Maatschappelijke
organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken
Nederland | voedsel | 19-1-2009 | Bron: Milieudefensie
Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar.
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling,
eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op
regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt
en de veehouderij verduurzaamt.
Lees meer
__________________________________________________________
Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Wereld | milieu| 13-12-2009 | Bron: IPS
Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen
schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050
met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel
een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers
pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Lees meer
__________________________________________________________
Kleine
boeren kunnen de wereld afkoelen
Wereld | landbouw| 13-12-2009 | Bron: IPS
De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen
uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen,
zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige
boeren.
Lees meer
__________________________________________________________
Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Latijns-Amerika
| handel | 10-12-2009 | Bron: IPS
We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt
de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst
van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk
met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lees meer
__________________________________________________________
Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Brazilië
| milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS
Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking
stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol.
Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging
van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren
van critici weg.
Lees meer
__________________________________________________________
Verwoestijning bedreigt ook China
China | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS
Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer
van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende
Gobiwoestijn.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldleiders liggen niet wakker van honger
Wereld | voedsel | 17-11-2009 | Bron: Broederlijk Delen
De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op
het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders
die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen
niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Lees meer
__________________________________________________________
Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
Verenigde Staten | voedsel | 17-11-2009 | Bron: IPS
Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat
blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA).
Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor
het eerst werd uitgevoerd.
Lees meer
__________________________________________________________
Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Kleine Aarde
De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers
van de klimaatverandering
.. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Lees meer
__________________________________________________________
Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Duurzaam nieuws
Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet
volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel
nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
Lees meer
__________________________________________________________
Vlees
eten desastreus voor het klimaat
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Ned. Veg. Bond
Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies
met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik
van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie
van vlees aan banden te leggen.
Lees meer
__________________________________________________________
Mexico
zet licht op groen voor transgene maïs
Wereld | voedsel | 18-10-2009 | Bron: IPS
De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste
experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging
van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika produceert meer voedsel
Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: IPS
Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika
ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is
er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten
van biobrandstof
Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA
Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven
op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar
ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse
handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt
van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages
aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron
van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit
zijn er meestal de dupe van.
Lees meer
__________________________________________________________
Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel
Wereld | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA
Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de
organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de
Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering
van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper
van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie
van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële
rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede
in landelijke gebieden.
Lees meer
__________________________________________________________
Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Wereld | voedsel | 10-9-2009 | Bron: IPS
De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig
van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat
de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische
impact dramatisch.
Lees meer
__________________________________________________________
Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Wereld | voedsel | 7-9-2009 | Bron: IPS
Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken
en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper
in Groot-Brittannië.
Lees meer
__________________________________________________________
Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja
VS | voedsel | 27-8-2009 | Bron: IPS
De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden
van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten
van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans
onderzoek.
Lees meer
__________________________________________________________
De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model
Wereld | economie| 26-8-2009 | Bron: MO
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde
neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet
langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen.
Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.
Lees meer
__________________________________________________________
Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade
Afrika | voedsel | 25-8-2009 | Bron: IPS
De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in
Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van
de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Lees meer
__________________________________________________________
Nederlandse
houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen
Bolivia | soja | 18-8-2009 | Bron: WERELDOMROEP
Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat
uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars
van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het
Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.
Lees meer
__________________________________________________________
Water: mensenrecht of economisch goed?
Wereld | water | 14-8-2009 | Bron: IPS
De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds
luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als
een mensenrecht.
Lees meer
__________________________________________________________
Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren
Haïti | voedsel | 3-8-2009 | Bron: IPS
Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht
en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp
te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking
onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen
experts.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang
Afrika | voedsel | 31-7-2009 | Bron: MO
Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt
aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar.
Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor
de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Lees meer
__________________________________________________________
Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel
Afrika | voedsel | 22-7-2009 | Bron: IPS
Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten
worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie
die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke
handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen
nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.
Lees meer
__________________________________________________________
Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten
Afrika | voedsel | 19-7-2009 | Bron: IPS
Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in
Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren
die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter
vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
Lees meer
__________________________________________________________
Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?
Nederland | voedsel | 29-6-2009 | Bron: INSnet
Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern
van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland
in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een
voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20
miljoen euro beschikbaar.
Lees meer
__________________________________________________________
"Meer
democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)
Wereld | economie| 26-6-2009 | Bron: IPS
Tijdens
de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New
York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de
rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid
bepalen. "Op
dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat
de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire
milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene
vergadering van de Verenigde Naties (VN).
Lees meer
__________________________________________________________
Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Wereld | Water | 23-6-2009 | Bron: IPS
Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het
beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking
tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse
wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het
vlak van ecosystemen.
Lees meer
__________________________________________________________
Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren
Wereld | Voedsel | 18-6-2009 | Bron: IPS
Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en
middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet
krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd
worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling
in Afrika een stevige duw geven.
Lees meer
__________________________________________________________
Oceanen in 2050 leeggevist'
Wereld | Voedsel | 9-6-2009 | Bron: ANP
Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050
in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire
die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen
deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden
gekeerd.
Lees meer
__________________________________________________________
Hoe milieuvervuilend is hutspot?
Wereld | Voedsel | 8-6-2009 | Bron: Telegraaf
Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt?
Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen
via de zogeheten Klimaatweegschaal.
Lees meer
__________________________________________________________
Bio voelt crisis het minst
Wereld | Voedsel | 7-6-2009 | Bron: MO
De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks
de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen
in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Lees meer
__________________________________________________________
Meer dan miljard mensen lijden honger
Wereld | Voedsel | 25-5-2009 | Bron: MO/IPS
Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger
de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre
van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale
alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk
Delen lid van is.
Lees meer
__________________________________________________________
Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op
Wereld | Voedsel | 6-5-2009 | Bron: IPS
In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland
en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven,
en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de
internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede
kolonisering.
Lees meer
__________________________________________________________
Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer
Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws
Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer
heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama
achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt.
Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf
jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Lees meer
__________________________________________________________
Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen
Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws
Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid
van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup
van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse
sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen
bij embryo's van amfibieën.
Lees meer
__________________________________________________________
Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede
Wereld | Voedsel | 21-4-2009 | Bron: Via Campesina
De eerste G8 over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring
waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin
ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit
in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen
achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste
partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren
en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.
Lees meer
__________________________________________________________
We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis
Wereld | Voedsel | 23-3-2009 | Bron: IPS
"We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen."
Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal
VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
Lees meer
__________________________________________________________
Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
India | Landbouw | 4-3-2009 | Bron: IPS
Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international
onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd
die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt,
een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is
met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van
zaden nu in volle gang.
Lees meer
__________________________________________________________
China's waterschaarste zal honger brengen
China | Landbouw | 25-2-2009 | Bron: IPS
Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese
landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers.
Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie
met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.
Lees meer
__________________________________________________________
Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer
Wereld | Voedsel | 14-2-2009 | Bron: Greenpeace
In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende
variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking
voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt.
Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid,
de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
Lees meer
__________________________________________________________
Wereldvoedseldag: boeren zijn het antwoord
Wereld | Voedsel | 16-10-2008 | Bron: MO
Terwijl de meeste ogen in de westerse wereld gericht zijn op de financiële
crisis, hebben mensen aan de andere kant van de wereld te maken met
een andere crisis. Vandaag, tijdens de internationale Wereldvoedseldag,
wordt speciale aandacht gevraagd voor de nog immer woedende voedselcrisis.
Lees meer
__________________________________________________________
We staan op de rand van een nieuwe prijsstijging voor voedsel
Wereld | Voedsel | 17-9-2008 | Bron: MO
In een nieuw rapport stelt de Aziatische Ontwikkelingsbank dat de
economische groei in Azië vertraagt, dat inflatie piekt en dat
de voedselprijzen opnieuw dreigen te stijgen, onder andere door financiële
speculatie en door het stimuleren van biobrandstoffen.
Lees meer
__________________________________________________________
Voedsel & water
Wereld | Voedsel | 22-8-2008 | Bron: IPS
De voedselcrisis in grote delen van de wereld, die eerder dit jaar leidde
tot rellen en demonstraties in meer dan dertig ontwikkelingslanden,
wordt verergerd door verspilling en overconsumptie in andere landen..
Lees meer
__________________________________________________________
Manilla vindt geen antwoord op dure rijst
Wereld | Voedsel | 18-8-2008 | Bron: IPS
De hoge rijstprijzen blijven voor onrust zorgen op de Filipijnen.
De eigen rijstproductie opkrikken lijkt de enige manier om het probleem
onder controle te krijgen, maar de nodige investeringen blijven uit.
Lees meer
__________________________________________________________
VS voorspellen sterke stijging energieverbruik
Wereld | milieu| 26-6-2008 | Bron: IPS
Het wereldwijde energieverbruik zal tegen 2030 met 57 procent zijn
gestegen ten opzichte van 2004. Dat stelt de Amerikaanse Energy Information
Administration (EIA) in het gisteren verschenen rapport Energy Outlook
2008.
Lees meer
________________________________________________________
Voedselveiligheid en vrouwenrechten
Wereld | Voedsel | 23-6-2008 | Bron: PALA-nieuwsbrief
Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen
als middel tegen honger en voedselcrisis.
Lees meer
__________________________________________________________
Armste landen zijn de dupe van internationale crisis
Wereld | Ontwikkeling | 10-6-2008 | Bron: IPS
De combinatie van de kredietcrisis en de stijgende voedsel- en olieprijzen
treft de ontwikkelingslanden steeds harder, zegt de Wereldbank. De economische
groeivertraging levert de grootste verliezen op in Azië en Latijns-Amerika.
Zelfs de armste landen delen in de klappen: donorlanden gaven in 2007
al 3,4 miljard dollar minder dan in 2005.
Lees meer
__________________________________________________________
Je bord wordt kleiner en duurder
Haïti | Voedsel | 10-6-2008 | Bron: Broederlijk delen
Naar aanleiding van de wereldvoedseltop vroegen wij ons af hoe de
voedselcrisis wordt ervaren in armere landen. In Haïti zie je de
gevolgen letterlijk op je bord, zegt Gerrit Matton, steunpunt voor Broederlijk
Delen.
Een appel in de morgenstond is goud in de mond. In Haïti zijn er
jammer genoeg geen appels te krijgen (behalve geïmporteerde, "imports",
en dan vooral rond de kerstperiode), maar elke morgen eet ik toch mijn
banaantje.
Lees meer
__________________________________________________________
An Answer to the Global Food Crisis:
Peasants and small farmers can feed the world!
Wereld
| Voedsel | 1-5-2008 | Bron: viacampesina.org
Prices
on the world market for cereals are rising. Wheat prices increased by
130% in the period between March 2007- March 2008. Rice prices increased
by almost 80% in the period up to 2008. Maize prices increased by 35%
between March 2007 and March 2008 (1). In countries that depend heavily
on food imports some prices have gone up dramatically. Poor families
see their food bills go up and can no longer afford to buy the minimum
needed. In many countries cereal prices have doubled or tripled over
the last year. Governments in these countries are under high pressure
to make food available at reasonable prices. In Haiti the government
already fell because of this issue and strong protests have taken place
in other countries such as Cameroun, Egypt, and the Philippines
Lees
meer
__________________________________________________________
China krijgt het moeilijker zichzelf te voeden
China
| Voedsel | 11-4-2008 | Bron: IPS
PEKING,
11 april 2008 (IPS) - De overheid in Peking wil de stijgende voedselprijzen
het hoofd bieden door terug te keren naar de aloude politiek van autarkie:
zelf genoeg produceren om iedereen eten te geven. Maar dat wordt steeds
moeilijker, nu steden landbouwgebied inpalmen en arbeiders van het land
weglokken.
Lees
meer
__________________________________________________________
Landbouw moet grote bocht maken
Wereld
| Landbouw | 7-4-2008 | Bron: IPS
JOHANNESBURG,
7 april 2008 (IPS) -Regeringsmedewerkers uit een zestigtal landen bespreken
deze week in Johannesburg nieuwe ideeën om de voedselbevoorrading
van de wereldbevolking veilig te stellen. Wetenschappers zeggen dat
duurzame en kleinschalige landbouw een antwoord kan bieden op de verarming
van de plattelandsbevolking, de stijgende voedselprijzen en de achteruitgang
van het milieu. Voor die problemen vindt het nu overheersende landbouwmodel
geen antwoord.
Lees
meer
__________________________________________________________
Afrikaanse landen verslikken zich in import
Afrika
| Voedsel | 10-3-2008 | Bron: IPS
GENEVE,
10 maart 2008 (IPS) - Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden willen
dat de Wereldhandelsorganisatie hen toelaat ruime beschermingsmaatregelen
te nemen om een abrupte stijging van de import van levensmiddelen te
vermijden. Veel arme landen hadden de afgelopen decennia met dat nefaste
verschijnsel af te rekenen.
Lees
meer
__________________________________________________________
VN voorziet mondiaal voedseltekort
Wereld
| Voedsel | 18-12-2007 | Bron: Rapport van de FAO: Food Outlook
De
wereld stevent af op een voedseltekort. De wereldvoedselvoorraden zijn
het afgelopen jaar "onverwachts" en als "nooit tevoren"
geslonken.
De prijs van voedsel steeg in diezelfde periode naar "historische
hoogten" en dat vormt een "serieus risico" dat steeds
minder mensen in staat zullen zijn om te voorzien in hun dagelijkse
voedselbehoefte.
Lees
meer
__________________________________________________________
De globalisering is van iedereen
Wereld
| Globalisering | 22-11-2007 | Bron: IPS
De
Indiase econoom Amartya Sen kreeg in 1998 de Nobelprijs voor zijn baanbrekende
werk over armoede en ongelijkheid in de wereld. In opdracht van het
Britse Gemenebest zat hij een commissie voor die onderzocht wat de huidige
oorzaken zijn van geweld en extremisme in de 53 landen van het voormalige
"Empire". Zijn conclusie: "De zogenaamde oorlog tegen
het terrorisme kan niet gewonnen worden met wapens alleen."
IPS-journalist Sanjay Suri sprak met hem in de aanloop naar de Gemenebesttop
van 23 tot 25 november in de Ugandese hoofdstad Kampala.
Lees meer
__________________________________________________________
Aarde overbelast, rol Nederland
Nederland
| Duurzaamheid | 13-11-2007 | Bron: Nu.nl
Beperking
van het autorijden en van de vleesconsumptie is in rijke landen zoals
Nederland niet zo gemakkelijk voor elkaar te krijgen. Gewone marktmechanismen
werken niet meer. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) roept de politiek
op om andere prikkels te gebruiken en pleit voor bijvoorbeeld heffingen
op vlees en strengere normen voor auto's.
Lees meer
_____________________________________________________________________________________
Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie
vlees, zuivel en vis aan te pakken
Een
derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling,
eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op
regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt
en de veehouderij verduurzaamt. In een brief aan de Tweede Kamer stellen
de organisaties dat een verlaging van de consumptie van vlees, vis,
zuivel en eieren met minstens 33 procent in 2020, onderdeel moet worden
van het kabinetsbeleid. Ook bepleiten zij de invoering van regelgeving
en financiële prikkels om de consumptie en productie van dierlijke
eiwitten te verduurzamen.
Debat
Op 20 januari vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de Nota
Duurzaam Voedsel.
Both ENDS, Compassion in World Farming, Cordaid, Nederlandse Dierenbescherming,
Greenpeace Nederland, ICCO, IUCN NL, Milieudefensie, Natuur en Milieu,
Oxfam Novib, Solidaridad, Varkens in Nood, Nederlandse Vegetariërsbond
en Wakker Dier roepen de politiek op de ambities van dit kabinet om
te zetten in meetbare resultaten. "Het kabinet erkent de noodzaak
tot verduurzaming van onze dierlijke eiwitconsumptie, en zegt in de
Nota Duurzaam Voedsel over 15 jaar koploper te willen zijn. Maar de
voornemens blijven steken in mooie woorden zoals het 'verleiden' en
'informeren' van consumenten en in vrijblijvende overleggen met bedrijven.
In de praktijk blijkt dit nauwelijks wat op te leveren."
Principe
De maatschappelijke organisaties roepen op tot het invoeren van het
'vervuiler betaalt'-principe, bijvoorbeeld via een BTW-verhoging op
vlees, zuivel, eieren en vis. Ook het stellen van verdergaande duurzaamheidseisen
aan de veehouderij - zoals een verbod op de import van veevoer uit recent
ontboste gebieden, verduurzaming van de visserij via vlootreductie en
het instellen van zeereservaten - dragen bij aan de aanpak van mondiale
problemen.
Cijfers
Uit recent verschenen cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren
blijkt dat Nederlanders opnieuw meer vlees eten. Een zorgwekkende ontwikkeling,
omdat wij, net als de meeste Westerse landen, al meer vlees eten dan
goed voor ons én de planeet is.
We hebben te kampen met grootschalige ontbossing, het uitsterven van
soorten, klimaatverandering, uitputting van de visbestanden, een ongelijke
voedselverdeling en onnoemelijk dierenleed. De Wereldvoedselorganisatie,
het Planbureau voor de Leefomgeving, het IPCC en talloze prominente
opinieleiders waaronder Al Gore en Paul McCartney, geven aan dat vermindering
van de vleesconsumptie op de korte termijn bijdraagt aan het oplossen
van deze wereldwijde crises. De maatschappelijke organisaties stellen
dat een trendbreuk met ons westerse voedselpatroon onvermijdelijk is,
en zij willen dat de overheid hierin de regie gaat nemen.
_____________________________________________________________________________________
Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Claudia Ciobanu
KOPENHAGEN,
15 december 2009 (IPS) - Als de VS en de arme landen hun subsidies voor
fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen
tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor
Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen
wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de
kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Landen
geven wereldwijd elk jaar 350 tot 480 miljard euro uit om benzine, diesel,
aardgas en steenkool goedkoper te maken voor de verbruikers. Ontwikkelingslanden
trekken het grootste deel van die subsidies uit, maar de Verenigde Staten
waren tussen 2002 en 2008 ook goed voor 72 miljard dollar (49 miljard
euro).
De G20, de grootste industrie- en ontwikkelingslanden, hebben zich in
september in Pittsburgh voorgenomen om die subsidies op fossiele brandstoffen
op middellange termijn af te schaffen. Dat kan de wereld helpen de weg
te vinden naar hernieuwbare energiebronnen. Maar veel politici aarzelen
om de daad bij het woord te voegen. Stijgende brandstofprijzen brengen
hun herverkiezing in gevaar. Ze vrezen ook de weerslag op arme gezinnen
en op de werknemers van megabedrijven als oliemaatschappijen.
Inkomenssteun
Voorstanders van de maatregel argumenteren dat de allerarmste bevolkingslagen
weinig zullen voelen van het verdwijnen van de subsidies. Het is vooral
de middenklasse die profiteert van goedkopere benzine en diesel, zegt
Fatih Birol, de chef-econoom van het Internationaal Energieagentschap.
Arme burgers hebben geen auto en in heel wat landen zelfs geen elektriciteit
in huis.
Maar in Kopenhagen klinken ook voorzichtiger stemmen. Een deel van het
geld dat vrijkomt door de afschaffing van de subsidies, moet naar de
meest kwetsbare groepen in de samenleving gekanaliseerd worden, zegt
Per Callesen van het Deense ministerie van Financiën. Ze moeten
kunnen rekenen op een systeem van inkomenssteun dat hen beschermt tegen
de negatieve gevolgen van de stijgende brandstofprijzen. Volgens Callesen
is daarvoor maar 20 tot 30 procent van het uitgespaarde geld nodig.
William Pizer van het Amerikaanse ministerie van Financiën zit
op dezelfde lijn. De regering-Obama probeert de Amerikaanse subsidies
voor fossiele brandstoffen af te bouwen, maar zorgt er volgens Pizer
tegelijk voor dat arme gezinnen financiële hulp krijgen om hun
energiefacturen te betalen. Er is ook staatssteun voor de isolatie van
woningen van arme gezinnen. Die maatregelen kosten allemaal samen vijf
miljard dollar (3,4 miljard euro). "Het is beter en goedkoper als
regeringen alleen de armen compenseren, en niet iedereen. En voor de
armen is het beter direct geld te krijgen dan via een omweg langs de
bedrijven in de sector van de fossiele energie", argumenteert Pizer.
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar
aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen'
startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op
18 december.
IPS(PD, JS)
_____________________________________________________________________________________
Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Stephen Leahy
KOPENHAGEN,
13 december 2009 (IPS) - De industriële landbouw stoot bijna de
helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd
door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale
beweging van miljoenen kleinschalige boeren.
"Kleinschalige
landbouwers gebruiken 80 procent minder energie dan grote monoculturen",
zegt Chavannes Jean-Baptiste, een Haïtiaanse boer van de Mouvement
de Paysan. "Boeren van La Via Campesina en andere kunnen de planeet
helpen afkoelen", zei hij tijdens Klimaforum, de klimaatconferentie
voor civiele organisaties die tegelijk met de VN-klimaattop in Kopenhagen
plaatsvindt.
La Via Campesina baseert zich op een studie van Grain, een internationale
organisatie die duurzame landbouw promoot. Die verwerkte naar eigen
zeggen alle beschikbare wetenschappelijke literatuur en kwam tot de
vaststelling dat industriële landbouw de grootste CO2-uitstoter
is in het voedselsysteem. Dat komt onder meer doordat ze van fossiele
brandstof afhangt voor productie, transport en verwerking, savannes
en bossen vernietigt voor haar expansie en intensief kunstmest gebruikt.
De studie houdt dan nog geen rekening met de methaanuitstoot van dieren
en hun mestafval.
Kleinschalige landbouw en het herstel van de vruchtbaarheid van de bodem
kan de komende 50 jaar 450 miljard ton CO2 opvangen, meer dan twee derde
van het huidige teveel in de atmosfeer.
"De bewijzen zijn onweerlegbaar", zegt Grain-coördinator
Henk Hobbelink. "Als we de manier om aan landbouw te doen veranderen
en de manier waarop we voedsel produceren en distribueren, dan hebben
we een krachtige oplossing om de klimaatcrisis te bestrijden."
Veel regeringen blijven de industriële landbouw ondersteunen, zegt
Grain-onderzoeker Camila Montecinos. Bovendien raken veel kleine boeren
hun land kwijt, zegt ze.
IPS(RP)
_____________________________________________________________________________________
Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Daniela Estrada
KOPENHAGEN,
10 december 2009 (IPS) - "We moeten het klimaat niet veranderen,
maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze
sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk
middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lago en
Norma Maldonado uit Guatemala horen bij het Internationale Gender- en
Handelsnetwerk (IGTN). Ze zijn kritisch over de vrijhandelsverdragen
die Latijns-Amerikaanse landen tekenen met de Verenigde Staten en Europa.
Vrijhandelsakkoorden
veroorzaken volgens hen armoede en verlies van biodiversiteit, vooral
door megaprojecten op het gebied van mijnbouw, waterkrachtcentrales,
monocultuur en transgene gewassen. Voor die projecten is soms veel water
nodig, ze kunnen vervuilend zijn en verergeren de effecten van de klimaatverandering.
Vrijhandelsakkoorden
kennen strikte bepalingen over intellectuele eigendomsrechten van transgenen
zaden. Kleine boeren zijn daar de dupe van. De regels zorgen voor voedselonzekerheid
in arme gemeenschappen die als gevolg van de klimaatverandering al zeer
wisselende oogstopbrengsten hebben.
Biodiversiteit
"Waar
biodiversiteit, welvaart en cultuur is, daar spelen ook belangen van
bedrijven", zegt Maldonado, plaatsvervangend hoofd van Servicios
Ecuménicos de Formación Cristiana en Centro América
(Sefca), een organisatie die zich inzet voor vrouwen en jongeren en
ontwikkeling.
Sefca richt
zich onder meer op herstel van traditionele landbouwpraktijken, het
ontwikkelen van markten voor lokale producten, verbetering van het dieet
van plattelandsbewoners en het geven van training voor internationale
handelsbesprekingen.
"De
handelsverdragen geven andere landen vrij baan om onze natuurlijke rijkdommen
te plunderen. De effecten van de verdragen zijn in het dagelijks leven
merkbaar: de privatisering van water, verlies van land, mijnbouwbedrijven
die honderdduizenden liters water per minuut gratis gebruiken terwijl
ze onze rivieren vervuilen", zegt ze.
"Guatemala
is de geboorteplaats van veel voedselgewassen en toch is de bevolking
ondervoed. Kinderen gaan dood van de honger. We produceren voedsel,
maar dat is allemaal voor export, voor de internationale markt."
Documentaire
Maldonado
vindt dat de Europese Unie (EU) "met de ene hand geeft" door
ontwikkelingshulp en "met de andere hand neemt" door de handelsverdragen.
Sefca werkt
aan een documentaire die bewustwording moet kweken over de watercrisis.
Delen van de documentaire waren te zien op Klimaforum. De filmfragmenten
toonden vrouwen die vier uur per dag nodig hadden om voldoende water
te vinden.
Water is
om culturele redenen een "vrouwenprobleem", zegt Maldonado.
"Omdat vrouwen meestal koken, de was doen en kinderen baden. Gebrek
aan water maakt het leven voor vrouwen nog zwaarder. Als vrouwen vier
uur nodig hebben om water te halen, hoe kunnen ze dan ook nog tijd vrijmaken
om iets bij te leren en te participeren in het gemeenschapsleven?
De vrouwen
waar Sefca zich voor inzet, weten weinig over uitstoot van broeikasgassen
en wetenschappelijke aspecten van de klimaatverandering. "En eerlijk
gezegd begrijp ik daar zelf ook niet alles van", zegt ze. "Wat
we wel weten, is dat er constant landverschuivingen en overstromingen
zijn - terwijl we niet kunnen zwemmen, dat de temperatuur stijgt en
dat het ritme van de gewassen verandert. Soms is de koffie rijp in januari.
Vroeger was dat altijd in oktober. De cycli en de landbouwkalenders
zijn in de war."
"We
mogen dan misschien niet weten wat een CO2-opslag is, maar we weten
dat ons land ons afgenomen wordt", zegt Maldonado. Ze voegt eraan
toe dat zij en andere activisten bedreigd en geïntimideerd zijn
vanwege hun oppositie tegen de vrijhandelsakkoorden in Guatemala.
Maldonado
zegt "niets" te verwachten van de klimaatconferentie in Kopenhagen,
die nog tot 18 december duurt. Ze vestigt haar hoop op de allianties
die ontstaan op het Klimaforum, waar scepsis over het huidige ontwikkelingsmodel
de boventoon voert. Dit alternatieve forum in Kopenhagen duurt eveneens
tot 18 december.
IPS(JS,
JG)
_____________________________________________________________________________________
Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Claudia Ciobanu
KOPENHAGEN,
9 december 2009 (IPS) - Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen
hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de
grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte
van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De
Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.
Brandstoffen als biodiesel en ethanol golden amper twee jaar geleden
als mirakeloplossingen voor de klimaatcrisis. Intussen hebben mogelijke
verbanden met honger en ontbossing het enthousiasme fel getemperd. Maar
Brazilië, 's werelds grootste producent en exporteur van ethanol,
blijft voor het plantaardige alternatief voor fossiele brandstoffen
pleiten.
De voorbije
dertig jaar heeft het gebruik van suikerrietethanol als vervanger van
benzine in Brazilië 800 miljoen ton CO2-uitstoot voorkomen, zeggen
de Brazilianen in Kopenhagen. Ze benadrukken ook dat de omschakeling
de armoede in hun land helpt te bestrijden. Op de uitgestrekte suikerrietvelden
is veel mankracht nodig, en de overheid moedigt ook de bouw van kleine
distilleerderijen aan om boeren rechtstreeks te laten verdienen aan
het eindproduct.
Kritiek
Intussen
is echter duidelijk dat de productie van biobrandstoffen op veel plaatsen
voedselgewassen verdringt of aan de bosbestanden vreet. De Europese
Unie liet om die reden vorig jaar haar doelstelling varen om 10 procent
biobrandstoffen te gebruiken in de transportsector tegen 2020.
Maar de
Braziliaanse regering zegt dat die kritiek niet opgaat voor Brazilië.
"We horen dat de productie van ethanol tot ontbossing leidt in
het Amazonewoud", zegt Jose Migues van het Braziliaanse ministerie
voor Wetenschap en Technologie. "Maar de productiegebieden zijn
drieduizend kilometer verwijderd van het Amazonewoud." Volgens
Thelma Krug, een andere medewerkster van het ministerie, is er in Brazilië
nog ruimte zat voor de landbouw en kan de landbouw nog veel efficiënter
worden.
IPS(PD, JG)
_____________________________________________________________________________________
Verwoestijning bedreigt ook China
Frank en Andreas Sieren
BRUSSEL,
9 december 2009 - Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper
tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan
de snel oprukkende Gobiwoestijn.
Waar Yan
Hongmei met haar dochter staat, vloeide vroeger een rivier. Ze herinnert
het zich nog goed: twintig jaar geleden stroomde hier koud en helder
water, en ving haar vader vis die groot genoeg was om het gezin te voeden.
Toen bracht de wind het eerste zand mee, en dat rukte langzaam maar
zeker op. Zandstormen kleurden de lucht geel en het regende minder vaak.
Als het wel regende, veroorzaakte dat meteen overstromingen.
Yan woont niet in een afgelegen deel van China: haar huis staat op tachtig
kilometer van Peking en op amper dertig kilometer van de Chinese Muur.
Alle vluchten van Peking naar Europa leiden over het dorp, en het zicht
vanuit het vliegtuig is schrikbarend. Ten westen van Peking gaat de
vlucht twee uur lang over droog land en zand, dat nu en dan onderbroken
wordt door een dorp of een landweg. Pas in de buurt van de Mongoolse
hoofdstad Ulan Bator is er weer groen in zicht.
Grote groene muur
In 1998 besloot de toenmalige eerste minister When Zhu Rongji om een
gordel van bomen aan te leggen als "grote groene muur" tegen
het zand. Dat heeft voor sommige boeren soelaas gebracht, maar het roept
ook twijfels op. "In sommige regio's is de trend onder controle"
zegt Wu Wei, wetenschapper aan de universiteit van Peking. "Maar
over het algemeen is het erger geworden."
Hoewel China twaalf miljoen dollar per jaar uitgeeft aan de strijd tegen
de woestijn, is al één vijfde van het Chinese grondgebied
ten prooi gevallen aan het zand. Volgens een team van wetenschappers
uit Nanjing is de oppervlakte van de woestijn sinds de jaren vijftig
verdrievoudigd. Wetenschapper Wang Xunming van de gerenommeerde Chinese
Academie van Sociale Wetenschappen vreest dat in de tweede helft van
deze eeuw de droge en semi-droge gebieden in het noorden van China veranderd
zullen zijn in zandduinen of op zijn minst zeer droge steppegebieden.
"Het overleven van de bevolking is in gevaar", zegt Wang,
die het probleem aan de klimaatverandering wijt.
Volgens Liu Tuo van het Bureau voor de Preventie en Controle van Verwoestijning
is er niet alleen gevaar voor de bevolking, maar ook voor de biodiversiteit.
"Ongeveer 15 procent van de dier- en plantensoorten in de regio
zijn nu al met uitsterven bedreigd."
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar
aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen'
startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op
18 december.
IPS(JG, PD)
_____________________________________________________________________________________
Wereldleiders liggen niet wakker van honger
De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het
groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders
die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen
niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Wereldleiders liggen niet wakker van honger. Meer dan één
miljard mensen worden dagelijks met honger geconfronteerd. Elke zes
seconden sterft een kind aan ondervoeding. Daarom organiseert de FAO,
de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, een wereldtop
voor voedselzekerheid in Rome. Sinds het uitbreken van de voedselcrisis
in 2007 beloven wereldleiders iets te doen aan het hongerprobleem, maar
daar is nog niet veel van in huis gekomen.
Ondertussen leeft al één op zes mensen in chronische honger.
Een enorm gevaar voor de wereldvrede en de veiligheid, vindt de FAO.
De machtige landen zijn niet overtuigd: Italiaans premier Silvio Berlusconi
is de enige regeringsleider van de G8 die de top bijwoont.
Toch is dringende actie tegen honger meer dan ooit nodig. Voor Broederlijk
Delen betekent dit het aan banden leggen van speculatie op grondstoffen
en landbouwgrond, en vooral investeren in duurzame, familiale landbouw.
Directeur Pol De Greve: 'Twee derde van de armen wereldwijd leven op
het platteland. Investeren in duurzame familiale landbouw geeft deze
mensen rechtstreeks een inkomen en is de meest efficiënte manier
om armoede, en dus ook honger, te bestrijden.'
Investeren in kleinschalige landbouw wordt tijdens de top wel naar voren
geschoven als een van de oplossingen, maar concrete voorstellen over
hoe dit het beste zou gebeuren blijven achterwege, net als concrete
financiële toezeggingen. Daarnaast geloven de rijke landen nog
steeds in grootschalige voedselproductie om het hongerprobleem op te
lossen: ze willen meer kunstmest, meer pesticiden en minder handelsbelemmeringen.
'Investeren in grootschalige voedselproductie is niet duurzaam. Dat
komt vooral ten goede aan de grote, industriële landbouwers en
aan de landbouw- en voedingsindustrie', zegt Pol De Greve. 'Zwakkere
producenten vallen uit de boot, waardoor de kloof tussen arm en rijk
groter wordt en je het hongerprobleem eigenlijk erger maakt.'
Blijven inzetten op industriële landbouw is geen optie, luidt het
ook in wetenschappelijke kringen. Honger is geen productieprobleem,
maar een probleem van armoede, vooral op het platteland. Een radicaal
andere aanpak is nodig om honger uit de wereld te helpen. En daarbij
is kleinschalige, ecologische landbouw de enige duurzame optie voor
de toekomst.
Daarom ondersteunt Broederlijk Delen rurale gemeenschappen in hun strijd
tegen de armoede. Vanuit hun eigen sterkte en mogelijkheden ontwikkelen
en voeren ze hun eigen plannen uit. Die plannen worden vaak gedwarsboomd
of bemoeilijkt door structuren van onrecht waarop organisaties in het
Zuiden niet altijd vat hebben. En dus investeert Broederlijk Delen ook
in politiek werk.
_____________________________________________________________________________________
Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
WASHINGTON, 17 november 2009 (IPS) - Een op de zeven Amerikanen leed
vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse
ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds
1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.
Van alle Amerikaanse huishoudens had 14,6 procent (49 miljoen mensen)
vorig jaar "moeite om op sommige momenten voldoende voedsel op
tafel te zetten", meldt het rapport. In 2007 ging het nog om 11
procent van de huishoudens (36,2 miljoen mensen). De hoofdauteur van
het rapport voorspelt dat het percentage dit jaar nog hoger zal uitvallen,
als gevolg van de economische crisis die veertien maanden geleden uitbrak.
Bij de zeventien miljoen huishoudens die honger leden - of te maken
kregen met "voedselonzekerheid", zoals het rapport het noemt
- ging het in een derde van de gevallen om 'zeer lage voedselzekerheid'.
Dat betekent dat de hoeveelheid eten van ten minste enkele gezinsleden
werd beperkt en dat normale eetpatronen voor langere tijd doorbroken
werden. Dit gebeurde minimaal enkele dagen in een periode van zeven
of acht maanden.
De overige huishoudens wisten substantiële ontwrichting van het
eetpatroon te voorkomen, door bijvoorbeeld minder gevarieerd te eten,
mee te doen aan voedingsprogramma's van de overheid of door eten te
halen bij voedselbanken of noodkeukens.
Kinderen
Het aantal huishoudens waar zowel kinderen als volwassenen te maken
kregen met "zeer lage voedselzekerheid" steeg van 323.000
in 2007 tot 506.000 vorig jaar. Onder de 49 miljoen mensen die vorig
jaar ten minste één keer honger leden, waren 16,7 miljoen
kinderen. Dat zijn er 4,2 miljoen meer dan in 2007.
"De cijfers zijn niet verrassend", zegt David Beckmann, voorzitter
van Bread for the World, een nationale anti-hongergroepering die ook
actief is in ontwikkelingslanden. "Wat ons echt zorgen moet baren,
is dat bijna één op de vier kinderen in ons land op de
rand van honger leeft."
Feeding America, de grootste voedselhulporganisatie in de VS, zegt dat
de statistieken van de USDA overeenkomen met praktijkervaringen. Feeding
America runt tweehonderd voedselbanken, waar elk jaar zo'n 25 miljoen
mensen aankloppen.
Vicki Escarra, voorzitter van de organisatie, noemt het "tragisch"
dat zoveel mensen in een rijk land zonder goed eten moeten leven. "Hoewel
deze nieuwe cijfers schokkend zijn, moeten we ons realiseren dat ze
over vorig jaar gaan", zegt Escarra. "Sindsdien is de economie
aanzienlijk verzwakt en er zijn momenteel waarschijnlijk veel meer mensen
die gebrek aan eten hebben."
Sommige voedselbanken van Feeding America kregen vorig jaar 50 procent
meer aanvragen voor voedselhulp dan in 2007.
De Amerikaanse president Barack Obama zei in een reactie bezorgd te
zijn over de situatie. Hij beloofde maatregelen om de "trend van
groeiende honger" te keren.
Auteur: Jim Lobe.
_____________________________________________________________________________________
Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers
van de klimaatverandering
.. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Het stuk werd onlangs gepubliceerd in World Watch (uitgave van het
World Watch Institute, november/december 2009) en is geschreven door
de onderzoekers Robert Goodland en Jeff Anhang. Zij komen met het bijna
ongelofelijke nieuws dat de bijdrage van vlees en zuivel aan het mondiale
klimaatprobleem niet 18% is, maar wel 51%! Als dat echt zo is, dan zou
het noodzakelijk zijn flink het mes in die sector te zetten, en natuurlijk
ook in onze consumptie.
Goodland en Anhang hebben eerder onderzoek op dit gebied kritisch bekeken
en ontdekten dat er diverse onderdelen van de ketens van vlees en zuivel
over het hoofd zijn gezien en dat andere aspecten nog ondergewaardeerd
zijn. Bijvoorbeeld de uitademing van methaan door de beesten blijkt
een grote factor te zijn. Maar ook zaken als de koeling van de producten,
de extra energie voor de bereiding van vlees en het medicijngebruik
voor de dieren, waren aanvankelijk niet meegeteld. De onderzoekers komen
tot de conclusie dat alle koeien, varkens en kippen samen voor meer
dan de helft verantwoordelijk zijn van de klimaatverandering!
Meer
argumenten
Al zeker 35 jaar zijn er in Nederland en wereldwijd acties rond de consumptie
van (te) veel vlees, onder andere door De Kleine Aarde, Lekker/Wakker
Dier en Milieudefensie. Naast de argumenten dierenwelzijn en gezondheid
speelden vooral de eiwitverliezen, het wereldvoedselvraagstuk en de
miljoenen hectares veevoer in ontwikkelingslanden (ten koste van oerwoud)
daarbij een belangrijke rol. Later kwamen daar de waterverspilling en
-vervuiling, de mestoverschotten en de klimaatgassen bij, met name methaan,
dat een extra groot effect heeft op de klimaatverandering, wel 23 tot
25 keer sterker dan CO2.
In 2006
bracht de FAO (de Food and Agriculture Organization van de Verenigde
Naties) het rapport Livestock's Long Shadow uit dat opzien baarde. Daarin
werd uiteengezet dat de productie van vlees en zuivel op aarde verantwoordelijk
is voor 18% van de versnelde klimaatverandering. Die 18% is al veel,
zeker als je het vergelijkt met de bijdrage van het verkeer, namelijk
13.5%. De film 'Meat the Truth' van Marianne Thieme is geheel gebaseerd
op dat rapport. In de film wordt de nadruk gelegd op vlees, waardoor
de spotlights niet op zuivelproducten gericht werden, terwijl we daar
meer kilo's van consumeren dan van vlees. Vooral kaas heeft een relatief
grote voetafdruk.
Mede door
alle commotie rond de genoemde film, werden er verwoede pogingen gedaan
af te dingen op die 18% en voor de Nederlandse situatie kwam een onderzoeker
enkele procenten lager uit. Maar de essentie van het FAO-rapport is
overeind gebleven. Mede daardoor roepen ook steeds meer politieke partijen
en grote organisaties, zoals Oxfam/Novib en het Wereld Natuur Fonds,
op minder dierlijke producten te gebruiken.
Geen
dure infrastructuur
Ook op de 51% uit dit nieuwe onderzoek zal ongetwijfeld afgedongen worden.
De belangen zijn groot, en het is voor velen geen prettig nieuws. Maar
al zou 't 45% zijn, of 40%, dan nog vraagt dit onderdeel van het klimaatprobleem
toch veel meer aandacht dan tot nu toe het geval is. En naast vlees
gaat het dus uitdrukkelijk ook over zuivel; dat wordt nog te vaak vergeten!
Er zal een nationaal en lokaal voedselbeleid gevoerd moeten worden,
met dalende vlees- en zuivelbudgetten per persoon. Een halvering van
de vlees- en zuivel-consumptie zou in Europa in principe geen probleem
zijn qua gezondheid, zelfs integendeel: van beide eten we nu ruwweg
50% te veel. En voor deze verandering is geen dure infrastructuur nodig;
wel heel goede communicatie, samen met bijvoorbeeld de supermarken.
Want, net zoals met wind- en zonne-energie het geval is, liggen de oplossingen
gelukkig al op de plank, en in dit geval in de schappen van de biologische
winkels en de supermarkten. De laatste jaren zijn er vele lekkere plantaardige
vervangers voor vlees op de markt gekomen, en vele recepten doen de
ronde waarin je het vlees niet meer mist.
Klimaat-chaos
Er is haast geboden. De klimaatveranderingen gaan (veel) sneller dan
zelfs de klimaatdeskundigen hebben kunnen voorzien. Al vele klimaatrampen
vinden plaats. Daarom wordt tegenwoordig in plaats van klimaatverandering
de term klimaat-chaos gebruikt. Zie bijvoorbeeld de orkanen, stormen
en overstromingen die de laatste maanden de Filipijnen teisterden. Samen
met andere drama's vallen er nu gemiddeld al 300.000 doden per jaar
door de chaos die het veranderde klimaat veroorzaakt, zoals via een
rapport van het Global Humanitarian Forum bekend werd. En per jaar is
er nu gemiddeld $125 miljard schade, oplopend naar gemiddeld $325 miljard
schade per jaar in 2030.
De twee
onderzoekers van het artikel in World Watch - Robert Goodland en Jeff
Anhang - zijn niet de eerste de besten. Beiden zijn milieukundigen,
de eerste was voorheen en de tweede is nu nog verbonden aan de World
Bank Group.
Het artikel ''Livestock and Climate Change. What if the key actors in
climate change are ... cows, pigs and chickens?" is te vinden op:
www.worldwatch.org > in World Watch Magazine.
Jan Juffermans
- November 2009
_____________________________________________________________________________________
Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
(Duurzaamnieuws 4 nov 09).
Om de
hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan
om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk
op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
De VN-Voedselorganisatie FAO zei eerder deze maand dat de wereldwijde
voedselproductie met 70 procent moet stijgen tegen 2050 om de 9 miljard
mensen te voeden die dan de aarde zullen bevolken. Dat is mogelijk als
de ontwikkelingslanden, waar de meeste van de 2,3 miljard extra mensen
zullen wonen, hun landbouwinvesteringen met 83 miljard dollar per jaar
optrekken.
Natuurlijk moet we de productie opdrijven op plaatsen waar ze laag is",
zegt Marco Contiero, landbouwspecialist van Greenpeace. "Maar we
produceren nu al zeer veel voedsel en toch lijdt 1 miljard mensen nog
honger, terwijl 1,6 miljard mensen overgewicht heeft en 500 miljoen
mensen zwaarlijvig zijn. Dit toont dat het probleem niet zo eenvoudig
is."
Grootschalige teelt
Sommige analisten vrezen dat de drang naar een hogere voedselproductie
tot een toename van de industriële teelt van een beperkt aantal
gewassen leidt. Deze methodes hebben voor de rijke landen gewerkt maar
zijn mogelijk niet geschikt voor de arme plattelandsbevolking in de
ontwikkelingslanden.
"Wanneer de prijzen te laag zijn, hebben de boeren geen geld",
zegt Roberto Ridolfi, van EuropeAid, de dienst voor samenwerking van
de Europese Unie.
"Als de prijs zonder transport zelfs niet voldoende is voor de
calorieën die ze verbranden bij het ploegen, dan is dat absurd.
Maar wanneer de prijzen hoog zijn, worden arme mensen zeer kwetsbaar.
Wat er ook gebeurt, het is slecht nieuws voor arme mensen."
Kleine boeren motiveren
Door kleine boeren te helpen uit de armoede te geraken, zijn ze niet
langer een deel van het probleem maar van de oplossing. "We zijn
niet degenen die de wereld voeden, de boeren zijn dat", zegt Benyamin
Lakitan van het Indonesische ministerie voor Ontwikkeling. "We
moeten de boeren motiveren om de productiviteit op te voeren.
"Het probleem is dat de welvaart van boeren in de ontwikkelingslanden
decennialang niet gestegen is. Financiële stimuli voor boeren vormen
de sleutel tot de oplossing."
Verliezen beperken
Volgens dr. Warwick Easdown van het World Vegetable Centre in Taiwan
gaat te veel aandacht naar productie en te weinig naar het beperken
van verliezen. "In het domein waar ik werk, groenten, zijn er zeer
hoge verliezen bij bederfbare gewassen, meestal tot 50 procent, en zelfs
in ontwikkelde landen kennen we na de oogst verliezen van 15 procent.
Maar dat heeft tot nog toe weinig aandacht gekregen.
"Easdown vreest ook dat te weinig aandacht naar de kwaliteit van
de dagelijkse maaltijd zal gaan. "Je kan gewoon niet overleven
op rijst alleen. We weten dat in veel landen tot 70 procent van alle
energie uit één hoofdbestanddeel komt en dat leidt tot
ongezonde voedingsgewoontes."Er kan ook wat druk van het voedselsysteem
gehaald worden door de overconsumptie in de rijke landen tegen te gaan,
zegt Easdown. "Nu hebben we meer mensen met overgewicht en zwaarlijvigheid
dan er mensen honger lijden, en toch willen we meer voedsel produceren."
Paul Virgo
_____________________________________________________________________________________
Vlees eten desastreus voor het klimaat
Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies
met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik
van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie
van vlees aan banden te leggen.
Dat stelt
het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het in oktober gepubliceerde
rapport Growing within Limits.
Volgens
het planbureau zijn er voor de dreigende milieuproblemen voldoende betaalbare
oplossingen voorhanden, maar moet de overheid op de schop om de voorwaarden
voor een duurzame economie te creëren. Zo moeten politici onder
meer leren om verder vooruit te plannen en moet er maatschappijbreed
worden gekozen voor een groene economie. Wanneer de overheid haar beleid
niet omgooit, worden de dramatische gevolgen voor het milieu halverwege
de eeuw merkbaar, zoals de Club van Rome al voorspelde in 1972.
Hoofdtaken
zijn volgens de onderzoekers het afremmen van de temperatuurstijging
en het stoppen van het verlies van biodiversiteit (de verscheidenheid
aan genen, soorten en ecosystemen). Als er niet wordt ingegrepen is
de gemiddelde temperatuur tegen het jaar 2100 met zo'n 4 graden Celsius
gestegen. Ook zal de biodiversiteit in 2050 met ongeveer 40 procent
zijn afgenomen.
Om het
klimaat te beschermen moeten rijke landen hun broeikasemissies met 80
tot 90 procent terugbrengen. Wereldwijd moeten de emissies tot de helft
van het huidige niveau worden teruggebracht.
Om het
verlies van biodiversiteit te bestrijden moet de landbouwproductiviteit
omhoog, zodat er minder landbouwgrond nodig is. Naast een efficiënter
gebruik van grond betekent dat onder meer dat de consumptie van vlees
omlaag moet.
Het totale
kostenplaatje voor de beoogde hervormingen bedraagt jaarlijks 1 tot
2 biljoen euro. Dat is ongeveer 2 procent van het globale bruto nationaal
product, aldus de onderzoekers.
(Nieuwsbrief
Ned. Vegetariërs Bond 4 november 2009)
Bron: ANP
_____________________________________________________________________________________
Mexico zet licht op groen voor transgene maïs
MEXICO, 18 oktober 2009 (IPS) - De Mexicaanse overheid heeft het
licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs.
Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt
onder meer Greenpeace.
In 1999 was een moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de
Mexicaanse regering het opgeheven.
De Amerikaanse multinational Monsanto, die zo goed als een wereldmonopolie
heeft op de productie van zaden, kreeg toestemming voor twee proefvelden
van transgene witte maïs, in de oostelijke deelstaat Tamaulipas
en de noordelijke deelstaat Chihuahua.
Daardoor "staat men de contaminatie toe van een van de belangrijkste
herkomstgebieden op de planeet", zegt Aleira Lara van Greenpeace.
Volgens Adelita San Vicente, directeur van de ngo Semillas de Vida ("Zaden
van leven") zal de beslissing "nadelig zijn voor de kleine
maïsproducenten".
Via een oproep die vrijdag in de nationale kranten verscheen, vragen
ngo's, intellectuelen en wetenschappers een moratorium op transgene
maïs in te stellen.
In een studie die op vraag van het Mexicaanse ministerie van Leefmilieu
uitgevoerd is, bevelen experts zo'n moratorium aan zolang men de herkomstgebieden
en genetische diversiteit niet precies gedefinieerd heeft.
In 1999 was zo'n moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de
Mexicaanse regering het opgeheven.
Besmet
In 2001 al stelden de Mexicaanse bioloog Ignacio Chapela en zijn Amerikaanse
David Quist vast dat inheemse maïs in de zuidelijke deelstaat Oaxaca
met twee transgene variëteiten besmet was. Hun studie verscheen
in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Maïs is een basisbestanddeel in maaltijden van inheemse volken
in Mexico en Centraal-Amerika. Mexico telt acht miljoen hectare maïs,
goed voor een productie van 21 miljoen ton. Die wordt gerealiseerd door
meer dan twee miljoen kleine producenten.
Van transgene maïs is de genetische code in het laboratorium gewijzigd
zodat de gewassen bijvoorbeeld minder kwetsbaar zijn voor ziekten. Grote
landbouwproducenten in het noorden vragen de regering al geruime tijd
om transgene maïs te mogen telen om zo betere en grotere oogsten
te hebben. De huidige productie is te laag om aan de interne vraag naar
maïs te voldoen en daarom voert het land jaarlijks 10 miljoen ton
uit de VS in.
Zware druk
De ngo's beschuldigen de regering van Felipe Calderón ervan de
wet op de bioveiligheid te overteden, die sinds 2005 de herkomstgebieden
moet beschermen. Volgens Lara en San Vicente oefent de biotechnologische
industrie zware druk uit om toestemming te krijgen voor zijn transgene
gewassen. Voor transgene maïs kreeg de Mexicaanse overheid al 35
aanvragen.
Boeren- en milieuorganisaties hebben zich verenigd in de campagne 'Sin
maíz no hay país' ("zonder maïs bestaat het
land niet"). De alliantie kondigt acties aan tegen de experimenten.
Auteur: Emilio Godoy.
_____________________________________________________________________________________
Afrika produceert meer voedsel
BRUSSEL, 13 oktober 2009 (IPS)
Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika
ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is
er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Daarmee is de voedselproductie sneller gestegen dan de bevolking, die
met 2 procent groeide. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van
de VN (FAO) is de stijging te danken aan nieuwe technologie, maar ook
aan een beter landbouwbeleid in verschillende landen en aan de hogere
voedselprijzen, die de landbouwproductie stimuleren.
"Beter landbouwkundig onderzoek heeft gewassen opgeleverd die goed
afgestemd zijn op specifieke Afrikaanse regio's" zegt Hilary Clarke
van de FAO. "Zo heeft de 'New Rice for Afrika (NERICA), droogteresistente
rijst met een hoge opbrengst, tot betere oogsten geleid in West-Afrika
en Oeganda."
Daarnaast is ook het waterbeheer verbeterd. Door water op te slaan voor
drogere periodes en een betere irrigatie zijn boeren minder kwetsbaar
geworden voor onregelmatige neerslag.
Het rapport benadrukt dat Afrika nog steeds tegen enorme uitdagingen
aankijkt. Er is "doortastende actie" nodig om nog meer te
investeren in technologie en er voor te zorgen dat die bij de boeren
terechtkomt. Afrika moet ook beter gebruik maken van het beschikbare
land en water als het de groei wil volhouden.
Tot slot waarschuwen de auteurs ook voor de gevolgen van de klimaatverandering
voor het continent. Afrika moet snel maatregelen nemen om zich voor
te bereiden op die gevolgen, zeggen ze, omdat ze in sommige landen tot
de helft van de oogst verloren kunnen doen gaan.
Auteur: Joren Gettemans.
_____________________________________________________________________________________
Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van
multinationale producenten van biobrandstof
Bron PALA/ 13 okt. 2009
Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven
op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar
ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse
handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt
van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages
aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron
van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit
zijn er meestal de dupe van.
Binnen de afdeling Economische en Sociale Ontwikkeling van de VN-Voedsel-
en Landbouworganisatie (FAO) is momenteel een heftige discussie aan
de gang over de gevolgen van deze nieuwe 'landroof' voor de voedselvoorziening
en de klimaatverandering in Afrika. Aan de ene kant staan kritische
milieu- en boerengroepen die spreken van een nieuwe en ongecontroleerde
kolonisatie van Afrika, aan de andere kant heeft de Afrikaanse landbouwsector
dringend nood aan extra investeringen indien het continent de Millenniumdoelstellingen
op het vlak van voedselveiligheid wil halen tegen 2015. Volgens recente
cijfers van de FAO zou er elk jaar voor 30 miljard dollar moeten worden
geïnvesteerd in de Afrikaanse landbouwsector. Achter de schermen
van belangrijke spelers als de Europese Unie, de OESO en de VS zijn
machtige lobbygroepen actief om gedaan te krijgen dat multinationale
bedrijven volop kunnen investeren in de productie van plantaardige brandstoffen.
In Europa ontbreken de ruimte of de klimatologische omstandigheden voor
de aanleg van grootschalige plantages. Afrika komt dan in zicht. Sinds
de EU de doelstelling heeft vooropgesteld om tegen 2020 ten minste 20
procent van de fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare
energiebronnen, is de zoektocht naar lucratieve alternatieven big business
geworden. Al zijn de laatste tijd al wat kleine spelers op de markt
over de kop gegaan door de economische crisis. De grote bedrijven verdelen
de markt onder elkaar, aangemoedigd door de financiële incentives
van de EU. In Zweden heeft de regering recent beslist om de transportsector
tegen 2030 volledig vrij te maken van fossiele brandstoffen. Als gevolg
daarvan zijn Zweedse bedrijven in een hevige concurrentie gewikkeld
om alternatieve brandstoffen te ontwikkelen, ook via plantages in Afrika.
Twee Zweedse producenten van 'tweede generatie' (o.a. houtpulp) biobrandstoffen,
SweTree Technologies en SEKAB, zitten in de raad van bestuur van de
European Biofuels Technology Platform (EBTP), een industriële lobbygroep
die goede contacten heeft bij de Europese Commissie. Directeur Björn
Hägglund van SweTree (ex-CEO van papierfabrikant STORA) is tevens
voorzitter van de Zweedse afdeling van WWF, het Wereldnatuurfonds, een
van de twee NGO's die openlijk betrokken zijn bij het EBTP.
Plantages van biobrandstoffen vormen niet alleen een bedreiging voor
de biodiversiteit, maar doen ook de lokale voedselprijzen stijgen. Uit
cijfers van IFAD (International Fund for Agricultural Development) blijkt
dat sinds 2004 in Mali, Ghana, Sudan, Ethiopië en Madagaskar 2,5
miljoen hectare grond in handen in gekomen van internationale bedrijven.
De overgrote meerderheid van die gronden was in gebruik door lokale
boeren, de rest was meestal bos. Boeren werden gedwongen om te verhuizen
of werk te zoeken buiten de landbouwsector. Bedrijven worden aangetrokken
door het vooruitzicht op snelle winsten in een omgeving die weinig of
geen milieu- of arbeidswetgeving kent. Bovendien kunnen de bedrijven
rekenen op speciale investeringsfondsen van de EU.
In Ethiopië wil de regering minder afhankelijk worden van de import
van (dure) olie en is daarom al te graag bereid in zee te gaan met internationale
producenten van biomassa. Dat dit beleid haaks staat op de wens om ook
de voedselveiligheid te garanderen, blijkt uit de confrontaties tussen
traditionele boerengemeenschappen en bedrijven. Boeren die geen officiële
eigendomsrechten kunnen aantonen, worden van hun gronden verdreven.
Bossen worden in hoog tempo gekapt met alle gevolgen van dien. Indien
Ethiopië zijn (beperkte) consumptie van 29.000 vaten olie per dag
zou willen vervangen door hernieuwbare energiebronnen moet minstens
24 procent van het land in gebruik worden genomen. Dit zal de druk op
kwetsbare gebieden enorm doen toenemen. De EU moet dus goed afwegen
welke belangen ze vooropstelt: de biobrandstoffen of de voedselveiligheid
in Afrika. (JVC)
_____________________________________________________________________________________
Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden
is essentieel
Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties
van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale
dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN
creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een
uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie
van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële
rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede
in landelijke gebieden.
Uit recente rapporten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de
VN (FAO) blijkt dat vrouwen in ontwikkelingslanden en dan vooral in
de rurale gebieden van Zuid-Azië en grote delen van Afrika nog
altijd aankijken tegen een enorme achterstand in ontwikkelingskansen
in vergelijking met mannen en vrouwen in meer verstedelijkte gebieden.
Toch zijn vrouwen er vaak de spil van de voedselproductie en presteren
ze veel onbetaalde en ondergewaardeerde arbeid voor hun gemeenschap.
Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werken er wereldwijd
428 miljoen vrouwen in de landbouwsector tegenover 608 miljoen mannen.
In vele ontwikkelingslanden blijft de landbouw de belangrijkste sector
voor werkgelegenheid van vrouwen: 68 procent in Afrika ten zuiden van
de Sahara en 61 procent in Zuid-Azië. 25 procent van de kinderen
in rurale gebieden maakt de lagere school niet af, tegenover maar 16
procent van de kinderen in stedelijke gebieden. Bovendien hebben jongens
nog altijd een (kleine) voorsprong, wat de ontwikkelingskansen van vrouwen
ook in de toekomst nog hypothekeert. Meisjes moeten al erg jong de verantwoordelijkheid
dragen voor allerlei huishoudelijke taken en de zorg voor jongere kinderen.
De toegang tot basisgezondheidszorg is meestal erg beperkt in landelijke
gebieden. Voor zwangere vrouwen zijn er nauwelijks voorzieningen zodat
ze moeten blijven werken tot vlak voor de bevalling en onmiddellijk
daarna, wat voor een deel de hoge moedersterftecijfers kan verklaren.
Zeventig procent van de armen in ontwikkelingslanden leeft op het platteland.
En slechts twee procent van de landbouwgrond is er eigendom van vrouwen.
Omdat vrouwen zelden de eigendomsrechten bezitten van de grond die ze
bewerken, kunnen ze ook makkelijk de toegang tot die grond verliezen
en zo in een positie van totale afhankelijkheid terechtkomen. Voor vrouwen
is het ook moeilijk om aan voldoende krediet te geraken, zeker als ze
in een positie terechtkomen van alleenstaande moeder zonder noemenswaardige
bezittingen. Een bijkomend probleem is de sterke migratiestroom van
mannen die in de stedelijke gebieden op zoek gaan naar werk buiten de
landbouw. Vrouwen blijven dan meestal alleen achter in de dorpen zonder
voldoende middelen om weg te raken uit de structurele armoede. Vrouwen
en kinderen worden ook zwaarder getroffen door de gevolgen van de wereldwijde
klimaatverandering en zijn kwetsbaarder bij grootschalige natuurrampen.
De VN roept daarom alle lidstaten op om dringend werk te maken van de
toepassing van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination
against Women, de enige mensenrechtenconventie die ook expliciet de
achterstand van rurale vrouwen aan de kaak stelt.
(Jan Van Criekinge)
_____________________________________________________________________________________
Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Joren Gettemans
BRUSSEL, 10 september 2009 (IPS) - De helft van alle vis die wereldwijd
geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen
goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild
gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.
Het volume vis uit aquacultuur verdriedubbelde bijna tussen 1995 en
2007. Dat is voor een deel het gevolg van de stijgende vraag naar omega-3-vetzuren,
die goed zijn tegen hart- en vaatziekten. "Aquacultuur zal in 2009
de helft van de vis en zeedieren voor menselijke consumptie uitmaken",
schrijven de wetenschappers van de Universiteit van Stanford in de Proceedings
of the National Academy of Sciences.
Wilde vis
"De snelle expansie wordt gevoed door de enorme vraag", zegt
hoofdauteur Rosamond Naylor, professor aan de Universiteit van Stanford.
"Onze honger naar omega-3-vetzuren blijft een enorme druk op het
ecosysteem, tenzij we op korte termijn rendabele alternatieven kunnen
ontwikkelen."
Om de dieren snel te doen groeien en de smaak te optimaliseren, gebruiken
de viskwekerijen tonnen visvoer en visolie die afkomstig is van minder
waardevolle soorten die in het wild gevangen worden, zoals sardienen
en ansjovis. "Om één kilo zalm te kweken is er bijvoorbeeld
vijf kilo aan wilde vis nodig", zegt Naylor.
Vegetarische vissen zoals Tilapia kunnen gevoed worden met planten en
zijn in principe dus een pak beter voor het milieu. Maar begin jaren
negentig begonnen viskwekerijen ook aan die vissen visvoer te geven
om hun opbrengst te verhogen.
Milieuproblemen
De enorme honger naar wilde vis is niet het enige milieuprobleem van
viskwekerijen. Uit een rapport van het Amerikaanse Government Accountability
Office in mei 2008 blijkt dat door de kwekerijen grote hoeveelheden
geconcentreerd visvoer, afval, chemicaliën en antibiotica in de
oceanen terechtkomen. Bovendien brengen ontsnapte vissen het lokale
ecosysteem in gevaar en verspreiden ze ziektes en parasieten.
De onderzoekers breken een lans voor alternatieven, zoals gesloten viskwekerijen
op het land, die gebruik maken van een circulair systeem dat gebruikt
water zuivert. Op die manier kan er geen vis ontsnappen, is er geen
vervuiling met afval, antibiotica of chemicaliën en geen kans op
besmetting.
_____________________________________________________________________________________
Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Rudy Pieters
BRUSSEL,
7 september 2009 (IPS) - Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen
we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een
veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.
Naarmate
de temperaturen stijgen, zal het varkensvlees natter en bleker worden.
Het rundvlees zal magerder en donkerder worden, weinig smaak bevatten
en sneller bederven.
De oorzaak is hittestress tijdens het transport naar het slachthuis.
Bij runderen treedt die stress al op vanaf 20 graden Celsius, bij varkens
vanaf 31 graden. "We kunnen er zeker van zijn dat deze schadelijke
temperaturen vaker zullen voorkomen als gevolg van de klimaatwijziging",
zegt Neville Gregory, professor dierkunde aan de Universiteit van Londen.
Gregrory bestudeert al meer dan tien jaar hoe de vleeskwaliteit verandert
onder invloed van de temperatuur waarin de dieren gehouden worden. Over
dit fenomeen, dat tot nog toe weinig onderzocht werd, publiceerde Gregory
deze maand een artikel in het vakblad Food Research International.
Nat, wit vloeipapier
Door hittestress verzuurt het varkensvlees sneller meteen na het slachten.
Daardoor vallen de spierproteïnen uit elkaar en dat is nefast voor
de structuur van het vlees, zegt Gregory. Hij vergelijkt het varkensvlees
dat in die omstandigheden ontstaat, met "nat, wit vloeipapier".
Het vlees van koeien die aan hittestress lijden, heeft een hogere zuurgraad
dan die van varkens. Daardoor houden de proteïnen water vast en
komt er geen zuurstof in het vlees. Vlees zonder zuurstof ziet er donkerder
uit.
Normand St-Pierre van de Amerikaanse Ohio State University nuanceert
Gregory's verhaal. Veekwekers zullen steeds vaker gebruik maken van
koeltechnologie om de gevolgen van de klimaatwijziging tegen te gaan,
zegt hij in het blad New Scientist.
_____________________________________________________________________________________
Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs
en soja
BRUSSEL, 27 augustus 2009 (IPS) - De opwarming van de aarde zal eerst
tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf
29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan.
Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.
De studie onderzocht wat de voorbije vijftig jaar het effect van het
weer was op de Amerikaanse oogsten van maïs, katoen en soja. Ze
kwamen tot de vaststelling dat de oogsten met 0,6 procent daalden voor
elke "graaddag" met een temperatuur boven 29 graden.
Een graaddag, een meeteenheid die de onderzoekers hebben ontwikkeld,
geeft aan hoever het kwik boven 29 graden is gegaan en hoe lang het
boven die drempel is gebleven.
Daling tot 82 procent
Op dit moment telt de VS gemiddeld 57 graaddagen boven 29 graden tijdens
het groeiseizoen. Als er niets verandert aan de uitstoot van broeikasgassen
en de aarde verder opwarmt, dan kan het aantal graaddagen tot 413 groeien
tegen het einde van de eeuw. De maïsoogst zou dan met 82 procent
dalen.
Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 tot 50 procent van
het niveau van 1991 daalt, zullen de verliezen aanzienlijk zijn, 30
tot 46 procent, schatten de onderzoekers.
De impact van de dalende oogsten in de VS zal in de hele wereld te voelen
zijn, zeggen onderzoekers. Het land is goed voor 40 procent van de wereldwijde
maïs- en sojaproductie. "Als de Amerikaanse oogsten sterk
dalen, dan kan dat de voedselprijzen in de hele wereld opdrijven",
zeggen ze.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wolfram Schlenker van de Columbia-universiteit
(New York) en Michael Roberts van de North Carolina-staatsuniversiteit
(Raleigh)
Auteur: Rudy Pieters.
_____________________________________________________________________________________
De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch
model
26 augustus 2009 (MO) - Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap
afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en
goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische
en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële
crisis.
Eind juni kwamen wereldleiders in New York samen op de driedaagse VN-Conferentie
over de Wereldwijde Financiële en Economische Crisis en haar Impact
op Ontwikkeling. Sommige landen zagen die top als een mogelijk alternatief
voor de G20-bijeenkomst begin april in Londen, waar staatshoofden van
de twintig leidende en opkomende economieën zich bogen over de
crisis.
Die G20 was geen flop maar leidde evenmin tot fundamentele veranderingen.
Bovendien werden heel wat taken naar het Internationaal Muntfonds (IMF)
doorgeschoven, dat volgens sommigen door zijn beleid van deregulering
juist mee de crisis veroorzaakte en waar de rijke landen de plak zwaaien.
Veel ontwikkelingslanden waren daar niet gelukkig mee en zien in de
VN -een club van 192 lidstaten- een forum waar ze wel inbreng hebben.
Onder impuls van Miguel d'Escoto, de Nicaraguaanse voorzitter van de
Algemene Vergadering van de VN, groeide het idee om een VN-conferentie
over de crisis te organiseren. Met het oog daarop riep d'Escoto de Stiglitzcommissie
in het leven, een commissie met kritische experts uit alle windstreken
onder leiding van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar economie Joe Stiglitz.
Die commissie produceerde een rapport dat vernieuwende antwoorden gaf,
maar de vraag bleef wat de VN-top daarvan zou overnemen. Niet al te
veel, zo blijkt nu.
Kleine maar belangrijke stap
De radicale ontwikkelingslanden achter d'Escoto wilden dat de top hier
en nu het kapitalisme zou hervormen. De VS wilden zo weinig mogelijk.
De EU en meer gematigde ontwikkelingslanden die in de G20 zetelden,
zorgden voor een compromis: de tekst legt zich toe op de link tussen
de crisis en ontwikkeling.
Wat opvalt, is dat soms een andere toon wordt aangeslagen dan we gewoon
waren geraakt. Zo erkennen nu kennelijk alle landen dat overdreven geloof
in zelfregulerende markten mee tot de crisis heeft geleid. Er wordt
zelfs erkend dat ontwikkelingslanden tijdelijk kapitaalcontroles mogen
invoeren en dat ze -meer algemeen- meer hun eigen beleid moeten kunnen
bepalen.
Opmerkelijk is de oproep voor een effectief toezicht vanwege het IMF
op de grote financiële centra. De Stiglitzcommissie hamerde erop
dat internationaal toezicht vooral moet focussen op systemisch belangrijke
landen wiens beleid mondiale gevolgen heeft, in plaats van op de kleintjes.
De VN nemen dat over maar wijzen dat toezicht wel toe aan het IMF, waar
juist die grote landen het voor het zeggen hebben. 'De VN-top blijft
de leidende rol van het IMF aanvaarden', zegt Raman Mehta van de ngo
Action Aid teleurgesteld. Opvallend is de oproep aan het IMF om niet
langer voorwaarden aan ontwikkelingslanden op te leggen die de crisis
erger maken.
Al bij al zijn er weinig concrete toezeggingen. De oproep van de Stiglitzcommissie
om één procent van de stimulusprogramma's van de rijke
landen in ontwikkelingslanden te besteden viel in dovemansoren.
'Meer zat er niet in op dit moment', aldus de Chinese professor Yu Yongding,
lid van de Stiglitzcommissie. 'Dit is slechts een begin, al weet ik
niet of de volgende president van de Algemene Vergadering, een Libiër,
iets zal ondernemen om dit proces verder te zetten.' Dat was ook de
mening van Stiglitz: een kleine maar niet onbelangrijke stap naar meer
politieke globalisering.
Meer sociale bescherming
De Stiglitzcommissie benadrukte dat een uitrit uit de crisis veronderstelt
dat de economie voortaan meer steunt op reële inkomensgroei van
werkende mensen, in plaats van op krediet aan gezinnen en sommige staten.
Daarbij is sociale bescherming in opkomende landen belangrijk, zodat
pakweg Chinezen en Brazilianen minder moeten sparen en meer kunnen uitgeven.
De VN-top roept om betere sociale bescherming maar de oproep krijgt
geen concrete vorm.
Meer sociale bescherming, minimumlonen, jobcreatie door overheden
figureren prominent in het Globale Jobspact dat eveneens in juni door
de Internationale Arbeidsorganisatie werd goedgekeurd. ACV-voorzitter
Luc Cortebeeck licht toe: 'Toegegeven, wat er van die enorme waslijst
voorstellen uit het pact komt, blijft afwachten. Er is nog geen opvolgingsmechanisme
voor het pact; de IAO moet dat nog uitwerken. Maar toch, het is iets.
We gaan het voorleggen aan de G20 van Pittsburgh in september.'
Het handelsonevenwicht tussen de VS en China lag mee aan de basis van
de crisis en dat kernprobleem van de globalisering bleef onaangeroerd
in de G20. Ook de VN-top fietste er omheen.
Joaquin Almunia, Europees commissaris voor Economische Zaken, toonde
zich op een ontbijtdebat bij het ABVV optimistisch: 'In principe streven
de EU en China hetzelfde na: China wordt een welvaartstaat zoals wij
en het werkt aan de uitbouw van zijn sociale bescherming -pensioenen
en betaalbare gezondheidszorg. Waardoor de Chinezen meer zullen consumeren
wat ze zelf produceren in plaats van het uit te voeren. Probleem is
dat je die spaargewoontes van de Chinezen niet in een handomdraai kan
veranderen.'
De VN-tekst breekt evenmin potten inzake controle op financiële
producten. De Bank voor Internationale Betalingen, de bank der centrale
banken -en dus het walhalla van de centrale bankiers- sprak forsere
taal: hij riep in zijn jaarrapport op om financiële producten te
screenen zoals geneesmiddelen. Sommige financiële producten zouden
daarbij als zeer veilig moeten worden geklasseerd, andere als riskant
en nog andere als illegaal.
Handel en milieu
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde
neoliberale mantra's. Dat blijkt ook uit een nieuw rapport van de Wereldhandelsorganisatie
en het VN-Milieuprogramma over de link tussen handel en milieu. Daarin
staat dat handel door het toegenomen transport negatieve milieugevolgen
heeft, maar door de verspreiding van moderne technologieën ook
positief kan zijn voor het milieu. Het rapport erkent evenwel dat de
negatieve gevolgen doorgaans iets groter zijn dan de positieve.
Verder staat in het rapport, en dat is toch opvallend, dat een land
niet noodzakelijk strijdig is met WTO-regels wanneer het producten belast
afkomstig uit een land zonder klimaatmaatregelen terwijl het zelf die
maatregelen wel treft. Kwestie van de competitie niet te vervalsen,
of te voorkomen dat vervuilende bedrijven delokaliseren.
Dat betekent concreet dat de EU die over een systeem voor handel in
emissierechten beschikt, producten uit China zou kunnen belasten. Zeker,
het land dat zijn uitvoer op die manier belast ziet, kan klacht indienen
bij de WTO, maar of het ook gelijk krijgt, hangt af van hoe correct
de taks wordt geheven.
In de VS keurde het Huis van Afgevaardigden al een klimaatplan goed
dat zo'n grenstax wil heffen, waarop India al kwaad reageerde. De mondialisering
kende tot nu toe zwakke milieuregels. Of daar op deze manier kan worden
aan verholpen, zal moeten blijken.
Auteur: John Vandaele.
_____________________________________________________________________________________
Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade
ADDIS ABEBA, 25 augustus 2009 (IPS) - De Afrikaanse landen willen
tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan
compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek
gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Afrikaanse experts en hoge vertegenwoordigers van lidstaten van de Afrikaanse
Unie (AU) adviseren Afrika om tussen 69 en 200 miljard dollar per jaar
te eisen van de rijke landen, als compensatie voor de klimaatschade.
Afrika krijgt de hardste klappen als gevolg van de klimaatverandering,
maar draagt volgens deskundigen zelf nauwelijks bij aan de uitstoot
van broeikasgassen die de opwarming van de aarde zouden veroorzaken.
De uitstoot komt grotendeels voor rekening van de rijke landen.
Ziekten en oorlogen
Volgens de Afrikaanse Unie heeft een gebrek aan eenheid binnen Afrika
er in het verleden voor gezorgd dat de belangen van het continent niet
goed behartigd zijn. De Afrikaanse landen willen het nu anders aanpakken.
Tijdens de gisteren afgesloten bijeenkomst in Addis Abeba is gesproken
over een gezamenlijk standpunt voor de conferentie in december in Kopenhagen.
De details van het plan zijn nog niet vrijgegeven. Het is dus nog niet
duidelijk hoeveel geld elk ontwikkeld land zou moeten betalen en voor
hoe lang. Ook is nog niet duidelijk hoe het geld over het continent
verdeeld zou moeten worden en wie controleert hoe het besteed wordt.
Meer informatie wordt verwacht nadat het voorstel is goedgekeurd door
de Afrikaanse regeringsleiders. Zij buigen zich op 31 augustus in Tripoli
(Libië) over het plan. Ethiopië is genomineerd om een leidende
rol te spelen bij de onderhandelingen, als hoofd van de recent gevormde
Conference of African Heads of State and Government on Climate Change
(CAHOSCC).
"De Afrikaanse ontwikkelingsdoelen staan op het spel als er niet
snel iets gedaan wordt om de gevolgen van de klimaatverandering aan
te pakken", zei Jean Ping, commissievoorzitter van de AU, tijdens
de conferentie. "De klimaatverandering zal invloed hebben op de
productiviteit, zorgen voor een toename van ziekten en armoede en conflicten
en oorlogen uitlokken."
Eerder dit jaar riep de Ethiopische premier Zenawi rijke landen op om
Afrika te compenseren voor de klimaatverandering, met het argument dat
de vervuiling op het noordelijk halfrond wellicht de oorzaak is geweest
van de dramatische hongersnoden in zijn land in de jaren tachtig.
Auteur: Omer Redi Ahmed.
_____________________________________________________________________________________
Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen
Bolivia
is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos.
Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren
ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse
land steeds meer bomen verdwijnen.
Als de enorme boom ter aarde stort, lijkt het alsof hij door het gekraak
heen ook een laatste zucht slaakt. 'Zonde', denk je als je zo'n prachtig
gevaarte tegen de vlakte ziet gaan. De boom komt uit Bolivia, een land
dat nog een groot areaal aan bos heeft doordat het zo afgelegen ligt.
Omdat Bolivia rijk is aan hout, is de Nederlandse parketfabrikant INPA
naar Bolivia gekomen. Het bedrijf heeft er een stuk bos gekocht met
een oppervlakte van 300 vierkante kilometer en een fabriek gebouwd in
de plaats Concepcion. Dat gehucht in het tropische oostelijke deel van
Bolivia ligt niet ver van het eigen bos.
Jonge aanwas
De fabrikant gebruikt het bos duurzaam. Het gebied is verdeeld in blokken.
In elk van die blokken wordt maar eens in de 25 jaar gekapt. En dan
gaan lang niet alle bomen tegen de vlakte: alleen de grote exemplaren.
Daardoor komt er plaats vrij voor jonge aanwas. Die wordt niet geplant,
maar groeit uit het zaad dat de andere bomen vanzelf laten vallen. Op
deze manier blijft het bos zichzelf steeds genereren.
Een prachtig systeem dus eigenlijk, maar een systeem waarvoor je wel
enorm veel bosland nodig hebt. Het Nederlandse bedrijf heeft aan z'n
eigen bos niet genoeg, maar haalt nog eens anderhalf keer zo veel extra
hout uit de bossen die worden beheerd door inheemse stammen. Het werkt
daarvoor onder meer samen met de gemeenschap van Santa Monica die bestaat
uit tweehonderd mensen. Die hebben geen eigen apparatuur. Ze kunnen
daarom niet anders dan hun bomen als boom verkopen. INPA komt dan met
zijn eigen zware machines het bos in om de bomen om te zagen en naar
de fabriek te brengen. Ook dat hout wordt overigens duurzaam verbouwd.
Dorpshoofd
Voor de inheemse groepen is het geen ideale situatie. Het dorpshoofd
vertelt dat hij tevreden is over de samenwerking met de Nederlanders
omdat die zich goed aan hun afspraken houden en op tijd betalen. Maar
liever zou hij een eigen houtzagerij in het dorp beginnen. Dan kan het
dorp het hout tegen een betere prijs aan marktpartijen verkopen. Aan
platgooien van het oerwoud voor de veel lucratiever verbouw van soja
denkt hij niet: het dorp leeft traditioneel van het bos en doet daarnaast
alleen aan wat landbouw en veeteelt.
Maar anderen denken wel aan soja. Paul Roosenboom, die met zijn zus
Ella eigenaar is van INPA, werkt al ruim twintig jaar in Zuid-Amerika.
Hij heeft al veel bos zien verdwijnen. Zijn eerste fabriek bouwde hij
in Paraguay, maar daar is inmiddels zoveel bos weg dat het steeds moeilijker
wordt om grondstoffen te krijgen. Daarom kocht zijn bedrijf tien jaar
geleden het bos in Bolivia. Inmiddels staat er ook een fabriek.
Bulldozer
Roosenboom heeft er een hard hoofd in of het bos in Bolivia wel zal
blijven bestaan. Overal om zijn bedrijf heen ziet hij niet alleen bomen
verdwijnen door illegale kap, hij ziet ook steeds meer sojaboeren komen.
,,Die zijn helemaal niet geïnteresseerd in hout. Het liefst duwen
ze met een bulldozer de bomen om, want dan gaan de wortels meteen mee.
Dan steken ze wat er nog over is in brand", vertelt Roosenboom.
Voor de inheemse gemeenschappen is de komst van de sojaboeren geen goed
nieuws. In Brazilië bleek de komst van de sojaboeren maar kort
welvaart te bieden. Na een tijdje trokken zij weer verder, de grond
uitgeput achterlatend. Daarna vervielen de gemeenschappen weer in hun
oude armoede. En dan ook nog zonder bos.
Garrie van Pinxteren
_____________________________________________________________________________________
Water: mensenrecht of economisch goed?
Thalif Deen
NEW
YORK, 14 augustus 2009 (IPS) - De groeiende commercialisering van water
doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte
wettelijk te erkennen als een mensenrecht.
We hebben
absoluut nood aan een conventie of verdrag omtrent het recht op water,
om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog water ontzegd kan worden omdat
ze niet kunnen betalen", zegt Maude Barlow, topadviseur van de
voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN. "We moeten water
als mensenrecht beschermen", zegt ze.
Dat voorstel voor een conventie kan het beste gedaan worden door de
VN-Mensenrechtencommissie in Geneve, vindt Barlow, maar het zou best
zijn mochten de 192 lidstaten van de Algemene Vergadering ze ratificeren.
Volgens de Verenigde Naties hebben bijna 880 miljoen mensen, het merendeel
in de ontwikkelingslanden, onvoldoende toegang tot zuiver water. Tegen
2030 zou bijna vier miljard mensen in streken leven met ernstige waterproblemen,
met name in Zuid-Azië en China.
Uit een studie van het milieuagentschap van de VN, UNEP, blijkt dat
de globale markt voor watervoorziening en waterzuivering goed is voor
250 miljard dollar wereldwijd, en dat die nog zal groeien met bijna
660 miljard dollar tegen 2020.
Verenigde Staten
Volgens Patricia Jones, waterdeskundige en manager van het Environmental
Justice Programme bij de mensenrechtenorganisatie Unitarian Universalist
Service Committee, onderhandelden de Verenigde Staten tegen de aanstelling
van een speciale VN-rapporteur voor het mensenrecht op water tijdens
een stemming in de Mensenrechtencommissie in maart 2008. Toch werd een
onafhankelijke deskundige aangewezen, die de reikwijdte van het mensenrecht
op water en sanitaire voorzieningen moest vastleggen.
"Die tegenstand van de vorige Amerikaanse regering is nu aan het
veranderen", zegt Jones. Ze verwijst naar de toespraak van president
Barack Obama bij zijn aantreden, waarin hij de bevolking van arme landen
beloofde "met hen samen te werken om hun boerderijen te doen floreren
en schoon water te doen stromen."
Reactie
Volgens Barlow is er een reactie op gang aan het komen tegen de privatisering
van watervoorziening. "We zijn met succes het besef aan het introduceren
dat water een publieke aangelegenheid is, en door de bevolking beheerd
moet worden", zegt ze. "Maar we moeten waakzaam blijven voor
nieuwe vormen van privécontrole: watermarkten en waterhandel,
waterbanken en speculatie dreigen aan de horizon."
Volgens Barlow moet de internationale gemeenschap ook de "supermachten"
goed in de gaten houden, omdat die buiten hun grenzen op zoek gaan naar
watervoorziening, net zoals ze dat voor olie deden. China bijvoorbeeld
is een leiding aan het bouwen die water uit de Tibetaanse Himalaya aanvoert.
IPS(JG, RP)
_____________________________________________________________________________________
Financiële
hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren
NEW YORK, 3 augustus 2009 (IPS) - Haïti kan niet klagen over een
gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs
op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de
voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe
voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.
Donorlanden hebben eerder dit jaar 324 miljoen dollar (228 miljoen euro)
hulp toegezegd voor de komende twee jaar. Door die hulp zal de Haïtiaanse
regering ondanks de crisis in 2010 nog iets meer kunnen uitgeven dan
dit jaar, schat Claude Fignole, de directeur van de hulporganisatie
ActionAid Haiti.
De aandacht voor het armste land van het westelijk halfrond heeft veel
te maken met de benoeming van de voormalige Amerikaanse president Bill
Clinton als speciale VN-gezant voor Haïti. In maart kreeg het land
ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon op bezoek.
Labiele situatie
Experts waarschuwen dat de hulp aan Haïti de komende jaren niet
mag worden teruggeschroefd. De sociale situatie in het land blijft labiel
nadat er in april 2008 rellen waren uitgebroken naar aanleiding van
de stijgende voedselprijzen. De onlusten kostten het leven aan vijf
Haïtianen en dwongen de toenmalige premier Jacques-Edouard Alexis
tot ontslag.
Daarna richtten orkanen ook nog eens schade aan op meer dan 70 procent
van de Haïtiaanse akkers. Ook de wegen hebben zwaar onder het noodweer
geleden en zijn nog altijd niet hersteld.
De Haïtiaanse regering houdt sinds april vorig jaar de voedselprijzen
kunstmatig laag, maar toch kosten levensmiddelen nog altijd meer dan
het gemiddelde van de afgelopen vier jaar. Intussen sturen Haïtiaanse
emigranten minder geld naar huis, een gevolg van de economische crisis.
Die geldstroom is goed voor een vijfde van het Haïtiaanse bruto
binnenlands product.
Volgens de Ad Hoc Adviesgroep over Haïti van de VN is de voedselbevoorrading
van meer dan een derde van de Haïtiaanse bevolking onzeker. In
afgelegen gebieden, waar moeilijk voedselhulp kan worden geleverd, wordt
er echt honger geleden.
De adviesgroep raadt de Haïtiaanse regering en de internationale
gemeenschap aan snel werk te maken van extra banen en meer buitenlandse
investeringen om de sociale situatie te stabiliseren. Buiten de VS zouden
ook andere rijke landen Haïtiaanse producenten bevoorrechte toegang
kunnen bieden voor hun exportgoederen. Haïti zou ook vrijhandelszones
kunnen opzetten om meer buitenlandse bedrijven aan te trekken.
Beter af zonder buitenlandse raad
Maar sommige critici oordelen dat Haïti beter af zou zijn zonder
al die goede raad. "De internationale gemeenschap heeft te veel
aandacht besteed aan Haïti, en bijna altijd op een verkeerde manier",
vindt Charles Arthur, de directeur van de Britse Steungroep voor Haïti.
Volgens Arthur steunt de internationale gemeenschap al jaren "de
meest reactionaire vleugel van de private sector", in plaats van
de meerderheid van arme landbouwers. Om aan de weet te komen wat Haïti
echt kan helpen, moeten donorlanden volgens hem meer luisteren naar
Haïtiaanse burgerorganisaties.
In plaats van vrijhandelszones moet er meer steun komen voor de lokale
boeren om meer voedsel te produceren voor de eigen markt. Dat zegt de
Papda, een Haïtiaanse basisorganisatie die opkomt voor een landhervorming.
Categoriën: Ontwikkeling - Economie - Deadline 2015 - Cariben -
Haïti
Auteur: Sonali Salgado.
_____________________________________________________________________________________
Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid
in gedrang
31 juli 2009 (MO) - Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma,
Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een
tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande
gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Door de financiële crisis zijn de voedselprijzen het afgelopen
jaar in meer dan tachtig procent van de ontwikkelingslanden gestegen.
Hierdoor lijden steeds meer mensen honger. De slagkracht van het Wereldvoedselprogramma
(WFP), dat deze hongerigen probeert te bereiken, wordt nu bedreigd door
een tekort aan budget. Volgens Sheeran is de situatie alarmerend.
Wereldvoedselprogramma
Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (VN) heeft als doel
het aantal hongerigen en ondervoede mensen af te bouwen. Meer dan één
miljard mensen lijdt honger. Voor 2009 probeert de organisatie 108 miljoen
mensen, verspreid over 74 landen, van voedsel te voorzien. Het kostenplaatje
van deze missie bedraagt 6,7 miljard dollar, maar nu al blijkt dat dit
onhaalbaar is. Het budget van het WFP bestaat immers volledig uit vrijwillige
bijdragen van onder andere overheden, bedrijven en private donoren.
Josette Sheeran, hoofd van het WFP, vertelde woensdag in het Witte Huis
dat ze vreest voor een enorm financieel tekort. Naar schatting zal het
WFP tegen het einde van dit jaar slechts 3,7 miljard dollar verzameld
hebben.
Wat nu?
Met een deficit van bijna de helft van zijn budget, kan het WFP een
groot deel van haar doelgroep niet bereiken. In Bangladesh bijvoorbeeld
wil het WFP dit jaar vijf miljoen hongerigen helpen. Waarschijnlijk
zullen maar 1,4 miljoen hiervan kunnen worden geholpen.
Hoewel sommige hulpprogramma's onvermijdelijk geschrapt zullen worden
indien het WFP blijvend wordt geconfronteerd met te weinig inkomsten,
verzekert het WFP dat het zijn uiterste best doet om zich voornamelijk
toe te leggen op de meest kwetsbare groepen, namelijk kinderen en zwangere
vrouwen. Verder zullen die laatsten minder voedsel krijgen dan in vorige
jaren: het dagelijks aantal calorieën wordt teruggeschroefd van
2100 naar ongeveer 1600 per persoon.
Nood aan een langetermijnoplossing
Sheeran pleit voor langetermijnoplossingen met betrekking tot de voedselveiligheid.
Ze zegt dat de twintig miljard dollar die de G8 recentelijk vrijmaakte
om de wereldwijde voedselveiligheid te verbeteren, een eerste stap in
de goede richting is. Ze vraagt ook expliciet aan de G20, die binnenkort
in Pittsburgh samenkomt, om hier rekening mee te houden.
Auteur:
Muriel Denayer.
_____________________________________________________________________________________
Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel
KAAPSTAD,
22 juli 2009 (IPS) - Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van
fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een
eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel
voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers
proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te
drijven.
Fairtradekeurmerken als het Belgische en Nederlandse Max Havelaar garanderen
consumenten dat producten als koffie, bananen en bloemen onder sociaal
aanvaardbare omstandigheden zijn geproduceerd en tegen een eerlijke
prijs zijn aangekocht. Keurmerkorganisaties proberen de eerlijke handel
ook te stimuleren. Traditioneel komen de producten van eerlijke handel
uit het Zuiden, terwijl de verdelers en consumenten zich in het Noorden
bevinden. FLO, een netwerk van keurmerkorganisaties voor eerlijke handel,
telde tot voor kort alleen leden in Europa, Noord-Amerika en Japan.
Noord-Zuidopdeling
doorbreken
Maar samen met producentennetwerken uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië
breekt Fairtrade Label South Africa (FLSA) FLO nu open. De regionale
netwerken werden al in 2007 toegelaten als volwaardige leden van FLO.
De Zuid-Afrikaanse organisatie, die in 2008 werd opgezet, werd in april
dit jaar officieel binnengehaald als de eerste certificatieorganisatie
uit een ontwikkelingsland.
Voorlopig zal FLSA alleen het gebruik van het internationale keurmerk
Fairtrade in Zuid-Afrika bevorderen en de verkoop van producten met
dat keurmerk stimuleren. De licentievergoedingen blijven in Zuid-Afrika
en zullen daar gebruikt worden om de eerlijke handel te bevorderen.
De toekenning van het keurmerk blijft in handen van het secretariaat
van FLO in Bonn.
Niet alle leden van FLO waren aanvankelijk even enthousiast over de
toetreding van een Zuid-Afrikaanse keurmerkorganisatie, zegt Boudewijn
Goossens, de directeur van FLSA. Goosens komt uit Nederland maar leeft
al ruim tien jaar in Zuid-Afrika. "Eerlijke handel is een Europees
concept, en FLSA wil dat veranderen. FLO geeft aan dat het naar een
mondiale benadering wil evolueren, en we zien zeker vooruitgang daarin."
Volgens Goossens is de relatie met FLO de voorbije zes maanden sterk
verbeterd en wordt zijn organisatie nu als een ernstige partner behandeld.
De hele
productieketen
"FLO ziet ook Brazilië, Mexico, China en India als belangrijke
potentiële afzetmarkten voor producten uit eerlijke handel, maar
Zuid-Afrika is het eerste land uit het Zuiden dat een marketingorganisatie
binnen FLO heeft. We zijn voortrekkers op het vlak van eerlijke handel.
We zijn ook het eerste land waar eerlijke toeristische producten en
diensten worden verkocht." Op het Afrikaanse continent bestaan
er buiten Zuid-Afrika ook nog in enkele andere Afrikaanse landen winkels
voor eerlijke handel, maar volgens Goossens zit er weinig lijn in die
initiatieven.
Goossens droomt ervan een rol te kunnen spelen in de hele productieketen
van eerlijke handel in Afrika, van productie tot verwerking, de toekenning
van het keurmerk en marketing. "Afrika zal er meer aan hebben als
we afgewerkte producten kunnen verhandelen in plaats van grondstoffen."
Zuid-Afrika is een van de ruim zestig ontwikkelingslanden die landbouwproducten
leveren die een Fairtradekeurmerk dragen. Een zestigtal Zuid-Afrikaanse
boerderijen en coöperatieven produceren onder meer eerlijke wijn,
rooibosthee en verscheidene soorten fruit en fruitconcentraten. Sinds
eind 2008 mochten ook de eerste Zuid-Afrikaanse bedrijven het Fairtradelabel
op hun producten aanbrengen. Ze verkopen wijn, koffie en rooibos.
Volgens Goossens is het begrip eerlijke handel nog niet erg bekend in
Zuid-Afrika. Daar zet FLSA dit jaar zijn schouders onder. Een belangrijke
doelgroep vormen Zuid-Afrikaanse politici. Tegelijk probeert de organisatie
meer licentiehouders te winnen - de bedrijven die producten met het
Fairtradelabel verkopen. In een tweede fase zal FLSA die licentiehouders
dan bijstaan om de Zuid-Afrikaanse markt beter te bereiken en het grote
publiek warm te maken voor de producten.
Auteur:
Sybrandus Adema.
_____________________________________________________________________________________
Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten
KAAPSTAD, 19 juli 2009 (IPS) - Organische landbouw kan een antwoord
zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode.
Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming
echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
"Plotseling stoppen met het gebruik van chemicaliën is voor
de grond net zo traumatisch als een cold turkey-afkickmethode voor een
drugsverslaafde", zegt Cornelius Oosthuizen, hoofd van het Zuid-Afrikaanse
Biofarm Institute.
"Als je duizend hectare land hebt, kun je niet op al dat land organische
monocultuur beginnen. Eerst moet je biologisch gaan boeren." Bij
biologische landbouw worden alleen onschadelijke chemicaliën gebruikt,
organische landbouw staat helemaal geen gebruik van chemicaliën
toe.
Het kost enige tijd om de micro- en macromineralen in balans te brengen
en het ecologische systeem moet zich herstellen (er moet bijvoorbeeld
voldoende activiteit van insecten en wormen in de bodem zijn).
Een goede overgang naar organische landbouw is belangrijk als Zuid-Afrikaanse
boeren willen profiteren van de groeiende vraag naar organische producten.
In de internationale markt voor organische producten gaat jaarlijks
vijftig miljard dollar om. Daarnaast zou deze vorm van landbouw de Afrikaanse
problemen met voedselzekerheid kunnen verminderen. Afrika laat echter
veel potentieel onbenut.
Hogere opbrengst
In juni waarschuwde ontwikkelingsorganisatie Oxfam dat Afrika bezuiden
de Sahara voor jaarlijks twee miljard dollar aan maïsoogsten kan
verliezen als gevolg van de klimaatverandering. De regio is gevoelig
natuurrampen en droogte. De Afrikaanse waterbronnen moeten daarom zo
efficiënt mogelijk gebruikt worden.
Volgens Raymond Auerbach, een bekende voorstander van organische landbouw
in Afrika, blijkt uit onderzoek van verschillende organisaties dat organische
landbouw de opbrengsten in ontwikkelingslanden kan verdubbelen of verdriedubbelen.
Het zou flinke energiebesparingen opleveren en organische landbouw kan
water tot 40 procent efficiënter gebruiken. Organische producten
bevatten daarnaast meer belangrijke voedingsstoffen.
Auerbach is directeur van de Rainman Landcare Foundation in Zuid-Afrika.
Zijn organisatie begeleidt boeren op een ecologische verantwoorde manier
te produceren met optimaal watergebruik. De stichting helpt boeren ook
zich te organiseren en markten te ontwikkelen.
Uit een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008, blijkt dat
bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde
door gebruik van organische productiemethoden. Onwetendheid en weerstand
tegen organische landbouw en de financiële dominantie van zaad-
en kunstmestbedrijven met sterke politieke banden, zijn enkele van de
redenen waarom organische markten niet ten volle ontwikkeld zijn.
Volgens Auerbach lopen Zuid-Afrikaanse organische bedrijven tegen veel
hindernissen aan. "Ten eerste wordt er ter plaatse weinig onderzoek
gedaan om de boeren te ondersteunen. Ten tweede verleent de overheid
vaak alleen steun als boeren kunstmest en gif gebruiken. En ten derde,
het is een ingewikkelde en kostbare zaak om gecertificeerd te worden
als 'organisch'."
Onwetenschappelijk
"De weerstand tegen organische landbouw wordt gevoed door bedrijven
die kunstmest en gif leveren", zegt Auerbach. "Daarnaast wordt
studenten aan de landbouwopleidingen geleerd dat kunstmest, gebruik
van gif en genetisch veranderde zaden wetenschappelijke methodes zijn
die voor vooruitgang staan, en dat 'ouderwetse' methodes onwetenschappelijk
zijn."
De potentiële inkomsten van organische landbouw zijn hoog, stelt
hij. Organische boeren in Oeganda halen met de export van hun producten
een jaarlijkse omzet van 22 miljoen dollar. Ze leveren daarnaast op
de lokale markt. Auerbach beweert dat de organische beweging voor voedselzekerheid
kan zorgen. "De agribusiness is in de eerste plaats geïnteresseerd
in winst maken, minder in voedselzekerheid. Sommige ontwikkelingsorganisaties
klagen dat het meeste geld dat ze investeren in ontwikkeling, terugvloeit
naar de VS. Dat gebeurt in de vorm van betalingen aan Amerikaanse bedrijven
die experts, technologie en producten leveren."
Oosthuizen denkt dat het boerenbedrijf in Afrika terugmoet naar kleinschaligheid.
"Elk dorp zou zijn eigen boerderijen, molens en bakkerijen moeten
hebben. En zodra de plaatselijke bevolking genoeg heeft, kan gekeken
worden naar andere markten." De overheid zou dat proces in goed
banen moeten leiden, zegt hij.
In Zuid-Afrika wordt op veel plaatsen in de stad en op het platteland
de honger op afstand gehouden met groentetuinen, veelal opgezet door
vrouwen. Die tuinen leveren niet alleen eten voor hun eigen gezin, maar
ook voor andere plaatselijke bewoners. Op het platteland heeft organische
landbouw grote voordelen, zegt Auerbach. "Boeren hoeven niet ver
te reizen om dure benodigdheden aan te schaffen. Bovendien eten hun
eigen kinderen van het voedsel. Tijdens de productie en consumptie wordt
niemand blootgesteld aan schadelijke stoffen."
Auteur: Stephanie Nieuwoudt.
_____________________________________________________________________________________
Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?
Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern
van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland
in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een
voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20
miljoen euro beschikbaar.
Nederland
is op dit moment, na de VS, 2e exporteur van agrarische producten in
de wereld, met een omvang van 60 miljard euro. Het concurrentievermogen
en de innovatiekracht van de Nederlandse voedingssector moet optimaal
bijdragen aan het duurzamer worden van het internationale voedselsysteem.
Dat voedselsysteem staat ondermeer onder druk vanwege de mondiaal forse
toename van de consumptie van vlees, vis en zuivel, wat een groot beslag
legt op het mondiale ecosysteem.
Stakeholders
Bij de verduurzaming van de voedselketen is een belangrijke rol weggelegd
voor de voedselproducerende en -verwerkende sector en de supermarkten,
de zogeheten stakeholders. Minister Verburg is bezig een platform verduurzaming
voedsel op te richten, om het aanbod van marktgerichte duurzamere producten
te vergroten. Dit platform moet komen met concrete plannen waarmee ondermeer
duurzame groenten, fruit, vlees en vis hun weg naar de consument vinden.
Een voorbeeld van deze aanpak is het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming
Dierlijke Producten dat vorige maand is ondertekend en dat moet leiden
tot vlees in de schappen tussen het reguliere en biologische segment
in.
Consumenten
Volgens het persbericht van het ministerie zijn het uiteindelijk de
consumenten die de verduurzaming van het voedsel tot stand kunnen brengen:
zij moeten het duurzamere voedsel immers kopen. Om een duurzamer keuze
te kunnen maken moet de consument keuze hebben, zich bewust zijn van
de gevolgen van zijn keuze en over voldoende informatie beschikken om
een afgewogen keuze te kunnen maken. Op het gebied van de informatievoorziening
zien dankzij een overdaad aan logo's de meeste consumenten door de bomen
het bos niet meer. Verburg wil de consument een handje te helpen door
samen met EZ de Consuwijzer uit te breiden met meer duurzaamheidskeurmerken.
Niet
echt ambitieus
Of de ambitie van de nota kan worden waargemaakt is maar de vraag. Een
bedrag van twintig miljoen, verdeeld over zes jaar is niet echt ruim
begroot. En of de consument nou werkelijk zit te wachten op half biologisch
vlees? Daarnaast ontwijkt de regering haar werkelijke verantwoordelijkheid
door naast het bio assortiment de zeer ruime keuze aan niet duurzaam
aanbod volledig ongemoeid te laten. En juist in de beperking daarop
valt de grootste winst te behalen. Niet echt ambitieus, kortom, deze
nota.
_____________________________________________________________________________________
"Meer democratie moet failliet economisch systeem
redden" (VN)
Henry Parr en Thalif Deen
NEW
YORK, 26 juni 2009 (IPS) - Tijdens de financiële top die de Verenigde
Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek
naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde
fiscale en handelsbeleid bepalen.
"Op
dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat
de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire
milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene
vergadering van de Verenigde Naties (VN).
"Het is inhumaan en onverantwoordelijk om een Ark van Noach te
bouwen waarmee alleen het bestaande economische systeem gered wordt,
en de grote meerderheid van de bevolking te laten lijden onder een systeem
dat is opgelegd door een onverantwoordelijke, maar machtige minderheid."
Westen afwezig
Het besluit om een VN-top te houden over de economische crisis, werd
met consensus genomen door alle 192 lidstaten. Dat besluit viel tijdens
een internationale conferentie over financiering en ontwikkeling, die
in november werd gehouden in Doha (Qatar).
Volgens sommige waarnemers is de top belangrijk voor de toekomst van
de VN, vooral als het gaat om de rol die het orgaan kan spelen bij het
uitwerken van een nieuw, meer democratisch systeem voor wereldwijde
financiering en economisch beleid.
Zowel de voorzitter van de Wereldbank, Robert Zoellick, als de baas
van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Dominique Strauss-Kahn,
kwamen echter niet opdagen bij de top. Ook is vrijwel geen enkele westerse
politieke leider aanwezig. De rijke landen vinden dat oplossingen voor
de economische crisis in de eerste plaats van het IMF en de Wereldbank
moeten komen.
In totaal stuurden 142 landen delegaties. De meeste deelnemers aan de
top komen uit ontwikkelingslanden. Zij buigen zich vandaag over een
verklaring die onder meer spreekt over het "versterken van de rol
van de Verenigde Naties bij het formuleren van een antwoord op de crisis,
het bevorderen van groen en duurzaam herstel en hervorming van instituten
zoals het IMF en de Wereldbank, gebaseerd op een eerlijke en representatieve
vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden."
Ontwikkelingshulp
De secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, gaf tijdens de top aan
dat hij zich zorgen maakt over de ontwikkelingshulp, en met name de
hulp aan de 49 minst ontwikkelde landen in de wereld.
Westerse landen staken in de afgelopen maanden 18 biljoen dollar in
wankelende financiële instituten. Ontwikkelingslanden moesten het
in de afgelopen vijftig jaar met ruim 2 biljoen aan hulp doen. Geldgebrek
is dus geen excuus meer om op de hulp aan ontwikkelingslanden te bezuinigen,
zei Ban.
De Millenniumcampagne van de Verenigde Naties, die gericht is op het
uitroeien van extreme armoede en honger wereldwijd, wijst op het grote
verschil tussen het bedrag dat in de afgelopen 49 jaar na veel moeizame
onderhandelingen en topbijeenkomsten naar de armsten in de wereld ging,
en de gigantische bedragen die van de ene op de andere dag gevonden
werden om de veroorzakers van de financiële crisis uit de brand
te helpen. "Niemand kan nog volhouden dat er geen geld is om de
50.000 mensen die dagelijks door extreme armoede doodgaan, te helpen",
zei Salil Shetty, directeur van de Millenniumcampagne.
De hulp aan Afrika was in de afgelopen jaren tenminste 20 miljard dollar
per jaar lager dan beloofd door de leiders van de industrielanden tijdens
een topontmoeting in Gleneagles (Schotland) in 2005, zei Ban Ki-moon.
"Als de wereld meer dan 18 biljoen kan mobiliseren om de financiële
sector overeind te houden, dan kan er ook 18 miljard gevonden worden
om de belofte aan Afrika te houden."
Draagvlak
De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft uitgerekend dat de economische
crisis ertoe geleid heeft dat 100 miljoen mensen meer honger lijden.
In totaal lijden dit jaar een miljard mensen honger.
Op de vraag waarom de rijke landen wel geld in hun banken steken, maar
de arme landen negeren, zei Shetty van de Millenniumcampagne: "De
leiders van de rijke landen verwachten geen politieke consequenties
op korte termijn als ze niets doen om de arme landen te helpen."
De enige oplossing op lange termijn is volgens hem om draagvlak voor
dit soort kwesties te creëren bij het publiek in rijke landen.
"De beleidsmakers in rijke landen zien in de hulp aan arme landen
niet hetzelfde wederzijdse belang dat ze zien in maatregelen tegen klimaatverandering,
de wereldwijde griepepidemie, de zogenoemde oorlog tegen terreur en
in iets mindere mate de handel, terreinen waarop de noodzaak van multilaterale
actie pijnlijk duidelijk is geworden", zegt hij.
De rijke landen realiseren zich de mogelijke consequenties als het gaat
om Oost-Europa, landen die vlakbij liggen, zegt Shetty. "Maar ze
vergeten dat er minder dan twintig kilometer zee zit tussen Europa en
Afrika."
IPS(JS, RP)
_______________________________________________________________________________________
MILIEU: Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Julio Godoy
ROME, 23 juni 2009 (IPS) - Als de regeringsleiders niet snel tot een
akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft
van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven.
Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale
autoriteit op het vlak van ecosystemen, in een gesprek met IPS.
"Zestig
procent van de ecosystemen ter wereld takelen af of worden op een niet
duurzame wijze gebruikt", zegt Jonathan Baillie. "Vooral bij
twee diensten die het milieu ons levert, de visbestanden en zoet water,
zijn de grenzen ver overschreden, zelfs met het huidige verbruik."
Baillie, die directeur milieubehoud is bij de Zoological Society in
Londen en deze maand deelnam aan de klimaatconferentie van de organisatie
van internationale parlementsleden Globe, zegt dat een kwart van het
huidige zoetwaterverbruik ter wereld op lange termijn de capaciteit
overschrijdt, vooral door water naar andere plaatsen over te hevelen
en door grondwater overmatig op te pompen. "Tussen 15 en 35 procent
van de waterwinning voor irrigatie overschrijdt de capaciteit van de
voorraden en is dus niet duurzaam."
Overbevolking
en overconsumptie zijn de belangrijkste oorzaken volgens de Britse expert.
"Sinds 1960 is de wereldbevolking meer dan verdubbeld en de wereldeconomie
is verzesvoudigd. Zonder een coherent ontwikkelingsbeleid zullen er
tegen 2050 3 miljard mensen meer zijn op de planeet, en die zullen de
natuur op een nooit eerder geziene manier onder druk zetten."
"Bijna 2,8 miljard mensen kampen nu al met watertekort", zegt
Baillie. "Als er geen adequaat beleid komt, zullen tegen 2030 nog
1,1 miljard mensen extra met dit probleem te maken hebben. Dat wil zeggen
dat de helft van de wereldbevolking op dat moment een zorgwekkend tekort
aan water zal hebben, waaronder tot 80 procent van de inwoners van Brazilië,
China, India en Rusland."
Bolivia
De landbouwexpansie die nodig is om de groeiende wereldbevolking te
voeden, is de belangrijkste oorzaak van de aftakeling en het verlies
van ecosystemen. De evolutie van de Boliviaanse regio Santa Cruz tussen
1975 en 2003 is een mooi voorbeeld, zegt Baillie.
"De vruchtbare laagvlaktes zijn daar zeer geschikt voor de landbouw.
Op satellietfoto's uit 1975 ziet men dat het bosrijke landschap toen
groen, dichtbegroeid en aaneensluitend was en tot de Río Grande
liep.
"In 1986 had men wegen aangelegd die de zone met woongebieden verbond,
waardoor veel mensen konden verhuizen. Een groot project voor landbouwontwikkeling
leidde tot zware ontbossing. Men kapte bomen om velden voor veeteelt
en akkerbouw te creëren. In 2003 toonden de satellietfoto's dat
bijna de hele zone in plantages en weiden was veranderd."
IPS(RP, PD)
_______________________________________________________________________________________
"Oplossing
honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren"
Stephanie Nieuwoudt
KAAPSTAD, 18 juni 2009 (IPS) - Afrikaanse regeringen moeten veel meer
doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent.
Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen
en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen
ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.
Dat is de conclusie van het Agribusiness Forum 2009, een vierdaagse
landbouwconferentie in de buurt van Kaapstad die gisteren (17 juni)
werd afgerond.
Investeringen te laag
Zelfs leken zien meteen dat Afrika te weinig investeert in landbouw.
Twee derde van alle Afrikanen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk
van akkerbouw en veeteelt, en toch gaat in de meeste landen maar tussen
5 en 10 procent van de overheidsuitgaven naar die sector.
De Afrikaanse Unie nam zich in 2003 plechtig voor dat aandeel overal
boven de 10 procent te tillen, maar voorlopig slagen slechts zeven landen
daar systematisch in. Dat betekent dat er bijna overal veel te weinig
wordt geïnvesteerd in landbouwkundig onderzoek, opslagplaatsen,
transportinfrastructuur, marketing en de bevordering van de handel.
De gevolgen blijven niet uit. De Afrikaanse landbouwproductie per inwoner
loopt terug. Tussen 2005 en 2007 lag de productie 15 procent lager dan
tussen 1960 en 1962. Afrika moet ook almaar meer levensmiddelen invoeren.
Zuid-Afrika gaf daar in 2008 24 miljard euro aan uit - 41 procent meer
dan het jaar daarvoor.
Inzetten op arbeidsintensieve landbouw
Eer bestaat een consensus over hoe het probleem kan worden aangepakt,
vindt de Zuid-Afrikaanse minister van Landbouw Tina Joemat-Pettersson.
Afrika moet "net als in Azië inzetten op arbeidsintensieve
productie in kleine tot middelgrote boerderijen". "Dat schept
de banen die nodig zijn om de massale armoede te verminderen, het levert
voedsel op en het zorgt voor de investeringsmiddelen die de basis vormen
voor industrialisering."
Aan investeringen is er momenteel steeds meer gebrek als gevolg van
de internationale crisis, geeft de Zuid-Afrikaanse landbouwminister
toe.
"Potentiële investeerders worden ook tegengehouden door de
vrees dat ze in instabiele landen met ondermaatse financiële structuren
terechtkomen", zegt Namanga Ngongi, de voorzitter van de Alliantie
voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA). "Maar bedrijfsleiders
die de stap zetten, komen vaak tot de vaststelling dat de return in
Afrika veel hoger ligt dan elders."
Wegen en water
Volgens Ngongi zijn de investeringsmogelijkheden onbeperkt. Bijna alle
plattelandsregio's in zwart-Afrika moeten veel betere wegen krijgen
en zijn nog niet aangesloten op het stroomnet. Partnerschappen tussen
overheden en privéondernemingen kunnen bieden extra kansen bieden
om de aanzienlijke investeringsbedragen bijeen te krijgen die nodig
zijn.
Ook waterprojecten worden almaar belangrijke. Enerzijds moet Afrika
zich dringend wapenen tegen de waterschaarste waarmee steeds meer landen
te maken zullen krijgen als gevolg van de klimaatverandering. Anderzijds
moet het beschikbare water beter worden ingezet. "Amper vier procent
van de landbouwgrond in Afrika wordt geïrrigeerd", zegt Ngongi.
"Overal moeten boeren ook kansen krijgen te profiteren van de ontwikkeling
van betere gewasvariëteiten", gaat Ngongi verder. Regeringen
die dat inzien, kunnen massa's boeren veel meer kansen bieden. Volgens
de AGRA hebben nieuwe landbouwsubsidies in Kenia 2,5 miljoen boeren
aan beter zaaigoed en kunstmest geholpen. Tanzania bereikt 700.000 boeren
met nieuwe subsidies.
De uitdaging is de hulp zo te richten dat niet zozeer de zaadproducenten
en leveranciers van bestrijdingsmiddelen en kunstmest ervan profiteren,
maar in de eerste plaats de boeren zelf. Volgens experts kan dat onder
meer door vooral te investeren in milieuvriendelijke technieken als
de geïntegreerde bestrijding van plagen, minimale beploeging, druppelirrigatie
en geïntegreerde verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Die benadering
geeft de boeren meer macht in plaats van hun toeleveranciers.
IPS(PD, JG)
_______________________________________________________________________________________
'Oceanen
in 2050 leeggevist'
Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in
de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die
maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen
dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.
Consumenten moeten minder en alleen duurzame vis eten, regeringen moeten
het probleem harder aanpakken en er moeten meer zeereservaten komen
waar niet mag worden gevist. Die boodschap stuurde The end of the line
op de zogenoemde wereldoceanendag van de Verenigde Naties maandag de
wereld in.
Boten zitten tegenwoordig vol technische snufjes waardoor vissen geen
schijn van kans maken om te ontsnappen. Bovendien zijn er steeds meer
schepen bij gekomen. Sommige soorten als de blauwvin tonijn zijn al
bijna uitgestorven. De Europese Unie stelt wel quota op, maar daar houden
de vissers zich niet aan. ,,Ze worden ook niet gepakt. Er wordt miljoenen
aan verdiend'', aldus internationale deskundigen in de documentaire.
Op plekken waar de zeeën al zijn uitgeput, schuiven vissers op
naar plekken voor bijvoorbeeld de Afrikaanse kust waar mensen afhankelijk
zijn van de visserij. De vissers uit rijke landen verdringen met hun
moderne boten de lokale bevolking die berooid achterblijven.
Ondanks de sombere boodschap, spreekt er hoop uit de film. Het probleem
kan worden aangepakt, vooral als zoveel mogelijk mensen ervan horen.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat ruim
96 procent van de Nederlanders niet op de hoogte is van de bedreigende
situatie. Onbekend is dat 40 procent van de 100 miljard kilo vis jaarlijks
weer dood overboord wordt gegooid, omdat het bijvangst is. Bovendien
denkt vrijwel iedereen dat kweekvis goed is voor de oceanen, terwijl
het omgekeerde waar is.
Volgens Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren hebben veel Nederlandse
politieke partijen weinig benul van het probleem. Bovendien prevaleert
het economische belang van de visserij. Het wordt tijd dat er een bewustwording
op gang komt, zei ze.
Dion Graus van de Partij voor de Vrijheid laat de verantwoordelijkheid
over aan de consument. Diegene die duurzame en diervriendelijk gevangen
vis kan betalen, moet daarvoor kiezen. Hij pleit er wel voor minder
vis te eten.
Bron: ANP
_______________________________________________________________________________________
Hoe
milieuvervuilend is hutspot?
Hoeveel
wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site
van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via
de zogeheten Klimaatweegschaal.
Mensen
gooien teveel voedsel weg, gemiddeld 20 procent, aldus het centrum.
Bovendien weet ruim 63 procent van de Nederlanders niet welk voedsel
schadelijk is voor het milieu, blijkt uit onderzoek van Motivaction.
Het Voedingscentrum
wil met de campagne vooral de weggooimentaliteit aanpakken.
"Zo kan bijvoorbeeld blijken dat iemand te veel water in de pan
doet bij het koken van aardappelen. Of zelfs te veel aardappelen, die
vervolgens in de vuilnisbak belanden", zegt Wouter Rosekrans van
het centrum.
Een pan met hutspot scoort relatief laag als het gaat om klimaatimpact.
Aardappelen zijn echte 'klimaatkanjers' zo blijkt uit de Klimaatweegschaal.
Een pieper kost heel weinig energie in vergelijking met pasta of rijst,
vooral vanwege de verbouwing en opslag.
Het Voedingscentrum
geeft ook milieuvriendelijke boodschappentips. Zo voorkomt het gebruik
van een boodschappenlijstje en het vooraf berekenen van de juiste porties
het weggooien van eten.
_______________________________________________________________________________________
Bio voelt crisis het minst
Bron MO 7-6-2009 De
wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de
crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in
2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Op 6 juni
begint in Vlaanderen de Bioweek. Supermarktketens in België pakken
uit met schitterende cijfers. Delhaize, de marktleider, zegt dat het
de verkoop van bioproducten vorig jaar met 17 procent heeft zien stijgen
- de sterkste groei in jaren. Bij Carrefour zou een kwart van de klanten
bio of fair trade kopen. Ook Colruyt zegt dat de omzet van bioproducten
nog altijd sneller stijgt dan de totale omzet.
Groei
gaat lekker door
Ook Nederlanders
zijn niet zuiniger geworden als het op gezond eten aankomt. Volgens
Biologica, een Nederlandse organisatie die biologisch voedsel promoot,
zijn er in het eerste kwartaal van 2009 nog meer bioproducten verkocht
dan in dezelfde periode in 2008. In heel 2008 steeg volgens de Nederlandse
Bio-Monitor 2008 de omzet van bioproducten in de supermarkten met 12
procent, dubbel zo hard als de totale levensmiddelenomzet. De groei
van de bio-omzet had nog hoger kunnen zijn als de supermarkten na de
forse prijsstijgingen van vorig jaar niet veel biologische producten
uit de rekken hadden gehaald. De prijsstijgingen waren het gevolg van
tekorten bij de leveranciers.
In Duitsland,
de grootste Europese markt voor bioproducten maar een heel prijsgevoelig
land, maakte de crisis vorig jaar ook nauwelijks een deuk in de al jarenlang
aanhoudende groei. Volgens de Bund Ökologische Lebensmittelwirtschaft
(BÖLW) steeg de omzet in 2008 met ongeveer 10 procent tot 5,8 miljard
euro. Ook hier waren er tijdelijke tekorten aan levensmiddelen als wortelen,
aardappelen en spelt die verhinderden dat er nog betere cijfers konden
worden opgetekend.
Frankrijk
deed nog beter. Het Frans Agentschap voor de Ontwikkeling en de Promotie
van de Biologische Landbouw zegt dat de omzet van bioproducten in Frankrijk
in 2008 met 25 procent gestegen is, tot 2,6 miljard euro.
Zelfs in
de VS, waar de crisis nog vroeger en harder toesloeg, was 2008 een nieuwe
topjaar voor bio. De Organic Trade Association (OTA) zegt dat de verkoop
van biologische levensmiddelen en andere bioproducten er vorig jaar
met 17 procent gestegen is, tot een totaal van 22,9 miljard dollar.
Volgens sommige berichten is de groei begin 2009 wel stilgevallen in
de VS.
Ook in
China, de grootste levensmiddelenmarkt ter wereld, groeide de verkoop
van bioproducten sinds het begin van dit decennium met meer dan 10 procent
per jaar. De totale omzet bedroeg er in 2007 volgens de cijfers van
het Amerikaanse ministerie van Landbouw nog wel niet meer dan 350 miljoen
euro - nog geen 50 miljoen meer dan de omzet in België. Maar de
economische crisis, die harder toeslaat in Noord-Amerika en Europa dan
in Azië of Latijns-Amerika, kan een inhaalbeweging van grote ontwikkelingslanden
mogelijk maken.
Terugval
in Groot-Brittannië
Slechter
nieuws komt uit Groot-Brittannië. De Soil Association, die zowat
80 procent van de bioproducten certificeert die in Groot-Brittannië
verkocht worden, zegt dat de omzet er in 2008 maar met 1,7 procent steeg.
Rekening houdend met een gemiddelde prijsstijging van 7 procent, komt
dat neer op een duidelijke afname van het verkochte volume. Experts
geloven dat de sector zich pas zal herstellen als de ongerustheid over
de economie wegebt.
In de landen
die betere cijfers blijven optekenen, hechten gebruikers blijkbaar meer
waarde aan kwaliteit dan aan prijs. Bioproducten hebben overigens in
veel landen waarschijnlijk nog een groot groeipotentieel. Volgens een
studie van de Amerikaanse Grocery Manufacturers Association (GMA) betrekt
54 procent van de Amerikaanse consumenten "actief" ecologische
overwegingen bij hun keuzes in de winkel - bioproducten kopen doet wel
maar 22 procent.
Invoer
blijft nodig
België
staat al veel verder. Bijna acht op de tien Belgen waagden zich vorig
jaar al wel eens aan bio, en één op zes deed dat geregeld.
België en vooral Vlaanderen hinken dan weer wel achterop bij de
productie van biologische levensmiddelen. Het aantal producenten in
de biologische landbouw en ook het biologische landbouwareaal bleef
in 2008 min of meer stabiel.
In België
besloeg het biologisch bewerkte areaal in 2008 maar 35.822 hectare of
2,6 procent van de totale landbouwgrond. Vlaanderen haalt zelfs maar
0,6 procent.
In Duitsland
steeg het aantal biobedrijven en de biologisch bewerkte oppervlakte
vorig jaar met ongeveer 5 procent, tot meer dan 900.000 hectare.
Wereldwijd
werden eind 2007 32,2 miljoen hectare akkers en weiden biologisch bewerkt.
Veruit de grootste oppervlakten liggen in Australië (12 miljoen
hectare), Argentinië, Brazilië en China. In Argentinië
steeg de oppervlakte biovelden in 2008 met 36 procent tot 4 miljoen
hectare. Relatief gezien spannen Oostenrijk (met 13,4 procent van de
bewerkte oppervlakte) en Zwitserland de kroon. Veel andere Europese
landen moeten net als de VS veel bioproducten invoeren om de vraag te
dekken.
_______________________________________________________________________________________
Meer dan miljard mensen lijden honger
25 mei
2009 (MO/IPS) - Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische
honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus
verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een
internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar
Broederlijk Delen lid van is.
Het falend
beleid van de Europese Unie en de Verenigde Staten liggen volgens het
rapport (pdf) aan de basis van de voedselcrisis. 'De VS en de EU
hebben het globale voedselsysteem kwetsbaar gemaakt', zegt Pol De Greve,
directeur van Broederlijk Delen. 'Zij liggen aan de basis van de verwaarlozing
van de landbouw, van onrechtvaardige handelsregels en van structurele
aanpassingen.'
Volgens De Greve is er een nieuwe landbouwpolitiek nodig om een evenwicht
te bereiken tussen economisch rendement en socio-ecologische rechtvaardigheid.
'Landbouw is geen gewone economische activiteit, maar heeft ook een
belangrijke sociale en ecologische rol. Die multifunctionaliteit van
de landbouw moet erkend worden', zegt De Greve.
Crisis
aanpakken
Het rapport stippelt enkele stappen uit om de aanpak van de voedselcrisis
te veranderen en een eerlijk en duurzaam voedselsysteem te creëren.
Daarnaast vraagt het rapport meer ontwikkelingshulp voor de landbouwsector.
Ook een hervorming van de internationale handel in landbouw- en voedselproducten
dringt zich op. De EU en de VS moeten meer doen dan enkel ijveren voor
meer markttoegang voor de Europese en Amerikaanse landbouw- en voedingsindustrie.
Auteur:
Bart Vanacker.
_______________________________________________________________________________________
Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op
In Afrika
en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden
in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien
nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale
koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.
De meest
recente schatting van de oppervlakte landbouwgrond die de voorbije jaren
in buitenlandse handen is overgegaan, staat in een recent rapport van
het Internationaal Onderzoeksinstituut voor Voedselbeleid (IFPRI). Vijftien
à twintig miljoen hectare komt overeen met ongeveer een kwart
van het hele Europese landbouwareaal.
Grain,
een niet-gouvernementele organisatie in Barcelona die zich toelegt op
internationale landbouwvraagstukken, gelooft dat arme landen nog veel
meer grond aan buitenlandse investeerders hebben afgestaan. "Niemand
volgt al alle private overeenkomsten", zegt Devlin Kuyek, een onderzoeker
van GRAIN.
Azië
vooraan
De grote investeerders zijn China, Zuid-Korea, India en de Golfstaten.
Het IFPRI schat dat ze samen met andere vermogende landen als Japan
en Zweden 15 tot 23 miljard euro hebben uitgegeven voor grote lappen
grond, vooral in Afrika, waar ze in de toekomst voedselgewassen kunnen
verbouwen waarvoor er in eigen land niet meer genoeg plaats of water
is. Ongeveer het kwart van het areaal is voorbestemd voor de teelt van
planten waaruit biobrandstoffen worden gemaakt.
Precies
weet het IFPRI het allemaal niet. "Er is een groot gebrek aan transparantie
over deze overeenkomsten", zegt Joachim von Braun, de directeur
van het IFPRI.
Chinees
voorbeeld
China begon al tien jaar geleden landbouwgrond in Cuba en Mexico te
pachten. Intussen richten de Chinezen zich vooral op Afrika. Ze sloten
overeenkomsten of proberen dat te doen in de Democratische Republiek
Congo, Zambia, Zimbabwe, Oeganda en Tanzania.
In Soedan
hebben buitenlanders het over nog meer landbouwgrond te zeggen, maar
daar gaat het om investeringen vanuit de Saoedi-Arabië en andere
golfstaten.
Financiële
instellingen volgen
De Verenigde Arabische Emiraten sloten vorige jaar enkele grote landdeals
af met Pakistan. Qatar pacht landbouwgrond in Indonesië, de Filipijnen,
Bahrain, Koeweit en Birma.
Het Zuid-Koreaanse
Daewoo Logistics Corporation heeft 1,3 miljoen hectare op Madagaskar
toegezegd gekregen om er maïs en palmnoten te telen.
Naast Aziatische
landen en transnationals uit de levensmiddelenindustrie investeren ook
pensioenfondsen en andere institutionele investeerders meer en meer
in de landbouw overzee. Ze gaan ervan uit dat de voedselprijzen de komende
jaren nog fors gaan stijgen. Cru Investment Management, een Britse investeringsbank,
voorspelt dat zijn landbouwfonds in Malawi 30 procent winst zal opleveren.
Gewoonterecht
opzijgeschoven
De grootschalige pachtverdragen zijn vooral funest voor honderden miljoenen
kleine boeren, veetelers en inheemsen, die geen eigendomsbewijzen bezitten
voor de grond die ze bewerken. Ze kunnen door de nieuwe eigenaars verdreven
worden. Dat probleem is het grootst in Afrika - daar wordt de toegang
tot het grootste deel van de landbouwgrond alleen via het gewoonterecht
geregeld.
Volgens
het IFPRI moet ere en internationale gedragscode komen die investeerders
en overheden dwingt de landrechten van de lokale bevolking te respecteren,
transparante overeenkomsten aan te gaan en eventuele winsten te verdelen.
De voedselveiligheid van de plaatselijke bevolking zou bij alle beslissingen
voorop moeten staan.
Op zich
zijn de buitenlandse investeringen in de landbouwsector van arme landen
niet slecht, vindt het IFPRI. Een investeerders als China zorgt voor
de nodige infrastructuur en zet in Afrika ook onderzoeksinstellingen
in om het rendement van rijst en graan te verhogen. GRAIN is terughoudender.
Volgens Kuyek denken de investeerders alleen aan geld verdienen en voedsel
voor hun thuismarkt te produceren.
Auteur: Stephen Leahy.
_______________________________________________________________________________________
Milieudefensie
vecht door tegen fout veevoer
(Duurzaamheidsnieuws
4 mei 2009)
Het overleg
tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende
opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop
vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn
wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees
meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Milieudefensie
startte half maart de campagne over het 'drama achter goedkoop vlees',
waarmee ze Albert Heijn wilde bewegen oerwouden in Zuid-Amerika te redden.
Albert Heijn dreigde na de start eerst met juridische stappen maar ging
toch met Milieudefensie om de tafel om te praten over het probleem.
Resultaat was, dat Milieudefensie haar campagne een maand lang opschortte.
In die tijd wilde Albert Heijn kijken in hoeverre de eisen van Milieudefensie
haalbaar zouden zijn.
Helaas
blijkt na het verstrijken van de overlegtermijn dat Albert Heijn nog
onvoldoende bereid is om zich in te zetten voor een oplossing. Daarop
heeft Milieudefensie de supermarkt nogmaals gevraagd om eenduidig aan
te geven of die bereid is om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer
te verkopen dat is gebaseerd op fout veevoer. Albert Heijn weigerde
dat. Milieudefensie heeft daarom besloten haar campagne te hervatten.
Campagneleider Wouter van Eck van Milieudefensie: "We zijn teleurgesteld
dat Albert Heijn zich onvoldoende wil inspannen om de problemen van
het foute veevoer op te lossen. Wij willen graag de dialoog met het
bedrijf verder voeren, maar dan moet het wel over concrete stappen gaan.
We hervatten nu onze publiekscampagne, dat is duidelijk nodig om hen
alsnog in beweging te krijgen."
Het
drama achter goedkoop vlees
Nederland
is de tweede grootste importeur van soja ter wereld. Ruim 90 procent
van de soja die in ons land blijft, wordt gebruikt als goedkoop veevoer,
vooral voor kippen en varkens in de intensieve veehouderij. De productie
van kipfilets en speklapjes veroorzaakt zo grootschalige ontbossing:
voor de teelt van soja worden in Zuid-Amerika massaal bossen gekapt.
Als grootste supermarkt heeft Albert Heijn hierin een belangrijke rol.
De supermarkt kan wel degelijk zorgen voor meer en aantrekkelijk geprijsde
vleesvervangers, beter veevoer en verantwoord vlees. Milieudefensie
hoopt dat veel klanten Albert Heijn zullen aanspreken om alsnog goede
stappen te zetten. Hiervoor worden onder meer radiospotjes, posters,
een voorlichtingstour en de website www.stopfoutveevoer.nl
ingezet.
_______________________________________________________________________________________
Toevoeging
in sojateelt leidt tot vergroeingen
(Duurzaamheids
nieuws 4 mei 09)
Onderzoek
in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid
van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup
van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse
sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen
bij embryo's van amfibieën.
"De
vervormingen die we zagen waren consistent en systematisch", zegt
professor Andrés Carrasco, directeur van het Laboratorium voor
Moleculaire Embryologie aan de Universiteit van Buenos Aires en hoofdonderzoeker
van de Nationale Raad voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek (CONICET).
De embryo's hebben onder meer een kleinere kop, genetische veranderingen
in het centrale zenuwstelsel en meer sterfte onder de cellen die de
schedel vormen.
De studie
is nog niet volledig afgerond, maar de onderzoekers vonden de data zo
onrustwekkend dat ze besloten de voorlopige resultaten nu al te publiceren.
Roundup
Glyfosaat
is het actieve ingrediënt van Roundup, een onkruidverdelger van
de Amerikaanse biotechgigant Monsanto die ook Roundup Ready Soja ontwikkelde,
een genetisch gewijzigde sojavariëteit die hoge doses van het product
kan weerstaan.
Volgens
Monsanto's woordvoerster Fernanda Pérez Cometto is het product
veilig, en "bevestigen verschillende studies dat het onschadelijk
is voor mens, dier en milieu". Het bedrijf wil niet reageren op
de resultaten voor de studie gepubliceerd is, zegt ze. "Het is
essentieel om te weten welke methodologie gebruik is, en daarom hebben
we het labo een kopie van de studie gevraagd", zegt ze. "Vanzelfsprekend
is het een stof die correct gebruikt moet worden, net als insectenverdelger
of bleekmiddelen. Je kunt niet verwachten dat je een glas onkruidverdelger
drinkt en geen effect voelt".
Methode
Carrasco
legt uit dat in een eerste fase van de studie de embryo's ondergedompeld
werden in een oplossing van het product in water, in een verdunning
die 1.500 keer groter was dan wat momenteel gebruikt wordt op de genetisch
gewijzigde soja in Argentinië. De embryo's ontwikkelden vervormingen
aan het hoofd.
In een
tweede fase werden embryocellen geïnjecteerd met glyfosaat zonder
de toevoegingen van de overige bestanddelen van het commerciële
product, opgelost in water. De impact was nog negatiever, waarmee bewezen
werd dat de actieve stof voor de vervormingen verantwoordelijk is, en
niet de additieven.
"Men
kan er vanuit gaan dat wat met amfibieën gebeurt ook met mensen
kan gebeuren", zegt Carrasco, die samen met zijn team vijftien
maanden aan de studie heeft gewerkt. "Het is duidelijk dat glyfosaat
niet onschadelijk is en dat het niet afbreekt, maar zich opstapelt in
cellen."
Controversieel
Het is
niet de eerste keer dat glyfosaat in opspraak komt. Het middel wordt
ook door de Colombiaanse overheid gebruikt om illegale cocaplantages
mee te besproeien. De schadelijke effecten op mensen, vee en gewassen
over de grens met Ecuador leidden tot formele klachten van de Ecuadoraanse
regering.
In Argentinië
wordt elk jaar ongeveer tweehonderd miljoen liter glyfosaat gebruikt.
Milieubewegingen en sociale organisaties klagen al jaren dat er rond
de velden een scherpe stijging merkbaar is van het aantal gevallen van
kanker, geboorteafwijkingen, lupus en long en huidaandoeningen.
De organisatie
Grupo de Reflexión Rural (GRR) lanceerde in 2006 al de campagne
"Stop het Sproeien" in de provincies waar het meeste soja
aangeplant wordt en publiceerde eerder dit jaar een rapport met getuigenissen
van lokale artsen, deskundigen en omwonenden.
De Argentijnse
president Cristina Fernández heeft een commissie opgericht die
de risico's van glyfosaat voor mens en milieu moet onderzoeken.
Marcela
Valente
_______________________________________________________________________________________
Een G8
over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede
Treviso,
21 april 2009 - De eerste G8* over Landbouw werd op 20 april afgesloten
met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden
toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt
geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op
te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen,
in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over
landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen
en mannen die de wereld voeden.
Het uitgangspunt
van de G8*, "boeren zijn de voornaamste stuwende kracht achter
de landbouw" klinkt extra hol omdat het hele weekend van de bijeenkomst
er specifiek op gericht was om boerenorganisaties buiten de deur en
buiten beeld te houden. Het G8 overleg vond plaats in een geïsoleerd
kasteel in de bergen, waar de Italiaanse landbouwminister weigerde om
afgevaardigden van Italiaanse en internationale boerenorganisaties die
hun standpunt kwamen overbrengen te ontmoeten.
De slotverklaring
van de G8 is extreem tegenstrijdig. Ook al erkent men het belang van
de mensen die het voedsel produceren en de crisis die het platteland
treft, er wordt geen enkele strategie geformuleerd om de crisis te verlichten.
Aan de ene kant spreekt de verklaring over "centraal stellen van
landbouw en platteland bij duurzame economische ontwikkeling, door de
positie van boerenhuishoudens en kleine landbouwbedrijfjes en hun toegang
tot land te versterken". Tegelijkertijd spreekt de verklaring van
"het bereiken van een uitgebalanceerde, uitgebreide en ambitieuze
conclusie van de Doha Ronde*".
Twee beleidsvisies die onverenigbaar zijn: het is keer op keer bewezen
dat boeren gebukt gaan onder de catastrofale gevolgen van de door de
Wereldhandelsorganisatie (WTO) voorgeschreven liberalisering van de
landbouwmarkt en privatisering van natuurlijke hulpbronnen.
De verklaring
steunt de voorgenomen oprichting van het Global Partnership on Food
and Agriculture*, terwijl tegelijkertijd de centrale rol van de FAO*
wordt erkend - opnieuw twee stellingnames die niet te verenigen zijn.
De bestaande instituten van de VN moeten centraal staan bij het oplossen
van de huidige crisis - niet de Wereldbank en IMF, vertegenwoordigd
door het Global Partnership.
De tegenstrijdige
G8-verklaring bevat in elk geval wel een passage over de overduidelijk
mislukte pogingen van de wereld om de honger met de helft te laten afnemen,
zoals vastgelegd in de Millennium doelen. Die mislukking is juist het
gevolg van het beleid dat de G8 al jaren oplegt aan ontwikkelingslanden.
Ieder beleid
waarin boeren en kleine landbouwbedrijfjes centraal staan betekent een
afwijzing van de vrije markt agenda en van Global Partnership, en zou
toestaan dat landen het recht van hun bevolking op voedsel en werk beschermen.
Boeren, die ongeveer de helft van de wereldberoepsbevolking uitmaken,
zijn vaak de eersten die getroffen worden door honger en ondervoeding.
Vertegenwoordigers
van internationale boerenbeweging Via Campesina kwamen in het G8 weekend
bijeen om hun alternatieven kenbaar te maken. Hun eisen zijn simpel:
sta mensen en landen toe om hun eigen landbouwsysteem te bepalen en
te beschermen, zonder dat dat elders nadelige gevolgen heeft. Daarnaast
zijn ze voorstanders van het omvormen van het agro-export model van
Noord en Zuid naar een model dat is gebaseerd op lokale, duurzame agrarische
producten van kleine boerenbedrijfjes.
Op een
seminar georganiseerd door het Italiaanse Platform voor Voedselsoevereiniteit
vatte spreker Ibrahim Coulibaly, president van de CNOP* in Mali, het
helder samen:
"Afrika
is in staat zichzelf te voeden - het heeft geen behoefte aan een globaal
landbouwbeleid dat wordt opgelegd door een niet legitiem groepje rijke
landen... Het is niet aan de G8 om te beslissen over internationale
landbouwpolitiek".
Dit is
een persbericht van de wereldwijde boerenorganisatie Via Campesina:
http://www.viacampesina.org
Beelden van interviews zijn te zien op: http://www.wsftv.net/Members/focuspuller/videos/treviso_web1.mp4/view
Begrippenlijstje:
G8: Overleg
tussen beleidsmakers van acht rijke, geïndustrialiseerde landen.
FAO: Food
and Agriculture Organisation. In 1945 door Verenigde Naties opgerichte
organisatie ter bestrijding van honger.
Global
Partnership on Food and Agriculture: initiatief van de Verenigde Naties
om een voedselcrisis tegen te gaan: http://www.un.org/News/Press/docs/2009/dev2728.doc.htm
DOHA Ronde:
onderhandelingsronde in de WTO over handelsliberalisering
CNOP: Coordination
Nationale des Organisations Paysanne Mali: http://www.cnop-mali.org/
_______________________________________________________________________________________
We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis
We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat
zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal
VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
IPS: Hoe
zou u de huidige voedselcrisis in enkele woorden samenvatten?
Olivier De Schutter: "Het is een strijd die we aan het verliezen
zijn. In 1996 leden in de hele wereld 820 miljoen mensen honger. In
2004-2005 waren dat er 852 miljoen, begin 2008 923 miljoen en vandaag
1 miljard. Het aantal mensen dat honger lijdt, neemt toe en hun aandeel
in de wereldbevolking vermindert nauwelijks. De wereldwijde voedselcrisis
van 2007-2008 heeft een zeer ernstige situatie alleen maar verergerd."
Het is geen nieuw probleem. Waarom geraakt men er niet uit?
"Honger heeft twee oorzaken: de hoeveelheid beschikbaar voedsel
is ontoereikend, en niet iedereen heeft toegang tot dat voedsel. We
zitten nu in de onuitgegeven situatie dat beide problemen even acuut
zijn. Tot nog toe waren we gewoon aan het idee dat er voldoende voedsel
was en dat er alleen een probleem van distributie was. Maar vooral de
klimaatwijziging heeft een dramatische impact op onze productiecapaciteit.
De experts van het IPCC (het intergouvernementeel klimaatpanel, nvdr.)
schatten dat de productie in de niet geïrrigeerde delen van Afrika
tegen 2020 met de helft zal dalen. Dat is enorm."
Pleit u voor marktcorrecties?
"Veel Afrikaanse landen zijn zich bewust van de noodzaak om de
investeringen in landbouw te verhogen, tot 10 procent van hun budget.
Ze hebben begrepen dat men de voedselsoevereiniteit voorrang moet geven,
en dat betekent keuzes maken in de landbouw, keuzes waardoor deze landen
niet langer afhankelijk zijn van de wisselvallige grondstofkoersen.
Men moet de voedselvoorraden die in de jaren tachtig ontmanteld zijn,
terug opbouwen. Men moet ophouden die landen te verplichten zich van
die stocks te ontdoen, zoals de Wereldbank in 2008 nog met Mali gedaan
heeft. Mali had een overschot van 100.000 ton rijst en moest die verkopen
in de plaats van op te slaan. Men moet de landen de mogelijkheid geven
zichzelf te beschermen."
Verwacht u na de crisis van 2007-2008 op korte termijn nieuwe voedselrampen?
"Ja. Men heeft op de wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 enerzijds
met humanitaire en anderzijds met macro-economische maatregelen gereageerd.
Maar de regels van de internationale handel heeft men niet veranderd.
Onze agro-industriële productiewijzen zijn niet echt in vraag gesteld,
en nochtans vormen ze een zeer belangrijke oorzaak van de klimaatwijziging.
Alle ingrediënten van de crisis van 2007-2008 zijn nog steeds aanwezig.
Als men de oorzaken niet aanpakt, dan zal de crisis zich onvermijdelijk
blijven herhalen.
Structurele veranderingen zijn zeer moeilijk omdat men dan in vraag
zou moeten stellen dat de natuurlijke rijkdommen van het Zuiden de behoeften
van de consumenten in het Noorden dienen. Ook bij het gewicht van de
grote agro-alimentaire multinationals zou men dan vraagtekens moeten
plaatsen. Dat is geen humanitaire maar een politieke kwestie. Er is
dus een sterke politieke wil nodig."
Kan men vandaag al op lokale schaal maatregelen nemen?
"Dat
moet men zeker doen. De landbouw is slachtoffer van de klimaatwijziging
maar ook een van de belangrijkste oorzaken. Bepaalde ecologische landbouwsystemen
verminderen de broeikasgassen en hebben een invloed op het ecosysteem
waartoe de plant behoort. Ze hebben veel minder dure meststoffen of
verbeterde zaden nodig en maken de kleine boeren minder afhankelijk.
In Malawi heeft men via agrobosbouw aanzienlijke oppervlaktes (350.000
hectare voor 100.000 kleine boeren) opnieuw bruikbaar gemaakt door het
productiegemiddelde van 1,3 naar 3,7 ton per hectare te brengen. De
inkomsten per gezin zijn met 370 euro per jaar gestegen. In het oosten
van Tanzania, waar men via de agrobosbouw hele regio's heeft bruikbaar
gemaakt, is een gelijkaardige vooruitgang geboekt. Het is dus mogelijk."
(InfoSud/vertaling: IPS)
IPS(RP, PD)
_______________________________________________________________________________________
Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
Jim Lobe
WASHINGTON, 4 maart 2009 (IPS) - Arme boeren hebben een nieuw wapen
tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit
van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement
oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie
geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële
productie van zaden nu in volle gang.
De Pushkal, zoals de nieuwe variëteit is gedoopt, is de eerste
commercieel beschikbare hybride van een peulvruchtensoort, zegt William
Dar, directeur-generaal van de Indiase onderzoeksinstelling ICRISAT.
"De Pushkal levert 40 procent meer op dan de beste traditionele
variëteiten in India, het is dus echt een wondererwt."
Volgens
Dar kost de hybridevariëteit weinig, waardoor het gewas snel verspreid
zal kunnen worden. Planten en zaden die door ICRISAT en veertien andere
landbouwkundige onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld die samenwerken
in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR),
worden niet gepatenteerd.
Armenkost
Struikerwten
(ook bekend onder Engelse naam pigeon pea) worden wereldwijd op bijna
vijf miljoen hectare geteeld. In India, Birma, het oosten en het zuiden
van Afrika en de Cariben is het een belangrijke eiwitleverancier voor
arme mensen. Het gewas kan goed tegen droogte en groeit ook op slechte
landbouwgrond.
De nieuwe
struikerwt is vooral belangrijk in het licht van de voedselcrisis. Vorig
jaar haalden de prijzen van belangrijke voedingsmiddelen als maïs,
tarwe, soja en rijst recordhoogtes. Ook struikerwten werden duurder,
waardoor miljoenen arme mensen in ontwikkelingslanden minder eiwitten
binnenkregen.
Doordat
in de tweede helft van het jaar aardolie opeens veel goedkoper werd,
gingen ook de voedselprijzen weer dalen, maar experts verwachten dat
het effect maar tijdelijk is. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw
denkt dat de prijzen dit jaar hoger zullen blijven dan in 2006 en 2007.
"Dit wordt weer een hard jaar voor arme landen", verklaarde
Joseph Glauber de hoofdeconoom van het ministerie, in een interview
met de Financial Times.
ICRISAT
werkt in India al sinds 1974 aan gewasverbetering, maar de ontwikkeling
van variëteiten met hoog rendement van struikerwten of andere peulvruchten
bleek moeilijk omdat de planten zichzelf bestuiven. Een nieuwe techniek
maakte dit nu toch mogelijk.
Klaar voor internationale doorbraak
De nieuwe
soort werd met succes getest door arme boeren in India. Nu worden er
op grote schaal zaden aangemaakt. In India is al ongeveer 5000 hectare
ingezaaid met Pushkal, en die oppervlakte zal waarschijnlijk snel stijgen.
Birma, Brazilië, de Filipijnen en China hebben al interesse getoond.
Voor Afrika
biedt de nieuwe variëteit geen oplossing. Net als de andere struikerwten
in India levert de Pushkal kleine, bruine zaden op, die gesplitst worden
klaargemaakt. De zaden van de struikerwten die in Afrika worden gegeten,
zijn groter en wit en worden in hun geheel gekookt. De Indiase variëteiten
zijn ook niet afgestemd op de Afrikaanse bodems, weersgesteldheid en
veelvoorkomende plagen.
ICRISAT
heeft in Afrika andere variëteiten ontwikkeld die beter aangepast
zijn aan de Afrikaanse omstandigheden. Ook die variëteiten leveren
een hogere opbrengst op. Sommige van de nieuwe Afrikaanse struikerwtsoorten
die ICRISAT ontwikkelde, beantwoorden aan de Indiase smaak. Ze kunnen
van mei tot oktober geëxporteerd worden naar India. In die maanden
zijn struikerwten daar schaars.
IPS(PD, JG)
_______________________________________________________________________________________
"China's
waterschaarste zal honger brengen"
Joren Gettemans
BRUSSEL,
25 februari 2009 (IPS) - Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging
voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende
Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen
jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen
doen teruglopen.
China kende deze winter de ergste droogte in decennia. Volgens het Chinese
ministerie van Landbouw werd meer dan tien miljoen hectare landbouwareaal
getroffen en lijden minstens 3,46 miljoen mensen gebrek aan water. De
uitblijvende neerslag is een bijkomende slag voor de boeren in een al
erg droge regio, waar de waterconsumptie piekt door intensieve landbouw,
industrie en een snel groeiende stadsbevolking. Het noorden van China
is goed voor 40 procent van de bevolking van het land, een groot deel
van de industrie en de helft van het Chinese landbouwareaal, maar heeft
amper 20 procent van het water.
Lin Erda, een gezaghebbende klimaatwetenschapper van het ministerie
van Landbouw, zegt dat hij en zijn collega's er niet uit zijn welke
rol de klimaatverandering precies speelt, maar dat ze er wel van overtuigd
zijn dat er een belangrijk verband is. Volgens een overheidsstudie uit
2007 kan het land door de klimaatverandering vreemd genoeg 7 tot 10
procent meer neerslag krijgen. "Toch zal het noorden van het land
blijven kampen met een watertekort, omdat het waterverbruik enorm gestegen
is in de voorbije jaren en die trend zal aanhouden door de hogere temperaturen",
zegt Lin in de Chinese krant China Daily.
De stijgende temperaturen treffen een steeds groter landbouwareaal in
China. "De recente droogte, de ergste in een halve eeuw, is een
belangrijke waarschuwing", zegt Lin. "Als de klimaatverandering
doorgaat, verwachten we frequentere en meer schadelijke droogtes in
het noorden van het land." Simulaties op lange termijn wijzen zelfs
op een vermindering van de landbouwopbrengst met 14 tot 23 procent tegen
2050. De productie van basisgewassen als tarwe, rijst en maïs kan
zelfs tot 37 procent teruglopen. Een dergelijke terugval is een ramp
in een land van 1,3 miljard mensen, en er moeten snel maatregelen genomen
worden, zegt Lin.
IPS(JG, PD)
_______________________________________________________________________________________
Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde
rijst van Bayer
In 113
landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende
variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking
voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt.
Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid,
de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
De Europese Unie zal waarschijnlijk nog deze week een beslissing nemen
over de vraag van de Duitse gigant van de chemische industrie Bayer,
om hun genetisch gewijzigde rijstvariëteit (in het jargon LL62)
toe te laten in Europa. De meeste landen schrikken terug voor risicovolle
proeven met ggo-rijst en op dit moment wordt nergens ter wereld ggo-rijst
verbouwd. Maar Bayer heeft rijst genetisch gewijzigd omdat het gewas
bestand zou worden tegen hoge doses glufosinaat, een giftig ziektebestrijdingsmiddel
dat ook door Bayer wordt geproduceerd. Dit middel is zo giftig dat het
op termijn zal worden verboden in Europa.
Greenpeace start nu internationaal met een online petitiecampagne onder
de naam Hands Off Our Rice om de EU en alle regeringen over de hele
wereld op te roepen om de ggo-rijst van Bayer niet toe te staan, om
gevaarlijke testen met gewijzigde rijst te stoppen en zowel de consumenten
als de landbouwers te beschermen. Als de Europese Unie de import van
de rijst van Bayer toestaat, kunnen boeren in de VS en op andere plaatsen
in de wereld die ggo-rijst snel beginnen zaaien.
De kans dat ggo-rijst andere rijst gaat besmetten is namelijk erg groot
en dan is er nauwelijks nog controle mogelijk. Dit vormt een reële
bedreiging voor de biodiversiteit in de wereld. De door de bioindustrie
voorgestelde voordelen (voeding van een steeds grotere bevolking) wegen
niet op tegen de risico's, vindt Greenpeace. Als rijst een product wordt
in handen van de industriële groepen verliezen landbouwers hun
autonomie. (JVC)
Websites
Klik
voor Internationale campagne Hands Off Our Rice
Klik
voor Greenpeace Belgium: campagne tegen ggo-rijst: online petitie
klik
voor Bayer Crop Science
_______________________________________________________________________________________
Wereldvoedseldag: boeren zijn het antwoord
16 oktober 2008 (MO) - Terwijl de meeste ogen in de westerse wereld
gericht zijn op de financiële crisis, hebben mensen aan de andere
kant van de wereld te maken met een andere crisis. Vandaag, tijdens
de internationale Wereldvoedseldag, wordt speciale aandacht gevraagd
voor de nog immer woedende voedselcrisis.
Er is genoeg eten voor iedereen. Toch is het aantal ondervoede mensen
het afgelopen jaar wereldwijd gestegen met 44 miljoen tot een totaal
van bijna een miljard, blijkt uit cijfers van de Wereldbank. Een van
de oorzaken van deze immense stijging is de voedselcrisis. De voedselprijzen
zijn het afgelopen jaar gestegen met 30 tot 150 procent. Een ramp voor
mensen in ontwikkelingslanden die soms driekwart van hun inkomen aan
eten besteden.
Slechte
oogsten door de klimaatverandering, hoge brandstofprijzen, de stijgende
vraag naar vlees, vis en zuivel, de groeiende vraag naar energie, speculatie
op de grondstoffenmarkt en beschermende maatregelen van een aantal landen:
allemaal oorzaken van de voedselcrisis. Maar volgens het vandaag verschenen
rapport Double-Edged Prices van Oxfam International, heeft de crisis
een dieperliggende reden.
Kleine boeren
Zowel de ontwikkelingslanden zelf, als de internationale ontwikkelingshulp
hebben zich de afgelopen jaren te veel gericht op de industrialisatie.
De hulp aan kleine boeren is - volgens het rapport - van 18 procent
van het totaal in de jaren '80 gedaald naar 4 procent nu. De kleine
boeren hebben niets gehad aan de hoge voedselprijzen. Dat komt doordat
het slechte handels- en landbouwbeleid hen heeft tegengewerkt en juist
zwakker maakte, zegt Oxfam in het rapport. Door het verwaarlozen van
de landbouw in het Zuiden, zagen de boeren zich gedwongen hun werk stil
te leggen en naar de sloppenwijken in de steden te verhuizen. Voor hen
is geen plaats in een wereldeconomie, die de landbouw afstemt op de
vraag van de multinationals.
In landen
waar men wél investeerde in kleinschalige landbouw en aandacht
was voor de familiale boeren, zijn de gevolgen van de voedselcrisis
minder erg. In landen waar liberale handel de norm was, is te weinig
in de landbouw geïnvesteerd en zijn de gevolgen verwoestend geweest.
Duidelijk is dus dat er meer geïnvesteerd had moeten worden in
de ontwikkeling van een duurzame familiaire landbouwsector, waardoor
de voedselcrisis voor veel mensen minder ernstige gevolgen zou hebben.
Oplossingen
Het probleem van honger in de wereld vraagt om de inzet van regeringen
van Westerse en ontwikkelingslanden. Boeren moeten meer kansen krijgen
om hun productie te verhogen en een goede prijs te krijgen voor hun
producten. Het rapport van Oxfam draagt drie manieren aan waarop de
hoge voedselprijzen aangepakt kunnen worden: investeren in en hervormen
van de landbouw, eerlijker handelsbeleid waarbij voedselzekerheid het
doel is, en steun aan de armste mensen om de gevolgen van voedselcrisis
op te vangen.
Dat houdt
in dat de kleinschalige landbouw, die miljoenen mensen in de wereld
van werk voorziet, moet tegen de macht van de landbouwconcerns beschermd
worden. Het behoud van de biologische diversiteit en van de kennis van
de plaatselijke omstandigheden is ook noodzaak voor het (over)leven
op aarde. Akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie mogen het de staten
niet langer moeilijk maken om de verzorging van hun eigen bevolking
voorrang te verlenen. De subsidies voor export van landbouwproducten
- zowel directe als indirecte - moeten afgeschaft worden en wel onmiddellijk.
Alleen dan kan de voedselcrisis tot halt geroepen worden.
Auteur: Imke van den Ak
_______________________________________________________________________________________
We staan op de rand van een nieuwe prijsstijging voor voedsel
17 september 2008 (MO) - In een nieuw rapport stelt de Aziatische Ontwikkelingsbank
dat de economische groei in Azië vertraagt, dat inflatie piekt
en dat de voedselprijzen opnieuw dreigen te stijgen, onder andere door
financiële speculatie en door het stimuleren van biobrandstoffen.
In het Asian Development Outlook 2008 Update rapport stelt de Aziatische
Ontwikkelingsbank (ADB) dat het stilaan duidelijk wordt dat de sterke
groei van de Aziatische ontwikkelingslanden van de voorbije jaren erg
afhankelijk was van de gezondheidstoestand van de grote economieën
in de VS, de Europese Unie en Japan. 'De mythe van de ontkoppeling is
definitief aan scherven geslagen.'
Toch ziet de ADB nog geen economische crash-scenario's opdoemen voor
Azië. In China zou de groei dit jaar toch nog 10 procent bedragen
en volgend jaar vertragen tot 9,5 procent. India valt wat sterker terug
van 9,2 procent vorig jaar naar 7,4 procent in 2008 en 7 procent in
2009. Vietnam gaat van 8,5 procent vorig jaar naar 6,5 procent dit jaar
en 6 procent in 2009.
De grootste bedreiging voor Azië komt volgens de ADB van de piekende
inflatie. In Vietnam zou die dit jaar 25 procent bedragen, in India
11,5 procent, in de Centraal-Aziatische regio 15,4 procent. China zou
het beter doen met 7 procent inflatie in 2008 en 5,5 procent in 2009.
Olie en voedsel
'Als de olieprijzen hoog blijven, dan zullen ook de voedselprijzen hoog
blijven', voorspelt de ADB. En meteen schat de Bank dat we tot 2020
niet moeten rekenen op olieprijzen die stabiel onder de 100 dollar per
vat zullen liggen.
De ADB citeert vier hoofdredenen voor de scherpe stijging van de voedselprijzen
begin dit jaar:
1. de snelle economische groei in China en India, waardoor de vraag
veel sneller steeg dan het aanbod
2. de volgehouden ontwaarding van de dollar, die een opwaartse prijsdruk
veroorzaakte op grondstoffen die in dollars betaald worden -met name
olie
3. de combinatie van hoge olieprijzen en het stimuleringsbeleid voor
de productie van biobrandstoffen, waardoor een link gecreëerd werd
tussen brandstofprijzen en de prijs voor maïs en eetolie
4. financiële speculatie, gestimuleerd door lage interestvoeten
De ADB beklemtoont in het rapport dat het tekort tussen granenproductie
en vraag op de markt ontstaan is door de krimpende investeringen in
'de infrastructuur, de instellingen en de innovaties die de groei van
landbouwproductiviteit ondersteunen'. Vorig jaar bracht de Wereldbank
ook een rapport uit waarin die instelling pleitte voor veel meer investeringen
in familiale landbouw.
'Krapte op de wereldmarkt creëert kwetsbaarheid voor schokken op
het vlak van aanbod', schrijft de ADB nog. 'De wereld is maar één
aanbodschok verwijderd van een nieuwe stijging van de graanprijzen.'
De ADB beseft dat het nog jaren zal duren eer de graanvoorraden opnieuw
op peil gebracht zijn, en waarschuwt daarom dat de instabiliteit van
de voedselprijzen dan ook nog jaren zal aanhouden. Wat de ADB noch de
Wereldbank vermeldt in hun rapporten, is het feit dat beide instellingen
jarenlang gepleit hebben tégen grote voedselvoorraden -in het
geloof dat de internationale markt eventuele lokale tekorten efficiënter
zou opvangen dan een overheidsbeleid op basis van stocks.
Wie meer wil lezen over de link tussen financiële speculatie en
hoge voedselprijzen annex honger, leest daarover alles in het MO*dossier
van september 2008. Daarin ook aandacht voor de rol van Belgische grootbanken.
Auteur: Gie Goris.
_______________________________________________________________________________________
Voedsel & water
De voedselcrisis in grote delen van de wereld, die eerder dit jaar leidde
tot rellen en demonstraties in meer dan dertig ontwikkelingslanden,
wordt verergerd door verspilling en overconsumptie in andere landen..
"Obesitas is een veel groter probleem dan ondervoeding",
zei professor Jan Lundqvist van het Stockholm International Water Institute
(SIWI) tijdens de Internationale Waterconferentie die deze week in Zweden
wordt gehouden. Hij wees erop dat wereldwijd 850 miljoen mensen honger
lijden, terwijl 1,2 miljoen mensen lijden aan overgewicht en obesitas.
Overgewicht kan onder meer hartproblemen en diabetes veroorzaken.
In
de marge van de Internationale Waterconferentie zei Lundqvist gisteren
dat "het verbeteren van de waterproductiviteit en het verminderen
van de waterverspilling" ervoor kan zorgen dat armen beter eten
krijgen en dat er genoeg beschikbaar is voor groeiende bevolkingen.
De
studie 'Saving Water' stelt dat het risico op ondervoeding afneemt met
een toename van de voedselvoorraad, maar dat het risico op teveel eten
en verspilling ook toeneemt als voedsel overvloedig aanwezig is in bepaalde
samenlevingen.
In
de Verenigde Staten wordt jaarlijks 30 procent van het voedsel weggegooid
door huishoudens. De totale waarde van die producten is ruim 48 miljard
dollar (32 miljard euro).
"Dat
is net zoiets als de kraan open laten staan en 40 biljoen liter water
weg laten lopen. Genoeg om in de huishoudelijke behoefte van 500 miljoen
mensen te voorzien", staat in het rapport van SIWI, de VN-Voedsel-
en Landbouworganisatie (FAO) en het International Water Management Institute
(IWMI) in Sri Lanka. Het onderzoek stelt ook dat verspild voedsel, verspild
water is. Om voedsel te produceren is namelijk veel water nodig.
Virtueel water
Professor John Anthony Allan of King's Collega in Londen, de winnaar
van de Stockholm Waterprijs 2008, is de bedenker van het concept 'virtueel
water'. Hij stelt dat mensen water niet alleen consumeren als ze het
drinken of een douche nemen, maar ook als ze eten. De Universiteit Twente
onderzocht op verzoek van het Wereldnatuurfonds (WNF) het virtuele waterverbruik
in Nederland. Uit dat onderzoek bleek dat voor een kop koffie 140 liter
water wordt verbruikt, als het produceren, verpakken en versturen van
de koffiebonen meegerekend wordt. Een hamburger is goed voor 2.400 liter
water, voor een kilo rundvlees is 15.000 liter nodig en voor een snee
witbrood 40 liter. Voor de productie van een kilo kaas is 5.000 liter
water nodig.
Volgens
Charlotte de Fraiture, onderzoeker bij IWMI, gaat waarschijnlijk de
helft van al het water dat gebruikt wordt bij voedselproductie verloren.
"Als we daar iets aan doen, is dat goed voor boeren, bedrijven,
ecosystemen en de mensen die wereldwijd honger lijden." Een effectief
waterbeleid kan alleen bereikt worden als het thema hoog op de politieke
agenda komt, zegt De Fraiture. Volgens SIWI is terugbrengen van de waterverspilling
met 50 procent een noodzakelijk en haalbaar doel.
IPS(JS, JG)
______________________________________________________________________________________
Manilla vindt geen antwoord op dure rijst
Wereld | Voedsel | 18-8-2008 | Bron: IPS
De hoge rijstprijzen blijven voor onrust zorgen op de Filipijnen. De
eigen rijstproductie opkrikken lijkt de enige manier om het probleem
onder controle te krijgen, maar de nodige investeringen blijven uit.
In juni moesten de inwoners van de Filipijnen 61 eurocent neertellen
voor een kilogram rijst, bijna twee keer meer dan in 2007. Liza Valino,
een manicure met een gezin van tien, begon vaker kookbananen en zoete
aardappelen op tafel te zetten om haar huishoudbudget in evenwicht te
houden, maar oogstte protest. "Rijst stilt de honger beter",
legt Valino uit. Uiteindelijk besliste Valino dan maar minder geld uit
te geven aan andere voedingsmiddelen.
De 91 miljoen Filipijnen verbruiken per dag 33.000 ton rijst. Een maaltijd
zonder rijst is onvolledig, vinden de meeste inwoners van de archipel.
Dat is een probleem nu rijst veel duurder is geworden. Volgens een onderzoek
van het Filipijnse enquêtebureau Pulse Asia uit juli zeggen twee
op de drie gezinnen dat ze dit jaar minder zijn gaan eten of minder
geld uitgeven aan voedsel. In een kwart van de gezinnen komt er minder
rijst op tafel, een teken dat het echt slecht gaat.
De situatie dreigt nog erger te worden, want nu breken de maanden aan
waar het aanbod aan rijst traditioneel laag is. Voor de Filippijnse
beleidsmakers is het pompen of verzuipen. De voorbije twee maanden heeft
de regering van president Gloria Macapagal-Arroyo twee miljoen ton rijst
ingevoerd om schaarste te voorkomen. Een deel daarvan werd verkocht
tegen gesubsidieerde prijzen van ongeveer 37 eurocent per kilogram.
Er kwamen maatregelen tegen speculanten die grote voorraden rijst opslaan
om de prijzen nog verder te doen stijgen, en een moratorium op de omzetting
van landbouwgrond in industrieterreinen of bouwgebieden. Fastfoodrestaurants
kregen de dringende wenk ook halve porties rijst aan te bieden.
Ongenoegen
Maar het helpt allemaal weinig om het ongenoegen over de dure rijst
weg te nemen. President Arroyo heeft nog amper 21 procent van de bevolking
achter zich, het laagste cijfer dat een president sinds 1989 deed optekenen.
Nog meer zorgen baart de Filipijnse afhankelijkheid van rijstimport.
De Filippijnen zijn 's werelds grootste importeur van rijst geworden.
De voorbije tien jaar heeft het land per jaar één à
twee miljoen ton rijst ingevoerd, gemiddeld 10 procent van het totale
verbruik. "Dat kan niet blijven duren. Wat doen we als de exporteurs
beslissen niet meer te leveren?" vraagt Jessica Reyes Cantos van
de Filipijnse actiegroep Rice Watch and Action Network. Exporteurs als
Thailand en Vietnam verbruiken zelf ook veel rijst en aarzelen niet
de export te verminderen als de bevoorrading van hun eigen bevolking
in het gedrang komt.
De Filipijnse landbouwminister Arthur Yap maakt zich sterk dat de Filipijnen
in 2010 weer genoeg rijst zullen produceren om het eigen verbruik te
dekken. Maar zijn voorgangers hebben gelijkaardige voorspellingen nooit
kunnen waarmaken. De Filipijnen hebben relatief weinig landbouwgrond
en tropische stormen bedreigen elk jaar de oogst. Experts gaan ervan
uit dat alleen forse investeringen in irrigatie en nieuwe rijstvariëteiten
en teeltmethoden zelfvoorziening mogelijk maken.
Trinidad Domingo, de voorzitter van de Nationale Coalitie van Plattelandsvrouwen,
vindt dat in elk geval het geld dat nu wordt uitgegeven aan de import
van rijst, geïnvesteerd moet worden in de Filippijnse landbouw.
Voor de 2,7 miljoen ton rijst die het land dit jaar waarschijnlijk zal
invoeren, moet het land ongeveer 900 miljoen euro op tafel leggen. Dat
is meer dan de 600 miljoen euro die volgens de econoom Fermin Adriano
jaarlijks nodig is om nieuwe irrigatiekanalen aan te leggen en de bestaande
irrigatie-infrastructuur te onderhouden. Betere irrigatie doet de rijstoogst
fors toenemen.
De Filipijnen zouden ook meer geld kunnen pompen in landbouwkundig onderzoek,
een andere maatregel die een hoge return kan opleveren. De Filipijnen
investeerden de voorbije jaren duidelijk minder in dergelijk onderzoek
dan veel andere landen in de regio. Wetenschappers kunnen beter zaaigoed
en aangepaste teeltmethoden ontwikkelen en helpen al die kennis bij
de boeren te brengen.
_______________________________________________________________________________________
VS voorspellen sterke stijging energieverbruik
WASHINGTON, 26 -6 2008 (IPS) - Het wereldwijde energieverbruik zal tegen
2030 met 57 procent zijn gestegen ten opzichte van 2004. Dat stelt de
Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) in het gisteren
verschenen rapport Energy Outlook 2008.
Het wereldwijde energieverbruik zal tegen 2030 met 57 procent zijn gestegen
ten opzichte van 2004. Dat stelt de Amerikaanse Energy Information Administration
(EIA) in het rapport Energy Outlook 2008.
De stijgende olieprijzen zullen het energieverbruik niet verminderen
en ontwikkelingslanden zijn bezig aan een inhaalslag op het gebied van
energieverbruik, zegt het overheidsrapport.
De onderzoekers
maken een onderscheid tussen de rijke landen die lid zijn van de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en landen die niet
tot de OESO behoren. Het totale energieverbruik zal in die laatste groep
landen toenemen met 95 procent, voorspellen zij. In de OESO-landen is
dat naar verwachting 24 procent.
Olie en
kolen, die vanwege de stoffen die vrijkomen bij verbranding gezien worden
als twee belangrijke schuldigen aan de opwarming van de aarde, zullen
het wereldwijde energieverbruik blijven beheersen, zegt de statistische
vleugel van het Amerikaanse Departement voor Energie.
Als er
geen nieuwe maatregelen worden genomen om de klimaatverandering tegen
te gaan, zal de jaarlijkse uitstoot van koolstofdioxide uit energieverbruik
met 51 procent stijgen tussen 2005 en 2030.
Olieprijzen
Ondanks
de hoge olieprijzen, zal het benzineverbruik door de transportsector
toenemen en de elektriciteitsproducenten zullen veelal gebruik blijven
maken van kolen, stelt EIA. Vooral China en andere opkomende economieën
zorgen voor een toenemende vraag.
Alternatieve
vloeibare brandstoffen, inclusief het uit milieuoogpunt controversiële
olieschalie (oil shale) en biobrandstoffen zoals ethanol, zullen tegen
2030 ongeveer 10 procent van het totale verbruik uitmaken.
De EIA
verwacht dat het er 124 nieuwe kerncentrales gebouwd zullen worden voor
2030, waarvan ongeveer 45 in China, 18 in Rusland, 17 in India en 15
in de VS. Energie die wordt opgewekt met behulp van hernieuwbare energie,
zal stijgen met 2,1 procent per jaar. Het grootste deel van die energie
wordt opwekt door waterkrachtcentrales in Azië en Latijns-Amerika,
en niet door zon, wind of aardwarmte. Die laatste energiebronnen hebben
de voorkeur van milieuorganisaties.
Auteur: Abid Aslam.
_______________________________________________________________________________________
Voedselveiligheid en vrouwenrechten
Wereld | Voedsel | 23-6-2008 | Bron:PALA-nieuwsbrief
Afrikaanse vrouwen eisen controle over grondbezit en productiemiddelen
als middel tegen honger en voedselcrisis.
In de marge van de 25ste regionale Afrikaanse conferentie (ARC) van
de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO, die van 16 tot 20 juni plaatsvond
in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, kwamen ook vrouwen van de meest diverse
Afrikaanse basisgroepen samen om zich te beraden over de actuele voedselcrisis.
Sinds de Wereldvoedseltop van 1996 wordt de essentiële rol van
vrouwen in de voedselproductie en -voorziening algemeen erkend. Toch
blijkt dat relatief weinig vrouwen ook eigenaar zijn van de grond die
ze bewerken of van de productiemiddelen die ze gebruiken. Bovendien
worden de al beperkte rechten van vrouwen extra zwaar getroffen bij
privatiseringen of bij marktgerichte landhervormingen. Ook bij mijnbouwactiviteiten
en grootschalige bosbouwprojecten zijn het vaak vrouwen die het zwaarst
worden getroffen.
Met de recente forse stijging van de voedselprijzen krijgen alleenstaande
vrouwen het moeilijk om het hoofd boven water te houden. In toenemende
mate hebben Afrikaanse overheden - daarin geadviseerd door internationale
instellingen en donoren - hun steun aan de voedsellandbouw teruggeschroefd
en voedselsubsidies afgeschaft. Vrouwen werden daarvan het eerste slachtoffer.
Hoewel tot 80 procent van de voedselproductie in Afrikaanse landen door
vrouwenhanden gaat, is 60 procent van de mensen die honger lijden een
vrouw. "Extra maatregelen dringen zich op om vrouwen ten volle
hun rechten op grond en toegang tot productiemiddelen en natuurlijke
rijkdommen te garanderen", zegt Fatou Bah van de National Youth
Association for Food Security in Gambia.
In de slotverklaring van Nairobi eisen de vrouwen onder andere dat de
gelijke toegang van mannen en vrouwen tot land geen ijdele woorden blijven,
maar dat Afrikaanse regeringen dringende maatregelen zouden nemen om
alle discriminaties weg te werken, vooral wat betreft het erfenisrecht.
Binnen de FAO zou een commissie belast moeten worden met de monitoring
van alle maatregelen die overheden nemen op het vlak van voedselveiligheid
en vrouwenrechten. Tegen de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders
van de Afrikaanse Unie in 2009 moet er een vooruitgangsrapport liggen
met concrete stappen waarop de regeringen kunnen worden afgerekend,
eisen de vrouwen. (JVC)
_______________________________________________________________________________________
Armste
landen zijn de dupe van internationale crisis
13 juni 2008 (MO/IPS) - De combinatie van de kredietcrisis en de
stijgende voedsel- en olieprijzen treft de ontwikkelingslanden steeds
harder, zegt de Wereldbank. De economische groeivertraging levert de
grootste verliezen op in Azië en Latijns-Amerika. Zelfs de armste
landen delen in de klappen: donorlanden gaven in 2007 al 3,4 miljard
dollar minder dan in 2005.
'De laatste
jaren was er nooit zoveel onzekerheid en pessimisme', zegt de Wereldbank
in haar dinsdag gepubliceerde rapport 'Global Development Finance 2008'.
De collectieve economische groei in de ontwikkelingslanden zal dalen
van 7,8 procent vorig jaar tot 6,5 procent dit jaar, zegt de Wereldbank.
Volgens de Wereldbank zal de groeivertraging het sterkst zijn in landen
die zwaar van buitenlands kapitaal afhangen aangezien financiële
instellingen door de kredietcrisis minder makkelijk geld uitlenen.
In Oost-Azië krijgt China de hardste klappen met een groeivertraging
van 2,5 procent tot 9,2 procent volgend jaar en 9 procent in 2010. De
groei in zwart-Afrika zou dan weer toenemen, tot 6,5 procent dit jaar,
de sterkste vooruitgang in bijna 40 jaar. Tegen 2010 zou de groei getemperd
worden tot 5,9 procent, maar dat is nog steeds een stuk beter dan de
voorbije jaren.
Prijzen
doen arme bevolking pijn
'De sterke groei in de ontwikkelingslanden helpt zeker om de grote vertraging
in de VS te compenseren', zegt Uri Dadush, directeur van de afdeling
Internationale Handel van de Wereldbank. 'Maar tegelijk doet de groeiende
internationale inflatiedruk, vooral in de vorm van hoge voedsel- en
energieprijzen, overal ter wereld grote delen van de arme bevolking
pijn.' Voor regeringen en centrale banken in de ontwikkelingslanden
is het bijzonder moeilijk maatregelen te nemen om de stabiliteit op
middellange termijn te garanderen, zegt de bank.
Zo voorspelde de Aziatische Ontwikkelingsbank (AOB) onlangs dat een
bijkomende 5 procent van de bevolking, zo'n 50.000 mensen, door de prijsstijgingen
in armoede geraakt. Dat is nog conservatief geschat, vindt Biman Prasad,
ontwikkelingseconoom aan de Universiteit van de Stille Zuidzee. 'Alleen
al in Fiji loopt 30 procent van de bevolking het risico op armoede,
naast de 28 procent Fijiërs die nu al in de categorie 'arm' vallen.
'En Fiji is nog het meest ontwikkelde land in de hele regio. Als regeringen
niets doen, zullen veel mensen in armoede vervallen.'
Millenniumdoelen
onder druk
De secretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN), Ban Ki-Moon, zag
op de Algemene Vergadering van de VN ondermeer de hoge voedselprijzen
als een hinderpaal op weg naar de Millenniumdoelen. De VN-lidstaten
beloofden in 2000 om tegen 2015 werk te maken van de strijd tegen de
honger, armoede, analfabetisme en ziekte.
De prijzen van de belangrijkste voedselproducten zijn verdubbeld sinds
2005, vooral een gevolg van de stijgende vraag, de concurrentie van
de biobrandstofindustrie, protectionistische maatregelen en financiële
speculatie. Ook de olieprijzen swingen de pan uit. Ze schommelen nu
rond 140 dollar per vat en economisten verwachten niet meteen een afzwakking
van de stijging. Ook de zwakke dollar kan de prijzen nog verder opdrijven.
Heel wat landen, met name in Afrika, zullen er daardoor niet in slagen
het aandeel mensen met honger te halveren tegen 2015, nochtans de eerste
van de acht millenniumdoelstellingen. In absolute cijfers blijft het
aantal armen in Afrika stijgen om in 2015 waarschijnlijk rond 360 miljoen
uit te komen.
Landbouw
als hulpmiddel?
In de kleine eilandstaten in de Stille Oceaan dreigt de voedselcrisis
het aantal armen nog op te drijven, behalve als de landen de hoge voedselprijzen
aangrijpen om de verwaarloosde landbouw weer op de rails te krijgen.
Terwijl sommige atollen, met hun arme grond, niet veel verder kunnen
komen dan broodvrucht, taro en kokosnoot, zijn er ook grotere vulkanische
landen met vruchtbare bodem en veel water.
Maar de bewoners zijn in de laatste decennia volledig afhankelijk geworden
van geïmporteerde rijst, bloem en noedels, stelde het secretariaat
van de Pacifische Gemeenschap op de Wereldvoedseltop in Rome vorige
week.
Auteur:
Abid Aslam, Thalif Deen, Shailendra Singh
_______________________________________________________________________________________
Je bord
wordt kleiner en duurder
Naar
aanleiding van de wereldvoedseltop vroegen wij ons af hoe de voedselcrisis
wordt ervaren in armere landen. In Haïti zie je de gevolgen letterlijk
op je bord, zegt Gerrit Matton, steunpunt voor Broederlijk Delen.
Een appel in de morgenstond is goud in de mond. In Haïti zijn er
jammer genoeg geen appels te krijgen (behalve geïmporteerde, "imports",
en dan vooral rond de kerstperiode), maar elke morgen eet ik toch mijn
banaantje.
Meestal
laat ik die kopen door de dame die het huishouden doet, want als blanke
op de markt betaal je al gauw driemaal meer dan de normale prijs.
Normaal ligt er op de keukentafel in de fruitmand een grote tros met
mooie, dikke bananen, maar de laatste tijd zie ik 's morgens alleen
maar losse, kleine banaantjes. Ik vraag haar toch even naar het waarom
van deze duidelijke vermindering in kwaliteit en kwantiteit krijg als
antwoord: "Bagay yo vini cher" ("alles is duurder geworden").
Ik vermoedde dit al een tijdje, want sinds enkele maanden merk ik dat
er op het einde van de maand precies minder overblijft van mijn maandloon
dan gewoonlijk. Ik had dat eerst toegeschreven aan een aantal extra
uitgaven, maar nu ik er begin op te letten, zijn het niet dat avondje
theater of een fris pintje die duurder geworden zijn maar de gewone
dagdagelijkse uitgaven.
Groenten en fruit zijn duurder geworden, en in de supermarkt is mijn
stukje biefstuk niet duurder geworden, maar wel bijna de helft kleiner!
Maar ja, het is altijd al geweten dat in een hoofdstad wonen duurder
is, en dat geldt zeker voor Port-au-Prince, waar we samenwonen met bijna
de helft van het land, momenteel 3 à 4 miljoen inwoners.
In het kader van mijn werk ga ik vandaag een boerenfederatie bezoeken
in het zuiden van het land.
Het is een plezante groep boeren om mee samen te werken en een van de
lokale moeders heeft wel een boontje voor mij en voorziet meestal een
lekkere maaltijd na een dagje veldbezoeken en vergaderen onder de brandende
zon.
Ik kijk er al naar uit. Meestal is dat een lekkere kippenborst met rijst,
een salade en dan een fruitschotel.
Bij mijn aankomst lieten de boeren al meteen verstaan dat het niet zo
goed gaat. Bij de laatste orkaan Dean hadden ze een deel van de vorige
oogst verloren zodat hun reserves nu al uitgeput waren.
Het nieuwe zaaigoed dat we mee hadden helpen financieren, was wel goed
opgeschoten door de vroege regens, maar het zou toch nog wel een maand
duren voor het klaar was om te oogsten.
In gelijkaardige toestanden vroeger verkochten de boeren dan een geit,
een varken of enkele kippen en kochten met de opbrengst dan bonen, mais
of rijst om te eten, maar de laatste maanden zijn die producten met
50 tot 100 procent gestegen.
Je kan je nu misschien afvragen waarom men dan niet beter gewoon het
varken zelf opeet. Wel, in het ganse dorp is geen elektriciteit of ijskast
aanwezig, dus zal een boer zelden iets zelf slachten (behalve een kip)
omdat hij het anders nooit vlug genoeg kan opeten voor het bederft.
De gemiddelde dagtemperaturen bedragen hier 25 à 30 graden.
Veel boeren zullen het dus lastig krijgen in de komende weken.
Mijn lekkere kippenborst was er overigens ook niet bij deze keer. Een
beetje beschaamd zetten ze mij een bord met rijst en boontjes voor,
wel lekker klaargemaakt met allerlei kruiden.
Ik kreeg na enige ogenblikken toch weer dezelfde uitleg. Dat alles duurder
geworden was op de markt en dat ze het daarom met iets minder stelden.
Deze keer betaalde ik uit eigen beweging zelfs iets meer voor mijn maaltijd,
alhoewel het "iets minder" was dan normaal, maar het is nu
wel overduidelijk dat er iets veranderd is.
We horen en lezen hier natuurlijk elke dag over stijgende voedselprijzen,
over betogingen, over de goedkope importproducten die de markt overspoelen
waardoor de lokale boeren hun graanproducten niet kwijtraken,...
Maar het wordt pas realiteit als je de feiten letterlijk voorgeschoteld
krijgt en je je eigen bord kleiner en tegelijk duurder ziet worden.
Gerrit
Matton
_______________________________________________________________________________________
An
Answer to the Global Food Crisis:
Peasants and small farmers can feed the world!
Wereld
| Voedsel | 1-5-2008 | Bron: viacampesina.org
Prices
on the world market for cereals are rising. Wheat prices increased by
130% in the period between March 2007- March 2008. Rice prices increased
by almost 80% in the period up to 2008. Maize prices increased by 35%
between March 2007 and March 2008 (1). In countries that depend heavily
on food imports some prices have gone up dramatically. Poor families
see their food bills go up and can no longer afford to buy the minimum
needed. In many countries cereal prices have doubled or tripled over
the last year. Governments in these countries are under high pressure
to make food available at reasonable prices. In Haiti the government
already fell because of this issue and strong protests have taken place
in other countries such as Cameroun, Egypt, and the Philippines
The current crisis: a result of agricultural liberalization
Some analyst have been exclusively blaming agrofuels, the increasing
world demand and global warming for the current food crisis. But actually,
this crisis is also the result of many years of destructive policies
that have undermined domestic food production. Trade liberalization
has waged a virtual war against small producers. Farmers have been forced
to produce cash crops for transnational corporations (TNCs) and buy
their food on the world market.
Over the last 20-30 years the World Bank and the International Monetary
Fund (IMF) and more recently the WTO have forced countries to decrease
investment in food production and to reduce support for peasant and
small farmers. However, small farmers are the key food producers in
the world.
Major
international donors have also shown a lack of interest in food production.
Development cooperation from industrialized countries to developing
countries went up from 20 billion USD in 1980 to 100 billion USD in
2007. However, support for agriculture went down from 17 billion dollar
to 3 billion USD during the same time. And most of these funds probably
did not go to peasant-based food production.
Under
neo-liberal policies, state managed food reserves have been considered
too expensive and governments have been forced to reduce and privatize
them under structural adjustment regimes. For example, Bulog, the Indonesian
state company founded to regulate buffer stocks was privatized in 1998
under the policy package of the International Monetary Fund. Under pressure
from the WTO, state marketing boards have been dismantled because they
go against the principle of "free" trade. Under WTO agreements,
countries have also been forced to "liberalize" their agricultural
markets: reduce import duties (which is an important income loss for
the importing governments!) and accept imports for at least 5% of their
internal consumption even if they did not need it. At the same time
TNCs have kept on dumping surpluses into their markets, using all forms
of direct and indirect export subsidies.. At the same time, national
governments have failed to stabilize their markets and protect farmers
and consumers against sudden price fluctuations.
Neo-liberal
policies have destroyed the capacities of countries to feed themselves.
After 14 years of NAFTA (North America Free Trade Agreements) Mexico
went through a major crisis often dubbed as the "tortilla crisis".
From an exporting country Mexico has become dependent on US maize imports
and current imports 30 percent of its maize. Nowadays, while increased
amounts of US maize have suddenly been diverted to agro-fuels production,
quantities available for the Mexican markets have dropped, provoking
price surges.
In
1992, Indonesian farmers produced enough soya to supply the domestic
market. Soya-based tofu and 'tempeh' are an important part of the daily
diet throughout the archipelago. Following the neo-liberal doctrine,
the country opened its borders to food imports, allowing cheap US soy
to flood the market. This destroyed national production. Today, 60%
of the soy consumed in Indonesia is imported. Record prices for US soy
last January led to a national crisis when the price of 'tempeh' and
tofu (the " meat of the poor ") doubled in a few weeks.
According to the FAO the food deficit in West Africa increased by 81%
between 1995 and 2004. During the same period cereal imports increased
by 102%, sugar imports by 83%, dairy products by 152% and poultry by
500%. However, according to IFAD (2007) the region has the potential
to produce sufficient amounts of food.
All
around the world, even though it is increasing nation's vulnerability,
liberalization goes on: the European Union is forcing the ACP countries
into so-called Economic Partnership Agreements (EPAs) to liberalize
the agricultural sector with foreseeable adverse effects on food production.
The agrofuel boom: a sudden shock on the world markets
The emergence of agrofuels is another cause of food price rises. Over
the past few years, TNCs and world economic powers such as the US and
the EU have rapidely developed agrofuel production. Massive subsidies
and investments are flowing into this "booming" sector. As
a result, land is rapidely being converted from food into fuel production
and an important part of the US maize suddenly "disappeared"
as it was bought up for ethanol production. This uncontrolled explosion
of the agrofuel sector created a shock in the already unstable international
agricultural markets. Egypt, one of the largest cereal importers, has
called upon the US and the EU to stop encouraging the growth of maize
and other crops for agrofuels. In Egypt food prices, including subsidized
bread, went up by nearly 30% last year (2). In the Philippines, the
government is now looking at some 1.2 million hectares for jatropha
production in the southern island of Mindanao operated by the Philippine
National Oil Co.-Alternative Fuels Corporation, It is also identifying
more than 400,000 hectares of land for private sector investments. (Jatropha
curcas is a drought-tolerant non-edible shrub. It produces fruits the
size of golf balls which contain oil that can be converted into agrofuels.
Impacts on local food security are expected (5).
Speculators:
Betting on expected scarcity
Often eclipsed in the public debate, speculation is one of the main
causes of the current food crisis. Production remains high, but speculators
are betting on expected scarcity and artificially increasing prices.
World
grain production in 2007/2008 is estimated at 2108 million tones (an
increase by 4,7% compared to 2006/2007). This is well over the average
growth in the last decade of 2%. Average consumption of cereals for
food increased around 1% per year and will reach 1009 million tones
in 2007/2008. The use for feed purposes increased by 2% to 756 million
tones. And the use for other purposes will be around 364 million tones.
An important part of it is maize (95 million tones), much of which is
going into agrofuels. The USA is expected to use 81 million tons of
maize for ethanol, 37% more than in 2006/2007.
The world cereal stocks are estimated to decrease by 21 million (5%)
tons to 405 million tons at the end of the season in 2008. Stocks have
been going down for several years, they are now at the lowest levels
in 25 years.
Although
it is true that over the last years demand has increased slightly more
compared to production, a balanced international and national policy
regarding domestic food production could easily address the situation
and would secure stable prices for farmers and consumers.
TNCs
and mainstream analysts expect that land will be increasingly used for
agrofuels (maize but also palm oil, rape seed, sugarcane
). They
predict that the growing Asian middle class will start buying meat which
will increase cereal demand and they expect negative climate effects
on food production such as severe droughts and floods. Meanwhile, TNCs
aggressively obtain large areas of agricultural land around cities for
speculative purposes, expelling small food producers . In India more
than 700 so called "New Economic Zones" are being established,
kicking farmers out of their land.
Based
on those predictions, TNCs have been manipulating the markets. Traders
have kept stocks away from the market in order to stimulate price increases
and generate huge profits afterwards. In Indonesia, in the midst of
the soya price hike in January 2008, the company PT Cargill Indonesia
was still keeping 13,000 tons of soybeans in its warehouse in Surabaya,
waiting for prices to reach record highs.
In
many countries large supermarkets have gained a near monopoly power
and they are increasing prices far more than is justified by the price
increase of the agricultural product. For example in France the price
of certain yoghurts increased by 40% although the cost of the milk accounts
for only a third of the total price. A substantial increase of the milk
price for farmers could never cause such a price increase. (3) In Germany,
farmers have seen the farm-gate price of milk dropping by 20-30%, pushing
them into bankruptcy because supermarkets use cheap dairy products as
a marketing tool to attract consumers.
International financial speculation is playing a major role in food
price increases since the summer of 2007. Due to the financial crisis
in the USA, speculators started to move from financial products to raw
materials, including agricultural products. This directly affects prices
in the domestic markets as many countries are increasingly dependent
on food imports.
This
is happening while there is still enough food in the world to feed the
global population. According to the FAO the world could even feed up
to 12 billion people in the future.
Lessons
learned from the crisis: the market will not solve the problem
Instability on the international food markets is one of the characteristics
of agricultural markets: as production is seasonal and variable, and
a increase of production cannot be realized very quickly as crops need
time to grow. At the same time consumption does not increase very much
if more food is available. So small differences in supply and demand,
uncertainties regarding future harvests and speculation on international
markets can create huge price effects. The volatility in the food markets
is mainly due to deregulation, the lack of control on the big players
and the lack of necessary state intervention at the international and
the national level to stabilize markets. De-regulated markets are key
part of the problem!
Peasants
and small farmers do not benefit from higher prices
While speculators and large traders do benefit from the current crises,
most peasants and farmers do not benefit from the higher prices. They
grow food, but the benefits of the harvest often get out of their hands
: it is already sold out to the money lender, to the agricultural inputs
company, or directly to the trader or the processing unit. Although
prices for farmers have gone up for some cereals, this is modest compared
with increases on the world market and increases imposed upon consumers.
If food on the market comes from domestic producers, usually benefits
of higher prices are reaped by companies and other intermediaries that
buy the products from the farmers and sell them at an high price. If
the products come from the international market, this is even clearer:
transnational companies control that market. They define at what prices
products are bought in the original country and at what prices they
are sold in the importing country. Although in certain cases prices
did go up for producers, the biggest part of the increase is cashed
in by others. In the dairy and meat sector, because of the increased
production costs, farmers even see their prices going down while consumers
prices are shooting up.
Despite some moderate price increases at the farm level, stock breeders
are in a crisis due to the rise in feed prices and cereal producers
are facing sharp rises in oil based fertilizer prices. Farmers sell
their produce at an extremely low price compared to what consumers pay.
In Europe the Spanish Coordination of Farmer Unions (COAG) calculated
that consumers in Spain pay up to 600% more than what the food producer
gets for his/her production. Similar figures also exist for other countries
where the consumer price is mainly defined by costs for processing,
transport and retailing.
Among
the victims: Agricultural workers, landless farmers and cash crop producers
Agricultural workers as well as many people in the rural areas also
have to buy food as they do not have access to land to produce. Therefore,
they are severely hit by the current crisis. Some peasants and small
farmers may have land but they are forced to produce cash crops instead
of food. The increase of the price of edible oil in Indonesia since
2007 has not benefited the Indonesian palm oil farmers at all. They
received only a minor price increase from the large buyers and they
do not understand why ordinary people and consumers have to suffer such
high prices for edible oil. Many of them are working under contract
farming with big agribusiness companies which process, refine and sell
the product. A small number of big agribusiness companies increased
domestic prices, following the international price hike. The contract
farming model creates a situation in which farmers cannot produce food
for their families as they have to produce cash crops as monocultures
such as sugar cane, palm oil, coffee, tea and cacao. This means that
even if the farmer receives a minor increase for his cash crop, she
has to buy much more expensive food on the market. Therefore increasing
food prices also cause more poverty in their families.
Urban
consumers hit hard
The international policies of the last decades have expelled hundreds
of millions of people to the urban areas where most of them landed in
slums, having a very precarious life, forced to work for very low wages
and buy food and other goods at a high price. They are the first victims
of the current crisis as they have no way to produce their own food.
Their number has increased dramatically and they spend a big part of
their income on food. According to the FAO, food represents up to 60-80
percent of consumer's spending in developing countries (including landless
farmers and agricultural workers). Companies ruthlessly exploit the
current situation, accepting that increasing numbers of people go hungry
as they do not have the money to buy the available food. Governments
are forced to import expensive food to meet consumer demand and do not
have the means to support the poorest consumers.
More
free trade will not solve the crisis
Institutions such as the World Bank and the IMF as well as some governments
are now advocating more investment in agriculture, increased food aid
for the low income food importing countries and further liberalization
of markets so that countries can improve their income through export.
Many argue that we need more intensive production patterns, which means
for them more industrial high input agriculture. This includes the introduction
of GMOs and the use of more fossil energy!
At
the same time they promote a second TNC-led "green" revolution
in Africa, they keep on pushing for more market access for their TNCs
in the Doha round and tie up the extra financial support to political
criteria to increase the dependency of these countries. Nothing is said
about the need for increased market regulation and stabilization or
whether the support that is called for will go to peasant-based food
production. Such investments will go to the importing countries by offering
their financial "help", bring more investment in corporate-led
food production and continue to impose the same recipe of deregulation
and privatization.
In
the WTO negotiations high prices are used to make governments accept
further tariff cuts and more de-regulation of the agricultural markets.
This will create the next crisis when price fluctuations go in the other
direction.
A
way out of the crisis: Rebuilding national food economies
To address the current crisis, La Via Campesina believes that countries
should give priority in their budget to support the poorest consumers
so that they have access to sufficient food. Meanwhile, they should
give priority to their domestic food production in order to become less
dependent on the world market. This means increased investment in peasant
and farmer-based food production for the domestic market.
We
do need more intensive food production, but intensive in the use of
labor and in the sustainable use of natural resources. Diverse production
systems have to be developed, systems that are not exclusively focusing
on the main crops such as corn, soya, rice and wheat but that integrate
local foods that have been neglected since the onset of the "green"
revolution.. Small-scale family farms can produce a large diversity
of food that garantees a balanced diet and some surpluses for the markets.
Small-scale family farming is a protection against hunger!
Internal
market prices have to be stabilized at a reasonable level for farmers
and consumers: for farmers so that they can receive prices that cover
the cost of production and secure a decent income and for consumers
so that they are protected against high food prices. Direct sales from
peasants and small farmers to consumers has to be encouraged. Mr. Jacques
Diouf, secretary General of FAO has stated that developing countries
should be enabled to achieve food self sufficiency(6).
In
every country an intervention system has to be put in place that can
stabilize market prices. In order to achieve this, import controls with
taxes and quotas are needed to regulate imports and avoid dumping or
low price imports that undermine domestic production. National buffer
stocks managed by the state have to be built up in order to stabilize
domestic markets: in times of surplus, cereals can be taken from the
market to build up the stock and in case of shortage, cereals can be
released.
Therefore
land should be distributed equally to the landless and peasant family
through genuine agrarian reform and land reform. This should include
the control over and access to water, seed, credits and appropriate
technology. People should be enabled again to produce their own food
and feed their own communities. Any land grabbing, land evictions and
expansion of land allocation for the expansion of agribusiness-led agriculture
has to be stopped. Immediate measures are needed to support small farmers
and peasants to increase agro-ecological food production.
National
governments should not repeat the mistake of promoting agribusiness
corporations to invest in large food production units. According to
the FAO, ex-Soviet countries plan to open their land to agribusiness
companies to produce food on land that is currently not cultivated.
This could turn out to be another mistake if this is presented as a
solution for the food crisis.
Regulating
international markets and implementing basic rights
At the international level stabilization measures have to be implemented.
International buffer stocks have to be built up as well as an intervention
mechanism to stabilize prices on the international markets at a reasonable
level. Exporting countries have to accept international rules that control
the quantities they can bring to the market.
Countries
should have the freedom to control imports in order to protect domestic
food production.
Production of cereals for agrofuels is unacceptable and has to be stopped
as this competes with food production. As a first step we ask for an
immediate moratorium on agrofuels as proposed by Jean Ziegler former
UN rapporteur on the Right to Food.
The influence of transnational corporations has to be limited and the
international trade in staple foods has to be brought to a necessary
minimum level. As much as possible domestic production should fulfill
internal demand. This is the only way to protect farmers and consumers
against sudden price fluctuations from the international market.
A possible agreement in the Doha Round will mean another blow for peasant-based
food production; therefore any agreement has to be rejected.
Peasants
and small farmers are the main food producers
La Via Campesina is convinced that peasants and small farmers can feed
the world. They therefore have to be considered as the key part of the
solution. With sufficient political will and the implementation of adequate
policies more peasants and small farmers will easily produce sufficient
food to feed everyone at a reasonable price. The current situation shows
that changes are needed!
The
time for food sovereignty has come!
Jakarta,
24th of April 2008
References
(1) Crop Prospects and Food situation by FAO, 2008
(2) OECD (In Süddeutsche Zeitung 15-4-2008)
(3) LEMONDE.FR with AFP 24-02-2008
(4) Biofuel News 20-3-2008
(5) http://www.checkbiotech.org/green_News_Biofuels.aspx?infoId=17206
(6) Le Monde 17-4-2008
___________________________________________________________
China krijgt het moeilijker zichzelf te voeden
China
| Voedsel | 11 april 2008 | Bron: IPS
PEKING,
11 april 2008 (IPS) - De overheid in Peking wil de stijgende voedselprijzen
het hoofd bieden door terug te keren naar de aloude politiek van autarkie:
zelf genoeg produceren om iedereen eten te geven. Maar dat wordt steeds
moeilijker, nu steden landbouwgebied inpalmen en arbeiders van het land
weglokken.
Nog
niet lang geleden speelde het leidinggevend planbureau in China, de
Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, met het idee om meer
graaninvoer toe te laten. China zou daarmee afwijken van de huidige
koers om voor 95 procent in de eigen voedselbehoefte te voorzien. "Omdat
de vraag van Chinese consumenten naar vlees en melkproducten snel groeit,
kunnen we denken aan meer import in de toekomst en bijvoorbeeld maar
voor negentig procent in onze eigen behoeftes voorzien", zei Ma
Xiaohe, onderzoeker voor macro-economisch beleid aan het planbureau
recent nog op een forum rond voedselveiligheid.
Maar nu de voedselprijzen pijlsnel stijgen en de graanmarkt wereldwijd
tegen een tekort aan voorraden aankijkt, gaan steeds meer stemmen op
om vast te houden aan een zichzelf bedruipend China dat de externe risico's
tot een minimum beperkt.
Verschillende agentschappen van de Verenigde Naties hebben gewaarschuwd
voor wereldwijde voedselrellen als er niet snel ingegrepen wordt. Ook
de Wereldbank waarschuwde eerder deze week dat de hoge prijzen geen
tijdelijk fenomeen zijn maar waarschijnlijk verschillende jaren zullen
aanhouden.
China hoeft zich niet meteen het meeste zorgen te maken. Toch moet het
land voortdurend oplettend blijven. Het moet twintig procent van de
wereldbevolking voeden met amper zeven procent van de landbouwgrond
in de wereld. De Chinese regering prijst zichzelf omdat ze de voorbije
dertig jaar miljoenen Chinezen uit de armoede gehaald heeft en ziet
voedselveiligheid als één van haar belangrijkste opdrachten
sinds de enorme hongersnood in de jaren vijftig.
China
geen slokop in de wereld
China moet al jaren opboksen tegen de beschuldiging dat de Chinese vraag
naar voedsel rampzalig is omdat het de wereldgraanmarkt overspoelt en
voor voedseltekorten zorgt in arme ontwikkelingslanden. Om de eigen
bevolking en de internationale gemeenschap gerust te stellen zei premier
Wen Jiabao vorige week dat het land voor 150 tot 200 miljoen ton voorraden
heeft, waaronder 40 tot 50 miljoen ton rijst. "Stop alstublieft
met u zorgen te maken", zei Wen tijdens de regionale top van landen
in het Mekongbekken. "China heeft een overvloedige rijstvoorraad."
Sinds 2004 slaagt het land er jaar na jaar in om reserves aan te leggen..
Analisten maken zich niettemin zorgen omdat het land aan een alarmerend
tempo landbouwgrond verliest. In het laatste decennium alleen al ging
5,5 procent van de landbouwgrond verloren aan verwoestijning, verstedelijking
en industriële expansie.
Om de inflatie te temperen en voedsel betaalbaar te houden voor de enorme
bevolking worden de prijzen gecontroleerd door de overheid in Peking.
Maar dat heeft ook een averechts effect: veel boeren zijn niet geneigd
om rijst te telen omdat de prijs voor rijst in China een van de laagste
ter wereld is.
"Er is duidelijk een contradictie", zegt landbouwexpert Ding
Shengjun. "Terwijl de prijzen voor rijst wereldwijd stijgen, blijft
de prijs in China relatief laag en zelfs subsidies van de overheid kunnen
de stijgende prijs van landbouwmaterieel niet uitvlakken. Als we de
prijs niet aanpassen, kunnen we mensen niet overtuigen om op het platteland
te blijven en rijst te telen. Hoe kunnen we dan de voedselveiligheid
op lange termijn garanderen?"
Stadsvlucht
keren
De regering in Peking doet intussen wat ze kan om de boeren op het land
te houden. Ze heeft de tweeduizend jaar oude graantaks voor de landbouwers
afgeschaft en beloofde meer gesubsidieerde meststoffen en zaden. In
december verhoogde ze de exportbelasting en stelde ze exportquota in
voor verschillende graanproducten. De middelen voor de ontwikkeling
van het platteland werden opgetrokken met 30 procent tot een recordbedrag
van meer dan vijftig miljard euro.
Volgens velen volstaan die stappen niet om de werkkrachten op het land
ervan te weerhouden om naar de stad te trekken op zoek naar een beter
loon en een beter leven. Volgens urbanisatie-experts zullen in de volgende
vijftien jaar zo'n drie- tot vierhonderd miljoen boeren naar de steden
trekken.
De beste manier om het inkomen van de landbouwers te doen stijgen is
de afschaffing van de exportbeperkingen, omdat de prijs van rijst op
die manier gelijk zou komen met de wereldprijs, zegt Li Guoxiang, een
deskundige landbouwbeleid aan de Chinese Academie voor Sociale Studies.
"Maar als de rijstprijs hier stijgt, dan stijgt ook de inflatie.
En daar is de regering precies zo bezorgd om."
De stijgende voedselprijzen zorgden in februari al voor een inflatie
van 8,7 procent, de snelste stijging in meer dan tien jaar. De druk
van de inflatie was één van de redenen waarom premier
Wen Jiabao recent 2008 "China's moeilijkste jaar" noemde.
Antoaneta
Bezlova
___________________________________________________________
Landbouw moet grote bocht maken
Wereld
| Landbouw | 7 april 2008 | Bron: IPS
JOHANNESBURG, 7 april 2008 (IPS) -Regeringsmedewerkers
uit een zestigtal landen bespreken deze week in Johannesburg nieuwe
ideeën om de voedselbevoorrading van de wereldbevolking veilig
te stellen. Wetenschappers zeggen dat duurzame en kleinschalige landbouw
een antwoord kan bieden op de verarming van de plattelandsbevolking,
de stijgende voedselprijzen en de achteruitgang van het milieu. Voor
die problemen vindt het nu overheersende landbouwmodel geen antwoord.
De
zesdaagse conferentie die vandaag (7 april) in Johannesburg begint,
buigt zich over een uitgebreid onderzoek naar de manier waarop de huidige
landbouwproductie binnen 25 à 50 jaar kan verdubbeld worden.
Tegen 2050 telt onze planeet immers 3 miljard mensen meer dan vandaag,
terwijl ook het voedselverbruik per inwoner toeneemt.
Meer dan 400 wetenschappers namen de voorbije drie jaar alle hedendaagse
kennis over landbouw en landbouwkundige technologie door om antwoorden
te vinden op die uitdaging. Het werk van de deelnemers aan het International
Assessment of Agricultural Science and Technology for Development (IAASTD)
werd gestuurd door twee belangrijke voorwaarden: de productiestijging
moet ook helpen de armoede in de ontwikkelingslanden in te dammen, en
de expansie mag het milieu geen geweld aandoen.
Vervuilend
en duur
De
conclusie van al dat studeerwerk is dat de moderne landbouw radicaal
van koers moet veranderen om grote sociale of ecologische problemen
te vermijden. "Landbouw heeft een grote invloed op alle milieukwesties:
klimaatverandering, biodiversiteit, verwoestijning, de kwaliteit van
het water,
", zegt Robert Watson, de directeur van de IAASTD
en hoofdwetenschapper van het Britse ministerie van Milieu en Landbouw.
De huidige landbouw, die gedomineerd wordt door transnationale ondernemingen
en megabedrijven, heeft op veel van die vlakken een nefaste invloed.
Daarnaast zorgt de hoge productiviteit van moderne landbouwbedrijven
er ook niet voor dat iedereen op aarde zich genoeg eten kan veroorloven.
De stijgende voedselprijzen illustreren dat. Het voorbije jaar alleen
al is maïs 31 procent duurder geworden, soja 87 procent en tarwe
130 procent. Intussen is de wereldgraanvoorraad gevaarlijk gekrompen;
de reserves dekken nu amper nog 40 dagen van het wereldverbruik.
De IAASTD-onderzoekers pleiten voor een betere combinatie van lokale
en traditionele kennis met de wetenschappelijke expertise die de landbouw
nu grotendeels bepaalt. Dat zou moeten leiden tot een meer duurzame
landbouw, die oog heeft voor het milieu en de sociale verhoudingen op
het platteland, en tot meer kleinschalige initiatieven. Nu wordt er
nog heel weinig geïnvesteerd in onderzoek naar dergelijke alternatieven.
Het syntheserapport van de IAASTD-oefening breekt ook een lans voor
meer landbouwkundige steun voor arme plattelandsgemeenschappen.
Het syntheserapport is een samenvatting van vijf regionale rapporten
waarin alle belangrijke bevindingen een plaatsje kregen. De tekst is
ook gebaseerd op suggesties en commentaren van 30 regeringen uit Noord
en Zuid, vertegenwoordigers van de biotechnologiesector en de pesticidennijverheid,
niet-gouvernementele organisaties als Greenpeace en Oxfam, boerenverbanden
en consumentenorganisaties.
Vorig jaar zetten Syngenta and BASF, twee giganten uit de biotechnologie-
en pesticidensector, hun samenwerking met het onderzoek stop. Ze vonden
dat het syntheserapport dat deze week moet bekrachtigd worden door de
deelnemers aan de conferentie in Johannesburg, de gevaren die kunnen
uitgaan van genetisch gewijzigde gewassen te zeer uitvergroot, terwijl
er te hard getwijfeld wordt aan de voordelen ervan. Sommige landbouwkundige
experts die niet deelnamen aan het IAASTD-proces delen die kritiek.
De IAASTD-onderzoekers hopen dat hun bevindingen door regeringen en
hulporganisaties zullen worden gebruikt als een blauwdruk voor de landbouw
van de toekomst. Ze hopen onder meer dat de Wereldbank, een van de belangrijkste
financiers van het onderzoek, weer meer gaat investeren in landbouwonderzoek
in Afrika.
Auteur: Stephen Leahy.
____________________________________________________________
Afrikaanse landen verslikken zich in import
Afrika | Voedsel | 10 maart 2008 | Bron: IPS
GENEVE, 10 maart 2008 (IPS) - Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden
willen dat de Wereldhandelsorganisatie hen toelaat ruime beschermingsmaatregelen
te nemen om een abrupte stijging van de import van levensmiddelen te
vermijden. Veel arme landen hadden de afgelopen decennia met dat nefaste
verschijnsel af te rekenen.
De groep van 33, een samenwerkingsverband van 46 ontwikkelingslanden
die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie, is ontevreden over hoe
de onderhandelingen over de verdere liberalisering van de wereldhandel
nu lopen. Ze willen hun invoer wel vrijer maken, maar eisen dat ze hun
importtarieven weer soepel kunnen verhogen als de invoer van bepaalde
goederen te snel toeneemt. Maar de rijke landen en zelfs sommige ontwikkelingslanden
als Argentinië, Uruguay en Paraguay houden dat tegen. Zij willen
zoveel mogelijk beperkingen inbouwen in een dergelijk vrijwaringssysteem,
zodat het niet vaak wordt toegepast. De gesprekken over de vrijmaking
van de handel in landbouwproducten zit daardoor in een nieuwe impasse.
Rijst, kip en tomaten
Arme landen hebben duidelijk nood aan een instrument dat hen kan beschermen
tegen plotse marktevoluties die een groot aantal van hun boeren pijn
kunnen doen. In Ghana steeg de import van rijst van 250.000 ton in 1998
tot meer dan 415.000 ton in 2003. Het marktaandeel van plaatselijke
rijstkwekers daalde daardoor van 43 tot 29 procent. Twee derde van de
Ghanese rijsttelers werkte in die periode met verlies, waardoor veel
arbeidsplaatsen verloren gingen.
In diezelfde periode steeg de import van Europese tomatenpasta in Ghana
van 3300 tot 24.740 ton. De Ghanese boeren verloren 40 procent van hun
marktaandeel, terwijl de prijzen kelderden.
Ook de plotse import van massa's goedkoop kippenvlees zorgde in verscheidene
Afrikaanse landen voor problemen. In Kameroen verdrievoudigde de import
tussen 1999 en 2004, waardoor 92 procent van de kippenkwekers er de
brui aan gaf. Tussen 1994 en 2003 gingen op het platteland elk jaar
110.000 banen verloren. In Ivoorkust steeg de import van kippenvlees
tussen 2001 en 2003 nog sterker. Daar gingen 15.000 banen in de sector
verloren.
Mozambique kreeg tussen 2000 en 2004 af te rekenen met een vervijfvoudiging
van de invoer van plantaardige olie. De binnenlandse productie daalde
van 21.000 ton in 1981 tot 3.500 ton in 2002. Meer dan 100.000 kleine
producenten van oliehoudende zaden en nog veel andere boeren die vervanggewassen
als soja en kokosnoten produceren, voelen daar de gevolgen van.
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) heeft nog veel andere
gevallen onderzocht. In Kenia, Tanzania en Malawi kregen producenten
van melk, maïs het moeilijk, boeren in Kameroen werden verrast
door de massale invoer van rijst en plantaardige olie, Senegalese boeren
kwamen in de verdrukking door de grootschalige invoer van tomatenpasta
en kippenvlees en in Gambia waren het de weer de producenten van rijst
en kippenvlees die in de problemen kwamen.
De plotse stijging van de import van bepaalde levensmiddelen volgt op
de liberalisering van de landbouwhandel. Daardoor gaan er allerlei factoren
spelen waarop arme landen weinig greep hebben. Dat zijn in de eerste
plaats het subsidiebeleid en de exportbevordering in de uitvoerlanden.
De levensmiddelen die het vaakst problemen opleveren, zijn niet toevallig
de producten waarvoor de EU en de VS hun boeren veel steun uitkeren.
Ook voedselhulp kan de markten in ontwikkelingslanden verstoren, net
als wisselkoersevoluties. En dan is er nog de raad van de internationale
financiële instellingen. Toen Ghana op aanraden van de Wereldbank
de invoertarieven op rijst verminderde van 100 naar 20 procent, verdubbelde
de invoer van rijst er.
Daarom vechten de onderhandelaars van de Groep van 33 nu in de Wereldhandelsorganisatie
verbeten voor een soepele vrijwaringsregeling. De verdere liberalisering
van de landbouwhandel kan immers aanleiding geven nog tot meer plotse
importstijgingen.
Auteur: Aileen Kwa.
___________________________________________________________
VN voorziet mondiaal voedseltekort
Wereld
| Voedsel | 18 december 2007 | Bron: Rapport van de FAO: Food Outlook
De
wereld stevent af op een voedseltekort. De wereldvoedselvoorraden zijn
het afgelopen jaar "onverwachts" en als "nooit tevoren"
geslonken.
De prijs van voedsel steeg in diezelfde periode naar "historische
hoogten" en dat vormt een "serieus risico" dat steeds
minder mensen in staat zullen zijn om te voorzien in hun dagelijkse
voedselbehoefte.
Met
die alarmerende boodschap schokte directeur-generaal Jacques Diouf van
de Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO) van de Verenigde Naties de
internationale gemeenschap. Tijdens een persconferentie op het kantoor
van de FAO in Rome riep hij op tot onmiddellijke actie van regeringen
en internationale koepelorganisaties om het dreigende voedseltekort
en stijgende prijzen tegen te gaan.
Diouf
beroept zich op het onlangs verschenen Food Outlook, het halfjaarlijkse
rapport van de FAO over de mondiale voedselmarkt. De voornaamste voedselprijsindex
in dat rapport toont een stijging van ruim 40 procent over het afgelopen
jaar. Het jaar daarvoor was die nog 9 procent. Die stijging zou volgens
de FAO-topman al "onacceptabel" worden geacht.
Tegelijkertijd namen de mondiale voedselvoorraden sterk af. De voorraden
tarwe daalden afgelopen jaar bijna 11 procent. Daarmee is het laagste
niveau sinds 1980 bereikt. Over de periode 2000-2005 was die voorraad
steeds voldoende voor ruim 18 weken mondiale consumptie. Ook de maïsvoorraad
daalde wereldwijd aanzienlijk. De voorraden zijn momenteel toereikend
voor 8 weken consumptie. Voorheen was dit ongeveer 11 weken.
Het
zijn vooral de allerarmsten die hierdoor getroffen worden, stelt de
FAO. De totale kosten van de import van voedsel door ontwikkelingslanden
stegen in 2007 met zo'n 25 procent naar 107 miljoen dollar (74,3 miljoen
euro).
Diouf
wees op een samenloop van omstandigheden in zowel de vraag- als de aanbodzijde
van voedsel als belangrijkste veroorzaker van de ontwikkelingen. Door
de opwarming van de aarde als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen
zouden steeds meer gebieden te lijden krijgen onder extreme droogtes
en hevige regenval. Daardoor zouden veel oogsten mislukken. Verder zou
de stijgende vraag naar biobrandstoffen een belangrijk deel van de landbouwgebieden
in beslag nemen en daarmee de productie van landbouwgewassen terugdringen.
__________________________________________________________
De globalisering
is van iedereen
Interview met Nobelprijswinnaar Amartya Sen
LONDEN,
22 november 2007 (IPS) - De Indiase econoom Amartya Sen kreeg in 1998
de Nobelprijs voor zijn baanbrekende werk over armoede en ongelijkheid
in de wereld. In opdracht van het Britse Gemenebest zat hij een commissie
voor die onderzocht wat de huidige oorzaken zijn van geweld en extremisme
in de 53 landen van het voormalige "Empire". Zijn conclusie:
"De zogenaamde oorlog tegen het terrorisme kan niet gewonnen worden
met wapens alleen."
IPS-journalist Sanjay Suri sprak met hem in de aanloop naar de Gemenebesttop
van 23 tot 25 november in de Ugandese hoofdstad Kampala.
Wat
zijn volgens uw rapport de belangrijkste oorzaken voor de huidige conflicten
?
De Eerste Wereldoorlog werd gevoed door nationalistische verdeeldheid,
en ik denk dat furie en de vlammen van nu worden gevoed door religieuze
verdeeldheid. Om die te overstijgen moeten we ons opnieuw bewust worden
van de rijkdom van menselijke relaties. Zolang we niet beginnen met
de strijd om de geesten van de mensen, denk ik niet dat we het geweld
en het terrorisme in de wereld kunnen verslaan. Het leger alleen kan
de problemen niet oplossen. Een militair optreden maakt zeker een verschil,
maar dat geldt zeker ook voor burgerinitiatieven, de media, het onderwijs
en de politiek.
Veel
mensen zien het eerder als een probleem met de islam, dan als een algemeen
religieus probleem
Ik denk niet dat religie op zich het probleem is. Ik ben zelf niet gelovig,
maar ik zie dat godsdienst het leven kan verrijken van mensen die wel
geloven. Dat is iets helemaal anders dan religieuze verschillen gebruiken
op verdeeldheid te zaaien en om gewelddaden te plegen tegen mensen van
een ander geloof. Dat fenomeen beperkt zich niet tot de islam, in wat
je nu moslimterrorisme noemt. Bij de rellen in de Indiase deelstaat
Gujarat waren extreme hindoes de aanstokers, en bij de rellen in Sri
Lanka speelden extreme boeddhisten een rol.
Maar
de oorlog tegen het terrorisme is in werkelijkheid een strijd tegen
gewelddadige moslimextremisten
Wel, de uitdrukking 'oorlog tegen het terrorisme' behoort niet tot ons
taalgebruik. We hebben het liever over de 'zogenaamde oorlog tegen het
terrorisme'. In de commissie waren we het erover eens dat er in militair
opzicht meer te zeggen viel voor de inval in Afghanistan dan voor de
oorlog in Irak. We waren het er ook over eens dat de filosofische basis
voor de 'oorlog tegen het terrorisme' erg smalletjes is. En door die
de nadruk op één oorzaak voor het geweld, is een wereldbeeld
ontstaan waarin een grote rol is weggelegd voor een clash der beschavingen,
meer bepaald tussen de zogenaamde Westerse beschaving en de islamitische
beschaving. Maar zo is de wereld niet opgedeeld. Moslims, christenen,
joden of hindoes kunnen heel goed samen zaken doen of genieten van dezelfde
literatuur of muziek, er zijn veel dingen die hen binden. Je komt nooit
tot een goed wederzijds begrip wanneer je een hele groep mensen identificeert
met een kleine minderheid binnen die groep.
Dus
het hele idee van een clash der beschavingen is misplaatst ?
Misplaatst om drie redenen. Eén: de onderverdeling tussen beschavingen
is gebaseerd op religie. Maar wanneer ik, als Indiër met een hindoeachtergrond,
praat met een vriend die moslim is, dan zijn het in de eerste plaats
twee Indiërs die aan het praten zijn, of twee mensen van het Indiase
subcontinent, of twee Zuid-Aziaten of twee bewoners van ontwikkelingslanden.
De beschavingsdimensie is een erg arme manier om mensen te begrijpen.
Als je de wereldbevolking gaat verdelen in beschavingen is dat en snelle
en efficiënte manier om zowat alles verkeerd te begrijpen.
Twee: Culturen evolueren in onderling contact. De Indische keuken heeft
het gebruik van chilipepers ontleend aan de Portugese kolonisatoren.
Wiskunde, wetenschappen, architectuur en literatuur reizen voortdurend
de wereld rond. Beschavingen groeien niet in hun eigen kleine doosje.
De derde vergissing is te denken dat de beschavingen voortdurend overhoop
liggen met elkaar. Er zijn andere verschillen, tussen man en vrouw bijvoorbeeld.
Als dat leidt tot conflicten, is dat een andere zaak. Dan moet je kijken
welke retoriek tot de vijandigheid heeft geleid. En als de vrouwen onrechtvaardig
worden behandeld, moeten mannen en vrouwen samen op zoek naar een oplossing.
Die drie dingen, het feit dat er meerdere identiteiten bestaan, dat
culturen met elkaar interageren en dat verschillen niet noodzakelijk
moeten leiden tot conflicten, worden totaal genegeerd. De retoriek over
de clash der beschavingen is niet allen fout, ze zorgt ook voor heel
wat schade.
Als
we het hebben over globalisering, over wiens globalisering gaat het
dan? Die van het Westen? Die van goederen en markten of die van mensen
en ideeën ?
Het hangt ervan af wat je bedoelt met globalisering. De globalisering
van ideeën is een belangrijke motor geweest voor menselijke vooruitgang.
Momenteel leert de niet-Westerse wereld heel wat van het Westen inzake
wetenschap en techniek. In de elfde tot dertiende eeuw waren de Indiase
en Arabische wiskunde baanbrekend. De Europeanen hebben Plato en Aristoteles
na de Middeleeuwen herontdekt dankzij Arabische vertalingen van hun
geschriften, die opnieuw werden vertaald in het Latijn. Dus de globalisering
van ideeën is bijzonder constructief geweest.
De economische globalisering kan dat ook zijn. Het is geen kwestie van
voor of tegen globalisering zijn, maar van ervoor te zorgen verschillende
gemeenschappen en werelddelen er hun voordeel bij kunnen doen. Om te
vermijden dat de winsten oneerlijk worden verdeeld. We moeten vooral
letten op een eerlijke verdeling. Ik denk niet dat we ons moeten afvragen
wiens globalisering het is. Als het om globalisering gaat, is iedereen
erbij betrokken.
Auteur:
Sanjay Suri.
__________________________________________________________
Aarde overbelast, rol Nederland
Nederland
| duurzaamheid | 2007-11-13 | Bron: Nu.nl
Beperking
van het autorijden en van de vleesconsumptie is in rijke landen zoals
Nederland niet zo gemakkelijk voor elkaar te krijgen. Gewone marktmechanismen
werken niet meer. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) roept de politiek
op om andere prikkels te gebruiken en pleit voor bijvoorbeeld heffingen
op vlees en strengere normen voor auto's.
Biodiversiteit
Het
planbureau luidt de noodklok in het rapport 'Nederland
en een duurzame wereld'. Volgens het planbureau raakt de aarde overbelast.
De sociaal-economische ontwikkeling ging, gaat en zal "onvermijdelijk"
ten koste blijven gaan van bijvoorbeeld de soortenrijkdom aan dieren
en planten en het klimaat.
De
biodiversiteit is wereldwijd al met 30 tot 50 procent verminderd. Met
9 miljard wereldbewoners in 2040, 50 procent meer dan nu, en eenzelfde
groei van het energiegebruik en de uitstoot van CO2 ziet het er nog
slechter uit.
Doelen
De
doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering
worden waarschijnlijk dan ook niet gehaald, ondanks de betaalbaarheid,
sombert het planbureau.
Consumptie
De
sterk groeiende consumptie wordt gezien als een van de oorzaken. Ook
Nederlanders dragen eraan bij. Hun CO2-uitstoot zal in 2040 vijf keer
zo hoog zijn als het niveau dat een gemiddelde wereldburger mag uitstoten
om de klimaatverandering te beperken.
"Wij
leven vijf keer boven ons schaalniveau. Maar wij hebben geen vijf reservewerelden",
aldus een MNP-woordvoerster.
Biodiversiteit
Nederland
heeft evenzeer een aandeel aan het verlies aan biodiversiteit. De ruimte
die elders in de wereld wordt gebruikt voor de Nederlandse consumptie,
is circa vier maal het landoppervlak van Nederland.
Ongeveer
45 procent wordt opgeslokt voor voeding, en dat hangt weer sterk samen
met de vraag naar vlees en zuivelproducten, waarvan de productie veel
ruimte vraagt.
Vleesconsumptie
Des
te meer reden voor Milieudefensie om opnieuw te pleiten voor het terugdringen
van de bioindustrie en de vleesconsumptie.
Oceanen
Greenpeace
stelt dat het MNP de vinger op de zere plek legt en onderschrijft dat
de overheid meer de regie moet nemen. Ook de oceanen moeten beter worden
beheerd.
"Zeereservaten
zijn nodig om de biodiversiteit in de zeeën te behouden en voedsel
voor toekomstige generaties zeker te stellen".