biomassa in de Cerrado
en veroorzaakt dus volop mee het uitdrogen. 2/3 van deze biomassa is
namelijk water! Een volwassen eucalyptusboom in een monocultuur zuigt
tussen de 700 à 1000 liter/dag op, afhankelijk van de afstand
tot elkaar. Een volwassen exemplaar, dat volledig vrij staat, kan tot
20.000 liter per dag opnemen.
Herwonnen
feest
Eucalyptus
levert pulp voor de internationale papierindustrie; de genetisch gemanipuleerde
variant zal voor ethanol van de tweede generatie moeten instaan. Soja
staat voor veevoer en biodiesel. Suikerriet voor suiker, voor toepassingen
van de synthetische biologie en vooral om de ethanolvraag van koning
auto te beantwoorden. Allemaal goed en wel, maar een feestje kan je
er niet mee bouwen. Zelfs gewoon gezond water dreigt op de feestdis
te ontbreken. Armoede troef.
Stilaan begint het door te dringen dat de rijkdom van dit unieke gebied
de tafel feestelijk kan vullen. Eeuwenlang voedde de bevolking zich
met de nutriëntenrijke pequi, buriti, araticum, mangaba, cagaita,
cajuzinho, bacuri, etc. Het komt er nu op aan om een economie op te
bouwen, die niet gestoeld is op de invasie van monoculturen, maar op
de oorspronkelijke polycultuur. Een economie waar iedereen beter van
wordt: de diverse ecosystemen, de volkeren, de dieren, de planten, de
waterhuishouding, het wereldklimaat, de landbouw met zijn voorspelbare
seizoenen, de stedelijke bevolking, de boeren, de inheemse bevolking,
de handelsbalans. Stilaan begint het besef door te sijpelen. Zo zetten
de basisgemeenschappen de zomercursussen van de populaire bijbellezing
en theologie in 2010 en 2011 in het teken van de Cerrado. (2)
Red
de Urubu!
Als de
crisis toeslaat, dan ontstaan er initiatieven om de bevolking te sensibiliseren.
Dikwijls nog in de marge. Soms letterlijk rond een sloot, omdat niet
alleen de sojamaffia over het platteland raast, maar ook de immobilieënmaffia
rond de steden de terreinen inpalmt. Zo is er in hoofdstad Brasília
de beweging 'Salve o Urubu!' (3). De gier Urubu is als aaseter nu niet
meteen het symbool van biodiversiteit. Hij is eerder een opruimer van
afval en van kadavers, maar de sloot ('Córrego) aan de rand van
Brasília heet nu eenmaal 'Córrego Urubu'. De bevolking
wil er aan permanente milieueducatie doen, te beginnen met zichzelf,
met het herstel van de begroeiing rond de Córrego en met het
proper houden van het water. Er zijn mooie voorbeelden van recuperatie
met een agroforestrysysteem en mandalagroentetuinen. 'Oca do Sol' is
een trefpunt midden in het project. 'Oca' staat voor de oorspronkelijke
woning van de indios en voor hun inspirerende wijsheid. 'Oca do Sol'
is onderdeel van een Ecovila (4) en wil spiritualiteit verbinden met
een ecologische levensstijl. De focus ligt sterk op het belang van water
en op onze watervoetafdruk (5).
Zullen
we met zijn allen de omkeer nog kunnen maken? Of zal de Urubu binnen
twintig jaar alleen nog maar symbool zijn van immense afvalbergen naast
uitgedroogde rivieren?
Luc Vankrunkelsven,
Brasília, Wereldmilieudag,
(1) Een
interessant werk van Carlos Eduardo Mazzetto Silva heeft het over dit
dispuut: 'O Cerrado em disputa. Apropriação global e resistências
locais./ De Cerrado in dispuut. Globale toe-eigening en lokaal verzet.',
262 pp. In de reeks 'Pensar o Brasil, 2009.
(2) Cerrado, da resistência brota a vida. Curso de Verão,
Goiânia, janeiro 2010, 108 pp.
(3) www.urubu.org.br, www.salve-o-urubu.blogspot.com, http://br.groups.yahoo.com/group/salveurubu/
(4) http://pt.wikipedia.org/wiki/Ecovila, http://www.ecovilacunha.org/
, http://www.ecovilleproject.com/
(5) www.waterfootprint.org, www.watervoetafdruk.org, www.foodandwaterwatch.org,
http://www.waterefficiency.net/blogs/we-editors-blog/whats-your-waterprint-64377.aspx
__________________________________________________________
Coöperaties tonen de toekomst
door Dirk Barrez, John Vandaele
Onze
economie helemaal in handen laten van grootbanken, energiegiganten en
andere multinationals, is al te dikwijls geen goede zaak voor samenleving
en milieu. En de werknemers worden er ook niet vrolijk van. Bieden coöperatieve
bedrijven een alternatief? In de reeks 'het stuur van de economie',
een nieuwe bijdrage van Dirk Barrez en MO*-journalist John Vandaele
Wat voorafging. Multinationals spelen met de voeten van hun werknemers,
ook al zijn die bedrijven eigenlijk niets waard zonder hen, en worden
ze soms zelfs 'hun grootste kapitaal' genoemd. Vandaar de noodzaak om
te zoeken hoe de werknemers binnen bedrijven het mee voor het zeggen
krijgen in de bedrijven, hoe ze mee aan het stuur kunnen zitten.
De andere economie van de coöperaties
Er is voor werkende mensen een andere weg dan in dienst te gaan van
een privébedrijf. De werkende mens schept immers ook economische
democratie, denk aan de coöperaties waarin werknemers zelf de welvaart
creëren én verdelen.
Zijn we vergeten hoe werknemersbewegingen ook bij ons hun coöperatieve
meelfabrieken, bakkerijen, winkels en zelfs hele winkelketens, banken,
drukkerijen, verzekeringen, apotheken, uitgeverijen, vakantiehuizen,
reisbureaus enzovoort uit de grond stampten?
Zo gaven ze in grote mate mee vorm aan de economie terwijl ze tegelijkertijd
hun achterban aantrekkelijke goederen en diensten aanboden. In vele
landen hebben ze die weg verlaten om volledig te rekenen op hun syndicale
kracht als werknemers van bedrijven en op de maatschappelijke druk die
ze kunnen uitoefenen op de politiek.
De boerenbeweging heeft tot vandaag veel meer vastgehouden aan haar
economische coöperaties - de veilingen bv. of de melkcoöperatie
Milcobel van zowat 3000 melkveehouders. Zo houden de landbouwers greep
op de economie en vermijden ze dat hun inkomen helemaal in elkaar stuikt.
In Zwitserland zijn de twee grootste supermarktgroepen niet Carrefour
of Aldi, maar wel de coöperaties Migros en Coop. Of reis naar Baskenland
om de coöperatieve Mondragon groep te leren kennen. Die heeft zowel
industriële, financiële als distributieactiviteiten en er
werken 100.000 mensen.
Coöperaties tonen de toekomst
Er gaat vandaag, zeker bij ons, al te weinig aandacht naar de mogelijkheid
van zelfbeheer, naar wat coöperaties vermogen om mee welvaart,
arbeid en inkomen te creëren en te verdelen.
De kracht en de geschiedenis van coöperaties koppelen aan de huidige
crisis is nochtans een uiterst interessante oefening. Want wat als onze
banken falen? Wat als een elektriciteitsmultinational ons een nefaste
energiepolitiek opdringt? Wat als onze bedrijven én onze politici
weinig of geen aandacht hebben voor de sociaalecologische economie die
we nodig hebben en de massamedia al evenmin? Wat als onze politici geen
leiders zijn?
___________________________
Het wordt tijd dat we het neoliberale of post-Koude Oorlogdogmatisme
begraven en eindelijk weer open staan voor diversiteit inzake organisatievormen.
Sterft gij oude vormen en gedachten.
___________________________
Waarom dus niet opnieuw een coöperatieve bank uit de grond stampen?
Zodat we tenminste verhinderen dat met ons geld een financieel kapitalisme
wordt aangedreven dat jobs en inkomens vernietigt, en het milieu schaadt.
En, veel beter nog, dat onze coöperatieve bank ons geld aanwendt
om er een duurzame economie mee aan te zwengelen.
Waarom geen lokaal verankerde energiecoöperaties oprichten? Want
er is geen enkele reden om onze energietoekomst nog verder toe te vertrouwen
aan Electrabel, een bedrijf dat ons allemaal samen elk jaar een paar
miljard euro armer maakt.
Waarom niet onderzoeken hoe bedrijven die failliet gaan of slachtoffer
zijn van wanbeheer in handen kunnen komen van hun werknemers? Herinner
u de Belgische luchtvaartbedrijven Sabena en Sobelair tien jaar geleden.
Ze zijn versjacherd aan een onderneming en een charlatan die zelfs geen
nieuw kapitaal inbrachten maar ze verder leeghaalden zodat ze toch kapot
gingen. Dan was het toch veruit te verkiezen dat de werknemers hun bedrijf
zouden gekregen hebben, ze zouden het altijd beter hebben gedaan.
Een economische poot voor sociale bewegingen
Het is hoog tijd voor werkende mensen en hun sociale bewegingen om niet
alleen syndicaal en politiek actief te zijn, maar opnieuw te investeren
in hun economische coöperaties. Ze moeten hun economische poot
volop ontwikkelen en heruitvinden. Want sociale bewegingen zonder een
economische poot zijn dikwijls (te) machteloze bewegingen. Sociale bewegingen
met een economisch project zijn veel sterker en succesrijker in het
forceren van de maatschappelijke veranderingen die ze voorstaan: ze
weten daardoor veel beter waarover ze praten want ze staan zelf in het
economische leven en zo'n economische hefboom is op zich tevens een
machtsinstrument dat hun "gewicht" vergroot.
______________________________________
Sociale bewegingen met een economisch project zijn veel sterker en succesrijker
______________________________________
Daarom is het dat ze ook vandaag en morgen best werk maken van hun eigen
banken, hun eigen energiecoöperaties, hun eigen media, hun eigen
distributie van sociaal en ecologisch duurzame producten. Het zou ongetwijfeld
voor de sociale bewegingen zelf een verfrissende ervaring worden die
heel concreet zou aangeven dat hun doelstellingen verder reiken dan
alleen maar materiële verrijking van hun leden. In tijden van klimaatverandering
en al te grote ecologische voetafdrukken is dat meer dan meegenomen:
sociale bewegingen die niet alleen praten over een sociaalecologische
omslag maar hem ook in de praktijk brengen, eerst en vooral in de eigen
werking.
Coöperaties behoren tot het patrimonium van organisatietypes die
in het verleden vaak goeie resultaten opleverden voor werknemers, consumenten
en andere belanghebbenden. De zeggingschap van de werknemers in de manier
waarop coöperaties worden gerund, lijkt bijvoorbeeld de beste manier
om de bonussen en extreme betalingen voor topmensen te beëindigen:
het is immers weinig waarschijnlijk dat de ene coöperant zal vinden
dat de andere coöperant 200 keer meer moet verdienen dan hij of
zij zelf verdient. Die coöperatieve aanpak laat ook toe om andere
waarden zoals milieuzorg of klanttevredenheid af te wegen tegenover
maximale winst. Want winst wordt slechts een van de overwegingen.
En nog een heel andere economie
Maar er is nog veel meer organisatorische diversiteit onder de zon.
Laten we immers niet uit het oog verliezen dat grote welvaartssectoren
tot ieders tevredenheid functioneren volgens een ander model dan dat
van winstzoekende bedrijven op een vrije markt.
Onderwijs en gezondheidszorg bijvoorbeeld zijn volledig of voor een
heel groot deel in handen van non profit organisaties die niet werken
volgens het aandeelhoudersmodel en korte termijnrendement.
Dit zijn cruciale sectoren die de belangrijkste sociale investeringen
leveren die mee onze toekomst zullen bepalen. Het bewijst dat er meer
dan één werkzaam organisatiemodel om goeie diensten te
verlenen. Meer zelfs, de tevredenheidsgraad over deze organisaties is
groot.
Misschien moeten we in de toekomst wel meer in deze richting evolueren
in andere sectoren. Misschien zijn die wel beter uitgerust om te doen
wat we nodig hebben in een tijd dat de wereldeconomie de draagkracht
van de planeet overschrijdt.
Ook openbare bedrijven zijn niet noodzakelijk synoniem van inefficiëntie
zoals de opkomende neoliberale ideologie predikte. We kunnen ook leren
uit de fouten uit het verleden. De vakbonden bijvoorbeeld beseffen nu
wellicht meer dat openbare ondernemingen niet alleen banen scheppen
voor hun leden maar ook goeie diensten moeten leveren voor de burgers.
Het wordt tijd dat we het post-Koude Oorlogdogmatisme begraven en eindelijk
weer open staan voor diversiteit. Laat meer dan één bloemetje
bloeien!
Dirk Barrez & John Vandaele
__________________________________________________________
Kloof tussen arm en rijk groeit in Latijns Amerika
BRASILIA, 1 juni 2010 (IPS) - De kloof tussen arm en rijk wordt steeds
groter in Latijns-Amerika. Volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika
en de Caraïben (Cepal) moeten negen landen flink investeren om
de situatie van hun meest kwetsbare inwoners te verbeteren.
Het bruto binnenlands product (bbp) van Latijns-Amerika en de Caraïben
zal dit jaar met 4,1 procent stijgen, verwacht de Cepal. Dat is positief,
maar tegelijk wordt de ongelijkheid groter, waarschuwt de VN-instantie.
In Brazilië bijvoorbeeld is de hoofdstad Brasilia negen keer rijker
dan de noordelijke staat Piauí. In Peru is de Andesregio Huancavelica
zeven keer armer dan de zuidelijke kuststrook van Moquegua.
De Cepal publiceerde hierover zopas een nieuwe studie, 'Het uur van
de ongelijkheid'. De uitdaging is nu te "groeien om meer gelijkheid
te realiseren", zegt Cepal-hoofd Alicia Bárcena. Daarbij
moet de overheid een actievere rol spelen en die taak niet aan de markt
overlaten, stelt ze.
Sociale uitgaven
Volgens de Cepal-studie is de kloof tussen arm en rijk het grootst in
Bolivia, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Paraguay,
Peru en de Dominicaanse Republiek. Deze landen investeerden gemiddeld
slecht 181 dollar per persoon in sociale uitgaven in de periode 2007-2008.
Bij Argentinië, Brazilië, Chili, Costa Rica, Panama en Uruguay
was dat gemiddeld 1029 dollar. Bovendien heeft deze laatste groep het
grootste bbp per inwoner van Latijns-Amerika.
Halfweg bevinden zich Colombia, Mexico en Venezuela met een gemiddelde
investering van 619 dollar per persoon.
Volgens de Cepal zouden de landen met de kleinste sociale uitgaven 6
tot 9 procent van hun bbp moeten investeren opdat kinderen tot vijf
jaar, ouderen en werklozen alle basisvoorzieningen hebben. Bij de landen
met de grootste sociale uitgaven is een investering van 1 tot 1,5 procent
van het bbp nodig, bij de landen in de middenmoot 2 tot 4 procent.
Onvoldoende
Ondanks deze uitdagingen erkent de Cepal dat de netto sociale uitgaven
flink gestegen zijn in Latijns-Amerika, van 12 procent in 1990 naar
18 procent in 2008. Tegelijk daalde de armoede, van 44 procent in 2002
tot 33 procent in 2008.
Maar deze vooruitgang is onvoldoende, stelt de Cepal. De sociale uitgaven
moeten een nog grotere impuls krijgen, zegt ze, vooral omdat de wereldwijde
crisis de koopkracht van veel gezinnen heeft aangetast en negen miljoen
mensen in de armoede heeft geduwd.
KMO's
Om de sociale ongelijkheid weg te werken pleit de Cepal onder meer voor
een homogenere productiestructuur. Niet alleen de topbedrijven maar
ook de kleine en middelgrote ondernemingen moeten makkelijker toegang
kunnen krijgen tot de internationale markten.
"De productiestructuur is zo heterogeen en gefragmenteerd dat we
in sommige sectoren bedrijven zien die produceren alsof ze tot de eerste
wereld behoren en kleine ondernemers die werken alsof in ze zich in
een vierdewereldland bevinden", zegt Martin Hopenhayn, coördinator
van de Cepal-studie. "Zo ontstaat een mechanisme die de ongelijkheid
doet toenemen." Volgens deze expert leidt een verbetering van de
situatie bij kleine en middelgrote ondernemingen tot een verbetering
van de situatie van hun werknemers.
Er moet ook een grotere samenwerking komen tussen de Latijns-Amerikaanse
landen. Zo moeten de administratieve verschillen kleiner worden, stelt
de Cepal-studie.
Auteur:
Milagros Salazar.
__________________________________________________________
Houthakkers en milieubeschermers sluiten vrede in
Canadese oerbossen
UXBRIDGE, 19 mei 2010 (IPS) - Milieubeschermers en houtvesters in de
Canadese taiga hebben een einde gemaakt aan hun decennialange oorlog.
Vertegenwoordigers van beide kampen hebben dinsdag (18 mei) een overeenkomst
bekend gemaakt om 720.000 vierkante kilometer bos - twee keer de oppervlakte
van Duitsland - duurzaam te gaan beheren.
In 290.000 vierkante kilometer van het beschermde gebied, dat zich uitstrekt
van de Stille tot de Atlantische Oceaan, zullen er helemaal geen bomen
meer worden geveld. Dat zou onder meer de bestanden van de bedreigde
boskariboe - een rendiersoort - moeten beschermen. In de rest van de
bossen zal aan duurzame bosbouw worden gedaan.
De taiga, een brede strook van vochtige naaldwouden in het noorden van
Canada, Scandinavië en Rusland - vormt het grootste bosgebied op
aarde. Canada heeft meer dan vijf miljoen vierkante kilometer taiga
een kwart van de ongerepte bosgebieden op onze planeet. Minder dan 10
procent daarvan is beschermd.
Imagowinst
De Canadian Boreal Forest Agreement, een overeenkomst tussen 21 houtkapbedrijven
en 9 milieuorganisaties "is het grootste akkoord over natuurbescherming
op de hele planeet", zegt Richard Brooks van Greenpeace Canada.
De houtkapbedrijven, die kaplicenties hebben in het grootste deel van
de Canadese taiga, hopen hun voordeel te doen met de imagowinst die
het akkoord oplevert. Ze willen zich profileren als wereldleider in
duurzame bosbouw. Er is steeds meer vraag naar duurzaam geproduceerd
hout, en de Canadese houtsector heeft ook zwaar te kampen met concurrenten
die goedkoper hout op de markt brengen door nog minder aandacht te besteden
aan het milieu en illegale houtkap door de vingers te zien.
De milieuverenigingen hebben beloofd de houtvesters voorlopig niet meer
onder vuur te nemen en ook geen boycotoproepen meer te lanceren. Jarenlang
verweten ze de Canadese houthakkers aan nietsontziende kaalslag te doen.
De milieuorganisaties en houtvesters onderhandelden twee jaar over het
akkoord. De komende drie jaar willen ze een plan uitwerken hoe het beschermde
deel van de taiga duurzaam kan worden beheerd. Plaatselijke besturen,
lokale gemeenschappen en indianengroepen zullen daarbij betrokken worden.
Het doel is een evenwicht te vinden tussen de belangen van de houtvesters,
de noden van plaatselijke economieën en de bescherming van het
milieu.
Auteur: Stephen Leahy.
__________________________________________________________
Een nieuwe ramp voor Haïti
MADRID , 16 mei 2010 (MO) - Op de Alternatieve EU-Latijns-Amerika top
stond ook Haïti in de kijker. De Haïtiaanse econoom Camille
Chalmers, directeur van de koepel van sociale netwerken PAPDA, schetste
een hallucinant beeld van de wijze waarop de wederopbouw in de greep
van buitenlandse belangengroepen komt en hoe het land zijn autonomie
volledig dreigt kwijt te spelen.
Chalmers hekelde het beeld dat de internationale media van Haïti
brachten, enkele dagen na de aardbeving. Terwijl de camera's vooral
plunderingen en criminaliteit van de radeloze bevolking in beeld bracht,
viel ter plaatse vooral de ongekende onderlinge solidariteit van het
Haïtiaanse volk op, aldus Chalmers.
'Het Haïtiaanse volk heeft vooral zichzelf moeten helpen, want
de regering blonk uit in afwezigheid en passiviteit. Ook grote ngo's
hebben vaak de toegestroomde hulp gebruikt om hun structuren ter plaatse
te verstevigen, eerder dan te kijken naar de dringende noden van de
Haïtianen.' De internationale gemeenschap is bijzonder genereus
geweest op de donorconferentie in New York, erkent Chalmers, maar hij
twijfelt of al dat geld effectief zal gegeven worden, en of er geen
nieuwe voorwaarden zullen aan verbonden zijn. Het kan volgens de directeur
van Papda geenszins een basis zijn om de schuldenlast van het totaal
geruïneerde land nog te vergroten.
VS-bezetting
Intussen is de toestand volledig onder controle van VS-militairen -
43 000, aldus Chalmers- die ook de VN-vredesmacht Minustah verdrongen
hebben. 'Wat vooral verontrustend is, aldus Chalmers, is dat die daar
zijn zonder enig mandaat vanuit de VN, zonder enige verklaring of overeenkomst,
zonder duidelijke taakomschrijving, zonder duidelijke termijn. De hulp
vanuit de VS is massaal geweest, maar van elke dollar hulp is 0,43 cent
gegaan naar militair materiaal. Onmiddellijk na de aardbeving kwamen
er vier VS-boten, waarvan één een hospitaalschip, met
een ondercapaciteit om de duizenden gewonden te helpen, en drie oorlogsboten,
met nucleair materiaal aan boord.
Monsanto helpt met ggo-zaden
Omdat de Haïtiaanse boeren duizenden slachtoffers van de aardbeving
opvingen en hun zaaigoed besteedden aan voedsel voor de hongerigen,
was er nood aan nieuw zaaigoed. Monsanto is Haïti ter hulp gekomen,
met tonnen ggo-zaad, dat voor vele Haïtianen onaanvaardbaar is.
'Het is zaad voor de dood', klinkt het uit de mond van Iderle Brenus,
Haïtiaanse boerin en lid van Via Campesina.
Eind van dit jaar zouden er verkiezingen moeten komen, maar het is erg
onwaarschijnlijk dat die er komen. Onlangs werd voor 18 maanden de noodtoestand
afgekondigd, waardoor ook de democratische instellingen zijn gekortwiekt.
Op 5 juni, VN dag van het Milieu, zal er in Port au Prince een betoging
plaats vinden tegen deze gang van zaken.
Auteur: Alma De Walsche.
__________________________________________________________
Angolese landbouw schrijft succesverhaal
Louise Redvers
LUANDA,
17 mei 2010 (IPS) - De Angolese landbouwsector is vorig jaar met 29
procent gegroeid. Dat resultaat is te danken aan naar Afrikaanse normen
forse investeringen in de sector. Critici vinden wel dat er meer geld
naar kleine boeren moet gaan.
De Angolese
economie is erg afhankelijk van de inkomsten uit de export van olie.
De scherpe daling van de olieprijzen als gevolg van de internationale
oliecrisis deed de Angolese regering vorig jaar een ambitieus relanceplan
uitwerken voor de landbouw. Tot in de jaren zeventig was Angola een
belangrijke landbouwproducent; het was bijvoorbeeld op drie landen na
de grootste exporteur van koffie in de wereld.
Maïsoverschot
De overheid trok vorig jaar bijna 800 miljoen euro uit voor investeringen
in nieuwe irrigatie, betere opslagplaatsen en plattelandswegen. Met
die kapitaalinjectie geeft de Angolese regering nog altijd minder dan
2 procent van haar middelen uit aan de landbouw, maar toch zijn de eerste
resultaten meer dan bemoedigend. Volgens de VN haalden de Angolese boeren
in 2009 1,2 miljoen ton maïs binnen, bijna het dubbele van in 2008.
Voor het eerst in twee decennia produceerde Angola meer maïs dan
het zelf nodig heeft.
Aan het groeicijfer van 29 procent dat de regering in april bekend maakte,
twijfelen sommige experts wel. "Het is moeilijk om juist aan de
weet te komen hoe die cijfers berekend worden. En zelfs als ze kloppen,
is het nog altijd zo dat de Angolese landbouw uit een diep dal komt",
zegt Sergio Calundungo, van de Angolese ontwikkelingsorganisatie ADRA.
Calundungo waarschuwt dat de regering vooral in grote infrastructuurwerken
en publiek-private projecten geïnvesteerd heeft. "Die leveren
veel op voor een beperkte groep van mensen, en het is moeilijk om dergelijke
projecten duurzaam te maken." Voor programma's voor kleine boeren
was er veel minder aandacht. "Als we het gebrek aan voedselzekerheid
en de plattelandsarmoede echt willen aanpakken, is er directe steun
nodig voor die groep. Zij zijn goed voor meer dan twee derde van de
totale landbouwproductie van het land".
De regering gaat niet akkoord met de kritiek. "We investeren ook
in opleidingen en in andere maatregelen die kleine boeren moeten helpen
te ondernemen en hun oogst te verkopen", zegt Filomena Delgado,
staatssecretaris voor Plattelandsontwikkeling. "Er gaat ook geld
naar scholen, drinkwatervoorziening en de toevoer van water voor de
dieren."
Microkrediet
Delgado is trots op een microkredietprogramma van 275 miljoen euro dat
de regering samen met private banken heeft opgezet. De leningen moeten
kleine en middelgrote boeren de kans bieden zaden, meststoffen en machines
te kopen. Het programma was eigenlijk al voor vorig jaar gepland, maar
is nu eindelijk toch in werking getreden. Het vult gelijkaardige maar
veel kleinere initiatieven van de Wereldbank en internationale hulporganisaties
aan.
Calundungo is blij met het officiële microkredietprogramma, maar
wil wel zien hoe de overheid de problemen oplost die te maken hebben
met het feit dat veel boeren geen identiteitsbewijs en eigendomsaktes
hebben en grote afstanden moeten afleggen tot de dichtstbijzijnde bank.
"Angola staat er beter voor dan veel andere landen omdat het geld
heeft om te investeren in de landbouw, maar we moeten ervoor zorgen
dat het ook terecht komt bij de mensen die het nodig hebben."
Volgens de regering leeft 94 procent van de Angolezen op het platteland
in armoede. De hoge prijzen voor kunstmest en de belabberde staat van
het wegennet maken het de Angolese boeren erg moeilijk om winst te maken.
IPS(PD, RP)
__________________________________________________________
Afrika verliest invloed in Wereldbank
Hilaire Avril
PARIJS,
17 mei 2010 (IPS) - Het stemgewicht van opkomende economieën in
de Wereldbank is met ruim 3 procent toegenomen. Maar het Afrikaanse
aandeel is met een derde afgenomen.
Achttien
landen uit Afrika ten zuiden van de Sahara hebben een deel van hun zo
al bescheiden invloed in de Wereldbank moeten prijsgeven. Nigeria en
Zuid-Afrika zijn het hardst geraakt, hun stemgewicht is met ongeveer
10 procent afgenomen. Alleen het olierijke Soedan heeft zijn stemmenaandeel
zien toenemen.
De Wereldbank, die ontwikkelingsprojecten financiert, krijgt al lang
de kritiek dat de landen die ze helpt, niet echt vertegenwoordigd zijn
in haar bestuur. De landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, waar
veel programma's voor armoedebestrijding op gericht zijn, zijn nu goed
voor 6 procent van de stemmen in de Wereldbank.
Hervormen
De laatste jaren heeft de Wereldbank op die kritiek proberen te antwoorden.
Ze gaf aan dat ze haar bestuur zou hervormen en meer gewicht zou toekennen
aan de begunstigde landen. In oktober nog verklaarde ze "het stemgewicht
van de kleinste arme landen te zullen beschermen".
Maar op 25 april werden stemrechten zo hervormd dat het aandeel van
China (met 1,64 procent), Zuid-Korea (0,58 procent), Turkije (0,55 procent),
Mexico (0,5 procent) en Singapore (0,24 procent) toenam. Volgens eigen
economische definities van de Werelbank behoren Zuid-Korea en Singapore
tot de landen met hoge inkomens, terwijl Mexico en Turkije middeninkomenslanden
zijn.
Duncan Green, onderzoekshoofd van Oxfam, een organisatie voor armoedebestrijding,
zegt dat de Wereldbank zijn beloftes ten aanzien van Afrika niet is
nagekomen. "De hervorming weerspiegelt de verschuiving in het wereldwijde
bruto binnenlands product, en komt dus de grote opkomende economieën
ten goede, niet de trager groeiende economieën in Afrika."
Sebastien Fourmy van Oxfam-Frankrijk zegt dat deze hervorming "een
poging is om op goede voet te staan met de belangrijke opkomende wereldspelers,
zoals China en Brazilië, in de hoop dat ze een grotere bijdrage
zullen leveren aan de financiering van de Bank."
Het Bretton Woods Project, een Britse organisatie die de Wereldbank
en het IMF in de gaten houdt, zei onlangs in een rapport dat de Wereldbank
"op overweldigende wijze gedomineerd zal blijven door rijke landen".
"Ontwikkelingslanden vertegenwoordigen 80 procent van de wereldbevolking
en van het lidmaatschap van de Bank", stelde het rapport. "Het
is daar dat de meeste activiteiten van de Bank plaatsvinden." En
toch "blijft haar bestuur onwettig en achterhaald."
IPS(RP, PD)
__________________________________________________________
Gifcontainers maken duizenden ziek, ook consumenten
door han
Soete, Ittai De Vree, Greet Brauwers, Petar Veljacic, Dirk Barrez
Jaarlijks
stromen miljoenen containers de Europese havens binnen. Daarvan bevat
wel 97 procent gevaarlijke gassen. De gassen veroorzaken allerlei aandoeningen
bij de duizenden mensen die ermee in contact komen.
Soms gaat het om kleine aandoeningen, maar er zijn gevallen van impotentie,
vroegtijdige dementie of aantasting van het centrale zenuwstelsel vastgesteld.
Het belangrijkste probleem is dat de mensen die met deze containers
in contact komen, zich niet bewust zijn van de gevaren. Net zoals met
de schildersziekte kan het immers jaren duren voor je ziek wordt. Bovendien
zullen artsen en specialisten ook niet meteen een verband leggen met
de containers waarmee hun patiënten in contact kwamen.
Ook consumenten die behandelde waren als matrassen en speelgoed kopen,
lopen gevaar.
Miljoenen
containers worden elk jaar verscheept in en naar Europese havens, ze
komen en vertrekken naar alle delen van de wereld. Om te vermijden dat
allerlei ongedierte meereist, worden ladingen die daar gevoelig voor
zijn bespoten met insecticiden. Deze verdelgingen kunnen door gespecialiseerde
bedrijven worden uitgevoerd, die dan ook duidelijk aangeven dat de container
gevaarlijk stoffen bevat. Maar zeer dikwijls worden er korrels of andere
giftige stoffen in de container gedaan zonder dat dit duidelijk wordt
gespecificeerd. Een container laten behandelen door een gespecialiseerd
bedrijf kost immers handenvol geld. Bovendien is het niet zo dat de
effecten ervan onmiddellijk voelbaar zijn zodat de arbeiders niet meteen
beseffen dat hun gezondheid in gevaar is. Enkel bij zeer hoge concentraties
van insecticiden kan iemand onmiddellijk onwel worden.
De giftige gassen kunnen ook in de containers terechtkomen doordat bepaalde
producten gaan uitharden of verdampen tijdens de reis. In een aantal
Aziatische landen worden tijdens de productie chemische stoffen gebruikt
die hier al lang verboden zijn. Maar ook op andere vlakken kan het mislopen:
schoenen of bedrukte dozen worden steeds vaker recht van de band in
de container geladen. De lijm die gebruikt werd bij de productie van
de schoenen, of de inkt op de dozen moet normaal even de tijd krijgen
uit te harden en uit te dampen. Om tijd te winnen laat men die producten
als het ware verharden en uitdampen tijdens hun reis in de container.
Bij aankomst, wanneer de containers worden geopend, zijn die dan volledig
gevuld met giftige gassen.
"97 procent besmette containers"
Volgens een onderzoek van de Universiteit van Hamburg zou 97 procent
van de containers die gebruikt worden voor internationale handel besmet
zijn met gassen die verre van onschadelijk zijn. In één
op de drie (in de haven van Hamburg) tot zelfs één op
de twee (in de haven van Rotterdam) containers werd ethyleendichloride
teruggevonden, 20 procent ervan bevatte grotere hoeveelheden dan wettelijk
toegelaten. Methylbromide komt voor in 22 procent tot 28 procent van
alle containers, 10 procent ervan bevatte hoeveelheden die de wettelijke
norm overschrijden.
In Nederland werden gedurende een bepaalde periode alle containers geleverd
aan één bedrijf in Eindhoven gecontroleerd. Deze containers
waren gevuld met elektronisch materiaal. 25,6 procent daarvan bevatte
een te hoge concentratie aan schadelijke stoffen. 1,7 procent van deze
containers bevatte een concentratie die een onmiddellijk risico vormde
voor de arbeiders die ermee in aanraking kwamen.
Op die manier komen miljoenen toxische containers de Europese havens
binnen. Een fractie daarvan wordt door gespecialiseerde bedrijven behandeld.
De meerderheid wordt echter geopend en geleegd door argeloze arbeiders
aan loskades in het Europese hinterland.
Veelal betreft het producten die het centrale zenuwstelsel kunnen beschadigen.
De gevolgen kunnen variëren: concentratiestoornissen, snel geïrriteerd
zijn, permanente (spook)pijn, persoonlijkheidswijzigingen, irritatie
aan de luchtwegen, problemen met de bewegingscoördinatie, verlies
van smaak, zicht en gevoel, impotentie, miskramen, chronische vermoeidheid,
geheugenstoornissen tot vroegtijdige dementie en epilepsie.
Alarmbel
In België heeft de socialistische transportvakbond (BTB) de alarmbel
geluid tijdens een studiedag in februari dit jaar. Daar bleek vooral
dat België bijzonder slecht geïnformeerd is. Nederland staat
op dat vlak al een eind verder. De FNV (Nederlandse vakbond) werkt immers
al enige tijd rond de problematiek. De FNV voert preventie- en informatiecampagnes
en werkte ook samen met gespecialiseerde instellingen om het probleem
in kaart te brengen.
Jan de Jong van de FNV geeft aan dat het probleem veelal begint bij
de diagnose: "Blootstelling aan chemische stoffen kan een sluipend
ziekteproces veroorzaken, waarbij het zeer moeilijk is om een diagnose
te stellen, net omdat de klachten zo gewoon zijn. Iedereen heeft wel
eens last van hoofdpijn of misselijkheid, iedereen heeft wel eens last
van concentratiestoornissen of is wel eens snel geïrriteerd na
een week hard werken. Niemand legt direct de link met het lossen van
een container op het werk. Er wordt dan al vlugger gedacht aan stress,
de ziekte van deze tijd."
Nadat in Nederland de FNV met een voorlichtingscampagne begon en het
probleem aankaartte in de media, kwamen 35 gevallen naar boven van mensen
die ernstig ziek waren en pas door de informatiecampagne de link legden
tussen hun ziekte en hun werk. Jan de Jong vermoedt dat het hier gaat
om het topje van de ijsberg.
Werknemers en werkgevers al even onwetend
Zowel de Nederlandse vakbond FNV als Belgische socialistische transportbond
BTB beamen trouwens dat ook de werkgevers zelf nauwelijks op de hoogte
zijn van het gevaar. "Het is geen slechte wil, ze zijn aan werkgeverskant
gewoon niet op de hoogte van het probleem, eenmaal we het aankaarten,
voel je dat ze schrikken en samen met ons in actie willen schieten",
aldus Frank Moreels van de BTB.
Huidige preventiemaatregelen voldoen niet
Het mag dan ook niet verbazen dat de huidige preventiemaatregelen ruimschoots
onvoldoende zijn. In de Antwerpse haven is een aparte zone waar besmette
containers worden ontgast of verlucht. Slechts een fractie van de aangetaste
containers wordt behandeld zoals het hoort.
Algemeen wordt aangeraden om containers 15 minuten tot een half uur
te verluchten (in openlucht) voor arbeiders met het lossen starten.
Op veel plaatsen zijn mensen echter niet of nauwelijks op de hoogte
van dergelijke preventieve maatregelen. Vrachtwagenchauffeurs staan
onder zware tijdsdruk, waardoor de 30-minuten-maatregel steevast wordt
overgeslagen.
Zowel de FNV als de BTB stellen vast dat de meeste chauffeurs niet eens
op de hoogte zijn van het potentiële gevaar, laat staan van de
bestaande preventieve maatregelen. Bovendien worden bepaalde producten
net opnieuw actief als ze in contact komen met verse, vochtige buitenlucht.
Wat als preventiemaatregel geldt voor het ene product, heeft dus in
andere gevallen precies het omgekeerde effect.
Jan de Jong wijst erop dat de bescherming van de werknemers niet vanzelfsprekend
is. Voor een aantal producten is een beschermend pak nodig en volstaat
het dragen van een masker niet. Het gaat om producten die ook kunnen
worden opgenomen door de huid. Sommige gassen hangen op de bodem van
de container waardoor ze vooral de ledematen gaan aantasten.
Veel containers worden behandeld wegens de houten paletten waarop de
goederen worden gestapeld. Deze worden ingespoten met chemische stoffen
tegen ongedierte. In heel wat bedrijven worden die paletten opgeslagen
in de ruimte waar er wordt gelost en geladen. Wekenlang blijven ze er
hun giftige stoffen verspreiden.
Jan de Jong pleit er dan ook voor om zoveel mogelijk af te stappen van
het gebruik van houten paletten en die te vervangen door paletten uit
kunststof. De FNV maakt zich sterk dat dit een groot verschil zou maken.
Ook consumenten lopen gevaar
Maar ook voor de eindgebruiker is er potentieel gevaar. Zo werden al
meerdere keren ladingen kindermatrassen en -schoenen aangetroffen die
behandeld werden met het in Europa verboden benzeen en/of dichloorethaan.
Zelfs na 6 maanden verluchten, bevatten deze goederen zo'n hoge concentratie
aan schadelijke stoffen, dat ze niet bruikbaar waren.
In een aantal distributiecentra komen dagelijks tientallen zwaar verontreinigde
containers binnen met elektronisch speelgoed. Dit laatste kwam aan het
licht na een incident waarbij heel hoge concentraties werden opgemeten.
Wat nu?
Zowel de Nederlandse FNV als de Belgische BTB stappen naar de politiek
om op Europees niveau werk te maken van een aangepaste en strengere
wetgeving. Een deel van het probleem is immers te wijten aan een Europese
wet die net eist dat containers en goederen behandeld worden tegen ongedierte,
ziektes en tegen uitheemse planten.
Om tropisch ongedierte uit Europa te weren, geldt sinds 2005 de Europese
richtlijn van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN)
die voorziet dat in hout verpakte goederen de EU slechts binnen mogen
als ze vrij zijn van insecten.
De FNV en BTB willen op internationaal niveau producten verbieden die
hier al veel eerder uit het productieproces werden gebannen. Volgens
de vakbonden zou dit de arbeiders, in die landen die nu nog dagelijks
moeten werken met giftige stoffen, beter beschermen.
Bij de FNV zijn ze er zich van bewust dat het aanpakken van het probleem
wel eens heel wat geld zou kunnen kosten. Het ontluchten is immers tijdrovend
en arbeidsintensief en heeft een grote impact op het zeer krap geplande,
logistieke systeem.
Voorlopig vindt de FNV gehoor bij de SP (nvdr: de Nederlandse Socialistische
Partij), de BTB bij de SP.A. Hoe snel er echter werk kan worden gemaakt
van een verbeterde wetgeving is niet meteen duidelijk. Wat wel duidelijk
is, is dat de miljoenen containers die jaarlijks de Europese havens
binnenkomen een ware tijdbom zijn, die wel eens duizenden slachtoffers
zou kunnen maken.
__________________________________________________________
Coltanspeculanten boren Congo in de grond
door Raf Custers
Er zijn
wel meer tegenstanders van besmette mineralen uit Congo waar kinder-
of slavenarbeid mee gemoeid is. Maar niet allemaal hebben ze het goed
voor met Congo. Een onderzoek van Raf Custers naar de echte agenda van
lobbyisten en mijnbedrijven.
Op 8 december
2009 neemt een zekere Ron MacDonald bij de OESO in Parijs deel aan een
werkvergadering. MacDonald meldt zich aan als International Policy Advisor
van een Canadees mijnbouwbedrijf. De vergadering gaat over investeringen
in de mijnbouw en over hoe 'besmette' mineralen uit de ertsenhandel
kunnen worden geweerd. Congo staat niet uitdrukkelijk op de agenda van
de meeting. MacDonald stuurt de brainstorming evenwel in die richting,
met een tussenkomst die lang niet door iedereen wordt gesmaakt. Hij
eist, noch min noch meer, dat tegen de export van mineralen uit Congo
een embargo wordt ingesteld. Het lot van de Congolezen kan MacDonald
gestolen worden, hij zit daar enkel en alleen voor het belang van de
firma die hem inhuurde.
Ook de OESO, de organisatie van de rijkste Westerse landen, bekommert
zich om de ertsenhandel. Daarin gaan 'vuile' of 'besmette' ertsen om;
méér dan één ontwikkelingsorganisatie klaagt
dat deze ertsen in alledaagse elektronische toestellen worden verwerkt.
Ze worden 'besmet' genoemd omdat ze in mensonterende omstandigheden
zijn gewonnen. Bij voorbeeld in mijnen die door rebellen worden uitgebaat
of waar er ook kinderen als slaven werken. Het gaat dan vooral over
tantalium, het mineraal waarmee ook schakelcomponenten voor gsm's worden
gemaakt, en over tinerts (of cassiteriet). Die twee ertsen worden onder
meer in het Oosten van Congo geproduceerd. Oost-Congo is vanaf 1994
geteisterd door opeenvolgende oorlogen en blijft onstabiel. Om te zorgen
dat er geen vuile ertsen meer in het commerciële circuit geraken,
wil de OESO de Due Diligence bevorderen.[1a] Handelaars of consumenten
van ertsen moeten dan actief uitzoeken of hun grondstoffen wel uit 'cleane'
mijnen komen die legaal en normaal worden uitgebaat.
Bij de OESO vertegenwoordigt MacDonald de firma Commerce Resources,
een mijnbedrijf uit Vancouver. Voor zover we konden nagaan, heeft Commerce
geen enkel mijnbelang in Congo. In 2008 en 2009 kwam Commerce op geen
enkele lijst van mijneigendommen in Oost-Congo voor. Aan de meeting
bij de OESO nemen ook bedrijven deel die in Congo vooral tin aankopen.
Zij zijn naar verluidt niet met de boodschap van MacDonald opgezet.
In hun ogen ondermijnt de Canadees hun business en zit Commerce op één
lijn met twee zwaargewichten in de tantalum-business, namelijk Cabot
en Talison, waarop we verderop terugkomen. Andere deelnemers kennen
Commerce niet, zij vragen zich af wie de Witte Ridder met de Zwarte
Boodschap is?
MacDonald reageert niet op onze vragen om informatie. We achterhalen
nochtans dat MacDonald geen mijnexpert is maar een lobbyist. Hij staat
aan het hoofd van een marketingbedrijf, Cansource Marketing, en via
die firma heeft hij zich door Commerce Resources laten inhuren. In september
2009 betaalt Commerce Resources aan Cansource Marketing een vergoeding
voor bewezen diensten uit. MacDonald en zijn partner Mark Buggio ontvangen
een pakket van 8750 aandelen van Commerce Resources' notering op de
Venture Exchange van de beurs van Toronto. MacDonalds en Buggio worden
zo mede-aandeelhouder van Commerce Resources.
Commerce Resources heeft zoals gezegd géén plannen in
Congo, maar in Canada wil het twee mijnen opstarten: het Eldor-project
in de provincie Quebec en het Blue River-project in de provincie British
Columbia. In Eldor, een domein van bijna 19.000 hectaren groot, heeft
Commerce onder meer tantalum-afzettingen gevonden. Commerce is de ertsaders
sinds 2008 in kaart aan het brengen. Ook in Blue River, een concessie
van circa 1000 km2, ligt volgens Commerce een tantalum-afzetting. Wie
Commerce's inzet voor Congo wil begrijpen, hoeft niet veel verder te
zoeken. Commerce Resources heeft geld nodig, om zijn projecten in Eldor
en Blue River te financieren. Het probeert investeerders aan te trekken
via de beurzen van Toronto en Frankfurt, waar het telkens een notering
heeft. Om deze investeerders warm te maken, volgt Commerce een dubbele
taktiek. Het presenteert Eldor en Blue River als veelbelovende, 'propere'
en veilige mijnen. En, het maakt stelselmatig Congo zwart.
Politieke lobby
De campagne van Commerce duurt al langer. Maar ze komt nu pas echt op
dreef. Aanvankelijk krijgt Congo er enkel in de schrijfsels van Commerce
van langs. In een brochure van februari 2009 over Blue River schrijft
Commerce Resources: "mijnbouw in dat deel van de wereld (Afrika,
rc) gebeurt vaak illegaal en wordt geassocieerd met extreme schendingen
van de mensenrechten en het is bekend dat opbrengsten van de verkoop
van Afrikaans coltan dienen om militair en tribaal geweld te steunen".[1]
Op zijn website bespeelt Commerce de gevoelige snaar van het natuursentiment.
Congo wordt in één adem vernoemd met buurland Rwanda dat
ook erg tot de verbeelding spreekt. Dan zegt de tekst: "Burgeroorlog,
de plundering van nationale parken en de export ten behoeve van de financiering
van milities, maken dat de internationale tantalumorganisatie haar leden
stellig afraadt om ertsen te kopen in gebieden waar zowel het welzijn
van de mensen als het wild worden bedreigd".[2] De conclusie ligt
voor de hand: kopers moeten zich bij "ethischer bronnen zoals Blue
River" bevoorraden waar stabiele wetten de mensenrechten en het
milieu beschermen. Zelfs als de kopers daarvoor een hogere prijs moeten
betalen.[3]
Intussen heeft Commerce Resources aansluiting gevonden bij een Noord-Amerikaanse
lobby tegen Congo. De harde kern van die lobby komt voort uit het politieke
establishment van de VS. Het Enough Project is daarin erg actief. De
mede-oprichter van Enough, John Prendergast, wordt nu als mensenrechtenactivist
bestempeld. Maar onder president Clinton leidde hij het African Affairs-bureau
bij de National Security Council en was hij Special Advisor bij het
VS-ministerie van Buitenlandse Zaken. Enough mikt op de Amerikaanse
publieke opinie. Het werft nu actief steun voor twee wetsvoorstellen,
de Congo Conflict Minerals Act in de Amerikaanse Senaat en de Conflict
Minerals Trade Act in het Huis van Afgevaardigden.[4] Deze voorstellen
maken het voor Amerikaanse bedrijven wel erg ingewikkeld om zogenaamde
'conflictmineralen' uit Congo te kopen.[5] Als deze voorstellen wet
worden, komt er een feitelijk VS-embargo tegen ertsen uit Congo. In
de praktijk maakt het Enough Project al in het publiek het proces van
bedrijven die tantalum uit Congo zouden verwerken, zoals de firma Niotan
in Nevada.[5b]
Commerce Resources sympathiseert niet alleen met deze lobby, de firma
maakt er ook reclame voor. Op 21 april 2010 linkt Commerce in een boodschap
op Facebook naar Enough. De lobbygroep is zich dan juist tien dagen
lang voor de Conflict Minerals Trade Act aan het inspannen. De inspanningen
lonen. Op 23 april meldt een zekere Shaun Ledding via Facebook aan Commerce
Resources : "The interest in sourcing raw metals such as tantalum
from conflict free areas is growing". Ledding blijkt één
van de vijf directeuren van Commerce te zijn.
Commerce introduceert de pro-embargo-lobby ook in de zakenwereld. Begin
april 2010 vindt in de Crowne Plaza in Los Angeles de Rare Metals Summit
plaats, een vakbeurs voor producenten en handelaars. Commerce is de
hoofdsponsors van deze beurs. De firma kan dus haar stempel op het verloop
drukken. Ze laat haar eigen directeurs optreden als sprekers in diverse
werkgroepen. En ze dropt een zeker Ron MacDonald in het panel van de
werkgroep 'Sustainable Mining'. Maar dit keer zit MacDonald daar nièt
in zijn hoedanigheid van Policy Advisor van Commerce, maar als President
van
CanSource International. En wie flankeert MacDonald in het
panel? Een zekere David Sullivan van
Enough. In de nood kent
men zijn vrienden. Hun beider boodschap slaat aan. Via Twitter meldt
Commerce Resources dat niet nader genoemde "US officials"
zich zorgen maken. Ze gaan voor de strategische voorraden van de VS
geen tantalum uit Congo kopen. "New clean supply needed",
zo besluit de Tweet.
Crisis in de sector
Moest er nu maar één bedrijf uit puur eigenbelang tegen
Congo aan het stoken zijn. Maar er zijn er meer. Volgens Enough Project
krijgt het Congreslid James McDermott steun van verscheidene fabrikanten
van elektronica.[6] Over welke bedrijven het gaat, is niet duidelijk.
Maar op de keper beschouwd hebben alle grote tantalum-spelers belang
bij het afsluiten van de aanvoer uit Congo. In januari 2010 schrijft
een Australische krant dat de firma Talison "de strijd tegen bloedtantalum"
aanvoert. "De elektronicabedrijven en andere eindgebruikers kunnen
nu tantalum aankopen bij ethische en verantwoordelijke leveranciers.
En de macht van de consumenten kan deze zaak vooruithelpen", zegt
topman David Miller van Talison.[7] Wat een hypocrisie.
Verhoog de prijs: snij aanbod weg
Talison is potentieel de grootste producent van tantalum ter wereld.
Maar in 2008 gooide het bedrijf zijn Wodgina-mijn dicht om verscheidene
redenen: met de economische crisis stuikte de vraag naar tantalum op
de wereldmarkt in elkaar, de elektronische industrie drukte de kosten
en dat deed de vraag naar goedkoop tantalum uit Congo toenemen. Daar
kon Talison kon niet tegen op. Waarom voert Talison zogenaamd actie
voor ethisch tantalum? Het antwoord is simpel. Al in 2008 kloeg Talison
dat - terwijl de prijzen van koper, goud, nikkel en tin sinds jaren
aan het stijgen waren - de prijs van tantalum nagenoeg stabiel bleef.
Talison zegt Wodgina te zullen heropenen. "Maar", zegt een
trader", "eerst moet voor Talison de prijs stevig omhoog.
De prijs voor tantalum ligt rond $40 per pond terwijl Talison de prijs
tot $120 wil opdrijven". Dat kan door aanbod af te snijden. En
waarom niet uit Congo!
Een andere grote speler is Cabot uit de VS. Cabot heeft een tantalummijn
in Manitoba (Canada) maar levert ook geraffineerd tantalum als grondstof
aan de elektronica-industrie. Cabot maakt reclame voor zichzelf met
de boodschap dat het in géén geval tantalum uit Congo
koopt. Wij halen, zegt zijn website, ons tantalum exclusief uit een
eigen mijn in Manitoba (Canada), bij Talison (Wodgina) en Noventa, dat
een mijn heeft in Mozambique. Die verklaring dateert van augustus 2008.[8]
Sindsdien is er veel veranderd. Want zoals gezegd legde Talison zijn
grote tantalummijn stil, maar Cabot en Noventa deden hetzelfde. Maar
Cabot zit niet op droog zaad. Volgens insiders heeft het genoeg tantalum
in voorraad om het twee jaar uit te zingen.
De volgende hoofdspeler is HC Starck, gevestigd in het Duitse Goslar
nabij Hannover. HC Starck is net als Cabot een tussenschakel tussen
de mijnbedrijven en de verbruikers van tantalum. Samen met Cabot en
de firma Ningxia in China zou HC Starck op de wereldmarkt 70% van al
het ruwe tantalum kopen. Ook HC Starck heeft momenteel naar verluidt
grote voorraden.
Word rijk op kap van de Congolezen
Nu blijkt Congo een belangrijke factor te worden om uit die impasse
van grote stocks en lage prijzen te geraken. Najaar 2009 kondigt een
Amerikaans analyst aan dat het tij gaat teren. Omdat er stevig in het
aanbod is gesneden en de stocks snel kunnen opdrogen, zo zegt hij, kunnen
we over drie jaar met een serieus tantalumtekort zitten. Op dit ogenblik,
zo gaat hij voort, zijn er maar drie bevoorradingsbronnen meer, namelijk
Brazilië, China en enkele mijnen in Afrika. Dan volgt zijn verrassende
conclusie: hopelijk beginnen er in Canada twee nieuwe mijnen te werken,
"waarvan er één Blue River is", want dat zullen
"de enige nieuwe aanvaardbare en ethische bronnen van tantalum"
zijn.[8b] Is deze analyst voor de marketing van Commerce Resources gevallen?
Enkele maanden later ziet ook HC Starck een nieuwe trend. De Duitse
firma meldt dat de prijzen aantrekken, en wel om een merkwaardige reden:
"de prijzen staan onder druk omdat de eindgebruikers nu ethisch
onbesproken materiaal vragen. Er is een verschuiving bezig in de aankopen,
van Congo dat door conflicten wordt getroffen, naar andere leveranciers,
en deze verschuiving zal tot hogere prijzen leiden".[9]
Als er in de tantalumsector al een bron van besmetting bestaat, dan
lijkt dat dus eerder Commerce Resources dan Oost-Congo te zijn. De Canadese
projectontwikkelaar, want meer is Commerce vooralsnog niet, hamert er
een negatief beeld van Congo in, om zijn eigen winkel te doen draaien.
Dat is je reinste cynisme. Deze 'conflict marketing' misbruikt Congo
namelijk om de beurskoers van Commerce op te krikken. De Congolezen
worden er geen grein beter van.
Raf Custers
[1a] De
OESO-meeting van 8 december 2009 werd aangekondigd met als titel: Promoting
responsible investment through enhanced Due Diligence.
[1] "Coltan is the African name for tantalum which is mined in
the Democratic Repub- lic of Congo (DRC), in east Africa. Mining practices
in this part of the world are reported by the United Nations (UN) to
often be conducted illegally and to be associated with extreme human
rights violations. Additionally, funds from the sale of African coltan
are known to support military and tribal violence". In: Blue River
Tantalum-Niobium Project. Commerce Resources Corp. Newsletter, Februari
2009.
[2] "The central African countries of Democratic Republic of the
Congo (DRC-Kinshasa) and Rwanda and their neighbors in the past had
been the source of significant tonnages. Civil war, plundering of national
parks and exporting of minerals, diamonds and other natural resources
to provide funding of militias has caused the organizations such as
the Tantalum-Niobium International Study Center to call on its members
to take care to obtain their raw materials from lawful sources. Members
are strongly encouraged to refrain from purchasing materials from regions
where either human welfare or wildlife are threatened". In: About
coltan. Commerce Resources Corp. Zie: http://www.commerceresources.com/s/AboutTantalum.asp
[3] "It is based on this awareness that there is a movement underfoot
for buyers to pay premium prices for ''clean'' tantalum certified as
coming from more ethical sources, such as Blue River, Canada. British
Columbia and Canada offer a stable political environment with stable
laws that protect human rights and the environment. These are becoming
serious considerations for investors and buyers of tantalum and niobium
who seek long-term contracts and secure sources of tantalum supply".
In: Blue River, o.c.
[4] Voor een bloemlezing van deze one-liners, zie bvb http://www.enoughproject.org/publications/eastern-congo-action-plan-end-...
en http://www.raisehopeforcongo.org/special-page/take-action-congo
[5] In de Amerikaanse Senaat is in april 2009 een voorstel van Congo
Conflict Minerals Act ingediend door de senatoren Sam Brownback (Rep),
Dick Durbin en Russ Feingold (Dem). Zie: http://www.govtrack.us/congress/bill.xpd?bill=s111-891
In het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in november 2009 een voorstel
van Conflict Minerals Trade Act ingediend door James McDermott (Dem).
Zie: http://www.govtrack.us/congress/bill.xpd?bill=h111-4128
[5b] Zie: http://www.enoughproject.org/blogs/niotan-inc-fails-address-concerns-abo...
[6] John Prendergast & Sasha Lezhnev, From Mine to Mobile Phone.
The Conflict Minerals Supply Chain.
[7] "There is a real opportunity for electronics companies and
other tantalum end users to look at single sourcing their tantalum from
an ethical and responsible source. (
) Consumer power will helpe
drive this issue". In: Kate Emery, Talison leads charge to halt
'blood tantalum', The West Australian, 16 januari 2010.
[8] http://www.cabot-corp.com/Tantalum/Capacitors/Product-Information/GN2008...
[8b] Australia's Talison to restart Wodgina tantalum mine, Reuters,
23 september 2009; Tantalum industry in dire need for new resources,
Reuters, 21 oktober 2009.
[9] H.C. Starck reacts to reversal of price trends in raw materials.
Press release 25 februari 2010.
__________________________________________________________
Amerikaanse steden veranderen van gezicht
WASHINGTON, 11 mei 2010 (IPS) - Voornamelijk door immigratie verandert
de Amerikaanse bevolking snel. In grote stedelijke gebieden is er onder
jongeren al geen blanke meerderheid meer. Volgens een rapport van het
Brookings-instituut is er daarnaast ook sprake van groeiende ongelijkheid
op het gebied van inkomen en opleidingsniveau.
Hoewel het rapport de situatie in stedelijke gebieden beschrijft, zullen
de trends volgens de analisten van Brookings in de komende dertig jaar
in het hele land zichtbaar worden. Het rapport baseert zich op gegevens
van het Census, het belangrijkste statistiekbureau in de VS.
Bevolkingsgroei
Tussen 2000 en 2008 bestond slechts een vijfde van de Amerikaanse bevolkingsgroei
uit blanke Amerikanen. Het Brookings-instituut voorspelt dat binnen
dertig jaar de meerderheid van de Amerikaanse bevolking niet langer
blank zal zijn en Afro-Amerikanen, Latino's en Aziaten een demografische
meerderheid zullen vormen.
Onderzoeksdirecteur Alan Berube wijst op de snelheid en de dynamiek
waarmee de bevolking van de Verenigde Staten verandert. In de afgelopen
tien jaar groeide de Amerikaanse bevolking met meer dan 28 miljoen.
De bevolking vergrijst net als in andere westerse landen, maar dankzij
immigratie is er ook een sterke groei van het aantal jongeren. Hierin
verschilt de situatie in de Verenigde Staten volgens Berube met die
van landen als Duitsland en Japan.
Verschillen
Volgens het rapport namen de verschillen in inkomen in de beschreven
periode toe. Het verschil tussen hoge en lage inkomens nam verder toe
en het aantal Amerikanen onder de armoedegrens steeg tussen 2000 en
2008 met meer dan 15 procent.
Ook de verschillen op het gebied van opleidingsniveau worden steeds
groter. Onder Latino's en Afro-Amerikanen ligt het aantal hoogopgeleiden
ruim 20 procent lager dan het landelijk gemiddelde. Volgens Berube zijn
regio's met een relatief laagopgeleide beroepsbevolking tijdens de economische
recessie kwetsbaar gebleken. Juist in die regio's was er minder instroom
van migranten en in sommige gevallen een uitstroom van een deel van
de hoogopgeleide bevolking.
Toekomst
Het rapport geeft een beeld van de veranderingen die de Amerikaanse
bevolking de komende jaren te wachten staan. Volgens Berube dwingt de
snelheid waarmee de Amerikaanse samenleving verandert en in complexiteit
toeneemt, het land om manieren te zoeken om deze processen in goede
banen te leiden.
"Alleen door in de kern te begrijpen wie de Amerikaan is en hoe
de Amerikaan verandert, kun je voorkomen dat er etnische, raciale en
generatieconflicten ontstaan", denkt Berube.
Auteur: Eli Clifton en Matthew Berger.
__________________________________________________________
Braziliaanse boeren profiteren niet van innovatie
RIO DE JANEIRO, 9 mei 2010 (IPS) - Brazilië is in de afgelopen
decennia uitgegroeid tot een landbouwgrootmacht, dankzij belangrijke
kennis die nu geëxporteerd wordt. De technologie die het land ontwikkelde
blijft echter onbereikbaar voor een groot deel van de Braziliaanse boeren.
Armoede, gebrek aan onderwijs, informatie en integratie in de moderne
samenleving zorgen ervoor dat op 3,3 miljoen Braziliaanse boerderijen
geen technologie gebruikt wordt waardoor de productiviteit en inkomsten
zouden kunnen toenemen, zegt Pedro Arraes, voorzitter van de Braziliaanse
Agrarische Onderzoekscorporatie (Embrapa).
Ze worden volledig in beslag genomen door het gevecht om te overleven,
zegt Arraes. Wat volgens hem nodig is, is een sociaal beleid waarbij
onder meer iets gedaan moet worden aan het "lage zelfbeeld"
van de boeren.
Een minderheid van 480.000 van de 5,2 miljoen Braziliaanse boeren haalt
75 procent van alle landbouwinkomsten binnen, zegt de expert. Deze boeren
gebruiken de technologie die door het in 1973 opgerichte Embrapa werd
ontwikkeld.
Zo'n 900.000 boerenbedrijven behoren tot een soort middellaag die de
stap naar hogere inkomsten zou kunnen maken, als ze de juiste technologie
krijgen, zegt Arraes. Bij de rest van de boeren zal eerst ingezet moeten
worden op het verbeteren van de levensomstandigden en bijscholing.
Grootste voedselproducent
Het verspreiden van landbouwtechniek is echter niet de taak van een
wetenschappelijk instituut als Embrapa, legt Arraes uit. Dat moet zich
concentreren op onderzoek. In 1990 werd de nationale organisatie die
zich bezighield met het promoten van nieuwe landbouwmethoden, opgeheven.
Inmiddels wordt gewerkt aan een heroprichting.
Embrapa is de belangrijkste bron van de know how die leidde tot een
verdrievoudiging van de Braziliaanse opbrengst van granen, bonen en
oliehoudende zaden in dertig jaar tijd. In diezelfde periode nam het
aantal beplantte hectares slechts toe met 8 procent.
Technologie speelde een essentiële rol bij deze verhoging van de
productiviteit, hoewel minder dan 10 procent van de landbezitters daar
volledig gebruik van maakte.
Brazilië is momenteel wereldleider op het gebied van tropische
landbouw. In 2025 moet het land de "grootste voedselproducent ter
wereld zijn, met duurzame landbouw en bescherming van de biodiversiteit",
zegt Arraes, die zich gespecialiseerd heeft in genetische verbetering.
Embrapa opent dit jaar vijf nieuwe kantoren en krijgt daarmee int totaal
45 onderzoekscentra, die zich op alle verschillende ecosystemen, gewassen
en veesoorten in Brazilië richten. Een van de nieuwe kantoren gaat
zich richten op biobrandstoffen, een ander op studies en training in
tropische landbouw met de bedoeling om beter te kunnen inspelen op de
binnen- en buitenlandse vraag naar technologie.
Embrapa krijgt momenteel meer verzoeken voor samenwerking uit het buitenland
dan het aankan, zegt Arraes. Steeds meer onderzoekers vertrekken naar
het buitenland, met name naar Afrika. Embrapa opende in 2006 een regiokantoor
in Accra, de hoofdstad van Ghana.
Auteur: Mario Osava.
__________________________________________________________
Koning Auto en Keizer Hesp globaliseren in Rondônia
door Luc
Vankrunkelsven
"Zolang
de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk grenzeloos
laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond, water en
zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder afnemen"
Ik ben
uitgenodigd voor een cursus van de CPT (Comissão Pastoral da
Terra) in de westelijke Braziliaanse deelstaat Acre. Acre is een van
vier deelstaten uit het uitgestrekte Amazonegebied: Rondônia,
Acre, Amazonas en Roraima. Een oude droom wordt werkelijkheid: mensen
ontmoeten die het Amazonegebied en zijn bewoners verdedigen.
Ik wil de grootste zijn
In de luchthaven van Brasília hangen grote outdoors (zo noemen
ze dat hier in het 'Portugees') om de hoofdstad geluk te wensen. Precies
vijftig jaar geleden werd de nieuwe site als stad van de toekomst ingehuldigd.
De nu 102-jarige Oscar Niemeyer was haar architect. De Diestenaar Lucien
Cruls berekende het midden van Brazilië en deed eind 19de eeuw
een expeditie naar de plek die 60 jaar later nog een stuk van de ongerepte
Cerrado was.
Nestlé maakt me nu met een blije banner attent op de grote feestelijkheden.
Zelf is deze Zwitserse voedingsgigant al 80 jaar keizer in Brazilië.
Nadien volgden de andere prinsen: Volkswagen, Mercedes, Monsanto, BASF
en zovele andere hovelingen uit het buitenland.
In de buurt van het Nestlé-gejuich koop ik 'Dinheiro Rural. A
revista do agronegócio Brasilieiro'. De titel zegt genoeg om
de aandacht te trekken: op het platteland valt geld te verdienen. Midden
in het tijdschrift staat een aankondiging van de 'Agrishow 2010'. In
de plaats van suikerriet schept een landbouwmachine letterlijk geld
van de akker.
De cover kondigt een interview aan met de grootste 'dona da soja'. Blijkbaar
is niet meer Blairo Maggi de grootste, maar de Argentijn Gustavo Grobocopatel.
Hij heeft een nieuwe jeito (manier van handelen) ontwikkeld om op korte
tijd steenrijk te worden: 250.000 hectare (waarvan 50.000 in Brazilië)
soja inzaaien en 2,5 miljoen ton oogsten, zonder zelf één
hectare of één machine te bezitten.
Hij laat nu het Braziliaanse Vanguarda achter zich met 'maar' 210.000
hectare, Grupo Maggi met 'amper' 204.500 hectare en SLC Agrícola
met 180.000 hectare. De nieuwe groep 'Los Grobo' haalt met zijn 250.000
hectare jaarlijks 700 miljoen dollar op. Letterlijk geld scheppen dus.
De foto in het tijdschrift is nog zo zot niet.
Savannes vrágen toch om runderen!
We rijden met een busje van hoofdstad Porto Velho naar de deelstaat
Acre. Acre was tot eind negentiende eeuw nog een deel van buurland Bolivia,
maar werd toen vanwege rubberbelangen door Brazilië ingepikt. Deze
geschiedenis maakt dat de Boliviaanse president Evo Morales anno 2010
nog altijd op zijn hoede is voor grote buur en 'imperialist' Brazilië.
Het weten dat twintig-dertig jaar geleden dit gebied nog ongerept Amazonewoud
was, doet pijn aan de ogen. Al jaren las ik dat in Rondônia het
heftigst ontbost werd. Je kan mooi de logica volgen: (althans in 't
zuiden van de deelstaat) in 't begin koffie, dan runderen en jaren later,
als de prijs van het groene goud goed zit: soja.
De koffieteelt heeft hier al van de jaren tachtig afgedaan. Sindsdien
is het rücksichtslos: eerst runderen en dan, op termijn, soja-maïs.
De eerste vijftien jaar is soja haast onmogelijk, omdat dan de boomwortels
nog in de grond zitten. Daar veel kolonisatoren, vooral uit Zuid-Brazilië
(mensen uit Paraná, die op hun beurt door de gaúchos van
Rio Grande do Sul waren 'gecontamineerd') kwamen, werd Zuid-Rondônia
eerst ontgonnen en staat daarom in deze streek nu al veel soja.
In Vlaanderen hebben we dikwijls discussies met hen die rundvlees verdedigen
als wezenlijk onderdeel van de landbouw. 20 procent van het aardoppervlak
bestaat inderdaad uit savannes, die vooral geschikt zijn voor herkauwers.
Redenering is: "Zij kunnen van gras hoogwaardige producten (vlees
en melk) maken om de wereldbevolking te voeden. Wij eten toch geen gras!"
Los van het feit dat we misschien ook zulke ecosystemen als savannes
met een hoge biodiversiteit zouden kunnen in stand houden én
dat er al volkeren woonden, klopt deze savannetheorie toch niet echt
voor Brazilië.
Ja, er zijn de pampa's in Argentinië en Zuid-Brazilië. Er
is de Pantanal in West-Brazilië, die jaarlijks overstroomt en waar
je in dit grootste vogelreservaat ter wereld alleen met vee en toeristen
uit de voeten kan. Er zijn de 'campos' in de zuidelijke deelstaten Santa
Catarina en Paraná. Er is vooral de Cerrado, die zich over 11
deelstaten uitstrekt en qua biodiversiteit de belangrijkste savanne
ter wereld is.
Wat blijkt: in veel van deze savannes staan inderdaad nog miljoenen
runderen, maar de laatste jaren werden ze duchtig vol geplant met soja
en suikerriet. Sojameel voor de internationale veevoederindustrie dus,
gekoppeld aan sojaolie voor de keuken, maar vooral voor biodiesel ten
behoeve van vrachtwagens en bussen; suikerriet voor suiker, maar hoe
langer hoe meer voor ethanol voor Braziliaanse en Europese auto's. Over
deze laatste commodity doet 'Dinheiro Rural' juichend. De perspectieven
voor 'groene' ethanol zijn schitterend!
Biodiversiteit neemt af in het jaar van de biodiversiteit
Het smaakt bitter om te constateren dat de grote doelstellingen die
de wereldleiders zich anno 2002 met de 'Conventie voor biologische diversiteit'
voorhielden, absoluut niet gehaald worden. Tegen 2010, het Internationaal
Jaar van de Biodiversiteit, moest er een zichtbare rem komen op de wereldwijde
afbraak van de biodiversiteit. Het tegendeel blijkt nu waar te zijn.
Zo blijkt uit allerlei studies (1).
Zolang de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk grenzeloos
laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond, water en
zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder afnemen.
Zolang de VS en de EU geen financiële compensaties willen geven
voor het behoud van de Cerrado en het Amazonegebied, zal de vernietiging
verder gaan. Bovendien beginnen de opkomende landen (Brazilië,
China, India, Rusland) de Amerikaans-Europese levensstijl over te nemen,
wat de druk op de planeet alleen maar doet toenemen. 'Koning auto en
keizer hesp' worden geglobaliseerd.
Algemene rundvleesexplosie in Amazonia
In Rondônia, géén savanne, maar drastisch uitgedund
Amazonegebied is het voorlopig nog het gouden kalf dat aanbeden wordt.
De deelstaat kent al een tijdje een jaarlijkse groei van 16 procent.
Dat is ver boven de gemiddelde groei van Brazilië, die tussen de
2,5 en 3 procent blijft hangen.
De rundveehouderij is een niet onbelangrijk onderdeel van deze Rondônia-boom.
In 1996 waren er 3.937.291 runderen. Anno 2000 waren het er al 6.584.212,
in 2004 10.678.728 'bois' (nvdr: runderen). In 2006 liepen er ongeveer
12 miljoen runderen op 6.550.000 hectare weiland rond tegenover 1.562.000
mensen: 7,6 keer meer runderen dan mensen. Anno 2010 gaat het al om
11 runderen per inwoner; meer dan 15 miljoen koebeesten.
Voor het hele Amazonegebied geldt een gelijkaardig verhaal, al is het
minder extreem dan in Rondônia. Anno 1991 was er in het Amazonegebied
niet genoeg vee om de eigen bevolking te voeden. Met de opmars van het
vee in de regio verhoogde Brazilië de vleesexport van 500 miljoen
dollar in 1995 naar 1,5 miljard in 2003. 80 procent hiervan komt uit
het Amazonegebied.
Geopolitieke perspectieven
De wereldbevolking verdubbelde in vijftig jaar, maar in dezelfde periode
vervijfvoudigde de consumptie van dierlijke proteïnen. Volgens
toekomstprojecties van de Rabobank zal de vleesconsumptie de volgende
20 jaar nog met 40 procent stijgen, waarvan 70 procent voor rekening
van Azië. China heeft nu al de helft van de wereldpopulatie van
varkens, maar niet het water en de grond voor het veevoeder.
De opmars van soja en maïs zal dus nog toenemen in het water-grond-en-zon-land
Brazilië. De consumptie van varkensvlees zal wereldwijd nog verhogen,
van rundvlees afnemen. Het is uitgerekend dàt wat hier de volgende
jaren zal gebeuren: terwijl het terrein de laatste twintig jaar door
de agricultura familiar werd klaargemaakt met ontbossing voor rundvee,
zullen velen van hen de volgende jaren (economisch) verjaagd worden.
Hun terrein wordt ingepikt. Het is nu 'limpa' (proper) om grootschalig
soja in te zaaien. Ondertussen heeft IIRSA (Initiativa de Integração
da Infraestrutura Sul-Americana), het internationaal opgezette plan
om Latijns-Amerika te 'ontsluiten', de nodige wegen aangelegd om de
commodities zo efficiënt mogelijk het land uit te krijgen.
Dit keer niet alleen richting Europa en Japan, maar vooral richting
China. De internationale veevoederindustrie zal tegen dan met zijn 'Round
Table on Responsabel Soy' (rondetafel over duurzame soja) wel het label
binnen hebben dat hun soja 'maatschappelijk verantwoord' verklaart,
want hij komt niet uit recent ontboste gebieden.
Inderdaad, het zal dan 30 jaar geleden gebeurd zijn.
Wat is 'recent' in het opsouperen van de planeet aarde?
Sojafiltsen op Wervel-website
http://www.wervel.be/sojaflitsen
__________________________________________________________
Computerafval maakt Chinezen ziek
GUIYU, 3 mei 2010 (IPS) - Nergens ter wereld hangen meer dioxines in
de lucht dan in de Zuid-Chinese stad Guiyu. Meer dan vijfduizend veelal
kleine bedrijfjes verhitten en verpulveren er onderdelen van computers
en tv-toestellen om de kostbare metalen te recupereren die erin verwerkt
zitten. Pas in 2011 wordt een strengere wet van kracht die de gezondheid
van arbeiders en omwonenden beter moet beschermen.
De plaatselijke overheid schat dat in Guiyu elk jaar 1,7 miljoen ton
afgedankte computers, tv-toestellen, mobieltjes en andere elektronische
toestellen wordt verwerkt. Arbeiders die vanuit alle uithoeken van China
naar Guiyi zijn getrokken, halen de toestellen uit elkaar en gaan de
onderdelen te lijf met gasbranders en chemische stoffen om er goud,
platina en andere waardevolle metalen uit te halen.
Recordvervuiling
Drie jaar geleden stelde de Chinese Academie van Wetenschappen vast
dat de omgeving van Guiyu extreem vervuild is. De Lianjiang, de rivier
die door Guiyu voert, is de zwaarst vervuilde waterloop in de hele provincie
Guangdong. Zowel in het water als in het slib in de rivier zitten hoge
concentraties nikkel, cadmium, lood, kwik en arsenicum.
De arbeiders, die vaak nog geen euro per uur verdienen, ademen tien
uur per dag dampen in van smeulend plastic en van de chemische stoffen
die ze gebruiken om verschillende kostbare metalen te isoleren.
De voorbije jaren kwamen er halfslachtige maatregelen om de problemen
in te dammen. In 2006 al maakte het stadsbestuur van Guiyu plannen bekend
om de verwerking op een hoogtechnologische en groene leest te schoeien.
Maar die voornemens hebben blijkbaar nog niet veel uitgehaald. Recent
gepubliceerde studies van onderzoekers van de faculteit Geneeskunde
van de Universiteit van Shantou tonen aan dat er zich in 2008 nog gevaarlijke
concentraties lood, cadmium en PBDE's - giftige ingrediënten van
vlamvertragers - in het bloed van de kinderen van arbeiders uit Guiyu
bevonden. Er komen ook meer gevallen van kanker en hersenverlamming
voor.
Onderzoek ongewenst
Het onderzoek wordt bemoeilijkt door het feit dat zieke arbeiders meestal
weer naar hun geboortestreek vertrekken en dus moeilijk op te sporen
zijn. Veel eigenaars van verwerkingbedrijfjes laten niet toe dat er
bij hun arbeiders bloedstalen worden genomen.
Voor de ondernemers die profijt halen uit de afvalverwerking, is er
geen vuiltje aan de lucht. "Ik werk hier al tien jaar, en ben nooit
ziek geworden", zegt Lin Banghong, een bestuurder van een plaatselijk
ziekenhuis die ook voor een bedrijf werkt dat elektronisch afval aanvoert
en de recyclageproducten verkoopt. Net als de meeste andere bestuurders
van het ziekenhuis leeft Lin in Shantou, een nabijgelegen stad. Het
ziekenhuis draagt de naam van een magnaat die groot werd met elektronisch
afval. Van hem komt het geld waarmee de medische instelling werd opgezet.
Het ziekenhuis werkt niet meer mee met het afnemen van bloedstalen omdat
dat "te veel werk met zich meebrengt."
China produceert volgens de VN zelf ongeveer 2,3 miljoen ton elektronisch
afval per jaar. Maar 90 procent van het afval dat in Guiyu wordt verwerkt,
komt uit het buitenland, schat Jim Puckett van het Basel Action Network,
een actiegroep die zich verzet tegen het transport van giftig afval.
Auteur: Michael Standaert.
__________________________________________________________
Crisis houdt 53 miljoen mensen meer arm
WASHINGTON, 25 april 2010 (IPS) - De economische crisis zorgt ervoor
dat er in 2015 nog ongeveer 53 miljoen mensen meer extreem arm zullen
zijn dan wanneer de wereldeconomie goed was blijven draaien. Dat staat
in een rapport dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds
(IMF) vrijdag (23 april) hebben gepresenteerd. Voor de Wereldbank is
iemand extreem arm als hij of zij hoogstens 1,25 dollar (93 eurocent)
per dag kan besteden.
Het rapport
bekijkt de perspectieven voor de Millenniumdoelen, acht belangrijke
ontwikkelingsdoelstellingen die de internationale gemeenschap tegen
2015 wil waarmaken. Zo moet tegen dan bijvoorbeeld het aantal extreem
armen in de wereld gehalveerd zijn. Dat lukt nu door de crisis net niet,
zeggen het IMF en de Wereldbank. Tegen 2015 zullen er waarschijnlijk
nog 920 miljoen mensen moeten rondkomen met 1,25 dollar of minder per
dag; in 1990 waren dat er 1,8 miljard.
Honger
Ook de halvering van het aantal mensen dat honger lijdt tegen 2015 lijkt
steeds minder haalbaar. Dat heeft te maken met de crisis, maar ook met
de forse stijging van de voedselprijzen in 2008. Dergelijke schokken
hebben grote gevolgen in arme landen omdat veel mensen er weinig reserves
hebben en vaak ook niet op uitkeringen kunnen rekenen.
Veel ontwikkelingslanden hebben de crisis gelukkig al grotendeels achter
zich gelaten. Volgens het rapport zullen ze dit jaar een economische
groei van gemiddeld 6,3 procent kennen, heel wat beter dan de 2,4 procent
van het voorbije jaar.
Toch heeft de korte recessie schrijnende gevolgen. De Wereldbank voorspelt
dat de crisis tussen 2009 en 2015 indirect aan 1,2 miljoen kinderen
jonger dan vijf het leven zal kosten. Honderdduizenden kinderen zullen
er niet in slagen de lagere school af te maken en miljoenen zullen verstoken
blijven van zuiver water.
Hulp
De Wereldbank en het IMF waarschuwen dat veel ontwikkelingslanden extra
hulp nodig zullen hebben. Ze hebben de geldkraan immers opengedraaid
om de binnenlandse vraag overeind te houden en arme burgers bijstand
te kunnen leveren. Daardoor is hun schuldenlast toegenomen. Extra ontwikkelingshulp
en schuldkwijtschelding zouden dus op hun plaats zijn.
De Wereldbank en andere ontwikkelingsbanken hebben sinds het beging
van de crisis al meer dan 150 miljard dollar (112 miljard euro) toegezegd
aan ontwikkelingslanden, en het IMF heeft 175 miljard dollar (131 miljard
euro) ter beschikking gesteld. Maar veel donorlanden maken volgens het
rapport hun eerdere financiële beloften niet waar. De landen van
de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso)
gaven in 2009 wel 0,7 procent meer uit aan ontwikkelingshulp dan in
2008, maar ze hadden nog veel meer in het vooruitzicht gesteld, vooral
voor Afrika.
IPS(PD)
__________________________________________________________
Bolivia wil het 'Goede Leven' exporteren
Franz Chávez
COCHABAMBA, 21 april 2010 (IPS) - "Goed Leven" is de filosofie
waardoor de Boliviaanse regering de nieuwe grondwet liet inspireren.
Volgens de opstellers kan de filosofie een basis worden voor een wereldwijde
beweging tegen consumentisme, plundering van natuurlijke hulpbronnen
voor commercieel gewin en de huidige ontwikkelingsmodellen.
Raúl Prada, de vice-minister voor strategische planning voormalig
lid van het team dat de Boliviaanse grondwet herschreef, stak gisteren
de loftrompet over de nieuwe wet, een initiatief van de inheemse president
Evo Morales.
Voor de
nieuwe grondwet werd uitgebreid gesproken met vertegenwoordigers van
maatschappelijke organisaties. Socioloog Prada ziet in het Boliviaanse
programma een goed 'exportproduct', omdat het "biodiversiteit beschermt,
de landrechten van de inheemse bevolking respecteert en waterbronnen
behoudt."
Het inheemse
concept van "Goed Leven" contrasteert volgens de aanhangers
met "Beter leven", omdat het inhoudt dat aan alle basisbehoeften
tegemoet wordt gekomen terwijl tegelijkertijd in harmonie met de natuur
geleefd wordt. Beter leven zou gericht zijn op steeds meer materieel
gewin ten koste van de natuur.
Inheems wereldbeeld
"Het
is een voorstel waarin het traditionele inheemse wereldbeeld verwerkt
is en dat goed aansluit bij antikapitalistische en milieubewegingen
die zich inzetten voor de planeet", zei Prada gisteren op de eerste
dag van de Wereldvolksconferentie over Klimaatverandering en de Rechten
van Moeder Aarde. De conferentie in Cochabamba duurt nog tot en met
donderdag.
Nadat Morales
in januari 2006 aan de macht kwam, werd een proces voor een nieuwe grondwet
in gang gezet. Doel was om de natuurlijke rijkdommen van het land terug
te geven aan de Bolivianen en de rechten van de verarmde, inheemse bevolking,
arbeiders en vrouwen te verbeteren.
Een van
de pijlers was "Goed Leven" wat verwijst naar de inheemse
waarde om respectvol met de natuur om te gaan. "Dat klinkt mooi",
zei Trond Norheim, milieudeskundige bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank
(IDB), die de toespraken van de Boliviaanse overheidsvertegenwoordigers
volgde. "Maar er bestaan verschillende levensstijlen in de samenleving
en we moeten ook weten wat "Goed Leven" concreet voor stadsbewoners
betekent. Met alleen toespraken komen we er niet."
Ondanks
deze kanttekening, zegt Norheim het Bolivaanse model met interesse te
volgen, omdat het groepen met lage inkomens de mogelijkheid geeft hun
rechten op te eisen in plaats van "alles aan de overheid over te
laten."
Volgens
de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos, actief betrokken
bij het Wereld Sociaal Forum, is de nieuwe Boliviaanse grondwet gebaseerd
op drie democratische pijlers: representativiteit, participatie van
alle sociale actoren en het herstel van gemeenschapswaarden. "Een
concept dat de vreedzame coëxistentie tussen mensen ten goede zal
komen", zegt hij.
Dekolonisatie
Prada beschreef
het Boliviaanse model als een samenkomen van de inheemse behoefte aan
"dekolonisatie" en de hernationalisatie van natuurlijke hulpbronnen.
Hij verwees naar de gasoorlog uit 2003, een maand van protesten tegen
plannen om Boliviaans aardgas te exporteren. De affaire zorgde voor
de val van de rechtse regering van Gonzalo Sánchez de Lozada.
Carlos
Villegas, hoofd van het staatsolie- en gasbedrijf YPFB, sprak over de
hernationalisatie van de gasreserves en de rechten van de inheemse bevolking
om controle uit te oefenen op het gebruik van natuurlijk hulpbronnen.
De inheemse
bevolking in zuidoost Bolivia, waar zich de op een na grootste voorraad
aardgas van Latijns-Amerika bevindt, wordt nu geconsulteerd voordat
bedrijven toestemming krijgen om fossiele brandstofbronnen te exploiteren
op hun land. Ook moet hiervoor nu betaald worden. Aardgas is voor de
Boliviaanse regering de belangrijkste bron van inkomsten.
IPS(JS, JG)
__________________________________________________________
Boomzaden zorgen voor zuiver water
BRUSSEL,
11 maart 2010 (IPS) - Een duizend jaar oude Indiase methode om water
te zuiveren door middel van boomzaden is beloftevol in de strijd tegen
ziektes die door water worden overgedragen. Canadese onderzoekers pleiten
ervoor de methode overal ter wereld te gebruiken.
In India
worden al sinds mensenheugenis geplette zaden van de Moringa Oleiferaboom
toegevoegd aan water. De zaden reduceren de aanwezigheid van bacteriën
met meer dan 90 procent en maken het water bovendien veel minder troebel.
De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat de zaden ook elders in de wereld
kunnen helpen in de strijd tegen ziekten die via water overgedragen
worden, zoals cholera of dysenterie. Ze publiceerden hun bevindingen
in Current Protocols in Microbiology.
Miljard
mensen
In Azië, Afrika en Latijns-Amerika moeten meer dan een miljard
mensen het stellen met onzuiver drinkwater. Jaarlijks sterven daardoor
naar schatting meer dan een miljoen kinderen aan diarree.
De onderzoekers
beseffen dat hun voorstel de strijd voor schoner drinkwater niet kan
winnen, maar dat het wel een goedkope methode is die snel toegepast
kan worden.
De Moringa Oleiferaboom heeft bovendien nog meer voordelen: hij is bestand
tegen droogte en levert goede meststof, medicinale producten en voedingsbestanddelen.
Bovendien kan van de zaden olie gemaakt worden die geschikt is om mee
te koken of als brandstof. Zo ontstaat een win-winsituatie: de geplette
zaden voor de productie van olie zijn nog prima geschikt om water te
zuiveren.
Joren Gettemans
IPS(JG, JS)
__________________________________________________________
Biobriketten
moeten Congolees regenwoud redden
BUKAVU,
10 maart 2010 (IPS) - Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren
sinds enkele maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en
bladeren. Die brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool
waarvoor veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische
directeur van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf
jaar 300.000 mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld
op de milieuvriendelijke briketten.
In de biobriketten
worden afgevallen boombladeren, schors en fruitschillen verwerkt, maar
ook zagemeel, papier en oogstafval van rijst, bonen, maïs en suikerriet.
De nieuwe brandstof werd ontwikkeld door het bekende Virungapark in
het oosten van Congo, het Congolees Instituut voor Natuurbescherming
(ICCN) en ERND, een Congolees netwerk dat zich toelegt op milieu en
ontwikkeling.
De briketten
worden onder meer gemaakt in Rutshuru, op ongeveer 70 kilometer van
Goma. Het ICCN helpt er drieduizend mensen het productieproces onder
de knie te krijgen. Sommige dorpelingen leren ook hoe ze een maximaal
aantal afnemers kunnen vinden voor de briketten. Er worden ook briketten
gemaakt en verspreid in Cidodobo, een gemeente op 25 kilometer van Bukavu,
de hoofdstad van Zuid-Kivu.
Geen
rook
In Goma,
de hoofdstad van Noord-Kivu, kosten 60 kilogram biobriketten ongeveer
9 euro. Voor een gelijke hoeveelheid houtskool vragen handelaars minstens
18 euro. Voor de verbruikers is de keuze snel gemaakt. Als de verhouding
tussen de verschillende grondstoffen klopt, produceren de nieuwe briketten
ook nauwelijks rook.
Bovendien
verlost de productie steden en dorpen van bergen huishoudelijk afval.
Maar de initiatiefnemers hopen vooral dat de alternatieve brandstof
de strijd tegen de ontbossing kan helpen winnen. "Als we de komende
vijf jaar niet ingaan op de vraag naar brandstof van de mensen die hier
leven, dreigt heel het zuidelijke deel van Virungapark kaalgeslagen
te worden", zegt de Mérode in een telefonisch interview.
Om een
kilogram bonen te koken, een van de belangrijkste levensmiddelen in
Goma en Bukavu, is anderhalve kilogram houtskool nodig. Volgens de Mérode
komt het leeuwendeel van de houtskool die in Noord-Kivu wordt gebruikt,
van bomen die in het 8000 vierkante kilometer grote Virungapark zijn
omgehakt. Zowat 1600 vierkante kilometer van het beschermde gebied is
al lelijk toegetakeld door illegale houtkap. In het Virungapark leven
onder meer gorilla's, nijlpaarden en tal van zeldzame vogelsoorten.
Baudry
Aluma
IPS(PD, JG)
__________________________________________________________
Windriem maakt stroom zonder molen
BRUSSEL,
9 maart 2010 (IPS) - De windriem, een eenvoudig apparaatje dat stroom
opwekt uit wind, kan een doorbraak betekenen voor gezinnen in ontwikkelingslanden.
De windriem
is een vernieuwende technologie omdat het voor het eerst windenergie
opwekt zonder draaiende elementen, in tegenstelling tot allerlei bestaande
types windmolens. In de plaats daarvan maakt het toestel gebruik van
een gespannen riem die wappert in de wind. Door de beweging van de riem
wordt via een magneet stroom opgewekt.
Het idee
van uitvinder Shawn Frayne won in 2007 al prijzen en is nu op punt gesteld
in samenwerking met windenergiebedrijf Humdinger Wind Energy LLC. Het
bedrijf heeft verschillende types ontwikkeld.
Het kleinste type, de MicroWindbelt, meet amper 12 bij 3 centimeter
en kan energie leveren voor kleine sensoren of draagbare elektronica.
Een groter model is ongeveer een meter lang en levert 3 tot 5 watt,
genoeg stroom voor een spaarlamp of andere toestellen die maar weinig
stroom nodig hebben. De toestellen kunnen gecombineerd worden in panelen
die per vierkante meter tot honderd watt kunnen leveren.
Dat is niet genoeg voor een gemiddeld Europees huishouden, maar levert
goedkopere energie dan zonnepanelen en vooral interessant voor het beperkte
gebruik van gezinnen in ontwikkelingslanden waar voldoende wind beschikbaar
is. Om optimaal te werken is windkracht 4 nodig, maar ook bij lagere
snelheden wordt stroom geproduceerd.
Joren Gettemans
IPS(JG, RP)
__________________________________________________________
Brazilië wil ongelijkheid weg tegen 2022
RIO
DE JANEIRO, 8 maart 2010 (IPS) - Brazilië wil "radicaal minder
ongelijk" en "minder kwetsbaar" zijn tegen de tweehonderdste
verjaardag van zijn onafhankelijkheid in 2022. Het Braziliaanse ministerie
van Strategische Zaken werkt daarvoor aan een ambitieus plan.
Plan 2022
moet voor de zomer klaar zijn, zegt minister Samuel Pinheiro Guimarães.
Concrete doelstellingen wil hij nog niet geven. Maar Brazilië moet
volgens hem in de eerste plaats nog veel verder gaan met de herverdeling
die de voorbije jaren al veel Brazilianen uit de ergste armoede haalden.
Nu profiteren ongeveer 55 van de 192 miljoen Brazilianen van uitkeringen
aan gezinnen die hun kinderen langer op school houden. Er zijn ook programma's
om arme boeren meer afzetmogelijkheden te bieden en kwetsbare groepen
goedkoper aan eten te helpen.
Volgens
minister Guimarães moeten er de komende jaren nog meer van dergelijke
initiatieven komen, die nog meer mensen bereiken. Zijn plan zal ook
maatregelen bevatten om vrouwen en inheemse groepen meer kansen te bieden,
achtergebleven regio's te steunen en de grote welvaartskloof tussen
de steden en het platteland te versmallen.
Meer
inspraak
Op politiek vlak moet Brazilië volgens het plan nog democratischer
worden en vooral meer inspraak toelaten. In internationaal opzicht wil
Brazilië minder kwetsbaar worden door een permanente zetel te verwerven
in de VN-Veiligheidsraad en een grotere rol te gaan spelen in andere
internationale organisaties.
Plan 2022
heeft ook oog voor de militaire macht van Brazilië. De omvang van
het Braziliaanse leger "staat niet in verhouding tot de uitgestrektheid
van het land" en de militaire begroting is naar verhouding veel
kleiner dan die van de buurlanden, zegt Guimarães.
De Braziliaanse
economie moet volgens minister Guimarães efficiënter worden
door de wisselwerking tussen de ondernemingen in het land te versterken.
Daartoe zullen meer spoorlijnen, havens en luchthavens worden gebouwd.
Brazilië behoort al tot de grootste economieën ter wereld,
maar moet dat ook op het vlak van onderzoek en ontwikkeling waarmaken.
Guimarães
geeft toe dat er geen garantie is dat Plan 2022 wordt overgenomen door
de komende regeringen. Dit jaar zijn er presidentsverkiezingen in Brazilië,
en voorlopig heeft de oppositie de beste kaarten. Maar volgens de minister
vormen het terugdringen van de ongelijkheid en de verhoging van de productiviteit
doelstellingen waaraan elke Braziliaanse regering veel belang hecht.
Mario Osava
IPS(PD)
__________________________________________________________
700.000 mensen hebben voedselhulp nodig in Malawi
BLANTYRE,
26 februari 2010 (IPS) - Meer dan 700.000 mensen zullen dit jaar wellicht
voedselhulp nodig hebben in Malawi. De oorzaak is ongewone droogte in
het zuiden en centrum van het Afrikaanse land. Experts zeggen dat het
land te afhankelijk is geworden van maïs.
Maïsboerin
Anita Yunus woont al meer dan dertig jaar bij de Mulanjeberg in het
zuiden van Malawi. Ze kan zich niet herinneren dat er ooit droogte is
geweest in de streek. De laatste kwarteeuw kende Malawi vier grote droogtes,
maar telkens bleef de Mulanje gespaard. "Ik weet niet wat voor
straf dit is", zegt de 53-jarige Yunus. "We hebben altijd
zeer goede regens gehad, misschien dankzij de berg, maar ik kan niet
uitleggen wat er nu aan de hand is."
Mulanje
is een van de grote maïsregio's van Malawi. Volgens overheidscijfers
produceerde de streek vorig jaar een derde van Malawi's totale maïsoogst
van 3,5 miljoen ton. Behalve Mulanje zijn nog zes andere districten
in het zuiden en het centrum van het land door droogte getroffen.
Het regenseizoen in Malawi start begin december en loopt tot maart.
Maar in de getroffen districten heeft het nog niet of slechts onregelmatig
geregend.
Volgens
officieuze cijfers is meer dan 30.000 hectare landbouwgebied daardoor
getroffen. Tot 120.000 gezinnen, ongeveer 720.000 mensen, zouden voedselhulp
nodig kunnen hebben in de streek. De overheid verwacht dat de nationale
voedselproductie dit jaar 30 procent lager ligt dan vorig jaar. In het
zuiden alleen kan de daling tot 60 procent oplopen.
De regering
heeft nu 76 miljoen dollar vrijgemaakt voor voedselhulp. Volgens het
ministerie van Financiën moet dat geld naar de aankoop van voedsel
voor de getroffen gezinnen gaan.
Genoeg
voedsel
Volgens
president Bingu wa Mutharika zal Malawi dit jaar nog voldoende produceren
om zichzelf te kunnen voeden. Er zal alleen geen overschot zijn om te
exporteren.
Yunus,
een weduwe, is niet zeker of zij en haar drie kinderen het overleden
als ze dit jaar geen maïs oogst. "Dat er genoeg voedsel is
voor het land, is iets wat politici zeggen. Ze hebben het over iedereen.
Ik heb het over mezelf en over enkele andere gezinnen die ik ken."
Economieanalist
Mavuto Bamusi acht een nationaal overschot mogelijk maar de voedselzekerheid
op het niveau van de gezinnen is nog steeds een probleem. Dat komt deels
doordat maïs niet gemakkelijk beschikbaar is en sommige gezinnen
te arm zijn om het te kopen. "De maïs bevindt zich in de nationale
silo's", zegt hij. "Veel gezinnen in Malawi hebben niet het
hele jaar door voedsel. Daardoor rijst de vraag hoe de regering dit
extra budget moet spenderen."
Afhankelijk
van maïs
Victor
Mhoni, coördinator van het Civil Society Agriculture Network (Cisanet),
zegt dat de droogte Malawi's afhankelijkheid van maïs heeft benadrukt.
"Zolang we onze voedselmand alleen met maïs vullen en blijven
vertrouwen op door regen gevoede landbouw, blijven we een kwetsbaar
land."
Mhoni beschuldigt
de regering ervan die afhankelijkheid van maïs in stand te houden
door landbouwers aan te moedigen maïs te kweken, vooral in gebieden
die het ook goed doen in andere gewassen. Een goed voorbeeld is het
eiland Likoma in het Malawimeer. Voordat het subsidieprogramma in 2005
van start ging, hingen de mensen daar vooral van maniok af. Nu kweekt
het eiland steeds meer maïs, die langzaam maniok verdringt als
belangrijkste voedselgewas voor de 10.000 inwoners.
Charles
Mpaka
IPS(RP, JG)
__________________________________________________________
Wedloop op biobrandstoffen
24 februari
2010 (MO) - Meer dan twee miljoen hectare. Dat is de oppervlakte van
westers gefinancierde plantages voor energiegewassen in Afrika. De investeerders
in biobrandstoffen hebben van 12 tot 15 april rendez-vous in Johannesburg
voor de jaarlijkse African Biofuels conferentie. Ze debatteren er over
hun businessperspectieven in Afrika, het toekomstige eldorado voor het
groene goud. Worden de Afrikanen daar ook beter van?
Dé
vraag is of deze energie-opportuniteit voor rijke landen een ontwikkelingskans
voor de lokale bevolking inhoudt.
Er moet dit jaar een nieuw klimaatakkoord komen om het aflopende Kyoto-protocol
te vervangen. Zowel kleine investeerders als olie- en agro-giganten
geloven dat energiegewassen binnen dat nieuwe akkoord aan belang zullen
winnen. Ze schuiven met contacten en kapitaal op het Afrikaanse schaakbord,
in de hoop op grote winsten. De energielandbouw krijgt echter nu al
vaak het verwijt dat hij een nieuwe kolonisering van Afrika inluidt.
De Europese Unie wil tegen 2020 tien procent van haar petroleumverbruik
vervangen door "groene" brandstoffen. De Verenigde Staten
mikken op vijftien procent tegen 2017. Om die ambities waar te maken
zullen beide economische grootmachten een aanzienlijk deel van die biobrandstoffen
moeten invoeren. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) schat dat
de toenemende vraag naar biobrandstoffen over twintig jaar zo'n 53 miljoen
hectare landbouwgrond wereldwijd kan innemen.
Drie
Belgische spelers
Volgens het Copernicus Instituut aan de Universiteit van Utrecht heeft
Afrika grote troeven om de grootste leverancier van landbouwenergie
te worden. Het continent beschikt met 807 miljoen hectare over het grootste
deel van het vruchtbare land van de planeet én de arbeidskracht
is er goedkoop.
Om de ontwikkeling van energielandbouw in Afrika te stimuleren, verlaagden
of schrapten zowel de EU als de VS de invoerrechten op biobrandstoffen
uit Afrikaanse landen -ze worden gewoon behandeld als andere landbouwproducten.
De Europese Commissie maakte onlangs 200 miljoen euro vrij om projecten
voor duurzame energie in Afrika te financieren. Het grootste deel van
de investeringen gebeurt in de sector van de biobrandstoffen. Dé
vraag is of deze energie-opportuniteit voor de rijke landen tegelijk
ook een ontwikkelingskans voor de lokale bevolking inhoudt.
In Afrika lopen vandaag minstens zeventig biobrandstof-projecten in
28 landen, gefinancierd door een veertigtal Amerikaanse en Europese
investeerders. Samen zijn deze projecten goed voor meer dan twee miljoen
hectare. Op het schaakbord van de "groene toekomst" nemen
deze westerse investeerders het op tegen veroveraars uit Brazilië,
Saoedi-Arabië en Aziatische groeilanden. De Chinese projecten in
de Congo en Zambia zouden wel 4,5 miljoen hectare kunnen beslaan.
België is in deze wedloop vertegenwoordigd door drie grote spelers:
" Felisa (een pionierbedrijf in de jatrophateelt in Tanzania -jatropha
is een struik die niet-eetbare maar olierijke vruchten voortbrengt,
ideaal voor de productie van biodiesel),
" Alcogroup (eerste Europese invoerder van bio-ethanol, aanwezig
in Zuid-Afrika en Mauritius) en
" Socfinal (dat palmolieplantags uitbaat in Kameroen). Een filiaal
van Socfinal, Socapalm, toonde zich in 2007 op een biobrandstoffenconferentie
in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou geïnteresseerd in de markt
van de biodiesel. Het heeft intussen ook al lokale proeven gedaan.
Om van de experimenteerfase over te gaan op de commercialiseringsfase,
moeten de bedrijven de bewerkte oppervlakte gevoelig uitbreiden. Het
bedrijf Felisa heeft in Tanzania voorlopig vijfduizend hectare in cultuur
gebracht. Maar het wil uiteindelijk veertig miljoen liter biodiesel
per jaar produceren. Volgens de in Kenia gevestigde ngo African Biodiversity
Network (ABN) heeft Felisa daarvoor zijn oog laten vallen op 60.000
hectare extra. ABN vreest dat de onteigening van deze collectieve landbouwgronden
gepaard zal gaan met het verdrijven van de lokale boeren.
Felisa is overigens niet alleen. De Britse bedrijven Sun Biofuels en
ESV Biofuels, de Nederlandse BioShape en Diligent, het Amerikaanse Wilma,
het Zweedse Sekab, de Duitsers van Prokon
samen hebben een veertigtal
investeerders honderdduizenden hectare palmolie, jatropha (voor biodiesel)
en suikerriet (voor bio-ethanol) in cultuur. Dat leidt tot toenemende
spanningen.
In oktober 2009 meldde de Keniaanse krant The East African dat meer
dan 5000 rijstboeren van hun grond verjaagd dreigden te worden. Geconfronteerd
met het algemeen verzet, besliste de regering enkele dagen later om
alle investeringen in het energiegewassenproject te bevriezen en voorlopig
geen land meer toe te wijzen aan nieuwe buitenlandse investeerders.
Jathropa
als antwoord
De situatie in Tanzania illustreert perfect het dilemma waarin veel
Afrikaanse landen zich bevinden. Ze willen enerzijds mee profiteren
van de beloften die energiegewassen inhouden, anderzijds willen ze de
belangen van de lokale gemeenschappen ook verdedigen. De nieuwe bedrijfstak
zou in het beste geval ook kunnen zorgen voor een lagere oliefactuur,
terwijl er zich rond de biobrandstoffen een broodnodige exportindustrie
zou kunnen ontwikkelen.
'Biobrandstoffen kunnen zorgen voor een landbouwrenaissance, het grondgebruik
nieuw leven inblazen en zorgen voor een verbetering van de middelen
om te overleven op het platteland', bevestigt Lorenzo Cotula van het
International Institute for the Environment and Development (IIED) in
Londen. De ervaring in sommige West-Afrikaanse landen bevestigt die
opportuniteiten.
In Mali, bijvoorbeeld, gebruikt men kleine, familiale jatropha-aanplantingen
om een ruraal elektriciteitsnetwerk op te bouwen. Cotula: 'Of de komst
van energiegewassen positief of negatief is, hangt voor een groot deel
af van de rechtszekerheid van het bestaande grondbezit. De snelle verspreiding
van de commerciële productie van energiegewassen kan resulteren
-en resulteert reeds- in de verwijdering van de armsten van de grond
waarvan ze afhankelijk zijn.'
Dat probleem
heeft zich alvast voorgedaan in Mozambique, waar het Britse bedrijf
CAMEC/BioenergyAfrica een groot bio-ethanolproject van 30.000 hectare
runt onder de naam Procana. Dit project heeft geleid tot de verdrijving
van meer dan duizend families, die nog altijd in een gevecht om schadeloosstelling
gewikkeld zijn. In Ghana probeerde het Noorse Biofuel Africa zelfs gebruik
te maken van het systeem van traditioneel collectief grondbezit om de
hand te leggen op een gebied van 38.000 hectare.
'Het bedrijf eiste het legale eigendom van het gebied op nadat het een
ongeletterde lokale chef ertoe gebracht had zijn vingerafdruk te zetten
onder een verklaring van afstand van het grondgebied', vertelt Bakari
Nyari, ondervoorzitter van de Ghanese ngo Rains. Na het juridische gevecht
dat op zijn démarche volgde, moest het Noorse bedrijf uiteindelijk
van zijn opzet afzien.
Deze tegenslag
belette Biofuel Africa, dat nog 6600 hectare bezit, niet om in oktober
2009 toch van start te gaan met de eerste commerciële jatropha
productie-eenheid in West-Afrika. Jatropha, zo zweren de investeerders,
groeit makkelijk op marginale, weinig vruchtbare en droge grond. Daarmee
lijkt de industrie een antwoord te geven op de kritiek die ze te verwerken
kreeg tijdens de acute voedselcrisis van 2008.
De Wereldbank schatte toen dat de bio-energie-industrie verantwoordelijk
was voor 75 procent van de voedselprijsstijgingen. De toenemende vraag
naar granen en landbouwgrond voor voedsellandbouw en energiegewassen
jaagt de prijzen de hoogte in. Dat probleem, stelt de industrie, doet
zich niet voor met jatropha. Een kwart van alle "marginale gronden"
ter wereld bevindt zich in Afrika, en dus kan de biodieselindustrie
er rustig groeien zonder in competitie te treden met veeteelt of landbouw.
Nochtans is de cultivatie van jatropha op grote schaal niet zonder gevaren.
Om het rendement van de investeringen te verhogen schrikken sommige
investeerders er immers niet voor terug om meteen ook de meer vruchtbare
gronden te annexeren. De ngo Friends of the Earth schrijft in een rapport
van mei 2009: 'In Swaziland hebben ngo's meerdere gevallen vastgesteld
van boeren die verkiezen jatropha te telen onder contract met de Britse
bedrijven D1 Oils en BP, in plaats van eetbare gewassen te telen.'
En de Ethiopische ngo Melca Mahiber stelt dat, tot dusver 'bijna alle
energiegewassen geteeld worden op vruchtbare grond of in voormalig bosgebied'.
Een Brits bedrijf zou zijn plantage op marginale gronden ingewisseld
hebben voor een plantage op vruchtbaar land, waar het ook kon profiteren
van gunstige regenpatronen.
Bovendien, zegt het International Institute for the Environment and
Development (IIED), zijn veel van de marginale gronden, die beschikbaar
zijn voor investeerders, in feite levensnoodzakelijke hulpbronnen voor
het overleven van groepen nomaden, herders of ontheemden die er hout
of wilde vruchten verzamelen.
Oncontroleerbare
expansie
Om de rendabiliteit van hun investeringen te verzekeren, rekent de agro-energielobby
op een herziening van het Kyoto-protocol dat in 2012 afloopt. De klimaattop
in Kopenhagen was een struikelende stap in het lange proces dat finaal
tot een nieuw akkoord voor de beperking van de uitstoot van broeikasgassen
moet leiden. De belangrijkste werf in dat proces is de hervorming van
de Clean Development Mechanisms (CDM's).
Dankzij dat mechanisme verwerven bedrijven uit industrielanden koolstofkredieten
als ze in ontwikkelingslanden investeren in projecten die de uitstoot
van CO2 beperken -zoals het aanplanten van bossen. Die kredieten kunnen
ze daarna doorverkopen aan bedrijven die daaraan behoefte hebben om
de vervuiling die ze veroorzaken te compenseren.
Er liggen nu voorstellen op tafel die de definitie van het aanplanten
van bossen zouden uitbreiden tot alle soorten plantages, inclusief de
energiegewassen. De consequentie daarvan zou zijn dat een controversieel
project als dat van het Italiaanse energiebedrijf ENI -waardoor 70.000
hectare woud vervangen zou worden door oliepalmen- in aanmerking zou
komen als CDM.
Indien de hervorming deze richting uitgaat, kunnen de investeerders
niet enkel winst maken op de uitvoer van biobrandstoffen, maar ook op
de massale verkoop van koolstofkredieten aan de VS en Europa. Het Canadese
bedrijf Carbon2Green heeft recent een aanvraag ingediend om zijn jatrophaproject
in de Democratische Republiek Congo te laten erkennen voor het verkrijgen
van koolstofkredieten. Indien dit toegestaan wordt, zal dit project
het eerste in zijn soort zijn dat geld oplevert op basis van CDMs.
De hele koolstofkredietenhandel dreigt ook voor een oncontroleerbare
expansie van de energiegewassen te zorgen. 'De beschikbare middelen
zullen vooral naar industriële monoculturen gaan, terwijl de kleine
producenten erg weinig kans maken om er mee van te profiteren', stelt
een publicatie van september 2009 van de Britse vereniging Biofuel Watch.
Het IIED
doet daar nog een schepje bovenop: zoveel te winstgevender de energiegewassenhandel
wordt, zoveel te meer mensen, middelen en gronden er naar deze sector
zullen gaan. Op een bepaald moment zal dan de vraag gesteld worden hoeveel
grond en hoeveel boeren er nog beschikbaar zijn om voor voedsel te zorgen.
De vrees dat de energiegewassen een negatieve impact zullen hebben op
de voedselzekerheid van de Afrikanen duikt daardoor met vernieuwde urgentie
opnieuw op.
Is het mogelijk om tezelfdertijd de honger te bestrijden -waarvan bijna
265 miljoen Afrikanen het slachtoffer zijn- én de opwarming van
het klimaat, én in een beweging ook nog de economieën van
de rijkste landen te stimuleren? En als er gekozen moet worden, wie
gaat die keuze dan bepalen en in wiens voordeel zal die keuze uitvallen?
Als de conferenties van eind 2009 een teken aan de wand zijn, dan ziet
het er niet goed uit. De grootmachten vonden het niet nodig om naar
Rome te reizen in november om de Voedseltop bij te wonen. Maar ze waren
in december wel in Kopenhagen om te discussiëren over de 'groene'
koolstofkredietenhandel.
www.AfricaReportingProject.org
Stefano
Valentino en Luc Ihaddadene.
__________________________________________________________
Uruguayanen bouwen huizen van aarde en stro
Inés Acosta
CIUDAD
DE LA COSTA, 23 februari 2010 (IPS) - Steeds meer Uruguyanen bouwen
een ecologisch huis. Ze blazen daarmee een eeuwenoude traditie nieuw
leven in.
Een huis
van aarde en stro spaart energie uit. Doordat het extreme temperaturen
en vocht buiten houdt, is het binnen aangenaam. En het kan zelf gebouwd
worden, wat het tot de helft goedkoper maakt dan een huis van beton
of baksteen.
Op het Uruguayaanse platteland heeft men altijd al gebouwd met materialen
die de natuur bood: aarde, hout, stro. Deze technieken, die men nu ecologisch
bouwen noemt, werden van generatie op generatie doorgegeven. Sommigen
houden de traditie nog vol, al zijn ze nauwelijks nog zichtbaar.
In de jaren negentig verdiepte een groep architecten zich in de technieken
en nam de faculteit architectuur van de Universiteit van de Republiek
(Udelar) het in haar programma op. Maar nieuwe projecten bleven geïsoleerd.
De regering had weinig interesse. De laatste vijftien jaar zijn ongeveer
tweehonderd ecologische huizen gebouwd, waarvan de helft met de hulp
van een architect.
Experimenteren
Vandaag zit de vraag naar duurzame technieken in de lift maar een echte
markt en gespecialiseerde arbeidskrachten ontbreken. "De vraag
is groot en veel mensen worden aangemoedigd om te experimenteren, maar
de overheid is terughoudend omdat er nog geen technische normen zijn
voor het bouwproces, en omdat ze niet van experimenteren houdt",
zegt architect Rosario Etchebarne, onderzoeker aan de Udelar.
De meest gebruikte technieken, zegt Etchebarne, zijn leem, blokken van
gecomprimeerde aarde en houten panelen met aarde, stro en andere componenten.
De hoeveelheid gebruikte cement is minimaal. Daardoor wordt bij de bouw
nauwelijks CO-2 uitgestoten.
Modder
Een van de interessantste projecten is Guyunusa, een coöperatieve
vereniging van tien woningen in de zuidelijke stad Ciudad de la Costa.
Ze zijn met modder gebouwd. Het ministerie van Wonen leende het geld,
het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP) financierde de sanitaire installaties.
"We wilden goedkopere en gezondere huizen", zegt Silvana Delfino,
lid van de vereniging. "We hebben verschillende technieken onderzocht
en kwamen tot de vaststelling dat modder de gezondste was, de meest
thermische, de goedkoopste en bereikbaar voor iedereen. Het is niets
nieuws. Mensen hebben hier, en ook in andere landen, altijd in aarden
huizen gewoond."
Volgens Delfino toont het project dat "het mogelijk is om met weinig
geld waardige huizen te hebben die het milieu respecteren."
IPS(RP,
JS)
__________________________________________________________
'Afrika kan zijn eigen kinderen voeden'
23 februari 2010 (MO) - De tiende editie van het Bamako Forum, van 16
tot 20 februari, ging over de hongersnood in Afrika. Tientallen wetenschappers
en politici kwamen samen om een week te debatteren in de Malinese hoofdstad.
Volgens de deelnemers moeten de Afrikaanse landen zelf de motor zijn
van de landbouw om de hongersnoden het hoofd te bieden.
Vijftig
jaar na de onafhankelijkheid van vele Afrikaanse landen is het zwarte
continent nog altijd niet in staat om in zijn eigen voedselvoorziening
te voorzien. Modibo Sidibé, de Malinese premier en tevens voorzitter
van de organiserende Stichting Forum Bamako (FFB), zei in zijn openingstoespraak
dat Afrika nochtans zijn eigen kinderen kan voeden.
Abdoullah Coulibaly, vice-voorzitter van FFB, verklaarde dan weer dat
de hongersnoden het gevolg zijn van twee grote redenen. 'De eerste is
de natuur: aardbevingen, droogtes, epidemische plantenziektes,
De tweede oorzaak zijn menselijke handelingen zoals oorlogen, economische
boycots,
'
Coulibaly meent dat het Bamako Forum een rol kan spelen in het oplossen
van de voedselcrisis. Het Forum is volgens hem een manier op in te gaan
tegen het defaitisme dat heerst ten opzicht van de voedseltekorten.
'Afrika moet investeren in landbouwonderzoek. We hebben alle redenen
om te hopen, want alle analisten zeggen dat de actuele economische problemen
zullen leiden naar de opkomst van Afrika.'
Geslaagd
voorbeeld
Habib Ouane, directeur van het departement Afrika van de United Nations
Conference on Trade and Development (Unctad), haalde op de top het voorbeeld
van Malawi aan. 'Enkele jaren geleden zat Malawi in grote moeilijkheden.
Maar ze hebben drastische maatregelen genomen, doelgerichte subsidies,
betere omkadering van landbouwers, hulp bij het bekomen van meststoffen
en zaden,
Nu is het land een netto-uitvoerder van granen en kan
het zich zelfs veroorloven om zijn buren te helpen.'
Modibo Sidibé verklaarde in de slottoespraak dat Afrika alle
activa heeft die ze nodig heeft: grondstoffen, een jonge bevolking en
geslaagde voorbeelden zoals Malawi, Tanzanië en Rwanda. 'Het is
aan ons om het heft in eigen handen te nemen', besloot hij het forum,
ook wel eens het "Davos van Afrika" genoemd.
Auteur:
Koen Vansteenland
_____________________________________________________________________________________
India verbiedt genetisch gewijzigde aubergines
Ranjit Devraj
NEW
DELHI, 10 februari 2010 (IPS) - "Dit is een historische beslissing".
Tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase
verbod op de commerciële teelt van transgene aubergines. India
schuift daarmee voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en
dat voorbeeld kan ook door buurlanden worden gevolgd.
Indiase
boeren en milieuactivisten hadden samen met sommige deelstaten de voorbije
maanden een storm van protest ontketend tegen de nakende toelating van
genetisch veranderde brinjal (aubergine). Het Genetic Engineering Approval
Committee, de overheidsinstelling die dergelijke nieuwe gewassen onderzoekt,
had in oktober het licht op groen gezet. Door het protest zag de regering
zich gedwongen een reeks van zeven openbare bijeenkomsten te organiseren
over de kwestie. Daar bleek het verzet te groot om zomaar van tafel
te vegen. Dinsdag (9 februari) kondigde milieuminister Jairam Ramesh
aan dat er voorlopig gene toelating komt.
Druk
Milieuactivisten
zijn in de wolken. "We moeten minister Ramesh feliciteren. Hij
stond onder zware druk om de teelt toe te laten, vooral na het positieve
advies van het toelatingscomité", zegt Devinder Sharma,
de directeur van het niet-gouvernementele Forum voor Biotechnologie
and Voedselveiligheid in New Delhi. Toelating in India zou de deur ook
opengezet hebben in andere landen, denkt Sharma. "Landen als de
Filipijnen en Bangladesh wachtten op de beslissing van India".
De beslissing
van milieuminister Ramesh om hoorzittingen te organiseren leverde hem
zware kritiek op van twee van zijn collega's, landbouwminister Sharad
Pawar en minister van Wetenschap en Technologie, Prithviraj Chauhan.
Ramesh
sluit een toekomstige toelating niet uit. Maar daarvoor zijn volgens
hem onafhankelijke wetenschappelijke studies nodig die uitwijzen dat
de aubergines ook op lange termijn de volksgezondheid en het milieu
niet kunnen schaden.
Katoen
De transgene
aubergine is weerbaarder tegen ziekten omdat de plant een gen kreeg
van de bodembacterie bacillus thuringienis. Met de nieuwe auberginesoort
zou India een eerste transgeen voedselgewas hebben toegelaten. Het land
verbouwt wel al transgene katoen die genen bevat van dezelfde Bt-bacterie.
De overschakeling op die katoensoort zou veel misoogsten hebben veroorzaakt.
In de staten Maharashtra en Andhra Pradesh pleegden verscheidene katoenboeren
zelfmoord.
Ook de
regeringen van deelstaten als Himachal Pradesh, Bihar, West-Bengalen,
Orissa, Madhya Pradesh, Karnataka, Andhra Pradesh en Kerala verzetten
zich tegen de toelating van de aubergine uit het laboratorium. Die staten
zijn in handen van de oppositie, en die beschuldigt de centrale regering
ervan de Indiase boeren over te leveren aan de multinationals in de
voedingssector. Het patent op de gewijzigde aubergine is in handen van
het Amerikaanse Monsanto. Dat bedrijf heeft ook een groot aandeel in
Mahyco, een Indiaas bedrijf dat zaden van Monsanto in India op de markt
brengt.
Milieuorganisaties
vrezen dat de teelt van genetisch gewijzigde aubergines schade kan berokkenen
aan de oorspronkelijke variëteiten die in India in de natuur voorkomen.
Medische deskundigen voeren aan dat er te weinig bekend is over mogelijke
gezondheidseffecten. Monsanto repliceert dat genetisch gewijzigde gewassen
veel beter onderzocht worden dan alle andere planten, en dus veiliger
zijn.
IPS(PD, JG)
_____________________________________________________________________________________
Landbouw bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"
Julio Godoy
BERLIJN,
9 februari 2010 (IPS) - De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging
voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner,
directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar
aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote
uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden
zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.
"Door
het groeiende belang van de landbouw als gevolg van de toename van de
wereldbevolking wordt de levensruimte voor veel soorten steeds kleiner,
zowel voor flora als voor fauna", zegt Achim Steiner. "Op
die manier betekent de landbouw een gevaar voor de biodiversiteit.
"Elk
jaar gaan bijvoorbeeld miljarden dollars verloren door irrationele landbouw
die de vruchtbaarheid van de bodem vernietigt. Het overmatig gebruik
van chemische producten, zoals pesticiden en herbiciden, draagt bij
tot de uitschakeling van veel nuttige organismen.
"We
kunnen dit proces van erosie en vernietiging stoppen door andere modellen
toe te passen en optimaal gebruik te maken van die 20 centimeter aardkorst
om te produceren wat we nodig hebben. Met die alternatieve modellen
zit er in de landbouw een groot potentieel om planten en dieren te beschermen.
"De
landbouwers kunnen uitstekende beheerders zijn van de natuurlijke middelen
en de verschillende ecosystemen. De uitdaging van deze eeuw is: hoe
belonen we de landbouwers opdat ze enerzijds produceren wat de mensen
nodig hebben en anderzijds bijdragen tot de conservering en bescherming
van de ecosystemen die de mensen nodig hebben om te overleven?"
U verwijst naar de biologische landbouw?
"Het
is een voorbeeld van hoe men de aarde kan bewerken in harmonie met de
natuur. Door gebruik te maken van de wetenschap en door de beschikbare
middelen duurzaam in te zetten doet men een inspanning om de vruchtbaarheid
van de grond te benutten zonder de natuur te vernietigen.
"Maar
ik wil niet de indruk wekken dat de uitdaging kan worden herleid tot
de tegenstelling tussen biologische en traditionele landbouw. De grenzen
tussen beide zijn poreus, de ene kan van de andere leren. Het gaat erom
de voedselproductie voor een groeiend aantal bewoners van de planeet
te garanderen en tegelijk de natuur en de biodiversiteit te beschermen."
De negatieve
impact van de landbouw merk je op,verschillende terreinen. Ze stoot
bijvoorbeeld ook CO2 uit en draagt zo bij tot de klimaatverandering.
"Ja,
vandaag is de landbouw verantwoordelijk voor 15 tot 18 procent van alle
broeikasgassen die worden uitgestoten. Je hoeft maar naar een willekeurig
veld te kijken. De tractoren komen en gaan, die verbruiken fossiele
brandstoffen en stoten CO2 uit. Hetzelfde voor het transport van groenten
en andere landbouwproducten, voor de productie van meststoffen, pesticiden
en herbiciden. En de dieren stoten methaan uit.
"Daarom
moeten we, net zoals voor de hele economie, een balans opmaken van de
CO2-uitstoot van de landbouw. Op basis van daarvan zullen we kunnen
vergelijken welke landbouwmodellen de beste milieuresultaten geven.
We kunnen dan de producenten met een zeer hoog negatief saldo stimuleren
om een op een alternatief systeem over te schakelen dat minder uitstoot
en zelfs gassen opvangt via een ander bodemgebruik, zoals het planten
van bossen."
Zal
het volstaan om landbouwers en beleidsmakers te overtuigen door hen
op de noodzaak van de bescherming van fauna en flora te wijzen?
"Het
is duidelijk dat concepten als biodiversiteit en ecosystemen zeer abstract
zijn voor veel mensen. Maar ze zijn wel rechtstreeks verbonden met economische
voordelen voor miljoenen mensen. Het veelvoud aan economische voordelen
dat bijvoorbeeld de koralen genereren en de waaier aan dieren die er
rechtstreeks van afhangt voor zijn voortbestaan, wordt onvoldoende gevaloriseerd
door de economische overheden, zowel op nationaal als internationaal
niveau. De koralen brengen per jaar tot 189.000 dollar per hectare op,
in de vorm van de bescherming van de kusten en de natuurlijke beheersing
van risico's. Daar moet je nog de inkomsten van bijvoorbeeld het toerisme
en de visvangst aan toevoegen, en dan kom je al makkelijk aan meer dan
een miljoen dollar per hectare per jaar."
IPS(RP, JS)
_____________________________________________________________________________________
Tonijnbedrijven dreigen met boycot tegen overbevissing
Stephen Leahy
VICTORIA,
9 februari 2010 (IPS) - De Seychellen leven van de tonijnhandel. In
de op een na grootste tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton
vis recht uit de Indische Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers
kan dat echter niet lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met
een boycot van tonijn uit de regio.
Dat bleek
vorige week op de eerste Tonijnconferentie van de Seychellen, midden
op de Indische Oceaan, waar een vijfde van de tonijn op aarde wordt
gevangen. Door de toegenomen efficiëntie van vissersschepen neemt
de tonijnstand af, net als in de rest van de wereld, maar de regionale
visserijorganisatie functioneert niet.
Boycot
De International Seafood Sustainability Foundation (ISSF), een alliantie
van acht grote handelsbedrijven en het Wereldnatuurfonds (WWF) om de
sector te verduurzamen, dreigt met een boycot als er in maart geen stappen
worden ondernomen. Dan vergadert de Tonijncommissie van de Indische
Oceaan, een van de vijf regionale organisaties ter wereld waar vissers
en overheden op basis van hun eigen wetenschappelijke panels bepalen
hoeveel tonijn er duurzaam kan worden gevangen.
De regionale commissie, waar 28 landen uit Afrika, Azië en Europa
lid van zijn, schuift besluiten steeds voor zich uit. Zo kan het gebeuren
dat bijvoorbeeld Iran nog nooit een enkele vangst van een geelvintonijn
heeft gemeld.
Bedreigde diersoorten
"Als die regionale commissies echt zouden werken, zou de visstand
goed moeten zijn", zei William Fox, vicepresident van het Wereldnatuurfonds
in de Verenigde Staten. Maar zowel de grootoogtonijn, de geelvintonijn
en de witte tonijn worden in de meeste gebieden overbevist. Met de blauwvintonijn
- vooral gebruikt in Japanse sushi - gaat het zelfs zo slecht dat hij
door de VN volgende maand waarschijnlijk op de lijst bedreigde diersoorten
wordt geplaatst. Alleen de gestreepte tonijn (vruchtbaar en snelgroeiend)
blijft goed op peil. "De tonijnindustrie moet zorgen dat ze overleeft
door voor duurzaamheid te pleiten", aldus Fox.
Vorig jaar negeerde de visserij in de oostelijke Stille Oceaan de wetenschappelijke
adviezen, totdat de ISSF besloot om daar geen grootoogtonijn meer in
te kopen. De boycot werkte en de regio kwam tot een beheersplan.
Nu is het de beurt aan de Tonijncommissie van de Indische Oceaan om
verstandig te zijn. "Denk aan de blauwvintonijn, of aan de economische
ramp die de ineenstorting van de kabeljauw heeft veroorzaakt. De Indische
Oceaan moet dit voorkomen, nu het nog zonder pijn kan", zei Susan
Jackson, voorzitter van de ISSF.
Op de vraag of de ISSF niet chanteert door zo met een nieuwe boycot
te dreigen, zegt Jackson: "We moedigen de lidstaten alleen maar
aan om naar hun eigen wetenschappelijke panel te luisteren. We doen
dit op basis van steun van wetenschappers die zeggen dat dit absoluut
moet gebeuren."
De milieuminister van de Seychellen, Joel Morgan, steunt de acties van
de ISSF. "Tonijn is niet alleen belangrijk voor ons, maar voor
de hele planeet." Zeker als het klimaat verandert en de landbouwopbrengst
vermindert. "De wereld zal afhankelijker worden van vis en daarom
is een duurzaam beheer van de visserij cruciaal."
IPS(FM, RP)
_____________________________________________________________________________________
Crisis moet wereldeconomie duurzamer maken
Thalif Deen
NEW YORK, 9 februari 2010 (IPS) - In haar nieuwe jaarrapport ziet
de VN-handelsorganisatie (Unctad) in de economische crisis nieuwe mogelijkheden
om de wereldeconomie sterker en duurzamer te maken.
"Een ernstige crisis wil je niet zomaar verspillen", de bekende
woorden zijn van stafchef van het Witte Huis Rahm Emanuel vorig jaar.
De Unctad lijkt die stelling nu te onderschijven.
In het Trade and Environment Review 2009-2010 zegt Unctad dat de globale
economische en financiële crisis, in combinatie met de klimaat-,
voedsel en watercrises "nieuwe, bepalende parameters zijn voor
het hedendaagse beleid."
"Het begrip van de oorzaken en consequenties van die crisissen,
en het trekken van lessen eruit, zou voor dramatische economische en
beleidsmatige veranderingen moeten zorgen", klinkt het.
Die veranderingen moeten op drie gebieden duidelijk worden: energie-efficiëntie,
duurzame landbouw en hernieuwbare energieën voor plattelandsontwikkeling.
Dr. Supachai Panitchpakdi, secretaris-generaal van de Unctad, zegt dat
de crisissen een opportuniteit kunnen vormen voor snelle doorbraken
in nieuwe technologieën, productie- en consumptiepatronen en beleidspraktijken.
Panitchpakdi geeft toe dat de promotie van groei in die sectoren niet
meteen de armoede uit de wereld zal helpen of het klimaatprobleem kan
oplossen, maar "het zal meerdere sociale, economische en ecologische
winsten opleveren en bijdragen tot de broodnodige eerste stappen naar
een CO2-arme economische ontwikkeling. "De belangrijkste uitdaging
is niet antwoorden op de crisis met maatregelen die niet duurzame productie-
en consumptiepatronen bestendigen", zegt hij.
In een voorwoord bij het nieuwe Unctad-rapport vergelijkt Tim Groser,
handelsminister van Nieuw-Zeeland, de link tussen handel en de klimaatverandering
met een "tikkende tijdbom". "Maar ik geloof ook dat er
een andere mogelijkheid is, en dat er echte opportuniteiten zijn voor
win-winoplossingen in beide agenda's", zegt hij.
Energie en landbouw
Unctad denkt dat vooral op het vlak van energie-efficiëntie snelle
winst te boeken is. Het is de snelste en goedkoopste manier om de toegang
tot energie te vergroten, de klimaatverandering te bestrijden en de
afhankelijkheid van landen van buitenlandse fossiele brandstoffen terug
te dringen. Zo wordt niet alleen bespaard, maar landen verhogen ook
hun competitiviteit. "Hoewel dit aanvankelijk hoge kosten met zich
mee kan brengen, betalen verbeteringen aan de energie-efficiëntie
zich meestal terug door energiebesparing", zegt het rapport.
De tweede oplossing is duurzame landbouw, die van "strategisch
belang" is voor de groei en bestrijding van de armoede in ontwikkelingslanden.
Er moeten coherente nationale en internationale plannen komen om duurzame
landbouwmethoden te promoten, inclusief organische landbouw, om de kosten
te beperken en nieuwe markten te creëren. Dat komt de inkomsten
van de boeren, de voedselveiligheid en de strijd tegen de klimaatverandering
ten goede.
Volgens het VN-agentschap beschikken veel ontwikkelingslanden bovendien
over een enorm potentieel aan hernieuwbare energie, en is de nodige
technologie al voorhanden om die aan te boren. Vooral op het platteland
is er grote vooruitgang mogelijk.
IPS(JG, RP)
_____________________________________________________________________________________
2009 was warmste jaar ooit in India
Rudy Pieters
BRUSSEL,
7 februari 2010 (IPS) - Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar
ooit in India. De gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan
normaal, meldt de Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste
rapport.
Volgens
de officiële cijfers bedroeg de gemiddelde temperatuur in het Zuid-Aziatische
land vorig jaar 25,5 graden Celsius. Dat is 0,9 graden hoger dan het
normale gemiddelde, 24,6 graden. Sinds de meteorologische dienst in
1901 met metingen begon, heeft hij nooit zo'n hoge gemiddelde temperatuur
gemeten.
Vooral in de winter bleef het kwik opvallend hoog. "Het was abnormaal
warm in grote delen van het land tijdens het winterseizoen", zegt
het rapport. "De temperatuur in de bergachtige gebieden van de
westelijke Himalaya lag 3 tot 5 graden Celsius hoger dan normaal in
de tweede helft van januari, terwijl de gemiddelde temperatuur in februari
in bijna het hele land hoger was dan normaal."
Net zoals in de rest van de wereld waren de laatste jaren opvallend
warm in India. Acht van de twaalf warmste jaren sinds het begin van
de metingen in 1901 werden het voorbije decennium opgetekend.
"Als men de trend analyseert, dan is het duidelijk dat de aarde
opwarmt", zegt directeur-generaal Ajit Tyagi van de IMD aan The
Times of India. "De stijging van de temperatuur is duidelijk vanaf
ongeveer 1990. In India was 2009 bijzonder warm als gevolg van verscheidene
factoren, vooral het regentekort in zowel moesson- als winterseizoen."
India kampte vorig jaar lange tijd met grote droogte. Volgens de VN-landbouworganisatie
FAO is India een van de dertien landen die dit jaar grote problemen
zal ondervinden met de oogst.
IPS(RP)
_____________________________________________________________________________________
Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie
vlees, zuivel en vis aan te pakken
Een
derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling,
eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op
regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt
en de veehouderij verduurzaamt. In een brief aan de Tweede Kamer stellen
de organisaties dat een verlaging van de consumptie van vlees, vis,
zuivel en eieren met minstens 33 procent in 2020, onderdeel moet worden
van het kabinetsbeleid. Ook bepleiten zij de invoering van regelgeving
en financiële prikkels om de consumptie en productie van dierlijke
eiwitten te verduurzamen.
Debat
Op 20 januari vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de Nota
Duurzaam Voedsel.
Both ENDS, Compassion in World Farming, Cordaid, Nederlandse Dierenbescherming,
Greenpeace Nederland, ICCO, IUCN NL, Milieudefensie, Natuur en Milieu,
Oxfam Novib, Solidaridad, Varkens in Nood, Nederlandse Vegetariërsbond
en Wakker Dier roepen de politiek op de ambities van dit kabinet om
te zetten in meetbare resultaten. "Het kabinet erkent de noodzaak
tot verduurzaming van onze dierlijke eiwitconsumptie, en zegt in de
Nota Duurzaam Voedsel over 15 jaar koploper te willen zijn. Maar de
voornemens blijven steken in mooie woorden zoals het 'verleiden' en
'informeren' van consumenten en in vrijblijvende overleggen met bedrijven.
In de praktijk blijkt dit nauwelijks wat op te leveren."
Principe
De maatschappelijke organisaties roepen op tot het invoeren van het
'vervuiler betaalt'-principe, bijvoorbeeld via een BTW-verhoging op
vlees, zuivel, eieren en vis. Ook het stellen van verdergaande duurzaamheidseisen
aan de veehouderij - zoals een verbod op de import van veevoer uit recent
ontboste gebieden, verduurzaming van de visserij via vlootreductie en
het instellen van zeereservaten - dragen bij aan de aanpak van mondiale
problemen.
Cijfers
Uit recent verschenen cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren
blijkt dat Nederlanders opnieuw meer vlees eten. Een zorgwekkende ontwikkeling,
omdat wij, net als de meeste Westerse landen, al meer vlees eten dan
goed voor ons én de planeet is.
We hebben te kampen met grootschalige ontbossing, het uitsterven van
soorten, klimaatverandering, uitputting van de visbestanden, een ongelijke
voedselverdeling en onnoemelijk dierenleed. De Wereldvoedselorganisatie,
het Planbureau voor de Leefomgeving, het IPCC en talloze prominente
opinieleiders waaronder Al Gore en Paul McCartney, geven aan dat vermindering
van de vleesconsumptie op de korte termijn bijdraagt aan het oplossen
van deze wereldwijde crises. De maatschappelijke organisaties stellen
dat een trendbreuk met ons westerse voedselpatroon onvermijdelijk is,
en zij willen dat de overheid hierin de regie gaat nemen.
_____________________________________________________________________________________
Amazonewoud dicht bij afgrond
Stephen Leahy
PARIJS,
3 februari 2010 (IPS) - Het Amazonewoud is "dicht bij een omslagpunt".
Als de ontbossing nog even verder gaat, kan er een proces op gang komen
dat het grootste regenwoud op aarde in amper 65 jaar doet krimpen tot
een derde van zijn oorspronkelijke omvang. Dat zegt Thomas Lovejoy,
een wereldvermaarde tropische bioloog.
De snelle
aftakeling zou te wijten zijn aan een samenspel van ontbossing, klimaatverandering
en bosbranden, zegt Lovejoy, de belangrijkste biodiversiteitsadviseur
van de Wereldbank. De combinatie van die drie factoren kan de waterhuishouding
van het regenwoud helemaal ontregelen.
Vicieuze cirkel
Het Amazonewoud
genereert nu zelf minstens de helft van de regenval die de regio groen
houdt. Als er eenmaal 20 procent van het Amazonewoud is verdwenen en
hogere temperaturen de verdamping versnellen, zal het veel minder regenen
in het zuiden en het zuidoosten van de Amazoneregio. Dat zal tot meer
en grotere branden leiden, waardoor er nog meer bos verloren gaat en
het overblijvende woud nog sneller zal verdrogen. Die vicieuze cirkel
kan het gigantische Amazonewoud verrassend snel doen krimpen. Ver zijn
we niet meer van het omslagpunt verwijderd, want nu al is er 17 tot
18 procent van het oorspronkelijke Amazonewoud voor de bijl gegaan.
Het scenario
staat beschreven in een studie die de Wereldbank op 22 januari publiceerde.
Aan de studie werkten gerenommeerde instellingen als het Japanse Instituut
voor Meteorologisch Onderzoek, de Universiteit van Exeter in Groot-Brittannië,
het Braziliaanse Centrum voor Weervoorspelling en Klimaatverandering,
het Duitse instituut van Potsdam en het Duitse Earth3000 mee.
Niet onherroepelijk
"Na
veel branden, menselijke ellende, verlies van natuurlijke rijkdom en
de uitstoot van massa's koolstof in de atmosfeer houden we uiteindelijk
alleen cerrado (de Braziliaanse savanne) over", zegt Lovejoy, die
het onderzoek coördineerde. Volgens het rapport zal het Amazonewoud
al tegen 2025 tot driekwart van zijn oorspronkelijke grootte gekrompen
zijn, en tot een derde tegen 2075.
Dat zou
een zware klap zijn voor de natuurlijke rijkdom op aarde. Op één
hectare regenwoud in het Amazonewoud groeien gemiddeld 750 soorten bomen
en 1500 andere planten. In de Amazone en al zijn zijrivieren leven tweeduizend
vissoorten, meer dan in heel de Atlantische Oceaan.
Onherroepelijk
is de vernietiging van het Amazonewoud niet. "Het goede nieuws
is dat kaalgeslagen gebieden herbebost kunnen worden en voor een veiligheidsmarge
kunnen zorgen", zegt Lovejoy. En met name Brazilië is er al
in geslaagd de ontbossing terug te dringen.
IPS(PD, JG)
_____________________________________________________________________________________
Noordelijke
"biopiraten" plunderen het milieu
Stephen Leahy
PARIJS,
2 februari 2010 (IPS) - Rijke landen zijn biopiraten die elders in de
wereld voedsel, grondstoffen en goedkope arbeid roven. Ze plunderen
rijkere ecosystemen, omdat ze hun eigen leefomgeving grotendeels vernield
hebben, zeggen experts.
Slechts
17 procent van de Europese ecosystemen verkeert in goede staat, zei
Dominique Richard van het Europese Milieuagentschap afgelopen week op
een conferentie over biodiversiteit en beleid in Parijs.
"We hebben zojuist onze eerste volledige taxatie van de staat van
de Europese biodiversiteit afgerond en de resultaten bleken schokkend
voor beleidsmakers", zei Richard.
De meeste Europese natuurlijke systemen die zorgen voor water, schone
lucht, voedsel en klimaatregulering, gaan al jarenlang achteruit. Maar
niemand in Europa lijkt dat op te merken. Dat komt omdat de rijken anders
denken dan de armen, zei Ashok Khosla, een eminente Indiase wetenschapper
die aanwezig was namens de Internationale Unie voor Natuurbescherming
(IUCN).
Rijken bedienen zich met ecologische rijkdom overal in de wereld, armen
gebruiken alleen plaatselijke bronnen, omdat ze zich niet kunnen veroorloven
elders water of voedsel te halen. Dat betekent ook dat ze hun leefomgeving
in goede conditie moeten houden, omdat ze anders direct met de consequenties
van wanbeheer te maken krijgen.
Dat is de belangrijkste reden dat de regio's met de grootste biologische
verscheidenheid en de minste degradatie, in handen zijn van inheemse
volken, zei Victoria Tauli-Corpuz, voorzitter van het Permanente Forum
voor Inheemse Zaken van de Verenigde Naties.
Gefragmenteerd beeld
Het huidige economische systeem kent de waarde van de natuur niet, zei
Khosla. "Een boom is veel meer waard dan zijn hout. Maar we weten
gewoon niet hoe we een boom of bos op werkelijke waarde moeten schatten."
Maar het hervormen van het economische systeem kost tijd, terwijl ondertussen
waardevol natuurlijk bezit verloren gaat. Een initiatief dat dit proces
kan vertragen, is de oprichting van een organisatie voor biodiversiteit
die gelijkwaardig is aan het Klimaatpanel (IPCC).
Veel besluiten, zelfs "groene" besluiten, worden genomen zonder
dat de consequenties daarvan voor de biodiversiteit goed zijn afgewogen,
zegt Anne Larigauderie, directeur van de Parijse organisatie Diversitas.
Zo subsidiëren diverse overheden de ontwikkeling van biobrandstoffen
en energie uit biomassa om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Maar het is nog onduidelijk welke impact gebruik van biobrandstoffen
en biomassa heeft op ecosystemen. "Instituten, overheden en het
publiek hebben een gefragmenteerd beeld van de wereld. Dat draagt indirect
bij aan het verlies van biodiversiteit", zei Larigauderie tijdens
de conferentie.
Platform
Larigauderie en anderen proberen al sinds 2005 een internationaal platform
van de grond te krijgen dat zich moet richten op beleidsvorming en biodiversiteit,
het Intergouvernementeel Wetenschappelijk-Politiek Platform over Biodiversiteits-
en Ecosysteemdiensten (IPBES), een IPCC-achtige organisatie voor biodiversiteit.
De belangrijkste functie van dat platform zou het overbruggen van de
enorme kloof tussen biodiversiteitswetenschap en beleid moeten zijn.
IPBES zou richtlijnen voor beleidsmakers kunnen formuleren, gebaseerd
op wetenschappelijk onderzoek, zei Larigauderie.
_____________________________________________________________________________________
"Veranderde zaden tasten natuurlijke rijkdom
aan"
Julio Godoy
BERLIJN,
1 februari 2010 (IPS) - Niet alleen het veranderende klimaat en de intensieve
landbouw tasten de rijkdom van de natuur aan. Ook de genetische wijziging
van zaden vormt een bedreiging, zegt voormalig Europarlementslid Benedikt
Haerlin. De Duitser coördineert de actie Red Onze Zaden, in samenwerking
met driehonderd Europese milieuorganisaties.
Red Onze
Zaden vestigt de aandacht op plannen van de Europese Commissie om "accidentele
of technisch onvermijdelijke" besmetting van conventionele zaden
met transgene (genetisch gewijzigde) variëteiten te tolereren.
In september 2004 probeerde de Commissie een richtlijn goed te keuren
die toestaat dat tot 0,7 procent transgene organismen in zaaigoed van
maïs en koolzaad mogen zitten zonder dat dit op het etiket staat.
Na hevig protest van biologische landbouwers en milieuorganisaties trok
de Commissie haar voorstel in.
Sindsdien kwam er geen nieuwe richtlijn. Sommige commissarissen, onder
wie Stavros Dimas, die van 2004 tot 2009 voor milieu bevoegd was, vroegen
zich zelfs af of zo'n maximumgrens wel nodig was. "Niettemin is
de officiële houding van de Europese Commissie dat men aan een
nieuw voorstel voor maximumwaarden van de genetische contaminatie van
zaden werkt", zegt Haerlin.
Misleidend
Spreken over "accidentele of technisch onvermijdelijke" besmetting
is misleidend, zegt Haerlin. "Bij veevoeder en zelfs bij voedingsproducten
kan men nog aanvaarden dat genetische contaminatie onder 0,9 procent
niet wordt aangegeven. Althans, men kan er zeker van zijn dat die contaminatie
niet naar andere vitale domeinen verspreid wordt."
Dat is niet het geval met de zaaigoed. "De transgene zaden kunnen
de gewassen van landbouwers die er niets van willen weten, besmetten.
Landbouwers die denken dat ze zaden gebruiken die biologisch zijn maar
die genetisch besmet zijn, zullen een deel van de besmette gewassen
gebruiken als zaden voor het volgende seizoen, en zo zal de besmetting
zich vermenigvuldigen en verspreid raken."
Handvol bedrijven
Benedikt Haerlin waarschuwt dat de landbouwontwikkeling zich "steeds
meer in de chemische laboratoria afspeelt en niet op het veld, en dat
die laboratoria geconcentreerd zijn in slechts een handvol bedrijven."
Daarom zijn de traditionele zaden aan het verdwijnen, zegt hij. "De
milieugevolgen zijn enorm en uitermate gevaarlijk. En als het eenmaal
zover is, dan is het te laat om het tij te keren."
Volgens milieu- en landbouwexperts waren er een kwarteeuw geleden minstens
zevenduizend zadenproducenten in de hele wereld; geen enkele producent
controleerde meer dan 1 procent van de wereldmarkt.
Vandaag, als gevolg van een reeks overnames, controleren tien biochemische
multinationals, als Monsanto, DuPont-Pioneer, Syngenta, Bayer Cropscience,
BASF en Dow AgroSciences, meer dan 50 procent van de zadenmarkt. "Het
doel van deze bedrijven is, uiteraard, winst te maken. Om hun winst
op te voeren passen ze allemaal dezelfde strategie toe die hun controle
op de markt verhoogt: ze leggen landbouwers in de hele wereld de zogeheten
verticale integratie van producten op, van zaden tot meststoffen en
pesticiden, allemaal van hetzelfde merk."
De VN hebben 2010 tot Internationaal Jaar van de Biodiversiteit uitgeroepen.
IPS(RP, PD)
_____________________________________________________________________________________
Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Claudia Ciobanu
KOPENHAGEN,
15 december 2009 (IPS) - Als de VS en de arme landen hun subsidies voor
fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen
tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor
Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen
wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de
kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Landen
geven wereldwijd elk jaar 350 tot 480 miljard euro uit om benzine, diesel,
aardgas en steenkool goedkoper te maken voor de verbruikers. Ontwikkelingslanden
trekken het grootste deel van die subsidies uit, maar de Verenigde Staten
waren tussen 2002 en 2008 ook goed voor 72 miljard dollar (49 miljard
euro).
De G20, de grootste industrie- en ontwikkelingslanden, hebben zich in
september in Pittsburgh voorgenomen om die subsidies op fossiele brandstoffen
op middellange termijn af te schaffen. Dat kan de wereld helpen de weg
te vinden naar hernieuwbare energiebronnen. Maar veel politici aarzelen
om de daad bij het woord te voegen. Stijgende brandstofprijzen brengen
hun herverkiezing in gevaar. Ze vrezen ook de weerslag op arme gezinnen
en op de werknemers van megabedrijven als oliemaatschappijen.
Inkomenssteun
Voorstanders van de maatregel argumenteren dat de allerarmste bevolkingslagen
weinig zullen voelen van het verdwijnen van de subsidies. Het is vooral
de middenklasse die profiteert van goedkopere benzine en diesel, zegt
Fatih Birol, de chef-econoom van het Internationaal Energieagentschap.
Arme burgers hebben geen auto en in heel wat landen zelfs geen elektriciteit
in huis.
Maar in Kopenhagen klinken ook voorzichtiger stemmen. Een deel van het
geld dat vrijkomt door de afschaffing van de subsidies, moet naar de
meest kwetsbare groepen in de samenleving gekanaliseerd worden, zegt
Per Callesen van het Deense ministerie van Financiën. Ze moeten
kunnen rekenen op een systeem van inkomenssteun dat hen beschermt tegen
de negatieve gevolgen van de stijgende brandstofprijzen. Volgens Callesen
is daarvoor maar 20 tot 30 procent van het uitgespaarde geld nodig.
William Pizer van het Amerikaanse ministerie van Financiën zit
op dezelfde lijn. De regering-Obama probeert de Amerikaanse subsidies
voor fossiele brandstoffen af te bouwen, maar zorgt er volgens Pizer
tegelijk voor dat arme gezinnen financiële hulp krijgen om hun
energiefacturen te betalen. Er is ook staatssteun voor de isolatie van
woningen van arme gezinnen. Die maatregelen kosten allemaal samen vijf
miljard dollar (3,4 miljard euro). "Het is beter en goedkoper als
regeringen alleen de armen compenseren, en niet iedereen. En voor de
armen is het beter direct geld te krijgen dan via een omweg langs de
bedrijven in de sector van de fossiele energie", argumenteert Pizer.
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar
aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen'
startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op
18 december.
IPS(PD, JS)
_____________________________________________________________________________________
Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Stephen Leahy
KOPENHAGEN,
13 december 2009 (IPS) - De industriële landbouw stoot bijna de
helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd
door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale
beweging van miljoenen kleinschalige boeren.
"Kleinschalige
landbouwers gebruiken 80 procent minder energie dan grote monoculturen",
zegt Chavannes Jean-Baptiste, een Haïtiaanse boer van de Mouvement
de Paysan. "Boeren van La Via Campesina en andere kunnen de planeet
helpen afkoelen", zei hij tijdens Klimaforum, de klimaatconferentie
voor civiele organisaties die tegelijk met de VN-klimaattop in Kopenhagen
plaatsvindt.
La Via Campesina baseert zich op een studie van Grain, een internationale
organisatie die duurzame landbouw promoot. Die verwerkte naar eigen
zeggen alle beschikbare wetenschappelijke literatuur en kwam tot de
vaststelling dat industriële landbouw de grootste CO2-uitstoter
is in het voedselsysteem. Dat komt onder meer doordat ze van fossiele
brandstof afhangt voor productie, transport en verwerking, savannes
en bossen vernietigt voor haar expansie en intensief kunstmest gebruikt.
De studie houdt dan nog geen rekening met de methaanuitstoot van dieren
en hun mestafval.
Kleinschalige landbouw en het herstel van de vruchtbaarheid van de bodem
kan de komende 50 jaar 450 miljard ton CO2 opvangen, meer dan twee derde
van het huidige teveel in de atmosfeer.
"De bewijzen zijn onweerlegbaar", zegt Grain-coördinator
Henk Hobbelink. "Als we de manier om aan landbouw te doen veranderen
en de manier waarop we voedsel produceren en distribueren, dan hebben
we een krachtige oplossing om de klimaatcrisis te bestrijden."
Veel regeringen blijven de industriële landbouw ondersteunen, zegt
Grain-onderzoeker Camila Montecinos. Bovendien raken veel kleine boeren
hun land kwijt, zegt ze.
IPS(RP)
_____________________________________________________________________________________
Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Daniela Estrada
KOPENHAGEN,
10 december 2009 (IPS) - "We moeten het klimaat niet veranderen,
maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze
sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk
middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lago en
Norma Maldonado uit Guatemala horen bij het Internationale Gender- en
Handelsnetwerk (IGTN). Ze zijn kritisch over de vrijhandelsverdragen
die Latijns-Amerikaanse landen tekenen met de Verenigde Staten en Europa.
Vrijhandelsakkoorden
veroorzaken volgens hen armoede en verlies van biodiversiteit, vooral
door megaprojecten op het gebied van mijnbouw, waterkrachtcentrales,
monocultuur en transgene gewassen. Voor die projecten is soms veel water
nodig, ze kunnen vervuilend zijn en verergeren de effecten van de klimaatverandering.
Vrijhandelsakkoorden
kennen strikte bepalingen over intellectuele eigendomsrechten van transgenen
zaden. Kleine boeren zijn daar de dupe van. De regels zorgen voor voedselonzekerheid
in arme gemeenschappen die als gevolg van de klimaatverandering al zeer
wisselende oogstopbrengsten hebben.
Biodiversiteit
"Waar
biodiversiteit, welvaart en cultuur is, daar spelen ook belangen van
bedrijven", zegt Maldonado, plaatsvervangend hoofd van Servicios
Ecuménicos de Formación Cristiana en Centro América
(Sefca), een organisatie die zich inzet voor vrouwen en jongeren en
ontwikkeling.
Sefca richt
zich onder meer op herstel van traditionele landbouwpraktijken, het
ontwikkelen van markten voor lokale producten, verbetering van het dieet
van plattelandsbewoners en het geven van training voor internationale
handelsbesprekingen.
"De
handelsverdragen geven andere landen vrij baan om onze natuurlijke rijkdommen
te plunderen. De effecten van de verdragen zijn in het dagelijks leven
merkbaar: de privatisering van water, verlies van land, mijnbouwbedrijven
die honderdduizenden liters water per minuut gratis gebruiken terwijl
ze onze rivieren vervuilen", zegt ze.
"Guatemala
is de geboorteplaats van veel voedselgewassen en toch is de bevolking
ondervoed. Kinderen gaan dood van de honger. We produceren voedsel,
maar dat is allemaal voor export, voor de internationale markt."
Documentaire
Maldonado
vindt dat de Europese Unie (EU) "met de ene hand geeft" door
ontwikkelingshulp en "met de andere hand neemt" door de handelsverdragen.
Sefca werkt
aan een documentaire die bewustwording moet kweken over de watercrisis.
Delen van de documentaire waren te zien op Klimaforum. De filmfragmenten
toonden vrouwen die vier uur per dag nodig hadden om voldoende water
te vinden.
Water is
om culturele redenen een "vrouwenprobleem", zegt Maldonado.
"Omdat vrouwen meestal koken, de was doen en kinderen baden. Gebrek
aan water maakt het leven voor vrouwen nog zwaarder. Als vrouwen vier
uur nodig hebben om water te halen, hoe kunnen ze dan ook nog tijd vrijmaken
om iets bij te leren en te participeren in het gemeenschapsleven?
De vrouwen
waar Sefca zich voor inzet, weten weinig over uitstoot van broeikasgassen
en wetenschappelijke aspecten van de klimaatverandering. "En eerlijk
gezegd begrijp ik daar zelf ook niet alles van", zegt ze. "Wat
we wel weten, is dat er constant landverschuivingen en overstromingen
zijn - terwijl we niet kunnen zwemmen, dat de temperatuur stijgt en
dat het ritme van de gewassen verandert. Soms is de koffie rijp in januari.
Vroeger was dat altijd in oktober. De cycli en de landbouwkalenders
zijn in de war."
"We
mogen dan misschien niet weten wat een CO2-opslag is, maar we weten
dat ons land ons afgenomen wordt", zegt Maldonado. Ze voegt eraan
toe dat zij en andere activisten bedreigd en geïntimideerd zijn
vanwege hun oppositie tegen de vrijhandelsakkoorden in Guatemala.
Maldonado
zegt "niets" te verwachten van de klimaatconferentie in Kopenhagen,
die nog tot 18 december duurt. Ze vestigt haar hoop op de allianties
die ontstaan op het Klimaforum, waar scepsis over het huidige ontwikkelingsmodel
de boventoon voert. Dit alternatieve forum in Kopenhagen duurt eveneens
tot 18 december.
IPS(JS,
JG)
_____________________________________________________________________________________
Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Claudia Ciobanu
KOPENHAGEN,
9 december 2009 (IPS) - Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen
hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de
grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte
van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De
Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.
Brandstoffen als biodiesel en ethanol golden amper twee jaar geleden
als mirakeloplossingen voor de klimaatcrisis. Intussen hebben mogelijke
verbanden met honger en ontbossing het enthousiasme fel getemperd. Maar
Brazilië, 's werelds grootste producent en exporteur van ethanol,
blijft voor het plantaardige alternatief voor fossiele brandstoffen
pleiten.
De voorbije
dertig jaar heeft het gebruik van suikerrietethanol als vervanger van
benzine in Brazilië 800 miljoen ton CO2-uitstoot voorkomen, zeggen
de Brazilianen in Kopenhagen. Ze benadrukken ook dat de omschakeling
de armoede in hun land helpt te bestrijden. Op de uitgestrekte suikerrietvelden
is veel mankracht nodig, en de overheid moedigt ook de bouw van kleine
distilleerderijen aan om boeren rechtstreeks te laten verdienen aan
het eindproduct.
Kritiek
Intussen
is echter duidelijk dat de productie van biobrandstoffen op veel plaatsen
voedselgewassen verdringt of aan de bosbestanden vreet. De Europese
Unie liet om die reden vorig jaar haar doelstelling varen om 10 procent
biobrandstoffen te gebruiken in de transportsector tegen 2020.
Maar de
Braziliaanse regering zegt dat die kritiek niet opgaat voor Brazilië.
"We horen dat de productie van ethanol tot ontbossing leidt in
het Amazonewoud", zegt Jose Migues van het Braziliaanse ministerie
voor Wetenschap en Technologie. "Maar de productiegebieden zijn
drieduizend kilometer verwijderd van het Amazonewoud." Volgens
Thelma Krug, een andere medewerkster van het ministerie, is er in Brazilië
nog ruimte zat voor de landbouw en kan de landbouw nog veel efficiënter
worden.
IPS(PD, JG)
_____________________________________________________________________________________
Verwoestijning bedreigt ook China
Frank en Andreas Sieren
BRUSSEL,
9 december 2009 - Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper
tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan
de snel oprukkende Gobiwoestijn.
Waar Yan
Hongmei met haar dochter staat, vloeide vroeger een rivier. Ze herinnert
het zich nog goed: twintig jaar geleden stroomde hier koud en helder
water, en ving haar vader vis die groot genoeg was om het gezin te voeden.
Toen bracht de wind het eerste zand mee, en dat rukte langzaam maar
zeker op. Zandstormen kleurden de lucht geel en het regende minder vaak.
Als het wel regende, veroorzaakte dat meteen overstromingen.
Yan woont niet in een afgelegen deel van China: haar huis staat op tachtig
kilometer van Peking en op amper dertig kilometer van de Chinese Muur.
Alle vluchten van Peking naar Europa leiden over het dorp, en het zicht
vanuit het vliegtuig is schrikbarend. Ten westen van Peking gaat de
vlucht twee uur lang over droog land en zand, dat nu en dan onderbroken
wordt door een dorp of een landweg. Pas in de buurt van de Mongoolse
hoofdstad Ulan Bator is er weer groen in zicht.
Grote groene muur
In 1998 besloot de toenmalige eerste minister When Zhu Rongji om een
gordel van bomen aan te leggen als "grote groene muur" tegen
het zand. Dat heeft voor sommige boeren soelaas gebracht, maar het roept
ook twijfels op. "In sommige regio's is de trend onder controle"
zegt Wu Wei, wetenschapper aan de universiteit van Peking. "Maar
over het algemeen is het erger geworden."
Hoewel China twaalf miljoen dollar per jaar uitgeeft aan de strijd tegen
de woestijn, is al één vijfde van het Chinese grondgebied
ten prooi gevallen aan het zand. Volgens een team van wetenschappers
uit Nanjing is de oppervlakte van de woestijn sinds de jaren vijftig
verdrievoudigd. Wetenschapper Wang Xunming van de gerenommeerde Chinese
Academie van Sociale Wetenschappen vreest dat in de tweede helft van
deze eeuw de droge en semi-droge gebieden in het noorden van China veranderd
zullen zijn in zandduinen of op zijn minst zeer droge steppegebieden.
"Het overleven van de bevolking is in gevaar", zegt Wang,
die het probleem aan de klimaatverandering wijt.
Volgens Liu Tuo van het Bureau voor de Preventie en Controle van Verwoestijning
is er niet alleen gevaar voor de bevolking, maar ook voor de biodiversiteit.
"Ongeveer 15 procent van de dier- en plantensoorten in de regio
zijn nu al met uitsterven bedreigd."
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar
aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen'
startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op
18 december.
IPS(JG, PD)
_____________________________________________________________________________________
Wereldleiders liggen niet wakker van honger
De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het
groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders
die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen
niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Wereldleiders liggen niet wakker van honger. Meer dan één
miljard mensen worden dagelijks met honger geconfronteerd. Elke zes
seconden sterft een kind aan ondervoeding. Daarom organiseert de FAO,
de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, een wereldtop
voor voedselzekerheid in Rome. Sinds het uitbreken van de voedselcrisis
in 2007 beloven wereldleiders iets te doen aan het hongerprobleem, maar
daar is nog niet veel van in huis gekomen.
Ondertussen leeft al één op zes mensen in chronische honger.
Een enorm gevaar voor de wereldvrede en de veiligheid, vindt de FAO.
De machtige landen zijn niet overtuigd: Italiaans premier Silvio Berlusconi
is de enige regeringsleider van de G8 die de top bijwoont.
Toch is dringende actie tegen honger meer dan ooit nodig. Voor Broederlijk
Delen betekent dit het aan banden leggen van speculatie op grondstoffen
en landbouwgrond, en vooral investeren in duurzame, familiale landbouw.
Directeur Pol De Greve: 'Twee derde van de armen wereldwijd leven op
het platteland. Investeren in duurzame familiale landbouw geeft deze
mensen rechtstreeks een inkomen en is de meest efficiënte manier
om armoede, en dus ook honger, te bestrijden.'
Investeren in kleinschalige landbouw wordt tijdens de top wel naar voren
geschoven als een van de oplossingen, maar concrete voorstellen over
hoe dit het beste zou gebeuren blijven achterwege, net als concrete
financiële toezeggingen. Daarnaast geloven de rijke landen nog
steeds in grootschalige voedselproductie om het hongerprobleem op te
lossen: ze willen meer kunstmest, meer pesticiden en minder handelsbelemmeringen.
'Investeren in grootschalige voedselproductie is niet duurzaam. Dat
komt vooral ten goede aan de grote, industriële landbouwers en
aan de landbouw- en voedingsindustrie', zegt Pol De Greve. 'Zwakkere
producenten vallen uit de boot, waardoor de kloof tussen arm en rijk
groter wordt en je het hongerprobleem eigenlijk erger maakt.'
Blijven inzetten op industriële landbouw is geen optie, luidt het
ook in wetenschappelijke kringen. Honger is geen productieprobleem,
maar een probleem van armoede, vooral op het platteland. Een radicaal
andere aanpak is nodig om honger uit de wereld te helpen. En daarbij
is kleinschalige, ecologische landbouw de enige duurzame optie voor
de toekomst.
Daarom ondersteunt Broederlijk Delen rurale gemeenschappen in hun strijd
tegen de armoede. Vanuit hun eigen sterkte en mogelijkheden ontwikkelen
en voeren ze hun eigen plannen uit. Die plannen worden vaak gedwarsboomd
of bemoeilijkt door structuren van onrecht waarop organisaties in het
Zuiden niet altijd vat hebben. En dus investeert Broederlijk Delen ook
in politiek werk.
_____________________________________________________________________________________
Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
WASHINGTON, 17 november 2009 (IPS) - Een op de zeven Amerikanen leed
vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse
ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds
1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.
Van alle Amerikaanse huishoudens had 14,6 procent (49 miljoen mensen)
vorig jaar "moeite om op sommige momenten voldoende voedsel op
tafel te zetten", meldt het rapport. In 2007 ging het nog om 11
procent van de huishoudens (36,2 miljoen mensen). De hoofdauteur van
het rapport voorspelt dat het percentage dit jaar nog hoger zal uitvallen,
als gevolg van de economische crisis die veertien maanden geleden uitbrak.
Bij de zeventien miljoen huishoudens die honger leden - of te maken
kregen met "voedselonzekerheid", zoals het rapport het noemt
- ging het in een derde van de gevallen om 'zeer lage voedselzekerheid'.
Dat betekent dat de hoeveelheid eten van ten minste enkele gezinsleden
werd beperkt en dat normale eetpatronen voor langere tijd doorbroken
werden. Dit gebeurde minimaal enkele dagen in een periode van zeven
of acht maanden.
De overige huishoudens wisten substantiële ontwrichting van het
eetpatroon te voorkomen, door bijvoorbeeld minder gevarieerd te eten,
mee te doen aan voedingsprogramma's van de overheid of door eten te
halen bij voedselbanken of noodkeukens.
Kinderen
Het aantal huishoudens waar zowel kinderen als volwassenen te maken
kregen met "zeer lage voedselzekerheid" steeg van 323.000
in 2007 tot 506.000 vorig jaar. Onder de 49 miljoen mensen die vorig
jaar ten minste één keer honger leden, waren 16,7 miljoen
kinderen. Dat zijn er 4,2 miljoen meer dan in 2007.
"De cijfers zijn niet verrassend", zegt David Beckmann, voorzitter
van Bread for the World, een nationale anti-hongergroepering die ook
actief is in ontwikkelingslanden. "Wat ons echt zorgen moet baren,
is dat bijna één op de vier kinderen in ons land op de
rand van honger leeft."
Feeding America, de grootste voedselhulporganisatie in de VS, zegt dat
de statistieken van de USDA overeenkomen met praktijkervaringen. Feeding
America runt tweehonderd voedselbanken, waar elk jaar zo'n 25 miljoen
mensen aankloppen.
Vicki Escarra, voorzitter van de organisatie, noemt het "tragisch"
dat zoveel mensen in een rijk land zonder goed eten moeten leven. "Hoewel
deze nieuwe cijfers schokkend zijn, moeten we ons realiseren dat ze
over vorig jaar gaan", zegt Escarra. "Sindsdien is de economie
aanzienlijk verzwakt en er zijn momenteel waarschijnlijk veel meer mensen
die gebrek aan eten hebben."
Sommige voedselbanken van Feeding America kregen vorig jaar 50 procent
meer aanvragen voor voedselhulp dan in 2007.
De Amerikaanse president Barack Obama zei in een reactie bezorgd te
zijn over de situatie. Hij beloofde maatregelen om de "trend van
groeiende honger" te keren.
Auteur: Jim Lobe.
_____________________________________________________________________________________
Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers
van de klimaatverandering
.. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Het stuk werd onlangs gepubliceerd in World Watch (uitgave van het
World Watch Institute, november/december 2009) en is geschreven door
de onderzoekers Robert Goodland en Jeff Anhang. Zij komen met het bijna
ongelofelijke nieuws dat de bijdrage van vlees en zuivel aan het mondiale
klimaatprobleem niet 18% is, maar wel 51%! Als dat echt zo is, dan zou
het noodzakelijk zijn flink het mes in die sector te zetten, en natuurlijk
ook in onze consumptie.
Goodland en Anhang hebben eerder onderzoek op dit gebied kritisch bekeken
en ontdekten dat er diverse onderdelen van de ketens van vlees en zuivel
over het hoofd zijn gezien en dat andere aspecten nog ondergewaardeerd
zijn. Bijvoorbeeld de uitademing van methaan door de beesten blijkt
een grote factor te zijn. Maar ook zaken als de koeling van de producten,
de extra energie voor de bereiding van vlees en het medicijngebruik
voor de dieren, waren aanvankelijk niet meegeteld. De onderzoekers komen
tot de conclusie dat alle koeien, varkens en kippen samen voor meer
dan de helft verantwoordelijk zijn van de klimaatverandering!
Meer
argumenten
Al zeker 35 jaar zijn er in Nederland en wereldwijd acties rond de consumptie
van (te) veel vlees, onder andere door De Kleine Aarde, Lekker/Wakker
Dier en Milieudefensie. Naast de argumenten dierenwelzijn en gezondheid
speelden vooral de eiwitverliezen, het wereldvoedselvraagstuk en de
miljoenen hectares veevoer in ontwikkelingslanden (ten koste van oerwoud)
daarbij een belangrijke rol. Later kwamen daar de waterverspilling en
-vervuiling, de mestoverschotten en de klimaatgassen bij, met name methaan,
dat een extra groot effect heeft op de klimaatverandering, wel 23 tot
25 keer sterker dan CO2.
In 2006
bracht de FAO (de Food and Agriculture Organization van de Verenigde
Naties) het rapport Livestock's Long Shadow uit dat opzien baarde. Daarin
werd uiteengezet dat de productie van vlees en zuivel op aarde verantwoordelijk
is voor 18% van de versnelde klimaatverandering. Die 18% is al veel,
zeker als je het vergelijkt met de bijdrage van het verkeer, namelijk
13.5%. De film 'Meat the Truth' van Marianne Thieme is geheel gebaseerd
op dat rapport. In de film wordt de nadruk gelegd op vlees, waardoor
de spotlights niet op zuivelproducten gericht werden, terwijl we daar
meer kilo's van consumeren dan van vlees. Vooral kaas heeft een relatief
grote voetafdruk.
Mede door
alle commotie rond de genoemde film, werden er verwoede pogingen gedaan
af te dingen op die 18% en voor de Nederlandse situatie kwam een onderzoeker
enkele procenten lager uit. Maar de essentie van het FAO-rapport is
overeind gebleven. Mede daardoor roepen ook steeds meer politieke partijen
en grote organisaties, zoals Oxfam/Novib en het Wereld Natuur Fonds,
op minder dierlijke producten te gebruiken.
Geen
dure infrastructuur
Ook op de 51% uit dit nieuwe onderzoek zal ongetwijfeld afgedongen worden.
De belangen zijn groot, en het is voor velen geen prettig nieuws. Maar
al zou 't 45% zijn, of 40%, dan nog vraagt dit onderdeel van het klimaatprobleem
toch veel meer aandacht dan tot nu toe het geval is. En naast vlees
gaat het dus uitdrukkelijk ook over zuivel; dat wordt nog te vaak vergeten!
Er zal een nationaal en lokaal voedselbeleid gevoerd moeten worden,
met dalende vlees- en zuivelbudgetten per persoon. Een halvering van
de vlees- en zuivel-consumptie zou in Europa in principe geen probleem
zijn qua gezondheid, zelfs integendeel: van beide eten we nu ruwweg
50% te veel. En voor deze verandering is geen dure infrastructuur nodig;
wel heel goede communicatie, samen met bijvoorbeeld de supermarken.
Want, net zoals met wind- en zonne-energie het geval is, liggen de oplossingen
gelukkig al op de plank, en in dit geval in de schappen van de biologische
winkels en de supermarkten. De laatste jaren zijn er vele lekkere plantaardige
vervangers voor vlees op de markt gekomen, en vele recepten doen de
ronde waarin je het vlees niet meer mist.
Klimaat-chaos
Er is haast geboden. De klimaatveranderingen gaan (veel) sneller dan
zelfs de klimaatdeskundigen hebben kunnen voorzien. Al vele klimaatrampen
vinden plaats. Daarom wordt tegenwoordig in plaats van klimaatverandering
de term klimaat-chaos gebruikt. Zie bijvoorbeeld de orkanen, stormen
en overstromingen die de laatste maanden de Filipijnen teisterden. Samen
met andere drama's vallen er nu gemiddeld al 300.000 doden per jaar
door de chaos die het veranderde klimaat veroorzaakt, zoals via een
rapport van het Global Humanitarian Forum bekend werd. En per jaar is
er nu gemiddeld $125 miljard schade, oplopend naar gemiddeld $325 miljard
schade per jaar in 2030.
De twee
onderzoekers van het artikel in World Watch - Robert Goodland en Jeff
Anhang - zijn niet de eerste de besten. Beiden zijn milieukundigen,
de eerste was voorheen en de tweede is nu nog verbonden aan de World
Bank Group.
Het artikel ''Livestock and Climate Change. What if the key actors in
climate change are ... cows, pigs and chickens?" is te vinden op:
www.worldwatch.org > in World Watch Magazine.
Jan Juffermans
- November 2009
_____________________________________________________________________________________
Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
(Duurzaamnieuws 4 nov 09).
Om de
hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan
om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk
op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
De VN-Voedselorganisatie FAO zei eerder deze maand dat de wereldwijde
voedselproductie met 70 procent moet stijgen tegen 2050 om de 9 miljard
mensen te voeden die dan de aarde zullen bevolken. Dat is mogelijk als
de ontwikkelingslanden, waar de meeste van de 2,3 miljard extra mensen
zullen wonen, hun landbouwinvesteringen met 83 miljard dollar per jaar
optrekken.
Natuurlijk moet we de productie opdrijven op plaatsen waar ze laag is",
zegt Marco Contiero, landbouwspecialist van Greenpeace. "Maar we
produceren nu al zeer veel voedsel en toch lijdt 1 miljard mensen nog
honger, terwijl 1,6 miljard mensen overgewicht heeft en 500 miljoen
mensen zwaarlijvig zijn. Dit toont dat het probleem niet zo eenvoudig
is."
Grootschalige teelt
Sommige analisten vrezen dat de drang naar een hogere voedselproductie
tot een toename van de industriële teelt van een beperkt aantal
gewassen leidt. Deze methodes hebben voor de rijke landen gewerkt maar
zijn mogelijk niet geschikt voor de arme plattelandsbevolking in de
ontwikkelingslanden.
"Wanneer de prijzen te laag zijn, hebben de boeren geen geld",
zegt Roberto Ridolfi, van EuropeAid, de dienst voor samenwerking van
de Europese Unie.
"Als de prijs zonder transport zelfs niet voldoende is voor de
calorieën die ze verbranden bij het ploegen, dan is dat absurd.
Maar wanneer de prijzen hoog zijn, worden arme mensen zeer kwetsbaar.
Wat er ook gebeurt, het is slecht nieuws voor arme mensen."
Kleine boeren motiveren
Door kleine boeren te helpen uit de armoede te geraken, zijn ze niet
langer een deel van het probleem maar van de oplossing. "We zijn
niet degenen die de wereld voeden, de boeren zijn dat", zegt Benyamin
Lakitan van het Indonesische ministerie voor Ontwikkeling. "We
moeten de boeren motiveren om de productiviteit op te voeren.
"Het probleem is dat de welvaart van boeren in de ontwikkelingslanden
decennialang niet gestegen is. Financiële stimuli voor boeren vormen
de sleutel tot de oplossing."
Verliezen beperken
Volgens dr. Warwick Easdown van het World Vegetable Centre in Taiwan
gaat te veel aandacht naar productie en te weinig naar het beperken
van verliezen. "In het domein waar ik werk, groenten, zijn er zeer
hoge verliezen bij bederfbare gewassen, meestal tot 50 procent, en zelfs
in ontwikkelde landen kennen we na de oogst verliezen van 15 procent.
Maar dat heeft tot nog toe weinig aandacht gekregen.
"Easdown vreest ook dat te weinig aandacht naar de kwaliteit van
de dagelijkse maaltijd zal gaan. "Je kan gewoon niet overleven
op rijst alleen. We weten dat in veel landen tot 70 procent van alle
energie uit één hoofdbestanddeel komt en dat leidt tot
ongezonde voedingsgewoontes."Er kan ook wat druk van het voedselsysteem
gehaald worden door de overconsumptie in de rijke landen tegen te gaan,
zegt Easdown. "Nu hebben we meer mensen met overgewicht en zwaarlijvigheid
dan er mensen honger lijden, en toch willen we meer voedsel produceren."
Paul Virgo
_____________________________________________________________________________________
Vlees eten desastreus voor het klimaat
Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies
met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik
van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie
van vlees aan banden te leggen.
Dat stelt
het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het in oktober gepubliceerde
rapport Growing within Limits.
Volgens
het planbureau zijn er voor de dreigende milieuproblemen voldoende betaalbare
oplossingen voorhanden, maar moet de overheid op de schop om de voorwaarden
voor een duurzame economie te creëren. Zo moeten politici onder
meer leren om verder vooruit te plannen en moet er maatschappijbreed
worden gekozen voor een groene economie. Wanneer de overheid haar beleid
niet omgooit, worden de dramatische gevolgen voor het milieu halverwege
de eeuw merkbaar, zoals de Club van Rome al voorspelde in 1972.
Hoofdtaken
zijn volgens de onderzoekers het afremmen van de temperatuurstijging
en het stoppen van het verlies van biodiversiteit (de verscheidenheid
aan genen, soorten en ecosystemen). Als er niet wordt ingegrepen is
de gemiddelde temperatuur tegen het jaar 2100 met zo'n 4 graden Celsius
gestegen. Ook zal de biodiversiteit in 2050 met ongeveer 40 procent
zijn afgenomen.
Om het
klimaat te beschermen moeten rijke landen hun broeikasemissies met 80
tot 90 procent terugbrengen. Wereldwijd moeten de emissies tot de helft
van het huidige niveau worden teruggebracht.
Om het
verlies van biodiversiteit te bestrijden moet de landbouwproductiviteit
omhoog, zodat er minder landbouwgrond nodig is. Naast een efficiënter
gebruik van grond betekent dat onder meer dat de consumptie van vlees
omlaag moet.
Het totale
kostenplaatje voor de beoogde hervormingen bedraagt jaarlijks 1 tot
2 biljoen euro. Dat is ongeveer 2 procent van het globale bruto nationaal
product, aldus de onderzoekers.
(Nieuwsbrief
Ned. Vegetariërs Bond 4 november 2009)
Bron: ANP
_____________________________________________________________________________________
Mexico zet licht op groen voor transgene maïs
MEXICO, 18 oktober 2009 (IPS) - De Mexicaanse overheid heeft het
licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs.
Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt
onder meer Greenpeace.
In 1999 was een moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de
Mexicaanse regering het opgeheven.
De Amerikaanse multinational Monsanto, die zo goed als een wereldmonopolie
heeft op de productie van zaden, kreeg toestemming voor twee proefvelden
van transgene witte maïs, in de oostelijke deelstaat Tamaulipas
en de noordelijke deelstaat Chihuahua.
Daardoor "staat men de contaminatie toe van een van de belangrijkste
herkomstgebieden op de planeet", zegt Aleira Lara van Greenpeace.
Volgens Adelita San Vicente, directeur van de ngo Semillas de Vida ("Zaden
van leven") zal de beslissing "nadelig zijn voor de kleine
maïsproducenten".
Via een oproep die vrijdag in de nationale kranten verscheen, vragen
ngo's, intellectuelen en wetenschappers een moratorium op transgene
maïs in te stellen.
In een studie die op vraag van het Mexicaanse ministerie van Leefmilieu
uitgevoerd is, bevelen experts zo'n moratorium aan zolang men de herkomstgebieden
en genetische diversiteit niet precies gedefinieerd heeft.
In 1999 was zo'n moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de
Mexicaanse regering het opgeheven.
Besmet
In 2001 al stelden de Mexicaanse bioloog Ignacio Chapela en zijn Amerikaanse
David Quist vast dat inheemse maïs in de zuidelijke deelstaat Oaxaca
met twee transgene variëteiten besmet was. Hun studie verscheen
in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Maïs is een basisbestanddeel in maaltijden van inheemse volken
in Mexico en Centraal-Amerika. Mexico telt acht miljoen hectare maïs,
goed voor een productie van 21 miljoen ton. Die wordt gerealiseerd door
meer dan twee miljoen kleine producenten.
Van transgene maïs is de genetische code in het laboratorium gewijzigd
zodat de gewassen bijvoorbeeld minder kwetsbaar zijn voor ziekten. Grote
landbouwproducenten in het noorden vragen de regering al geruime tijd
om transgene maïs te mogen telen om zo betere en grotere oogsten
te hebben. De huidige productie is te laag om aan de interne vraag naar
maïs te voldoen en daarom voert het land jaarlijks 10 miljoen ton
uit de VS in.
Zware druk
De ngo's beschuldigen de regering van Felipe Calderón ervan de
wet op de bioveiligheid te overteden, die sinds 2005 de herkomstgebieden
moet beschermen. Volgens Lara en San Vicente oefent de biotechnologische
industrie zware druk uit om toestemming te krijgen voor zijn transgene
gewassen. Voor transgene maïs kreeg de Mexicaanse overheid al 35
aanvragen.
Boeren- en milieuorganisaties hebben zich verenigd in de campagne 'Sin
maíz no hay país' ("zonder maïs bestaat het
land niet"). De alliantie kondigt acties aan tegen de experimenten.
Auteur: Emilio Godoy.
_____________________________________________________________________________________
Afrika produceert meer voedsel
BRUSSEL, 13 oktober 2009 (IPS)
Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika
ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is
er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Daarmee is de voedselproductie sneller gestegen dan de bevolking, die
met 2 procent groeide. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van
de VN (FAO) is de stijging te danken aan nieuwe technologie, maar ook
aan een beter landbouwbeleid in verschillende landen en aan de hogere
voedselprijzen, die de landbouwproductie stimuleren.
"Beter landbouwkundig onderzoek heeft gewassen opgeleverd die goed
afgestemd zijn op specifieke Afrikaanse regio's" zegt Hilary Clarke
van de FAO. "Zo heeft de 'New Rice for Afrika (NERICA), droogteresistente
rijst met een hoge opbrengst, tot betere oogsten geleid in West-Afrika
en Oeganda."
Daarnaast is ook het waterbeheer verbeterd. Door water op te slaan voor
drogere periodes en een betere irrigatie zijn boeren minder kwetsbaar
geworden voor onregelmatige neerslag.
Het rapport benadrukt dat Afrika nog steeds tegen enorme uitdagingen
aankijkt. Er is "doortastende actie" nodig om nog meer te
investeren in technologie en er voor te zorgen dat die bij de boeren
terechtkomt. Afrika moet ook beter gebruik maken van het beschikbare
land en water als het de groei wil volhouden.
Tot slot waarschuwen de auteurs ook voor de gevolgen van de klimaatverandering
voor het continent. Afrika moet snel maatregelen nemen om zich voor
te bereiden op die gevolgen, zeggen ze, omdat ze in sommige landen tot
de helft van de oogst verloren kunnen doen gaan.
Auteur: Joren Gettemans.
_____________________________________________________________________________________
Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van
multinationale producenten van biobrandstof
Bron PALA/ 13 okt. 2009
Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven
op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar
ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse
handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt
van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages
aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron
van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit
zijn er meestal de dupe van.
Binnen de afdeling Economische en Sociale Ontwikkeling van de VN-Voedsel-
en Landbouworganisatie (FAO) is momenteel een heftige discussie aan
de gang over de gevolgen van deze nieuwe 'landroof' voor de voedselvoorziening
en de klimaatverandering in Afrika. Aan de ene kant staan kritische
milieu- en boerengroepen die spreken van een nieuwe en ongecontroleerde
kolonisatie van Afrika, aan de andere kant heeft de Afrikaanse landbouwsector
dringend nood aan extra investeringen indien het continent de Millenniumdoelstellingen
op het vlak van voedselveiligheid wil halen tegen 2015. Volgens recente
cijfers van de FAO zou er elk jaar voor 30 miljard dollar moeten worden
geïnvesteerd in de Afrikaanse landbouwsector. Achter de schermen
van belangrijke spelers als de Europese Unie, de OESO en de VS zijn
machtige lobbygroepen actief om gedaan te krijgen dat multinationale
bedrijven volop kunnen investeren in de productie van plantaardige brandstoffen.
In Europa ontbreken de ruimte of de klimatologische omstandigheden voor
de aanleg van grootschalige plantages. Afrika komt dan in zicht. Sinds
de EU de doelstelling heeft vooropgesteld om tegen 2020 ten minste 20
procent van de fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare
energiebronnen, is de zoektocht naar lucratieve alternatieven big business
geworden. Al zijn de laatste tijd al wat kleine spelers op de markt
over de kop gegaan door de economische crisis. De grote bedrijven verdelen
de markt onder elkaar, aangemoedigd door de financiële incentives
van de EU. In Zweden heeft de regering recent beslist om de transportsector
tegen 2030 volledig vrij te maken van fossiele brandstoffen. Als gevolg
daarvan zijn Zweedse bedrijven in een hevige concurrentie gewikkeld
om alternatieve brandstoffen te ontwikkelen, ook via plantages in Afrika.
Twee Zweedse producenten van 'tweede generatie' (o.a. houtpulp) biobrandstoffen,
SweTree Technologies en SEKAB, zitten in de raad van bestuur van de
European Biofuels Technology Platform (EBTP), een industriële lobbygroep
die goede contacten heeft bij de Europese Commissie. Directeur Björn
Hägglund van SweTree (ex-CEO van papierfabrikant STORA) is tevens
voorzitter van de Zweedse afdeling van WWF, het Wereldnatuurfonds, een
van de twee NGO's die openlijk betrokken zijn bij het EBTP.
Plantages van biobrandstoffen vormen niet alleen een bedreiging voor
de biodiversiteit, maar doen ook de lokale voedselprijzen stijgen. Uit
cijfers van IFAD (International Fund for Agricultural Development) blijkt
dat sinds 2004 in Mali, Ghana, Sudan, Ethiopië en Madagaskar 2,5
miljoen hectare grond in handen in gekomen van internationale bedrijven.
De overgrote meerderheid van die gronden was in gebruik door lokale
boeren, de rest was meestal bos. Boeren werden gedwongen om te verhuizen
of werk te zoeken buiten de landbouwsector. Bedrijven worden aangetrokken
door het vooruitzicht op snelle winsten in een omgeving die weinig of
geen milieu- of arbeidswetgeving kent. Bovendien kunnen de bedrijven
rekenen op speciale investeringsfondsen van de EU.
In Ethiopië wil de regering minder afhankelijk worden van de import
van (dure) olie en is daarom al te graag bereid in zee te gaan met internationale
producenten van biomassa. Dat dit beleid haaks staat op de wens om ook
de voedselveiligheid te garanderen, blijkt uit de confrontaties tussen
traditionele boerengemeenschappen en bedrijven. Boeren die geen officiële
eigendomsrechten kunnen aantonen, worden van hun gronden verdreven.
Bossen worden in hoog tempo gekapt met alle gevolgen van dien. Indien
Ethiopië zijn (beperkte) consumptie van 29.000 vaten olie per dag
zou willen vervangen door hernieuwbare energiebronnen moet minstens
24 procent van het land in gebruik worden genomen. Dit zal de druk op
kwetsbare gebieden enorm doen toenemen. De EU moet dus goed afwegen
welke belangen ze vooropstelt: de biobrandstoffen of de voedselveiligheid
in Afrika. (JVC)
_____________________________________________________________________________________
Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden
is essentieel
Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties
van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale
dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN
creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een
uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie
van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële
rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede
in landelijke gebieden.
Uit recente rapporten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de
VN (FAO) blijkt dat vrouwen in ontwikkelingslanden en dan vooral in
de rurale gebieden van Zuid-Azië en grote delen van Afrika nog
altijd aankijken tegen een enorme achterstand in ontwikkelingskansen
in vergelijking met mannen en vrouwen in meer verstedelijkte gebieden.
Toch zijn vrouwen er vaak de spil van de voedselproductie en presteren
ze veel onbetaalde en ondergewaardeerde arbeid voor hun gemeenschap.
Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werken er wereldwijd
428 miljoen vrouwen in de landbouwsector tegenover 608 miljoen mannen.
In vele ontwikkelingslanden blijft de landbouw de belangrijkste sector
voor werkgelegenheid van vrouwen: 68 procent in Afrika ten zuiden van
de Sahara en 61 procent in Zuid-Azië. 25 procent van de kinderen
in rurale gebieden maakt de lagere school niet af, tegenover maar 16
procent van de kinderen in stedelijke gebieden. Bovendien hebben jongens
nog altijd een (kleine) voorsprong, wat de ontwikkelingskansen van vrouwen
ook in de toekomst nog hypothekeert. Meisjes moeten al erg jong de verantwoordelijkheid
dragen voor allerlei huishoudelijke taken en de zorg voor jongere kinderen.
De toegang tot basisgezondheidszorg is meestal erg beperkt in landelijke
gebieden. Voor zwangere vrouwen zijn er nauwelijks voorzieningen zodat
ze moeten blijven werken tot vlak voor de bevalling en onmiddellijk
daarna, wat voor een deel de hoge moedersterftecijfers kan verklaren.
Zeventig procent van de armen in ontwikkelingslanden leeft op het platteland.
En slechts twee procent van de landbouwgrond is er eigendom van vrouwen.
Omdat vrouwen zelden de eigendomsrechten bezitten van de grond die ze
bewerken, kunnen ze ook makkelijk de toegang tot die grond verliezen
en zo in een positie van totale afhankelijkheid terechtkomen. Voor vrouwen
is het ook moeilijk om aan voldoende krediet te geraken, zeker als ze
in een positie terechtkomen van alleenstaande moeder zonder noemenswaardige
bezittingen. Een bijkomend probleem is de sterke migratiestroom van
mannen die in de stedelijke gebieden op zoek gaan naar werk buiten de
landbouw. Vrouwen blijven dan meestal alleen achter in de dorpen zonder
voldoende middelen om weg te raken uit de structurele armoede. Vrouwen
en kinderen worden ook zwaarder getroffen door de gevolgen van de wereldwijde
klimaatverandering en zijn kwetsbaarder bij grootschalige natuurrampen.
De VN roept daarom alle lidstaten op om dringend werk te maken van de
toepassing van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination
against Women, de enige mensenrechtenconventie die ook expliciet de
achterstand van rurale vrouwen aan de kaak stelt.
(Jan Van Criekinge)
_____________________________________________________________________________________
Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Joren Gettemans
BRUSSEL, 10 september 2009 (IPS) - De helft van alle vis die wereldwijd
geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen
goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild
gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.
Het volume vis uit aquacultuur verdriedubbelde bijna tussen 1995 en
2007. Dat is voor een deel het gevolg van de stijgende vraag naar omega-3-vetzuren,
die goed zijn tegen hart- en vaatziekten. "Aquacultuur zal in 2009
de helft van de vis en zeedieren voor menselijke consumptie uitmaken",
schrijven de wetenschappers van de Universiteit van Stanford in de Proceedings
of the National Academy of Sciences.
Wilde vis
"De snelle expansie wordt gevoed door de enorme vraag", zegt
hoofdauteur Rosamond Naylor, professor aan de Universiteit van Stanford.
"Onze honger naar omega-3-vetzuren blijft een enorme druk op het
ecosysteem, tenzij we op korte termijn rendabele alternatieven kunnen
ontwikkelen."
Om de dieren snel te doen groeien en de smaak te optimaliseren, gebruiken
de viskwekerijen tonnen visvoer en visolie die afkomstig is van minder
waardevolle soorten die in het wild gevangen worden, zoals sardienen
en ansjovis. "Om één kilo zalm te kweken is er bijvoorbeeld
vijf kilo aan wilde vis nodig", zegt Naylor.
Vegetarische vissen zoals Tilapia kunnen gevoed worden met planten en
zijn in principe dus een pak beter voor het milieu. Maar begin jaren
negentig begonnen viskwekerijen ook aan die vissen visvoer te geven
om hun opbrengst te verhogen.
Milieuproblemen
De enorme honger naar wilde vis is niet het enige milieuprobleem van
viskwekerijen. Uit een rapport van het Amerikaanse Government Accountability
Office in mei 2008 blijkt dat door de kwekerijen grote hoeveelheden
geconcentreerd visvoer, afval, chemicaliën en antibiotica in de
oceanen terechtkomen. Bovendien brengen ontsnapte vissen het lokale
ecosysteem in gevaar en verspreiden ze ziektes en parasieten.
De onderzoekers breken een lans voor alternatieven, zoals gesloten viskwekerijen
op het land, die gebruik maken van een circulair systeem dat gebruikt
water zuivert. Op die manier kan er geen vis ontsnappen, is er geen
vervuiling met afval, antibiotica of chemicaliën en geen kans op
besmetting.
_____________________________________________________________________________________
Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Rudy Pieters
BRUSSEL,
7 september 2009 (IPS) - Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen
we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een
veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.
Naarmate
de temperaturen stijgen, zal het varkensvlees natter en bleker worden.
Het rundvlees zal magerder en donkerder worden, weinig smaak bevatten
en sneller bederven.
De oorzaak is hittestress tijdens het transport naar het slachthuis.
Bij runderen treedt die stress al op vanaf 20 graden Celsius, bij varkens
vanaf 31 graden. "We kunnen er zeker van zijn dat deze schadelijke
temperaturen vaker zullen voorkomen als gevolg van de klimaatwijziging",
zegt Neville Gregory, professor dierkunde aan de Universiteit van Londen.
Gregrory bestudeert al meer dan tien jaar hoe de vleeskwaliteit verandert
onder invloed van de temperatuur waarin de dieren gehouden worden. Over
dit fenomeen, dat tot nog toe weinig onderzocht werd, publiceerde Gregory
deze maand een artikel in het vakblad Food Research International.
Nat, wit vloeipapier
Door hittestress verzuurt het varkensvlees sneller meteen na het slachten.
Daardoor vallen de spierproteïnen uit elkaar en dat is nefast voor
de structuur van het vlees, zegt Gregory. Hij vergelijkt het varkensvlees
dat in die omstandigheden ontstaat, met "nat, wit vloeipapier".
Het vlees van koeien die aan hittestress lijden, heeft een hogere zuurgraad
dan die van varkens. Daardoor houden de proteïnen water vast en
komt er geen zuurstof in het vlees. Vlees zonder zuurstof ziet er donkerder
uit.
Normand St-Pierre van de Amerikaanse Ohio State University nuanceert
Gregory's verhaal. Veekwekers zullen steeds vaker gebruik maken van
koeltechnologie om de gevolgen van de klimaatwijziging tegen te gaan,
zegt hij in het blad New Scientist.
_____________________________________________________________________________________
Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs
en soja
BRUSSEL, 27 augustus 2009 (IPS) - De opwarming van de aarde zal eerst
tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf
29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan.
Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.
De studie onderzocht wat de voorbije vijftig jaar het effect van het
weer was op de Amerikaanse oogsten van maïs, katoen en soja. Ze
kwamen tot de vaststelling dat de oogsten met 0,6 procent daalden voor
elke "graaddag" met een temperatuur boven 29 graden.
Een graaddag, een meeteenheid die de onderzoekers hebben ontwikkeld,
geeft aan hoever het kwik boven 29 graden is gegaan en hoe lang het
boven die drempel is gebleven.
Daling tot 82 procent
Op dit moment telt de VS gemiddeld 57 graaddagen boven 29 graden tijdens
het groeiseizoen. Als er niets verandert aan de uitstoot van broeikasgassen
en de aarde verder opwarmt, dan kan het aantal graaddagen tot 413 groeien
tegen het einde van de eeuw. De maïsoogst zou dan met 82 procent
dalen.
Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 tot 50 procent van
het niveau van 1991 daalt, zullen de verliezen aanzienlijk zijn, 30
tot 46 procent, schatten de onderzoekers.
De impact van de dalende oogsten in de VS zal in de hele wereld te voelen
zijn, zeggen onderzoekers. Het land is goed voor 40 procent van de wereldwijde
maïs- en sojaproductie. "Als de Amerikaanse oogsten sterk
dalen, dan kan dat de voedselprijzen in de hele wereld opdrijven",
zeggen ze.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wolfram Schlenker van de Columbia-universiteit
(New York) en Michael Roberts van de North Carolina-staatsuniversiteit
(Raleigh)
Auteur: Rudy Pieters.
_____________________________________________________________________________________
De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch
model
26 augustus 2009 (MO) - Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap
afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en
goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische
en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële
crisis.
Eind juni kwamen wereldleiders in New York samen op de driedaagse VN-Conferentie
over de Wereldwijde Financiële en Economische Crisis en haar Impact
op Ontwikkeling. Sommige landen zagen die top als een mogelijk alternatief
voor de G20-bijeenkomst begin april in Londen, waar staatshoofden van
de twintig leidende en opkomende economieën zich bogen over de
crisis.
Die G20 was geen flop maar leidde evenmin tot fundamentele veranderingen.
Bovendien werden heel wat taken naar het Internationaal Muntfonds (IMF)
doorgeschoven, dat volgens sommigen door zijn beleid van deregulering
juist mee de crisis veroorzaakte en waar de rijke landen de plak zwaaien.
Veel ontwikkelingslanden waren daar niet gelukkig mee en zien in de
VN -een club van 192 lidstaten- een forum waar ze wel inbreng hebben.
Onder impuls van Miguel d'Escoto, de Nicaraguaanse voorzitter van de
Algemene Vergadering van de VN, groeide het idee om een VN-conferentie
over de crisis te organiseren. Met het oog daarop riep d'Escoto de Stiglitzcommissie
in het leven, een commissie met kritische experts uit alle windstreken
onder leiding van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar economie Joe Stiglitz.
Die commissie produceerde een rapport dat vernieuwende antwoorden gaf,
maar de vraag bleef wat de VN-top daarvan zou overnemen. Niet al te
veel, zo blijkt nu.
Kleine maar belangrijke stap
De radicale ontwikkelingslanden achter d'Escoto wilden dat de top hier
en nu het kapitalisme zou hervormen. De VS wilden zo weinig mogelijk.
De EU en meer gematigde ontwikkelingslanden die in de G20 zetelden,
zorgden voor een compromis: de tekst legt zich toe op de link tussen
de crisis en ontwikkeling.
Wat opvalt, is dat soms een andere toon wordt aangeslagen dan we gewoon
waren geraakt. Zo erkennen nu kennelijk alle landen dat overdreven geloof
in zelfregulerende markten mee tot de crisis heeft geleid. Er wordt
zelfs erkend dat ontwikkelingslanden tijdelijk kapitaalcontroles mogen
invoeren en dat ze -meer algemeen- meer hun eigen beleid moeten kunnen
bepalen.
Opmerkelijk is de oproep voor een effectief toezicht vanwege het IMF
op de grote financiële centra. De Stiglitzcommissie hamerde erop
dat internationaal toezicht vooral moet focussen op systemisch belangrijke
landen wiens beleid mondiale gevolgen heeft, in plaats van op de kleintjes.
De VN nemen dat over maar wijzen dat toezicht wel toe aan het IMF, waar
juist die grote landen het voor het zeggen hebben. 'De VN-top blijft
de leidende rol van het IMF aanvaarden', zegt Raman Mehta van de ngo
Action Aid teleurgesteld. Opvallend is de oproep aan het IMF om niet
langer voorwaarden aan ontwikkelingslanden op te leggen die de crisis
erger maken.
Al bij al zijn er weinig concrete toezeggingen. De oproep van de Stiglitzcommissie
om één procent van de stimulusprogramma's van de rijke
landen in ontwikkelingslanden te besteden viel in dovemansoren.
'Meer zat er niet in op dit moment', aldus de Chinese professor Yu Yongding,
lid van de Stiglitzcommissie. 'Dit is slechts een begin, al weet ik
niet of de volgende president van de Algemene Vergadering, een Libiër,
iets zal ondernemen om dit proces verder te zetten.' Dat was ook de
mening van Stiglitz: een kleine maar niet onbelangrijke stap naar meer
politieke globalisering.
Meer sociale bescherming
De Stiglitzcommissie benadrukte dat een uitrit uit de crisis veronderstelt
dat de economie voortaan meer steunt op reële inkomensgroei van
werkende mensen, in plaats van op krediet aan gezinnen en sommige staten.
Daarbij is sociale bescherming in opkomende landen belangrijk, zodat
pakweg Chinezen en Brazilianen minder moeten sparen en meer kunnen uitgeven.
De VN-top roept om betere sociale bescherming maar de oproep krijgt
geen concrete vorm.
Meer sociale bescherming, minimumlonen, jobcreatie door overheden
figureren prominent in het Globale Jobspact dat eveneens in juni door
de Internationale Arbeidsorganisatie werd goedgekeurd. ACV-voorzitter
Luc Cortebeeck licht toe: 'Toegegeven, wat er van die enorme waslijst
voorstellen uit het pact komt, blijft afwachten. Er is nog geen opvolgingsmechanisme
voor het pact; de IAO moet dat nog uitwerken. Maar toch, het is iets.
We gaan het voorleggen aan de G20 van Pittsburgh in september.'
Het handelsonevenwicht tussen de VS en China lag mee aan de basis van
de crisis en dat kernprobleem van de globalisering bleef onaangeroerd
in de G20. Ook de VN-top fietste er omheen.
Joaquin Almunia, Europees commissaris voor Economische Zaken, toonde
zich op een ontbijtdebat bij het ABVV optimistisch: 'In principe streven
de EU en China hetzelfde na: China wordt een welvaartstaat zoals wij
en het werkt aan de uitbouw van zijn sociale bescherming -pensioenen
en betaalbare gezondheidszorg. Waardoor de Chinezen meer zullen consumeren
wat ze zelf produceren in plaats van het uit te voeren. Probleem is
dat je die spaargewoontes van de Chinezen niet in een handomdraai kan
veranderen.'
De VN-tekst breekt evenmin potten inzake controle op financiële
producten. De Bank voor Internationale Betalingen, de bank der centrale
banken -en dus het walhalla van de centrale bankiers- sprak forsere
taal: hij riep in zijn jaarrapport op om financiële producten te
screenen zoals geneesmiddelen. Sommige financiële producten zouden
daarbij als zeer veilig moeten worden geklasseerd, andere als riskant
en nog andere als illegaal.
Handel en milieu
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde
neoliberale mantra's. Dat blijkt ook uit een nieuw rapport van de Wereldhandelsorganisatie
en het VN-Milieuprogramma over de link tussen handel en milieu. Daarin
staat dat handel door het toegenomen transport negatieve milieugevolgen
heeft, maar door de verspreiding van moderne technologieën ook
positief kan zijn voor het milieu. Het rapport erkent evenwel dat de
negatieve gevolgen doorgaans iets groter zijn dan de positieve.
Verder staat in het rapport, en dat is toch opvallend, dat een land
niet noodzakelijk strijdig is met WTO-regels wanneer het producten belast
afkomstig uit een land zonder klimaatmaatregelen terwijl het zelf die
maatregelen wel treft. Kwestie van de competitie niet te vervalsen,
of te voorkomen dat vervuilende bedrijven delokaliseren.
Dat betekent concreet dat de EU die over een systeem voor handel in
emissierechten beschikt, producten uit China zou kunnen belasten. Zeker,
het land dat zijn uitvoer op die manier belast ziet, kan klacht indienen
bij de WTO, maar of het ook gelijk krijgt, hangt af van hoe correct
de taks wordt geheven.
In de VS keurde het Huis van Afgevaardigden al een klimaatplan goed
dat zo'n grenstax wil heffen, waarop India al kwaad reageerde. De mondialisering
kende tot nu toe zwakke milieuregels. Of daar op deze manier kan worden
aan verholpen, zal moeten blijken.
Auteur: John Vandaele.
_____________________________________________________________________________________
Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade
ADDIS ABEBA, 25 augustus 2009 (IPS) - De Afrikaanse landen willen
tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan
compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek
gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Afrikaanse experts en hoge vertegenwoordigers van lidstaten van de Afrikaanse
Unie (AU) adviseren Afrika om tussen 69 en 200 miljard dollar per jaar
te eisen van de rijke landen, als compensatie voor de klimaatschade.
Afrika krijgt de hardste klappen als gevolg van de klimaatverandering,
maar draagt volgens deskundigen zelf nauwelijks bij aan de uitstoot
van broeikasgassen die de opwarming van de aarde zouden veroorzaken.
De uitstoot komt grotendeels voor rekening van de rijke landen.
Ziekten en oorlogen
Volgens de Afrikaanse Unie heeft een gebrek aan eenheid binnen Afrika
er in het verleden voor gezorgd dat de belangen van het continent niet
goed behartigd zijn. De Afrikaanse landen willen het nu anders aanpakken.
Tijdens de gisteren afgesloten bijeenkomst in Addis Abeba is gesproken
over een gezamenlijk standpunt voor de conferentie in december in Kopenhagen.
De details van het plan zijn nog niet vrijgegeven. Het is dus nog niet
duidelijk hoeveel geld elk ontwikkeld land zou moeten betalen en voor
hoe lang. Ook is nog niet duidelijk hoe het geld over het continent
verdeeld zou moeten worden en wie controleert hoe het besteed wordt.
Meer informatie wordt verwacht nadat het voorstel is goedgekeurd door
de Afrikaanse regeringsleiders. Zij buigen zich op 31 augustus in Tripoli
(Libië) over het plan. Ethiopië is genomineerd om een leidende
rol te spelen bij de onderhandelingen, als hoofd van de recent gevormde
Conference of African Heads of State and Government on Climate Change
(CAHOSCC).
"De Afrikaanse ontwikkelingsdoelen staan op het spel als er niet
snel iets gedaan wordt om de gevolgen van de klimaatverandering aan
te pakken", zei Jean Ping, commissievoorzitter van de AU, tijdens
de conferentie. "De klimaatverandering zal invloed hebben op de
productiviteit, zorgen voor een toename van ziekten en armoede en conflicten
en oorlogen uitlokken."
Eerder dit jaar riep de Ethiopische premier Zenawi rijke landen op om
Afrika te compenseren voor de klimaatverandering, met het argument dat
de vervuiling op het noordelijk halfrond wellicht de oorzaak is geweest
van de dramatische hongersnoden in zijn land in de jaren tachtig.
Auteur: Omer Redi Ahmed.
_____________________________________________________________________________________
Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen
Bolivia
is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos.
Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren
ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse
land steeds meer bomen verdwijnen.
Als de enorme boom ter aarde stort, lijkt het alsof hij door het gekraak
heen ook een laatste zucht slaakt. 'Zonde', denk je als je zo'n prachtig
gevaarte tegen de vlakte ziet gaan. De boom komt uit Bolivia, een land
dat nog een groot areaal aan bos heeft doordat het zo afgelegen ligt.
Omdat Bolivia rijk is aan hout, is de Nederlandse parketfabrikant INPA
naar Bolivia gekomen. Het bedrijf heeft er een stuk bos gekocht met
een oppervlakte van 300 vierkante kilometer en een fabriek gebouwd in
de plaats Concepcion. Dat gehucht in het tropische oostelijke deel van
Bolivia ligt niet ver van het eigen bos.
Jonge aanwas
De fabrikant gebruikt het bos duurzaam. Het gebied is verdeeld in blokken.
In elk van die blokken wordt maar eens in de 25 jaar gekapt. En dan
gaan lang niet alle bomen tegen de vlakte: alleen de grote exemplaren.
Daardoor komt er plaats vrij voor jonge aanwas. Die wordt niet geplant,
maar groeit uit het zaad dat de andere bomen vanzelf laten vallen. Op
deze manier blijft het bos zichzelf steeds genereren.
Een prachtig systeem dus eigenlijk, maar een systeem waarvoor je wel
enorm veel bosland nodig hebt. Het Nederlandse bedrijf heeft aan z'n
eigen bos niet genoeg, maar haalt nog eens anderhalf keer zo veel extra
hout uit de bossen die worden beheerd door inheemse stammen. Het werkt
daarvoor onder meer samen met de gemeenschap van Santa Monica die bestaat
uit tweehonderd mensen. Die hebben geen eigen apparatuur. Ze kunnen
daarom niet anders dan hun bomen als boom verkopen. INPA komt dan met
zijn eigen zware machines het bos in om de bomen om te zagen en naar
de fabriek te brengen. Ook dat hout wordt overigens duurzaam verbouwd.
Dorpshoofd
Voor de inheemse groepen is het geen ideale situatie. Het dorpshoofd
vertelt dat hij tevreden is over de samenwerking met de Nederlanders
omdat die zich goed aan hun afspraken houden en op tijd betalen. Maar
liever zou hij een eigen houtzagerij in het dorp beginnen. Dan kan het
dorp het hout tegen een betere prijs aan marktpartijen verkopen. Aan
platgooien van het oerwoud voor de veel lucratiever verbouw van soja
denkt hij niet: het dorp leeft traditioneel van het bos en doet daarnaast
alleen aan wat landbouw en veeteelt.
Maar anderen denken wel aan soja. Paul Roosenboom, die met zijn zus
Ella eigenaar is van INPA, werkt al ruim twintig jaar in Zuid-Amerika.
Hij heeft al veel bos zien verdwijnen. Zijn eerste fabriek bouwde hij
in Paraguay, maar daar is inmiddels zoveel bos weg dat het steeds moeilijker
wordt om grondstoffen te krijgen. Daarom kocht zijn bedrijf tien jaar
geleden het bos in Bolivia. Inmiddels staat er ook een fabriek.
Bulldozer
Roosenboom heeft er een hard hoofd in of het bos in Bolivia wel zal
blijven bestaan. Overal om zijn bedrijf heen ziet hij niet alleen bomen
verdwijnen door illegale kap, hij ziet ook steeds meer sojaboeren komen.
,,Die zijn helemaal niet geïnteresseerd in hout. Het liefst duwen
ze met een bulldozer de bomen om, want dan gaan de wortels meteen mee.
Dan steken ze wat er nog over is in brand", vertelt Roosenboom.
Voor de inheemse gemeenschappen is de komst van de sojaboeren geen goed
nieuws. In Brazilië bleek de komst van de sojaboeren maar kort
welvaart te bieden. Na een tijdje trokken zij weer verder, de grond
uitgeput achterlatend. Daarna vervielen de gemeenschappen weer in hun
oude armoede. En dan ook nog zonder bos.
Garrie van Pinxteren
_____________________________________________________________________________________
Water: mensenrecht of economisch goed?
Thalif Deen
NEW
YORK, 14 augustus 2009 (IPS) - De groeiende commercialisering van water
doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte
wettelijk te erkennen als een mensenrecht.
We hebben
absoluut nood aan een conventie of verdrag omtrent het recht op water,
om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog water ontzegd kan worden omdat
ze niet kunnen betalen", zegt Maude Barlow, topadviseur van de
voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN. "We moeten water
als mensenrecht beschermen", zegt ze.
Dat voorstel voor een conventie kan het beste gedaan worden door de
VN-Mensenrechtencommissie in Geneve, vindt Barlow, maar het zou best
zijn mochten de 192 lidstaten van de Algemene Vergadering ze ratificeren.
Volgens de Verenigde Naties hebben bijna 880 miljoen mensen, het merendeel
in de ontwikkelingslanden, onvoldoende toegang tot zuiver water. Tegen
2030 zou bijna vier miljard mensen in streken leven met ernstige waterproblemen,
met name in Zuid-Azië en China.
Uit een studie van het milieuagentschap van de VN, UNEP, blijkt dat
de globale markt voor watervoorziening en waterzuivering goed is voor
250 miljard dollar wereldwijd, en dat die nog zal groeien met bijna
660 miljard dollar tegen 2020.
Verenigde Staten
Volgens Patricia Jones, waterdeskundige en manager van het Environmental
Justice Programme bij de mensenrechtenorganisatie Unitarian Universalist
Service Committee, onderhandelden de Verenigde Staten tegen de aanstelling
van een speciale VN-rapporteur voor het mensenrecht op water tijdens
een stemming in de Mensenrechtencommissie in maart 2008. Toch werd een
onafhankelijke deskundige aangewezen, die de reikwijdte van het mensenrecht
op water en sanitaire voorzieningen moest vastleggen.
"Die tegenstand van de vorige Amerikaanse regering is nu aan het
veranderen", zegt Jones. Ze verwijst naar de toespraak van president
Barack Obama bij zijn aantreden, waarin hij de bevolking van arme landen
beloofde "met hen samen te werken om hun boerderijen te doen floreren
en schoon water te doen stromen."
Reactie
Volgens Barlow is er een reactie op gang aan het komen tegen de privatisering
van watervoorziening. "We zijn met succes het besef aan het introduceren
dat water een publieke aangelegenheid is, en door de bevolking beheerd
moet worden", zegt ze. "Maar we moeten waakzaam blijven voor
nieuwe vormen van privécontrole: watermarkten en waterhandel,
waterbanken en speculatie dreigen aan de horizon."
Volgens Barlow moet de internationale gemeenschap ook de "supermachten"
goed in de gaten houden, omdat die buiten hun grenzen op zoek gaan naar
watervoorziening, net zoals ze dat voor olie deden. China bijvoorbeeld
is een leiding aan het bouwen die water uit de Tibetaanse Himalaya aanvoert.
IPS(JG, RP)
_____________________________________________________________________________________
Financiële
hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren
NEW YORK, 3 augustus 2009 (IPS) - Haïti kan niet klagen over een
gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs
op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de
voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe
voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.
Donorlanden hebben eerder dit jaar 324 miljoen dollar (228 miljoen euro)
hulp toegezegd voor de komende twee jaar. Door die hulp zal de Haïtiaanse
regering ondanks de crisis in 2010 nog iets meer kunnen uitgeven dan
dit jaar, schat Claude Fignole, de directeur van de hulporganisatie
ActionAid Haiti.
De aandacht voor het armste land van het westelijk halfrond heeft veel
te maken met de benoeming van de voormalige Amerikaanse president Bill
Clinton als speciale VN-gezant voor Haïti. In maart kreeg het land
ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon op bezoek.
Labiele situatie
Experts waarschuwen dat de hulp aan Haïti de komende jaren niet
mag worden teruggeschroefd. De sociale situatie in het land blijft labiel
nadat er in april 2008 rellen waren uitgebroken naar aanleiding van
de stijgende voedselprijzen. De onlusten kostten het leven aan vijf
Haïtianen en dwongen de toenmalige premier Jacques-Edouard Alexis
tot ontslag.
Daarna richtten orkanen ook nog eens schade aan op meer dan 70 procent
van de Haïtiaanse akkers. Ook de wegen hebben zwaar onder het noodweer
geleden en zijn nog altijd niet hersteld.
De Haïtiaanse regering houdt sinds april vorig jaar de voedselprijzen
kunstmatig laag, maar toch kosten levensmiddelen nog altijd meer dan
het gemiddelde van de afgelopen vier jaar. Intussen sturen Haïtiaanse
emigranten minder geld naar huis, een gevolg van de economische crisis.
Die geldstroom is goed voor een vijfde van het Haïtiaanse bruto
binnenlands product.
Volgens de Ad Hoc Adviesgroep over Haïti van de VN is de voedselbevoorrading
van meer dan een derde van de Haïtiaanse bevolking onzeker. In
afgelegen gebieden, waar moeilijk voedselhulp kan worden geleverd, wordt
er echt honger geleden.
De adviesgroep raadt de Haïtiaanse regering en de internationale
gemeenschap aan snel werk te maken van extra banen en meer buitenlandse
investeringen om de sociale situatie te stabiliseren. Buiten de VS zouden
ook andere rijke landen Haïtiaanse producenten bevoorrechte toegang
kunnen bieden voor hun exportgoederen. Haïti zou ook vrijhandelszones
kunnen opzetten om meer buitenlandse bedrijven aan te trekken.
Beter af zonder buitenlandse raad
Maar sommige critici oordelen dat Haïti beter af zou zijn zonder
al die goede raad. "De internationale gemeenschap heeft te veel
aandacht besteed aan Haïti, en bijna altijd op een verkeerde manier",
vindt Charles Arthur, de directeur van de Britse Steungroep voor Haïti.
Volgens Arthur steunt de internationale gemeenschap al jaren "de
meest reactionaire vleugel van de private sector", in plaats van
de meerderheid van arme landbouwers. Om aan de weet te komen wat Haïti
echt kan helpen, moeten donorlanden volgens hem meer luisteren naar
Haïtiaanse burgerorganisaties.
In plaats van vrijhandelszones moet er meer steun komen voor de lokale
boeren om meer voedsel te produceren voor de eigen markt. Dat zegt de
Papda, een Haïtiaanse basisorganisatie die opkomt voor een landhervorming.
Categoriën: Ontwikkeling - Economie - Deadline 2015 - Cariben -
Haïti
Auteur: Sonali Salgado.
_____________________________________________________________________________________
Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid
in gedrang
31 juli 2009 (MO) - Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma,
Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een
tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande
gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Door de financiële crisis zijn de voedselprijzen het afgelopen
jaar in meer dan tachtig procent van de ontwikkelingslanden gestegen.
Hierdoor lijden steeds meer mensen honger. De slagkracht van het Wereldvoedselprogramma
(WFP), dat deze hongerigen probeert te bereiken, wordt nu bedreigd door
een tekort aan budget. Volgens Sheeran is de situatie alarmerend.
Wereldvoedselprogramma
Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (VN) heeft als doel
het aantal hongerigen en ondervoede mensen af te bouwen. Meer dan één
miljard mensen lijdt honger. Voor 2009 probeert de organisatie 108 miljoen
mensen, verspreid over 74 landen, van voedsel te voorzien. Het kostenplaatje
van deze missie bedraagt 6,7 miljard dollar, maar nu al blijkt dat dit
onhaalbaar is. Het budget van het WFP bestaat immers volledig uit vrijwillige
bijdragen van onder andere overheden, bedrijven en private donoren.
Josette Sheeran, hoofd van het WFP, vertelde woensdag in het Witte Huis
dat ze vreest voor een enorm financieel tekort. Naar schatting zal het
WFP tegen het einde van dit jaar slechts 3,7 miljard dollar verzameld
hebben.
Wat nu?
Met een deficit van bijna de helft van zijn budget, kan het WFP een
groot deel van haar doelgroep niet bereiken. In Bangladesh bijvoorbeeld
wil het WFP dit jaar vijf miljoen hongerigen helpen. Waarschijnlijk
zullen maar 1,4 miljoen hiervan kunnen worden geholpen.
Hoewel sommige hulpprogramma's onvermijdelijk geschrapt zullen worden
indien het WFP blijvend wordt geconfronteerd met te weinig inkomsten,
verzekert het WFP dat het zijn uiterste best doet om zich voornamelijk
toe te leggen op de meest kwetsbare groepen, namelijk kinderen en zwangere
vrouwen. Verder zullen die laatsten minder voedsel krijgen dan in vorige
jaren: het dagelijks aantal calorieën wordt teruggeschroefd van
2100 naar ongeveer 1600 per persoon.
Nood aan een langetermijnoplossing
Sheeran pleit voor langetermijnoplossingen met betrekking tot de voedselveiligheid.
Ze zegt dat de twintig miljard dollar die de G8 recentelijk vrijmaakte
om de wereldwijde voedselveiligheid te verbeteren, een eerste stap in
de goede richting is. Ze vraagt ook expliciet aan de G20, die binnenkort
in Pittsburgh samenkomt, om hier rekening mee te houden.
Auteur:
Muriel Denayer.
_____________________________________________________________________________________
Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel
KAAPSTAD,
22 juli 2009 (IPS) - Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van
fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een
eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel
voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers
proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te
drijven.
Fairtradekeurmerken als het Belgische en Nederlandse Max Havelaar garanderen
consumenten dat producten als koffie, bananen en bloemen onder sociaal
aanvaardbare omstandigheden zijn geproduceerd en tegen een eerlijke
prijs zijn aangekocht. Keurmerkorganisaties proberen de eerlijke handel
ook te stimuleren. Traditioneel komen de producten van eerlijke handel
uit het Zuiden, terwijl de verdelers en consumenten zich in het Noorden
bevinden. FLO, een netwerk van keurmerkorganisaties voor eerlijke handel,
telde tot voor kort alleen leden in Europa, Noord-Amerika en Japan.
Noord-Zuidopdeling
doorbreken
Maar samen met producentennetwerken uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië
breekt Fairtrade Label South Africa (FLSA) FLO nu open. De regionale
netwerken werden al in 2007 toegelaten als volwaardige leden van FLO.
De Zuid-Afrikaanse organisatie, die in 2008 werd opgezet, werd in april
dit jaar officieel binnengehaald als de eerste certificatieorganisatie
uit een ontwikkelingsland.
Voorlopig zal FLSA alleen het gebruik van het internationale keurmerk
Fairtrade in Zuid-Afrika bevorderen en de verkoop van producten met
dat keurmerk stimuleren. De licentievergoedingen blijven in Zuid-Afrika
en zullen daar gebruikt worden om de eerlijke handel te bevorderen.
De toekenning van het keurmerk blijft in handen van het secretariaat
van FLO in Bonn.
Niet alle leden van FLO waren aanvankelijk even enthousiast over de
toetreding van een Zuid-Afrikaanse keurmerkorganisatie, zegt Boudewijn
Goossens, de directeur van FLSA. Goosens komt uit Nederland maar leeft
al ruim tien jaar in Zuid-Afrika. "Eerlijke handel is een Europees
concept, en FLSA wil dat veranderen. FLO geeft aan dat het naar een
mondiale benadering wil evolueren, en we zien zeker vooruitgang daarin."
Volgens Goossens is de relatie met FLO de voorbije zes maanden sterk
verbeterd en wordt zijn organisatie nu als een ernstige partner behandeld.
De hele
productieketen
"FLO ziet ook Brazilië, Mexico, China en India als belangrijke
potentiële afzetmarkten voor producten uit eerlijke handel, maar
Zuid-Afrika is het eerste land uit het Zuiden dat een marketingorganisatie
binnen FLO heeft. We zijn voortrekkers op het vlak van eerlijke handel.
We zijn ook het eerste land waar eerlijke toeristische producten en
diensten worden verkocht." Op het Afrikaanse continent bestaan
er buiten Zuid-Afrika ook nog in enkele andere Afrikaanse landen winkels
voor eerlijke handel, maar volgens Goossens zit er weinig lijn in die
initiatieven.
Goossens droomt ervan een rol te kunnen spelen in de hele productieketen
van eerlijke handel in Afrika, van productie tot verwerking, de toekenning
van het keurmerk en marketing. "Afrika zal er meer aan hebben als
we afgewerkte producten kunnen verhandelen in plaats van grondstoffen."
Zuid-Afrika is een van de ruim zestig ontwikkelingslanden die landbouwproducten
leveren die een Fairtradekeurmerk dragen. Een zestigtal Zuid-Afrikaanse
boerderijen en coöperatieven produceren onder meer eerlijke wijn,
rooibosthee en verscheidene soorten fruit en fruitconcentraten. Sinds
eind 2008 mochten ook de eerste Zuid-Afrikaanse bedrijven het Fairtradelabel
op hun producten aanbrengen. Ze verkopen wijn, koffie en rooibos.
Volgens Goossens is het begrip eerlijke handel nog niet erg bekend in
Zuid-Afrika. Daar zet FLSA dit jaar zijn schouders onder. Een belangrijke
doelgroep vormen Zuid-Afrikaanse politici. Tegelijk probeert de organisatie
meer licentiehouders te winnen - de bedrijven die producten met het
Fairtradelabel verkopen. In een tweede fase zal FLSA die licentiehouders
dan bijstaan om de Zuid-Afrikaanse markt beter te bereiken en het grote
publiek warm te maken voor de producten.
Auteur:
Sybrandus Adema.
_____________________________________________________________________________________
Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten
KAAPSTAD, 19 juli 2009 (IPS) - Organische landbouw kan een antwoord
zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode.
Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming
echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
"Plotseling stoppen met het gebruik van chemicaliën is voor
de grond net zo traumatisch als een cold turkey-afkickmethode voor een
drugsverslaafde", zegt Cornelius Oosthuizen, hoofd van het Zuid-Afrikaanse
Biofarm Institute.
"Als je duizend hectare land hebt, kun je niet op al dat land organische
monocultuur beginnen. Eerst moet je biologisch gaan boeren." Bij
biologische landbouw worden alleen onschadelijke chemicaliën gebruikt,
organische landbouw staat helemaal geen gebruik van chemicaliën
toe.
Het kost enige tijd om de micro- en macromineralen in balans te brengen
en het ecologische systeem moet zich herstellen (er moet bijvoorbeeld
voldoende activiteit van insecten en wormen in de bodem zijn).
Een goede overgang naar organische landbouw is belangrijk als Zuid-Afrikaanse
boeren willen profiteren van de groeiende vraag naar organische producten.
In de internationale markt voor organische producten gaat jaarlijks
vijftig miljard dollar om. Daarnaast zou deze vorm van landbouw de Afrikaanse
problemen met voedselzekerheid kunnen verminderen. Afrika laat echter
veel potentieel onbenut.
Hogere opbrengst
In juni waarschuwde ontwikkelingsorganisatie Oxfam dat Afrika bezuiden
de Sahara voor jaarlijks twee miljard dollar aan maïsoogsten kan
verliezen als gevolg van de klimaatverandering. De regio is gevoelig
natuurrampen en droogte. De Afrikaanse waterbronnen moeten daarom zo
efficiënt mogelijk gebruikt worden.
Volgens Raymond Auerbach, een bekende voorstander van organische landbouw
in Afrika, blijkt uit onderzoek van verschillende organisaties dat organische
landbouw de opbrengsten in ontwikkelingslanden kan verdubbelen of verdriedubbelen.
Het zou flinke energiebesparingen opleveren en organische landbouw kan
water tot 40 procent efficiënter gebruiken. Organische producten
bevatten daarnaast meer belangrijke voedingsstoffen.
Auerbach is directeur van de Rainman Landcare Foundation in Zuid-Afrika.
Zijn organisatie begeleidt boeren op een ecologische verantwoorde manier
te produceren met optimaal watergebruik. De stichting helpt boeren ook
zich te organiseren en markten te ontwikkelen.
Uit een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008, blijkt dat
bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde
door gebruik van organische productiemethoden. Onwetendheid en weerstand
tegen organische landbouw en de financiële dominantie van zaad-
en kunstmestbedrijven met sterke politieke banden, zijn enkele van de
redenen waarom organische markten niet ten volle ontwikkeld zijn.
Volgens Auerbach lopen Zuid-Afrikaanse organische bedrijven tegen veel
hindernissen aan. "Ten eerste wordt er ter plaatse weinig onderzoek
gedaan om de boeren te ondersteunen. Ten tweede verleent de overheid
vaak alleen steun als boeren kunstmest en gif gebruiken. En ten derde,
het is een ingewikkelde en kostbare zaak om gecertificeerd te worden
als 'organisch'."
Onwetenschappelijk
"De weerstand tegen organische landbouw wordt gevoed door bedrijven
die kunstmest en gif leveren", zegt Auerbach. "Daarnaast wordt
studenten aan de landbouwopleidingen geleerd dat kunstmest, gebruik
van gif en genetisch veranderde zaden wetenschappelijke methodes zijn
die voor vooruitgang staan, en dat 'ouderwetse' methodes onwetenschappelijk
zijn."
De potentiële inkomsten van organische landbouw zijn hoog, stelt
hij. Organische boeren in Oeganda halen met de export van hun producten
een jaarlijkse omzet van 22 miljoen dollar. Ze leveren daarnaast op
de lokale markt. Auerbach beweert dat de organische beweging voor voedselzekerheid
kan zorgen. "De agribusiness is in de eerste plaats geïnteresseerd
in winst maken, minder in voedselzekerheid. Sommige ontwikkelingsorganisaties
klagen dat het meeste geld dat ze investeren in ontwikkeling, terugvloeit
naar de VS. Dat gebeurt in de vorm van betalingen aan Amerikaanse bedrijven
die experts, technologie en producten leveren."
Oosthuizen denkt dat het boerenbedrijf in Afrika terugmoet naar kleinschaligheid.
"Elk dorp zou zijn eigen boerderijen, molens en bakkerijen moeten
hebben. En zodra de plaatselijke bevolking genoeg heeft, kan gekeken
worden naar andere markten." De overheid zou dat proces in goed
banen moeten leiden, zegt hij.
In Zuid-Afrika wordt op veel plaatsen in de stad en op het platteland
de honger op afstand gehouden met groentetuinen, veelal opgezet door
vrouwen. Die tuinen leveren niet alleen eten voor hun eigen gezin, maar
ook voor andere plaatselijke bewoners. Op het platteland heeft organische
landbouw grote voordelen, zegt Auerbach. "Boeren hoeven niet ver
te reizen om dure benodigdheden aan te schaffen. Bovendien eten hun
eigen kinderen van het voedsel. Tijdens de productie en consumptie wordt
niemand blootgesteld aan schadelijke stoffen."
Auteur: Stephanie Nieuwoudt.
_____________________________________________________________________________________
Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?
Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern
van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland
in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een
voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20
miljoen euro beschikbaar.
Nederland
is op dit moment, na de VS, 2e exporteur van agrarische producten in
de wereld, met een omvang van 60 miljard euro. Het concurrentievermogen
en de innovatiekracht van de Nederlandse voedingssector moet optimaal
bijdragen aan het duurzamer worden van het internationale voedselsysteem.
Dat voedselsysteem staat ondermeer onder druk vanwege de mondiaal forse
toename van de consumptie van vlees, vis en zuivel, wat een groot beslag
legt op het mondiale ecosysteem.
Stakeholders
Bij de verduurzaming van de voedselketen is een belangrijke rol weggelegd
voor de voedselproducerende en -verwerkende sector en de supermarkten,
de zogeheten stakeholders. Minister Verburg is bezig een platform verduurzaming
voedsel op te richten, om het aanbod van marktgerichte duurzamere producten
te vergroten. Dit platform moet komen met concrete plannen waarmee ondermeer
duurzame groenten, fruit, vlees en vis hun weg naar de consument vinden.
Een voorbeeld van deze aanpak is het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming
Dierlijke Producten dat vorige maand is ondertekend en dat moet leiden
tot vlees in de schappen tussen het reguliere en biologische segment
in.
Consumenten
Volgens het persbericht van het ministerie zijn het uiteindelijk de
consumenten die de verduurzaming van het voedsel tot stand kunnen brengen:
zij moeten het duurzamere voedsel immers kopen. Om een duurzamer keuze
te kunnen maken moet de consument keuze hebben, zich bewust zijn van
de gevolgen van zijn keuze en over voldoende informatie beschikken om
een afgewogen keuze te kunnen maken. Op het gebied van de informatievoorziening
zien dankzij een overdaad aan logo's de meeste consumenten door de bomen
het bos niet meer. Verburg wil de consument een handje te helpen door
samen met EZ de Consuwijzer uit te breiden met meer duurzaamheidskeurmerken.
Niet
echt ambitieus
Of de ambitie van de nota kan worden waargemaakt is maar de vraag. Een
bedrag van twintig miljoen, verdeeld over zes jaar is niet echt ruim
begroot. En of de consument nou werkelijk zit te wachten op half biologisch
vlees? Daarnaast ontwijkt de regering haar werkelijke verantwoordelijkheid
door naast het bio assortiment de zeer ruime keuze aan niet duurzaam
aanbod volledig ongemoeid te laten. En juist in de beperking daarop
valt de grootste winst te behalen. Niet echt ambitieus, kortom, deze
nota.
_____________________________________________________________________________________
"Meer democratie moet failliet economisch systeem
redden" (VN)
Henry Parr en Thalif Deen
NEW
YORK, 26 juni 2009 (IPS) - Tijdens de financiële top die de Verenigde
Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek
naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde
fiscale en handelsbeleid bepalen.
"Op
dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat
de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire
milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene
vergadering van de Verenigde Naties (VN).
"Het is inhumaan en onverantwoordelijk om een Ark van Noach te
bouwen waarmee alleen het bestaande economische systeem gered wordt,
en de grote meerderheid van de bevolking te laten lijden onder een systeem
dat is opgelegd door een onverantwoordelijke, maar machtige minderheid."
Westen afwezig
Het besluit om een VN-top te houden over de economische crisis, werd
met consensus genomen door alle 192 lidstaten. Dat besluit viel tijdens
een internationale conferentie over financiering en ontwikkeling, die
in november werd gehouden in Doha (Qatar).
Volgens sommige waarnemers is de top belangrijk voor de toekomst van
de VN, vooral als het gaat om de rol die het orgaan kan spelen bij het
uitwerken van een nieuw, meer democratisch systeem voor wereldwijde
financiering en economisch beleid.
Zowel de voorzitter van de Wereldbank, Robert Zoellick, als de baas
van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Dominique Strauss-Kahn,
kwamen echter niet opdagen bij de top. Ook is vrijwel geen enkele westerse
politieke leider aanwezig. De rijke landen vinden dat oplossingen voor
de economische crisis in de eerste plaats van het IMF en de Wereldbank
moeten komen.
In totaal stuurden 142 landen delegaties. De meeste deelnemers aan de
top komen uit ontwikkelingslanden. Zij buigen zich vandaag over een
verklaring die onder meer spreekt over het "versterken van de rol
van de Verenigde Naties bij het formuleren van een antwoord op de crisis,
het bevorderen van groen en duurzaam herstel en hervorming van instituten
zoals het IMF en de Wereldbank, gebaseerd op een eerlijke en representatieve
vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden."
Ontwikkelingshulp
De secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, gaf tijdens de top aan
dat hij zich zorgen maakt over de ontwikkelingshulp, en met name de
hulp aan de 49 minst ontwikkelde landen in de wereld.
Westerse landen staken in de afgelopen maanden 18 biljoen dollar in
wankelende financiële instituten. Ontwikkelingslanden moesten het
in de afgelopen vijftig jaar met ruim 2 biljoen aan hulp doen. Geldgebrek
is dus geen excuus meer om op de hulp aan ontwikkelingslanden te bezuinigen,
zei Ban.
De Millenniumcampagne van de Verenigde Naties, die gericht is op het
uitroeien van extreme armoede en honger wereldwijd, wijst op het grote
verschil tussen het bedrag dat in de afgelopen 49 jaar na veel moeizame
onderhandelingen en topbijeenkomsten naar de armsten in de wereld ging,
en de gigantische bedragen die van de ene op de andere dag gevonden
werden om de veroorzakers van de financiële crisis uit de brand
te helpen. "Niemand kan nog volhouden dat er geen geld is om de
50.000 mensen die dagelijks door extreme armoede doodgaan, te helpen",
zei Salil Shetty, directeur van de Millenniumcampagne.
De hulp aan Afrika was in de afgelopen jaren tenminste 20 miljard dollar
per jaar lager dan beloofd door de leiders van de industrielanden tijdens
een topontmoeting in Gleneagles (Schotland) in 2005, zei Ban Ki-moon.
"Als de wereld meer dan 18 biljoen kan mobiliseren om de financiële
sector overeind te houden, dan kan er ook 18 miljard gevonden worden
om de belofte aan Afrika te houden."
Draagvlak
De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft uitgerekend dat de economische
crisis ertoe geleid heeft dat 100 miljoen mensen meer honger lijden.
In totaal lijden dit jaar een miljard mensen honger.
Op de vraag waarom de rijke landen wel geld in hun banken steken, maar
de arme landen negeren, zei Shetty van de Millenniumcampagne: "De
leiders van de rijke landen verwachten geen politieke consequenties
op korte termijn als ze niets doen om de arme landen te helpen."
De enige oplossing op lange termijn is volgens hem om draagvlak voor
dit soort kwesties te creëren bij het publiek in rijke landen.
"De beleidsmakers in rijke landen zien in de hulp aan arme landen
niet hetzelfde wederzijdse belang dat ze zien in maatregelen tegen klimaatverandering,
de wereldwijde griepepidemie, de zogenoemde oorlog tegen terreur en
in iets mindere mate de handel, terreinen waarop de noodzaak van multilaterale
actie pijnlijk duidelijk is geworden", zegt hij.
De rijke landen realiseren zich de mogelijke consequenties als het gaat
om Oost-Europa, landen die vlakbij liggen, zegt Shetty. "Maar ze
vergeten dat er minder dan twintig kilometer zee zit tussen Europa en
Afrika."
IPS(JS, RP)
_______________________________________________________________________________________
MILIEU: Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Julio Godoy
ROME, 23 juni 2009 (IPS) - Als de regeringsleiders niet snel tot een
akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft
van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven.
Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale
autoriteit op het vlak van ecosystemen, in een gesprek met IPS.
"Zestig
procent van de ecosystemen ter wereld takelen af of worden op een niet
duurzame wijze gebruikt", zegt Jonathan Baillie. "Vooral bij
twee diensten die het milieu ons levert, de visbestanden en zoet water,
zijn de grenzen ver overschreden, zelfs met het huidige verbruik."
Baillie, die directeur milieubehoud is bij de Zoological Society in
Londen en deze maand deelnam aan de klimaatconferentie van de organisatie
van internationale parlementsleden Globe, zegt dat een kwart van het
huidige zoetwaterverbruik ter wereld op lange termijn de capaciteit
overschrijdt, vooral door water naar andere plaatsen over te hevelen
en door grondwater overmatig op te pompen. "Tussen 15 en 35 procent
van de waterwinning voor irrigatie overschrijdt de capaciteit van de
voorraden en is dus niet duurzaam."
Overbevolking
en overconsumptie zijn de belangrijkste oorzaken volgens de Britse expert.
"Sinds 1960 is de wereldbevolking meer dan verdubbeld en de wereldeconomie
is verzesvoudigd. Zonder een coherent ontwikkelingsbeleid zullen er
tegen 2050 3 miljard mensen meer zijn op de planeet, en die zullen de
natuur op een nooit eerder geziene manier onder druk zetten."
"Bijna 2,8 miljard mensen kampen nu al met watertekort", zegt
Baillie. "Als er geen adequaat beleid komt, zullen tegen 2030 nog
1,1 miljard mensen extra met dit probleem te maken hebben. Dat wil zeggen
dat de helft van de wereldbevolking op dat moment een zorgwekkend tekort
aan water zal hebben, waaronder tot 80 procent van de inwoners van Brazilië,
China, India en Rusland."
Bolivia
De landbouwexpansie die nodig is om de groeiende wereldbevolking te
voeden, is de belangrijkste oorzaak van de aftakeling en het verlies
van ecosystemen. De evolutie van de Boliviaanse regio Santa Cruz tussen
1975 en 2003 is een mooi voorbeeld, zegt Baillie.
"De vruchtbare laagvlaktes zijn daar zeer geschikt voor de landbouw.
Op satellietfoto's uit 1975 ziet men dat het bosrijke landschap toen
groen, dichtbegroeid en aaneensluitend was en tot de Río Grande
liep.
"In 1986 had men wegen aangelegd die de zone met woongebieden verbond,
waardoor veel mensen konden verhuizen. Een groot project voor landbouwontwikkeling
leidde tot zware ontbossing. Men kapte bomen om velden voor veeteelt
en akkerbouw te creëren. In 2003 toonden de satellietfoto's dat
bijna de hele zone in plantages en weiden was veranderd."
IPS(RP, PD)
_______________________________________________________________________________________
"Oplossing
honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren"
Stephanie Nieuwoudt
KAAPSTAD, 18 juni 2009 (IPS) - Afrikaanse regeringen moeten veel meer
doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent.
Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen
en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen
ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.
Dat is de conclusie van het Agribusiness Forum 2009, een vierdaagse
landbouwconferentie in de buurt van Kaapstad die gisteren (17 juni)
werd afgerond.
Investeringen te laag
Zelfs leken zien meteen dat Afrika te weinig investeert in landbouw.
Twee derde van alle Afrikanen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk
van akkerbouw en veeteelt, en toch gaat in de meeste landen maar tussen
5 en 10 procent van de overheidsuitgaven naar die sector.
De Afrikaanse Unie nam zich in 2003 plechtig voor dat aandeel overal
boven de 10 procent te tillen, maar voorlopig slagen slechts zeven landen
daar systematisch in. Dat betekent dat er bijna overal veel te weinig
wordt geïnvesteerd in landbouwkundig onderzoek, opslagplaatsen,
transportinfrastructuur, marketing en de bevordering van de handel.
De gevolgen blijven niet uit. De Afrikaanse landbouwproductie per inwoner
loopt terug. Tussen 2005 en 2007 lag de productie 15 procent lager dan
tussen 1960 en 1962. Afrika moet ook almaar meer levensmiddelen invoeren.
Zuid-Afrika gaf daar in 2008 24 miljard euro aan uit - 41 procent meer
dan het jaar daarvoor.
Inzetten op arbeidsintensieve landbouw
Eer bestaat een consensus over hoe het probleem kan worden aangepakt,
vindt de Zuid-Afrikaanse minister van Landbouw Tina Joemat-Pettersson.
Afrika moet "net als in Azië inzetten op arbeidsintensieve
productie in kleine tot middelgrote boerderijen". "Dat schept
de banen die nodig zijn om de massale armoede te verminderen, het levert
voedsel op en het zorgt voor de investeringsmiddelen die de basis vormen
voor industrialisering."
Aan investeringen is er momenteel steeds meer gebrek als gevolg van
de internationale crisis, geeft de Zuid-Afrikaanse landbouwminister
toe.
"Potentiële investeerders worden ook tegengehouden door de
vrees dat ze in instabiele landen met ondermaatse financiële structuren
terechtkomen", zegt Namanga Ngongi, de voorzitter van de Alliantie
voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA). "Maar bedrijfsleiders
die de stap zetten, komen vaak tot de vaststelling dat de return in
Afrika veel hoger ligt dan elders."
Wegen en water
Volgens Ngongi zijn de investeringsmogelijkheden onbeperkt. Bijna alle
plattelandsregio's in zwart-Afrika moeten veel betere wegen krijgen
en zijn nog niet aangesloten op het stroomnet. Partnerschappen tussen
overheden en privéondernemingen kunnen bieden extra kansen bieden
om de aanzienlijke investeringsbedragen bijeen te krijgen die nodig
zijn.
Ook waterprojecten worden almaar belangrijke. Enerzijds moet Afrika
zich dringend wapenen tegen de waterschaarste waarmee steeds meer landen
te maken zullen krijgen als gevolg van de klimaatverandering. Anderzijds
moet het beschikbare water beter worden ingezet. "Amper vier procent
van de landbouwgrond in Afrika wordt geïrrigeerd", zegt Ngongi.
"Overal moeten boeren ook kansen krijgen te profiteren van de ontwikkeling
van betere gewasvariëteiten", gaat Ngongi verder. Regeringen
die dat inzien, kunnen massa's boeren veel meer kansen bieden. Volgens
de AGRA hebben nieuwe landbouwsubsidies in Kenia 2,5 miljoen boeren
aan beter zaaigoed en kunstmest geholpen. Tanzania bereikt 700.000 boeren
met nieuwe subsidies.
De uitdaging is de hulp zo te richten dat niet zozeer de zaadproducenten
en leveranciers van bestrijdingsmiddelen en kunstmest ervan profiteren,
maar in de eerste plaats de boeren zelf. Volgens experts kan dat onder
meer door vooral te investeren in milieuvriendelijke technieken als
de geïntegreerde bestrijding van plagen, minimale beploeging, druppelirrigatie
en geïntegreerde verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Die benadering
geeft de boeren meer macht in plaats van hun toeleveranciers.
IPS(PD, JG)
_______________________________________________________________________________________
'Oceanen
in 2050 leeggevist'
Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in
de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die
maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen
dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.
Consumenten moeten minder en alleen duurzame vis eten, regeringen moeten
het probleem harder aanpakken en er moeten meer zeereservaten komen
waar niet mag worden gevist. Die boodschap stuurde The end of the line
op de zogenoemde wereldoceanendag van de Verenigde Naties maandag de
wereld in.
Boten zitten tegenwoordig vol technische snufjes waardoor vissen geen
schijn van kans maken om te ontsnappen. Bovendien zijn er steeds meer
schepen bij gekomen. Sommige soorten als de blauwvin tonijn zijn al
bijna uitgestorven. De Europese Unie stelt wel quota op, maar daar houden
de vissers zich niet aan. ,,Ze worden ook niet gepakt. Er wordt miljoenen
aan verdiend'', aldus internationale deskundigen in de documentaire.
Op plekken waar de zeeën al zijn uitgeput, schuiven vissers op
naar plekken voor bijvoorbeeld de Afrikaanse kust waar mensen afhankelijk
zijn van de visserij. De vissers uit rijke landen verdringen met hun
moderne boten de lokale bevolking die berooid achterblijven.
Ondanks de sombere boodschap, spreekt er hoop uit de film. Het probleem
kan worden aangepakt, vooral als zoveel mogelijk mensen ervan horen.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat ruim
96 procent van de Nederlanders niet op de hoogte is van de bedreigende
situatie. Onbekend is dat 40 procent van de 100 miljard kilo vis jaarlijks
weer dood overboord wordt gegooid, omdat het bijvangst is. Bovendien
denkt vrijwel iedereen dat kweekvis goed is voor de oceanen, terwijl
het omgekeerde waar is.
Volgens Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren hebben veel Nederlandse
politieke partijen weinig benul van het probleem. Bovendien prevaleert
het economische belang van de visserij. Het wordt tijd dat er een bewustwording
op gang komt, zei ze.
Dion Graus van de Partij voor de Vrijheid laat de verantwoordelijkheid
over aan de consument. Diegene die duurzame en diervriendelijk gevangen
vis kan betalen, moet daarvoor kiezen. Hij pleit er wel voor minder
vis te eten.
Bron: ANP
_______________________________________________________________________________________
Hoe
milieuvervuilend is hutspot?
Hoeveel
wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site
van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via
de zogeheten Klimaatweegschaal.
Mensen
gooien teveel voedsel weg, gemiddeld 20 procent, aldus het centrum.
Bovendien weet ruim 63 procent van de Nederlanders niet welk voedsel
schadelijk is voor het milieu, blijkt uit onderzoek van Motivaction.
Het Voedingscentrum
wil met de campagne vooral de weggooimentaliteit aanpakken.
"Zo kan bijvoorbeeld blijken dat iemand te veel water in de pan
doet bij het koken van aardappelen. Of zelfs te veel aardappelen, die
vervolgens in de vuilnisbak belanden", zegt Wouter Rosekrans van
het centrum.
Een pan met hutspot scoort relatief laag als het gaat om klimaatimpact.
Aardappelen zijn echte 'klimaatkanjers' zo blijkt uit de Klimaatweegschaal.
Een pieper kost heel weinig energie in vergelijking met pasta of rijst,
vooral vanwege de verbouwing en opslag.
Het Voedingscentrum
geeft ook milieuvriendelijke boodschappentips. Zo voorkomt het gebruik
van een boodschappenlijstje en het vooraf berekenen van de juiste porties
het weggooien van eten.
_______________________________________________________________________________________
Bio voelt crisis het minst
Bron MO 7-6-2009 De
wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de
crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in
2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Op 6 juni
begint in Vlaanderen de Bioweek. Supermarktketens in België pakken
uit met schitterende cijfers. Delhaize, de marktleider, zegt dat het
de verkoop van bioproducten vorig jaar met 17 procent heeft zien stijgen
- de sterkste groei in jaren. Bij Carrefour zou een kwart van de klanten
bio of fair trade kopen. Ook Colruyt zegt dat de omzet van bioproducten
nog altijd sneller stijgt dan de totale omzet.
Groei
gaat lekker door
Ook Nederlanders
zijn niet zuiniger geworden als het op gezond eten aankomt. Volgens
Biologica, een Nederlandse organisatie die biologisch voedsel promoot,
zijn er in het eerste kwartaal van 2009 nog meer bioproducten verkocht
dan in dezelfde periode in 2008. In heel 2008 steeg volgens de Nederlandse
Bio-Monitor 2008 de omzet van bioproducten in de supermarkten met 12
procent, dubbel zo hard als de totale levensmiddelenomzet. De groei
van de bio-omzet had nog hoger kunnen zijn als de supermarkten na de
forse prijsstijgingen van vorig jaar niet veel biologische producten
uit de rekken hadden gehaald. De prijsstijgingen waren het gevolg van
tekorten bij de leveranciers.
In Duitsland,
de grootste Europese markt voor bioproducten maar een heel prijsgevoelig
land, maakte de crisis vorig jaar ook nauwelijks een deuk in de al jarenlang
aanhoudende groei. Volgens de Bund Ökologische Lebensmittelwirtschaft
(BÖLW) steeg de omzet in 2008 met ongeveer 10 procent tot 5,8 miljard
euro. Ook hier waren er tijdelijke tekorten aan levensmiddelen als wortelen,
aardappelen en spelt die verhinderden dat er nog betere cijfers konden
worden opgetekend.
Frankrijk
deed nog beter. Het Frans Agentschap voor de Ontwikkeling en de Promotie
van de Biologische Landbouw zegt dat de omzet van bioproducten in Frankrijk
in 2008 met 25 procent gestegen is, tot 2,6 miljard euro.
Zelfs in
de VS, waar de crisis nog vroeger en harder toesloeg, was 2008 een nieuwe
topjaar voor bio. De Organic Trade Association (OTA) zegt dat de verkoop
van biologische levensmiddelen en andere bioproducten er vorig jaar
met 17 procent gestegen is, tot een totaal van 22,9 miljard dollar.
Volgens sommige berichten is de groei begin 2009 wel stilgevallen in
de VS.
Ook in
China, de grootste levensmiddelenmarkt ter wereld, groeide de verkoop
van bioproducten sinds het begin van dit decennium met meer dan 10 procent
per jaar. De totale omzet bedroeg er in 2007 volgens de cijfers van
het Amerikaanse ministerie van Landbouw nog wel niet meer dan 350 miljoen
euro - nog geen 50 miljoen meer dan de omzet in België. Maar de
economische crisis, die harder toeslaat in Noord-Amerika en Europa dan
in Azië of Latijns-Amerika, kan een inhaalbeweging van grote ontwikkelingslanden
mogelijk maken.
Terugval
in Groot-Brittannië
Slechter
nieuws komt uit Groot-Brittannië. De Soil Association, die zowat
80 procent van de bioproducten certificeert die in Groot-Brittannië
verkocht worden, zegt dat de omzet er in 2008 maar met 1,7 procent steeg.
Rekening houdend met een gemiddelde prijsstijging van 7 procent, komt
dat neer op een duidelijke afname van het verkochte volume. Experts
geloven dat de sector zich pas zal herstellen als de ongerustheid over
de economie wegebt.
In de landen
die betere cijfers blijven optekenen, hechten gebruikers blijkbaar meer
waarde aan kwaliteit dan aan prijs. Bioproducten hebben overigens in
veel landen waarschijnlijk nog een groot groeipotentieel. Volgens een
studie van de Amerikaanse Grocery Manufacturers Association (GMA) betrekt
54 procent van de Amerikaanse consumenten "actief" ecologische
overwegingen bij hun keuzes in de winkel - bioproducten kopen doet wel
maar 22 procent.
Invoer
blijft nodig
België
staat al veel verder. Bijna acht op de tien Belgen waagden zich vorig
jaar al wel eens aan bio, en één op zes deed dat geregeld.
België en vooral Vlaanderen hinken dan weer wel achterop bij de
productie van biologische levensmiddelen. Het aantal producenten in
de biologische landbouw en ook het biologische landbouwareaal bleef
in 2008 min of meer stabiel.
In België
besloeg het biologisch bewerkte areaal in 2008 maar 35.822 hectare of
2,6 procent van de totale landbouwgrond. Vlaanderen haalt zelfs maar
0,6 procent.
In Duitsland
steeg het aantal biobedrijven en de biologisch bewerkte oppervlakte
vorig jaar met ongeveer 5 procent, tot meer dan 900.000 hectare.
Wereldwijd
werden eind 2007 32,2 miljoen hectare akkers en weiden biologisch bewerkt.
Veruit de grootste oppervlakten liggen in Australië (12 miljoen
hectare), Argentinië, Brazilië en China. In Argentinië
steeg de oppervlakte biovelden in 2008 met 36 procent tot 4 miljoen
hectare. Relatief gezien spannen Oostenrijk (met 13,4 procent van de
bewerkte oppervlakte) en Zwitserland de kroon. Veel andere Europese
landen moeten net als de VS veel bioproducten invoeren om de vraag te
dekken.
_______________________________________________________________________________________
Meer dan miljard mensen lijden honger
25 mei
2009 (MO/IPS) - Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische
honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus
verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een
internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar
Broederlijk Delen lid van is.
Het falend
beleid van de Europese Unie en de Verenigde Staten liggen volgens het
rapport (pdf) aan de basis van de voedselcrisis. 'De VS en de EU
hebben het globale voedselsysteem kwetsbaar gemaakt', zegt Pol De Greve,
directeur van Broederlijk Delen. 'Zij liggen aan de basis van de verwaarlozing
van de landbouw, van onrechtvaardige handelsregels en van structurele
aanpassingen.'
Volgens De Greve is er een nieuwe landbouwpolitiek nodig om een evenwicht
te bereiken tussen economisch rendement en socio-ecologische rechtvaardigheid.
'Landbouw is geen gewone economische activiteit, maar heeft ook een
belangrijke sociale en ecologische rol. Die multifunctionaliteit van
de landbouw moet erkend worden', zegt De Greve.
Crisis
aanpakken
Het rapport stippelt enkele stappen uit om de aanpak van de voedselcrisis
te veranderen en een eerlijk en duurzaam voedselsysteem te creëren.
Daarnaast vraagt het rapport meer ontwikkelingshulp voor de landbouwsector.
Ook een hervorming van de internationale handel in landbouw- en voedselproducten
dringt zich op. De EU en de VS moeten meer doen dan enkel ijveren voor
meer markttoegang voor de Europese en Amerikaanse landbouw- en voedingsindustrie.
Auteur:
Bart Vanacker.
_______________________________________________________________________________________
Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op
In Afrika
en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden
in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien
nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale
koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.
De meest
recente schatting van de oppervlakte landbouwgrond die de voorbije jaren
in buitenlandse handen is overgegaan, staat in een recent rapport van
het Internationaal Onderzoeksinstituut voor Voedselbeleid (IFPRI). Vijftien
à twintig miljoen hectare komt overeen met ongeveer een kwart
van het hele Europese landbouwareaal.
Grain,
een niet-gouvernementele organisatie in Barcelona die zich toelegt op
internationale landbouwvraagstukken, gelooft dat arme landen nog veel
meer grond aan buitenlandse investeerders hebben afgestaan. "Niemand
volgt al alle private overeenkomsten", zegt Devlin Kuyek, een onderzoeker
van GRAIN.
Azië
vooraan
De grote investeerders zijn China, Zuid-Korea, India en de Golfstaten.
Het IFPRI schat dat ze samen met andere vermogende landen als Japan
en Zweden 15 tot 23 miljard euro hebben uitgegeven voor grote lappen
grond, vooral in Afrika, waar ze in de toekomst voedselgewassen kunnen
verbouwen waarvoor er in eigen land niet meer genoeg plaats of water
is. Ongeveer het kwart van het areaal is voorbestemd voor de teelt van
planten waaruit biobrandstoffen worden gemaakt.
Precies
weet het IFPRI het allemaal niet. "Er is een groot gebrek aan transparantie
over deze overeenkomsten", zegt Joachim von Braun, de directeur
van het IFPRI.
Chinees
voorbeeld
China begon al tien jaar geleden landbouwgrond in Cuba en Mexico te
pachten. Intussen richten de Chinezen zich vooral op Afrika. Ze sloten
overeenkomsten of proberen dat te doen in de Democratische Republiek
Congo, Zambia, Zimbabwe, Oeganda en Tanzania.
In Soedan
hebben buitenlanders het over nog meer landbouwgrond te zeggen, maar
daar gaat het om investeringen vanuit de Saoedi-Arabië en andere
golfstaten.
Financiële
instellingen volgen
De Verenigde Arabische Emiraten sloten vorige jaar enkele grote landdeals
af met Pakistan. Qatar pacht landbouwgrond in Indonesië, de Filipijnen,
Bahrain, Koeweit en Birma.
Het Zuid-Koreaanse
Daewoo Logistics Corporation heeft 1,3 miljoen hectare op Madagaskar
toegezegd gekregen om er maïs en palmnoten te telen.
Naast Aziatische
landen en transnationals uit de levensmiddelenindustrie investeren ook
pensioenfondsen en andere institutionele investeerders meer en meer
in de landbouw overzee. Ze gaan ervan uit dat de voedselprijzen de komende
jaren nog fors gaan stijgen. Cru Investment Management, een Britse investeringsbank,
voorspelt dat zijn landbouwfonds in Malawi 30 procent winst zal opleveren.
Gewoonterecht
opzijgeschoven
De grootschalige pachtverdragen zijn vooral funest voor honderden miljoenen
kleine boeren, veetelers en inheemsen, die geen eigendomsbewijzen bezitten
voor de grond die ze bewerken. Ze kunnen door de nieuwe eigenaars verdreven
worden. Dat probleem is het grootst in Afrika - daar wordt de toegang
tot het grootste deel van de landbouwgrond alleen via het gewoonterecht
geregeld.
Volgens
het IFPRI moet ere en internationale gedragscode komen die investeerders
en overheden dwingt de landrechten van de lokale bevolking te respecteren,
transparante overeenkomsten aan te gaan en eventuele winsten te verdelen.
De voedselveiligheid van de plaatselijke bevolking zou bij alle beslissingen
voorop moeten staan.
Op zich
zijn de buitenlandse investeringen in de landbouwsector van arme landen
niet slecht, vindt het IFPRI. Een investeerders als China zorgt voor
de nodige infrastructuur en zet in Afrika ook onderzoeksinstellingen
in om het rendement van rijst en graan te verhogen. GRAIN is terughoudender.
Volgens Kuyek denken de investeerders alleen aan geld verdienen en voedsel
voor hun thuismarkt te produceren.
Auteur: Stephen Leahy.
_______________________________________________________________________________________
Milieudefensie
vecht door tegen fout veevoer
(Duurzaamheidsnieuws
4 mei 2009)
Het overleg
tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende
opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop
vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn
wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees
meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Milieudefensie
startte half maart de campagne over het 'drama achter goedkoop vlees',
waarmee ze Albert Heijn wilde bewegen oerwouden in Zuid-Amerika te redden.
Albert Heijn dreigde na de start eerst met juridische stappen maar ging
toch met Milieudefensie om de tafel om te praten over het probleem.
Resultaat was, dat Milieudefensie haar campagne een maand lang opschortte.
In die tijd wilde Albert Heijn kijken in hoeverre de eisen van Milieudefensie
haalbaar zouden zijn.
Helaas
blijkt na het verstrijken van de overlegtermijn dat Albert Heijn nog
onvoldoende bereid is om zich in te zetten voor een oplossing. Daarop
heeft Milieudefensie de supermarkt nogmaals gevraagd om eenduidig aan
te geven of die bereid is om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer
te verkopen dat is gebaseerd op fout veevoer. Albert Heijn weigerde
dat. Milieudefensie heeft daarom besloten haar campagne te hervatten.
Campagneleider Wouter van Eck van Milieudefensie: "We zijn teleurgesteld
dat Albert Heijn zich onvoldoende wil inspannen om de problemen van
het foute veevoer op te lossen. Wij willen graag de dialoog met het
bedrijf verder voeren, maar dan moet het wel over concrete stappen gaan.
We hervatten nu onze publiekscampagne, dat is duidelijk nodig om hen
alsnog in beweging te krijgen."
Het
drama achter goedkoop vlees
Nederland
is de tweede grootste importeur van soja ter wereld. Ruim 90 procent
van de soja die in ons land blijft, wordt gebruikt als goedkoop veevoer,
vooral voor kippen en varkens in de intensieve veehouderij. De productie
van kipfilets en speklapjes veroorzaakt zo grootschalige ontbossing:
voor de teelt van soja worden in Zuid-Amerika massaal bossen gekapt.
Als grootste supermarkt heeft Albert Heijn hierin een belangrijke rol.
De supermarkt kan wel degelijk zorgen voor meer en aantrekkelijk geprijsde
vleesvervangers, beter veevoer en verantwoord vlees. Milieudefensie
hoopt dat veel klanten Albert Heijn zullen aanspreken om alsnog goede
stappen te zetten. Hiervoor worden onder meer radiospotjes, posters,
een voorlichtingstour en de website www.stopfoutveevoer.nl
ingezet.
_______________________________________________________________________________________
Toevoeging
in sojateelt leidt tot vergroeingen
(Duurzaamheids
nieuws 4 mei 09)
Onderzoek
in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid
van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup
van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse
sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen
bij embryo's van amfibieën.
"De
vervormingen die we zagen waren consistent en systematisch", zegt
professor Andrés Carrasco, directeur van het Laboratorium voor
Moleculaire Embryologie aan de Universiteit van Buenos Aires en hoofdonderzoeker
van de Nationale Raad voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek (CONICET).
De embryo's hebben onder meer een kleinere kop, genetische veranderingen
in het centrale zenuwstelsel en meer sterfte onder de cellen die de
schedel vormen.
De studie
is nog niet volledig afgerond, maar de onderzoekers vonden de data zo
onrustwekkend dat ze besloten de voorlopige resultaten nu al te publiceren.
Roundup
Glyfosaat
is het actieve ingrediënt van Roundup, een onkruidverdelger van
de Amerikaanse biotechgigant Monsanto die ook Roundup Ready Soja ontwikkelde,
een genetisch gewijzigde sojavariëteit die hoge doses van het product
kan weerstaan.
Volgens
Monsanto's woordvoerster Fernanda Pérez Cometto is het product
veilig, en "bevestigen verschillende studies dat het onschadelijk
is voor mens, dier en milieu". Het bedrijf wil niet reageren op
de resultaten voor de studie gepubliceerd is, zegt ze. "Het is
essentieel om te weten welke methodologie gebruik is, en daarom hebben
we het labo een kopie van de studie gevraagd", zegt ze. "Vanzelfsprekend
is het een stof die correct gebruikt moet worden, net als insectenverdelger
of bleekmiddelen. Je kunt niet verwachten dat je een glas onkruidverdelger
drinkt en geen effect voelt".
Methode
Carrasco
legt uit dat in een eerste fase van de studie de embryo's ondergedompeld
werden in een oplossing van het product in water, in een verdunning
die 1.500 keer groter was dan wat momenteel gebruikt wordt op de genetisch
gewijzigde soja in Argentinië. De embryo's ontwikkelden vervormingen
aan het hoofd.
In een
tweede fase werden embryocellen geïnjecteerd met glyfosaat zonder
de toevoegingen van de overige bestanddelen van het commerciële
product, opgelost in water. De impact was nog negatiever, waarmee bewezen
werd dat de actieve stof voor de vervormingen verantwoordelijk is, en
niet de additieven.
"Men
kan er vanuit gaan dat wat met amfibieën gebeurt ook met mensen
kan gebeuren", zegt Carrasco, die samen met zijn team vijftien
maanden aan de studie heeft gewerkt. "Het is duidelijk dat glyfosaat
niet onschadelijk is en dat het niet afbreekt, maar zich opstapelt in
cellen."
Controversieel
Het is
niet de eerste keer dat glyfosaat in opspraak komt. Het middel wordt
ook door de Colombiaanse overheid gebruikt om illegale cocaplantages
mee te besproeien. De schadelijke effecten op mensen, vee en gewassen
over de grens met Ecuador leidden tot formele klachten van de Ecuadoraanse
regering.
In Argentinië
wordt elk jaar ongeveer tweehonderd miljoen liter glyfosaat gebruikt.
Milieubewegingen en sociale organisaties klagen al jaren dat er rond
de velden een scherpe stijging merkbaar is van het aantal gevallen van
kanker, geboorteafwijkingen, lupus en long en huidaandoeningen.
De organisatie
Grupo de Reflexión Rural (GRR) lanceerde in 2006 al de campagne
"Stop het Sproeien" in de provincies waar het meeste soja
aangeplant wordt en publiceerde eerder dit jaar een rapport met getuigenissen
van lokale artsen, deskundigen en omwonenden.
De Argentijnse
president Cristina Fernández heeft een commissie opgericht die
de risico's van glyfosaat voor mens en milieu moet onderzoeken.
Marcela
Valente
_______________________________________________________________________________________
Een G8
over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede
Treviso,
21 april 2009 - De eerste G8* over Landbouw werd op 20 april afgesloten
met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden
toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt
geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op
te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen,
in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over
landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen
en mannen die de wereld voeden.
Het uitgangspunt
van de G8*, "boeren zijn de voornaamste stuwende kracht achter
de landbouw" klinkt extra hol omdat het hele weekend van de bijeenkomst
er specifiek op gericht was om boerenorganisaties buiten de deur en
buiten beeld te houden. Het G8 overleg vond plaats in een geïsoleerd
kasteel in de bergen, waar de Italiaanse landbouwminister weigerde om
afgevaardigden van Italiaanse en internationale boerenorganisaties die
hun standpunt kwamen overbrengen te ontmoeten.
De slotverklaring
van de G8 is extreem tegenstrijdig. Ook al erkent men het belang van
de mensen die het voedsel produceren en de crisis die het platteland
treft, er wordt geen enkele strategie geformuleerd om de crisis te verlichten.
Aan de ene kant spreekt de verklaring over "centraal stellen van
landbouw en platteland bij duurzame economische ontwikkeling, door de
positie van boerenhuishoudens en kleine landbouwbedrijfjes en hun toegang
tot land te versterken". Tegelijkertijd spreekt de verklaring van
"het bereiken van een uitgebalanceerde, uitgebreide en ambitieuze
conclusie van de Doha Ronde*".
Twee beleidsvisies die onverenigbaar zijn: het is keer op keer bewezen
dat boeren gebukt gaan onder de catastrofale gevolgen van de door de
Wereldhandelsorganisatie (WTO) voorgeschreven liberalisering van de
landbouwmarkt en privatisering van natuurlijke hulpbronnen.
De verklaring
steunt de voorgenomen oprichting van het Global Partnership on Food
and Agriculture*, terwijl tegelijkertijd de centrale rol van de FAO*
wordt erkend - opnieuw twee stellingnames die niet te verenigen zijn.
De bestaande instituten van de VN moeten centraal staan bij het oplossen
van de huidige crisis - niet de Wereldbank en IMF, vertegenwoordigd
door het Global Partnership.
De tegenstrijdige
G8-verklaring bevat in elk geval wel een passage over de overduidelijk
mislukte pogingen van de wereld om de honger met de helft te laten afnemen,
zoals vastgelegd in de Millennium doelen. Die mislukking is juist het
gevolg van het beleid dat de G8 al jaren oplegt aan ontwikkelingslanden.
Ieder beleid
waarin boeren en kleine landbouwbedrijfjes centraal staan betekent een
afwijzing van de vrije markt agenda en van Global Partnership, en zou
toestaan dat landen het recht van hun bevolking op voedsel en werk beschermen.
Boeren, die ongeveer de helft van de wereldberoepsbevolking uitmaken,
zijn vaak de eersten die getroffen worden door honger en ondervoeding.
Vertegenwoordigers
van internationale boerenbeweging Via Campesina kwamen in het G8 weekend
bijeen om hun alternatieven kenbaar te maken. Hun eisen zijn simpel:
sta mensen en landen toe om hun eigen landbouwsysteem te bepalen en
te beschermen, zonder dat dat elders nadelige gevolgen heeft. Daarnaast
zijn ze voorstanders van het omvormen van het agro-export model van
Noord en Zuid naar een model dat is gebaseerd op lokale, duurzame agrarische
producten van kleine boerenbedrijfjes.
Op een
seminar georganiseerd door het Italiaanse Platform voor Voedselsoevereiniteit
vatte spreker Ibrahim Coulibaly, president van de CNOP* in Mali, het
helder samen:
"Afrika
is in staat zichzelf te voeden - het heeft geen behoefte aan een globaal
landbouwbeleid dat wordt opgelegd door een niet legitiem groepje rijke
landen... Het is niet aan de G8 om te beslissen over internationale
landbouwpolitiek".
Dit is
een persbericht van de wereldwijde boerenorganisatie Via Campesina:
http://www.viacampesina.org
Beelden van interviews zijn te zien op: http://www.wsftv.net/Members/focuspuller/videos/treviso_web1.mp4/view
Begrippenlijstje:
G8: Overleg
tussen beleidsmakers van acht rijke, geïndustrialiseerde landen.
FAO: Food
and Agriculture Organisation. In 1945 door Verenigde Naties opgerichte
organisatie ter bestrijding van honger.
Global
Partnership on Food and Agriculture: initiatief van de Verenigde Naties
om een voedselcrisis tegen te gaan: http://www.un.org/News/Press/docs/2009/dev2728.doc.htm
DOHA Ronde:
onderhandelingsronde in de WTO over handelsliberalisering
CNOP: Coordination
Nationale des Organisations Paysanne Mali: http://www.cnop-mali.org/
_______________________________________________________________________________________
We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis
We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat
zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal
VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
IPS: Hoe
zou u de huidige voedselcrisis in enkele woorden samenvatten?
Olivier De Schutter: "Het is een strijd die we aan het verliezen
zijn. In 1996 leden in de hele wereld 820 miljoen mensen honger. In
2004-2005 waren dat er 852 miljoen, begin 2008 923 miljoen en vandaag
1 miljard. Het aantal mensen dat honger lijdt, neemt toe en hun aandeel
in de wereldbevolking vermindert nauwelijks. De wereldwijde voedselcrisis
van 2007-2008 heeft een zeer ernstige situatie alleen maar verergerd."
Het is geen nieuw probleem. Waarom geraakt men er niet uit?
"Honger heeft twee oorzaken: de hoeveelheid beschikbaar voedsel
is ontoereikend, en niet iedereen heeft toegang tot dat voedsel. We
zitten nu in de onuitgegeven situatie dat beide problemen even acuut
zijn. Tot nog toe waren we gewoon aan het idee dat er voldoende voedsel
was en dat er alleen een probleem van distributie was. Maar vooral de
klimaatwijziging heeft een dramatische impact op onze productiecapaciteit.
De experts van het IPCC (het intergouvernementeel klimaatpanel, nvdr.)
schatten dat de productie in de niet geïrrigeerde delen van Afrika
tegen 2020 met de helft zal dalen. Dat is enorm."
Pleit u voor marktcorrecties?
"Veel Afrikaanse landen zijn zich bewust van de noodzaak om de
investeringen in landbouw te verhogen, tot 10 procent van hun budget.
Ze hebben begrepen dat men de voedselsoevereiniteit voorrang moet geven,
en dat betekent keuzes maken in de landbouw, keuzes waardoor deze landen
niet langer afhankelijk zijn van de wisselvallige grondstofkoersen.
Men moet de voedselvoorraden die in de jaren tachtig ontmanteld zijn,
terug opbouwen. Men moet ophouden die landen te verplichten zich van
die stocks te ontdoen, zoals de Wereldbank in 2008 nog met Mali gedaan
heeft. Mali had een overschot van 100.000 ton rijst en moest die verkopen
in de plaats van op te slaan. Men moet de landen de mogelijkheid geven
zichzelf te beschermen."
Verwacht u na de crisis van 2007-2008 op korte termijn nieuwe voedselrampen?
"Ja. Men heeft op de wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 enerzijds
met humanitaire en anderzijds met macro-economische maatregelen gereageerd.
Maar de regels van de internationale handel heeft men niet veranderd.
Onze agro-industriële productiewijzen zijn niet echt in vraag gesteld,
en nochtans vormen ze een zeer belangrijke oorzaak van de klimaatwijziging.
Alle ingrediënten van de crisis van 2007-2008 zijn nog steeds aanwezig.
Als men de oorzaken niet aanpakt, dan zal de crisis zich onvermijdelijk
blijven herhalen.
Structurele veranderingen zijn zeer moeilijk omdat men dan in vraag
zou moeten stellen dat de natuurlijke rijkdommen van het Zuiden de behoeften
van de consumenten in het Noorden dienen. Ook bij het gewicht van de
grote agro-alimentaire multinationals zou men dan vraagtekens moeten
plaatsen. Dat is geen humanitaire maar een politieke kwestie. Er is
dus een sterke politieke wil nodig."
Kan men vandaag al op lokale schaal maatregelen nemen?
"Dat
moet men zeker doen. De landbouw is slachtoffer van de klimaatwijziging
maar ook een van de belangrijkste oorzaken. Bepaalde ecologische landbouwsystemen
verminderen de broeikasgassen en hebben een invloed op het ecosysteem
waartoe de plant behoort. Ze hebben veel minder dure meststoffen of
verbeterde zaden nodig en maken de kleine boeren minder afhankelijk.
In Malawi heeft men via agrobosbouw aanzienlijke oppervlaktes (350.000
hectare voor 100.000 kleine boeren) opnieuw bruikbaar gemaakt door het
productiegemiddelde van 1,3 naar 3,7 ton per hectare te brengen. De
inkomsten per gezin zijn met 370 euro per jaar gestegen. In het oosten
van Tanzania, waar men via de agrobosbouw hele regio's heeft bruikbaar
gemaakt, is een gelijkaardige vooruitgang geboekt. Het is dus mogelijk."
(InfoSud/vertaling: IPS)
IPS(RP, PD)
_______________________________________________________________________________________
Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
Jim Lobe
WASHINGTON, 4 maart 2009 (IPS) - Arme boeren hebben een nieuw wapen
tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit
van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement
oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie
geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële
productie van zaden nu in volle gang.
De Pushkal, zoals de nieuwe variëteit is gedoopt, is de eerste
commercieel beschikbare hybride van een peulvruchtensoort, zegt William
Dar, directeur-generaal van de Indiase onderzoeksinstelling ICRISAT.
"De Pushkal levert 40 procent meer op dan de beste traditionele
variëteiten in India, het is dus echt een wondererwt."
Volgens
Dar kost de hybridevariëteit weinig, waardoor het gewas snel verspreid
zal kunnen worden. Planten en zaden die door ICRISAT en veertien andere
landbouwkundige onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld die samenwerken
in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR),
worden niet gepatenteerd.
Armenkost
Struikerwten
(ook bekend onder Engelse naam pigeon pea) worden wereldwijd op bijna
vijf miljoen hectare geteeld. In India, Birma, het oosten en het zuiden
van Afrika en de Cariben is het een belangrijke eiwitleverancier voor
arme mensen. Het gewas kan goed tegen droogte en groeit ook op slechte
landbouwgrond.
De nieuwe
struikerwt is vooral belangrijk in het licht van de voedselcrisis. Vorig
jaar haalden de prijzen van belangrijke voedingsmiddelen als maïs,
tarwe, soja en rijst recordhoogtes. Ook struikerwten werden duurder,
waardoor miljoenen arme mensen in ontwikkelingslanden minder eiwitten
binnenkregen.
Doordat
in de tweede helft van het jaar aardolie opeens veel goedkoper werd,
gingen ook de voedselprijzen weer dalen, maar experts verwachten dat
het effect maar tijdelijk is. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw
denkt dat de prijzen dit jaar hoger zullen blijven dan in 2006 en 2007.
"Dit wordt weer een hard jaar voor arme landen", verklaarde
Joseph Glauber de hoofdeconoom van het ministerie, in een interview
met de Financial Times.
ICRISAT
werkt in India al sinds 1974 aan gewasverbetering, maar de ontwikkeling
van variëteiten met hoog rendement van struikerwten of andere peulvruchten
bleek moeilijk omdat de planten zichzelf bestuiven. Een nieuwe techniek
maakte dit nu toch mogelijk.
Klaar voor internationale doorbraak
De nieuwe
soort werd met succes getest door arme boeren in India. Nu worden er
op grote schaal zaden aangemaakt. In India is al ongeveer 5000 hectare
ingezaaid met Pushkal, en die oppervlakte zal waarschijnlijk snel stijgen.
Birma, Brazilië, de Filipijnen en China hebben al interesse getoond.
Voor Afrika
biedt de nieuwe variëteit geen oplossing. Net als de andere struikerwten
in India levert de Pushkal kleine, bruine zaden op, die gesplitst worden
klaargemaakt. De zaden van de struikerwten die in Afrika worden gegeten,
zijn groter en wit en worden in hun geheel gekookt. De Indiase variëteiten
zijn ook niet afgestemd op de Afrikaanse bodems, weersgesteldheid en
veelvoorkomende plagen.
ICRISAT
heeft in Afrika andere variëteiten ontwikkeld die beter aangepast
zijn aan de Afrikaanse omstandigheden. Ook die variëteiten leveren
een hogere opbrengst op. Sommige van de nieuwe Afrikaanse struikerwtsoorten
die ICRISAT ontwikkelde, beantwoorden aan de Indiase smaak. Ze kunnen
van mei tot oktober geëxporteerd worden naar India. In die maanden
zijn struikerwten daar schaars.
IPS(PD, JG)
_______________________________________________________________________________________
"China's
waterschaarste zal honger brengen"
Joren Gettemans
BRUSSEL,
25 februari 2009 (IPS) - Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging
voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende
Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen
jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen
doen teruglopen.
China kende deze winter de ergste droogte in decennia. Volgens het Chinese
ministerie van Landbouw werd meer dan tien miljoen hectare landbouwareaal
getroffen en lijden minstens 3,46 miljoen mensen gebrek aan water. De
uitblijvende neerslag is een bijkomende slag voor de boeren in een al
erg droge regio, waar de waterconsumptie piekt door intensieve landbouw,
industrie en een snel groeiende stadsbevolking. Het noorden van China
is goed voor 40 procent van de bevolking van het land, een groot deel
van de industrie en de helft van het Chinese landbouwareaal, maar heeft
amper 20 procent van het water.
Lin Erda, een gezaghebbende klimaatwetenschapper van het ministerie
van Landbouw, zegt dat hij en zijn collega's er niet uit zijn welke
rol de klimaatverandering precies speelt, maar dat ze er wel van overtuigd
zijn dat er een belangrijk verband is. Volgens een overheidsstudie uit
2007 kan het land door de klimaatverandering vreemd genoeg 7 tot 10
procent meer neerslag krijgen. "Toch zal het noorden van het land
blijven kampen met een watertekort, omdat het waterverbruik enorm gestegen
is in de voorbije jaren en die trend zal aanhouden door de hogere temperaturen",
zegt Lin in de Chinese krant China Daily.
De stijgende temperaturen treffen een steeds groter landbouwareaal in
China. "De recente droogte, de ergste in een halve eeuw, is een
belangrijke waarschuwing", zegt Lin. "Als de klimaatverandering
doorgaat, verwachten we frequentere en meer schadelijke droogtes in
het noorden van het land." Simulaties op lange termijn wijzen zelfs
op een vermindering van de landbouwopbrengst met 14 tot 23 procent tegen
2050. De productie van basisgewassen als tarwe, rijst en maïs kan
zelfs tot 37 procent teruglopen. Een dergelijke terugval is een ramp
in een land van 1,3 miljard mensen, en er moeten snel maatregelen genomen
worden, zegt Lin.
IPS(JG, PD)
_______________________________________________________________________________________
Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde
rijst van Bayer
In 113
landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende
variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking
voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt.
Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid,
de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
De Europese Unie zal waarschijnlijk nog deze week een beslissing nemen
over de vraag van de Duitse gigant van de chemische industrie Bayer,
om hun genetisch gewijzigde rijstvariëteit (in het jargon LL62)
toe te laten in Europa. De meeste landen schrikken terug voor risicovolle
proeven met ggo-rijst en op dit moment wordt nergens ter wereld ggo-rijst
verbouwd. Maar Bayer heeft rijst genetisch gewijzigd omdat het gewas
bestand zou worden tegen hoge doses glufosinaat, een giftig ziektebestrijdingsmiddel
dat ook door Bayer wordt geproduceerd. Dit middel is zo giftig dat het
op termijn zal worden verboden in Europa.
Greenpeace start nu internationaal met een online petitiecampagne onder
de naam Hands Off Our Rice om de EU en alle regeringen over de hele
wereld op te roepen om de ggo-rijst van Bayer niet toe te staan, om
gevaarlijke testen met gewijzigde rijst te stoppen en zowel de consumenten
als de landbouwers te beschermen. Als de Europese Unie de import van
de rijst van Bayer toestaat, kunnen boeren in de VS en op andere plaatsen
in de wereld die ggo-rijst snel beginnen zaaien.
De kans dat ggo-rijst andere rijst gaat besmetten is namelijk erg groot
en dan is er nauwelijks nog controle mogelijk. Dit vormt een reële
bedreiging voor de biodiversiteit in de wereld. De door de bioindustrie
voorgestelde voordelen (voeding van een steeds grotere bevolking) wegen
niet op tegen de risico's, vindt Greenpeace. Als rijst een product wordt
in handen van de industriële groepen verliezen landbouwers hun
autonomie. (JVC)
Websites
Klik
voor Internationale campagne Hands Off Our Rice
Klik
voor Greenpeace Belgium: campagne tegen ggo-rijst: online petitie
klik
voor Bayer Crop Science
_______________________________________________________________________________________