Olivier De Schutter over agro-ecologie en ggo

Wereld | landbouw | 28-6-2010 | Bron:
IPS

Niet met technologie van de laboratoria maar die van de landbouwers zelf moet de voedselproductie omhoog. Dat zegt Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel. "Al die technieken hebben aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk kunnen vergroten", zegt de Belgische hoogleraar in een gesprek met IPS.
Lees meer

__________________________________________________________


Wereldmilieudag. Het bedorven feest van de Cerrado

Brazilië | milieu | 5-6-2010 | Bron: Wervel

6000 soorten bomen, 837 soorten vogels, 195 soorten zoogdieren, 780 soorten vissen, 113 amfibieën. Dat zijn de officiële cijfers van het Braziliaanse Ministerie van Leefmilieu, anno 2004. Volgens sommige studies zijn er 10.000 planten, waarvan 4400 soorten alleen in de Cerrado voorkomen. In het Federaal District (Brasília) zijn er 233 soorten orchideeën te vinden en een nog onbekend aantal dieren. In hetzelfde hoofdstedelijk gebied worden 430 soorten vogels waargenomen. Vergelijk dat maar eens met Brussel, hoofdstad van de Europese Unie. Ik hoor af en toe een merel fluiten en zie een houtduif vliegen. Dan heb je't zoal gehad.
Lees meer

__________________________________________________________


Coöperaties tonen de toekomst

Wereld | economie | 3-6-2010 | Bron: DeWereldMorgen.be

Onze economie helemaal in handen laten van grootbanken, energiegiganten en andere multinationals, is al te dikwijls geen goede zaak voor samenleving en milieu. En de werknemers worden er ook niet vrolijk van. Bieden coöperatieve bedrijven een alternatief?
Lees meer

__________________________________________________________


Kloof tussen arm en rijk groeit in Latijns Amerika

Zuid-Amerika | economie | 1-6-2010 | Bron: IPS

De kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter in Latijns-Amerika. Volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben (Cepal) moeten negen landen flink investeren om de situatie van hun meest kwetsbare inwoners te verbeteren.
Lees meer

__________________________________________________________


Houthakkers en milieubeschermers sluiten vrede in Canadese oerbossen

Noord-Amerika | milieu | 19-5-2010 | Bron: IPS

Milieubeschermers en houtvesters in de Canadese taiga hebben een einde gemaakt aan hun decennialange oorlog. Vertegenwoordigers van beide kampen hebben dinsdag (18 mei) een overeenkomst bekend gemaakt om 720.000 vierkante kilometer bos - twee keer de oppervlakte van Duitsland - duurzaam te gaan beheren.
Lees meer

__________________________________________________________


Een nieuwe ramp voor Haïti

Cariben | voedsel | 16-5-2010 | Bron: MO

Op de Alternatieve EU-Latijns-Amerika top stond ook Haïti in de kijker. De Haïtiaanse econoom Camille Chalmers, directeur van de koepel van sociale netwerken PAPDA, schetste een hallucinant beeld van de wijze waarop de wederopbouw in de greep van buitenlandse belangengroepen komt en hoe het land zijn autonomie volledig dreigt kwijt te spelen.
Lees meer

__________________________________________________________


Angolese landbouw schrijft succesverhaal

Afrika | landbouw | 16-5-2010 | Bron: IPS

De Angolese landbouwsector is vorig jaar met 29 procent gegroeid. Dat resultaat is te danken aan naar Afrikaanse normen forse investeringen in de sector. Critici vinden wel dat er meer geld naar kleine boeren moet gaan.
Lees meer

__________________________________________________________


Afrika verliest invloed in Wereldbank

Afrika | politiek | 16-5-2010 | Bron: IPS

Het stemgewicht van opkomende economieën in de Wereldbank is met ruim 3 procent toegenomen. Maar het Afrikaanse aandeel is met een derde afgenomen.
Lees meer

__________________________________________________________


Gifcontainers maken duizenden ziek, ook consumenten

Europa | milieu | 12-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be

Jaarlijks stromen miljoenen containers de Europese havens binnen. Daarvan bevat wel 97 procent gevaarlijke gassen. De gassen veroorzaken allerlei aandoeningen bij de duizenden mensen die ermee in contact komen.
Lees meer

__________________________________________________________


Coltanspeculanten boren Congo in de grond

Congo | milieu | 11-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be

Er zijn wel meer tegenstanders van besmette mineralen uit Congo waar kinder- of slavenarbeid mee gemoeid is. Maar niet allemaal hebben ze het goed voor met Congo. Een onderzoek van Raf Custers naar de echte agenda van lobbyisten en mijnbedrijven.
Lees meer

__________________________________________________________


Amerikaanse steden veranderen van gezicht

Noord-Amerika | bevolking | 11-5-2010 | Bron: IPS

Voornamelijk door immigratie verandert de Amerikaanse bevolking snel. In grote stedelijke gebieden is er onder jongeren al geen blanke meerderheid meer. Volgens een rapport van het Brookings-instituut is er daarnaast ook sprake van groeiende ongelijkheid op het gebied van inkomen en opleidingsniveau.
Lees meer

__________________________________________________________


Braziliaanse boeren profiteren niet van innovatie

Brazilië | landbouw | 9-5-2010 | Bron: IPS

Brazilië is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een landbouwgrootmacht, dankzij belangrijke kennis die nu geëxporteerd wordt. De technologie die het land ontwikkelde blijft echter onbereikbaar voor een groot deel van de Braziliaanse boeren.
Lees meer

__________________________________________________________


Koning Auto en Keizer Hesp globaliseren in Rondônia

Z-Amerika| milieu | 4-5-2010 | Bron: dewereldmorgen.be

Zolang de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk grenzeloos laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond, water en zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder afnemen.
Lees meer

__________________________________________________________


Computerafval maakt Chinezen ziek

China| milieu | 3-5-2010 | Bron: IPS

Nergens ter wereld hangen meer dioxines in de lucht dan in de Zuid-Chinese stad Guiyu. Meer dan vijfduizend veelal kleine bedrijfjes verhitten en verpulveren er onderdelen van computers en tv-toestellen om de kostbare metalen te recupereren die erin verwerkt zitten. Pas in 2011 wordt een strengere wet van kracht die de gezondheid van arbeiders en omwonenden beter moet beschermen.
Lees meer

__________________________________________________________


Crisis houdt 53 miljoen mensen meer arm

Wereld | economie | 25-4-2010 | Bron: IPS

De economische crisis zorgt ervoor dat er in 2015 nog ongeveer 53 miljoen mensen meer extreem arm zullen zijn dan wanneer de wereldeconomie goed was blijven draaien. Dat staat in een rapport dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vrijdag (23 april) hebben gepresenteerd. Voor de Wereldbank is iemand extreem arm als hij of zij hoogstens 1,25 dollar (93 eurocent) per dag kan besteden.
Lees meer

__________________________________________________________


Bolivia wil het 'Goede Leven' exporteren

Wereld | milieu | 21-4-2010 | Bron: IPS

"Goed Leven" is de filosofie waardoor de Boliviaanse regering de nieuwe grondwet liet inspireren. Volgens de opstellers kan de filosofie een basis worden voor een wereldwijde beweging tegen consumentisme, plundering van natuurlijke hulpbronnen voor commercieel gewin en de huidige ontwikkelingsmodellen.
Lees meer

__________________________________________________________

Boomzaden zorgen voor zuiver water

Wereld | milieu | 11-3-2010 | Bron: IPS

Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren sinds enkele maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en bladeren. Die brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool waarvoor veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische directeur van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf jaar 300.000 mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld op de milieuvriendelijke briketten.
Lees meer

__________________________________________________________

Biobriketten moeten Congolees regenwoud redden

Afrika
| milieu | 10-3-2010 | Bron: IPS

Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren sinds enkele maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en bladeren. Die brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool waarvoor veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische directeur van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf jaar 300.000 mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld op de milieuvriendelijke briketten.
Lees meer

__________________________________________________________


Windriem maakt stroom zonder molen

Wereld
| milieu | 9-3-2010 | Bron: IPS

De windriem, een eenvoudig apparaatje dat stroom opwekt uit wind, kan een doorbraak betekenen voor gezinnen in ontwikkelingslanden.
Lees meer

__________________________________________________________


Brazilië wil ongelijkheid weg tegen 2022

Brazilië
| economie | 8-3-2010 | Bron: IPS

Brazilië wil "radicaal minder ongelijk" en "minder kwetsbaar" zijn tegen de tweehonderdste verjaardag van zijn onafhankelijkheid in 2022. Het Braziliaanse ministerie van Strategische Zaken werkt daarvoor aan een ambitieus plan.
Lees meer

__________________________________________________________


700.000 mensen hebben voedselhulp nodig in Malawi

Malawi | voedsel | 26-2-2010 | Bron: IPS

Meer dan 700.000 mensen zullen dit jaar wellicht voedselhulp nodig hebben in Malawi. De oorzaak is ongewone droogte in het zuiden en centrum van het Afrikaanse land. Experts zeggen dat het land te afhankelijk is geworden van maïs.
Lees meer

__________________________________________________________


Wedloop op biobrandstoffen

Afrika | milieu | 24-2-2010 | Bron: MO

Meer dan twee miljoen hectare. Dat is de oppervlakte van westers gefinancierde plantages voor energiegewassen in Afrika. De investeerders in biobrandstoffen hebben van 12 tot 15 april rendez-vous in Johannesburg voor de jaarlijkse African Biofuels conferentie. Ze debatteren er over hun businessperspectieven in Afrika, het toekomstige eldorado voor het groene goud. Worden de Afrikanen daar ook beter van?
Lees meer

__________________________________________________________

Uruguayanen bouwen huizen van aarde en stro

Z-Amerika | milieu | 23-2-2010 | Bron: IPS

Steeds meer Uruguyanen bouwen een ecologisch huis. Ze blazen daarmee een eeuwenoude traditie nieuw leven in.
Lees meer

__________________________________________________________


Afrika kan zijn eigen kinderen voeden

Afrika | landbouw| 23-2-2010 | Bron: IPS

De tiende editie van het Bamako Forum, van 16 tot 20 februari, ging over de hongersnood in Afrika. Tientallen wetenschappers en politici kwamen samen om een week te debatteren in de Malinese hoofdstad. Volgens de deelnemers moeten de Afrikaanse landen zelf de motor zijn van de landbouw om de hongersnoden het hoofd te bieden.
Lees meer

__________________________________________________________


India verbiedt genetisch gewijzigde aubergines

India | landbouw| 10-2-2010 | Bron: IPS

"Dit is een historische beslissing". Tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase verbod op de commerciële teelt van transgene aubergines. India schuift daarmee voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en dat voorbeeld kan ook door buurlanden worden gevolgd.
Lees meer

__________________________________________________________


Landbouw bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"

Wereld | landbouw| 9-2-2010 | Bron: IPS

De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.
Lees meer

__________________________________________________________


Tonijnbedrijven dreigen met boycot tegen overbevissing

Wereld | voedsel | 9-2-2010 | Bron: IPS

De Seychellen leven van de tonijnhandel. In de op een na grootste tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton vis recht uit de Indische Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers kan dat echter niet lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met een boycot van tonijn uit de regio.
Lees meer

__________________________________________________________


Crisis moet wereldeconomie duurzamer maken

Wereld | economie | 9-2-2010 | Bron: IPS

In haar nieuwe jaarrapport ziet de VN-handelsorganisatie (Unctad) in de economische crisis nieuwe mogelijkheden om de wereldeconomie sterker en duurzamer te maken.
Lees meer

__________________________________________________________

2009 was warmste jaar ooit in India

India | klimaat | 7-2-2010 | Bron: IPS

Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar ooit in India. De gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan normaal, meldt de Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste rapport.
Lees meer

__________________________________________________________


Amazonewoud dicht bij afgrond

Amazone | klimaat | 3-2-2010 | Bron: IPS

Het Amazonewoud is "dicht bij een omslagpunt". Als de ontbossing nog even verder gaat, kan er een proces op gang komen dat het grootste regenwoud op aarde in amper 65 jaar doet krimpen tot een derde van zijn oorspronkelijke omvang. Dat zegt Thomas Lovejoy, een wereldvermaarde tropische bioloog.
Lees meer

__________________________________________________________


Noordelijke "biopiraten" plunderen het milieu

Wereld | milieu | 2-2-2010 | Bron: IPS

Rijke landen zijn biopiraten die elders in de wereld voedsel, grondstoffen en goedkope arbeid roven. Ze plunderen rijkere ecosystemen, omdat ze hun eigen leefomgeving grotendeels vernield hebben, zeggen experts.
Lees meer

__________________________________________________________

Veranderde zaden tasten natuurlijke rijkdom aan

Wereld | milieu | 1-2-2010 | Bron: IPS

Niet alleen het veranderende klimaat en de intensieve landbouw tasten de rijkdom van de natuur aan. Ook de genetische wijziging van zaden vormt een bedreiging, zegt voormalig Europarlementslid Benedikt Haerlin. De Duitser coördineert de actie Red Onze Zaden, in samenwerking met driehonderd Europese milieuorganisaties.
Lees meer

__________________________________________________________

Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken
Nederland | voedsel | 19-1-2010 | Bron: Milieudefensie

Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar.
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling, eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt en de veehouderij verduurzaamt.
Lees meer

__________________________________________________________


Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Wereld | milieu| 13-12-2010 | Bron: IPS

Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.
Lees meer

__________________________________________________________


Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Wereld | landbouw| 13-12-2009 | Bron: IPS

De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige boeren.
Lees meer

__________________________________________________________


Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Latijns-Amerika | handel | 10-12-2009 | Bron: IPS

We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.
Lees meer

__________________________________________________________


Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Brazilië | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS

Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.
Lees meer

__________________________________________________________

Verwoestijning bedreigt ook China
China | milieu | 9-12-2009 | Bron: IPS

Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende Gobiwoestijn.
Lees meer

__________________________________________________________

Wereldleiders liggen niet wakker van honger
Wereld | voedsel | 17-11-2009 | Bron: Broederlijk Delen

De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen niet verder dan een reeks vage verklaringen.
Lees meer

__________________________________________________________


Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008
Verenigde Staten | voedsel | 17-11-2009 | Bron: IPS

Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.
Lees meer

__________________________________________________________

Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!
Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Kleine Aarde

De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers van de klimaatverandering….. koeien, varkens en kippen zijn?'.
Lees meer

__________________________________________________________

Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger

Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Duurzaam nieuws

Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.
Lees meer

__________________________________________________________

Vlees eten desastreus voor het klimaat

Wereld | voedsel | 4-11-2009 | Bron: Ned. Veg. Bond

Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie van vlees aan banden te leggen.
Lees meer

__________________________________________________________

Mexico zet licht op groen voor transgene maïs

Wereld | voedsel | 18-10-2009 | Bron: IPS

De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.
Lees meer

__________________________________________________________



Afrika produceert meer voedsel

Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: IPS

Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.
Lees meer

__________________________________________________________



Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten van biobrandstof

Afrika | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA

Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit zijn er meestal de dupe van.
Lees meer

__________________________________________________________


Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel

Wereld | voedsel | 13-10-2009 | Bron: PALA

Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede in landelijke gebieden.
Lees meer

__________________________________________________________


Helft van de vis in de winkel is gekweekt

Wereld | voedsel | 10-9-2009 | Bron: IPS

De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.
Lees meer

__________________________________________________________

Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt

Wereld | voedsel | 7-9-2009 | Bron: IPS

Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.
Lees meer

__________________________________________________________


Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja

VS | voedsel | 27-8-2009 | Bron: IPS

De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.
Lees meer

__________________________________________________________

De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model

Wereld | economie| 26-8-2009 | Bron: MO

Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.
Lees meer

__________________________________________________________


Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade

Afrika | voedsel | 25-8-2009 | Bron: IPS

De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.
Lees meer

__________________________________________________________

Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen

Bolivia | soja | 18-8-2009 | Bron: WERELDOMROEP

Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.
Lees meer

__________________________________________________________


Water: mensenrecht of economisch goed?


Wereld | water | 14-8-2009 | Bron: IPS

De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als een mensenrecht.
Lees meer

__________________________________________________________


Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren

Haïti | voedsel | 3-8-2009 | Bron: IPS

Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.
Lees meer

__________________________________________________________

Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang

Afrika | voedsel | 31-7-2009 | Bron: MO

Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.
Lees meer

__________________________________________________________

Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel

Afrika | voedsel | 22-7-2009 | Bron: IPS

Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.
Lees meer

__________________________________________________________

Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten

Afrika | voedsel | 19-7-2009 | Bron: IPS

Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.
Lees meer

__________________________________________________________

Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?

Nederland | voedsel | 29-6-2009 | Bron: INSnet

Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20 miljoen euro beschikbaar.
Lees meer

__________________________________________________________

"Meer democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)

Wereld | economie| 26-6-2009 | Bron: IPS

Tijdens de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid bepalen. "Op dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN).
Lees meer

__________________________________________________________

Watertekort bedreigt helft wereldbevolking

Wereld | Water | 23-6-2009 | Bron: IPS

Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het vlak van ecosystemen.
Lees meer


__________________________________________________________

Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren

Wereld | Voedsel | 18-6-2009 | Bron: IPS

Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.
Lees meer

__________________________________________________________

Oceanen in 2050 leeggevist'

Wereld | Voedsel | 9-6-2009 | Bron: ANP

Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.
Lees meer

__________________________________________________________

Hoe milieuvervuilend is hutspot?


Wereld | Voedsel | 8-6-2009 | Bron: Telegraaf

Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via de zogeheten Klimaatweegschaal.
Lees meer

__________________________________________________________


Bio voelt crisis het minst


Wereld | Voedsel | 7-6-2009 | Bron: MO

De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.
Lees meer

__________________________________________________________


Meer dan miljard mensen lijden honger


Wereld | Voedsel | 25-5-2009 | Bron: MO/IPS

Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk Delen lid van is.
Lees meer

__________________________________________________________



Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op

Wereld | Voedsel | 6-5-2009 | Bron: IPS

In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.
Lees meer

__________________________________________________________


Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer

Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws

Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.
Lees meer

__________________________________________________________



Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen

Wereld | Voedsel | 4-5-2009 | Bron: Duurzaamheids nieuws

Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen bij embryo's van amfibieën.
Lees meer

__________________________________________________________



Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede

Wereld | Voedsel | 21-4-2009 | Bron: Via Campesina

De eerste G8 over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.
Lees meer

__________________________________________________________


We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis

Wereld | Voedsel | 23-3-2009 | Bron: IPS

"We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.
Lees meer

__________________________________________________________


Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding

India | Landbouw | 4-3-2009 | Bron: IPS

Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van zaden nu in volle gang.
Lees meer

__________________________________________________________


China's waterschaarste zal honger brengen

China | Landbouw | 25-2-2009 | Bron: IPS

Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.
Lees meer

__________________________________________________________


Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer

Wereld | Voedsel | 14-2-2009 | Bron: Greenpeace

In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt. Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid, de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace.
Lees meer

__________________________________________________________


Olivier De Schutter over agro-ecologie en ggo

Niet met technologie van de laboratoria maar die van de landbouwers zelf moet de voedselproductie omhoog. Dat zegt Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel. "Al die technieken hebben aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk kunnen vergroten", zegt de Belgische hoogleraar in een gesprek met IPS.

Olivier De Schutter is een groot voorstander van agro-ecologie. Die wetenschap benadrukt dat je eerder met de natuur moet werken dan haar moet proberen te veroveren en vervangen door technologie uit de laboratoria.

Met technieken als 'water oogsten' en gewasrotatie kan agro-ecologie externe elementen zoals ingevoerde pesticiden links laten liggen. Dat is niet alleen veel minder schadelijk voor de omgeving, het kan ook zeer productief zijn, zeggen voorstanders. Volgens een nieuwe studie van de Britse Essex University kan agro-ecologie bijna 80 procent meer voedsel opleveren dan "conventionele" landbouw.

Olivier De Schutter: "Agro-ecologie betekent niet zomaar dat je geen gebruik maakt van moderne technologie. Het betekent dat je de beste technologie gebruikt, die door landbouwers is ontwikkeld, dat je ter plaatse produceert wat ze nodig hebben om de grond vruchtbaar te maken en gewassen te kweken. Al die technieken hebben aangetoond dat ze de oogsten zeer aanzienlijk kunnen vergroten.

De studie in 57 landen door Jules Pretty en zijn team van de Essex University kwam tot de conclusie dat de gemiddelde oogsttoename 79 procent bedroeg. Dat is een ongelooflijk resultaat, alleen door de juiste technieken te gebruiken."

Is er nog plaats voor chemische meststoffen en genetisch gemodificeerde (ggo) voeding in uw benadering van de landbouw?
"Meststoffen moeten niet gedemoniseerd worden. Agro-ecologie werkt met lokaal geproduceerde stoffen: organische meststoffen, dierlijke mest. Soms is het nuttig, bij de lancering van iets, om externe stoffen te gebruiken, fosfaat bijvoorbeeld, om de grond te revitaliseren. Maar het idee van agro-ecologie is dat men nadien heel snel zelfvoorzienend wordt.

Ggo-gewassen zijn een zeer complex thema. Agro-ecologie focust niet op de eerste plaats op de plant, ze focust op de plant in haar ecosysteem, ze ziet de plant als een deel van een veel groter geheel. In wezen maakt ggo-technologie de plant los van zijn omgeving.

Bij ggo-voedsel zijn boeren ook enorm afhankelijk van zaden die beschermd zijn door intellectuele eigendomsrechten die in handen zijn van een klein aantal bedrijven. Ggo-zaad wordt in feite gedomineerd door één bedrijf: Monsanto. Dat is een grote handicap voor boeren die al te vaak in de schulden raken omdat ze te veel betalen."

Door de economische blokkade van Gaza door Israël is het niveau van ondervoeding daar sterk gestegen. Is de blokkade een schending van het recht op voedsel?
"Absoluut. Door te verhinderen dat het economische systeem bloeit, schendt Israël duidelijk het recht op voedsel, dat ook het recht om te produceren en een inkomen te verkrijgen inhoudt. De boeren hebben geen grondstoffen, ze kunnen niets verkopen op de markten; 80 procent van de bevolking zit zonder werk. Dat maakt deze gemeenschap volledig kapot."

Het Wereldvoedselprogramma en andere instanties stellen dat de inspanningen van de EU om het gebruik van biobrandstof te verhogen de honger nog heeft doen toenemen. Toch weigert de Europese Unie zijn beleid te veranderen. Wat denkt u daarvan?
"Een grote impact van biobrandstof is dat ze de grondconcentratie en grondspeculatie doet toenemen, waardoor inheemse volken en kleine boeren verdreven worden van de grond die ze nodig hebben om van te leven, ook al behoort die hen niet noodzakelijk op een wettelijk erkende manier toe. In alle landen die ik bezocht heb - en ik heb de laatste jaren al heel wat ontwikkelingslanden bezocht - hoor je overal dezelfde klacht bij de boeren. Ze vrezen dat ze van hun grond verdreven zullen worden.

De belangrijkste motor hierachter is de productie van biobrandstof. De certificeringscritera die de Europese Commissie onlangs gepresenteerd heeft (officieel ontwikkeld om biobrandstoffen "duurzaam" te maken) houden daar geen rekening mee.

Wat totaal ontbreekt in de criteria die de Europese Commissie heeft gepresenteerd, is de impact die de productie van biobrandstof heeft op de gelijkheid en ongelijkheid in landelijke gebieden. Ik ben ervan overtuigd dat in de meeste, misschien wel alle gevallen de productie van biobrandstof in het voordeel is van wie het goed heeft en niet van de armsten. Meer nog, het zal de positie van de armsten nog verergeren.


__________________________________________________________


Transitienetwerk wil sociaalecologische economie

Dirk Barrez

Dieren en planten verdwijnen sneller dan ooit, de klimaatverandering bedreigt onze welvaart, de ongelijkheid neemt toe,... Aan slecht nieuws geen gebrek. Maar het moet anders, vindt het pas opgestarte 'Transitienetwerk van het Middenveld'. Het komt erop aan onze welvaart op een ecologisch duurzame wijze voort te brengen, én die welvaart sociaal rechtvaardig te verdelen.

Wat is er aan de hand? Systeemcrisis
Onze mondiale economie - dat is dus de wijze waarop we onze welvaart voortbrengen en verdelen - gaat twee keer zwaar in de fout. Zij overschrijdt de draagkracht van de aarde en zij is sociaal onrechtvaardig.

Bekijk eerst die draagkracht van de aarde:
Of we dat nu willen of niet, onze planeet is een ecosysteem met beperkte biofysische grenzen. De huidige economie doorboort voortdurend die grenzen, of het nu om CO2-uitstoot en de bijbehorende klimaatverandering, om aantasting van de biodiversiteit (overbevissing of ontbossing bijvoorbeeld), of om zware lucht- of waterverontreiniging gaat. Daarom is het dat we met z'n allen een veel te grote ecologische voetafdruk hebben. We gebruiken elk jaar te veel van de natuurlijke rijkdommen die de aarde ons kan verschaffen. We verspillen dat natuurlijk kapitaal aan een onvoorstelbaar snel tempo en hypothekeren aldus de toekomstige productie van welvaart.

Onze mondiale economie is daarenboven fundamenteel sociaal onrechtvaardig:
de welvaart is zeer ongelijk verdeeld, de helft van alle mensen die werken verdient minder dan anderhalve euro per dag. En de armsten zijn daarenboven relatief veel zwaarder getroffen door de gevolgen van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit… terwijl zij net geen verwoestende ecologische voetafdruk hebben. Hun voetafdruk blijft vaak ver onder wat de aarde kan verdragen. Het zijn de rijken die leven met een voetafdruk die drie tot vijf maal hoger is - en voor de superrijken is dat nog een groot veelvoud daarvan - dan wat de aarde aankan. Met andere woorden, de doorsnee inwoners van Europa, Noord-Amerika of Japan leiden een leven dat veronderstelt dat we over drie of zelfs vijf aardes beschikken… die er vanzelfsprekend niet zijn.
Verder doen zoals we bezig zijn, is dus geen optie.
Verder doen zoals we bezig zijn, voert ons naar regelrecht naar een systeemcrisis, een ecologische, economische, en sociale ineenstorting tegen pakweg 2050. Dat is dus geen optie.
De enige uitweg - weg van een systeemcrisis - is een systeemverandering. Daar moet niet lang over nagedacht. Kernvraag is dan, welke verandering van systeem?

Waar naartoe? Van systeemcrisis naar sociaalecologische economie

We moeten, zo snel als maar mogelijk en met alle beschikbare mensen en middelen, een sociaalecologische economie bouwen.
Haar ecologische dimensie is dat zij onze welvaart moet voortbrengen binnen de grenzen van het ecosysteem aarde en van al haar ecosystemen.
Tegelijkertijd, en dat is haar sociale dimensie, moet zij voor de nodige welvaart zorgen om aan de gerechtvaardigde behoeften van alle wereldburgers te voldoen.
Voor een welvarend land zoals het onze betekent dit dat de impact van onze economie in 2050 met een factor 10 moet zijn teruggedrongen. Dit wil zeggen dat we vergelijkbare welvaart en welzijn zullen creëren met tienmaal minder uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Ook zal er tegen dan tienmaal minder materiaaldoorstroming zijn, minder gebruik van materialen dus. Dat is een immense maar een haalbare opdracht.

Hoe daar geraken? Een rechtvaardige en democratische transitie

Om aan die sociaalecologische economie te geraken, zijn radicale veranderingen nodig. Het gaat eigenlijk om een revolutie die een lange, volgehouden inspanning vergt van de hele samenleving. Want de job die wacht is niet min: we moeten onze huidige economie volledig ombouwen en omschakelen op zowat alle terreinen. Dit betekent zowel mobiliteit, energieopwekking en bouwen als voedselproductie en toerisme, alsook fiscaliteit, werk en sociale zekerheid. Alleen zo kunnen we belanden in een nieuw en goed functionerend systeem.
Dat hele proces noemen we transitie, een transitie die rechtvaardig en democratisch moet zijn. Anders dan nu mag de economie niet op maat gesneden zijn van de financieel en politiek machtigen. Zij moet sociaal rechtvaardig zijn. En samenlevingen horen er greep op te hebben om ze te sturen in het algemeen belang.

Opdracht voor overheid, bedrijfsleven en samenleving

Overheid, bedrijfsleven en samenleving kunnen allen motor van verandering zijn. De transitie naar een sociaalecologische economie die het Transitiewerk van het Middenveld voor ogen staat - namelijk rechtvaardig en democratisch - kan maar indien het middenveld zich sterk weet te organiseren. Enkel een sterk middenveld kan zowel de politiek als het bedrijfsleven ertoe dwingen om de noodzakelijke ecologische economie ook sociaal en democratisch te maken.

Transitienetwerk van het Middenveld

De allereerste en noodzakelijke stap daartoe is dat het middenveld het erover eens geraakt welke transitie het zelf wil. Het is daarom dat zij haar eigen transitienetwerk moet creëren.
Onder impuls van Peter Tom Jones - auteur van het boek Terra Reversa en van mensen van de denktank Terra Reversa, van VODO (Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling) en van Global Society is nu officieel het Transitienetwerk Middenveld van start gegaan. Daarin zitten mensen uit de meest diverse hoek, vakbonden en sociale bewegingen, milieubeweging, academici, het culturele veld, journalisten, Noord-Zuidbeweging...
Dat zowel Ann Demeulemeester van het ACW, Rudy De Leeuw en Caroline Copers van het ABVV en Chris Serroyen van het ACV zich hier persoonlijk voluit achter scharen, is wellicht de grootste mobiliserende kracht van dit netwerk.
Allereerst willen ze nu meer zicht krijgen op wat dat is, een rechtvaardige en ecologische economie. Met andere woorden, wat zijn de streefbeelden waar ze gezamenlijk naartoe willen. Dat moet meer concreet ingevuld geraken voor zo diverse sectoren als wonen, voeding, mobiliteit, energie en thema's als arbeid en fiscaliteit. Zo creëert het middenveld een zo groot mogelijk draagvlak voor een verandering die ecologisch en eerlijk is.
Pas dan kan er, liefst zo snel mogelijk, efficiënt geijverd worden bij en gewogen worden op bedrijven en overheden om die overgang naar een sociaalecologische economie te forceren.

Meer lezen over transitie en de noodzaak en mogelijkheden van een sociaalecologische economie kan in volgende boeken:Terra Reversa. De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid
Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving
Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van crisis en globalisering


__________________________________________________________


5 juni 2010: Wereldmilieudag. Het bedorven feest van de Cerrado

6000 soorten bomen, 837 soorten vogels, 195 soorten zoogdieren, 780 soorten vissen, 113 amfibieën. Dat zijn de officiële cijfers van het Braziliaanse Ministerie van Leefmilieu, anno 2004. Volgens sommige studies zijn er 10.000 planten, waarvan 4400 soorten alleen in de Cerrado voorkomen. In het Federaal District (Brasília) zijn er 233 soorten orchideeën te vinden en een nog onbekend aantal dieren. In hetzelfde hoofdstedelijk gebied worden 430 soorten vogels waargenomen. Vergelijk dat maar eens met Brussel, hoofdstad van de Europese Unie. Ik hoor af en toe een merel fluiten en zie een houtduif vliegen. Dan heb je't zoal gehad.

De Cerrado is de waterpot of beter de wieg van heel wat rivieren die in diverse richtingen, niet alleen van Brazilië, maar van Latijns-Amerika lopen. Bronnetjes voor de Paraná bijvoorbeeld beginnen te vloeien vanuit het middelpunt van Brazilië tot in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Het is de meeste soortenrijke savanne ter wereld. Vergelijk even met de Savanne in Suriname (15 soorten bomen en struiken) of Venezuela (43 soorten). De '6000' van het ministerie lijkt me wat veel. Dias heeft het over 429 bomen en struiken. Wat bescheidener, maar toch nog overdadig in vergelijking met andere savannes.
We zitten volop in het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit en vandaag is het de Internationale Milieudag. Redenen genoeg om nog eens stil te staan bij deze uitzonderlijke ver
zameling van ecosysteem.

Decennia oud dispuut

In de literatuur, op het veld en in de politieke discussies over de 'ontsluiting' van dit immense gebied staan verschillende visies tegenover elkaar (1). Het zou de armzalige bodem zijn met hoog aluminiumgehalte, in combinatie met het vuur dat regelmatig over het land gaat, wat maakt dat de Cerrado zo marginaal is. "Nee", zeggen anderen: "Het Amazonegebied is zo overdadig op even armzalige grond, maar daar heb je constant veel neerslag. Daarom is het ook een regenwoud. De Cerrado werd gevormd door de jaarlijkse cyclus van maandenlange droogte met nadien een hevige regenperiode." Consensus begint te groeien dat de bodemkwaliteit en het vuur wel meespelen, maar dat de cyclus van droogte en regen dit unieke gebied hebben gekneed. Het betreft 192,8 miljoen hectare of 22,65 % van het Braziliaanse grondgebied, gespreid over 11 deelstaten. Er wonen momenteel 22 miljoen mensen.

Spons van Latijns-Amerika

Transpiratie van planten per dag (mm/dag)

Cerrado in regenseizoen 2,6
Cerrado in droogtemaanden 1,5
Rijst 4,3
Zonnebloem 5,6
Maïs 2,8
Soja 8,4
Tarwe 4,4
Campo, weiland 2,6
Pinus elliotis 4,7
Eucalyptus 6,0

Bron: Mirandan en Miranda, 1996

De waterhuishouding is fundamenteel voor de Cerrado. Voor Brazilië. Voor Latijns-Amerika. Voor de planeet. De bomen blijven meestal klein en hebben een grillig uiterlijk. Vele soorten hebben leerachtige bladeren en een dikke schors, zodat ze weinig vocht verliezen. Vergelijk een Cerradostruik (1,5 en 2,6 mm/dag) met soja (8,4 mm/dag). Omwille van de telkens weerkerende droogtemaanden gaan de wortels diep de grond in. Gecombineerd met de dikwijls poreuze bodem maakt dit dat in de loop van miljoenen jaren gigantische onderwatervoorraden opgebouwd werden. De zogenaamde 'Aquíferos' (Gauarani, Bambuí en Urucuia ). De Cerrado werkt als een spons die deze Aquíferos en heel wat belangrijke rivieren van water voorziet. Doordat nu massaal ontbost wordt (twee tot drie keer zoveel als in het veelbesproken Amazonegebied), dreigt deze langzaam opgebouwde watervoorraad in enkele decennia op te drogen. Dat heeft nu al zichtbaar catastrofale gevolgen, niet alleen voor de Cerrado zelf, maar voor de waterhuishouding van bijna heel Latijns-Amerika.

Biomassa

Het traditionele rund kon nog leven en genieten van het feest van honderden bloemen en de rijkdom aan vruchten. De laatste jaren worden heel wat weilanden aangelegd met exotische grassen, die de oorspronkelijke diversiteit verstikken. De monocultuur van soja, maïs en suikerriet geven de doodsteek. Dat is het duidelijke antwoord aan de vele verlichte geesten die nu beweren dat de westerse intensieve veehouderij dé oplossing is voor het zogenaamde voedselprobleem en voor op opwarming van de aarde. Als runderen in Belgische stallen worden opgesloten, dan kan misschien wel de methaan worden afgezogen, maar het veevoer moet met veel energie en met vernietiging van ecosystemen voor een groot deel elders gezocht worden. De wereldwijde explosie van varkens- en kippenmegafarms is sowieso op soja-maïs gebaseerd. De 'waardeloze' Cerrado is dan de The Number One to be!
In deelstaat Minas Gerais worden de oorspronkelijke bomen in razendsnel tempo in brandhout omgezet. Het is ideaal om houtskool van te maken. Voor de hoogovens. Eén boom, die nu op uitsterven staat, heeft er zelfs zijn naam aan te danken: Carvoeiro ('carvão'= houtskool).

Het planten van eucalyptus wordt 'herbebossing' genoemd en krijgt daardoor allerlei steun, tot en met Kyotogeld om koolstof vast te leggen. Vergeten wordt dat het evenwichtige bodemleven en de oorspronkelijke begroeiing van de Cerrado juist fundamenteel zijn om veel CO2 op te nemen. De 'wijze' boompjes van de Cerrado kunnen echter niet concurreren tegen het groeigeweld van de eucalyptus uit Australië. Een hectare oorspronkelijke Cerrado levert 10 tot 40 ton biomassa op, wat weinig consumptie van water meebrengt. Vergelijk met het regenwoud in het Amazonegebied: 350 tot 550 ton per hectare. Eucalyptus produceert meer dan 300 ton biomassa in de Cerrado en veroorzaakt dus volop mee het uitdrogen. 2/3 van deze biomassa is namelijk water! Een volwassen eucalyptusboom in een monocultuur zuigt tussen de 700 à 1000 liter/dag op, afhankelijk van de afstand tot elkaar. Een volwassen exemplaar, dat volledig vrij staat, kan tot 20.000 liter per dag opnemen.

Herwonnen feest

Eucalyptus levert pulp voor de internationale papierindustrie; de genetisch gemanipuleerde variant zal voor ethanol van de tweede generatie moeten instaan. Soja staat voor veevoer en biodiesel. Suikerriet voor suiker, voor toepassingen van de synthetische biologie en vooral om de ethanolvraag van koning auto te beantwoorden. Allemaal goed en wel, maar een feestje kan je er niet mee bouwen. Zelfs gewoon gezond water dreigt op de feestdis te ontbreken. Armoede troef.
Stilaan begint het door te dringen dat de rijkdom van dit unieke gebied de tafel feestelijk kan vullen. Eeuwenlang voedde de bevolking zich met de nutriëntenrijke pequi, buriti, araticum, mangaba, cagaita, cajuzinho, bacuri, etc. Het komt er nu op aan om een economie op te bouwen, die niet gestoeld is op de invasie van monoculturen, maar op de oorspronkelijke polycultuur. Een economie waar iedereen beter van wordt: de diverse ecosystemen, de volkeren, de dieren, de planten, de waterhuishouding, het wereldklimaat, de landbouw met zijn voorspelbare seizoenen, de stedelijke bevolking, de boeren, de inheemse bevolking, de handelsbalans. Stilaan begint het besef door te sijpelen. Zo zetten de basisgemeenschappen de zomercursussen van de populaire bijbellezing en theologie in 2010 en 2011 in het teken van de Cerrado. (2)

Red de Urubu!

Als de crisis toeslaat, dan ontstaan er initiatieven om de bevolking te sensibiliseren. Dikwijls nog in de marge. Soms letterlijk rond een sloot, omdat niet alleen de sojamaffia over het platteland raast, maar ook de immobilieënmaffia rond de steden de terreinen inpalmt. Zo is er in hoofdstad Brasília de beweging 'Salve o Urubu!' (3). De gier Urubu is als aaseter nu niet meteen het symbool van biodiversiteit. Hij is eerder een opruimer van afval en van kadavers, maar de sloot ('Córrego) aan de rand van Brasília heet nu eenmaal 'Córrego Urubu'. De bevolking wil er aan permanente milieueducatie doen, te beginnen met zichzelf, met het herstel van de begroeiing rond de Córrego en met het proper houden van het water. Er zijn mooie voorbeelden van recuperatie met een agroforestrysysteem en mandalagroentetuinen. 'Oca do Sol' is een trefpunt midden in het project. 'Oca' staat voor de oorspronkelijke woning van de indios en voor hun inspirerende wijsheid. 'Oca do Sol' is onderdeel van een Ecovila (4) en wil spiritualiteit verbinden met een ecologische levensstijl. De focus ligt sterk op het belang van water en op onze watervoetafdruk (5).

Zullen we met zijn allen de omkeer nog kunnen maken? Of zal de Urubu binnen twintig jaar alleen nog maar symbool zijn van immense afvalbergen naast uitgedroogde rivieren?

Luc Vankrunkelsven,
Brasília, Wereldmilieudag,

(1) Een interessant werk van Carlos Eduardo Mazzetto Silva heeft het over dit dispuut: 'O Cerrado em disputa. Apropriação global e resistências locais./ De Cerrado in dispuut. Globale toe-eigening en lokaal verzet.', 262 pp. In de reeks 'Pensar o Brasil, 2009.
(2) Cerrado, da resistência brota a vida. Curso de Verão, Goiânia, janeiro 2010, 108 pp.
(3) www.urubu.org.br, www.salve-o-urubu.blogspot.com, http://br.groups.yahoo.com/group/salveurubu/
(4) http://pt.wikipedia.org/wiki/Ecovila, http://www.ecovilacunha.org/ , http://www.ecovilleproject.com/
(5) www.waterfootprint.org, www.watervoetafdruk.org, www.foodandwaterwatch.org, http://www.waterefficiency.net/blogs/we-editors-blog/whats-your-waterprint-64377.aspx


__________________________________________________________



Coöperaties tonen de toekomst

door Dirk Barrez, John Vandaele

Onze economie helemaal in handen laten van grootbanken, energiegiganten en andere multinationals, is al te dikwijls geen goede zaak voor samenleving en milieu. En de werknemers worden er ook niet vrolijk van. Bieden coöperatieve bedrijven een alternatief? In de reeks 'het stuur van de economie', een nieuwe bijdrage van Dirk Barrez en MO*-journalist John Vandaele

Wat voorafging. Multinationals spelen met de voeten van hun werknemers, ook al zijn die bedrijven eigenlijk niets waard zonder hen, en worden ze soms zelfs 'hun grootste kapitaal' genoemd. Vandaar de noodzaak om te zoeken hoe de werknemers binnen bedrijven het mee voor het zeggen krijgen in de bedrijven, hoe ze mee aan het stuur kunnen zitten.

De andere economie van de coöperaties
Er is voor werkende mensen een andere weg dan in dienst te gaan van een privébedrijf. De werkende mens schept immers ook economische democratie, denk aan de coöperaties waarin werknemers zelf de welvaart creëren én verdelen.
Zijn we vergeten hoe werknemersbewegingen ook bij ons hun coöperatieve meelfabrieken, bakkerijen, winkels en zelfs hele winkelketens, banken, drukkerijen, verzekeringen, apotheken, uitgeverijen, vakantiehuizen, reisbureaus enzovoort uit de grond stampten?
Zo gaven ze in grote mate mee vorm aan de economie terwijl ze tegelijkertijd hun achterban aantrekkelijke goederen en diensten aanboden. In vele landen hebben ze die weg verlaten om volledig te rekenen op hun syndicale kracht als werknemers van bedrijven en op de maatschappelijke druk die ze kunnen uitoefenen op de politiek.
De boerenbeweging heeft tot vandaag veel meer vastgehouden aan haar economische coöperaties - de veilingen bv. of de melkcoöperatie Milcobel van zowat 3000 melkveehouders. Zo houden de landbouwers greep op de economie en vermijden ze dat hun inkomen helemaal in elkaar stuikt.
In Zwitserland zijn de twee grootste supermarktgroepen niet Carrefour of Aldi, maar wel de coöperaties Migros en Coop. Of reis naar Baskenland om de coöperatieve Mondragon groep te leren kennen. Die heeft zowel industriële, financiële als distributieactiviteiten en er werken 100.000 mensen.

Coöperaties tonen de toekomst

Er gaat vandaag, zeker bij ons, al te weinig aandacht naar de mogelijkheid van zelfbeheer, naar wat coöperaties vermogen om mee welvaart, arbeid en inkomen te creëren en te verdelen.
De kracht en de geschiedenis van coöperaties koppelen aan de huidige crisis is nochtans een uiterst interessante oefening. Want wat als onze banken falen? Wat als een elektriciteitsmultinational ons een nefaste energiepolitiek opdringt? Wat als onze bedrijven én onze politici weinig of geen aandacht hebben voor de sociaalecologische economie die we nodig hebben en de massamedia al evenmin? Wat als onze politici geen leiders zijn?
___________________________

Het wordt tijd dat we het neoliberale of post-Koude Oorlogdogmatisme begraven en eindelijk weer open staan voor diversiteit inzake organisatievormen. Sterft gij oude vormen en gedachten.
___________________________
Waarom dus niet opnieuw een coöperatieve bank uit de grond stampen? Zodat we tenminste verhinderen dat met ons geld een financieel kapitalisme wordt aangedreven dat jobs en inkomens vernietigt, en het milieu schaadt. En, veel beter nog, dat onze coöperatieve bank ons geld aanwendt om er een duurzame economie mee aan te zwengelen.
Waarom geen lokaal verankerde energiecoöperaties oprichten? Want er is geen enkele reden om onze energietoekomst nog verder toe te vertrouwen aan Electrabel, een bedrijf dat ons allemaal samen elk jaar een paar miljard euro armer maakt.
Waarom niet onderzoeken hoe bedrijven die failliet gaan of slachtoffer zijn van wanbeheer in handen kunnen komen van hun werknemers? Herinner u de Belgische luchtvaartbedrijven Sabena en Sobelair tien jaar geleden. Ze zijn versjacherd aan een onderneming en een charlatan die zelfs geen nieuw kapitaal inbrachten maar ze verder leeghaalden zodat ze toch kapot gingen. Dan was het toch veruit te verkiezen dat de werknemers hun bedrijf zouden gekregen hebben, ze zouden het altijd beter hebben gedaan.

Een economische poot voor sociale bewegingen

Het is hoog tijd voor werkende mensen en hun sociale bewegingen om niet alleen syndicaal en politiek actief te zijn, maar opnieuw te investeren in hun economische coöperaties. Ze moeten hun economische poot volop ontwikkelen en heruitvinden. Want sociale bewegingen zonder een economische poot zijn dikwijls (te) machteloze bewegingen. Sociale bewegingen met een economisch project zijn veel sterker en succesrijker in het forceren van de maatschappelijke veranderingen die ze voorstaan: ze weten daardoor veel beter waarover ze praten want ze staan zelf in het economische leven en zo'n economische hefboom is op zich tevens een machtsinstrument dat hun "gewicht" vergroot.
______________________________________
Sociale bewegingen met een economisch project zijn veel sterker en succesrijker
______________________________________
Daarom is het dat ze ook vandaag en morgen best werk maken van hun eigen banken, hun eigen energiecoöperaties, hun eigen media, hun eigen distributie van sociaal en ecologisch duurzame producten. Het zou ongetwijfeld voor de sociale bewegingen zelf een verfrissende ervaring worden die heel concreet zou aangeven dat hun doelstellingen verder reiken dan alleen maar materiële verrijking van hun leden. In tijden van klimaatverandering en al te grote ecologische voetafdrukken is dat meer dan meegenomen: sociale bewegingen die niet alleen praten over een sociaalecologische omslag maar hem ook in de praktijk brengen, eerst en vooral in de eigen werking.
Coöperaties behoren tot het patrimonium van organisatietypes die in het verleden vaak goeie resultaten opleverden voor werknemers, consumenten en andere belanghebbenden. De zeggingschap van de werknemers in de manier waarop coöperaties worden gerund, lijkt bijvoorbeeld de beste manier om de bonussen en extreme betalingen voor topmensen te beëindigen: het is immers weinig waarschijnlijk dat de ene coöperant zal vinden dat de andere coöperant 200 keer meer moet verdienen dan hij of zij zelf verdient. Die coöperatieve aanpak laat ook toe om andere waarden zoals milieuzorg of klanttevredenheid af te wegen tegenover maximale winst. Want winst wordt slechts een van de overwegingen.

En nog een heel andere economie
Maar er is nog veel meer organisatorische diversiteit onder de zon. Laten we immers niet uit het oog verliezen dat grote welvaartssectoren tot ieders tevredenheid functioneren volgens een ander model dan dat van winstzoekende bedrijven op een vrije markt.
Onderwijs en gezondheidszorg bijvoorbeeld zijn volledig of voor een heel groot deel in handen van non profit organisaties die niet werken volgens het aandeelhoudersmodel en korte termijnrendement.
Dit zijn cruciale sectoren die de belangrijkste sociale investeringen leveren die mee onze toekomst zullen bepalen. Het bewijst dat er meer dan één werkzaam organisatiemodel om goeie diensten te verlenen. Meer zelfs, de tevredenheidsgraad over deze organisaties is groot.
Misschien moeten we in de toekomst wel meer in deze richting evolueren in andere sectoren. Misschien zijn die wel beter uitgerust om te doen wat we nodig hebben in een tijd dat de wereldeconomie de draagkracht van de planeet overschrijdt.
Ook openbare bedrijven zijn niet noodzakelijk synoniem van inefficiëntie zoals de opkomende neoliberale ideologie predikte. We kunnen ook leren uit de fouten uit het verleden. De vakbonden bijvoorbeeld beseffen nu wellicht meer dat openbare ondernemingen niet alleen banen scheppen voor hun leden maar ook goeie diensten moeten leveren voor de burgers.
Het wordt tijd dat we het post-Koude Oorlogdogmatisme begraven en eindelijk weer open staan voor diversiteit. Laat meer dan één bloemetje bloeien!

Dirk Barrez & John Vandaele


__________________________________________________________



Kloof tussen arm en rijk groeit in Latijns Amerika


BRASILIA, 1 juni 2010 (IPS) - De kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter in Latijns-Amerika. Volgens de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben (Cepal) moeten negen landen flink investeren om de situatie van hun meest kwetsbare inwoners te verbeteren.

Het bruto binnenlands product (bbp) van Latijns-Amerika en de Caraïben zal dit jaar met 4,1 procent stijgen, verwacht de Cepal. Dat is positief, maar tegelijk wordt de ongelijkheid groter, waarschuwt de VN-instantie. In Brazilië bijvoorbeeld is de hoofdstad Brasilia negen keer rijker dan de noordelijke staat Piauí. In Peru is de Andesregio Huancavelica zeven keer armer dan de zuidelijke kuststrook van Moquegua.
De Cepal publiceerde hierover zopas een nieuwe studie, 'Het uur van de ongelijkheid'. De uitdaging is nu te "groeien om meer gelijkheid te realiseren", zegt Cepal-hoofd Alicia Bárcena. Daarbij moet de overheid een actievere rol spelen en die taak niet aan de markt overlaten, stelt ze.

Sociale uitgaven

Volgens de Cepal-studie is de kloof tussen arm en rijk het grootst in Bolivia, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Paraguay, Peru en de Dominicaanse Republiek. Deze landen investeerden gemiddeld slecht 181 dollar per persoon in sociale uitgaven in de periode 2007-2008. Bij Argentinië, Brazilië, Chili, Costa Rica, Panama en Uruguay was dat gemiddeld 1029 dollar. Bovendien heeft deze laatste groep het grootste bbp per inwoner van Latijns-Amerika.
Halfweg bevinden zich Colombia, Mexico en Venezuela met een gemiddelde investering van 619 dollar per persoon.
Volgens de Cepal zouden de landen met de kleinste sociale uitgaven 6 tot 9 procent van hun bbp moeten investeren opdat kinderen tot vijf jaar, ouderen en werklozen alle basisvoorzieningen hebben. Bij de landen met de grootste sociale uitgaven is een investering van 1 tot 1,5 procent van het bbp nodig, bij de landen in de middenmoot 2 tot 4 procent.

Onvoldoende
Ondanks deze uitdagingen erkent de Cepal dat de netto sociale uitgaven flink gestegen zijn in Latijns-Amerika, van 12 procent in 1990 naar 18 procent in 2008. Tegelijk daalde de armoede, van 44 procent in 2002 tot 33 procent in 2008.
Maar deze vooruitgang is onvoldoende, stelt de Cepal. De sociale uitgaven moeten een nog grotere impuls krijgen, zegt ze, vooral omdat de wereldwijde crisis de koopkracht van veel gezinnen heeft aangetast en negen miljoen mensen in de armoede heeft geduwd.

KMO's

Om de sociale ongelijkheid weg te werken pleit de Cepal onder meer voor een homogenere productiestructuur. Niet alleen de topbedrijven maar ook de kleine en middelgrote ondernemingen moeten makkelijker toegang kunnen krijgen tot de internationale markten.
"De productiestructuur is zo heterogeen en gefragmenteerd dat we in sommige sectoren bedrijven zien die produceren alsof ze tot de eerste wereld behoren en kleine ondernemers die werken alsof in ze zich in een vierdewereldland bevinden", zegt Martin Hopenhayn, coördinator van de Cepal-studie. "Zo ontstaat een mechanisme die de ongelijkheid doet toenemen." Volgens deze expert leidt een verbetering van de situatie bij kleine en middelgrote ondernemingen tot een verbetering van de situatie van hun werknemers.
Er moet ook een grotere samenwerking komen tussen de Latijns-Amerikaanse landen. Zo moeten de administratieve verschillen kleiner worden, stelt de Cepal-studie.

Auteur: Milagros Salazar.


__________________________________________________________



Houthakkers en milieubeschermers sluiten vrede in Canadese oerbossen

UXBRIDGE, 19 mei 2010 (IPS) - Milieubeschermers en houtvesters in de Canadese taiga hebben een einde gemaakt aan hun decennialange oorlog. Vertegenwoordigers van beide kampen hebben dinsdag (18 mei) een overeenkomst bekend gemaakt om 720.000 vierkante kilometer bos - twee keer de oppervlakte van Duitsland - duurzaam te gaan beheren.


In 290.000 vierkante kilometer van het beschermde gebied, dat zich uitstrekt van de Stille tot de Atlantische Oceaan, zullen er helemaal geen bomen meer worden geveld. Dat zou onder meer de bestanden van de bedreigde boskariboe - een rendiersoort - moeten beschermen. In de rest van de bossen zal aan duurzame bosbouw worden gedaan.
De taiga, een brede strook van vochtige naaldwouden in het noorden van Canada, Scandinavië en Rusland - vormt het grootste bosgebied op aarde. Canada heeft meer dan vijf miljoen vierkante kilometer taiga een kwart van de ongerepte bosgebieden op onze planeet. Minder dan 10 procent daarvan is beschermd.

Imagowinst

De Canadian Boreal Forest Agreement, een overeenkomst tussen 21 houtkapbedrijven en 9 milieuorganisaties "is het grootste akkoord over natuurbescherming op de hele planeet", zegt Richard Brooks van Greenpeace Canada. De houtkapbedrijven, die kaplicenties hebben in het grootste deel van de Canadese taiga, hopen hun voordeel te doen met de imagowinst die het akkoord oplevert. Ze willen zich profileren als wereldleider in duurzame bosbouw. Er is steeds meer vraag naar duurzaam geproduceerd hout, en de Canadese houtsector heeft ook zwaar te kampen met concurrenten die goedkoper hout op de markt brengen door nog minder aandacht te besteden aan het milieu en illegale houtkap door de vingers te zien.
De milieuverenigingen hebben beloofd de houtvesters voorlopig niet meer onder vuur te nemen en ook geen boycotoproepen meer te lanceren. Jarenlang verweten ze de Canadese houthakkers aan nietsontziende kaalslag te doen.
De milieuorganisaties en houtvesters onderhandelden twee jaar over het akkoord. De komende drie jaar willen ze een plan uitwerken hoe het beschermde deel van de taiga duurzaam kan worden beheerd. Plaatselijke besturen, lokale gemeenschappen en indianengroepen zullen daarbij betrokken worden. Het doel is een evenwicht te vinden tussen de belangen van de houtvesters, de noden van plaatselijke economieën en de bescherming van het milieu.

Auteur: Stephen Leahy.

__________________________________________________________


Een nieuwe ramp voor Haïti

MADRID , 16 mei 2010 (MO) - Op de Alternatieve EU-Latijns-Amerika top stond ook Haïti in de kijker. De Haïtiaanse econoom Camille Chalmers, directeur van de koepel van sociale netwerken PAPDA, schetste een hallucinant beeld van de wijze waarop de wederopbouw in de greep van buitenlandse belangengroepen komt en hoe het land zijn autonomie volledig dreigt kwijt te spelen.


Chalmers hekelde het beeld dat de internationale media van Haïti brachten, enkele dagen na de aardbeving. Terwijl de camera's vooral plunderingen en criminaliteit van de radeloze bevolking in beeld bracht, viel ter plaatse vooral de ongekende onderlinge solidariteit van het Haïtiaanse volk op, aldus Chalmers.
'Het Haïtiaanse volk heeft vooral zichzelf moeten helpen, want de regering blonk uit in afwezigheid en passiviteit. Ook grote ngo's hebben vaak de toegestroomde hulp gebruikt om hun structuren ter plaatse te verstevigen, eerder dan te kijken naar de dringende noden van de Haïtianen.' De internationale gemeenschap is bijzonder genereus geweest op de donorconferentie in New York, erkent Chalmers, maar hij twijfelt of al dat geld effectief zal gegeven worden, en of er geen nieuwe voorwaarden zullen aan verbonden zijn. Het kan volgens de directeur van Papda geenszins een basis zijn om de schuldenlast van het totaal geruïneerde land nog te vergroten.

VS-bezetting

Intussen is de toestand volledig onder controle van VS-militairen - 43 000, aldus Chalmers- die ook de VN-vredesmacht Minustah verdrongen hebben. 'Wat vooral verontrustend is, aldus Chalmers, is dat die daar zijn zonder enig mandaat vanuit de VN, zonder enige verklaring of overeenkomst, zonder duidelijke taakomschrijving, zonder duidelijke termijn. De hulp vanuit de VS is massaal geweest, maar van elke dollar hulp is 0,43 cent gegaan naar militair materiaal. Onmiddellijk na de aardbeving kwamen er vier VS-boten, waarvan één een hospitaalschip, met een ondercapaciteit om de duizenden gewonden te helpen, en drie oorlogsboten, met nucleair materiaal aan boord.

Monsanto helpt met ggo-zaden

Omdat de Haïtiaanse boeren duizenden slachtoffers van de aardbeving opvingen en hun zaaigoed besteedden aan voedsel voor de hongerigen, was er nood aan nieuw zaaigoed. Monsanto is Haïti ter hulp gekomen, met tonnen ggo-zaad, dat voor vele Haïtianen onaanvaardbaar is. 'Het is zaad voor de dood', klinkt het uit de mond van Iderle Brenus, Haïtiaanse boerin en lid van Via Campesina.
Eind van dit jaar zouden er verkiezingen moeten komen, maar het is erg onwaarschijnlijk dat die er komen. Onlangs werd voor 18 maanden de noodtoestand afgekondigd, waardoor ook de democratische instellingen zijn gekortwiekt. Op 5 juni, VN dag van het Milieu, zal er in Port au Prince een betoging plaats vinden tegen deze gang van zaken.

Auteur: Alma De Walsche.


__________________________________________________________



Angolese landbouw schrijft succesverhaal
Louise Redvers

LUANDA, 17 mei 2010 (IPS) - De Angolese landbouwsector is vorig jaar met 29 procent gegroeid. Dat resultaat is te danken aan naar Afrikaanse normen forse investeringen in de sector. Critici vinden wel dat er meer geld naar kleine boeren moet gaan.

De Angolese economie is erg afhankelijk van de inkomsten uit de export van olie. De scherpe daling van de olieprijzen als gevolg van de internationale oliecrisis deed de Angolese regering vorig jaar een ambitieus relanceplan uitwerken voor de landbouw. Tot in de jaren zeventig was Angola een belangrijke landbouwproducent; het was bijvoorbeeld op drie landen na de grootste exporteur van koffie in de wereld.

Maïsoverschot

De overheid trok vorig jaar bijna 800 miljoen euro uit voor investeringen in nieuwe irrigatie, betere opslagplaatsen en plattelandswegen. Met die kapitaalinjectie geeft de Angolese regering nog altijd minder dan 2 procent van haar middelen uit aan de landbouw, maar toch zijn de eerste resultaten meer dan bemoedigend. Volgens de VN haalden de Angolese boeren in 2009 1,2 miljoen ton maïs binnen, bijna het dubbele van in 2008. Voor het eerst in twee decennia produceerde Angola meer maïs dan het zelf nodig heeft.
Aan het groeicijfer van 29 procent dat de regering in april bekend maakte, twijfelen sommige experts wel. "Het is moeilijk om juist aan de weet te komen hoe die cijfers berekend worden. En zelfs als ze kloppen, is het nog altijd zo dat de Angolese landbouw uit een diep dal komt", zegt Sergio Calundungo, van de Angolese ontwikkelingsorganisatie ADRA.
Calundungo waarschuwt dat de regering vooral in grote infrastructuurwerken en publiek-private projecten geïnvesteerd heeft. "Die leveren veel op voor een beperkte groep van mensen, en het is moeilijk om dergelijke projecten duurzaam te maken." Voor programma's voor kleine boeren was er veel minder aandacht. "Als we het gebrek aan voedselzekerheid en de plattelandsarmoede echt willen aanpakken, is er directe steun nodig voor die groep. Zij zijn goed voor meer dan twee derde van de totale landbouwproductie van het land".
De regering gaat niet akkoord met de kritiek. "We investeren ook in opleidingen en in andere maatregelen die kleine boeren moeten helpen te ondernemen en hun oogst te verkopen", zegt Filomena Delgado, staatssecretaris voor Plattelandsontwikkeling. "Er gaat ook geld naar scholen, drinkwatervoorziening en de toevoer van water voor de dieren."

Microkrediet

Delgado is trots op een microkredietprogramma van 275 miljoen euro dat de regering samen met private banken heeft opgezet. De leningen moeten kleine en middelgrote boeren de kans bieden zaden, meststoffen en machines te kopen. Het programma was eigenlijk al voor vorig jaar gepland, maar is nu eindelijk toch in werking getreden. Het vult gelijkaardige maar veel kleinere initiatieven van de Wereldbank en internationale hulporganisaties aan.
Calundungo is blij met het officiële microkredietprogramma, maar wil wel zien hoe de overheid de problemen oplost die te maken hebben met het feit dat veel boeren geen identiteitsbewijs en eigendomsaktes hebben en grote afstanden moeten afleggen tot de dichtstbijzijnde bank. "Angola staat er beter voor dan veel andere landen omdat het geld heeft om te investeren in de landbouw, maar we moeten ervoor zorgen dat het ook terecht komt bij de mensen die het nodig hebben."

Volgens de regering leeft 94 procent van de Angolezen op het platteland in armoede. De hoge prijzen voor kunstmest en de belabberde staat van het wegennet maken het de Angolese boeren erg moeilijk om winst te maken.

IPS(PD, RP)


__________________________________________________________


Afrika verliest invloed in Wereldbank
Hilaire Avril

PARIJS, 17 mei 2010 (IPS) - Het stemgewicht van opkomende economieën in de Wereldbank is met ruim 3 procent toegenomen. Maar het Afrikaanse aandeel is met een derde afgenomen.

Achttien landen uit Afrika ten zuiden van de Sahara hebben een deel van hun zo al bescheiden invloed in de Wereldbank moeten prijsgeven. Nigeria en Zuid-Afrika zijn het hardst geraakt, hun stemgewicht is met ongeveer 10 procent afgenomen. Alleen het olierijke Soedan heeft zijn stemmenaandeel zien toenemen.

De Wereldbank, die ontwikkelingsprojecten financiert, krijgt al lang de kritiek dat de landen die ze helpt, niet echt vertegenwoordigd zijn in haar bestuur. De landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, waar veel programma's voor armoedebestrijding op gericht zijn, zijn nu goed voor 6 procent van de stemmen in de Wereldbank.

Hervormen

De laatste jaren heeft de Wereldbank op die kritiek proberen te antwoorden. Ze gaf aan dat ze haar bestuur zou hervormen en meer gewicht zou toekennen aan de begunstigde landen. In oktober nog verklaarde ze "het stemgewicht van de kleinste arme landen te zullen beschermen".
Maar op 25 april werden stemrechten zo hervormd dat het aandeel van China (met 1,64 procent), Zuid-Korea (0,58 procent), Turkije (0,55 procent), Mexico (0,5 procent) en Singapore (0,24 procent) toenam. Volgens eigen economische definities van de Werelbank behoren Zuid-Korea en Singapore tot de landen met hoge inkomens, terwijl Mexico en Turkije middeninkomenslanden zijn.
Duncan Green, onderzoekshoofd van Oxfam, een organisatie voor armoedebestrijding, zegt dat de Wereldbank zijn beloftes ten aanzien van Afrika niet is nagekomen. "De hervorming weerspiegelt de verschuiving in het wereldwijde bruto binnenlands product, en komt dus de grote opkomende economieën ten goede, niet de trager groeiende economieën in Afrika."
Sebastien Fourmy van Oxfam-Frankrijk zegt dat deze hervorming "een poging is om op goede voet te staan met de belangrijke opkomende wereldspelers, zoals China en Brazilië, in de hoop dat ze een grotere bijdrage zullen leveren aan de financiering van de Bank."

Het Bretton Woods Project, een Britse organisatie die de Wereldbank en het IMF in de gaten houdt, zei onlangs in een rapport dat de Wereldbank "op overweldigende wijze gedomineerd zal blijven door rijke landen". "Ontwikkelingslanden vertegenwoordigen 80 procent van de wereldbevolking en van het lidmaatschap van de Bank", stelde het rapport. "Het is daar dat de meeste activiteiten van de Bank plaatsvinden." En toch "blijft haar bestuur onwettig en achterhaald."

IPS(RP, PD)


__________________________________________________________


Gifcontainers maken duizenden ziek, ook consumenten

door han Soete, Ittai De Vree, Greet Brauwers, Petar Veljacic, Dirk Barrez

Jaarlijks stromen miljoenen containers de Europese havens binnen. Daarvan bevat wel 97 procent gevaarlijke gassen. De gassen veroorzaken allerlei aandoeningen bij de duizenden mensen die ermee in contact komen.
Soms gaat het om kleine aandoeningen, maar er zijn gevallen van impotentie, vroegtijdige dementie of aantasting van het centrale zenuwstelsel vastgesteld.
Het belangrijkste probleem is dat de mensen die met deze containers in contact komen, zich niet bewust zijn van de gevaren. Net zoals met de schildersziekte kan het immers jaren duren voor je ziek wordt. Bovendien zullen artsen en specialisten ook niet meteen een verband leggen met de containers waarmee hun patiënten in contact kwamen.
Ook consumenten die behandelde waren als matrassen en speelgoed kopen, lopen gevaar.

Miljoenen containers worden elk jaar verscheept in en naar Europese havens, ze komen en vertrekken naar alle delen van de wereld. Om te vermijden dat allerlei ongedierte meereist, worden ladingen die daar gevoelig voor zijn bespoten met insecticiden. Deze verdelgingen kunnen door gespecialiseerde bedrijven worden uitgevoerd, die dan ook duidelijk aangeven dat de container gevaarlijk stoffen bevat. Maar zeer dikwijls worden er korrels of andere giftige stoffen in de container gedaan zonder dat dit duidelijk wordt gespecificeerd. Een container laten behandelen door een gespecialiseerd bedrijf kost immers handenvol geld. Bovendien is het niet zo dat de effecten ervan onmiddellijk voelbaar zijn zodat de arbeiders niet meteen beseffen dat hun gezondheid in gevaar is. Enkel bij zeer hoge concentraties van insecticiden kan iemand onmiddellijk onwel worden.
De giftige gassen kunnen ook in de containers terechtkomen doordat bepaalde producten gaan uitharden of verdampen tijdens de reis. In een aantal Aziatische landen worden tijdens de productie chemische stoffen gebruikt die hier al lang verboden zijn. Maar ook op andere vlakken kan het mislopen: schoenen of bedrukte dozen worden steeds vaker recht van de band in de container geladen. De lijm die gebruikt werd bij de productie van de schoenen, of de inkt op de dozen moet normaal even de tijd krijgen uit te harden en uit te dampen. Om tijd te winnen laat men die producten als het ware verharden en uitdampen tijdens hun reis in de container. Bij aankomst, wanneer de containers worden geopend, zijn die dan volledig gevuld met giftige gassen.

"97 procent besmette containers"

Volgens een onderzoek van de Universiteit van Hamburg zou 97 procent van de containers die gebruikt worden voor internationale handel besmet zijn met gassen die verre van onschadelijk zijn. In één op de drie (in de haven van Hamburg) tot zelfs één op de twee (in de haven van Rotterdam) containers werd ethyleendichloride teruggevonden, 20 procent ervan bevatte grotere hoeveelheden dan wettelijk toegelaten. Methylbromide komt voor in 22 procent tot 28 procent van alle containers, 10 procent ervan bevatte hoeveelheden die de wettelijke norm overschrijden.
In Nederland werden gedurende een bepaalde periode alle containers geleverd aan één bedrijf in Eindhoven gecontroleerd. Deze containers waren gevuld met elektronisch materiaal. 25,6 procent daarvan bevatte een te hoge concentratie aan schadelijke stoffen. 1,7 procent van deze containers bevatte een concentratie die een onmiddellijk risico vormde voor de arbeiders die ermee in aanraking kwamen.
Op die manier komen miljoenen toxische containers de Europese havens binnen. Een fractie daarvan wordt door gespecialiseerde bedrijven behandeld. De meerderheid wordt echter geopend en geleegd door argeloze arbeiders aan loskades in het Europese hinterland.
Veelal betreft het producten die het centrale zenuwstelsel kunnen beschadigen. De gevolgen kunnen variëren: concentratiestoornissen, snel geïrriteerd zijn, permanente (spook)pijn, persoonlijkheidswijzigingen, irritatie aan de luchtwegen, problemen met de bewegingscoördinatie, verlies van smaak, zicht en gevoel, impotentie, miskramen, chronische vermoeidheid, geheugenstoornissen tot vroegtijdige dementie en epilepsie.

Alarmbel

In België heeft de socialistische transportvakbond (BTB) de alarmbel geluid tijdens een studiedag in februari dit jaar. Daar bleek vooral dat België bijzonder slecht geïnformeerd is. Nederland staat op dat vlak al een eind verder. De FNV (Nederlandse vakbond) werkt immers al enige tijd rond de problematiek. De FNV voert preventie- en informatiecampagnes en werkte ook samen met gespecialiseerde instellingen om het probleem in kaart te brengen.
Jan de Jong van de FNV geeft aan dat het probleem veelal begint bij de diagnose: "Blootstelling aan chemische stoffen kan een sluipend ziekteproces veroorzaken, waarbij het zeer moeilijk is om een diagnose te stellen, net omdat de klachten zo gewoon zijn. Iedereen heeft wel eens last van hoofdpijn of misselijkheid, iedereen heeft wel eens last van concentratiestoornissen of is wel eens snel geïrriteerd na een week hard werken. Niemand legt direct de link met het lossen van een container op het werk. Er wordt dan al vlugger gedacht aan stress, de ziekte van deze tijd."
Nadat in Nederland de FNV met een voorlichtingscampagne begon en het probleem aankaartte in de media, kwamen 35 gevallen naar boven van mensen die ernstig ziek waren en pas door de informatiecampagne de link legden tussen hun ziekte en hun werk. Jan de Jong vermoedt dat het hier gaat om het topje van de ijsberg.

Werknemers en werkgevers al even onwetend

Zowel de Nederlandse vakbond FNV als Belgische socialistische transportbond BTB beamen trouwens dat ook de werkgevers zelf nauwelijks op de hoogte zijn van het gevaar. "Het is geen slechte wil, ze zijn aan werkgeverskant gewoon niet op de hoogte van het probleem, eenmaal we het aankaarten, voel je dat ze schrikken en samen met ons in actie willen schieten", aldus Frank Moreels van de BTB.

Huidige preventiemaatregelen voldoen niet

Het mag dan ook niet verbazen dat de huidige preventiemaatregelen ruimschoots onvoldoende zijn. In de Antwerpse haven is een aparte zone waar besmette containers worden ontgast of verlucht. Slechts een fractie van de aangetaste containers wordt behandeld zoals het hoort.
Algemeen wordt aangeraden om containers 15 minuten tot een half uur te verluchten (in openlucht) voor arbeiders met het lossen starten. Op veel plaatsen zijn mensen echter niet of nauwelijks op de hoogte van dergelijke preventieve maatregelen. Vrachtwagenchauffeurs staan onder zware tijdsdruk, waardoor de 30-minuten-maatregel steevast wordt overgeslagen.
Zowel de FNV als de BTB stellen vast dat de meeste chauffeurs niet eens op de hoogte zijn van het potentiële gevaar, laat staan van de bestaande preventieve maatregelen. Bovendien worden bepaalde producten net opnieuw actief als ze in contact komen met verse, vochtige buitenlucht. Wat als preventiemaatregel geldt voor het ene product, heeft dus in andere gevallen precies het omgekeerde effect.
Jan de Jong wijst erop dat de bescherming van de werknemers niet vanzelfsprekend is. Voor een aantal producten is een beschermend pak nodig en volstaat het dragen van een masker niet. Het gaat om producten die ook kunnen worden opgenomen door de huid. Sommige gassen hangen op de bodem van de container waardoor ze vooral de ledematen gaan aantasten.
Veel containers worden behandeld wegens de houten paletten waarop de goederen worden gestapeld. Deze worden ingespoten met chemische stoffen tegen ongedierte. In heel wat bedrijven worden die paletten opgeslagen in de ruimte waar er wordt gelost en geladen. Wekenlang blijven ze er hun giftige stoffen verspreiden.
Jan de Jong pleit er dan ook voor om zoveel mogelijk af te stappen van het gebruik van houten paletten en die te vervangen door paletten uit kunststof. De FNV maakt zich sterk dat dit een groot verschil zou maken.

Ook consumenten lopen gevaar

Maar ook voor de eindgebruiker is er potentieel gevaar. Zo werden al meerdere keren ladingen kindermatrassen en -schoenen aangetroffen die behandeld werden met het in Europa verboden benzeen en/of dichloorethaan. Zelfs na 6 maanden verluchten, bevatten deze goederen zo'n hoge concentratie aan schadelijke stoffen, dat ze niet bruikbaar waren.
In een aantal distributiecentra komen dagelijks tientallen zwaar verontreinigde containers binnen met elektronisch speelgoed. Dit laatste kwam aan het licht na een incident waarbij heel hoge concentraties werden opgemeten.

Wat nu?

Zowel de Nederlandse FNV als de Belgische BTB stappen naar de politiek om op Europees niveau werk te maken van een aangepaste en strengere wetgeving. Een deel van het probleem is immers te wijten aan een Europese wet die net eist dat containers en goederen behandeld worden tegen ongedierte, ziektes en tegen uitheemse planten.
Om tropisch ongedierte uit Europa te weren, geldt sinds 2005 de Europese richtlijn van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) die voorziet dat in hout verpakte goederen de EU slechts binnen mogen als ze vrij zijn van insecten.
De FNV en BTB willen op internationaal niveau producten verbieden die hier al veel eerder uit het productieproces werden gebannen. Volgens de vakbonden zou dit de arbeiders, in die landen die nu nog dagelijks moeten werken met giftige stoffen, beter beschermen.
Bij de FNV zijn ze er zich van bewust dat het aanpakken van het probleem wel eens heel wat geld zou kunnen kosten. Het ontluchten is immers tijdrovend en arbeidsintensief en heeft een grote impact op het zeer krap geplande, logistieke systeem.
Voorlopig vindt de FNV gehoor bij de SP (nvdr: de Nederlandse Socialistische Partij), de BTB bij de SP.A. Hoe snel er echter werk kan worden gemaakt van een verbeterde wetgeving is niet meteen duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat de miljoenen containers die jaarlijks de Europese havens binnenkomen een ware tijdbom zijn, die wel eens duizenden slachtoffers zou kunnen maken.


__________________________________________________________



Coltanspeculanten boren Congo in de grond

door Raf Custers

Er zijn wel meer tegenstanders van besmette mineralen uit Congo waar kinder- of slavenarbeid mee gemoeid is. Maar niet allemaal hebben ze het goed voor met Congo. Een onderzoek van Raf Custers naar de echte agenda van lobbyisten en mijnbedrijven.

Op 8 december 2009 neemt een zekere Ron MacDonald bij de OESO in Parijs deel aan een werkvergadering. MacDonald meldt zich aan als International Policy Advisor van een Canadees mijnbouwbedrijf. De vergadering gaat over investeringen in de mijnbouw en over hoe 'besmette' mineralen uit de ertsenhandel kunnen worden geweerd. Congo staat niet uitdrukkelijk op de agenda van de meeting. MacDonald stuurt de brainstorming evenwel in die richting, met een tussenkomst die lang niet door iedereen wordt gesmaakt. Hij eist, noch min noch meer, dat tegen de export van mineralen uit Congo een embargo wordt ingesteld. Het lot van de Congolezen kan MacDonald gestolen worden, hij zit daar enkel en alleen voor het belang van de firma die hem inhuurde.

Ook de OESO, de organisatie van de rijkste Westerse landen, bekommert zich om de ertsenhandel. Daarin gaan 'vuile' of 'besmette' ertsen om; méér dan één ontwikkelingsorganisatie klaagt dat deze ertsen in alledaagse elektronische toestellen worden verwerkt. Ze worden 'besmet' genoemd omdat ze in mensonterende omstandigheden zijn gewonnen. Bij voorbeeld in mijnen die door rebellen worden uitgebaat of waar er ook kinderen als slaven werken. Het gaat dan vooral over tantalium, het mineraal waarmee ook schakelcomponenten voor gsm's worden gemaakt, en over tinerts (of cassiteriet). Die twee ertsen worden onder meer in het Oosten van Congo geproduceerd. Oost-Congo is vanaf 1994 geteisterd door opeenvolgende oorlogen en blijft onstabiel. Om te zorgen dat er geen vuile ertsen meer in het commerciële circuit geraken, wil de OESO de Due Diligence bevorderen.[1a] Handelaars of consumenten van ertsen moeten dan actief uitzoeken of hun grondstoffen wel uit 'cleane' mijnen komen die legaal en normaal worden uitgebaat.

Bij de OESO vertegenwoordigt MacDonald de firma Commerce Resources, een mijnbedrijf uit Vancouver. Voor zover we konden nagaan, heeft Commerce geen enkel mijnbelang in Congo. In 2008 en 2009 kwam Commerce op geen enkele lijst van mijneigendommen in Oost-Congo voor. Aan de meeting bij de OESO nemen ook bedrijven deel die in Congo vooral tin aankopen. Zij zijn naar verluidt niet met de boodschap van MacDonald opgezet. In hun ogen ondermijnt de Canadees hun business en zit Commerce op één lijn met twee zwaargewichten in de tantalum-business, namelijk Cabot en Talison, waarop we verderop terugkomen. Andere deelnemers kennen Commerce niet, zij vragen zich af wie de Witte Ridder met de Zwarte Boodschap is?
MacDonald reageert niet op onze vragen om informatie. We achterhalen nochtans dat MacDonald geen mijnexpert is maar een lobbyist. Hij staat aan het hoofd van een marketingbedrijf, Cansource Marketing, en via die firma heeft hij zich door Commerce Resources laten inhuren. In september 2009 betaalt Commerce Resources aan Cansource Marketing een vergoeding voor bewezen diensten uit. MacDonald en zijn partner Mark Buggio ontvangen een pakket van 8750 aandelen van Commerce Resources' notering op de Venture Exchange van de beurs van Toronto. MacDonalds en Buggio worden zo mede-aandeelhouder van Commerce Resources.

Commerce Resources heeft zoals gezegd géén plannen in Congo, maar in Canada wil het twee mijnen opstarten: het Eldor-project in de provincie Quebec en het Blue River-project in de provincie British Columbia. In Eldor, een domein van bijna 19.000 hectaren groot, heeft Commerce onder meer tantalum-afzettingen gevonden. Commerce is de ertsaders sinds 2008 in kaart aan het brengen. Ook in Blue River, een concessie van circa 1000 km2, ligt volgens Commerce een tantalum-afzetting. Wie Commerce's inzet voor Congo wil begrijpen, hoeft niet veel verder te zoeken. Commerce Resources heeft geld nodig, om zijn projecten in Eldor en Blue River te financieren. Het probeert investeerders aan te trekken via de beurzen van Toronto en Frankfurt, waar het telkens een notering heeft. Om deze investeerders warm te maken, volgt Commerce een dubbele taktiek. Het presenteert Eldor en Blue River als veelbelovende, 'propere' en veilige mijnen. En, het maakt stelselmatig Congo zwart.

Politieke lobby
De campagne van Commerce duurt al langer. Maar ze komt nu pas echt op dreef. Aanvankelijk krijgt Congo er enkel in de schrijfsels van Commerce van langs. In een brochure van februari 2009 over Blue River schrijft Commerce Resources: "mijnbouw in dat deel van de wereld (Afrika, rc) gebeurt vaak illegaal en wordt geassocieerd met extreme schendingen van de mensenrechten en het is bekend dat opbrengsten van de verkoop van Afrikaans coltan dienen om militair en tribaal geweld te steunen".[1]
Op zijn website bespeelt Commerce de gevoelige snaar van het natuursentiment. Congo wordt in één adem vernoemd met buurland Rwanda dat ook erg tot de verbeelding spreekt. Dan zegt de tekst: "Burgeroorlog, de plundering van nationale parken en de export ten behoeve van de financiering van milities, maken dat de internationale tantalumorganisatie haar leden stellig afraadt om ertsen te kopen in gebieden waar zowel het welzijn van de mensen als het wild worden bedreigd".[2] De conclusie ligt voor de hand: kopers moeten zich bij "ethischer bronnen zoals Blue River" bevoorraden waar stabiele wetten de mensenrechten en het milieu beschermen. Zelfs als de kopers daarvoor een hogere prijs moeten betalen.[3]

Intussen heeft Commerce Resources aansluiting gevonden bij een Noord-Amerikaanse lobby tegen Congo. De harde kern van die lobby komt voort uit het politieke establishment van de VS. Het Enough Project is daarin erg actief. De mede-oprichter van Enough, John Prendergast, wordt nu als mensenrechtenactivist bestempeld. Maar onder president Clinton leidde hij het African Affairs-bureau bij de National Security Council en was hij Special Advisor bij het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken. Enough mikt op de Amerikaanse publieke opinie. Het werft nu actief steun voor twee wetsvoorstellen, de Congo Conflict Minerals Act in de Amerikaanse Senaat en de Conflict Minerals Trade Act in het Huis van Afgevaardigden.[4] Deze voorstellen maken het voor Amerikaanse bedrijven wel erg ingewikkeld om zogenaamde 'conflictmineralen' uit Congo te kopen.[5] Als deze voorstellen wet worden, komt er een feitelijk VS-embargo tegen ertsen uit Congo. In de praktijk maakt het Enough Project al in het publiek het proces van bedrijven die tantalum uit Congo zouden verwerken, zoals de firma Niotan in Nevada.[5b]

Commerce Resources sympathiseert niet alleen met deze lobby, de firma maakt er ook reclame voor. Op 21 april 2010 linkt Commerce in een boodschap op Facebook naar Enough. De lobbygroep is zich dan juist tien dagen lang voor de Conflict Minerals Trade Act aan het inspannen. De inspanningen lonen. Op 23 april meldt een zekere Shaun Ledding via Facebook aan Commerce Resources : "The interest in sourcing raw metals such as tantalum from conflict free areas is growing". Ledding blijkt één van de vijf directeuren van Commerce te zijn.
Commerce introduceert de pro-embargo-lobby ook in de zakenwereld. Begin april 2010 vindt in de Crowne Plaza in Los Angeles de Rare Metals Summit plaats, een vakbeurs voor producenten en handelaars. Commerce is de hoofdsponsors van deze beurs. De firma kan dus haar stempel op het verloop drukken. Ze laat haar eigen directeurs optreden als sprekers in diverse werkgroepen. En ze dropt een zeker Ron MacDonald in het panel van de werkgroep 'Sustainable Mining'. Maar dit keer zit MacDonald daar nièt in zijn hoedanigheid van Policy Advisor van Commerce, maar als President van … CanSource International. En wie flankeert MacDonald in het panel? Een zekere David Sullivan van … Enough. In de nood kent men zijn vrienden. Hun beider boodschap slaat aan. Via Twitter meldt Commerce Resources dat niet nader genoemde "US officials" zich zorgen maken. Ze gaan voor de strategische voorraden van de VS geen tantalum uit Congo kopen. "New clean supply needed", zo besluit de Tweet.

Crisis in de sector

Moest er nu maar één bedrijf uit puur eigenbelang tegen Congo aan het stoken zijn. Maar er zijn er meer. Volgens Enough Project krijgt het Congreslid James McDermott steun van verscheidene fabrikanten van elektronica.[6] Over welke bedrijven het gaat, is niet duidelijk. Maar op de keper beschouwd hebben alle grote tantalum-spelers belang bij het afsluiten van de aanvoer uit Congo. In januari 2010 schrijft een Australische krant dat de firma Talison "de strijd tegen bloedtantalum" aanvoert. "De elektronicabedrijven en andere eindgebruikers kunnen nu tantalum aankopen bij ethische en verantwoordelijke leveranciers. En de macht van de consumenten kan deze zaak vooruithelpen", zegt topman David Miller van Talison.[7] Wat een hypocrisie.

Verhoog de prijs: snij aanbod weg
Talison is potentieel de grootste producent van tantalum ter wereld. Maar in 2008 gooide het bedrijf zijn Wodgina-mijn dicht om verscheidene redenen: met de economische crisis stuikte de vraag naar tantalum op de wereldmarkt in elkaar, de elektronische industrie drukte de kosten en dat deed de vraag naar goedkoop tantalum uit Congo toenemen. Daar kon Talison kon niet tegen op. Waarom voert Talison zogenaamd actie voor ethisch tantalum? Het antwoord is simpel. Al in 2008 kloeg Talison dat - terwijl de prijzen van koper, goud, nikkel en tin sinds jaren aan het stijgen waren - de prijs van tantalum nagenoeg stabiel bleef. Talison zegt Wodgina te zullen heropenen. "Maar", zegt een trader", "eerst moet voor Talison de prijs stevig omhoog. De prijs voor tantalum ligt rond $40 per pond terwijl Talison de prijs tot $120 wil opdrijven". Dat kan door aanbod af te snijden. En waarom niet uit Congo!

Een andere grote speler is Cabot uit de VS. Cabot heeft een tantalummijn in Manitoba (Canada) maar levert ook geraffineerd tantalum als grondstof aan de elektronica-industrie. Cabot maakt reclame voor zichzelf met de boodschap dat het in géén geval tantalum uit Congo koopt. Wij halen, zegt zijn website, ons tantalum exclusief uit een eigen mijn in Manitoba (Canada), bij Talison (Wodgina) en Noventa, dat een mijn heeft in Mozambique. Die verklaring dateert van augustus 2008.[8] Sindsdien is er veel veranderd. Want zoals gezegd legde Talison zijn grote tantalummijn stil, maar Cabot en Noventa deden hetzelfde. Maar Cabot zit niet op droog zaad. Volgens insiders heeft het genoeg tantalum in voorraad om het twee jaar uit te zingen.
De volgende hoofdspeler is HC Starck, gevestigd in het Duitse Goslar nabij Hannover. HC Starck is net als Cabot een tussenschakel tussen de mijnbedrijven en de verbruikers van tantalum. Samen met Cabot en de firma Ningxia in China zou HC Starck op de wereldmarkt 70% van al het ruwe tantalum kopen. Ook HC Starck heeft momenteel naar verluidt grote voorraden.

Word rijk op kap van de Congolezen
Nu blijkt Congo een belangrijke factor te worden om uit die impasse van grote stocks en lage prijzen te geraken. Najaar 2009 kondigt een Amerikaans analyst aan dat het tij gaat teren. Omdat er stevig in het aanbod is gesneden en de stocks snel kunnen opdrogen, zo zegt hij, kunnen we over drie jaar met een serieus tantalumtekort zitten. Op dit ogenblik, zo gaat hij voort, zijn er maar drie bevoorradingsbronnen meer, namelijk Brazilië, China en enkele mijnen in Afrika. Dan volgt zijn verrassende conclusie: hopelijk beginnen er in Canada twee nieuwe mijnen te werken, "waarvan er één Blue River is", want dat zullen "de enige nieuwe aanvaardbare en ethische bronnen van tantalum" zijn.[8b] Is deze analyst voor de marketing van Commerce Resources gevallen? Enkele maanden later ziet ook HC Starck een nieuwe trend. De Duitse firma meldt dat de prijzen aantrekken, en wel om een merkwaardige reden: "de prijzen staan onder druk omdat de eindgebruikers nu ethisch onbesproken materiaal vragen. Er is een verschuiving bezig in de aankopen, van Congo dat door conflicten wordt getroffen, naar andere leveranciers, en deze verschuiving zal tot hogere prijzen leiden".[9]

Als er in de tantalumsector al een bron van besmetting bestaat, dan lijkt dat dus eerder Commerce Resources dan Oost-Congo te zijn. De Canadese projectontwikkelaar, want meer is Commerce vooralsnog niet, hamert er een negatief beeld van Congo in, om zijn eigen winkel te doen draaien. Dat is je reinste cynisme. Deze 'conflict marketing' misbruikt Congo namelijk om de beurskoers van Commerce op te krikken. De Congolezen worden er geen grein beter van.

Raf Custers


[1a] De OESO-meeting van 8 december 2009 werd aangekondigd met als titel: Promoting responsible investment through enhanced Due Diligence.
[1] "Coltan is the African name for tantalum which is mined in the Democratic Repub- lic of Congo (DRC), in east Africa. Mining practices in this part of the world are reported by the United Nations (UN) to often be conducted illegally and to be associated with extreme human rights violations. Additionally, funds from the sale of African coltan are known to support military and tribal violence". In: Blue River Tantalum-Niobium Project. Commerce Resources Corp. Newsletter, Februari 2009.
[2] "The central African countries of Democratic Republic of the Congo (DRC-Kinshasa) and Rwanda and their neighbors in the past had been the source of significant tonnages. Civil war, plundering of national parks and exporting of minerals, diamonds and other natural resources to provide funding of militias has caused the organizations such as the Tantalum-Niobium International Study Center to call on its members to take care to obtain their raw materials from lawful sources. Members are strongly encouraged to refrain from purchasing materials from regions where either human welfare or wildlife are threatened". In: About coltan. Commerce Resources Corp. Zie: http://www.commerceresources.com/s/AboutTantalum.asp
[3] "It is based on this awareness that there is a movement underfoot for buyers to pay premium prices for ''clean'' tantalum certified as coming from more ethical sources, such as Blue River, Canada. British Columbia and Canada offer a stable political environment with stable laws that protect human rights and the environment. These are becoming serious considerations for investors and buyers of tantalum and niobium who seek long-term contracts and secure sources of tantalum supply". In: Blue River, o.c.
[4] Voor een bloemlezing van deze one-liners, zie bvb http://www.enoughproject.org/publications/eastern-congo-action-plan-end-... en http://www.raisehopeforcongo.org/special-page/take-action-congo
[5] In de Amerikaanse Senaat is in april 2009 een voorstel van Congo Conflict Minerals Act ingediend door de senatoren Sam Brownback (Rep), Dick Durbin en Russ Feingold (Dem). Zie: http://www.govtrack.us/congress/bill.xpd?bill=s111-891
In het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in november 2009 een voorstel van Conflict Minerals Trade Act ingediend door James McDermott (Dem). Zie: http://www.govtrack.us/congress/bill.xpd?bill=h111-4128
[5b] Zie: http://www.enoughproject.org/blogs/niotan-inc-fails-address-concerns-abo...
[6] John Prendergast & Sasha Lezhnev, From Mine to Mobile Phone. The Conflict Minerals Supply Chain.
[7] "There is a real opportunity for electronics companies and other tantalum end users to look at single sourcing their tantalum from an ethical and responsible source. (…) Consumer power will helpe drive this issue". In: Kate Emery, Talison leads charge to halt 'blood tantalum', The West Australian, 16 januari 2010.
[8] http://www.cabot-corp.com/Tantalum/Capacitors/Product-Information/GN2008...
[8b] Australia's Talison to restart Wodgina tantalum mine, Reuters, 23 september 2009; Tantalum industry in dire need for new resources, Reuters, 21 oktober 2009.
[9] H.C. Starck reacts to reversal of price trends in raw materials. Press release 25 februari 2010.

__________________________________________________________


Amerikaanse steden veranderen van gezicht

WASHINGTON, 11 mei 2010 (IPS) - Voornamelijk door immigratie verandert de Amerikaanse bevolking snel. In grote stedelijke gebieden is er onder jongeren al geen blanke meerderheid meer. Volgens een rapport van het Brookings-instituut is er daarnaast ook sprake van groeiende ongelijkheid op het gebied van inkomen en opleidingsniveau.

Hoewel het rapport de situatie in stedelijke gebieden beschrijft, zullen de trends volgens de analisten van Brookings in de komende dertig jaar in het hele land zichtbaar worden. Het rapport baseert zich op gegevens van het Census, het belangrijkste statistiekbureau in de VS.

Bevolkingsgroei
Tussen 2000 en 2008 bestond slechts een vijfde van de Amerikaanse bevolkingsgroei uit blanke Amerikanen. Het Brookings-instituut voorspelt dat binnen dertig jaar de meerderheid van de Amerikaanse bevolking niet langer blank zal zijn en Afro-Amerikanen, Latino's en Aziaten een demografische meerderheid zullen vormen.
Onderzoeksdirecteur Alan Berube wijst op de snelheid en de dynamiek waarmee de bevolking van de Verenigde Staten verandert. In de afgelopen tien jaar groeide de Amerikaanse bevolking met meer dan 28 miljoen. De bevolking vergrijst net als in andere westerse landen, maar dankzij immigratie is er ook een sterke groei van het aantal jongeren. Hierin verschilt de situatie in de Verenigde Staten volgens Berube met die van landen als Duitsland en Japan.

Verschillen

Volgens het rapport namen de verschillen in inkomen in de beschreven periode toe. Het verschil tussen hoge en lage inkomens nam verder toe en het aantal Amerikanen onder de armoedegrens steeg tussen 2000 en 2008 met meer dan 15 procent.
Ook de verschillen op het gebied van opleidingsniveau worden steeds groter. Onder Latino's en Afro-Amerikanen ligt het aantal hoogopgeleiden ruim 20 procent lager dan het landelijk gemiddelde. Volgens Berube zijn regio's met een relatief laagopgeleide beroepsbevolking tijdens de economische recessie kwetsbaar gebleken. Juist in die regio's was er minder instroom van migranten en in sommige gevallen een uitstroom van een deel van de hoogopgeleide bevolking.

Toekomst

Het rapport geeft een beeld van de veranderingen die de Amerikaanse bevolking de komende jaren te wachten staan. Volgens Berube dwingt de snelheid waarmee de Amerikaanse samenleving verandert en in complexiteit toeneemt, het land om manieren te zoeken om deze processen in goede banen te leiden.
"Alleen door in de kern te begrijpen wie de Amerikaan is en hoe de Amerikaan verandert, kun je voorkomen dat er etnische, raciale en generatieconflicten ontstaan", denkt Berube.

Auteur: Eli Clifton en Matthew Berger.

__________________________________________________________


Braziliaanse boeren profiteren niet van innovatie

RIO DE JANEIRO, 9 mei 2010 (IPS) - Brazilië is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een landbouwgrootmacht, dankzij belangrijke kennis die nu geëxporteerd wordt. De technologie die het land ontwikkelde blijft echter onbereikbaar voor een groot deel van de Braziliaanse boeren.


Armoede, gebrek aan onderwijs, informatie en integratie in de moderne samenleving zorgen ervoor dat op 3,3 miljoen Braziliaanse boerderijen geen technologie gebruikt wordt waardoor de productiviteit en inkomsten zouden kunnen toenemen, zegt Pedro Arraes, voorzitter van de Braziliaanse Agrarische Onderzoekscorporatie (Embrapa).
Ze worden volledig in beslag genomen door het gevecht om te overleven, zegt Arraes. Wat volgens hem nodig is, is een sociaal beleid waarbij onder meer iets gedaan moet worden aan het "lage zelfbeeld" van de boeren.
Een minderheid van 480.000 van de 5,2 miljoen Braziliaanse boeren haalt 75 procent van alle landbouwinkomsten binnen, zegt de expert. Deze boeren gebruiken de technologie die door het in 1973 opgerichte Embrapa werd ontwikkeld.
Zo'n 900.000 boerenbedrijven behoren tot een soort middellaag die de stap naar hogere inkomsten zou kunnen maken, als ze de juiste technologie krijgen, zegt Arraes. Bij de rest van de boeren zal eerst ingezet moeten worden op het verbeteren van de levensomstandigden en bijscholing.

Grootste voedselproducent

Het verspreiden van landbouwtechniek is echter niet de taak van een wetenschappelijk instituut als Embrapa, legt Arraes uit. Dat moet zich concentreren op onderzoek. In 1990 werd de nationale organisatie die zich bezighield met het promoten van nieuwe landbouwmethoden, opgeheven. Inmiddels wordt gewerkt aan een heroprichting.
Embrapa is de belangrijkste bron van de know how die leidde tot een verdrievoudiging van de Braziliaanse opbrengst van granen, bonen en oliehoudende zaden in dertig jaar tijd. In diezelfde periode nam het aantal beplantte hectares slechts toe met 8 procent.
Technologie speelde een essentiële rol bij deze verhoging van de productiviteit, hoewel minder dan 10 procent van de landbezitters daar volledig gebruik van maakte.
Brazilië is momenteel wereldleider op het gebied van tropische landbouw. In 2025 moet het land de "grootste voedselproducent ter wereld zijn, met duurzame landbouw en bescherming van de biodiversiteit", zegt Arraes, die zich gespecialiseerd heeft in genetische verbetering.
Embrapa opent dit jaar vijf nieuwe kantoren en krijgt daarmee int totaal 45 onderzoekscentra, die zich op alle verschillende ecosystemen, gewassen en veesoorten in Brazilië richten. Een van de nieuwe kantoren gaat zich richten op biobrandstoffen, een ander op studies en training in tropische landbouw met de bedoeling om beter te kunnen inspelen op de binnen- en buitenlandse vraag naar technologie.
Embrapa krijgt momenteel meer verzoeken voor samenwerking uit het buitenland dan het aankan, zegt Arraes. Steeds meer onderzoekers vertrekken naar het buitenland, met name naar Afrika. Embrapa opende in 2006 een regiokantoor in Accra, de hoofdstad van Ghana.

Auteur: Mario Osava.

__________________________________________________________


Koning Auto en Keizer Hesp globaliseren in Rondônia

door Luc Vankrunkelsven

"Zolang de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk grenzeloos laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond, water en zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder afnemen"

Ik ben uitgenodigd voor een cursus van de CPT (Comissão Pastoral da Terra) in de westelijke Braziliaanse deelstaat Acre. Acre is een van vier deelstaten uit het uitgestrekte Amazonegebied: Rondônia, Acre, Amazonas en Roraima. Een oude droom wordt werkelijkheid: mensen ontmoeten die het Amazonegebied en zijn bewoners verdedigen.

Ik wil de grootste zijn
In de luchthaven van Brasília hangen grote outdoors (zo noemen ze dat hier in het 'Portugees') om de hoofdstad geluk te wensen. Precies vijftig jaar geleden werd de nieuwe site als stad van de toekomst ingehuldigd. De nu 102-jarige Oscar Niemeyer was haar architect. De Diestenaar Lucien Cruls berekende het midden van Brazilië en deed eind 19de eeuw een expeditie naar de plek die 60 jaar later nog een stuk van de ongerepte Cerrado was.
Nestlé maakt me nu met een blije banner attent op de grote feestelijkheden. Zelf is deze Zwitserse voedingsgigant al 80 jaar keizer in Brazilië. Nadien volgden de andere prinsen: Volkswagen, Mercedes, Monsanto, BASF en zovele andere hovelingen uit het buitenland.
In de buurt van het Nestlé-gejuich koop ik 'Dinheiro Rural. A revista do agronegócio Brasilieiro'. De titel zegt genoeg om de aandacht te trekken: op het platteland valt geld te verdienen. Midden in het tijdschrift staat een aankondiging van de 'Agrishow 2010'. In de plaats van suikerriet schept een landbouwmachine letterlijk geld van de akker.
De cover kondigt een interview aan met de grootste 'dona da soja'. Blijkbaar is niet meer Blairo Maggi de grootste, maar de Argentijn Gustavo Grobocopatel. Hij heeft een nieuwe jeito (manier van handelen) ontwikkeld om op korte tijd steenrijk te worden: 250.000 hectare (waarvan 50.000 in Brazilië) soja inzaaien en 2,5 miljoen ton oogsten, zonder zelf één hectare of één machine te bezitten.
Hij laat nu het Braziliaanse Vanguarda achter zich met 'maar' 210.000 hectare, Grupo Maggi met 'amper' 204.500 hectare en SLC Agrícola met 180.000 hectare. De nieuwe groep 'Los Grobo' haalt met zijn 250.000 hectare jaarlijks 700 miljoen dollar op. Letterlijk geld scheppen dus. De foto in het tijdschrift is nog zo zot niet.

Savannes vrágen toch om runderen!
We rijden met een busje van hoofdstad Porto Velho naar de deelstaat Acre. Acre was tot eind negentiende eeuw nog een deel van buurland Bolivia, maar werd toen vanwege rubberbelangen door Brazilië ingepikt. Deze geschiedenis maakt dat de Boliviaanse president Evo Morales anno 2010 nog altijd op zijn hoede is voor grote buur en 'imperialist' Brazilië.
Het weten dat twintig-dertig jaar geleden dit gebied nog ongerept Amazonewoud was, doet pijn aan de ogen. Al jaren las ik dat in Rondônia het heftigst ontbost werd. Je kan mooi de logica volgen: (althans in 't zuiden van de deelstaat) in 't begin koffie, dan runderen en jaren later, als de prijs van het groene goud goed zit: soja.
De koffieteelt heeft hier al van de jaren tachtig afgedaan. Sindsdien is het rücksichtslos: eerst runderen en dan, op termijn, soja-maïs. De eerste vijftien jaar is soja haast onmogelijk, omdat dan de boomwortels nog in de grond zitten. Daar veel kolonisatoren, vooral uit Zuid-Brazilië (mensen uit Paraná, die op hun beurt door de gaúchos van Rio Grande do Sul waren 'gecontamineerd') kwamen, werd Zuid-Rondônia eerst ontgonnen en staat daarom in deze streek nu al veel soja.
In Vlaanderen hebben we dikwijls discussies met hen die rundvlees verdedigen als wezenlijk onderdeel van de landbouw. 20 procent van het aardoppervlak bestaat inderdaad uit savannes, die vooral geschikt zijn voor herkauwers. Redenering is: "Zij kunnen van gras hoogwaardige producten (vlees en melk) maken om de wereldbevolking te voeden. Wij eten toch geen gras!"
Los van het feit dat we misschien ook zulke ecosystemen als savannes met een hoge biodiversiteit zouden kunnen in stand houden én dat er al volkeren woonden, klopt deze savannetheorie toch niet echt voor Brazilië.
Ja, er zijn de pampa's in Argentinië en Zuid-Brazilië. Er is de Pantanal in West-Brazilië, die jaarlijks overstroomt en waar je in dit grootste vogelreservaat ter wereld alleen met vee en toeristen uit de voeten kan. Er zijn de 'campos' in de zuidelijke deelstaten Santa Catarina en Paraná. Er is vooral de Cerrado, die zich over 11 deelstaten uitstrekt en qua biodiversiteit de belangrijkste savanne ter wereld is.
Wat blijkt: in veel van deze savannes staan inderdaad nog miljoenen runderen, maar de laatste jaren werden ze duchtig vol geplant met soja en suikerriet. Sojameel voor de internationale veevoederindustrie dus, gekoppeld aan sojaolie voor de keuken, maar vooral voor biodiesel ten behoeve van vrachtwagens en bussen; suikerriet voor suiker, maar hoe langer hoe meer voor ethanol voor Braziliaanse en Europese auto's. Over deze laatste commodity doet 'Dinheiro Rural' juichend. De perspectieven voor 'groene' ethanol zijn schitterend!

Biodiversiteit neemt af in het jaar van de biodiversiteit
Het smaakt bitter om te constateren dat de grote doelstellingen die de wereldleiders zich anno 2002 met de 'Conventie voor biologische diversiteit' voorhielden, absoluut niet gehaald worden. Tegen 2010, het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit, moest er een zichtbare rem komen op de wereldwijde afbraak van de biodiversiteit. Het tegendeel blijkt nu waar te zijn. Zo blijkt uit allerlei studies (1).
Zolang de Verenigde Staten en Europa hun ecologische voetafdruk grenzeloos laten uitdeinen tot in landen als Brazilië (waar grond, water en zon aanwezig zijn), zal de veelvormigheid aan leven verder afnemen.
Zolang de VS en de EU geen financiële compensaties willen geven voor het behoud van de Cerrado en het Amazonegebied, zal de vernietiging verder gaan. Bovendien beginnen de opkomende landen (Brazilië, China, India, Rusland) de Amerikaans-Europese levensstijl over te nemen, wat de druk op de planeet alleen maar doet toenemen. 'Koning auto en keizer hesp' worden geglobaliseerd.

Algemene rundvleesexplosie in Amazonia

In Rondônia, géén savanne, maar drastisch uitgedund Amazonegebied is het voorlopig nog het gouden kalf dat aanbeden wordt. De deelstaat kent al een tijdje een jaarlijkse groei van 16 procent. Dat is ver boven de gemiddelde groei van Brazilië, die tussen de 2,5 en 3 procent blijft hangen.
De rundveehouderij is een niet onbelangrijk onderdeel van deze Rondônia-boom. In 1996 waren er 3.937.291 runderen. Anno 2000 waren het er al 6.584.212, in 2004 10.678.728 'bois' (nvdr: runderen). In 2006 liepen er ongeveer 12 miljoen runderen op 6.550.000 hectare weiland rond tegenover 1.562.000 mensen: 7,6 keer meer runderen dan mensen. Anno 2010 gaat het al om 11 runderen per inwoner; meer dan 15 miljoen koebeesten.
Voor het hele Amazonegebied geldt een gelijkaardig verhaal, al is het minder extreem dan in Rondônia. Anno 1991 was er in het Amazonegebied niet genoeg vee om de eigen bevolking te voeden. Met de opmars van het vee in de regio verhoogde Brazilië de vleesexport van 500 miljoen dollar in 1995 naar 1,5 miljard in 2003. 80 procent hiervan komt uit het Amazonegebied.

Geopolitieke perspectieven
De wereldbevolking verdubbelde in vijftig jaar, maar in dezelfde periode vervijfvoudigde de consumptie van dierlijke proteïnen. Volgens toekomstprojecties van de Rabobank zal de vleesconsumptie de volgende 20 jaar nog met 40 procent stijgen, waarvan 70 procent voor rekening van Azië. China heeft nu al de helft van de wereldpopulatie van varkens, maar niet het water en de grond voor het veevoeder.
De opmars van soja en maïs zal dus nog toenemen in het water-grond-en-zon-land Brazilië. De consumptie van varkensvlees zal wereldwijd nog verhogen, van rundvlees afnemen. Het is uitgerekend dàt wat hier de volgende jaren zal gebeuren: terwijl het terrein de laatste twintig jaar door de agricultura familiar werd klaargemaakt met ontbossing voor rundvee, zullen velen van hen de volgende jaren (economisch) verjaagd worden.
Hun terrein wordt ingepikt. Het is nu 'limpa' (proper) om grootschalig soja in te zaaien. Ondertussen heeft IIRSA (Initiativa de Integração da Infraestrutura Sul-Americana), het internationaal opgezette plan om Latijns-Amerika te 'ontsluiten', de nodige wegen aangelegd om de commodities zo efficiënt mogelijk het land uit te krijgen.
Dit keer niet alleen richting Europa en Japan, maar vooral richting China. De internationale veevoederindustrie zal tegen dan met zijn 'Round Table on Responsabel Soy' (rondetafel over duurzame soja) wel het label binnen hebben dat hun soja 'maatschappelijk verantwoord' verklaart, want hij komt niet uit recent ontboste gebieden.
Inderdaad, het zal dan 30 jaar geleden gebeurd zijn.
Wat is 'recent' in het opsouperen van de planeet aarde?

Sojafiltsen op Wervel-website
http://www.wervel.be/sojaflitsen


__________________________________________________________


Computerafval maakt Chinezen ziek

GUIYU, 3 mei 2010 (IPS) - Nergens ter wereld hangen meer dioxines in de lucht dan in de Zuid-Chinese stad Guiyu. Meer dan vijfduizend veelal kleine bedrijfjes verhitten en verpulveren er onderdelen van computers en tv-toestellen om de kostbare metalen te recupereren die erin verwerkt zitten. Pas in 2011 wordt een strengere wet van kracht die de gezondheid van arbeiders en omwonenden beter moet beschermen.


De plaatselijke overheid schat dat in Guiyu elk jaar 1,7 miljoen ton afgedankte computers, tv-toestellen, mobieltjes en andere elektronische toestellen wordt verwerkt. Arbeiders die vanuit alle uithoeken van China naar Guiyi zijn getrokken, halen de toestellen uit elkaar en gaan de onderdelen te lijf met gasbranders en chemische stoffen om er goud, platina en andere waardevolle metalen uit te halen.

Recordvervuiling

Drie jaar geleden stelde de Chinese Academie van Wetenschappen vast dat de omgeving van Guiyu extreem vervuild is. De Lianjiang, de rivier die door Guiyu voert, is de zwaarst vervuilde waterloop in de hele provincie Guangdong. Zowel in het water als in het slib in de rivier zitten hoge concentraties nikkel, cadmium, lood, kwik en arsenicum.
De arbeiders, die vaak nog geen euro per uur verdienen, ademen tien uur per dag dampen in van smeulend plastic en van de chemische stoffen die ze gebruiken om verschillende kostbare metalen te isoleren.
De voorbije jaren kwamen er halfslachtige maatregelen om de problemen in te dammen. In 2006 al maakte het stadsbestuur van Guiyu plannen bekend om de verwerking op een hoogtechnologische en groene leest te schoeien. Maar die voornemens hebben blijkbaar nog niet veel uitgehaald. Recent gepubliceerde studies van onderzoekers van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Shantou tonen aan dat er zich in 2008 nog gevaarlijke concentraties lood, cadmium en PBDE's - giftige ingrediënten van vlamvertragers - in het bloed van de kinderen van arbeiders uit Guiyu bevonden. Er komen ook meer gevallen van kanker en hersenverlamming voor.

Onderzoek ongewenst

Het onderzoek wordt bemoeilijkt door het feit dat zieke arbeiders meestal weer naar hun geboortestreek vertrekken en dus moeilijk op te sporen zijn. Veel eigenaars van verwerkingbedrijfjes laten niet toe dat er bij hun arbeiders bloedstalen worden genomen.
Voor de ondernemers die profijt halen uit de afvalverwerking, is er geen vuiltje aan de lucht. "Ik werk hier al tien jaar, en ben nooit ziek geworden", zegt Lin Banghong, een bestuurder van een plaatselijk ziekenhuis die ook voor een bedrijf werkt dat elektronisch afval aanvoert en de recyclageproducten verkoopt. Net als de meeste andere bestuurders van het ziekenhuis leeft Lin in Shantou, een nabijgelegen stad. Het ziekenhuis draagt de naam van een magnaat die groot werd met elektronisch afval. Van hem komt het geld waarmee de medische instelling werd opgezet. Het ziekenhuis werkt niet meer mee met het afnemen van bloedstalen omdat dat "te veel werk met zich meebrengt."
China produceert volgens de VN zelf ongeveer 2,3 miljoen ton elektronisch afval per jaar. Maar 90 procent van het afval dat in Guiyu wordt verwerkt, komt uit het buitenland, schat Jim Puckett van het Basel Action Network, een actiegroep die zich verzet tegen het transport van giftig afval.

Auteur: Michael Standaert.

__________________________________________________________



Crisis houdt 53 miljoen mensen meer arm

WASHINGTON, 25 april 2010 (IPS) - De economische crisis zorgt ervoor dat er in 2015 nog ongeveer 53 miljoen mensen meer extreem arm zullen zijn dan wanneer de wereldeconomie goed was blijven draaien. Dat staat in een rapport dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vrijdag (23 april) hebben gepresenteerd. Voor de Wereldbank is iemand extreem arm als hij of zij hoogstens 1,25 dollar (93 eurocent) per dag kan besteden.

Het rapport bekijkt de perspectieven voor de Millenniumdoelen, acht belangrijke ontwikkelingsdoelstellingen die de internationale gemeenschap tegen 2015 wil waarmaken. Zo moet tegen dan bijvoorbeeld het aantal extreem armen in de wereld gehalveerd zijn. Dat lukt nu door de crisis net niet, zeggen het IMF en de Wereldbank. Tegen 2015 zullen er waarschijnlijk nog 920 miljoen mensen moeten rondkomen met 1,25 dollar of minder per dag; in 1990 waren dat er 1,8 miljard.

Honger
Ook de halvering van het aantal mensen dat honger lijdt tegen 2015 lijkt steeds minder haalbaar. Dat heeft te maken met de crisis, maar ook met de forse stijging van de voedselprijzen in 2008. Dergelijke schokken hebben grote gevolgen in arme landen omdat veel mensen er weinig reserves hebben en vaak ook niet op uitkeringen kunnen rekenen.
Veel ontwikkelingslanden hebben de crisis gelukkig al grotendeels achter zich gelaten. Volgens het rapport zullen ze dit jaar een economische groei van gemiddeld 6,3 procent kennen, heel wat beter dan de 2,4 procent van het voorbije jaar.
Toch heeft de korte recessie schrijnende gevolgen. De Wereldbank voorspelt dat de crisis tussen 2009 en 2015 indirect aan 1,2 miljoen kinderen jonger dan vijf het leven zal kosten. Honderdduizenden kinderen zullen er niet in slagen de lagere school af te maken en miljoenen zullen verstoken blijven van zuiver water.

Hulp
De Wereldbank en het IMF waarschuwen dat veel ontwikkelingslanden extra hulp nodig zullen hebben. Ze hebben de geldkraan immers opengedraaid om de binnenlandse vraag overeind te houden en arme burgers bijstand te kunnen leveren. Daardoor is hun schuldenlast toegenomen. Extra ontwikkelingshulp en schuldkwijtschelding zouden dus op hun plaats zijn.
De Wereldbank en andere ontwikkelingsbanken hebben sinds het beging van de crisis al meer dan 150 miljard dollar (112 miljard euro) toegezegd aan ontwikkelingslanden, en het IMF heeft 175 miljard dollar (131 miljard euro) ter beschikking gesteld. Maar veel donorlanden maken volgens het rapport hun eerdere financiële beloften niet waar. De landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) gaven in 2009 wel 0,7 procent meer uit aan ontwikkelingshulp dan in 2008, maar ze hadden nog veel meer in het vooruitzicht gesteld, vooral voor Afrika.
IPS(PD)

__________________________________________________________


Bolivia wil het 'Goede Leven' exporteren
Franz Chávez

COCHABAMBA, 21 april 2010 (IPS) - "Goed Leven" is de filosofie waardoor de Boliviaanse regering de nieuwe grondwet liet inspireren. Volgens de opstellers kan de filosofie een basis worden voor een wereldwijde beweging tegen consumentisme, plundering van natuurlijke hulpbronnen voor commercieel gewin en de huidige ontwikkelingsmodellen.
Raúl Prada, de vice-minister voor strategische planning voormalig lid van het team dat de Boliviaanse grondwet herschreef, stak gisteren de loftrompet over de nieuwe wet, een initiatief van de inheemse president Evo Morales.

Voor de nieuwe grondwet werd uitgebreid gesproken met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Socioloog Prada ziet in het Boliviaanse programma een goed 'exportproduct', omdat het "biodiversiteit beschermt, de landrechten van de inheemse bevolking respecteert en waterbronnen behoudt."

Het inheemse concept van "Goed Leven" contrasteert volgens de aanhangers met "Beter leven", omdat het inhoudt dat aan alle basisbehoeften tegemoet wordt gekomen terwijl tegelijkertijd in harmonie met de natuur geleefd wordt. Beter leven zou gericht zijn op steeds meer materieel gewin ten koste van de natuur.

Inheems wereldbeeld

"Het is een voorstel waarin het traditionele inheemse wereldbeeld verwerkt is en dat goed aansluit bij antikapitalistische en milieubewegingen die zich inzetten voor de planeet", zei Prada gisteren op de eerste dag van de Wereldvolksconferentie over Klimaatverandering en de Rechten van Moeder Aarde. De conferentie in Cochabamba duurt nog tot en met donderdag.

Nadat Morales in januari 2006 aan de macht kwam, werd een proces voor een nieuwe grondwet in gang gezet. Doel was om de natuurlijke rijkdommen van het land terug te geven aan de Bolivianen en de rechten van de verarmde, inheemse bevolking, arbeiders en vrouwen te verbeteren.

Een van de pijlers was "Goed Leven" wat verwijst naar de inheemse waarde om respectvol met de natuur om te gaan. "Dat klinkt mooi", zei Trond Norheim, milieudeskundige bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), die de toespraken van de Boliviaanse overheidsvertegenwoordigers volgde. "Maar er bestaan verschillende levensstijlen in de samenleving en we moeten ook weten wat "Goed Leven" concreet voor stadsbewoners betekent. Met alleen toespraken komen we er niet."

Ondanks deze kanttekening, zegt Norheim het Bolivaanse model met interesse te volgen, omdat het groepen met lage inkomens de mogelijkheid geeft hun rechten op te eisen in plaats van "alles aan de overheid over te laten."

Volgens de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos, actief betrokken bij het Wereld Sociaal Forum, is de nieuwe Boliviaanse grondwet gebaseerd op drie democratische pijlers: representativiteit, participatie van alle sociale actoren en het herstel van gemeenschapswaarden. "Een concept dat de vreedzame coëxistentie tussen mensen ten goede zal komen", zegt hij.
Dekolonisatie

Prada beschreef het Boliviaanse model als een samenkomen van de inheemse behoefte aan "dekolonisatie" en de hernationalisatie van natuurlijke hulpbronnen. Hij verwees naar de gasoorlog uit 2003, een maand van protesten tegen plannen om Boliviaans aardgas te exporteren. De affaire zorgde voor de val van de rechtse regering van Gonzalo Sánchez de Lozada.

Carlos Villegas, hoofd van het staatsolie- en gasbedrijf YPFB, sprak over de hernationalisatie van de gasreserves en de rechten van de inheemse bevolking om controle uit te oefenen op het gebruik van natuurlijk hulpbronnen.

De inheemse bevolking in zuidoost Bolivia, waar zich de op een na grootste voorraad aardgas van Latijns-Amerika bevindt, wordt nu geconsulteerd voordat bedrijven toestemming krijgen om fossiele brandstofbronnen te exploiteren op hun land. Ook moet hiervoor nu betaald worden. Aardgas is voor de Boliviaanse regering de belangrijkste bron van inkomsten.

IPS(JS, JG)


__________________________________________________________


Boomzaden zorgen voor zuiver water

BRUSSEL, 11 maart 2010 (IPS) - Een duizend jaar oude Indiase methode om water te zuiveren door middel van boomzaden is beloftevol in de strijd tegen ziektes die door water worden overgedragen. Canadese onderzoekers pleiten ervoor de methode overal ter wereld te gebruiken.

In India worden al sinds mensenheugenis geplette zaden van de Moringa Oleiferaboom toegevoegd aan water. De zaden reduceren de aanwezigheid van bacteriën met meer dan 90 procent en maken het water bovendien veel minder troebel. De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat de zaden ook elders in de wereld kunnen helpen in de strijd tegen ziekten die via water overgedragen worden, zoals cholera of dysenterie. Ze publiceerden hun bevindingen in Current Protocols in Microbiology.

Miljard mensen
In Azië, Afrika en Latijns-Amerika moeten meer dan een miljard mensen het stellen met onzuiver drinkwater. Jaarlijks sterven daardoor naar schatting meer dan een miljoen kinderen aan diarree.

De onderzoekers beseffen dat hun voorstel de strijd voor schoner drinkwater niet kan winnen, maar dat het wel een goedkope methode is die snel toegepast kan worden.
De Moringa Oleiferaboom heeft bovendien nog meer voordelen: hij is bestand tegen droogte en levert goede meststof, medicinale producten en voedingsbestanddelen. Bovendien kan van de zaden olie gemaakt worden die geschikt is om mee te koken of als brandstof. Zo ontstaat een win-winsituatie: de geplette zaden voor de productie van olie zijn nog prima geschikt om water te zuiveren.

Joren Gettemans
IPS(JG, JS)

__________________________________________________________


Biobriketten moeten Congolees regenwoud redden

BUKAVU, 10 maart 2010 (IPS) - Milieubeschermers in het oosten van Congo experimenteren sinds enkele maanden met briketten op basis van oogstafval, papier en bladeren. Die brandstof is goedkoper en vervuilt minder dan de houtskool waarvoor veel bomen sneuvelen. Emmanuel de Mérode, de Belgische directeur van het Virungapark, maakt zich sterk dat binnen anderhalf jaar 300.000 mensen in het oosten van Congo zullen zijn overgeschakeld op de milieuvriendelijke briketten.

In de biobriketten worden afgevallen boombladeren, schors en fruitschillen verwerkt, maar ook zagemeel, papier en oogstafval van rijst, bonen, maïs en suikerriet. De nieuwe brandstof werd ontwikkeld door het bekende Virungapark in het oosten van Congo, het Congolees Instituut voor Natuurbescherming (ICCN) en ERND, een Congolees netwerk dat zich toelegt op milieu en ontwikkeling.

De briketten worden onder meer gemaakt in Rutshuru, op ongeveer 70 kilometer van Goma. Het ICCN helpt er drieduizend mensen het productieproces onder de knie te krijgen. Sommige dorpelingen leren ook hoe ze een maximaal aantal afnemers kunnen vinden voor de briketten. Er worden ook briketten gemaakt en verspreid in Cidodobo, een gemeente op 25 kilometer van Bukavu, de hoofdstad van Zuid-Kivu.

Geen rook

In Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, kosten 60 kilogram biobriketten ongeveer 9 euro. Voor een gelijke hoeveelheid houtskool vragen handelaars minstens 18 euro. Voor de verbruikers is de keuze snel gemaakt. Als de verhouding tussen de verschillende grondstoffen klopt, produceren de nieuwe briketten ook nauwelijks rook.

Bovendien verlost de productie steden en dorpen van bergen huishoudelijk afval. Maar de initiatiefnemers hopen vooral dat de alternatieve brandstof de strijd tegen de ontbossing kan helpen winnen. "Als we de komende vijf jaar niet ingaan op de vraag naar brandstof van de mensen die hier leven, dreigt heel het zuidelijke deel van Virungapark kaalgeslagen te worden", zegt de Mérode in een telefonisch interview.

Om een kilogram bonen te koken, een van de belangrijkste levensmiddelen in Goma en Bukavu, is anderhalve kilogram houtskool nodig. Volgens de Mérode komt het leeuwendeel van de houtskool die in Noord-Kivu wordt gebruikt, van bomen die in het 8000 vierkante kilometer grote Virungapark zijn omgehakt. Zowat 1600 vierkante kilometer van het beschermde gebied is al lelijk toegetakeld door illegale houtkap. In het Virungapark leven onder meer gorilla's, nijlpaarden en tal van zeldzame vogelsoorten.

Baudry Aluma
IPS(PD, JG)

__________________________________________________________


Windriem maakt stroom zonder molen

BRUSSEL, 9 maart 2010 (IPS) - De windriem, een eenvoudig apparaatje dat stroom opwekt uit wind, kan een doorbraak betekenen voor gezinnen in ontwikkelingslanden.

De windriem is een vernieuwende technologie omdat het voor het eerst windenergie opwekt zonder draaiende elementen, in tegenstelling tot allerlei bestaande types windmolens. In de plaats daarvan maakt het toestel gebruik van een gespannen riem die wappert in de wind. Door de beweging van de riem wordt via een magneet stroom opgewekt.

Het idee van uitvinder Shawn Frayne won in 2007 al prijzen en is nu op punt gesteld in samenwerking met windenergiebedrijf Humdinger Wind Energy LLC. Het bedrijf heeft verschillende types ontwikkeld.
Het kleinste type, de MicroWindbelt, meet amper 12 bij 3 centimeter en kan energie leveren voor kleine sensoren of draagbare elektronica. Een groter model is ongeveer een meter lang en levert 3 tot 5 watt, genoeg stroom voor een spaarlamp of andere toestellen die maar weinig stroom nodig hebben. De toestellen kunnen gecombineerd worden in panelen die per vierkante meter tot honderd watt kunnen leveren.
Dat is niet genoeg voor een gemiddeld Europees huishouden, maar levert goedkopere energie dan zonnepanelen en vooral interessant voor het beperkte gebruik van gezinnen in ontwikkelingslanden waar voldoende wind beschikbaar is. Om optimaal te werken is windkracht 4 nodig, maar ook bij lagere snelheden wordt stroom geproduceerd.

Joren Gettemans
IPS(JG, RP)

__________________________________________________________


Brazilië wil ongelijkheid weg tegen 2022

RIO DE JANEIRO, 8 maart 2010 (IPS) - Brazilië wil "radicaal minder ongelijk" en "minder kwetsbaar" zijn tegen de tweehonderdste verjaardag van zijn onafhankelijkheid in 2022. Het Braziliaanse ministerie van Strategische Zaken werkt daarvoor aan een ambitieus plan.

Plan 2022 moet voor de zomer klaar zijn, zegt minister Samuel Pinheiro Guimarães. Concrete doelstellingen wil hij nog niet geven. Maar Brazilië moet volgens hem in de eerste plaats nog veel verder gaan met de herverdeling die de voorbije jaren al veel Brazilianen uit de ergste armoede haalden.
Nu profiteren ongeveer 55 van de 192 miljoen Brazilianen van uitkeringen aan gezinnen die hun kinderen langer op school houden. Er zijn ook programma's om arme boeren meer afzetmogelijkheden te bieden en kwetsbare groepen goedkoper aan eten te helpen.

Volgens minister Guimarães moeten er de komende jaren nog meer van dergelijke initiatieven komen, die nog meer mensen bereiken. Zijn plan zal ook maatregelen bevatten om vrouwen en inheemse groepen meer kansen te bieden, achtergebleven regio's te steunen en de grote welvaartskloof tussen de steden en het platteland te versmallen.

Meer inspraak
Op politiek vlak moet Brazilië volgens het plan nog democratischer worden en vooral meer inspraak toelaten. In internationaal opzicht wil Brazilië minder kwetsbaar worden door een permanente zetel te verwerven in de VN-Veiligheidsraad en een grotere rol te gaan spelen in andere internationale organisaties.

Plan 2022 heeft ook oog voor de militaire macht van Brazilië. De omvang van het Braziliaanse leger "staat niet in verhouding tot de uitgestrektheid van het land" en de militaire begroting is naar verhouding veel kleiner dan die van de buurlanden, zegt Guimarães.

De Braziliaanse economie moet volgens minister Guimarães efficiënter worden door de wisselwerking tussen de ondernemingen in het land te versterken. Daartoe zullen meer spoorlijnen, havens en luchthavens worden gebouwd. Brazilië behoort al tot de grootste economieën ter wereld, maar moet dat ook op het vlak van onderzoek en ontwikkeling waarmaken.

Guimarães geeft toe dat er geen garantie is dat Plan 2022 wordt overgenomen door de komende regeringen. Dit jaar zijn er presidentsverkiezingen in Brazilië, en voorlopig heeft de oppositie de beste kaarten. Maar volgens de minister vormen het terugdringen van de ongelijkheid en de verhoging van de productiviteit doelstellingen waaraan elke Braziliaanse regering veel belang hecht.

Mario Osava
IPS(PD)


__________________________________________________________


700.000 mensen hebben voedselhulp nodig in Malawi

BLANTYRE, 26 februari 2010 (IPS) - Meer dan 700.000 mensen zullen dit jaar wellicht voedselhulp nodig hebben in Malawi. De oorzaak is ongewone droogte in het zuiden en centrum van het Afrikaanse land. Experts zeggen dat het land te afhankelijk is geworden van maïs.

Maïsboerin Anita Yunus woont al meer dan dertig jaar bij de Mulanjeberg in het zuiden van Malawi. Ze kan zich niet herinneren dat er ooit droogte is geweest in de streek. De laatste kwarteeuw kende Malawi vier grote droogtes, maar telkens bleef de Mulanje gespaard. "Ik weet niet wat voor straf dit is", zegt de 53-jarige Yunus. "We hebben altijd zeer goede regens gehad, misschien dankzij de berg, maar ik kan niet uitleggen wat er nu aan de hand is."

Mulanje is een van de grote maïsregio's van Malawi. Volgens overheidscijfers produceerde de streek vorig jaar een derde van Malawi's totale maïsoogst van 3,5 miljoen ton. Behalve Mulanje zijn nog zes andere districten in het zuiden en het centrum van het land door droogte getroffen.
Het regenseizoen in Malawi start begin december en loopt tot maart. Maar in de getroffen districten heeft het nog niet of slechts onregelmatig geregend.

Volgens officieuze cijfers is meer dan 30.000 hectare landbouwgebied daardoor getroffen. Tot 120.000 gezinnen, ongeveer 720.000 mensen, zouden voedselhulp nodig kunnen hebben in de streek. De overheid verwacht dat de nationale voedselproductie dit jaar 30 procent lager ligt dan vorig jaar. In het zuiden alleen kan de daling tot 60 procent oplopen.

De regering heeft nu 76 miljoen dollar vrijgemaakt voor voedselhulp. Volgens het ministerie van Financiën moet dat geld naar de aankoop van voedsel voor de getroffen gezinnen gaan.

Genoeg voedsel

Volgens president Bingu wa Mutharika zal Malawi dit jaar nog voldoende produceren om zichzelf te kunnen voeden. Er zal alleen geen overschot zijn om te exporteren.

Yunus, een weduwe, is niet zeker of zij en haar drie kinderen het overleden als ze dit jaar geen maïs oogst. "Dat er genoeg voedsel is voor het land, is iets wat politici zeggen. Ze hebben het over iedereen. Ik heb het over mezelf en over enkele andere gezinnen die ik ken."

Economieanalist Mavuto Bamusi acht een nationaal overschot mogelijk maar de voedselzekerheid op het niveau van de gezinnen is nog steeds een probleem. Dat komt deels doordat maïs niet gemakkelijk beschikbaar is en sommige gezinnen te arm zijn om het te kopen. "De maïs bevindt zich in de nationale silo's", zegt hij. "Veel gezinnen in Malawi hebben niet het hele jaar door voedsel. Daardoor rijst de vraag hoe de regering dit extra budget moet spenderen."

Afhankelijk van maïs

Victor Mhoni, coördinator van het Civil Society Agriculture Network (Cisanet), zegt dat de droogte Malawi's afhankelijkheid van maïs heeft benadrukt. "Zolang we onze voedselmand alleen met maïs vullen en blijven vertrouwen op door regen gevoede landbouw, blijven we een kwetsbaar land."

Mhoni beschuldigt de regering ervan die afhankelijkheid van maïs in stand te houden door landbouwers aan te moedigen maïs te kweken, vooral in gebieden die het ook goed doen in andere gewassen. Een goed voorbeeld is het eiland Likoma in het Malawimeer. Voordat het subsidieprogramma in 2005 van start ging, hingen de mensen daar vooral van maniok af. Nu kweekt het eiland steeds meer maïs, die langzaam maniok verdringt als belangrijkste voedselgewas voor de 10.000 inwoners.

Charles Mpaka
IPS(RP, JG)

__________________________________________________________

Wedloop op biobrandstoffen

24 februari 2010 (MO) - Meer dan twee miljoen hectare. Dat is de oppervlakte van westers gefinancierde plantages voor energiegewassen in Afrika. De investeerders in biobrandstoffen hebben van 12 tot 15 april rendez-vous in Johannesburg voor de jaarlijkse African Biofuels conferentie. Ze debatteren er over hun businessperspectieven in Afrika, het toekomstige eldorado voor het groene goud. Worden de Afrikanen daar ook beter van?

Dé vraag is of deze energie-opportuniteit voor rijke landen een ontwikkelingskans voor de lokale bevolking inhoudt.
Er moet dit jaar een nieuw klimaatakkoord komen om het aflopende Kyoto-protocol te vervangen. Zowel kleine investeerders als olie- en agro-giganten geloven dat energiegewassen binnen dat nieuwe akkoord aan belang zullen winnen. Ze schuiven met contacten en kapitaal op het Afrikaanse schaakbord, in de hoop op grote winsten. De energielandbouw krijgt echter nu al vaak het verwijt dat hij een nieuwe kolonisering van Afrika inluidt.
De Europese Unie wil tegen 2020 tien procent van haar petroleumverbruik vervangen door "groene" brandstoffen. De Verenigde Staten mikken op vijftien procent tegen 2017. Om die ambities waar te maken zullen beide economische grootmachten een aanzienlijk deel van die biobrandstoffen moeten invoeren. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) schat dat de toenemende vraag naar biobrandstoffen over twintig jaar zo'n 53 miljoen hectare landbouwgrond wereldwijd kan innemen.

Drie Belgische spelers
Volgens het Copernicus Instituut aan de Universiteit van Utrecht heeft Afrika grote troeven om de grootste leverancier van landbouwenergie te worden. Het continent beschikt met 807 miljoen hectare over het grootste deel van het vruchtbare land van de planeet én de arbeidskracht is er goedkoop.
Om de ontwikkeling van energielandbouw in Afrika te stimuleren, verlaagden of schrapten zowel de EU als de VS de invoerrechten op biobrandstoffen uit Afrikaanse landen -ze worden gewoon behandeld als andere landbouwproducten.
De Europese Commissie maakte onlangs 200 miljoen euro vrij om projecten voor duurzame energie in Afrika te financieren. Het grootste deel van de investeringen gebeurt in de sector van de biobrandstoffen. Dé vraag is of deze energie-opportuniteit voor de rijke landen tegelijk ook een ontwikkelingskans voor de lokale bevolking inhoudt.
In Afrika lopen vandaag minstens zeventig biobrandstof-projecten in 28 landen, gefinancierd door een veertigtal Amerikaanse en Europese investeerders. Samen zijn deze projecten goed voor meer dan twee miljoen hectare. Op het schaakbord van de "groene toekomst" nemen deze westerse investeerders het op tegen veroveraars uit Brazilië, Saoedi-Arabië en Aziatische groeilanden. De Chinese projecten in de Congo en Zambia zouden wel 4,5 miljoen hectare kunnen beslaan.
België is in deze wedloop vertegenwoordigd door drie grote spelers:
" Felisa (een pionierbedrijf in de jatrophateelt in Tanzania -jatropha is een struik die niet-eetbare maar olierijke vruchten voortbrengt, ideaal voor de productie van biodiesel),
" Alcogroup (eerste Europese invoerder van bio-ethanol, aanwezig in Zuid-Afrika en Mauritius) en
" Socfinal (dat palmolieplantags uitbaat in Kameroen). Een filiaal van Socfinal, Socapalm, toonde zich in 2007 op een biobrandstoffenconferentie in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou geïnteresseerd in de markt van de biodiesel. Het heeft intussen ook al lokale proeven gedaan.
Om van de experimenteerfase over te gaan op de commercialiseringsfase, moeten de bedrijven de bewerkte oppervlakte gevoelig uitbreiden. Het bedrijf Felisa heeft in Tanzania voorlopig vijfduizend hectare in cultuur gebracht. Maar het wil uiteindelijk veertig miljoen liter biodiesel per jaar produceren. Volgens de in Kenia gevestigde ngo African Biodiversity Network (ABN) heeft Felisa daarvoor zijn oog laten vallen op 60.000 hectare extra. ABN vreest dat de onteigening van deze collectieve landbouwgronden gepaard zal gaan met het verdrijven van de lokale boeren.
Felisa is overigens niet alleen. De Britse bedrijven Sun Biofuels en ESV Biofuels, de Nederlandse BioShape en Diligent, het Amerikaanse Wilma, het Zweedse Sekab, de Duitsers van Prokon… samen hebben een veertigtal investeerders honderdduizenden hectare palmolie, jatropha (voor biodiesel) en suikerriet (voor bio-ethanol) in cultuur. Dat leidt tot toenemende spanningen.
In oktober 2009 meldde de Keniaanse krant The East African dat meer dan 5000 rijstboeren van hun grond verjaagd dreigden te worden. Geconfronteerd met het algemeen verzet, besliste de regering enkele dagen later om alle investeringen in het energiegewassenproject te bevriezen en voorlopig geen land meer toe te wijzen aan nieuwe buitenlandse investeerders.

Jathropa als antwoord
De situatie in Tanzania illustreert perfect het dilemma waarin veel Afrikaanse landen zich bevinden. Ze willen enerzijds mee profiteren van de beloften die energiegewassen inhouden, anderzijds willen ze de belangen van de lokale gemeenschappen ook verdedigen. De nieuwe bedrijfstak zou in het beste geval ook kunnen zorgen voor een lagere oliefactuur, terwijl er zich rond de biobrandstoffen een broodnodige exportindustrie zou kunnen ontwikkelen.
'Biobrandstoffen kunnen zorgen voor een landbouwrenaissance, het grondgebruik nieuw leven inblazen en zorgen voor een verbetering van de middelen om te overleven op het platteland', bevestigt Lorenzo Cotula van het International Institute for the Environment and Development (IIED) in Londen. De ervaring in sommige West-Afrikaanse landen bevestigt die opportuniteiten.
In Mali, bijvoorbeeld, gebruikt men kleine, familiale jatropha-aanplantingen om een ruraal elektriciteitsnetwerk op te bouwen. Cotula: 'Of de komst van energiegewassen positief of negatief is, hangt voor een groot deel af van de rechtszekerheid van het bestaande grondbezit. De snelle verspreiding van de commerciële productie van energiegewassen kan resulteren -en resulteert reeds- in de verwijdering van de armsten van de grond waarvan ze afhankelijk zijn.'

Dat probleem heeft zich alvast voorgedaan in Mozambique, waar het Britse bedrijf CAMEC/BioenergyAfrica een groot bio-ethanolproject van 30.000 hectare runt onder de naam Procana. Dit project heeft geleid tot de verdrijving van meer dan duizend families, die nog altijd in een gevecht om schadeloosstelling gewikkeld zijn. In Ghana probeerde het Noorse Biofuel Africa zelfs gebruik te maken van het systeem van traditioneel collectief grondbezit om de hand te leggen op een gebied van 38.000 hectare.
'Het bedrijf eiste het legale eigendom van het gebied op nadat het een ongeletterde lokale chef ertoe gebracht had zijn vingerafdruk te zetten onder een verklaring van afstand van het grondgebied', vertelt Bakari Nyari, ondervoorzitter van de Ghanese ngo Rains. Na het juridische gevecht dat op zijn démarche volgde, moest het Noorse bedrijf uiteindelijk van zijn opzet afzien.

Deze tegenslag belette Biofuel Africa, dat nog 6600 hectare bezit, niet om in oktober 2009 toch van start te gaan met de eerste commerciële jatropha productie-eenheid in West-Afrika. Jatropha, zo zweren de investeerders, groeit makkelijk op marginale, weinig vruchtbare en droge grond. Daarmee lijkt de industrie een antwoord te geven op de kritiek die ze te verwerken kreeg tijdens de acute voedselcrisis van 2008.
De Wereldbank schatte toen dat de bio-energie-industrie verantwoordelijk was voor 75 procent van de voedselprijsstijgingen. De toenemende vraag naar granen en landbouwgrond voor voedsellandbouw en energiegewassen jaagt de prijzen de hoogte in. Dat probleem, stelt de industrie, doet zich niet voor met jatropha. Een kwart van alle "marginale gronden" ter wereld bevindt zich in Afrika, en dus kan de biodieselindustrie er rustig groeien zonder in competitie te treden met veeteelt of landbouw.
Nochtans is de cultivatie van jatropha op grote schaal niet zonder gevaren. Om het rendement van de investeringen te verhogen schrikken sommige investeerders er immers niet voor terug om meteen ook de meer vruchtbare gronden te annexeren. De ngo Friends of the Earth schrijft in een rapport van mei 2009: 'In Swaziland hebben ngo's meerdere gevallen vastgesteld van boeren die verkiezen jatropha te telen onder contract met de Britse bedrijven D1 Oils en BP, in plaats van eetbare gewassen te telen.'
En de Ethiopische ngo Melca Mahiber stelt dat, tot dusver 'bijna alle energiegewassen geteeld worden op vruchtbare grond of in voormalig bosgebied'. Een Brits bedrijf zou zijn plantage op marginale gronden ingewisseld hebben voor een plantage op vruchtbaar land, waar het ook kon profiteren van gunstige regenpatronen.
Bovendien, zegt het International Institute for the Environment and Development (IIED), zijn veel van de marginale gronden, die beschikbaar zijn voor investeerders, in feite levensnoodzakelijke hulpbronnen voor het overleven van groepen nomaden, herders of ontheemden die er hout of wilde vruchten verzamelen.

Oncontroleerbare expansie
Om de rendabiliteit van hun investeringen te verzekeren, rekent de agro-energielobby op een herziening van het Kyoto-protocol dat in 2012 afloopt. De klimaattop in Kopenhagen was een struikelende stap in het lange proces dat finaal tot een nieuw akkoord voor de beperking van de uitstoot van broeikasgassen moet leiden. De belangrijkste werf in dat proces is de hervorming van de Clean Development Mechanisms (CDM's).
Dankzij dat mechanisme verwerven bedrijven uit industrielanden koolstofkredieten als ze in ontwikkelingslanden investeren in projecten die de uitstoot van CO2 beperken -zoals het aanplanten van bossen. Die kredieten kunnen ze daarna doorverkopen aan bedrijven die daaraan behoefte hebben om de vervuiling die ze veroorzaken te compenseren.
Er liggen nu voorstellen op tafel die de definitie van het aanplanten van bossen zouden uitbreiden tot alle soorten plantages, inclusief de energiegewassen. De consequentie daarvan zou zijn dat een controversieel project als dat van het Italiaanse energiebedrijf ENI -waardoor 70.000 hectare woud vervangen zou worden door oliepalmen- in aanmerking zou komen als CDM.
Indien de hervorming deze richting uitgaat, kunnen de investeerders niet enkel winst maken op de uitvoer van biobrandstoffen, maar ook op de massale verkoop van koolstofkredieten aan de VS en Europa. Het Canadese bedrijf Carbon2Green heeft recent een aanvraag ingediend om zijn jatrophaproject in de Democratische Republiek Congo te laten erkennen voor het verkrijgen van koolstofkredieten. Indien dit toegestaan wordt, zal dit project het eerste in zijn soort zijn dat geld oplevert op basis van CDMs.
De hele koolstofkredietenhandel dreigt ook voor een oncontroleerbare expansie van de energiegewassen te zorgen. 'De beschikbare middelen zullen vooral naar industriële monoculturen gaan, terwijl de kleine producenten erg weinig kans maken om er mee van te profiteren', stelt een publicatie van september 2009 van de Britse vereniging Biofuel Watch.

Het IIED doet daar nog een schepje bovenop: zoveel te winstgevender de energiegewassenhandel wordt, zoveel te meer mensen, middelen en gronden er naar deze sector zullen gaan. Op een bepaald moment zal dan de vraag gesteld worden hoeveel grond en hoeveel boeren er nog beschikbaar zijn om voor voedsel te zorgen. De vrees dat de energiegewassen een negatieve impact zullen hebben op de voedselzekerheid van de Afrikanen duikt daardoor met vernieuwde urgentie opnieuw op.
Is het mogelijk om tezelfdertijd de honger te bestrijden -waarvan bijna 265 miljoen Afrikanen het slachtoffer zijn- én de opwarming van het klimaat, én in een beweging ook nog de economieën van de rijkste landen te stimuleren? En als er gekozen moet worden, wie gaat die keuze dan bepalen en in wiens voordeel zal die keuze uitvallen? Als de conferenties van eind 2009 een teken aan de wand zijn, dan ziet het er niet goed uit. De grootmachten vonden het niet nodig om naar Rome te reizen in november om de Voedseltop bij te wonen. Maar ze waren in december wel in Kopenhagen om te discussiëren over de 'groene' koolstofkredietenhandel.
www.AfricaReportingProject.org

Stefano Valentino en Luc Ihaddadene.

__________________________________________________________


Uruguayanen bouwen huizen van aarde en stro
Inés Acosta

CIUDAD DE LA COSTA, 23 februari 2010 (IPS) - Steeds meer Uruguyanen bouwen een ecologisch huis. Ze blazen daarmee een eeuwenoude traditie nieuw leven in.

Een huis van aarde en stro spaart energie uit. Doordat het extreme temperaturen en vocht buiten houdt, is het binnen aangenaam. En het kan zelf gebouwd worden, wat het tot de helft goedkoper maakt dan een huis van beton of baksteen.
Op het Uruguayaanse platteland heeft men altijd al gebouwd met materialen die de natuur bood: aarde, hout, stro. Deze technieken, die men nu ecologisch bouwen noemt, werden van generatie op generatie doorgegeven. Sommigen houden de traditie nog vol, al zijn ze nauwelijks nog zichtbaar.
In de jaren negentig verdiepte een groep architecten zich in de technieken en nam de faculteit architectuur van de Universiteit van de Republiek (Udelar) het in haar programma op. Maar nieuwe projecten bleven geïsoleerd. De regering had weinig interesse. De laatste vijftien jaar zijn ongeveer tweehonderd ecologische huizen gebouwd, waarvan de helft met de hulp van een architect.

Experimenteren
Vandaag zit de vraag naar duurzame technieken in de lift maar een echte markt en gespecialiseerde arbeidskrachten ontbreken. "De vraag is groot en veel mensen worden aangemoedigd om te experimenteren, maar de overheid is terughoudend omdat er nog geen technische normen zijn voor het bouwproces, en omdat ze niet van experimenteren houdt", zegt architect Rosario Etchebarne, onderzoeker aan de Udelar.
De meest gebruikte technieken, zegt Etchebarne, zijn leem, blokken van gecomprimeerde aarde en houten panelen met aarde, stro en andere componenten. De hoeveelheid gebruikte cement is minimaal. Daardoor wordt bij de bouw nauwelijks CO-2 uitgestoten.

Modder
Een van de interessantste projecten is Guyunusa, een coöperatieve vereniging van tien woningen in de zuidelijke stad Ciudad de la Costa. Ze zijn met modder gebouwd. Het ministerie van Wonen leende het geld, het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP) financierde de sanitaire installaties.
"We wilden goedkopere en gezondere huizen", zegt Silvana Delfino, lid van de vereniging. "We hebben verschillende technieken onderzocht en kwamen tot de vaststelling dat modder de gezondste was, de meest thermische, de goedkoopste en bereikbaar voor iedereen. Het is niets nieuws. Mensen hebben hier, en ook in andere landen, altijd in aarden huizen gewoond."
Volgens Delfino toont het project dat "het mogelijk is om met weinig geld waardige huizen te hebben die het milieu respecteren."

IPS(RP, JS)

__________________________________________________________



'Afrika kan zijn eigen kinderen voeden'

23 februari 2010 (MO) - De tiende editie van het Bamako Forum, van 16 tot 20 februari, ging over de hongersnood in Afrika. Tientallen wetenschappers en politici kwamen samen om een week te debatteren in de Malinese hoofdstad. Volgens de deelnemers moeten de Afrikaanse landen zelf de motor zijn van de landbouw om de hongersnoden het hoofd te bieden.

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid van vele Afrikaanse landen is het zwarte continent nog altijd niet in staat om in zijn eigen voedselvoorziening te voorzien. Modibo Sidibé, de Malinese premier en tevens voorzitter van de organiserende Stichting Forum Bamako (FFB), zei in zijn openingstoespraak dat Afrika nochtans zijn eigen kinderen kan voeden.
Abdoullah Coulibaly, vice-voorzitter van FFB, verklaarde dan weer dat de hongersnoden het gevolg zijn van twee grote redenen. 'De eerste is de natuur: aardbevingen, droogtes, epidemische plantenziektes,… De tweede oorzaak zijn menselijke handelingen zoals oorlogen, economische boycots, …'
Coulibaly meent dat het Bamako Forum een rol kan spelen in het oplossen van de voedselcrisis. Het Forum is volgens hem een manier op in te gaan tegen het defaitisme dat heerst ten opzicht van de voedseltekorten. 'Afrika moet investeren in landbouwonderzoek. We hebben alle redenen om te hopen, want alle analisten zeggen dat de actuele economische problemen zullen leiden naar de opkomst van Afrika.'

Geslaagd voorbeeld
Habib Ouane, directeur van het departement Afrika van de United Nations Conference on Trade and Development (Unctad), haalde op de top het voorbeeld van Malawi aan. 'Enkele jaren geleden zat Malawi in grote moeilijkheden. Maar ze hebben drastische maatregelen genomen, doelgerichte subsidies, betere omkadering van landbouwers, hulp bij het bekomen van meststoffen en zaden,… Nu is het land een netto-uitvoerder van granen en kan het zich zelfs veroorloven om zijn buren te helpen.'
Modibo Sidibé verklaarde in de slottoespraak dat Afrika alle activa heeft die ze nodig heeft: grondstoffen, een jonge bevolking en geslaagde voorbeelden zoals Malawi, Tanzanië en Rwanda. 'Het is aan ons om het heft in eigen handen te nemen', besloot hij het forum, ook wel eens het "Davos van Afrika" genoemd.

Auteur: Koen Vansteenland


_____________________________________________________________________________________



India verbiedt genetisch gewijzigde aubergines
Ranjit Devraj

NEW DELHI, 10 februari 2010 (IPS) - "Dit is een historische beslissing". Tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen zijn blij met het Indiase verbod op de commerciële teelt van transgene aubergines. India schuift daarmee voorlopig een grendel voor de nieuwe technologie, en dat voorbeeld kan ook door buurlanden worden gevolgd.

Indiase boeren en milieuactivisten hadden samen met sommige deelstaten de voorbije maanden een storm van protest ontketend tegen de nakende toelating van genetisch veranderde brinjal (aubergine). Het Genetic Engineering Approval Committee, de overheidsinstelling die dergelijke nieuwe gewassen onderzoekt, had in oktober het licht op groen gezet. Door het protest zag de regering zich gedwongen een reeks van zeven openbare bijeenkomsten te organiseren over de kwestie. Daar bleek het verzet te groot om zomaar van tafel te vegen. Dinsdag (9 februari) kondigde milieuminister Jairam Ramesh aan dat er voorlopig gene toelating komt.

Druk

Milieuactivisten zijn in de wolken. "We moeten minister Ramesh feliciteren. Hij stond onder zware druk om de teelt toe te laten, vooral na het positieve advies van het toelatingscomité", zegt Devinder Sharma, de directeur van het niet-gouvernementele Forum voor Biotechnologie and Voedselveiligheid in New Delhi. Toelating in India zou de deur ook opengezet hebben in andere landen, denkt Sharma. "Landen als de Filipijnen en Bangladesh wachtten op de beslissing van India".

De beslissing van milieuminister Ramesh om hoorzittingen te organiseren leverde hem zware kritiek op van twee van zijn collega's, landbouwminister Sharad Pawar en minister van Wetenschap en Technologie, Prithviraj Chauhan.

Ramesh sluit een toekomstige toelating niet uit. Maar daarvoor zijn volgens hem onafhankelijke wetenschappelijke studies nodig die uitwijzen dat de aubergines ook op lange termijn de volksgezondheid en het milieu niet kunnen schaden.

Katoen

De transgene aubergine is weerbaarder tegen ziekten omdat de plant een gen kreeg van de bodembacterie bacillus thuringienis. Met de nieuwe auberginesoort zou India een eerste transgeen voedselgewas hebben toegelaten. Het land verbouwt wel al transgene katoen die genen bevat van dezelfde Bt-bacterie. De overschakeling op die katoensoort zou veel misoogsten hebben veroorzaakt. In de staten Maharashtra en Andhra Pradesh pleegden verscheidene katoenboeren zelfmoord.

Ook de regeringen van deelstaten als Himachal Pradesh, Bihar, West-Bengalen, Orissa, Madhya Pradesh, Karnataka, Andhra Pradesh en Kerala verzetten zich tegen de toelating van de aubergine uit het laboratorium. Die staten zijn in handen van de oppositie, en die beschuldigt de centrale regering ervan de Indiase boeren over te leveren aan de multinationals in de voedingssector. Het patent op de gewijzigde aubergine is in handen van het Amerikaanse Monsanto. Dat bedrijf heeft ook een groot aandeel in Mahyco, een Indiaas bedrijf dat zaden van Monsanto in India op de markt brengt.

Milieuorganisaties vrezen dat de teelt van genetisch gewijzigde aubergines schade kan berokkenen aan de oorspronkelijke variëteiten die in India in de natuur voorkomen. Medische deskundigen voeren aan dat er te weinig bekend is over mogelijke gezondheidseffecten. Monsanto repliceert dat genetisch gewijzigde gewassen veel beter onderzocht worden dan alle andere planten, en dus veiliger zijn.
IPS(PD, JG)

_____________________________________________________________________________________


Landbouw bedreigt natuurlijke rijkdom van planeet"
Julio Godoy

BERLIJN, 9 februari 2010 (IPS) - De landbouw vormt een steeds grotere bedreiging voor de natuurlijke rijkdom van onze planeet. Dat zegt Achim Steiner, directeur van het VN-milieuprogramma (UNEP) in een gesprek met IPS naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. De grote uitdaging voor deze eeuw wordt een groeiend aantal mensen te voeden zonder de natuurlijke rijkdom verder aan te tasten, zegt hij.

"Door het groeiende belang van de landbouw als gevolg van de toename van de wereldbevolking wordt de levensruimte voor veel soorten steeds kleiner, zowel voor flora als voor fauna", zegt Achim Steiner. "Op die manier betekent de landbouw een gevaar voor de biodiversiteit.

"Elk jaar gaan bijvoorbeeld miljarden dollars verloren door irrationele landbouw die de vruchtbaarheid van de bodem vernietigt. Het overmatig gebruik van chemische producten, zoals pesticiden en herbiciden, draagt bij tot de uitschakeling van veel nuttige organismen.

"We kunnen dit proces van erosie en vernietiging stoppen door andere modellen toe te passen en optimaal gebruik te maken van die 20 centimeter aardkorst om te produceren wat we nodig hebben. Met die alternatieve modellen zit er in de landbouw een groot potentieel om planten en dieren te beschermen.

"De landbouwers kunnen uitstekende beheerders zijn van de natuurlijke middelen en de verschillende ecosystemen. De uitdaging van deze eeuw is: hoe belonen we de landbouwers opdat ze enerzijds produceren wat de mensen nodig hebben en anderzijds bijdragen tot de conservering en bescherming van de ecosystemen die de mensen nodig hebben om te overleven?"

U verwijst naar de biologische landbouw?

"Het is een voorbeeld van hoe men de aarde kan bewerken in harmonie met de natuur. Door gebruik te maken van de wetenschap en door de beschikbare middelen duurzaam in te zetten doet men een inspanning om de vruchtbaarheid van de grond te benutten zonder de natuur te vernietigen.

"Maar ik wil niet de indruk wekken dat de uitdaging kan worden herleid tot de tegenstelling tussen biologische en traditionele landbouw. De grenzen tussen beide zijn poreus, de ene kan van de andere leren. Het gaat erom de voedselproductie voor een groeiend aantal bewoners van de planeet te garanderen en tegelijk de natuur en de biodiversiteit te beschermen."

De negatieve impact van de landbouw merk je op,verschillende terreinen. Ze stoot bijvoorbeeld ook CO2 uit en draagt zo bij tot de klimaatverandering.

"Ja, vandaag is de landbouw verantwoordelijk voor 15 tot 18 procent van alle broeikasgassen die worden uitgestoten. Je hoeft maar naar een willekeurig veld te kijken. De tractoren komen en gaan, die verbruiken fossiele brandstoffen en stoten CO2 uit. Hetzelfde voor het transport van groenten en andere landbouwproducten, voor de productie van meststoffen, pesticiden en herbiciden. En de dieren stoten methaan uit.

"Daarom moeten we, net zoals voor de hele economie, een balans opmaken van de CO2-uitstoot van de landbouw. Op basis van daarvan zullen we kunnen vergelijken welke landbouwmodellen de beste milieuresultaten geven. We kunnen dan de producenten met een zeer hoog negatief saldo stimuleren om een op een alternatief systeem over te schakelen dat minder uitstoot en zelfs gassen opvangt via een ander bodemgebruik, zoals het planten van bossen."

Zal het volstaan om landbouwers en beleidsmakers te overtuigen door hen op de noodzaak van de bescherming van fauna en flora te wijzen?

"Het is duidelijk dat concepten als biodiversiteit en ecosystemen zeer abstract zijn voor veel mensen. Maar ze zijn wel rechtstreeks verbonden met economische voordelen voor miljoenen mensen. Het veelvoud aan economische voordelen dat bijvoorbeeld de koralen genereren en de waaier aan dieren die er rechtstreeks van afhangt voor zijn voortbestaan, wordt onvoldoende gevaloriseerd door de economische overheden, zowel op nationaal als internationaal niveau. De koralen brengen per jaar tot 189.000 dollar per hectare op, in de vorm van de bescherming van de kusten en de natuurlijke beheersing van risico's. Daar moet je nog de inkomsten van bijvoorbeeld het toerisme en de visvangst aan toevoegen, en dan kom je al makkelijk aan meer dan een miljoen dollar per hectare per jaar."

IPS(RP, JS)


_____________________________________________________________________________________


Tonijnbedrijven dreigen met boycot tegen overbevissing
Stephen Leahy

VICTORIA, 9 februari 2010 (IPS) - De Seychellen leven van de tonijnhandel. In de op een na grootste tonijnfabriek ter wereld wordt dagelijks 400 ton vis recht uit de Indische Oceaan in blikjes geperst. Volgens wetenschappers kan dat echter niet lang meer duren en daarom dreigt de vishandel met een boycot van tonijn uit de regio.

Dat bleek vorige week op de eerste Tonijnconferentie van de Seychellen, midden op de Indische Oceaan, waar een vijfde van de tonijn op aarde wordt gevangen. Door de toegenomen efficiëntie van vissersschepen neemt de tonijnstand af, net als in de rest van de wereld, maar de regionale visserijorganisatie functioneert niet.

Boycot
De International Seafood Sustainability Foundation (ISSF), een alliantie van acht grote handelsbedrijven en het Wereldnatuurfonds (WWF) om de sector te verduurzamen, dreigt met een boycot als er in maart geen stappen worden ondernomen. Dan vergadert de Tonijncommissie van de Indische Oceaan, een van de vijf regionale organisaties ter wereld waar vissers en overheden op basis van hun eigen wetenschappelijke panels bepalen hoeveel tonijn er duurzaam kan worden gevangen.

De regionale commissie, waar 28 landen uit Afrika, Azië en Europa lid van zijn, schuift besluiten steeds voor zich uit. Zo kan het gebeuren dat bijvoorbeeld Iran nog nooit een enkele vangst van een geelvintonijn heeft gemeld.

Bedreigde diersoorten
"Als die regionale commissies echt zouden werken, zou de visstand goed moeten zijn", zei William Fox, vicepresident van het Wereldnatuurfonds in de Verenigde Staten. Maar zowel de grootoogtonijn, de geelvintonijn en de witte tonijn worden in de meeste gebieden overbevist. Met de blauwvintonijn - vooral gebruikt in Japanse sushi - gaat het zelfs zo slecht dat hij door de VN volgende maand waarschijnlijk op de lijst bedreigde diersoorten wordt geplaatst. Alleen de gestreepte tonijn (vruchtbaar en snelgroeiend) blijft goed op peil. "De tonijnindustrie moet zorgen dat ze overleeft door voor duurzaamheid te pleiten", aldus Fox.

Vorig jaar negeerde de visserij in de oostelijke Stille Oceaan de wetenschappelijke adviezen, totdat de ISSF besloot om daar geen grootoogtonijn meer in te kopen. De boycot werkte en de regio kwam tot een beheersplan.
Nu is het de beurt aan de Tonijncommissie van de Indische Oceaan om verstandig te zijn. "Denk aan de blauwvintonijn, of aan de economische ramp die de ineenstorting van de kabeljauw heeft veroorzaakt. De Indische Oceaan moet dit voorkomen, nu het nog zonder pijn kan", zei Susan Jackson, voorzitter van de ISSF.

Op de vraag of de ISSF niet chanteert door zo met een nieuwe boycot te dreigen, zegt Jackson: "We moedigen de lidstaten alleen maar aan om naar hun eigen wetenschappelijke panel te luisteren. We doen dit op basis van steun van wetenschappers die zeggen dat dit absoluut moet gebeuren."

De milieuminister van de Seychellen, Joel Morgan, steunt de acties van de ISSF. "Tonijn is niet alleen belangrijk voor ons, maar voor de hele planeet." Zeker als het klimaat verandert en de landbouwopbrengst vermindert. "De wereld zal afhankelijker worden van vis en daarom is een duurzaam beheer van de visserij cruciaal."

IPS(FM, RP)

_____________________________________________________________________________________


Crisis moet wereldeconomie duurzamer maken
Thalif Deen
NEW YORK, 9 februari 2010 (IPS) - In haar nieuwe jaarrapport ziet de VN-handelsorganisatie (Unctad) in de economische crisis nieuwe mogelijkheden om de wereldeconomie sterker en duurzamer te maken.

"Een ernstige crisis wil je niet zomaar verspillen", de bekende woorden zijn van stafchef van het Witte Huis Rahm Emanuel vorig jaar. De Unctad lijkt die stelling nu te onderschijven.

In het Trade and Environment Review 2009-2010 zegt Unctad dat de globale economische en financiële crisis, in combinatie met de klimaat-, voedsel en watercrises "nieuwe, bepalende parameters zijn voor het hedendaagse beleid."

"Het begrip van de oorzaken en consequenties van die crisissen, en het trekken van lessen eruit, zou voor dramatische economische en beleidsmatige veranderingen moeten zorgen", klinkt het.

Die veranderingen moeten op drie gebieden duidelijk worden: energie-efficiëntie, duurzame landbouw en hernieuwbare energieën voor plattelandsontwikkeling.

Dr. Supachai Panitchpakdi, secretaris-generaal van de Unctad, zegt dat de crisissen een opportuniteit kunnen vormen voor snelle doorbraken in nieuwe technologieën, productie- en consumptiepatronen en beleidspraktijken. Panitchpakdi geeft toe dat de promotie van groei in die sectoren niet meteen de armoede uit de wereld zal helpen of het klimaatprobleem kan oplossen, maar "het zal meerdere sociale, economische en ecologische winsten opleveren en bijdragen tot de broodnodige eerste stappen naar een CO2-arme economische ontwikkeling. "De belangrijkste uitdaging is niet antwoorden op de crisis met maatregelen die niet duurzame productie- en consumptiepatronen bestendigen", zegt hij.

In een voorwoord bij het nieuwe Unctad-rapport vergelijkt Tim Groser, handelsminister van Nieuw-Zeeland, de link tussen handel en de klimaatverandering met een "tikkende tijdbom". "Maar ik geloof ook dat er een andere mogelijkheid is, en dat er echte opportuniteiten zijn voor win-winoplossingen in beide agenda's", zegt hij.

Energie en landbouw
Unctad denkt dat vooral op het vlak van energie-efficiëntie snelle winst te boeken is. Het is de snelste en goedkoopste manier om de toegang tot energie te vergroten, de klimaatverandering te bestrijden en de afhankelijkheid van landen van buitenlandse fossiele brandstoffen terug te dringen. Zo wordt niet alleen bespaard, maar landen verhogen ook hun competitiviteit. "Hoewel dit aanvankelijk hoge kosten met zich mee kan brengen, betalen verbeteringen aan de energie-efficiëntie zich meestal terug door energiebesparing", zegt het rapport.

De tweede oplossing is duurzame landbouw, die van "strategisch belang" is voor de groei en bestrijding van de armoede in ontwikkelingslanden. Er moeten coherente nationale en internationale plannen komen om duurzame landbouwmethoden te promoten, inclusief organische landbouw, om de kosten te beperken en nieuwe markten te creëren. Dat komt de inkomsten van de boeren, de voedselveiligheid en de strijd tegen de klimaatverandering ten goede.
Volgens het VN-agentschap beschikken veel ontwikkelingslanden bovendien over een enorm potentieel aan hernieuwbare energie, en is de nodige technologie al voorhanden om die aan te boren. Vooral op het platteland is er grote vooruitgang mogelijk.

IPS(JG, RP)

_____________________________________________________________________________________


2009 was warmste jaar ooit in India
Rudy Pieters

BRUSSEL, 7 februari 2010 (IPS) - Het is nu officieel: 2009 was het warmste jaar ooit in India. De gemiddelde temperatuur lag bijna 1 graad hoger dan normaal, meldt de Indiase Meteorologische Dienst (IMD) in zijn jongste rapport.

Volgens de officiële cijfers bedroeg de gemiddelde temperatuur in het Zuid-Aziatische land vorig jaar 25,5 graden Celsius. Dat is 0,9 graden hoger dan het normale gemiddelde, 24,6 graden. Sinds de meteorologische dienst in 1901 met metingen begon, heeft hij nooit zo'n hoge gemiddelde temperatuur gemeten.
Vooral in de winter bleef het kwik opvallend hoog. "Het was abnormaal warm in grote delen van het land tijdens het winterseizoen", zegt het rapport. "De temperatuur in de bergachtige gebieden van de westelijke Himalaya lag 3 tot 5 graden Celsius hoger dan normaal in de tweede helft van januari, terwijl de gemiddelde temperatuur in februari in bijna het hele land hoger was dan normaal."

Net zoals in de rest van de wereld waren de laatste jaren opvallend warm in India. Acht van de twaalf warmste jaren sinds het begin van de metingen in 1901 werden het voorbije decennium opgetekend.

"Als men de trend analyseert, dan is het duidelijk dat de aarde opwarmt", zegt directeur-generaal Ajit Tyagi van de IMD aan The Times of India. "De stijging van de temperatuur is duidelijk vanaf ongeveer 1990. In India was 2009 bijzonder warm als gevolg van verscheidene factoren, vooral het regentekort in zowel moesson- als winterseizoen."

India kampte vorig jaar lange tijd met grote droogte. Volgens de VN-landbouworganisatie FAO is India een van de dertien landen die dit jaar grote problemen zal ondervinden met de oogst.

IPS(RP)

_____________________________________________________________________________________


Maatschappelijke organisaties vragen overconsumptie vlees, zuivel en vis aan te pakken

Een derde minder dierlijke eiwitten in tien jaar
Veertien maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkeling, eerlijke handel, milieu, dierenwelzijn en natuurbehoud dringen aan op regelgeving die de overconsumptie van dierlijke eiwitten ontmoedigt en de veehouderij verduurzaamt. In een brief aan de Tweede Kamer stellen de organisaties dat een verlaging van de consumptie van vlees, vis, zuivel en eieren met minstens 33 procent in 2020, onderdeel moet worden van het kabinetsbeleid. Ook bepleiten zij de invoering van regelgeving en financiële prikkels om de consumptie en productie van dierlijke eiwitten te verduurzamen.

Debat
Op 20 januari vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de Nota Duurzaam Voedsel.
Both ENDS, Compassion in World Farming, Cordaid, Nederlandse Dierenbescherming, Greenpeace Nederland, ICCO, IUCN NL, Milieudefensie, Natuur en Milieu, Oxfam Novib, Solidaridad, Varkens in Nood, Nederlandse Vegetariërsbond en Wakker Dier roepen de politiek op de ambities van dit kabinet om te zetten in meetbare resultaten. "Het kabinet erkent de noodzaak tot verduurzaming van onze dierlijke eiwitconsumptie, en zegt in de Nota Duurzaam Voedsel over 15 jaar koploper te willen zijn. Maar de voornemens blijven steken in mooie woorden zoals het 'verleiden' en 'informeren' van consumenten en in vrijblijvende overleggen met bedrijven. In de praktijk blijkt dit nauwelijks wat op te leveren."

Principe
De maatschappelijke organisaties roepen op tot het invoeren van het 'vervuiler betaalt'-principe, bijvoorbeeld via een BTW-verhoging op vlees, zuivel, eieren en vis. Ook het stellen van verdergaande duurzaamheidseisen aan de veehouderij - zoals een verbod op de import van veevoer uit recent ontboste gebieden, verduurzaming van de visserij via vlootreductie en het instellen van zeereservaten - dragen bij aan de aanpak van mondiale problemen.

Cijfers
Uit recent verschenen cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren blijkt dat Nederlanders opnieuw meer vlees eten. Een zorgwekkende ontwikkeling, omdat wij, net als de meeste Westerse landen, al meer vlees eten dan goed voor ons én de planeet is.
We hebben te kampen met grootschalige ontbossing, het uitsterven van soorten, klimaatverandering, uitputting van de visbestanden, een ongelijke voedselverdeling en onnoemelijk dierenleed. De Wereldvoedselorganisatie, het Planbureau voor de Leefomgeving, het IPCC en talloze prominente opinieleiders waaronder Al Gore en Paul McCartney, geven aan dat vermindering van de vleesconsumptie op de korte termijn bijdraagt aan het oplossen van deze wereldwijde crises. De maatschappelijke organisaties stellen dat een trendbreuk met ons westerse voedselpatroon onvermijdelijk is, en zij willen dat de overheid hierin de regie gaat nemen.

_____________________________________________________________________________________


Amazonewoud dicht bij afgrond
Stephen Leahy

PARIJS, 3 februari 2010 (IPS) - Het Amazonewoud is "dicht bij een omslagpunt". Als de ontbossing nog even verder gaat, kan er een proces op gang komen dat het grootste regenwoud op aarde in amper 65 jaar doet krimpen tot een derde van zijn oorspronkelijke omvang. Dat zegt Thomas Lovejoy, een wereldvermaarde tropische bioloog.

De snelle aftakeling zou te wijten zijn aan een samenspel van ontbossing, klimaatverandering en bosbranden, zegt Lovejoy, de belangrijkste biodiversiteitsadviseur van de Wereldbank. De combinatie van die drie factoren kan de waterhuishouding van het regenwoud helemaal ontregelen.
Vicieuze cirkel

Het Amazonewoud genereert nu zelf minstens de helft van de regenval die de regio groen houdt. Als er eenmaal 20 procent van het Amazonewoud is verdwenen en hogere temperaturen de verdamping versnellen, zal het veel minder regenen in het zuiden en het zuidoosten van de Amazoneregio. Dat zal tot meer en grotere branden leiden, waardoor er nog meer bos verloren gaat en het overblijvende woud nog sneller zal verdrogen. Die vicieuze cirkel kan het gigantische Amazonewoud verrassend snel doen krimpen. Ver zijn we niet meer van het omslagpunt verwijderd, want nu al is er 17 tot 18 procent van het oorspronkelijke Amazonewoud voor de bijl gegaan.

Het scenario staat beschreven in een studie die de Wereldbank op 22 januari publiceerde. Aan de studie werkten gerenommeerde instellingen als het Japanse Instituut voor Meteorologisch Onderzoek, de Universiteit van Exeter in Groot-Brittannië, het Braziliaanse Centrum voor Weervoorspelling en Klimaatverandering, het Duitse instituut van Potsdam en het Duitse Earth3000 mee.

Niet onherroepelijk

"Na veel branden, menselijke ellende, verlies van natuurlijke rijkdom en de uitstoot van massa's koolstof in de atmosfeer houden we uiteindelijk alleen cerrado (de Braziliaanse savanne) over", zegt Lovejoy, die het onderzoek coördineerde. Volgens het rapport zal het Amazonewoud al tegen 2025 tot driekwart van zijn oorspronkelijke grootte gekrompen zijn, en tot een derde tegen 2075.

Dat zou een zware klap zijn voor de natuurlijke rijkdom op aarde. Op één hectare regenwoud in het Amazonewoud groeien gemiddeld 750 soorten bomen en 1500 andere planten. In de Amazone en al zijn zijrivieren leven tweeduizend vissoorten, meer dan in heel de Atlantische Oceaan.

Onherroepelijk is de vernietiging van het Amazonewoud niet. "Het goede nieuws is dat kaalgeslagen gebieden herbebost kunnen worden en voor een veiligheidsmarge kunnen zorgen", zegt Lovejoy. En met name Brazilië is er al in geslaagd de ontbossing terug te dringen.
IPS(PD, JG)

_____________________________________________________________________________________

Noordelijke "biopiraten" plunderen het milieu
Stephen Leahy

PARIJS, 2 februari 2010 (IPS) - Rijke landen zijn biopiraten die elders in de wereld voedsel, grondstoffen en goedkope arbeid roven. Ze plunderen rijkere ecosystemen, omdat ze hun eigen leefomgeving grotendeels vernield hebben, zeggen experts.

Slechts 17 procent van de Europese ecosystemen verkeert in goede staat, zei Dominique Richard van het Europese Milieuagentschap afgelopen week op een conferentie over biodiversiteit en beleid in Parijs.

"We hebben zojuist onze eerste volledige taxatie van de staat van de Europese biodiversiteit afgerond en de resultaten bleken schokkend voor beleidsmakers", zei Richard.

De meeste Europese natuurlijke systemen die zorgen voor water, schone lucht, voedsel en klimaatregulering, gaan al jarenlang achteruit. Maar niemand in Europa lijkt dat op te merken. Dat komt omdat de rijken anders denken dan de armen, zei Ashok Khosla, een eminente Indiase wetenschapper die aanwezig was namens de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN).

Rijken bedienen zich met ecologische rijkdom overal in de wereld, armen gebruiken alleen plaatselijke bronnen, omdat ze zich niet kunnen veroorloven elders water of voedsel te halen. Dat betekent ook dat ze hun leefomgeving in goede conditie moeten houden, omdat ze anders direct met de consequenties van wanbeheer te maken krijgen.

Dat is de belangrijkste reden dat de regio's met de grootste biologische verscheidenheid en de minste degradatie, in handen zijn van inheemse volken, zei Victoria Tauli-Corpuz, voorzitter van het Permanente Forum voor Inheemse Zaken van de Verenigde Naties.

Gefragmenteerd beeld
Het huidige economische systeem kent de waarde van de natuur niet, zei Khosla. "Een boom is veel meer waard dan zijn hout. Maar we weten gewoon niet hoe we een boom of bos op werkelijke waarde moeten schatten."

Maar het hervormen van het economische systeem kost tijd, terwijl ondertussen waardevol natuurlijk bezit verloren gaat. Een initiatief dat dit proces kan vertragen, is de oprichting van een organisatie voor biodiversiteit die gelijkwaardig is aan het Klimaatpanel (IPCC).

Veel besluiten, zelfs "groene" besluiten, worden genomen zonder dat de consequenties daarvan voor de biodiversiteit goed zijn afgewogen, zegt Anne Larigauderie, directeur van de Parijse organisatie Diversitas.

Zo subsidiëren diverse overheden de ontwikkeling van biobrandstoffen en energie uit biomassa om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Maar het is nog onduidelijk welke impact gebruik van biobrandstoffen en biomassa heeft op ecosystemen. "Instituten, overheden en het publiek hebben een gefragmenteerd beeld van de wereld. Dat draagt indirect bij aan het verlies van biodiversiteit", zei Larigauderie tijdens de conferentie.

Platform
Larigauderie en anderen proberen al sinds 2005 een internationaal platform van de grond te krijgen dat zich moet richten op beleidsvorming en biodiversiteit, het Intergouvernementeel Wetenschappelijk-Politiek Platform over Biodiversiteits- en Ecosysteemdiensten (IPBES), een IPCC-achtige organisatie voor biodiversiteit.

De belangrijkste functie van dat platform zou het overbruggen van de enorme kloof tussen biodiversiteitswetenschap en beleid moeten zijn. IPBES zou richtlijnen voor beleidsmakers kunnen formuleren, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, zei Larigauderie.

_____________________________________________________________________________________


"Veranderde zaden tasten natuurlijke rijkdom aan"
Julio Godoy

BERLIJN, 1 februari 2010 (IPS) - Niet alleen het veranderende klimaat en de intensieve landbouw tasten de rijkdom van de natuur aan. Ook de genetische wijziging van zaden vormt een bedreiging, zegt voormalig Europarlementslid Benedikt Haerlin. De Duitser coördineert de actie Red Onze Zaden, in samenwerking met driehonderd Europese milieuorganisaties.

Red Onze Zaden vestigt de aandacht op plannen van de Europese Commissie om "accidentele of technisch onvermijdelijke" besmetting van conventionele zaden met transgene (genetisch gewijzigde) variëteiten te tolereren.

In september 2004 probeerde de Commissie een richtlijn goed te keuren die toestaat dat tot 0,7 procent transgene organismen in zaaigoed van maïs en koolzaad mogen zitten zonder dat dit op het etiket staat. Na hevig protest van biologische landbouwers en milieuorganisaties trok de Commissie haar voorstel in.

Sindsdien kwam er geen nieuwe richtlijn. Sommige commissarissen, onder wie Stavros Dimas, die van 2004 tot 2009 voor milieu bevoegd was, vroegen zich zelfs af of zo'n maximumgrens wel nodig was. "Niettemin is de officiële houding van de Europese Commissie dat men aan een nieuw voorstel voor maximumwaarden van de genetische contaminatie van zaden werkt", zegt Haerlin.

Misleidend
Spreken over "accidentele of technisch onvermijdelijke" besmetting is misleidend, zegt Haerlin. "Bij veevoeder en zelfs bij voedingsproducten kan men nog aanvaarden dat genetische contaminatie onder 0,9 procent niet wordt aangegeven. Althans, men kan er zeker van zijn dat die contaminatie niet naar andere vitale domeinen verspreid wordt."

Dat is niet het geval met de zaaigoed. "De transgene zaden kunnen de gewassen van landbouwers die er niets van willen weten, besmetten. Landbouwers die denken dat ze zaden gebruiken die biologisch zijn maar die genetisch besmet zijn, zullen een deel van de besmette gewassen gebruiken als zaden voor het volgende seizoen, en zo zal de besmetting zich vermenigvuldigen en verspreid raken."

Handvol bedrijven
Benedikt Haerlin waarschuwt dat de landbouwontwikkeling zich "steeds meer in de chemische laboratoria afspeelt en niet op het veld, en dat die laboratoria geconcentreerd zijn in slechts een handvol bedrijven." Daarom zijn de traditionele zaden aan het verdwijnen, zegt hij. "De milieugevolgen zijn enorm en uitermate gevaarlijk. En als het eenmaal zover is, dan is het te laat om het tij te keren."

Volgens milieu- en landbouwexperts waren er een kwarteeuw geleden minstens zevenduizend zadenproducenten in de hele wereld; geen enkele producent controleerde meer dan 1 procent van de wereldmarkt.

Vandaag, als gevolg van een reeks overnames, controleren tien biochemische multinationals, als Monsanto, DuPont-Pioneer, Syngenta, Bayer Cropscience, BASF en Dow AgroSciences, meer dan 50 procent van de zadenmarkt. "Het doel van deze bedrijven is, uiteraard, winst te maken. Om hun winst op te voeren passen ze allemaal dezelfde strategie toe die hun controle op de markt verhoogt: ze leggen landbouwers in de hele wereld de zogeheten verticale integratie van producten op, van zaden tot meststoffen en pesticiden, allemaal van hetzelfde merk."

De VN hebben 2010 tot Internationaal Jaar van de Biodiversiteit uitgeroepen.
IPS(RP, PD)

_____________________________________________________________________________________


Schrap de brandstofsubsidies maar compenseer de armen
Claudia Ciobanu

KOPENHAGEN, 15 december 2009 (IPS) - Als de VS en de arme landen hun subsidies voor fossiele brandstoffen schrappen, kan dat de mondiale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 10 procent verminderen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarvoor moeten regeringen wel een moeilijke knoop doorhakken: hogere brandstofprijzen doen de kiezers pijn en kunnen zelfs tot sociale onrust leiden.

Landen geven wereldwijd elk jaar 350 tot 480 miljard euro uit om benzine, diesel, aardgas en steenkool goedkoper te maken voor de verbruikers. Ontwikkelingslanden trekken het grootste deel van die subsidies uit, maar de Verenigde Staten waren tussen 2002 en 2008 ook goed voor 72 miljard dollar (49 miljard euro).
De G20, de grootste industrie- en ontwikkelingslanden, hebben zich in september in Pittsburgh voorgenomen om die subsidies op fossiele brandstoffen op middellange termijn af te schaffen. Dat kan de wereld helpen de weg te vinden naar hernieuwbare energiebronnen. Maar veel politici aarzelen om de daad bij het woord te voegen. Stijgende brandstofprijzen brengen hun herverkiezing in gevaar. Ze vrezen ook de weerslag op arme gezinnen en op de werknemers van megabedrijven als oliemaatschappijen.

Inkomenssteun
Voorstanders van de maatregel argumenteren dat de allerarmste bevolkingslagen weinig zullen voelen van het verdwijnen van de subsidies. Het is vooral de middenklasse die profiteert van goedkopere benzine en diesel, zegt Fatih Birol, de chef-econoom van het Internationaal Energieagentschap. Arme burgers hebben geen auto en in heel wat landen zelfs geen elektriciteit in huis.
Maar in Kopenhagen klinken ook voorzichtiger stemmen. Een deel van het geld dat vrijkomt door de afschaffing van de subsidies, moet naar de meest kwetsbare groepen in de samenleving gekanaliseerd worden, zegt Per Callesen van het Deense ministerie van Financiën. Ze moeten kunnen rekenen op een systeem van inkomenssteun dat hen beschermt tegen de negatieve gevolgen van de stijgende brandstofprijzen. Volgens Callesen is daarvoor maar 20 tot 30 procent van het uitgespaarde geld nodig.
William Pizer van het Amerikaanse ministerie van Financiën zit op dezelfde lijn. De regering-Obama probeert de Amerikaanse subsidies voor fossiele brandstoffen af te bouwen, maar zorgt er volgens Pizer tegelijk voor dat arme gezinnen financiële hulp krijgen om hun energiefacturen te betalen. Er is ook staatssteun voor de isolatie van woningen van arme gezinnen. Die maatregelen kosten allemaal samen vijf miljard dollar (3,4 miljard euro). "Het is beter en goedkoper als regeringen alleen de armen compenseren, en niet iedereen. En voor de armen is het beter direct geld te krijgen dan via een omweg langs de bedrijven in de sector van de fossiele energie", argumenteert Pizer.

(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen' startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.


IPS(PD, JS)

_____________________________________________________________________________________


Kleine boeren kunnen de wereld afkoelen
Stephen Leahy

KOPENHAGEN, 13 december 2009 (IPS) - De industriële landbouw stoot bijna de helft van de broeikasgassen uit, maar die realiteit wordt genegeerd door de onderhandelaars in Kopenhagen, zegt La Via Campesina, een internationale beweging van miljoenen kleinschalige boeren.

"Kleinschalige landbouwers gebruiken 80 procent minder energie dan grote monoculturen", zegt Chavannes Jean-Baptiste, een Haïtiaanse boer van de Mouvement de Paysan. "Boeren van La Via Campesina en andere kunnen de planeet helpen afkoelen", zei hij tijdens Klimaforum, de klimaatconferentie voor civiele organisaties die tegelijk met de VN-klimaattop in Kopenhagen plaatsvindt.
La Via Campesina baseert zich op een studie van Grain, een internationale organisatie die duurzame landbouw promoot. Die verwerkte naar eigen zeggen alle beschikbare wetenschappelijke literatuur en kwam tot de vaststelling dat industriële landbouw de grootste CO2-uitstoter is in het voedselsysteem. Dat komt onder meer doordat ze van fossiele brandstof afhangt voor productie, transport en verwerking, savannes en bossen vernietigt voor haar expansie en intensief kunstmest gebruikt. De studie houdt dan nog geen rekening met de methaanuitstoot van dieren en hun mestafval.
Kleinschalige landbouw en het herstel van de vruchtbaarheid van de bodem kan de komende 50 jaar 450 miljard ton CO2 opvangen, meer dan twee derde van het huidige teveel in de atmosfeer.
"De bewijzen zijn onweerlegbaar", zegt Grain-coördinator Henk Hobbelink. "Als we de manier om aan landbouw te doen veranderen en de manier waarop we voedsel produceren en distribueren, dan hebben we een krachtige oplossing om de klimaatcrisis te bestrijden."
Veel regeringen blijven de industriële landbouw ondersteunen, zegt Grain-onderzoeker Camila Montecinos. Bovendien raken veel kleine boeren hun land kwijt, zegt ze.

IPS(RP)


_____________________________________________________________________________________


Latijns-Amerikaanse vrouwen willen nieuwe handelspolitiek
Daniela Estrada

KOPENHAGEN, 10 december 2009 (IPS) - "We moeten het klimaat niet veranderen, maar de handel", vindt de Braziliaanse activiste Marta Lago. Ze sprak op Klimaforum, de bijeenkomst van vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die tegelijk met de klimaattop in Kopenhagen wordt gehouden.

Lago en Norma Maldonado uit Guatemala horen bij het Internationale Gender- en Handelsnetwerk (IGTN). Ze zijn kritisch over de vrijhandelsverdragen die Latijns-Amerikaanse landen tekenen met de Verenigde Staten en Europa.

Vrijhandelsakkoorden veroorzaken volgens hen armoede en verlies van biodiversiteit, vooral door megaprojecten op het gebied van mijnbouw, waterkrachtcentrales, monocultuur en transgene gewassen. Voor die projecten is soms veel water nodig, ze kunnen vervuilend zijn en verergeren de effecten van de klimaatverandering.

Vrijhandelsakkoorden kennen strikte bepalingen over intellectuele eigendomsrechten van transgenen zaden. Kleine boeren zijn daar de dupe van. De regels zorgen voor voedselonzekerheid in arme gemeenschappen die als gevolg van de klimaatverandering al zeer wisselende oogstopbrengsten hebben.

Biodiversiteit

"Waar biodiversiteit, welvaart en cultuur is, daar spelen ook belangen van bedrijven", zegt Maldonado, plaatsvervangend hoofd van Servicios Ecuménicos de Formación Cristiana en Centro América (Sefca), een organisatie die zich inzet voor vrouwen en jongeren en ontwikkeling.

Sefca richt zich onder meer op herstel van traditionele landbouwpraktijken, het ontwikkelen van markten voor lokale producten, verbetering van het dieet van plattelandsbewoners en het geven van training voor internationale handelsbesprekingen.

"De handelsverdragen geven andere landen vrij baan om onze natuurlijke rijkdommen te plunderen. De effecten van de verdragen zijn in het dagelijks leven merkbaar: de privatisering van water, verlies van land, mijnbouwbedrijven die honderdduizenden liters water per minuut gratis gebruiken terwijl ze onze rivieren vervuilen", zegt ze.

"Guatemala is de geboorteplaats van veel voedselgewassen en toch is de bevolking ondervoed. Kinderen gaan dood van de honger. We produceren voedsel, maar dat is allemaal voor export, voor de internationale markt."

Documentaire

Maldonado vindt dat de Europese Unie (EU) "met de ene hand geeft" door ontwikkelingshulp en "met de andere hand neemt" door de handelsverdragen.

Sefca werkt aan een documentaire die bewustwording moet kweken over de watercrisis. Delen van de documentaire waren te zien op Klimaforum. De filmfragmenten toonden vrouwen die vier uur per dag nodig hadden om voldoende water te vinden.

Water is om culturele redenen een "vrouwenprobleem", zegt Maldonado. "Omdat vrouwen meestal koken, de was doen en kinderen baden. Gebrek aan water maakt het leven voor vrouwen nog zwaarder. Als vrouwen vier uur nodig hebben om water te halen, hoe kunnen ze dan ook nog tijd vrijmaken om iets bij te leren en te participeren in het gemeenschapsleven?

De vrouwen waar Sefca zich voor inzet, weten weinig over uitstoot van broeikasgassen en wetenschappelijke aspecten van de klimaatverandering. "En eerlijk gezegd begrijp ik daar zelf ook niet alles van", zegt ze. "Wat we wel weten, is dat er constant landverschuivingen en overstromingen zijn - terwijl we niet kunnen zwemmen, dat de temperatuur stijgt en dat het ritme van de gewassen verandert. Soms is de koffie rijp in januari. Vroeger was dat altijd in oktober. De cycli en de landbouwkalenders zijn in de war."

"We mogen dan misschien niet weten wat een CO2-opslag is, maar we weten dat ons land ons afgenomen wordt", zegt Maldonado. Ze voegt eraan toe dat zij en andere activisten bedreigd en geïntimideerd zijn vanwege hun oppositie tegen de vrijhandelsakkoorden in Guatemala.

Maldonado zegt "niets" te verwachten van de klimaatconferentie in Kopenhagen, die nog tot 18 december duurt. Ze vestigt haar hoop op de allianties die ontstaan op het Klimaforum, waar scepsis over het huidige ontwikkelingsmodel de boventoon voert. Dit alternatieve forum in Kopenhagen duurt eveneens tot 18 december.

IPS(JS, JG)

_____________________________________________________________________________________


Brazilië blijft zweren bij biobrandstoffen
Claudia Ciobanu

KOPENHAGEN, 9 december 2009 (IPS) - Brazilië wil in de toekomst tot 64 miljoen hectare ter beschikking stellen voor de productie van suikerriet, de grondstof voor bio-ethanol. Dat is ruim twintig keer de oppervlakte van België, en een vertienvoudiging van het huidige areaal. De Braziliaanse regering wimpelt de bezwaren van critici weg.

Brandstoffen als biodiesel en ethanol golden amper twee jaar geleden als mirakeloplossingen voor de klimaatcrisis. Intussen hebben mogelijke verbanden met honger en ontbossing het enthousiasme fel getemperd. Maar Brazilië, 's werelds grootste producent en exporteur van ethanol, blijft voor het plantaardige alternatief voor fossiele brandstoffen pleiten.

De voorbije dertig jaar heeft het gebruik van suikerrietethanol als vervanger van benzine in Brazilië 800 miljoen ton CO2-uitstoot voorkomen, zeggen de Brazilianen in Kopenhagen. Ze benadrukken ook dat de omschakeling de armoede in hun land helpt te bestrijden. Op de uitgestrekte suikerrietvelden is veel mankracht nodig, en de overheid moedigt ook de bouw van kleine distilleerderijen aan om boeren rechtstreeks te laten verdienen aan het eindproduct.
Kritiek

Intussen is echter duidelijk dat de productie van biobrandstoffen op veel plaatsen voedselgewassen verdringt of aan de bosbestanden vreet. De Europese Unie liet om die reden vorig jaar haar doelstelling varen om 10 procent biobrandstoffen te gebruiken in de transportsector tegen 2020.

Maar de Braziliaanse regering zegt dat die kritiek niet opgaat voor Brazilië. "We horen dat de productie van ethanol tot ontbossing leidt in het Amazonewoud", zegt Jose Migues van het Braziliaanse ministerie voor Wetenschap en Technologie. "Maar de productiegebieden zijn drieduizend kilometer verwijderd van het Amazonewoud." Volgens Thelma Krug, een andere medewerkster van het ministerie, is er in Brazilië nog ruimte zat voor de landbouw en kan de landbouw nog veel efficiënter worden.

IPS(PD, JG)

_____________________________________________________________________________________


Verwoestijning bedreigt ook China
Frank en Andreas Sieren

BRUSSEL, 9 december 2009 - Ook China valt ten prooi aan verwoestijning. Op amper tachtig kilometer van Peking vallen gezinnen en dorpen ten prooi aan de snel oprukkende Gobiwoestijn.

Waar Yan Hongmei met haar dochter staat, vloeide vroeger een rivier. Ze herinnert het zich nog goed: twintig jaar geleden stroomde hier koud en helder water, en ving haar vader vis die groot genoeg was om het gezin te voeden.
Toen bracht de wind het eerste zand mee, en dat rukte langzaam maar zeker op. Zandstormen kleurden de lucht geel en het regende minder vaak. Als het wel regende, veroorzaakte dat meteen overstromingen.
Yan woont niet in een afgelegen deel van China: haar huis staat op tachtig kilometer van Peking en op amper dertig kilometer van de Chinese Muur. Alle vluchten van Peking naar Europa leiden over het dorp, en het zicht vanuit het vliegtuig is schrikbarend. Ten westen van Peking gaat de vlucht twee uur lang over droog land en zand, dat nu en dan onderbroken wordt door een dorp of een landweg. Pas in de buurt van de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator is er weer groen in zicht.

Grote groene muur
In 1998 besloot de toenmalige eerste minister When Zhu Rongji om een gordel van bomen aan te leggen als "grote groene muur" tegen het zand. Dat heeft voor sommige boeren soelaas gebracht, maar het roept ook twijfels op. "In sommige regio's is de trend onder controle" zegt Wu Wei, wetenschapper aan de universiteit van Peking. "Maar over het algemeen is het erger geworden."

Hoewel China twaalf miljoen dollar per jaar uitgeeft aan de strijd tegen de woestijn, is al één vijfde van het Chinese grondgebied ten prooi gevallen aan het zand. Volgens een team van wetenschappers uit Nanjing is de oppervlakte van de woestijn sinds de jaren vijftig verdrievoudigd. Wetenschapper Wang Xunming van de gerenommeerde Chinese Academie van Sociale Wetenschappen vreest dat in de tweede helft van deze eeuw de droge en semi-droge gebieden in het noorden van China veranderd zullen zijn in zandduinen of op zijn minst zeer droge steppegebieden.
"Het overleven van de bevolking is in gevaar", zegt Wang, die het probleem aan de klimaatverandering wijt.
Volgens Liu Tuo van het Bureau voor de Preventie en Controle van Verwoestijning is er niet alleen gevaar voor de bevolking, maar ook voor de biodiversiteit. "Ongeveer 15 procent van de dier- en plantensoorten in de regio zijn nu al met uitsterven bedreigd."

(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. 'Planeet Kopenhagen' startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.


IPS(JG, PD)

_____________________________________________________________________________________


Wereldleiders liggen niet wakker van honger

De Wereldvoedseltop slaagt er niet in een antwoord te bieden op het groter wordende hongerprobleem. De meer dan 60 staats- en regeringsleiders die van maandag 16 tot woensdag 18 november in Rome overleggen, komen niet verder dan een reeks vage verklaringen.

Wereldleiders liggen niet wakker van honger. Meer dan één miljard mensen worden dagelijks met honger geconfronteerd. Elke zes seconden sterft een kind aan ondervoeding. Daarom organiseert de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, een wereldtop voor voedselzekerheid in Rome. Sinds het uitbreken van de voedselcrisis in 2007 beloven wereldleiders iets te doen aan het hongerprobleem, maar daar is nog niet veel van in huis gekomen.
Ondertussen leeft al één op zes mensen in chronische honger. Een enorm gevaar voor de wereldvrede en de veiligheid, vindt de FAO. De machtige landen zijn niet overtuigd: Italiaans premier Silvio Berlusconi is de enige regeringsleider van de G8 die de top bijwoont.

Toch is dringende actie tegen honger meer dan ooit nodig. Voor Broederlijk Delen betekent dit het aan banden leggen van speculatie op grondstoffen en landbouwgrond, en vooral investeren in duurzame, familiale landbouw. Directeur Pol De Greve: 'Twee derde van de armen wereldwijd leven op het platteland. Investeren in duurzame familiale landbouw geeft deze mensen rechtstreeks een inkomen en is de meest efficiënte manier om armoede, en dus ook honger, te bestrijden.'

Investeren in kleinschalige landbouw wordt tijdens de top wel naar voren geschoven als een van de oplossingen, maar concrete voorstellen over hoe dit het beste zou gebeuren blijven achterwege, net als concrete financiële toezeggingen. Daarnaast geloven de rijke landen nog steeds in grootschalige voedselproductie om het hongerprobleem op te lossen: ze willen meer kunstmest, meer pesticiden en minder handelsbelemmeringen.
'Investeren in grootschalige voedselproductie is niet duurzaam. Dat komt vooral ten goede aan de grote, industriële landbouwers en aan de landbouw- en voedingsindustrie', zegt Pol De Greve. 'Zwakkere producenten vallen uit de boot, waardoor de kloof tussen arm en rijk groter wordt en je het hongerprobleem eigenlijk erger maakt.'

Blijven inzetten op industriële landbouw is geen optie, luidt het ook in wetenschappelijke kringen. Honger is geen productieprobleem, maar een probleem van armoede, vooral op het platteland. Een radicaal andere aanpak is nodig om honger uit de wereld te helpen. En daarbij is kleinschalige, ecologische landbouw de enige duurzame optie voor de toekomst.

Daarom ondersteunt Broederlijk Delen rurale gemeenschappen in hun strijd tegen de armoede. Vanuit hun eigen sterkte en mogelijkheden ontwikkelen en voeren ze hun eigen plannen uit. Die plannen worden vaak gedwarsboomd of bemoeilijkt door structuren van onrecht waarop organisaties in het Zuiden niet altijd vat hebben. En dus investeert Broederlijk Delen ook in politiek werk.


_____________________________________________________________________________________


Een op de zeven Amerikanen leed honger in 2008

WASHINGTON, 17 november 2009 (IPS) - Een op de zeven Amerikanen leed vorig jaar tijdelijk honger. Dat blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Het is het hoogste aantal mensen sinds 1995, toen het onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd.


Van alle Amerikaanse huishoudens had 14,6 procent (49 miljoen mensen) vorig jaar "moeite om op sommige momenten voldoende voedsel op tafel te zetten", meldt het rapport. In 2007 ging het nog om 11 procent van de huishoudens (36,2 miljoen mensen). De hoofdauteur van het rapport voorspelt dat het percentage dit jaar nog hoger zal uitvallen, als gevolg van de economische crisis die veertien maanden geleden uitbrak.
Bij de zeventien miljoen huishoudens die honger leden - of te maken kregen met "voedselonzekerheid", zoals het rapport het noemt - ging het in een derde van de gevallen om 'zeer lage voedselzekerheid'. Dat betekent dat de hoeveelheid eten van ten minste enkele gezinsleden werd beperkt en dat normale eetpatronen voor langere tijd doorbroken werden. Dit gebeurde minimaal enkele dagen in een periode van zeven of acht maanden.
De overige huishoudens wisten substantiële ontwrichting van het eetpatroon te voorkomen, door bijvoorbeeld minder gevarieerd te eten, mee te doen aan voedingsprogramma's van de overheid of door eten te halen bij voedselbanken of noodkeukens.

Kinderen
Het aantal huishoudens waar zowel kinderen als volwassenen te maken kregen met "zeer lage voedselzekerheid" steeg van 323.000 in 2007 tot 506.000 vorig jaar. Onder de 49 miljoen mensen die vorig jaar ten minste één keer honger leden, waren 16,7 miljoen kinderen. Dat zijn er 4,2 miljoen meer dan in 2007.
"De cijfers zijn niet verrassend", zegt David Beckmann, voorzitter van Bread for the World, een nationale anti-hongergroepering die ook actief is in ontwikkelingslanden. "Wat ons echt zorgen moet baren, is dat bijna één op de vier kinderen in ons land op de rand van honger leeft."
Feeding America, de grootste voedselhulporganisatie in de VS, zegt dat de statistieken van de USDA overeenkomen met praktijkervaringen. Feeding America runt tweehonderd voedselbanken, waar elk jaar zo'n 25 miljoen mensen aankloppen.
Vicki Escarra, voorzitter van de organisatie, noemt het "tragisch" dat zoveel mensen in een rijk land zonder goed eten moeten leven. "Hoewel deze nieuwe cijfers schokkend zijn, moeten we ons realiseren dat ze over vorig jaar gaan", zegt Escarra. "Sindsdien is de economie aanzienlijk verzwakt en er zijn momenteel waarschijnlijk veel meer mensen die gebrek aan eten hebben."
Sommige voedselbanken van Feeding America kregen vorig jaar 50 procent meer aanvragen voor voedselhulp dan in 2007.
De Amerikaanse president Barack Obama zei in een reactie bezorgd te zijn over de situatie. Hij beloofde maatregelen om de "trend van groeiende honger" te keren.

Auteur: Jim Lobe.

_____________________________________________________________________________________


Vlees en zuivel: van 18 naar 51%!

De titel van het artikel is intrigerend: 'Wat als de hoofdrolspelers van de klimaatverandering….. koeien, varkens en kippen zijn?'.

Het stuk werd onlangs gepubliceerd in World Watch (uitgave van het World Watch Institute, november/december 2009) en is geschreven door de onderzoekers Robert Goodland en Jeff Anhang. Zij komen met het bijna ongelofelijke nieuws dat de bijdrage van vlees en zuivel aan het mondiale klimaatprobleem niet 18% is, maar wel 51%! Als dat echt zo is, dan zou het noodzakelijk zijn flink het mes in die sector te zetten, en natuurlijk ook in onze consumptie.
Goodland en Anhang hebben eerder onderzoek op dit gebied kritisch bekeken en ontdekten dat er diverse onderdelen van de ketens van vlees en zuivel over het hoofd zijn gezien en dat andere aspecten nog ondergewaardeerd zijn. Bijvoorbeeld de uitademing van methaan door de beesten blijkt een grote factor te zijn. Maar ook zaken als de koeling van de producten, de extra energie voor de bereiding van vlees en het medicijngebruik voor de dieren, waren aanvankelijk niet meegeteld. De onderzoekers komen tot de conclusie dat alle koeien, varkens en kippen samen voor meer dan de helft verantwoordelijk zijn van de klimaatverandering!

Meer argumenten
Al zeker 35 jaar zijn er in Nederland en wereldwijd acties rond de consumptie van (te) veel vlees, onder andere door De Kleine Aarde, Lekker/Wakker Dier en Milieudefensie. Naast de argumenten dierenwelzijn en gezondheid speelden vooral de eiwitverliezen, het wereldvoedselvraagstuk en de miljoenen hectares veevoer in ontwikkelingslanden (ten koste van oerwoud) daarbij een belangrijke rol. Later kwamen daar de waterverspilling en -vervuiling, de mestoverschotten en de klimaatgassen bij, met name methaan, dat een extra groot effect heeft op de klimaatverandering, wel 23 tot 25 keer sterker dan CO2.

In 2006 bracht de FAO (de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties) het rapport Livestock's Long Shadow uit dat opzien baarde. Daarin werd uiteengezet dat de productie van vlees en zuivel op aarde verantwoordelijk is voor 18% van de versnelde klimaatverandering. Die 18% is al veel, zeker als je het vergelijkt met de bijdrage van het verkeer, namelijk 13.5%. De film 'Meat the Truth' van Marianne Thieme is geheel gebaseerd op dat rapport. In de film wordt de nadruk gelegd op vlees, waardoor de spotlights niet op zuivelproducten gericht werden, terwijl we daar meer kilo's van consumeren dan van vlees. Vooral kaas heeft een relatief grote voetafdruk.

Mede door alle commotie rond de genoemde film, werden er verwoede pogingen gedaan af te dingen op die 18% en voor de Nederlandse situatie kwam een onderzoeker enkele procenten lager uit. Maar de essentie van het FAO-rapport is overeind gebleven. Mede daardoor roepen ook steeds meer politieke partijen en grote organisaties, zoals Oxfam/Novib en het Wereld Natuur Fonds, op minder dierlijke producten te gebruiken.

Geen dure infrastructuur
Ook op de 51% uit dit nieuwe onderzoek zal ongetwijfeld afgedongen worden. De belangen zijn groot, en het is voor velen geen prettig nieuws. Maar al zou 't 45% zijn, of 40%, dan nog vraagt dit onderdeel van het klimaatprobleem toch veel meer aandacht dan tot nu toe het geval is. En naast vlees gaat het dus uitdrukkelijk ook over zuivel; dat wordt nog te vaak vergeten! Er zal een nationaal en lokaal voedselbeleid gevoerd moeten worden, met dalende vlees- en zuivelbudgetten per persoon. Een halvering van de vlees- en zuivel-consumptie zou in Europa in principe geen probleem zijn qua gezondheid, zelfs integendeel: van beide eten we nu ruwweg 50% te veel. En voor deze verandering is geen dure infrastructuur nodig; wel heel goede communicatie, samen met bijvoorbeeld de supermarken. Want, net zoals met wind- en zonne-energie het geval is, liggen de oplossingen gelukkig al op de plank, en in dit geval in de schappen van de biologische winkels en de supermarkten. De laatste jaren zijn er vele lekkere plantaardige vervangers voor vlees op de markt gekomen, en vele recepten doen de ronde waarin je het vlees niet meer mist.

Klimaat-chaos
Er is haast geboden. De klimaatveranderingen gaan (veel) sneller dan zelfs de klimaatdeskundigen hebben kunnen voorzien. Al vele klimaatrampen vinden plaats. Daarom wordt tegenwoordig in plaats van klimaatverandering de term klimaat-chaos gebruikt. Zie bijvoorbeeld de orkanen, stormen en overstromingen die de laatste maanden de Filipijnen teisterden. Samen met andere drama's vallen er nu gemiddeld al 300.000 doden per jaar door de chaos die het veranderde klimaat veroorzaakt, zoals via een rapport van het Global Humanitarian Forum bekend werd. En per jaar is er nu gemiddeld $125 miljard schade, oplopend naar gemiddeld $325 miljard schade per jaar in 2030.

De twee onderzoekers van het artikel in World Watch - Robert Goodland en Jeff Anhang - zijn niet de eerste de besten. Beiden zijn milieukundigen, de eerste was voorheen en de tweede is nu nog verbonden aan de World Bank Group.
Het artikel ''Livestock and Climate Change. What if the key actors in climate change are ... cows, pigs and chickens?" is te vinden op: www.worldwatch.org > in World Watch Magazine.

Jan Juffermans - November 2009

_____________________________________________________________________________________


Meer voedsel betekent niet automatisch minder honger
(Duurzaamnieuws 4 nov 09).

Om de hele wereld te eten te kunnen geven tegen 2050 zal het niet volstaan om gewoon meer voedsel te produceren, zeggen experts. Te veel nadruk op grotere oogsten kan zelfs schadelijk zijn.

De VN-Voedselorganisatie FAO zei eerder deze maand dat de wereldwijde voedselproductie met 70 procent moet stijgen tegen 2050 om de 9 miljard mensen te voeden die dan de aarde zullen bevolken. Dat is mogelijk als de ontwikkelingslanden, waar de meeste van de 2,3 miljard extra mensen zullen wonen, hun landbouwinvesteringen met 83 miljard dollar per jaar optrekken.
Natuurlijk moet we de productie opdrijven op plaatsen waar ze laag is", zegt Marco Contiero, landbouwspecialist van Greenpeace. "Maar we produceren nu al zeer veel voedsel en toch lijdt 1 miljard mensen nog honger, terwijl 1,6 miljard mensen overgewicht heeft en 500 miljoen mensen zwaarlijvig zijn. Dit toont dat het probleem niet zo eenvoudig is."

Grootschalige teelt
Sommige analisten vrezen dat de drang naar een hogere voedselproductie tot een toename van de industriële teelt van een beperkt aantal gewassen leidt. Deze methodes hebben voor de rijke landen gewerkt maar zijn mogelijk niet geschikt voor de arme plattelandsbevolking in de ontwikkelingslanden.
"Wanneer de prijzen te laag zijn, hebben de boeren geen geld", zegt Roberto Ridolfi, van EuropeAid, de dienst voor samenwerking van de Europese Unie.
"Als de prijs zonder transport zelfs niet voldoende is voor de calorieën die ze verbranden bij het ploegen, dan is dat absurd. Maar wanneer de prijzen hoog zijn, worden arme mensen zeer kwetsbaar. Wat er ook gebeurt, het is slecht nieuws voor arme mensen."

Kleine boeren motiveren
Door kleine boeren te helpen uit de armoede te geraken, zijn ze niet langer een deel van het probleem maar van de oplossing. "We zijn niet degenen die de wereld voeden, de boeren zijn dat", zegt Benyamin Lakitan van het Indonesische ministerie voor Ontwikkeling. "We moeten de boeren motiveren om de productiviteit op te voeren.
"Het probleem is dat de welvaart van boeren in de ontwikkelingslanden decennialang niet gestegen is. Financiële stimuli voor boeren vormen de sleutel tot de oplossing."

Verliezen beperken
Volgens dr. Warwick Easdown van het World Vegetable Centre in Taiwan gaat te veel aandacht naar productie en te weinig naar het beperken van verliezen. "In het domein waar ik werk, groenten, zijn er zeer hoge verliezen bij bederfbare gewassen, meestal tot 50 procent, en zelfs in ontwikkelde landen kennen we na de oogst verliezen van 15 procent. Maar dat heeft tot nog toe weinig aandacht gekregen.
"Easdown vreest ook dat te weinig aandacht naar de kwaliteit van de dagelijkse maaltijd zal gaan. "Je kan gewoon niet overleven op rijst alleen. We weten dat in veel landen tot 70 procent van alle energie uit één hoofdbestanddeel komt en dat leidt tot ongezonde voedingsgewoontes."Er kan ook wat druk van het voedselsysteem gehaald worden door de overconsumptie in de rijke landen tegen te gaan, zegt Easdown. "Nu hebben we meer mensen met overgewicht en zwaarlijvigheid dan er mensen honger lijden, en toch willen we meer voedsel produceren."

Paul Virgo

_____________________________________________________________________________________


Vlees eten desastreus voor het klimaat

Om een klimaatcrisis te voorkomen moeten westerse landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Ook het inefficiënte gebruik van landbouwgrond moet worden bestreden, onder meer door de consumptie van vlees aan banden te leggen.

Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het in oktober gepubliceerde rapport Growing within Limits.

Volgens het planbureau zijn er voor de dreigende milieuproblemen voldoende betaalbare oplossingen voorhanden, maar moet de overheid op de schop om de voorwaarden voor een duurzame economie te creëren. Zo moeten politici onder meer leren om verder vooruit te plannen en moet er maatschappijbreed worden gekozen voor een groene economie. Wanneer de overheid haar beleid niet omgooit, worden de dramatische gevolgen voor het milieu halverwege de eeuw merkbaar, zoals de Club van Rome al voorspelde in 1972.

Hoofdtaken zijn volgens de onderzoekers het afremmen van de temperatuurstijging en het stoppen van het verlies van biodiversiteit (de verscheidenheid aan genen, soorten en ecosystemen). Als er niet wordt ingegrepen is de gemiddelde temperatuur tegen het jaar 2100 met zo'n 4 graden Celsius gestegen. Ook zal de biodiversiteit in 2050 met ongeveer 40 procent zijn afgenomen.

Om het klimaat te beschermen moeten rijke landen hun broeikasemissies met 80 tot 90 procent terugbrengen. Wereldwijd moeten de emissies tot de helft van het huidige niveau worden teruggebracht.

Om het verlies van biodiversiteit te bestrijden moet de landbouwproductiviteit omhoog, zodat er minder landbouwgrond nodig is. Naast een efficiënter gebruik van grond betekent dat onder meer dat de consumptie van vlees omlaag moet.

Het totale kostenplaatje voor de beoogde hervormingen bedraagt jaarlijks 1 tot 2 biljoen euro. Dat is ongeveer 2 procent van het globale bruto nationaal product, aldus de onderzoekers.

(Nieuwsbrief Ned. Vegetariërs Bond 4 november 2009)

Bron: ANP


_____________________________________________________________________________________


Mexico zet licht op groen voor transgene maïs

MEXICO, 18 oktober 2009 (IPS) - De Mexicaanse overheid heeft het licht op groen gezet voor de eerste experimenten met transgene maïs. Dat zet de deur open naar de vernietiging van inheemse gewassen, zegt onder meer Greenpeace.

In 1999 was een moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de Mexicaanse regering het opgeheven.

De Amerikaanse multinational Monsanto, die zo goed als een wereldmonopolie heeft op de productie van zaden, kreeg toestemming voor twee proefvelden van transgene witte maïs, in de oostelijke deelstaat Tamaulipas en de noordelijke deelstaat Chihuahua.

Daardoor "staat men de contaminatie toe van een van de belangrijkste herkomstgebieden op de planeet", zegt Aleira Lara van Greenpeace. Volgens Adelita San Vicente, directeur van de ngo Semillas de Vida ("Zaden van leven") zal de beslissing "nadelig zijn voor de kleine maïsproducenten".

Via een oproep die vrijdag in de nationale kranten verscheen, vragen ngo's, intellectuelen en wetenschappers een moratorium op transgene maïs in te stellen.

In een studie die op vraag van het Mexicaanse ministerie van Leefmilieu uitgevoerd is, bevelen experts zo'n moratorium aan zolang men de herkomstgebieden en genetische diversiteit niet precies gedefinieerd heeft.
In 1999 was zo'n moratorium ingesteld maar in maart dit jaar heeft de Mexicaanse regering het opgeheven.

Besmet
In 2001 al stelden de Mexicaanse bioloog Ignacio Chapela en zijn Amerikaanse David Quist vast dat inheemse maïs in de zuidelijke deelstaat Oaxaca met twee transgene variëteiten besmet was. Hun studie verscheen in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Maïs is een basisbestanddeel in maaltijden van inheemse volken in Mexico en Centraal-Amerika. Mexico telt acht miljoen hectare maïs, goed voor een productie van 21 miljoen ton. Die wordt gerealiseerd door meer dan twee miljoen kleine producenten.

Van transgene maïs is de genetische code in het laboratorium gewijzigd zodat de gewassen bijvoorbeeld minder kwetsbaar zijn voor ziekten. Grote landbouwproducenten in het noorden vragen de regering al geruime tijd om transgene maïs te mogen telen om zo betere en grotere oogsten te hebben. De huidige productie is te laag om aan de interne vraag naar maïs te voldoen en daarom voert het land jaarlijks 10 miljoen ton uit de VS in.

Zware druk

De ngo's beschuldigen de regering van Felipe Calderón ervan de wet op de bioveiligheid te overteden, die sinds 2005 de herkomstgebieden moet beschermen. Volgens Lara en San Vicente oefent de biotechnologische industrie zware druk uit om toestemming te krijgen voor zijn transgene gewassen. Voor transgene maïs kreeg de Mexicaanse overheid al 35 aanvragen.

Boeren- en milieuorganisaties hebben zich verenigd in de campagne 'Sin maíz no hay país' ("zonder maïs bestaat het land niet"). De alliantie kondigt acties aan tegen de experimenten.

Auteur: Emilio Godoy.

_____________________________________________________________________________________


Afrika produceert meer voedsel
BRUSSEL, 13 oktober 2009 (IPS)

Voor het eerst in tientallen jaren is de voedselproductie in Afrika ten zuiden van de Sahara gestegen. Volgens een rapport van de VN is er 3,5 procent meer voedsel geproduceerd in 2008 dan in het jaar ervoor.

Daarmee is de voedselproductie sneller gestegen dan de bevolking, die met 2 procent groeide. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) is de stijging te danken aan nieuwe technologie, maar ook aan een beter landbouwbeleid in verschillende landen en aan de hogere voedselprijzen, die de landbouwproductie stimuleren.

"Beter landbouwkundig onderzoek heeft gewassen opgeleverd die goed afgestemd zijn op specifieke Afrikaanse regio's" zegt Hilary Clarke van de FAO. "Zo heeft de 'New Rice for Afrika (NERICA), droogteresistente rijst met een hoge opbrengst, tot betere oogsten geleid in West-Afrika en Oeganda."

Daarnaast is ook het waterbeheer verbeterd. Door water op te slaan voor drogere periodes en een betere irrigatie zijn boeren minder kwetsbaar geworden voor onregelmatige neerslag.

Het rapport benadrukt dat Afrika nog steeds tegen enorme uitdagingen aankijkt. Er is "doortastende actie" nodig om nog meer te investeren in technologie en er voor te zorgen dat die bij de boeren terechtkomt. Afrika moet ook beter gebruik maken van het beschikbare land en water als het de groei wil volhouden.

Tot slot waarschuwen de auteurs ook voor de gevolgen van de klimaatverandering voor het continent. Afrika moet snel maatregelen nemen om zich voor te bereiden op die gevolgen, zeggen ze, omdat ze in sommige landen tot de helft van de oogst verloren kunnen doen gaan.

Auteur: Joren Gettemans.


_____________________________________________________________________________________


Afrikaanse landbouwgrond meer en meer in handen van multinationale producenten van biobrandstof
Bron PALA/ 13 okt. 2009

Afrika is niet alleen een begeerde plek voor internationale bedrijven op zoek naar essentiële en zeldzame grondstoffen en olie, maar ook landbouwgrond komt er de laatste tijd meer en meer in buitenlandse handen. Bedrijven die vooral willen profiteren van de boom in de markt van de biobrandstoffen kopen gronden op om er grootschalige plantages aan te leggen. Voor vele Afrikaanse regeringen is dat een mooie bron van inkomsten op korte termijn, maar de lokale bevolking en de biodiversiteit zijn er meestal de dupe van.

Binnen de afdeling Economische en Sociale Ontwikkeling van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) is momenteel een heftige discussie aan de gang over de gevolgen van deze nieuwe 'landroof' voor de voedselvoorziening en de klimaatverandering in Afrika. Aan de ene kant staan kritische milieu- en boerengroepen die spreken van een nieuwe en ongecontroleerde kolonisatie van Afrika, aan de andere kant heeft de Afrikaanse landbouwsector dringend nood aan extra investeringen indien het continent de Millenniumdoelstellingen op het vlak van voedselveiligheid wil halen tegen 2015. Volgens recente cijfers van de FAO zou er elk jaar voor 30 miljard dollar moeten worden geïnvesteerd in de Afrikaanse landbouwsector. Achter de schermen van belangrijke spelers als de Europese Unie, de OESO en de VS zijn machtige lobbygroepen actief om gedaan te krijgen dat multinationale bedrijven volop kunnen investeren in de productie van plantaardige brandstoffen. In Europa ontbreken de ruimte of de klimatologische omstandigheden voor de aanleg van grootschalige plantages. Afrika komt dan in zicht. Sinds de EU de doelstelling heeft vooropgesteld om tegen 2020 ten minste 20 procent van de fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare energiebronnen, is de zoektocht naar lucratieve alternatieven big business geworden. Al zijn de laatste tijd al wat kleine spelers op de markt over de kop gegaan door de economische crisis. De grote bedrijven verdelen de markt onder elkaar, aangemoedigd door de financiële incentives van de EU. In Zweden heeft de regering recent beslist om de transportsector tegen 2030 volledig vrij te maken van fossiele brandstoffen. Als gevolg daarvan zijn Zweedse bedrijven in een hevige concurrentie gewikkeld om alternatieve brandstoffen te ontwikkelen, ook via plantages in Afrika. Twee Zweedse producenten van 'tweede generatie' (o.a. houtpulp) biobrandstoffen, SweTree Technologies en SEKAB, zitten in de raad van bestuur van de European Biofuels Technology Platform (EBTP), een industriële lobbygroep die goede contacten heeft bij de Europese Commissie. Directeur Björn Hägglund van SweTree (ex-CEO van papierfabrikant STORA) is tevens voorzitter van de Zweedse afdeling van WWF, het Wereldnatuurfonds, een van de twee NGO's die openlijk betrokken zijn bij het EBTP.

Plantages van biobrandstoffen vormen niet alleen een bedreiging voor de biodiversiteit, maar doen ook de lokale voedselprijzen stijgen. Uit cijfers van IFAD (International Fund for Agricultural Development) blijkt dat sinds 2004 in Mali, Ghana, Sudan, Ethiopië en Madagaskar 2,5 miljoen hectare grond in handen in gekomen van internationale bedrijven. De overgrote meerderheid van die gronden was in gebruik door lokale boeren, de rest was meestal bos. Boeren werden gedwongen om te verhuizen of werk te zoeken buiten de landbouwsector. Bedrijven worden aangetrokken door het vooruitzicht op snelle winsten in een omgeving die weinig of geen milieu- of arbeidswetgeving kent. Bovendien kunnen de bedrijven rekenen op speciale investeringsfondsen van de EU.

In Ethiopië wil de regering minder afhankelijk worden van de import van (dure) olie en is daarom al te graag bereid in zee te gaan met internationale producenten van biomassa. Dat dit beleid haaks staat op de wens om ook de voedselveiligheid te garanderen, blijkt uit de confrontaties tussen traditionele boerengemeenschappen en bedrijven. Boeren die geen officiële eigendomsrechten kunnen aantonen, worden van hun gronden verdreven. Bossen worden in hoog tempo gekapt met alle gevolgen van dien. Indien Ethiopië zijn (beperkte) consumptie van 29.000 vaten olie per dag zou willen vervangen door hernieuwbare energiebronnen moet minstens 24 procent van het land in gebruik worden genomen. Dit zal de druk op kwetsbare gebieden enorm doen toenemen. De EU moet dus goed afwegen welke belangen ze vooropstelt: de biobrandstoffen of de voedselveiligheid in Afrika. (JVC)


_____________________________________________________________________________________


Bijdrage vrouwen aan ontwikkeling van rurale gebieden is essentieel

Op 15 oktober, aan de vooravond van Wereldvoedseldag, zullen de organisaties van de Verenigde Naties voor de tweede keer officieel de Internationale dag van de Rurale Vrouwen vieren. De Algemene Vergadering van de VN creëerde in december 2007 deze speciale dag als uitloper van een uitdrukkelijk verzoek van de NGO-delegatie op de 4de Wereldvrouwenconferentie van Beijing in 1995. De VN vraagt speciale aandacht voor de essentiële rol van vrouwen in de voedselproductie en in de uitroeiing van armoede in landelijke gebieden.

Uit recente rapporten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) blijkt dat vrouwen in ontwikkelingslanden en dan vooral in de rurale gebieden van Zuid-Azië en grote delen van Afrika nog altijd aankijken tegen een enorme achterstand in ontwikkelingskansen in vergelijking met mannen en vrouwen in meer verstedelijkte gebieden. Toch zijn vrouwen er vaak de spil van de voedselproductie en presteren ze veel onbetaalde en ondergewaardeerde arbeid voor hun gemeenschap. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werken er wereldwijd 428 miljoen vrouwen in de landbouwsector tegenover 608 miljoen mannen. In vele ontwikkelingslanden blijft de landbouw de belangrijkste sector voor werkgelegenheid van vrouwen: 68 procent in Afrika ten zuiden van de Sahara en 61 procent in Zuid-Azië. 25 procent van de kinderen in rurale gebieden maakt de lagere school niet af, tegenover maar 16 procent van de kinderen in stedelijke gebieden. Bovendien hebben jongens nog altijd een (kleine) voorsprong, wat de ontwikkelingskansen van vrouwen ook in de toekomst nog hypothekeert. Meisjes moeten al erg jong de verantwoordelijkheid dragen voor allerlei huishoudelijke taken en de zorg voor jongere kinderen. De toegang tot basisgezondheidszorg is meestal erg beperkt in landelijke gebieden. Voor zwangere vrouwen zijn er nauwelijks voorzieningen zodat ze moeten blijven werken tot vlak voor de bevalling en onmiddellijk daarna, wat voor een deel de hoge moedersterftecijfers kan verklaren.

Zeventig procent van de armen in ontwikkelingslanden leeft op het platteland. En slechts twee procent van de landbouwgrond is er eigendom van vrouwen. Omdat vrouwen zelden de eigendomsrechten bezitten van de grond die ze bewerken, kunnen ze ook makkelijk de toegang tot die grond verliezen en zo in een positie van totale afhankelijkheid terechtkomen. Voor vrouwen is het ook moeilijk om aan voldoende krediet te geraken, zeker als ze in een positie terechtkomen van alleenstaande moeder zonder noemenswaardige bezittingen. Een bijkomend probleem is de sterke migratiestroom van mannen die in de stedelijke gebieden op zoek gaan naar werk buiten de landbouw. Vrouwen blijven dan meestal alleen achter in de dorpen zonder voldoende middelen om weg te raken uit de structurele armoede. Vrouwen en kinderen worden ook zwaarder getroffen door de gevolgen van de wereldwijde klimaatverandering en zijn kwetsbaarder bij grootschalige natuurrampen.

De VN roept daarom alle lidstaten op om dringend werk te maken van de toepassing van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women, de enige mensenrechtenconventie die ook expliciet de achterstand van rurale vrouwen aan de kaak stelt.

(Jan Van Criekinge)



_____________________________________________________________________________________


Helft van de vis in de winkel is gekweekt
Joren Gettemans
BRUSSEL, 10 september 2009 (IPS) - De helft van alle vis die wereldwijd geconsumeerd wordt, is afkomstig van een kwekerij. Toch is dat geen goed nieuws voor het milieu: omdat de vis gevoed wordt met in het wild gevangen vis, is de ecologische impact dramatisch.

Het volume vis uit aquacultuur verdriedubbelde bijna tussen 1995 en 2007. Dat is voor een deel het gevolg van de stijgende vraag naar omega-3-vetzuren, die goed zijn tegen hart- en vaatziekten. "Aquacultuur zal in 2009 de helft van de vis en zeedieren voor menselijke consumptie uitmaken", schrijven de wetenschappers van de Universiteit van Stanford in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Wilde vis
"De snelle expansie wordt gevoed door de enorme vraag", zegt hoofdauteur Rosamond Naylor, professor aan de Universiteit van Stanford. "Onze honger naar omega-3-vetzuren blijft een enorme druk op het ecosysteem, tenzij we op korte termijn rendabele alternatieven kunnen ontwikkelen."
Om de dieren snel te doen groeien en de smaak te optimaliseren, gebruiken de viskwekerijen tonnen visvoer en visolie die afkomstig is van minder waardevolle soorten die in het wild gevangen worden, zoals sardienen en ansjovis. "Om één kilo zalm te kweken is er bijvoorbeeld vijf kilo aan wilde vis nodig", zegt Naylor.
Vegetarische vissen zoals Tilapia kunnen gevoed worden met planten en zijn in principe dus een pak beter voor het milieu. Maar begin jaren negentig begonnen viskwekerijen ook aan die vissen visvoer te geven om hun opbrengst te verhogen.

Milieuproblemen
De enorme honger naar wilde vis is niet het enige milieuprobleem van viskwekerijen. Uit een rapport van het Amerikaanse Government Accountability Office in mei 2008 blijkt dat door de kwekerijen grote hoeveelheden geconcentreerd visvoer, afval, chemicaliën en antibiotica in de oceanen terechtkomen. Bovendien brengen ontsnapte vissen het lokale ecosysteem in gevaar en verspreiden ze ziektes en parasieten.
De onderzoekers breken een lans voor alternatieven, zoals gesloten viskwekerijen op het land, die gebruik maken van een circulair systeem dat gebruikt water zuivert. Op die manier kan er geen vis ontsnappen, is er geen vervuiling met afval, antibiotica of chemicaliën en geen kans op besmetting.

_____________________________________________________________________________________


Geen malse biefstuk meer als aarde opwarmt
Rudy Pieters

BRUSSEL, 7 september 2009 (IPS) - Als de aarde verder blijft opwarmen, dan mogen we de malse biefstukken en sappige koteletten vergeten. Dat zegt een veterinaire wetenschapper in Groot-Brittannië.

Naarmate de temperaturen stijgen, zal het varkensvlees natter en bleker worden. Het rundvlees zal magerder en donkerder worden, weinig smaak bevatten en sneller bederven.
De oorzaak is hittestress tijdens het transport naar het slachthuis. Bij runderen treedt die stress al op vanaf 20 graden Celsius, bij varkens vanaf 31 graden. "We kunnen er zeker van zijn dat deze schadelijke temperaturen vaker zullen voorkomen als gevolg van de klimaatwijziging", zegt Neville Gregory, professor dierkunde aan de Universiteit van Londen.
Gregrory bestudeert al meer dan tien jaar hoe de vleeskwaliteit verandert onder invloed van de temperatuur waarin de dieren gehouden worden. Over dit fenomeen, dat tot nog toe weinig onderzocht werd, publiceerde Gregory deze maand een artikel in het vakblad Food Research International.

Nat, wit vloeipapier
Door hittestress verzuurt het varkensvlees sneller meteen na het slachten. Daardoor vallen de spierproteïnen uit elkaar en dat is nefast voor de structuur van het vlees, zegt Gregory. Hij vergelijkt het varkensvlees dat in die omstandigheden ontstaat, met "nat, wit vloeipapier".
Het vlees van koeien die aan hittestress lijden, heeft een hogere zuurgraad dan die van varkens. Daardoor houden de proteïnen water vast en komt er geen zuurstof in het vlees. Vlees zonder zuurstof ziet er donkerder uit.
Normand St-Pierre van de Amerikaanse Ohio State University nuanceert Gregory's verhaal. Veekwekers zullen steeds vaker gebruik maken van koeltechnologie om de gevolgen van de klimaatwijziging tegen te gaan, zegt hij in het blad New Scientist.


_____________________________________________________________________________________


Warmere aarde bedreigt basisgewassen als maïs en soja

BRUSSEL, 27 augustus 2009 (IPS) - De opwarming van de aarde zal eerst tot grotere opbrengsten leiden van maïs, katoen en soja. Maar vanaf 29 graden zullen de oogsten van deze cruciale gewassen sterk achteruitgaan. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.

De studie onderzocht wat de voorbije vijftig jaar het effect van het weer was op de Amerikaanse oogsten van maïs, katoen en soja. Ze kwamen tot de vaststelling dat de oogsten met 0,6 procent daalden voor elke "graaddag" met een temperatuur boven 29 graden.
Een graaddag, een meeteenheid die de onderzoekers hebben ontwikkeld, geeft aan hoever het kwik boven 29 graden is gegaan en hoe lang het boven die drempel is gebleven.

Daling tot 82 procent
Op dit moment telt de VS gemiddeld 57 graaddagen boven 29 graden tijdens het groeiseizoen. Als er niets verandert aan de uitstoot van broeikasgassen en de aarde verder opwarmt, dan kan het aantal graaddagen tot 413 groeien tegen het einde van de eeuw. De maïsoogst zou dan met 82 procent dalen.
Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 tot 50 procent van het niveau van 1991 daalt, zullen de verliezen aanzienlijk zijn, 30 tot 46 procent, schatten de onderzoekers.
De impact van de dalende oogsten in de VS zal in de hele wereld te voelen zijn, zeggen onderzoekers. Het land is goed voor 40 procent van de wereldwijde maïs- en sojaproductie. "Als de Amerikaanse oogsten sterk dalen, dan kan dat de voedselprijzen in de hele wereld opdrijven", zeggen ze.
Het onderzoek werd uitgevoerd door Wolfram Schlenker van de Columbia-universiteit (New York) en Michael Roberts van de North Carolina-staatsuniversiteit (Raleigh)

Auteur: Rudy Pieters.


_____________________________________________________________________________________



De aarzelende zoektocht naar een nieuw economisch model

26 augustus 2009 (MO) - Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. De vrijheid van geld- en goederenstromen is niet langer absoluut en moet soms wijken voor ecologische en sociale bekommernissen. Dat bleek op de recente VN-top over de financiële crisis.

Eind juni kwamen wereldleiders in New York samen op de driedaagse VN-Conferentie over de Wereldwijde Financiële en Economische Crisis en haar Impact op Ontwikkeling. Sommige landen zagen die top als een mogelijk alternatief voor de G20-bijeenkomst begin april in Londen, waar staatshoofden van de twintig leidende en opkomende economieën zich bogen over de crisis.
Die G20 was geen flop maar leidde evenmin tot fundamentele veranderingen. Bovendien werden heel wat taken naar het Internationaal Muntfonds (IMF) doorgeschoven, dat volgens sommigen door zijn beleid van deregulering juist mee de crisis veroorzaakte en waar de rijke landen de plak zwaaien. Veel ontwikkelingslanden waren daar niet gelukkig mee en zien in de VN -een club van 192 lidstaten- een forum waar ze wel inbreng hebben.
Onder impuls van Miguel d'Escoto, de Nicaraguaanse voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, groeide het idee om een VN-conferentie over de crisis te organiseren. Met het oog daarop riep d'Escoto de Stiglitzcommissie in het leven, een commissie met kritische experts uit alle windstreken onder leiding van de Amerikaanse Nobelprijswinnaar economie Joe Stiglitz. Die commissie produceerde een rapport dat vernieuwende antwoorden gaf, maar de vraag bleef wat de VN-top daarvan zou overnemen. Niet al te veel, zo blijkt nu.

Kleine maar belangrijke stap
De radicale ontwikkelingslanden achter d'Escoto wilden dat de top hier en nu het kapitalisme zou hervormen. De VS wilden zo weinig mogelijk. De EU en meer gematigde ontwikkelingslanden die in de G20 zetelden, zorgden voor een compromis: de tekst legt zich toe op de link tussen de crisis en ontwikkeling.
Wat opvalt, is dat soms een andere toon wordt aangeslagen dan we gewoon waren geraakt. Zo erkennen nu kennelijk alle landen dat overdreven geloof in zelfregulerende markten mee tot de crisis heeft geleid. Er wordt zelfs erkend dat ontwikkelingslanden tijdelijk kapitaalcontroles mogen invoeren en dat ze -meer algemeen- meer hun eigen beleid moeten kunnen bepalen.
Opmerkelijk is de oproep voor een effectief toezicht vanwege het IMF op de grote financiële centra. De Stiglitzcommissie hamerde erop dat internationaal toezicht vooral moet focussen op systemisch belangrijke landen wiens beleid mondiale gevolgen heeft, in plaats van op de kleintjes.
De VN nemen dat over maar wijzen dat toezicht wel toe aan het IMF, waar juist die grote landen het voor het zeggen hebben. 'De VN-top blijft de leidende rol van het IMF aanvaarden', zegt Raman Mehta van de ngo Action Aid teleurgesteld. Opvallend is de oproep aan het IMF om niet langer voorwaarden aan ontwikkelingslanden op te leggen die de crisis erger maken.
Al bij al zijn er weinig concrete toezeggingen. De oproep van de Stiglitzcommissie om één procent van de stimulusprogramma's van de rijke landen in ontwikkelingslanden te besteden viel in dovemansoren.
'Meer zat er niet in op dit moment', aldus de Chinese professor Yu Yongding, lid van de Stiglitzcommissie. 'Dit is slechts een begin, al weet ik niet of de volgende president van de Algemene Vergadering, een Libiër, iets zal ondernemen om dit proces verder te zetten.' Dat was ook de mening van Stiglitz: een kleine maar niet onbelangrijke stap naar meer politieke globalisering.

Meer sociale bescherming
De Stiglitzcommissie benadrukte dat een uitrit uit de crisis veronderstelt dat de economie voortaan meer steunt op reële inkomensgroei van werkende mensen, in plaats van op krediet aan gezinnen en sommige staten. Daarbij is sociale bescherming in opkomende landen belangrijk, zodat pakweg Chinezen en Brazilianen minder moeten sparen en meer kunnen uitgeven. De VN-top roept om betere sociale bescherming maar de oproep krijgt geen concrete vorm.
Meer sociale bescherming, minimumlonen, jobcreatie door overheden… figureren prominent in het Globale Jobspact dat eveneens in juni door de Internationale Arbeidsorganisatie werd goedgekeurd. ACV-voorzitter Luc Cortebeeck licht toe: 'Toegegeven, wat er van die enorme waslijst voorstellen uit het pact komt, blijft afwachten. Er is nog geen opvolgingsmechanisme voor het pact; de IAO moet dat nog uitwerken. Maar toch, het is iets. We gaan het voorleggen aan de G20 van Pittsburgh in september.'
Het handelsonevenwicht tussen de VS en China lag mee aan de basis van de crisis en dat kernprobleem van de globalisering bleef onaangeroerd in de G20. Ook de VN-top fietste er omheen.
Joaquin Almunia, Europees commissaris voor Economische Zaken, toonde zich op een ontbijtdebat bij het ABVV optimistisch: 'In principe streven de EU en China hetzelfde na: China wordt een welvaartstaat zoals wij en het werkt aan de uitbouw van zijn sociale bescherming -pensioenen en betaalbare gezondheidszorg. Waardoor de Chinezen meer zullen consumeren wat ze zelf produceren in plaats van het uit te voeren. Probleem is dat je die spaargewoontes van de Chinezen niet in een handomdraai kan veranderen.'
De VN-tekst breekt evenmin potten inzake controle op financiële producten. De Bank voor Internationale Betalingen, de bank der centrale banken -en dus het walhalla van de centrale bankiers- sprak forsere taal: hij riep in zijn jaarrapport op om financiële producten te screenen zoals geneesmiddelen. Sommige financiële producten zouden daarbij als zeer veilig moeten worden geklasseerd, andere als riskant en nog andere als illegaal.

Handel en milieu
Langzaamaan neemt de internationale gemeenschap afstand van bepaalde neoliberale mantra's. Dat blijkt ook uit een nieuw rapport van de Wereldhandelsorganisatie en het VN-Milieuprogramma over de link tussen handel en milieu. Daarin staat dat handel door het toegenomen transport negatieve milieugevolgen heeft, maar door de verspreiding van moderne technologieën ook positief kan zijn voor het milieu. Het rapport erkent evenwel dat de negatieve gevolgen doorgaans iets groter zijn dan de positieve.
Verder staat in het rapport, en dat is toch opvallend, dat een land niet noodzakelijk strijdig is met WTO-regels wanneer het producten belast afkomstig uit een land zonder klimaatmaatregelen terwijl het zelf die maatregelen wel treft. Kwestie van de competitie niet te vervalsen, of te voorkomen dat vervuilende bedrijven delokaliseren.
Dat betekent concreet dat de EU die over een systeem voor handel in emissierechten beschikt, producten uit China zou kunnen belasten. Zeker, het land dat zijn uitvoer op die manier belast ziet, kan klacht indienen bij de WTO, maar of het ook gelijk krijgt, hangt af van hoe correct de taks wordt geheven.
In de VS keurde het Huis van Afgevaardigden al een klimaatplan goed dat zo'n grenstax wil heffen, waarop India al kwaad reageerde. De mondialisering kende tot nu toe zwakke milieuregels. Of daar op deze manier kan worden aan verholpen, zal moeten blijken.

Auteur: John Vandaele.

_____________________________________________________________________________________


Afrika wil miljarden dollars compensatie voor klimaatschade

ADDIS ABEBA, 25 augustus 2009 (IPS) - De Afrikaanse landen willen tijdens de klimaattop in december in Kopenhagen miljarden dollars aan compensatie eisen voor de impact van de klimaatverandering. Dat bleek gisteren tijdens een conferentie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Afrikaanse experts en hoge vertegenwoordigers van lidstaten van de Afrikaanse Unie (AU) adviseren Afrika om tussen 69 en 200 miljard dollar per jaar te eisen van de rijke landen, als compensatie voor de klimaatschade.
Afrika krijgt de hardste klappen als gevolg van de klimaatverandering, maar draagt volgens deskundigen zelf nauwelijks bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de opwarming van de aarde zouden veroorzaken. De uitstoot komt grotendeels voor rekening van de rijke landen.

Ziekten en oorlogen
Volgens de Afrikaanse Unie heeft een gebrek aan eenheid binnen Afrika er in het verleden voor gezorgd dat de belangen van het continent niet goed behartigd zijn. De Afrikaanse landen willen het nu anders aanpakken. Tijdens de gisteren afgesloten bijeenkomst in Addis Abeba is gesproken over een gezamenlijk standpunt voor de conferentie in december in Kopenhagen.
De details van het plan zijn nog niet vrijgegeven. Het is dus nog niet duidelijk hoeveel geld elk ontwikkeld land zou moeten betalen en voor hoe lang. Ook is nog niet duidelijk hoe het geld over het continent verdeeld zou moeten worden en wie controleert hoe het besteed wordt.
Meer informatie wordt verwacht nadat het voorstel is goedgekeurd door de Afrikaanse regeringsleiders. Zij buigen zich op 31 augustus in Tripoli (Libië) over het plan. Ethiopië is genomineerd om een leidende rol te spelen bij de onderhandelingen, als hoofd van de recent gevormde Conference of African Heads of State and Government on Climate Change (CAHOSCC).
"De Afrikaanse ontwikkelingsdoelen staan op het spel als er niet snel iets gedaan wordt om de gevolgen van de klimaatverandering aan te pakken", zei Jean Ping, commissievoorzitter van de AU, tijdens de conferentie. "De klimaatverandering zal invloed hebben op de productiviteit, zorgen voor een toename van ziekten en armoede en conflicten en oorlogen uitlokken."
Eerder dit jaar riep de Ethiopische premier Zenawi rijke landen op om Afrika te compenseren voor de klimaatverandering, met het argument dat de vervuiling op het noordelijk halfrond wellicht de oorzaak is geweest van de dramatische hongersnoden in zijn land in de jaren tachtig.

Auteur: Omer Redi Ahmed.


_____________________________________________________________________________________


Nederlandse houtverwerker ziet bossen Bolivia verdwijnen

Bolivia is een bomenland. Ongeveer de helft van de oppervlakte bestaat uit bos. Maar dat verandert snel. Door illegale houtkap en de opmars van sojaboeren ziet de Nederlandse eigenaar van een houtbedrijf in het Zuid-Amerikaanse land steeds meer bomen verdwijnen.

Als de enorme boom ter aarde stort, lijkt het alsof hij door het gekraak heen ook een laatste zucht slaakt. 'Zonde', denk je als je zo'n prachtig gevaarte tegen de vlakte ziet gaan. De boom komt uit Bolivia, een land dat nog een groot areaal aan bos heeft doordat het zo afgelegen ligt.
Omdat Bolivia rijk is aan hout, is de Nederlandse parketfabrikant INPA naar Bolivia gekomen. Het bedrijf heeft er een stuk bos gekocht met een oppervlakte van 300 vierkante kilometer en een fabriek gebouwd in de plaats Concepcion. Dat gehucht in het tropische oostelijke deel van Bolivia ligt niet ver van het eigen bos.

Jonge aanwas
De fabrikant gebruikt het bos duurzaam. Het gebied is verdeeld in blokken. In elk van die blokken wordt maar eens in de 25 jaar gekapt. En dan gaan lang niet alle bomen tegen de vlakte: alleen de grote exemplaren. Daardoor komt er plaats vrij voor jonge aanwas. Die wordt niet geplant, maar groeit uit het zaad dat de andere bomen vanzelf laten vallen. Op deze manier blijft het bos zichzelf steeds genereren.
Een prachtig systeem dus eigenlijk, maar een systeem waarvoor je wel enorm veel bosland nodig hebt. Het Nederlandse bedrijf heeft aan z'n eigen bos niet genoeg, maar haalt nog eens anderhalf keer zo veel extra hout uit de bossen die worden beheerd door inheemse stammen. Het werkt daarvoor onder meer samen met de gemeenschap van Santa Monica die bestaat uit tweehonderd mensen. Die hebben geen eigen apparatuur. Ze kunnen daarom niet anders dan hun bomen als boom verkopen. INPA komt dan met zijn eigen zware machines het bos in om de bomen om te zagen en naar de fabriek te brengen. Ook dat hout wordt overigens duurzaam verbouwd.

Dorpshoofd
Voor de inheemse groepen is het geen ideale situatie. Het dorpshoofd vertelt dat hij tevreden is over de samenwerking met de Nederlanders omdat die zich goed aan hun afspraken houden en op tijd betalen. Maar liever zou hij een eigen houtzagerij in het dorp beginnen. Dan kan het dorp het hout tegen een betere prijs aan marktpartijen verkopen. Aan platgooien van het oerwoud voor de veel lucratiever verbouw van soja denkt hij niet: het dorp leeft traditioneel van het bos en doet daarnaast alleen aan wat landbouw en veeteelt.
Maar anderen denken wel aan soja. Paul Roosenboom, die met zijn zus Ella eigenaar is van INPA, werkt al ruim twintig jaar in Zuid-Amerika. Hij heeft al veel bos zien verdwijnen. Zijn eerste fabriek bouwde hij in Paraguay, maar daar is inmiddels zoveel bos weg dat het steeds moeilijker wordt om grondstoffen te krijgen. Daarom kocht zijn bedrijf tien jaar geleden het bos in Bolivia. Inmiddels staat er ook een fabriek.

Bulldozer
Roosenboom heeft er een hard hoofd in of het bos in Bolivia wel zal blijven bestaan. Overal om zijn bedrijf heen ziet hij niet alleen bomen verdwijnen door illegale kap, hij ziet ook steeds meer sojaboeren komen. ,,Die zijn helemaal niet geïnteresseerd in hout. Het liefst duwen ze met een bulldozer de bomen om, want dan gaan de wortels meteen mee. Dan steken ze wat er nog over is in brand", vertelt Roosenboom.
Voor de inheemse gemeenschappen is de komst van de sojaboeren geen goed nieuws. In Brazilië bleek de komst van de sojaboeren maar kort welvaart te bieden. Na een tijdje trokken zij weer verder, de grond uitgeput achterlatend. Daarna vervielen de gemeenschappen weer in hun oude armoede. En dan ook nog zonder bos.


Garrie van Pinxteren

_____________________________________________________________________________________


Water: mensenrecht of economisch goed?
Thalif Deen

NEW YORK, 14 augustus 2009 (IPS) - De groeiende commercialisering van water doet wereldwijd de roep steeds luider klinken om water als basisbehoefte wettelijk te erkennen als een mensenrecht.

We hebben absoluut nood aan een conventie of verdrag omtrent het recht op water, om ervoor te zorgen dat niemand ooit nog water ontzegd kan worden omdat ze niet kunnen betalen", zegt Maude Barlow, topadviseur van de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN. "We moeten water als mensenrecht beschermen", zegt ze.
Dat voorstel voor een conventie kan het beste gedaan worden door de VN-Mensenrechtencommissie in Geneve, vindt Barlow, maar het zou best zijn mochten de 192 lidstaten van de Algemene Vergadering ze ratificeren.
Volgens de Verenigde Naties hebben bijna 880 miljoen mensen, het merendeel in de ontwikkelingslanden, onvoldoende toegang tot zuiver water. Tegen 2030 zou bijna vier miljard mensen in streken leven met ernstige waterproblemen, met name in Zuid-Azië en China.
Uit een studie van het milieuagentschap van de VN, UNEP, blijkt dat de globale markt voor watervoorziening en waterzuivering goed is voor 250 miljard dollar wereldwijd, en dat die nog zal groeien met bijna 660 miljard dollar tegen 2020.

Verenigde Staten
Volgens Patricia Jones, waterdeskundige en manager van het Environmental Justice Programme bij de mensenrechtenorganisatie Unitarian Universalist Service Committee, onderhandelden de Verenigde Staten tegen de aanstelling van een speciale VN-rapporteur voor het mensenrecht op water tijdens een stemming in de Mensenrechtencommissie in maart 2008. Toch werd een onafhankelijke deskundige aangewezen, die de reikwijdte van het mensenrecht op water en sanitaire voorzieningen moest vastleggen.
"Die tegenstand van de vorige Amerikaanse regering is nu aan het veranderen", zegt Jones. Ze verwijst naar de toespraak van president Barack Obama bij zijn aantreden, waarin hij de bevolking van arme landen beloofde "met hen samen te werken om hun boerderijen te doen floreren en schoon water te doen stromen."

Reactie
Volgens Barlow is er een reactie op gang aan het komen tegen de privatisering van watervoorziening. "We zijn met succes het besef aan het introduceren dat water een publieke aangelegenheid is, en door de bevolking beheerd moet worden", zegt ze. "Maar we moeten waakzaam blijven voor nieuwe vormen van privécontrole: watermarkten en waterhandel, waterbanken en speculatie dreigen aan de horizon."
Volgens Barlow moet de internationale gemeenschap ook de "supermachten" goed in de gaten houden, omdat die buiten hun grenzen op zoek gaan naar watervoorziening, net zoals ze dat voor olie deden. China bijvoorbeeld is een leiding aan het bouwen die water uit de Tibetaanse Himalaya aanvoert.
IPS(JG, RP)

_____________________________________________________________________________________


Financiële hulp aan Haïti kan voedselcrisis niet bezweren

NEW YORK, 3 augustus 2009 (IPS) - Haïti kan niet klagen over een gebrek aan internationale aandacht en lijkt voor volgend jaar zelfs op nog iets meer ontwikkelingshulp te kunnen rekenen. Toch blijft de voedselbevoorrading van de arme bevolking onzeker en kunnen er zo nieuwe voedselrellen uitbreken, waarschuwen experts.


Donorlanden hebben eerder dit jaar 324 miljoen dollar (228 miljoen euro) hulp toegezegd voor de komende twee jaar. Door die hulp zal de Haïtiaanse regering ondanks de crisis in 2010 nog iets meer kunnen uitgeven dan dit jaar, schat Claude Fignole, de directeur van de hulporganisatie ActionAid Haiti.
De aandacht voor het armste land van het westelijk halfrond heeft veel te maken met de benoeming van de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton als speciale VN-gezant voor Haïti. In maart kreeg het land ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon op bezoek.

Labiele situatie
Experts waarschuwen dat de hulp aan Haïti de komende jaren niet mag worden teruggeschroefd. De sociale situatie in het land blijft labiel nadat er in april 2008 rellen waren uitgebroken naar aanleiding van de stijgende voedselprijzen. De onlusten kostten het leven aan vijf Haïtianen en dwongen de toenmalige premier Jacques-Edouard Alexis tot ontslag.
Daarna richtten orkanen ook nog eens schade aan op meer dan 70 procent van de Haïtiaanse akkers. Ook de wegen hebben zwaar onder het noodweer geleden en zijn nog altijd niet hersteld.
De Haïtiaanse regering houdt sinds april vorig jaar de voedselprijzen kunstmatig laag, maar toch kosten levensmiddelen nog altijd meer dan het gemiddelde van de afgelopen vier jaar. Intussen sturen Haïtiaanse emigranten minder geld naar huis, een gevolg van de economische crisis. Die geldstroom is goed voor een vijfde van het Haïtiaanse bruto binnenlands product.
Volgens de Ad Hoc Adviesgroep over Haïti van de VN is de voedselbevoorrading van meer dan een derde van de Haïtiaanse bevolking onzeker. In afgelegen gebieden, waar moeilijk voedselhulp kan worden geleverd, wordt er echt honger geleden.
De adviesgroep raadt de Haïtiaanse regering en de internationale gemeenschap aan snel werk te maken van extra banen en meer buitenlandse investeringen om de sociale situatie te stabiliseren. Buiten de VS zouden ook andere rijke landen Haïtiaanse producenten bevoorrechte toegang kunnen bieden voor hun exportgoederen. Haïti zou ook vrijhandelszones kunnen opzetten om meer buitenlandse bedrijven aan te trekken.

Beter af zonder buitenlandse raad
Maar sommige critici oordelen dat Haïti beter af zou zijn zonder al die goede raad. "De internationale gemeenschap heeft te veel aandacht besteed aan Haïti, en bijna altijd op een verkeerde manier", vindt Charles Arthur, de directeur van de Britse Steungroep voor Haïti. Volgens Arthur steunt de internationale gemeenschap al jaren "de meest reactionaire vleugel van de private sector", in plaats van de meerderheid van arme landbouwers. Om aan de weet te komen wat Haïti echt kan helpen, moeten donorlanden volgens hem meer luisteren naar Haïtiaanse burgerorganisaties.
In plaats van vrijhandelszones moet er meer steun komen voor de lokale boeren om meer voedsel te produceren voor de eigen markt. Dat zegt de Papda, een Haïtiaanse basisorganisatie die opkomt voor een landhervorming.
Categoriën: Ontwikkeling - Economie - Deadline 2015 - Cariben - Haïti
Auteur: Sonali Salgado.


_____________________________________________________________________________________

Wereldvoedselprogramma in geldnood: voedselveiligheid in gedrang
31 juli 2009 (MO) - Het hoofd van het VN-Wereldvoedselprogramma, Josette Sheeran, trekt aan de alarmbel: de organisatie kampt met een tekort van 3 miljard dollar. Dit gebrek aan middelen zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden.

Door de financiële crisis zijn de voedselprijzen het afgelopen jaar in meer dan tachtig procent van de ontwikkelingslanden gestegen. Hierdoor lijden steeds meer mensen honger. De slagkracht van het Wereldvoedselprogramma (WFP), dat deze hongerigen probeert te bereiken, wordt nu bedreigd door een tekort aan budget. Volgens Sheeran is de situatie alarmerend.

Wereldvoedselprogramma
Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (VN) heeft als doel het aantal hongerigen en ondervoede mensen af te bouwen. Meer dan één miljard mensen lijdt honger. Voor 2009 probeert de organisatie 108 miljoen mensen, verspreid over 74 landen, van voedsel te voorzien. Het kostenplaatje van deze missie bedraagt 6,7 miljard dollar, maar nu al blijkt dat dit onhaalbaar is. Het budget van het WFP bestaat immers volledig uit vrijwillige bijdragen van onder andere overheden, bedrijven en private donoren.
Josette Sheeran, hoofd van het WFP, vertelde woensdag in het Witte Huis dat ze vreest voor een enorm financieel tekort. Naar schatting zal het WFP tegen het einde van dit jaar slechts 3,7 miljard dollar verzameld hebben.

Wat nu?
Met een deficit van bijna de helft van zijn budget, kan het WFP een groot deel van haar doelgroep niet bereiken. In Bangladesh bijvoorbeeld wil het WFP dit jaar vijf miljoen hongerigen helpen. Waarschijnlijk zullen maar 1,4 miljoen hiervan kunnen worden geholpen.
Hoewel sommige hulpprogramma's onvermijdelijk geschrapt zullen worden indien het WFP blijvend wordt geconfronteerd met te weinig inkomsten, verzekert het WFP dat het zijn uiterste best doet om zich voornamelijk toe te leggen op de meest kwetsbare groepen, namelijk kinderen en zwangere vrouwen. Verder zullen die laatsten minder voedsel krijgen dan in vorige jaren: het dagelijks aantal calorieën wordt teruggeschroefd van 2100 naar ongeveer 1600 per persoon.

Nood aan een langetermijnoplossing

Sheeran pleit voor langetermijnoplossingen met betrekking tot de voedselveiligheid. Ze zegt dat de twintig miljard dollar die de G8 recentelijk vrijmaakte om de wereldwijde voedselveiligheid te verbeteren, een eerste stap in de goede richting is. Ze vraagt ook expliciet aan de G20, die binnenkort in Pittsburgh samenkomt, om hier rekening mee te houden.

Auteur: Muriel Denayer.


_____________________________________________________________________________________


Zuid-Afrika wordt voortrekker in eerlijke handel

KAAPSTAD, 22 juli 2009 (IPS) - Zuid-Afrika kan een belangrijke verbruiker van fairtradeproducten worden. Sinds april heeft Zuid-Afrika alvast een eigen keurmerkorganisatie die deel uitmaakt van de internationale certificatiekoepel voor eerlijke handel FLO, als eerste ontwikkelingsland. De initiatiefnemers proberen nu het bewustzijn rond eerlijke handel in eigen land op te drijven.

Fairtradekeurmerken als het Belgische en Nederlandse Max Havelaar garanderen consumenten dat producten als koffie, bananen en bloemen onder sociaal aanvaardbare omstandigheden zijn geproduceerd en tegen een eerlijke prijs zijn aangekocht. Keurmerkorganisaties proberen de eerlijke handel ook te stimuleren. Traditioneel komen de producten van eerlijke handel uit het Zuiden, terwijl de verdelers en consumenten zich in het Noorden bevinden. FLO, een netwerk van keurmerkorganisaties voor eerlijke handel, telde tot voor kort alleen leden in Europa, Noord-Amerika en Japan.

Noord-Zuidopdeling doorbreken
Maar samen met producentennetwerken uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië breekt Fairtrade Label South Africa (FLSA) FLO nu open. De regionale netwerken werden al in 2007 toegelaten als volwaardige leden van FLO. De Zuid-Afrikaanse organisatie, die in 2008 werd opgezet, werd in april dit jaar officieel binnengehaald als de eerste certificatieorganisatie uit een ontwikkelingsland.
Voorlopig zal FLSA alleen het gebruik van het internationale keurmerk Fairtrade in Zuid-Afrika bevorderen en de verkoop van producten met dat keurmerk stimuleren. De licentievergoedingen blijven in Zuid-Afrika en zullen daar gebruikt worden om de eerlijke handel te bevorderen. De toekenning van het keurmerk blijft in handen van het secretariaat van FLO in Bonn.
Niet alle leden van FLO waren aanvankelijk even enthousiast over de toetreding van een Zuid-Afrikaanse keurmerkorganisatie, zegt Boudewijn Goossens, de directeur van FLSA. Goosens komt uit Nederland maar leeft al ruim tien jaar in Zuid-Afrika. "Eerlijke handel is een Europees concept, en FLSA wil dat veranderen. FLO geeft aan dat het naar een mondiale benadering wil evolueren, en we zien zeker vooruitgang daarin."
Volgens Goossens is de relatie met FLO de voorbije zes maanden sterk verbeterd en wordt zijn organisatie nu als een ernstige partner behandeld.

De hele productieketen
"FLO ziet ook Brazilië, Mexico, China en India als belangrijke potentiële afzetmarkten voor producten uit eerlijke handel, maar Zuid-Afrika is het eerste land uit het Zuiden dat een marketingorganisatie binnen FLO heeft. We zijn voortrekkers op het vlak van eerlijke handel. We zijn ook het eerste land waar eerlijke toeristische producten en diensten worden verkocht." Op het Afrikaanse continent bestaan er buiten Zuid-Afrika ook nog in enkele andere Afrikaanse landen winkels voor eerlijke handel, maar volgens Goossens zit er weinig lijn in die initiatieven.
Goossens droomt ervan een rol te kunnen spelen in de hele productieketen van eerlijke handel in Afrika, van productie tot verwerking, de toekenning van het keurmerk en marketing. "Afrika zal er meer aan hebben als we afgewerkte producten kunnen verhandelen in plaats van grondstoffen."
Zuid-Afrika is een van de ruim zestig ontwikkelingslanden die landbouwproducten leveren die een Fairtradekeurmerk dragen. Een zestigtal Zuid-Afrikaanse boerderijen en coöperatieven produceren onder meer eerlijke wijn, rooibosthee en verscheidene soorten fruit en fruitconcentraten. Sinds eind 2008 mochten ook de eerste Zuid-Afrikaanse bedrijven het Fairtradelabel op hun producten aanbrengen. Ze verkopen wijn, koffie en rooibos.
Volgens Goossens is het begrip eerlijke handel nog niet erg bekend in Zuid-Afrika. Daar zet FLSA dit jaar zijn schouders onder. Een belangrijke doelgroep vormen Zuid-Afrikaanse politici. Tegelijk probeert de organisatie meer licentiehouders te winnen - de bedrijven die producten met het Fairtradelabel verkopen. In een tweede fase zal FLSA die licentiehouders dan bijstaan om de Zuid-Afrikaanse markt beter te bereiken en het grote publiek warm te maken voor de producten.

Auteur: Sybrandus Adema.

_____________________________________________________________________________________


Organische landbouw kan antwoord zijn op voedseltekorten

KAAPSTAD, 19 juli 2009 (IPS) - Organische landbouw kan een antwoord zijn op voedseltekorten in Afrika, stellen voorstanders van de productiemethode. Afrikaanse boeren die overstappen op organische landbouw, zien hun onderneming echter vaak mislukken omdat ze de overstap te snel maken.

"Plotseling stoppen met het gebruik van chemicaliën is voor de grond net zo traumatisch als een cold turkey-afkickmethode voor een drugsverslaafde", zegt Cornelius Oosthuizen, hoofd van het Zuid-Afrikaanse Biofarm Institute.
"Als je duizend hectare land hebt, kun je niet op al dat land organische monocultuur beginnen. Eerst moet je biologisch gaan boeren." Bij biologische landbouw worden alleen onschadelijke chemicaliën gebruikt, organische landbouw staat helemaal geen gebruik van chemicaliën toe.
Het kost enige tijd om de micro- en macromineralen in balans te brengen en het ecologische systeem moet zich herstellen (er moet bijvoorbeeld voldoende activiteit van insecten en wormen in de bodem zijn).
Een goede overgang naar organische landbouw is belangrijk als Zuid-Afrikaanse boeren willen profiteren van de groeiende vraag naar organische producten. In de internationale markt voor organische producten gaat jaarlijks vijftig miljard dollar om. Daarnaast zou deze vorm van landbouw de Afrikaanse problemen met voedselzekerheid kunnen verminderen. Afrika laat echter veel potentieel onbenut.

Hogere opbrengst
In juni waarschuwde ontwikkelingsorganisatie Oxfam dat Afrika bezuiden de Sahara voor jaarlijks twee miljard dollar aan maïsoogsten kan verliezen als gevolg van de klimaatverandering. De regio is gevoelig natuurrampen en droogte. De Afrikaanse waterbronnen moeten daarom zo efficiënt mogelijk gebruikt worden.
Volgens Raymond Auerbach, een bekende voorstander van organische landbouw in Afrika, blijkt uit onderzoek van verschillende organisaties dat organische landbouw de opbrengsten in ontwikkelingslanden kan verdubbelen of verdriedubbelen. Het zou flinke energiebesparingen opleveren en organische landbouw kan water tot 40 procent efficiënter gebruiken. Organische producten bevatten daarnaast meer belangrijke voedingsstoffen.
Auerbach is directeur van de Rainman Landcare Foundation in Zuid-Afrika. Zijn organisatie begeleidt boeren op een ecologische verantwoorde manier te produceren met optimaal watergebruik. De stichting helpt boeren ook zich te organiseren en markten te ontwikkelen.
Uit een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008, blijkt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door gebruik van organische productiemethoden. Onwetendheid en weerstand tegen organische landbouw en de financiële dominantie van zaad- en kunstmestbedrijven met sterke politieke banden, zijn enkele van de redenen waarom organische markten niet ten volle ontwikkeld zijn.
Volgens Auerbach lopen Zuid-Afrikaanse organische bedrijven tegen veel hindernissen aan. "Ten eerste wordt er ter plaatse weinig onderzoek gedaan om de boeren te ondersteunen. Ten tweede verleent de overheid vaak alleen steun als boeren kunstmest en gif gebruiken. En ten derde, het is een ingewikkelde en kostbare zaak om gecertificeerd te worden als 'organisch'."

Onwetenschappelijk
"De weerstand tegen organische landbouw wordt gevoed door bedrijven die kunstmest en gif leveren", zegt Auerbach. "Daarnaast wordt studenten aan de landbouwopleidingen geleerd dat kunstmest, gebruik van gif en genetisch veranderde zaden wetenschappelijke methodes zijn die voor vooruitgang staan, en dat 'ouderwetse' methodes onwetenschappelijk zijn."
De potentiële inkomsten van organische landbouw zijn hoog, stelt hij. Organische boeren in Oeganda halen met de export van hun producten een jaarlijkse omzet van 22 miljoen dollar. Ze leveren daarnaast op de lokale markt. Auerbach beweert dat de organische beweging voor voedselzekerheid kan zorgen. "De agribusiness is in de eerste plaats geïnteresseerd in winst maken, minder in voedselzekerheid. Sommige ontwikkelingsorganisaties klagen dat het meeste geld dat ze investeren in ontwikkeling, terugvloeit naar de VS. Dat gebeurt in de vorm van betalingen aan Amerikaanse bedrijven die experts, technologie en producten leveren."
Oosthuizen denkt dat het boerenbedrijf in Afrika terugmoet naar kleinschaligheid. "Elk dorp zou zijn eigen boerderijen, molens en bakkerijen moeten hebben. En zodra de plaatselijke bevolking genoeg heeft, kan gekeken worden naar andere markten." De overheid zou dat proces in goed banen moeten leiden, zegt hij.
In Zuid-Afrika wordt op veel plaatsen in de stad en op het platteland de honger op afstand gehouden met groentetuinen, veelal opgezet door vrouwen. Die tuinen leveren niet alleen eten voor hun eigen gezin, maar ook voor andere plaatselijke bewoners. Op het platteland heeft organische landbouw grote voordelen, zegt Auerbach. "Boeren hoeven niet ver te reizen om dure benodigdheden aan te schaffen. Bovendien eten hun eigen kinderen van het voedsel. Tijdens de productie en consumptie wordt niemand blootgesteld aan schadelijke stoffen."

Auteur: Stephanie Nieuwoudt.


_____________________________________________________________________________________



Wil het kabinet voedsel echt duurzamer maken?

Het stimuleren van vraag en aanbod van duurzaam voedsel is de kern van de nota Duurzaam Voedsel. De nota heeft de ambitie dat Nederland in 2015 koploper is op het gebied van duurzaam voedsel en moet dan een voorbeeld zijn voor de internationale gemeenschap. Voor de nota is 20 miljoen euro beschikbaar.

Nederland is op dit moment, na de VS, 2e exporteur van agrarische producten in de wereld, met een omvang van 60 miljard euro. Het concurrentievermogen en de innovatiekracht van de Nederlandse voedingssector moet optimaal bijdragen aan het duurzamer worden van het internationale voedselsysteem. Dat voedselsysteem staat ondermeer onder druk vanwege de mondiaal forse toename van de consumptie van vlees, vis en zuivel, wat een groot beslag legt op het mondiale ecosysteem.

Stakeholders
Bij de verduurzaming van de voedselketen is een belangrijke rol weggelegd voor de voedselproducerende en -verwerkende sector en de supermarkten, de zogeheten stakeholders. Minister Verburg is bezig een platform verduurzaming voedsel op te richten, om het aanbod van marktgerichte duurzamere producten te vergroten. Dit platform moet komen met concrete plannen waarmee ondermeer duurzame groenten, fruit, vlees en vis hun weg naar de consument vinden. Een voorbeeld van deze aanpak is het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten dat vorige maand is ondertekend en dat moet leiden tot vlees in de schappen tussen het reguliere en biologische segment in.

Consumenten
Volgens het persbericht van het ministerie zijn het uiteindelijk de consumenten die de verduurzaming van het voedsel tot stand kunnen brengen: zij moeten het duurzamere voedsel immers kopen. Om een duurzamer keuze te kunnen maken moet de consument keuze hebben, zich bewust zijn van de gevolgen van zijn keuze en over voldoende informatie beschikken om een afgewogen keuze te kunnen maken. Op het gebied van de informatievoorziening zien dankzij een overdaad aan logo's de meeste consumenten door de bomen het bos niet meer. Verburg wil de consument een handje te helpen door samen met EZ de Consuwijzer uit te breiden met meer duurzaamheidskeurmerken.

Niet echt ambitieus
Of de ambitie van de nota kan worden waargemaakt is maar de vraag. Een bedrag van twintig miljoen, verdeeld over zes jaar is niet echt ruim begroot. En of de consument nou werkelijk zit te wachten op half biologisch vlees? Daarnaast ontwijkt de regering haar werkelijke verantwoordelijkheid door naast het bio assortiment de zeer ruime keuze aan niet duurzaam aanbod volledig ongemoeid te laten. En juist in de beperking daarop valt de grootste winst te behalen. Niet echt ambitieus, kortom, deze nota.


_____________________________________________________________________________________



"Meer democratie moet failliet economisch systeem redden" (VN)
Henry Parr en Thalif Deen

NEW YORK, 26 juni 2009 (IPS) - Tijdens de financiële top die de Verenigde Naties deze week houden in New York, is opgeroepen tot grondig onderzoek naar het systeem waarin de rijkste landen al decennialang het wereldwijde fiscale en handelsbeleid bepalen.

"Op dit kritieke moment moeten we er alles aan doen om te voorkomen dat de wereldwijde crisis, met al zijn vertakkingen, ook een sociale, humanitaire milieutragedie wordt", zei Miguel D'Escoto, voorzitter van de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN).
"Het is inhumaan en onverantwoordelijk om een Ark van Noach te bouwen waarmee alleen het bestaande economische systeem gered wordt, en de grote meerderheid van de bevolking te laten lijden onder een systeem dat is opgelegd door een onverantwoordelijke, maar machtige minderheid."
Westen afwezig
Het besluit om een VN-top te houden over de economische crisis, werd met consensus genomen door alle 192 lidstaten. Dat besluit viel tijdens een internationale conferentie over financiering en ontwikkeling, die in november werd gehouden in Doha (Qatar).
Volgens sommige waarnemers is de top belangrijk voor de toekomst van de VN, vooral als het gaat om de rol die het orgaan kan spelen bij het uitwerken van een nieuw, meer democratisch systeem voor wereldwijde financiering en economisch beleid.
Zowel de voorzitter van de Wereldbank, Robert Zoellick, als de baas van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Dominique Strauss-Kahn, kwamen echter niet opdagen bij de top. Ook is vrijwel geen enkele westerse politieke leider aanwezig. De rijke landen vinden dat oplossingen voor de economische crisis in de eerste plaats van het IMF en de Wereldbank moeten komen.
In totaal stuurden 142 landen delegaties. De meeste deelnemers aan de top komen uit ontwikkelingslanden. Zij buigen zich vandaag over een verklaring die onder meer spreekt over het "versterken van de rol van de Verenigde Naties bij het formuleren van een antwoord op de crisis, het bevorderen van groen en duurzaam herstel en hervorming van instituten zoals het IMF en de Wereldbank, gebaseerd op een eerlijke en representatieve vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden."

Ontwikkelingshulp
De secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, gaf tijdens de top aan dat hij zich zorgen maakt over de ontwikkelingshulp, en met name de hulp aan de 49 minst ontwikkelde landen in de wereld.
Westerse landen staken in de afgelopen maanden 18 biljoen dollar in wankelende financiële instituten. Ontwikkelingslanden moesten het in de afgelopen vijftig jaar met ruim 2 biljoen aan hulp doen. Geldgebrek is dus geen excuus meer om op de hulp aan ontwikkelingslanden te bezuinigen, zei Ban.
De Millenniumcampagne van de Verenigde Naties, die gericht is op het uitroeien van extreme armoede en honger wereldwijd, wijst op het grote verschil tussen het bedrag dat in de afgelopen 49 jaar na veel moeizame onderhandelingen en topbijeenkomsten naar de armsten in de wereld ging, en de gigantische bedragen die van de ene op de andere dag gevonden werden om de veroorzakers van de financiële crisis uit de brand te helpen. "Niemand kan nog volhouden dat er geen geld is om de 50.000 mensen die dagelijks door extreme armoede doodgaan, te helpen", zei Salil Shetty, directeur van de Millenniumcampagne.
De hulp aan Afrika was in de afgelopen jaren tenminste 20 miljard dollar per jaar lager dan beloofd door de leiders van de industrielanden tijdens een topontmoeting in Gleneagles (Schotland) in 2005, zei Ban Ki-moon. "Als de wereld meer dan 18 biljoen kan mobiliseren om de financiële sector overeind te houden, dan kan er ook 18 miljard gevonden worden om de belofte aan Afrika te houden."

Draagvlak
De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) heeft uitgerekend dat de economische crisis ertoe geleid heeft dat 100 miljoen mensen meer honger lijden. In totaal lijden dit jaar een miljard mensen honger.
Op de vraag waarom de rijke landen wel geld in hun banken steken, maar de arme landen negeren, zei Shetty van de Millenniumcampagne: "De leiders van de rijke landen verwachten geen politieke consequenties op korte termijn als ze niets doen om de arme landen te helpen."
De enige oplossing op lange termijn is volgens hem om draagvlak voor dit soort kwesties te creëren bij het publiek in rijke landen. "De beleidsmakers in rijke landen zien in de hulp aan arme landen niet hetzelfde wederzijdse belang dat ze zien in maatregelen tegen klimaatverandering, de wereldwijde griepepidemie, de zogenoemde oorlog tegen terreur en in iets mindere mate de handel, terreinen waarop de noodzaak van multilaterale actie pijnlijk duidelijk is geworden", zegt hij.
De rijke landen realiseren zich de mogelijke consequenties als het gaat om Oost-Europa, landen die vlakbij liggen, zegt Shetty. "Maar ze vergeten dat er minder dan twintig kilometer zee zit tussen Europa en Afrika."
IPS(JS, RP)


_______________________________________________________________________________________


MILIEU: Watertekort bedreigt helft wereldbevolking
Julio Godoy
ROME, 23 juni 2009 (IPS) - Als de regeringsleiders niet snel tot een akkoord komen over het beheer van de waterbronnen, dan zal de helft van de wereldbevolking tegen 2030 onvoldoende water hebben om te leven. Dat zegt de Britse wetenschapper Jonathan Baillie, een internationale autoriteit op het vlak van ecosystemen, in een gesprek met IPS.

"Zestig procent van de ecosystemen ter wereld takelen af of worden op een niet duurzame wijze gebruikt", zegt Jonathan Baillie. "Vooral bij twee diensten die het milieu ons levert, de visbestanden en zoet water, zijn de grenzen ver overschreden, zelfs met het huidige verbruik."
Baillie, die directeur milieubehoud is bij de Zoological Society in Londen en deze maand deelnam aan de klimaatconferentie van de organisatie van internationale parlementsleden Globe, zegt dat een kwart van het huidige zoetwaterverbruik ter wereld op lange termijn de capaciteit overschrijdt, vooral door water naar andere plaatsen over te hevelen en door grondwater overmatig op te pompen. "Tussen 15 en 35 procent van de waterwinning voor irrigatie overschrijdt de capaciteit van de voorraden en is dus niet duurzaam."

Overbevolking en overconsumptie zijn de belangrijkste oorzaken volgens de Britse expert. "Sinds 1960 is de wereldbevolking meer dan verdubbeld en de wereldeconomie is verzesvoudigd. Zonder een coherent ontwikkelingsbeleid zullen er tegen 2050 3 miljard mensen meer zijn op de planeet, en die zullen de natuur op een nooit eerder geziene manier onder druk zetten."
"Bijna 2,8 miljard mensen kampen nu al met watertekort", zegt Baillie. "Als er geen adequaat beleid komt, zullen tegen 2030 nog 1,1 miljard mensen extra met dit probleem te maken hebben. Dat wil zeggen dat de helft van de wereldbevolking op dat moment een zorgwekkend tekort aan water zal hebben, waaronder tot 80 procent van de inwoners van Brazilië, China, India en Rusland."

Bolivia
De landbouwexpansie die nodig is om de groeiende wereldbevolking te voeden, is de belangrijkste oorzaak van de aftakeling en het verlies van ecosystemen. De evolutie van de Boliviaanse regio Santa Cruz tussen 1975 en 2003 is een mooi voorbeeld, zegt Baillie.
"De vruchtbare laagvlaktes zijn daar zeer geschikt voor de landbouw. Op satellietfoto's uit 1975 ziet men dat het bosrijke landschap toen groen, dichtbegroeid en aaneensluitend was en tot de Río Grande liep.
"In 1986 had men wegen aangelegd die de zone met woongebieden verbond, waardoor veel mensen konden verhuizen. Een groot project voor landbouwontwikkeling leidde tot zware ontbossing. Men kapte bomen om velden voor veeteelt en akkerbouw te creëren. In 2003 toonden de satellietfoto's dat bijna de hele zone in plantages en weiden was veranderd."
IPS(RP, PD)


_______________________________________________________________________________________


"Oplossing honger en armoede in Afrika ligt bij kleine boeren"
Stephanie Nieuwoudt

KAAPSTAD, 18 juni 2009 (IPS) - Afrikaanse regeringen moeten veel meer doen voor kleine boeren en middelgrote landbouwbedrijven op het continent. Als die meer krediet krijgen, betere opslagplaatsen en wegen zien verschijnen en beschermd worden tegen internationale prijsschommelingen, kunnen ze de ontwikkeling in Afrika een stevige duw geven.

Dat is de conclusie van het Agribusiness Forum 2009, een vierdaagse landbouwconferentie in de buurt van Kaapstad die gisteren (17 juni) werd afgerond.

Investeringen te laag
Zelfs leken zien meteen dat Afrika te weinig investeert in landbouw. Twee derde van alle Afrikanen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van akkerbouw en veeteelt, en toch gaat in de meeste landen maar tussen 5 en 10 procent van de overheidsuitgaven naar die sector.
De Afrikaanse Unie nam zich in 2003 plechtig voor dat aandeel overal boven de 10 procent te tillen, maar voorlopig slagen slechts zeven landen daar systematisch in. Dat betekent dat er bijna overal veel te weinig wordt geïnvesteerd in landbouwkundig onderzoek, opslagplaatsen, transportinfrastructuur, marketing en de bevordering van de handel.
De gevolgen blijven niet uit. De Afrikaanse landbouwproductie per inwoner loopt terug. Tussen 2005 en 2007 lag de productie 15 procent lager dan tussen 1960 en 1962. Afrika moet ook almaar meer levensmiddelen invoeren. Zuid-Afrika gaf daar in 2008 24 miljard euro aan uit - 41 procent meer dan het jaar daarvoor.

Inzetten op arbeidsintensieve landbouw
Eer bestaat een consensus over hoe het probleem kan worden aangepakt, vindt de Zuid-Afrikaanse minister van Landbouw Tina Joemat-Pettersson. Afrika moet "net als in Azië inzetten op arbeidsintensieve productie in kleine tot middelgrote boerderijen". "Dat schept de banen die nodig zijn om de massale armoede te verminderen, het levert voedsel op en het zorgt voor de investeringsmiddelen die de basis vormen voor industrialisering."
Aan investeringen is er momenteel steeds meer gebrek als gevolg van de internationale crisis, geeft de Zuid-Afrikaanse landbouwminister toe.
"Potentiële investeerders worden ook tegengehouden door de vrees dat ze in instabiele landen met ondermaatse financiële structuren terechtkomen", zegt Namanga Ngongi, de voorzitter van de Alliantie voor een Groene Revolutie in Afrika (AGRA). "Maar bedrijfsleiders die de stap zetten, komen vaak tot de vaststelling dat de return in Afrika veel hoger ligt dan elders."

Wegen en water
Volgens Ngongi zijn de investeringsmogelijkheden onbeperkt. Bijna alle plattelandsregio's in zwart-Afrika moeten veel betere wegen krijgen en zijn nog niet aangesloten op het stroomnet. Partnerschappen tussen overheden en privéondernemingen kunnen bieden extra kansen bieden om de aanzienlijke investeringsbedragen bijeen te krijgen die nodig zijn.
Ook waterprojecten worden almaar belangrijke. Enerzijds moet Afrika zich dringend wapenen tegen de waterschaarste waarmee steeds meer landen te maken zullen krijgen als gevolg van de klimaatverandering. Anderzijds moet het beschikbare water beter worden ingezet. "Amper vier procent van de landbouwgrond in Afrika wordt geïrrigeerd", zegt Ngongi.
"Overal moeten boeren ook kansen krijgen te profiteren van de ontwikkeling van betere gewasvariëteiten", gaat Ngongi verder. Regeringen die dat inzien, kunnen massa's boeren veel meer kansen bieden. Volgens de AGRA hebben nieuwe landbouwsubsidies in Kenia 2,5 miljoen boeren aan beter zaaigoed en kunstmest geholpen. Tanzania bereikt 700.000 boeren met nieuwe subsidies.
De uitdaging is de hulp zo te richten dat niet zozeer de zaadproducenten en leveranciers van bestrijdingsmiddelen en kunstmest ervan profiteren, maar in de eerste plaats de boeren zelf. Volgens experts kan dat onder meer door vooral te investeren in milieuvriendelijke technieken als de geïntegreerde bestrijding van plagen, minimale beploeging, druppelirrigatie en geïntegreerde verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Die benadering geeft de boeren meer macht in plaats van hun toeleveranciers.
IPS(PD, JG)


_______________________________________________________________________________________


'Oceanen in 2050 leeggevist'

Als de visvangst in het huidige tempo doorgaat, zwemmen er in 2050 in de oceanen geen vissen meer. Daarvoor waarschuwt een documentaire die maandag in Rotterdam in prèmiere ging. In de film stellen deskundigen dat als direct actie wordt ondernomen, het tij nog kan worden gekeerd.


Consumenten moeten minder en alleen duurzame vis eten, regeringen moeten het probleem harder aanpakken en er moeten meer zeereservaten komen waar niet mag worden gevist. Die boodschap stuurde The end of the line op de zogenoemde wereldoceanendag van de Verenigde Naties maandag de wereld in.
Boten zitten tegenwoordig vol technische snufjes waardoor vissen geen schijn van kans maken om te ontsnappen. Bovendien zijn er steeds meer schepen bij gekomen. Sommige soorten als de blauwvin tonijn zijn al bijna uitgestorven. De Europese Unie stelt wel quota op, maar daar houden de vissers zich niet aan. ,,Ze worden ook niet gepakt. Er wordt miljoenen aan verdiend'', aldus internationale deskundigen in de documentaire.
Op plekken waar de zeeën al zijn uitgeput, schuiven vissers op naar plekken voor bijvoorbeeld de Afrikaanse kust waar mensen afhankelijk zijn van de visserij. De vissers uit rijke landen verdringen met hun moderne boten de lokale bevolking die berooid achterblijven.
Ondanks de sombere boodschap, spreekt er hoop uit de film. Het probleem kan worden aangepakt, vooral als zoveel mogelijk mensen ervan horen.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat ruim 96 procent van de Nederlanders niet op de hoogte is van de bedreigende situatie. Onbekend is dat 40 procent van de 100 miljard kilo vis jaarlijks weer dood overboord wordt gegooid, omdat het bijvangst is. Bovendien denkt vrijwel iedereen dat kweekvis goed is voor de oceanen, terwijl het omgekeerde waar is.
Volgens Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren hebben veel Nederlandse politieke partijen weinig benul van het probleem. Bovendien prevaleert het economische belang van de visserij. Het wordt tijd dat er een bewustwording op gang komt, zei ze.
Dion Graus van de Partij voor de Vrijheid laat de verantwoordelijkheid over aan de consument. Diegene die duurzame en diervriendelijk gevangen vis kan betalen, moet daarvoor kiezen. Hij pleit er wel voor minder vis te eten.
Bron: ANP


_______________________________________________________________________________________


Hoe milieuvervuilend is hutspot?

Hoeveel wordt er uitgestoten als iemand een pan met hutspot bereidt? Op de site van het Voedingscentrum is dat sinds maandag precies te berekenen via de zogeheten Klimaatweegschaal.

Mensen gooien teveel voedsel weg, gemiddeld 20 procent, aldus het centrum. Bovendien weet ruim 63 procent van de Nederlanders niet welk voedsel schadelijk is voor het milieu, blijkt uit onderzoek van Motivaction.

Het Voedingscentrum wil met de campagne vooral de weggooimentaliteit aanpakken.
"Zo kan bijvoorbeeld blijken dat iemand te veel water in de pan doet bij het koken van aardappelen. Of zelfs te veel aardappelen, die vervolgens in de vuilnisbak belanden", zegt Wouter Rosekrans van het centrum.
Een pan met hutspot scoort relatief laag als het gaat om klimaatimpact. Aardappelen zijn echte 'klimaatkanjers' zo blijkt uit de Klimaatweegschaal. Een pieper kost heel weinig energie in vergelijking met pasta of rijst, vooral vanwege de verbouwing en opslag.

Het Voedingscentrum geeft ook milieuvriendelijke boodschappentips. Zo voorkomt het gebruik van een boodschappenlijstje en het vooraf berekenen van de juiste porties het weggooien van eten.

_______________________________________________________________________________________


Bio voelt crisis het minst

Bron MO 7-6-2009
De wereldwijde groei van bioproducten lijkt niet te stuiten. Ondanks de crisis nam de vraag naar milieuvriendelijk geteelde levensmiddelen in 2008 fors toe. In 2009 lijkt de groei wel af te vlakken.

Op 6 juni begint in Vlaanderen de Bioweek. Supermarktketens in België pakken uit met schitterende cijfers. Delhaize, de marktleider, zegt dat het de verkoop van bioproducten vorig jaar met 17 procent heeft zien stijgen - de sterkste groei in jaren. Bij Carrefour zou een kwart van de klanten bio of fair trade kopen. Ook Colruyt zegt dat de omzet van bioproducten nog altijd sneller stijgt dan de totale omzet.

Groei gaat lekker door

Ook Nederlanders zijn niet zuiniger geworden als het op gezond eten aankomt. Volgens Biologica, een Nederlandse organisatie die biologisch voedsel promoot, zijn er in het eerste kwartaal van 2009 nog meer bioproducten verkocht dan in dezelfde periode in 2008. In heel 2008 steeg volgens de Nederlandse Bio-Monitor 2008 de omzet van bioproducten in de supermarkten met 12 procent, dubbel zo hard als de totale levensmiddelenomzet. De groei van de bio-omzet had nog hoger kunnen zijn als de supermarkten na de forse prijsstijgingen van vorig jaar niet veel biologische producten uit de rekken hadden gehaald. De prijsstijgingen waren het gevolg van tekorten bij de leveranciers.

In Duitsland, de grootste Europese markt voor bioproducten maar een heel prijsgevoelig land, maakte de crisis vorig jaar ook nauwelijks een deuk in de al jarenlang aanhoudende groei. Volgens de Bund Ökologische Lebensmittelwirtschaft (BÖLW) steeg de omzet in 2008 met ongeveer 10 procent tot 5,8 miljard euro. Ook hier waren er tijdelijke tekorten aan levensmiddelen als wortelen, aardappelen en spelt die verhinderden dat er nog betere cijfers konden worden opgetekend.

Frankrijk deed nog beter. Het Frans Agentschap voor de Ontwikkeling en de Promotie van de Biologische Landbouw zegt dat de omzet van bioproducten in Frankrijk in 2008 met 25 procent gestegen is, tot 2,6 miljard euro.

Zelfs in de VS, waar de crisis nog vroeger en harder toesloeg, was 2008 een nieuwe topjaar voor bio. De Organic Trade Association (OTA) zegt dat de verkoop van biologische levensmiddelen en andere bioproducten er vorig jaar met 17 procent gestegen is, tot een totaal van 22,9 miljard dollar. Volgens sommige berichten is de groei begin 2009 wel stilgevallen in de VS.

Ook in China, de grootste levensmiddelenmarkt ter wereld, groeide de verkoop van bioproducten sinds het begin van dit decennium met meer dan 10 procent per jaar. De totale omzet bedroeg er in 2007 volgens de cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw nog wel niet meer dan 350 miljoen euro - nog geen 50 miljoen meer dan de omzet in België. Maar de economische crisis, die harder toeslaat in Noord-Amerika en Europa dan in Azië of Latijns-Amerika, kan een inhaalbeweging van grote ontwikkelingslanden mogelijk maken.

Terugval in Groot-Brittannië

Slechter nieuws komt uit Groot-Brittannië. De Soil Association, die zowat 80 procent van de bioproducten certificeert die in Groot-Brittannië verkocht worden, zegt dat de omzet er in 2008 maar met 1,7 procent steeg. Rekening houdend met een gemiddelde prijsstijging van 7 procent, komt dat neer op een duidelijke afname van het verkochte volume. Experts geloven dat de sector zich pas zal herstellen als de ongerustheid over de economie wegebt.

In de landen die betere cijfers blijven optekenen, hechten gebruikers blijkbaar meer waarde aan kwaliteit dan aan prijs. Bioproducten hebben overigens in veel landen waarschijnlijk nog een groot groeipotentieel. Volgens een studie van de Amerikaanse Grocery Manufacturers Association (GMA) betrekt 54 procent van de Amerikaanse consumenten "actief" ecologische overwegingen bij hun keuzes in de winkel - bioproducten kopen doet wel maar 22 procent.

Invoer blijft nodig

België staat al veel verder. Bijna acht op de tien Belgen waagden zich vorig jaar al wel eens aan bio, en één op zes deed dat geregeld. België en vooral Vlaanderen hinken dan weer wel achterop bij de productie van biologische levensmiddelen. Het aantal producenten in de biologische landbouw en ook het biologische landbouwareaal bleef in 2008 min of meer stabiel.

In België besloeg het biologisch bewerkte areaal in 2008 maar 35.822 hectare of 2,6 procent van de totale landbouwgrond. Vlaanderen haalt zelfs maar 0,6 procent.

In Duitsland steeg het aantal biobedrijven en de biologisch bewerkte oppervlakte vorig jaar met ongeveer 5 procent, tot meer dan 900.000 hectare.

Wereldwijd werden eind 2007 32,2 miljoen hectare akkers en weiden biologisch bewerkt. Veruit de grootste oppervlakten liggen in Australië (12 miljoen hectare), Argentinië, Brazilië en China. In Argentinië steeg de oppervlakte biovelden in 2008 met 36 procent tot 4 miljoen hectare. Relatief gezien spannen Oostenrijk (met 13,4 procent van de bewerkte oppervlakte) en Zwitserland de kroon. Veel andere Europese landen moeten net als de VS veel bioproducten invoeren om de vraag te dekken.

_______________________________________________________________________________________


Meer dan miljard mensen lijden honger

25 mei 2009 (MO/IPS) - Voor het eerst overschrijdt het aantal mensen met chronische honger de kaap van één miljard, de voedselcrisis is dus verre van voorbij. Dat blijkt uit een rapport van IATP en CIDSE, een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties waar Broederlijk Delen lid van is.

Het falend beleid van de Europese Unie en de Verenigde Staten liggen volgens het rapport (pdf) aan de basis van de voedselcrisis. 'De VS en de EU hebben het globale voedselsysteem kwetsbaar gemaakt', zegt Pol De Greve, directeur van Broederlijk Delen. 'Zij liggen aan de basis van de verwaarlozing van de landbouw, van onrechtvaardige handelsregels en van structurele aanpassingen.'
Volgens De Greve is er een nieuwe landbouwpolitiek nodig om een evenwicht te bereiken tussen economisch rendement en socio-ecologische rechtvaardigheid. 'Landbouw is geen gewone economische activiteit, maar heeft ook een belangrijke sociale en ecologische rol. Die multifunctionaliteit van de landbouw moet erkend worden', zegt De Greve.

Crisis aanpakken
Het rapport stippelt enkele stappen uit om de aanpak van de voedselcrisis te veranderen en een eerlijk en duurzaam voedselsysteem te creëren. Daarnaast vraagt het rapport meer ontwikkelingshulp voor de landbouwsector.
Ook een hervorming van de internationale handel in landbouw- en voedselproducten dringt zich op. De EU en de VS moeten meer doen dan enkel ijveren voor meer markttoegang voor de Europese en Amerikaanse landbouw- en voedingsindustrie.

Auteur: Bart Vanacker.

_______________________________________________________________________________________


Voedselcrisis stuwt internationale landkoorts op

In Afrika en Latijns-Amerika is zeker 15 miljoen hectare akkerland en weidegronden in handen van andere landen en buitenlandse bedrijven, en misschien nog veel meer. De voedselcrisis van vorig jaar heeft de internationale koopwoede aangewakkerd. Critici hebben het over een tweede kolonisering.

De meest recente schatting van de oppervlakte landbouwgrond die de voorbije jaren in buitenlandse handen is overgegaan, staat in een recent rapport van het Internationaal Onderzoeksinstituut voor Voedselbeleid (IFPRI). Vijftien à twintig miljoen hectare komt overeen met ongeveer een kwart van het hele Europese landbouwareaal.

Grain, een niet-gouvernementele organisatie in Barcelona die zich toelegt op internationale landbouwvraagstukken, gelooft dat arme landen nog veel meer grond aan buitenlandse investeerders hebben afgestaan. "Niemand volgt al alle private overeenkomsten", zegt Devlin Kuyek, een onderzoeker van GRAIN.

Azië vooraan
De grote investeerders zijn China, Zuid-Korea, India en de Golfstaten. Het IFPRI schat dat ze samen met andere vermogende landen als Japan en Zweden 15 tot 23 miljard euro hebben uitgegeven voor grote lappen grond, vooral in Afrika, waar ze in de toekomst voedselgewassen kunnen verbouwen waarvoor er in eigen land niet meer genoeg plaats of water is. Ongeveer het kwart van het areaal is voorbestemd voor de teelt van planten waaruit biobrandstoffen worden gemaakt.

Precies weet het IFPRI het allemaal niet. "Er is een groot gebrek aan transparantie over deze overeenkomsten", zegt Joachim von Braun, de directeur van het IFPRI.

Chinees voorbeeld
China begon al tien jaar geleden landbouwgrond in Cuba en Mexico te pachten. Intussen richten de Chinezen zich vooral op Afrika. Ze sloten overeenkomsten of proberen dat te doen in de Democratische Republiek Congo, Zambia, Zimbabwe, Oeganda en Tanzania.

In Soedan hebben buitenlanders het over nog meer landbouwgrond te zeggen, maar daar gaat het om investeringen vanuit de Saoedi-Arabië en andere golfstaten.

Financiële instellingen volgen
De Verenigde Arabische Emiraten sloten vorige jaar enkele grote landdeals af met Pakistan. Qatar pacht landbouwgrond in Indonesië, de Filipijnen, Bahrain, Koeweit en Birma.

Het Zuid-Koreaanse Daewoo Logistics Corporation heeft 1,3 miljoen hectare op Madagaskar toegezegd gekregen om er maïs en palmnoten te telen.

Naast Aziatische landen en transnationals uit de levensmiddelenindustrie investeren ook pensioenfondsen en andere institutionele investeerders meer en meer in de landbouw overzee. Ze gaan ervan uit dat de voedselprijzen de komende jaren nog fors gaan stijgen. Cru Investment Management, een Britse investeringsbank, voorspelt dat zijn landbouwfonds in Malawi 30 procent winst zal opleveren.

Gewoonterecht opzijgeschoven
De grootschalige pachtverdragen zijn vooral funest voor honderden miljoenen kleine boeren, veetelers en inheemsen, die geen eigendomsbewijzen bezitten voor de grond die ze bewerken. Ze kunnen door de nieuwe eigenaars verdreven worden. Dat probleem is het grootst in Afrika - daar wordt de toegang tot het grootste deel van de landbouwgrond alleen via het gewoonterecht geregeld.

Volgens het IFPRI moet ere en internationale gedragscode komen die investeerders en overheden dwingt de landrechten van de lokale bevolking te respecteren, transparante overeenkomsten aan te gaan en eventuele winsten te verdelen. De voedselveiligheid van de plaatselijke bevolking zou bij alle beslissingen voorop moeten staan.

Op zich zijn de buitenlandse investeringen in de landbouwsector van arme landen niet slecht, vindt het IFPRI. Een investeerders als China zorgt voor de nodige infrastructuur en zet in Afrika ook onderzoeksinstellingen in om het rendement van rijst en graan te verhogen. GRAIN is terughoudender. Volgens Kuyek denken de investeerders alleen aan geld verdienen en voedsel voor hun thuismarkt te produceren.

Auteur: Stephen Leahy.

_______________________________________________________________________________________


Milieudefensie vecht door tegen fout veevoer

(Duurzaamheidsnieuws 4 mei 2009)

Het overleg tussen Albert Heijn en Milieudefensie over fout veevoer heeft onvoldoende opgeleverd. Doel was een einde te maken aan het drama achter goedkoop vlees, waarvoor in Zuid-Amerika oerwouden worden omgehakt. Albert Heijn wilde uiteindelijk niet beloven om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op foute veevoersoja.

Milieudefensie startte half maart de campagne over het 'drama achter goedkoop vlees', waarmee ze Albert Heijn wilde bewegen oerwouden in Zuid-Amerika te redden. Albert Heijn dreigde na de start eerst met juridische stappen maar ging toch met Milieudefensie om de tafel om te praten over het probleem. Resultaat was, dat Milieudefensie haar campagne een maand lang opschortte. In die tijd wilde Albert Heijn kijken in hoeverre de eisen van Milieudefensie haalbaar zouden zijn.

Helaas blijkt na het verstrijken van de overlegtermijn dat Albert Heijn nog onvoldoende bereid is om zich in te zetten voor een oplossing. Daarop heeft Milieudefensie de supermarkt nogmaals gevraagd om eenduidig aan te geven of die bereid is om binnen maximaal vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat is gebaseerd op fout veevoer. Albert Heijn weigerde dat. Milieudefensie heeft daarom besloten haar campagne te hervatten.
Campagneleider Wouter van Eck van Milieudefensie: "We zijn teleurgesteld dat Albert Heijn zich onvoldoende wil inspannen om de problemen van het foute veevoer op te lossen. Wij willen graag de dialoog met het bedrijf verder voeren, maar dan moet het wel over concrete stappen gaan. We hervatten nu onze publiekscampagne, dat is duidelijk nodig om hen alsnog in beweging te krijgen."

Het drama achter goedkoop vlees

Nederland is de tweede grootste importeur van soja ter wereld. Ruim 90 procent van de soja die in ons land blijft, wordt gebruikt als goedkoop veevoer, vooral voor kippen en varkens in de intensieve veehouderij. De productie van kipfilets en speklapjes veroorzaakt zo grootschalige ontbossing: voor de teelt van soja worden in Zuid-Amerika massaal bossen gekapt. Als grootste supermarkt heeft Albert Heijn hierin een belangrijke rol. De supermarkt kan wel degelijk zorgen voor meer en aantrekkelijk geprijsde vleesvervangers, beter veevoer en verantwoord vlees. Milieudefensie hoopt dat veel klanten Albert Heijn zullen aanspreken om alsnog goede stappen te zetten. Hiervoor worden onder meer radiospotjes, posters, een voorlichtingstour en de website www.stopfoutveevoer.nl ingezet.

_______________________________________________________________________________________


Toevoeging in sojateelt leidt tot vergroeingen

(Duurzaamheids nieuws 4 mei 09)

Onderzoek in Argentinië geeft nieuwe aanwijzingen over de schadelijkheid van glyfosaat, het actieve bestanddeel in de onkruidverdelger Roundup van biotechgigant Monsanto. De stof, die onder meer in de Argentijnse sojateelt op grote schaal gebruikt wordt, zorgt voor ernstige vergroeiingen bij embryo's van amfibieën.

"De vervormingen die we zagen waren consistent en systematisch", zegt professor Andrés Carrasco, directeur van het Laboratorium voor Moleculaire Embryologie aan de Universiteit van Buenos Aires en hoofdonderzoeker van de Nationale Raad voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek (CONICET). De embryo's hebben onder meer een kleinere kop, genetische veranderingen in het centrale zenuwstelsel en meer sterfte onder de cellen die de schedel vormen.

De studie is nog niet volledig afgerond, maar de onderzoekers vonden de data zo onrustwekkend dat ze besloten de voorlopige resultaten nu al te publiceren.

Roundup

Glyfosaat is het actieve ingrediënt van Roundup, een onkruidverdelger van de Amerikaanse biotechgigant Monsanto die ook Roundup Ready Soja ontwikkelde, een genetisch gewijzigde sojavariëteit die hoge doses van het product kan weerstaan.

Volgens Monsanto's woordvoerster Fernanda Pérez Cometto is het product veilig, en "bevestigen verschillende studies dat het onschadelijk is voor mens, dier en milieu". Het bedrijf wil niet reageren op de resultaten voor de studie gepubliceerd is, zegt ze. "Het is essentieel om te weten welke methodologie gebruik is, en daarom hebben we het labo een kopie van de studie gevraagd", zegt ze. "Vanzelfsprekend is het een stof die correct gebruikt moet worden, net als insectenverdelger of bleekmiddelen. Je kunt niet verwachten dat je een glas onkruidverdelger drinkt en geen effect voelt".

Methode

Carrasco legt uit dat in een eerste fase van de studie de embryo's ondergedompeld werden in een oplossing van het product in water, in een verdunning die 1.500 keer groter was dan wat momenteel gebruikt wordt op de genetisch gewijzigde soja in Argentinië. De embryo's ontwikkelden vervormingen aan het hoofd.

In een tweede fase werden embryocellen geïnjecteerd met glyfosaat zonder de toevoegingen van de overige bestanddelen van het commerciële product, opgelost in water. De impact was nog negatiever, waarmee bewezen werd dat de actieve stof voor de vervormingen verantwoordelijk is, en niet de additieven.

"Men kan er vanuit gaan dat wat met amfibieën gebeurt ook met mensen kan gebeuren", zegt Carrasco, die samen met zijn team vijftien maanden aan de studie heeft gewerkt. "Het is duidelijk dat glyfosaat niet onschadelijk is en dat het niet afbreekt, maar zich opstapelt in cellen."

Controversieel

Het is niet de eerste keer dat glyfosaat in opspraak komt. Het middel wordt ook door de Colombiaanse overheid gebruikt om illegale cocaplantages mee te besproeien. De schadelijke effecten op mensen, vee en gewassen over de grens met Ecuador leidden tot formele klachten van de Ecuadoraanse regering.

In Argentinië wordt elk jaar ongeveer tweehonderd miljoen liter glyfosaat gebruikt. Milieubewegingen en sociale organisaties klagen al jaren dat er rond de velden een scherpe stijging merkbaar is van het aantal gevallen van kanker, geboorteafwijkingen, lupus en long en huidaandoeningen.

De organisatie Grupo de Reflexión Rural (GRR) lanceerde in 2006 al de campagne "Stop het Sproeien" in de provincies waar het meeste soja aangeplant wordt en publiceerde eerder dit jaar een rapport met getuigenissen van lokale artsen, deskundigen en omwonenden.

De Argentijnse president Cristina Fernández heeft een commissie opgericht die de risico's van glyfosaat voor mens en milieu moet onderzoeken.

Marcela Valente

_______________________________________________________________________________________


Een G8 over een landbouw zonder boeren = meer honger en armoede

Treviso, 21 april 2009 - De eerste G8* over Landbouw werd op 20 april afgesloten met een eindverklaring waarin niet alleen fouten uit het verleden worden toegegeven, maar waarin ook een toekomst vol tegenstrijdigheden wordt geschetst. De G8 zal nooit in staat zijn om de honger in de wereld op te lossen zolang de beslissingen achter gesloten deuren worden genomen, in afwezigheid van de belangrijkste partij in het globale debat over landbouw: de miljoenen kleine boeren en familiebedrijfjes, de vrouwen en mannen die de wereld voeden.

Het uitgangspunt van de G8*, "boeren zijn de voornaamste stuwende kracht achter de landbouw" klinkt extra hol omdat het hele weekend van de bijeenkomst er specifiek op gericht was om boerenorganisaties buiten de deur en buiten beeld te houden. Het G8 overleg vond plaats in een geïsoleerd kasteel in de bergen, waar de Italiaanse landbouwminister weigerde om afgevaardigden van Italiaanse en internationale boerenorganisaties die hun standpunt kwamen overbrengen te ontmoeten.

De slotverklaring van de G8 is extreem tegenstrijdig. Ook al erkent men het belang van de mensen die het voedsel produceren en de crisis die het platteland treft, er wordt geen enkele strategie geformuleerd om de crisis te verlichten.
Aan de ene kant spreekt de verklaring over "centraal stellen van landbouw en platteland bij duurzame economische ontwikkeling, door de positie van boerenhuishoudens en kleine landbouwbedrijfjes en hun toegang tot land te versterken". Tegelijkertijd spreekt de verklaring van "het bereiken van een uitgebalanceerde, uitgebreide en ambitieuze conclusie van de Doha Ronde*".
Twee beleidsvisies die onverenigbaar zijn: het is keer op keer bewezen dat boeren gebukt gaan onder de catastrofale gevolgen van de door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voorgeschreven liberalisering van de landbouwmarkt en privatisering van natuurlijke hulpbronnen.

De verklaring steunt de voorgenomen oprichting van het Global Partnership on Food and Agriculture*, terwijl tegelijkertijd de centrale rol van de FAO* wordt erkend - opnieuw twee stellingnames die niet te verenigen zijn. De bestaande instituten van de VN moeten centraal staan bij het oplossen van de huidige crisis - niet de Wereldbank en IMF, vertegenwoordigd door het Global Partnership.

De tegenstrijdige G8-verklaring bevat in elk geval wel een passage over de overduidelijk mislukte pogingen van de wereld om de honger met de helft te laten afnemen, zoals vastgelegd in de Millennium doelen. Die mislukking is juist het gevolg van het beleid dat de G8 al jaren oplegt aan ontwikkelingslanden.

Ieder beleid waarin boeren en kleine landbouwbedrijfjes centraal staan betekent een afwijzing van de vrije markt agenda en van Global Partnership, en zou toestaan dat landen het recht van hun bevolking op voedsel en werk beschermen. Boeren, die ongeveer de helft van de wereldberoepsbevolking uitmaken, zijn vaak de eersten die getroffen worden door honger en ondervoeding.

Vertegenwoordigers van internationale boerenbeweging Via Campesina kwamen in het G8 weekend bijeen om hun alternatieven kenbaar te maken. Hun eisen zijn simpel: sta mensen en landen toe om hun eigen landbouwsysteem te bepalen en te beschermen, zonder dat dat elders nadelige gevolgen heeft. Daarnaast zijn ze voorstanders van het omvormen van het agro-export model van Noord en Zuid naar een model dat is gebaseerd op lokale, duurzame agrarische producten van kleine boerenbedrijfjes.

Op een seminar georganiseerd door het Italiaanse Platform voor Voedselsoevereiniteit vatte spreker Ibrahim Coulibaly, president van de CNOP* in Mali, het helder samen:

"Afrika is in staat zichzelf te voeden - het heeft geen behoefte aan een globaal landbouwbeleid dat wordt opgelegd door een niet legitiem groepje rijke landen... Het is niet aan de G8 om te beslissen over internationale landbouwpolitiek".

Dit is een persbericht van de wereldwijde boerenorganisatie Via Campesina: http://www.viacampesina.org
Beelden van interviews zijn te zien op: http://www.wsftv.net/Members/focuspuller/videos/treviso_web1.mp4/view

Begrippenlijstje:

G8: Overleg tussen beleidsmakers van acht rijke, geïndustrialiseerde landen.

FAO: Food and Agriculture Organisation. In 1945 door Verenigde Naties opgerichte organisatie ter bestrijding van honger.

Global Partnership on Food and Agriculture: initiatief van de Verenigde Naties om een voedselcrisis tegen te gaan: http://www.un.org/News/Press/docs/2009/dev2728.doc.htm

DOHA Ronde: onderhandelingsronde in de WTO over handelsliberalisering

CNOP: Coordination Nationale des Organisations Paysanne Mali: http://www.cnop-mali.org/


_______________________________________________________________________________________


We verliezen de strijd tegen de voedselcrisis

We zijn de strijd tegen de voedselcrisis aan het verliezen." Dat zegt de Belg Olivier De Schutter, die precies een jaar geleden speciaal VN-rapporteur werd voor het recht op voedsel.

IPS: Hoe zou u de huidige voedselcrisis in enkele woorden samenvatten?
Olivier De Schutter: "Het is een strijd die we aan het verliezen zijn. In 1996 leden in de hele wereld 820 miljoen mensen honger. In 2004-2005 waren dat er 852 miljoen, begin 2008 923 miljoen en vandaag 1 miljard. Het aantal mensen dat honger lijdt, neemt toe en hun aandeel in de wereldbevolking vermindert nauwelijks. De wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 heeft een zeer ernstige situatie alleen maar verergerd."
Het is geen nieuw probleem. Waarom geraakt men er niet uit?
"Honger heeft twee oorzaken: de hoeveelheid beschikbaar voedsel is ontoereikend, en niet iedereen heeft toegang tot dat voedsel. We zitten nu in de onuitgegeven situatie dat beide problemen even acuut zijn. Tot nog toe waren we gewoon aan het idee dat er voldoende voedsel was en dat er alleen een probleem van distributie was. Maar vooral de klimaatwijziging heeft een dramatische impact op onze productiecapaciteit. De experts van het IPCC (het intergouvernementeel klimaatpanel, nvdr.) schatten dat de productie in de niet geïrrigeerde delen van Afrika tegen 2020 met de helft zal dalen. Dat is enorm."
Pleit u voor marktcorrecties?
"Veel Afrikaanse landen zijn zich bewust van de noodzaak om de investeringen in landbouw te verhogen, tot 10 procent van hun budget. Ze hebben begrepen dat men de voedselsoevereiniteit voorrang moet geven, en dat betekent keuzes maken in de landbouw, keuzes waardoor deze landen niet langer afhankelijk zijn van de wisselvallige grondstofkoersen. Men moet de voedselvoorraden die in de jaren tachtig ontmanteld zijn, terug opbouwen. Men moet ophouden die landen te verplichten zich van die stocks te ontdoen, zoals de Wereldbank in 2008 nog met Mali gedaan heeft. Mali had een overschot van 100.000 ton rijst en moest die verkopen in de plaats van op te slaan. Men moet de landen de mogelijkheid geven zichzelf te beschermen."
Verwacht u na de crisis van 2007-2008 op korte termijn nieuwe voedselrampen?
"Ja. Men heeft op de wereldwijde voedselcrisis van 2007-2008 enerzijds met humanitaire en anderzijds met macro-economische maatregelen gereageerd. Maar de regels van de internationale handel heeft men niet veranderd. Onze agro-industriële productiewijzen zijn niet echt in vraag gesteld, en nochtans vormen ze een zeer belangrijke oorzaak van de klimaatwijziging. Alle ingrediënten van de crisis van 2007-2008 zijn nog steeds aanwezig. Als men de oorzaken niet aanpakt, dan zal de crisis zich onvermijdelijk blijven herhalen.
Structurele veranderingen zijn zeer moeilijk omdat men dan in vraag zou moeten stellen dat de natuurlijke rijkdommen van het Zuiden de behoeften van de consumenten in het Noorden dienen. Ook bij het gewicht van de grote agro-alimentaire multinationals zou men dan vraagtekens moeten plaatsen. Dat is geen humanitaire maar een politieke kwestie. Er is dus een sterke politieke wil nodig."
Kan men vandaag al op lokale schaal maatregelen nemen?

"Dat moet men zeker doen. De landbouw is slachtoffer van de klimaatwijziging maar ook een van de belangrijkste oorzaken. Bepaalde ecologische landbouwsystemen verminderen de broeikasgassen en hebben een invloed op het ecosysteem waartoe de plant behoort. Ze hebben veel minder dure meststoffen of verbeterde zaden nodig en maken de kleine boeren minder afhankelijk. In Malawi heeft men via agrobosbouw aanzienlijke oppervlaktes (350.000 hectare voor 100.000 kleine boeren) opnieuw bruikbaar gemaakt door het productiegemiddelde van 1,3 naar 3,7 ton per hectare te brengen. De inkomsten per gezin zijn met 370 euro per jaar gestegen. In het oosten van Tanzania, waar men via de agrobosbouw hele regio's heeft bruikbaar gemaakt, is een gelijkaardige vooruitgang geboekt. Het is dus mogelijk."
(InfoSud/vertaling: IPS)
IPS(RP, PD)


_______________________________________________________________________________________


Wondererwt klaar voor commerciële verspreiding
Jim Lobe

WASHINGTON, 4 maart 2009 (IPS) - Arme boeren hebben een nieuw wapen tegen de honger. Een international onderzoeksprogramma heeft een variëteit van de struikerwt opgeleverd die zelfs op arme gronden een hoog rendement oplevert. De nieuwe erwt, een belangrijke eiwitleverancier voor wie geen vlees kan betalen, is met succes getest in India. Daar is de commerciële productie van zaden nu in volle gang.
De Pushkal, zoals de nieuwe variëteit is gedoopt, is de eerste commercieel beschikbare hybride van een peulvruchtensoort, zegt William Dar, directeur-generaal van de Indiase onderzoeksinstelling ICRISAT. "De Pushkal levert 40 procent meer op dan de beste traditionele variëteiten in India, het is dus echt een wondererwt."

Volgens Dar kost de hybridevariëteit weinig, waardoor het gewas snel verspreid zal kunnen worden. Planten en zaden die door ICRISAT en veertien andere landbouwkundige onderzoeksinstellingen worden ontwikkeld die samenwerken in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR), worden niet gepatenteerd.
Armenkost

Struikerwten (ook bekend onder Engelse naam pigeon pea) worden wereldwijd op bijna vijf miljoen hectare geteeld. In India, Birma, het oosten en het zuiden van Afrika en de Cariben is het een belangrijke eiwitleverancier voor arme mensen. Het gewas kan goed tegen droogte en groeit ook op slechte landbouwgrond.

De nieuwe struikerwt is vooral belangrijk in het licht van de voedselcrisis. Vorig jaar haalden de prijzen van belangrijke voedingsmiddelen als maïs, tarwe, soja en rijst recordhoogtes. Ook struikerwten werden duurder, waardoor miljoenen arme mensen in ontwikkelingslanden minder eiwitten binnenkregen.

Doordat in de tweede helft van het jaar aardolie opeens veel goedkoper werd, gingen ook de voedselprijzen weer dalen, maar experts verwachten dat het effect maar tijdelijk is. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw denkt dat de prijzen dit jaar hoger zullen blijven dan in 2006 en 2007. "Dit wordt weer een hard jaar voor arme landen", verklaarde Joseph Glauber de hoofdeconoom van het ministerie, in een interview met de Financial Times.

ICRISAT werkt in India al sinds 1974 aan gewasverbetering, maar de ontwikkeling van variëteiten met hoog rendement van struikerwten of andere peulvruchten bleek moeilijk omdat de planten zichzelf bestuiven. Een nieuwe techniek maakte dit nu toch mogelijk.
Klaar voor internationale doorbraak

De nieuwe soort werd met succes getest door arme boeren in India. Nu worden er op grote schaal zaden aangemaakt. In India is al ongeveer 5000 hectare ingezaaid met Pushkal, en die oppervlakte zal waarschijnlijk snel stijgen. Birma, Brazilië, de Filipijnen en China hebben al interesse getoond.

Voor Afrika biedt de nieuwe variëteit geen oplossing. Net als de andere struikerwten in India levert de Pushkal kleine, bruine zaden op, die gesplitst worden klaargemaakt. De zaden van de struikerwten die in Afrika worden gegeten, zijn groter en wit en worden in hun geheel gekookt. De Indiase variëteiten zijn ook niet afgestemd op de Afrikaanse bodems, weersgesteldheid en veelvoorkomende plagen.

ICRISAT heeft in Afrika andere variëteiten ontwikkeld die beter aangepast zijn aan de Afrikaanse omstandigheden. Ook die variëteiten leveren een hogere opbrengst op. Sommige van de nieuwe Afrikaanse struikerwtsoorten die ICRISAT ontwikkelde, beantwoorden aan de Indiase smaak. Ze kunnen van mei tot oktober geëxporteerd worden naar India. In die maanden zijn struikerwten daar schaars.
IPS(PD, JG)


_______________________________________________________________________________________


"China's waterschaarste zal honger brengen"
Joren Gettemans

BRUSSEL, 25 februari 2009 (IPS) - Aanhoudend watertekort is de grootste bedreiging voor de Chinese landbouwproductie in deze eeuw, zeggen toonaangevende Chinese klimaatwetenschappers. Ze voorspellen dat de droogte tientallen jaren zal aanhouden en de landbouwproductie met 5 tot 10 procent zullen doen teruglopen.

China kende deze winter de ergste droogte in decennia. Volgens het Chinese ministerie van Landbouw werd meer dan tien miljoen hectare landbouwareaal getroffen en lijden minstens 3,46 miljoen mensen gebrek aan water. De uitblijvende neerslag is een bijkomende slag voor de boeren in een al erg droge regio, waar de waterconsumptie piekt door intensieve landbouw, industrie en een snel groeiende stadsbevolking. Het noorden van China is goed voor 40 procent van de bevolking van het land, een groot deel van de industrie en de helft van het Chinese landbouwareaal, maar heeft amper 20 procent van het water.
Lin Erda, een gezaghebbende klimaatwetenschapper van het ministerie van Landbouw, zegt dat hij en zijn collega's er niet uit zijn welke rol de klimaatverandering precies speelt, maar dat ze er wel van overtuigd zijn dat er een belangrijk verband is. Volgens een overheidsstudie uit 2007 kan het land door de klimaatverandering vreemd genoeg 7 tot 10 procent meer neerslag krijgen. "Toch zal het noorden van het land blijven kampen met een watertekort, omdat het waterverbruik enorm gestegen is in de voorbije jaren en die trend zal aanhouden door de hogere temperaturen", zegt Lin in de Chinese krant China Daily.
De stijgende temperaturen treffen een steeds groter landbouwareaal in China. "De recente droogte, de ergste in een halve eeuw, is een belangrijke waarschuwing", zegt Lin. "Als de klimaatverandering doorgaat, verwachten we frequentere en meer schadelijke droogtes in het noorden van het land." Simulaties op lange termijn wijzen zelfs op een vermindering van de landbouwopbrengst met 14 tot 23 procent tegen 2050. De productie van basisgewassen als tarwe, rijst en maïs kan zelfs tot 37 procent teruglopen. Een dergelijke terugval is een ramp in een land van 1,3 miljard mensen, en er moeten snel maatregelen genomen worden, zegt Lin.
IPS(JG, PD)

_______________________________________________________________________________________



Greenpeace start campagne tegen genetisch gemanipuleerde rijst van Bayer

In 113 landen wordt rijst gekweekt. Er zijn meer dan 120.000 verschillende variëteiten van dit basisvoedsel dat ruim de helft van de wereldbevolking voedt. Het is een van de oudste gewassen die door de mens werd gekweekt. Genetisch gewijzigde rijst (ggo) vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid, de landbouw en de biodiversiteit, zegt de milieuorganisatie Greenpeace. De Europese Unie zal waarschijnlijk nog deze week een beslissing nemen over de vraag van de Duitse gigant van de chemische industrie Bayer, om hun genetisch gewijzigde rijstvariëteit (in het jargon LL62) toe te laten in Europa. De meeste landen schrikken terug voor risicovolle proeven met ggo-rijst en op dit moment wordt nergens ter wereld ggo-rijst verbouwd. Maar Bayer heeft rijst genetisch gewijzigd omdat het gewas bestand zou worden tegen hoge doses glufosinaat, een giftig ziektebestrijdingsmiddel dat ook door Bayer wordt geproduceerd. Dit middel is zo giftig dat het op termijn zal worden verboden in Europa.
Greenpeace start nu internationaal met een online petitiecampagne onder de naam Hands Off Our Rice om de EU en alle regeringen over de hele wereld op te roepen om de ggo-rijst van Bayer niet toe te staan, om gevaarlijke testen met gewijzigde rijst te stoppen en zowel de consumenten als de landbouwers te beschermen. Als de Europese Unie de import van de rijst van Bayer toestaat, kunnen boeren in de VS en op andere plaatsen in de wereld die ggo-rijst snel beginnen zaaien.
De kans dat ggo-rijst andere rijst gaat besmetten is namelijk erg groot en dan is er nauwelijks nog controle mogelijk. Dit vormt een reële bedreiging voor de biodiversiteit in de wereld. De door de bioindustrie voorgestelde voordelen (voeding van een steeds grotere bevolking) wegen niet op tegen de risico's, vindt Greenpeace. Als rijst een product wordt in handen van de industriële groepen verliezen landbouwers hun autonomie. (JVC)
Websites
Klik voor Internationale campagne Hands Off Our Rice
Klik voor Greenpeace Belgium: campagne tegen ggo-rijst: online petitie
klik voor Bayer Crop Science

_______________________________________________________________________________________