Na de schulden en energiecrisis een wereldwijd voedselprobleem?
Wereld | duurzaamheid | 2-2-2012 | Uitpers
Na de tweede wereldoorlog heeft de olie een aantal ontwikkelingen
mogelijk gemaakt, t.w.: het bouwen van woonsteden ver van de plek, waar
je werkte. Een leven zonder auto werd bijna onmogelijk. Dit heeft geresulteerd
in zestig jaar economische groei met veel werkgelegenheid, als gevolg
van o.a. de auto-industrie, transportbedrijven, vliegverkeer, wegenaanleg,
olie-leverende bedrijven en een zeer hoge voedselproductie. Wat begon
als armoedebestrijding veranderde in die zestig jaar ongemerkt in georganiseerde
hebzucht.
Lees meer
______________________________________________________
Presidenten komen met strategie voor duurzame ontwikkeling
Wereld | duurzaamheid | 31-1-2012 | IPS
Een VN-panel van staatshoofden en andere hoge vertegenwoordigers
heeft een langverwachte strategie gelanceerd met 56 aanbevelingen op
het gebied van wereldwijde duurzaamheid.
Lees meer
______________________________________________________
Droogte dreigt weer in Argentinië
Argentinië | landbouw | 27-1-2012 | IPS
Een gebrek aan neerslag leidt nu al tot verminderde landbouwproductie
in Argentinië, met name voor maïs en soja. De producenten
en de overheid maken zich zorgen.
Lees meer
______________________________________________________
Twee jaar na het einde van het Bo volk worden ook de Jarawa 'bedreigd
met uitsterven'
India | mensenrechten | 27-1-2012 | Survival International
Twee jaar nadat op de Indiase Andamaneilanden de laatste inheemse
spreker van de Bo-taal overleed, heeft een gerenommeerde taalkundige
gewaarschuwd dat de Jarawa-stam getroffen kan worden door een vergelijkbaar
lot als de weg die door hun reservaat loopt niet afgesloten wordt.
Lees meer
______________________________________________________
Wild westvisserij in verre wateren
Wereld | visserij | 25-1-2012 | WereldNatuurFonds
Europese vissersvloten zwermen steeds sneller uit over de oceanen
om gebieden leeg te vissen. Geholpen door brandstofsubsidies en visserijovereenkomsten
met ontwikkelingslanden exploiteren ze in hoog tempo visgronden en trekken
vervolgens weer verder. Een studie in opdracht van het Wereld Natuur
Fonds (WNF) laat zien dat de meeste rederijen die tactiek van de verschroeide
aarde buiten Europa toepassen en Europese regelgeving voor verantwoorde
visserij omzeilen.
Lees meer
______________________________________________________
NFC steunt onderzoek naar 'landjepik' in Uganda
Uganda | landbouw | 25-1-2012 | Oxfam/novib
De Engelse houtproducent New Forests Company (NFC) heeft eind december
toegezegd mee te werken aan een onderzoek naar de gevolgen van investeringen
in land in Uganda. De deelname van NFC is van cruciaal belang op weg
naar recht voor duizenden Ugandese boeren.
Lees meer
______________________________________________________
'Wonderboom' helpt tegen ondervoeding in Zuid-Afrika
Z-Afrika | landbouw | 25-1-2012 | IPS
De bladeren van de 'wonderboom' kunnen in sommige gevallen net zo
goed werken als internationale voedselhulp, zeggen deskundigen. De snelgroeiende,
droogteresistente boom met extreem voedzame bladeren wordt in Zuid-Afrika
al gebruikt om ondervoeding tegen te gaan.
Lees meer
______________________________________________________
Indiase kinderen ondervoed, ondanks economische groei
India | ontwikkeling | 22-1-2012 | IPS
Miljoenen kinderen in India zijn het slachtoffer van slechte gezondheidszorg.
Ondervoeding, waar ongeveer 42 procent van de jonge Indiase kinderen
aan lijdt, vormt een obstakel voor de menselijke ontwikkeling in een
land waar de economie sterk groeit.
Lees meer
______________________________________________________
Meer Afrikaanse landen gaan vooruit in strijd tegen honger
Afrika | landbouw | 20-1-2012 | IPS
Steeds meer Afrikaanse landen boeken aanzienlijke vooruitgang in
de strijd tegen extreme honger en armoede. Het gaat onder meer om Ghana,
Liberia, Malawi, Rwanda, Sierra Leone en Zuid-Afrika.
Lees meer
______________________________________________________
"Zuinige" biodiesel zorgt voor enorme uitstoot bij productie
Wereld | milieu | 20-1-2012 | IPS
Productie van biodiesel draagt meestal bij aan klimaatverandering,
concludeert nieuw onderzoek. De CO2 die bij verbranding wordt bespaard,
wordt volledig tenietgedaan door de CO2 die vrijkomt bij de aanleg van
plantages.
Lees meer
______________________________________________________
Tienduizenden Ethiopiërs onder dwang verhuisd
Ethiopië | landbouw | 17-1-2012 | IPS
De Ethiopische overheid heeft tienduizenden mensen onder dwang doen
verhuizen om gebieden vrij te maken voor grootschalige landbouw, stelt
de Human Rights Watch (HRW) in een nieuw rapport. In hun nieuwe dorpen
ontbreekt het de gedwongen migranten aan voedsel, landbouwgrond en onderwijs.
Lees meer
______________________________________________________
WikiLeaks onthult verborgen agenda van Westen in Haïti
Haïti | politiek | 16-1-2012 | MO*
Uit documenten die enkele maanden geleden al door de klokkenluiderswebsite
WikiLeaks werden vrijgegeven, blijkt dat westerse landen er al jaren
voor zorgen dat de politieke ontwikkelingen in Haïti hun economische
belangen niet in het gedrang brengen. Vooral de agressieve houding van
de Verenigde Staten is ontnuchterend. De onthullingen werpen vragen
op over de slaagkansen van het reconstructieproces, dat sinds kort door
de Haïtiaanse overheid geleid wordt.
Lees meer
______________________________________________________
Zelfs recordoogst kan wereldgraanvoorraad niet aanvullen
Wereld | landbouw | 13-1-2012 | IPS
Er is afgelopen jaar meer graan geoogst dan ooit, maar doordat de
consumptie bijna even hard groeit, blijven de voorraden zorgwekkend
laag. Dat blijkt uit een analyse van nieuwe cijfers van het Amerikaanse
ministerie van Landbouw.
Lees meer
______________________________________________________
Salvadoraanse boeren ziek door bestrijdingsmiddelen
El Salvador | ontwikkeling | 13-1-2012 | IPS
Decennialang gebruikten Salvadoraanse boeren giftige pesticiden.
Bewoners en media melden nu een alarmerende groei van het aantal mensen
dat lijdt aan nierfalen.
Lees meer
______________________________________________________
Chinese investeringen in Kameroen kunnen desastreus uitpakken"
Kameroen | ontwikkeling | 12-1-2012 | IPS
De regering van Kameroen doet steeds meer beroep op China om de
ontwikkeling in het land te stimuleren. Critici vrezen dat de gevolgen
van de economische relaties tussen China en Kameroen op lange termijn
desastreus zullen zijn voor de binnenlandse industrie.
Lees meer
______________________________________________________
Salvadoraan vindt uiterst zuinig en schoon fornuis uit
El Salvador | ontwikkeling | 12-1-2012 | IPS
Een Salvadoraanse ingenieur heeft een uiterst zuinig en schoon fornuis
uitgevonden. Het verbruikt nauwelijks hout en stoot amper CO2 uit. De
uitvinder kreeg een schouderklopje van de NASA.
Lees meer
______________________________________________________
"Vee is beter antwoord op verwoestijning dan bomen"
Zimbabwe | ontwikkeling | 11-1-2012 | IPS
Verwoestijning kan beter tegengegaan worden door goed uitgekiende
begrazing dan door bomen te planten. Dat zegt een Amerikaanse bioloog
die in Zimbabwe spectaculaire resultaten boekt.
Lees meer
______________________________________________________
Vertragen voor een overvloedig leven
Wereld | ontwikkeling | 11-1-2012 | Dewereldmorgen.be
We kunnen er niet naast kijken: we moeten met zijn allen langer
en harder werken en de economische groei weer aanzwengelen. Anders kunnen
we de pensioenen niet betalen, de staatsschuld niet afbetalen en verdampt
de welvaartsstaat. Zo luidt toch het dominante discours. Het lijkt wel
of er geen andere weg uit de huidige crisis is: iedereen harder werken,
de economische motor sneller doen draaien.
Lees meer
______________________________________________________
Occupy Nigeria: een blik op de protesten
Nigeria | ontwikkeling | 11-1-2012 | Dewereldmorgen.be
Sinds 2 januari gaan de protesten tegen de afschaffing van de brandstofsubsidie
in Nigeria onverminderd door. De protesten gaan ook gepaard met etnisch
en religieus geïnspireerde terreur. Er heerst een gemengde sfeer
van angst, onzekerheden en hoop. Maar de Nigerianen nemen wel het voortouw
in een nieuwe ronde van het wereldwijde verzet tegen de crisis van het
kapitalisme.
Lees meer
______________________________________________________
Haïti 2 jaar na de aardbeving: waar het geld naar toe is
Haïti | hulp | 11-1-2012 | Dewereldmorgen.be
Op 12 januari 2010 werd Haïti door een aardbeving verwoest.
Een enorme internationale steunactie kwam op gang. Enorme bedragen werden
op tafel gelegd. Althans, zo leek het toch. Vandaag ziet Haïti
er uit alsof de ramp amper twee maand geleden gebeurde. Waar is al dat
geld naar toe gegaan? Een ontnuchterende analyse van de Amerikaanse
bijdrage die ook heel wat over de Europese 'hulp' zegt.
Lees meer
______________________________________________________
Regionale economie lost crises op
Wereld | economie | 11-1-2012 | Duurzaamnieuws
Hoe groter de markt, hoe groter de crisis als er iets mis gaat.
Dat lijkt de les van een paar decennia ongebreidelde groei, die heeft
geleid tot een samenstel van problemen die ieder op zich bedreigend
zijn voor de hele planeet. Daarom is het vinden van de optimale schaal
voor onze economie een belangrijke sleutel voor de oplossing van de
diverse mondiale crises.
Lees meer
______________________________________________________
Grondwaterpeil daalt wereldwijd
Wereld | economie | 4-1-2012 | IPS
Het grondwaterpeil daalt wereldwijd, onder meer in belangrijke landbouwgebieden
in Australië, China en de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek
van de Universiteit van Californië op basis van satellietmetingen
van de NASA.
Lees meer
______________________________________________________
Duurzaamheid wordt ieders eigenbelang
Nederland | ontwikkeling | 2-11-2012 | Duurzaamnieuws
"Geen respecterend bedrijf kan er meer omheen verantwoordelijkheid
te nemen voortaan duurzaam te ondernemen", dat zegt dr. Anniek
Mauser, Directeur Duurzaamheid Benelux van Unilever en één
van de genomineerden voor de 'Lof-award CSR-vrouw van het jaar.
Lees meer
______________________________________________________
Zonne-energie maakt opgang op platteland Bangladesh
Bangladesh | ontwikkeling | 29-12-2011 | IPS
Plattelandsbewoners in Bangladesh die tot voort kort geen elektriciteit
hadden, kiezen massaal voor goedkope zonne-energie.
Lees meer
______________________________________________________
Strijd tegen landroof in Oeganda gebaat bij internationale druk
Oeganda | armoede | 29-12-2011 | FIAN
Al tien jaar strijdt hij voor teruggave van het land waarvan zijn
gemeenschap in 2001 met geweld werd verdreven. Mensenrechtenactivist
Peter Kayiira reisde de afgelopen weken door Europa om aandacht te vragen
voor een typisch geval van landroof in Oeganda. Internationale aandacht
lijkt te helpen om de zaak hoog op de agenda van de Oegandese justitie
te houden.
Lees meer
______________________________________________________
Inheemse armoede wakkert macht maoïsten aan
India | armoede | 28-12-2011 | IPS
Extreme armoede en een gebrek aan aandacht daarvoor vanuit de overheid,
drijft de adivasis in de armen van de maoïsten.
Lees meer
______________________________________________________
Medisch afval verspreidt ziekten in Keniaanse sloppenwijken
Kenia | afval | 28-12-2011 | IPS
Collins Otieno (25) weet nooit wat de nieuwe dag hem zal brengen:
het kan wat geld zijn, maar ook een infectie. Hij leeft van wat hij
vindt tussen het afval in Soweto, een sloppenwijk in de Keniaanse hoofdstad
Nairobi.
Lees meer
______________________________________________________
Peruaanse gletsjers smelten nog sneller dan verwacht
Peru | klimaat | 27-12-2011 | IPS
In Peru komt er steeds minder smeltwater van de gletsjers van de
Cordillera Blanca, de hoogste tropische bergketen ter wereld. Volgens
een nieuw onderzoek gebeurt dit twintig jaar vroeger dan verwacht. Het
water voorziet een belangrijk deel van het noorden van het land van
water.
Lees meer
______________________________________________________
Klimaat zet Amerikaanse katoen en vleesproductie onder druk
N-Amerika | landbouw | 23-12-2011 | IPS
Historische droogte heeft verregaande gevolgen voor Texas en mogelijk
voor de hele Amerikaanse economie. Volgens de Texas Forest Service heeft
het gebrek aan neerslag al tot 500 miljoen bomen doen afsterven, goed
voor 10 procent van het totale bosoppervlak in de staat. De landbouw
en veeteelt, erg belangrijk in de Amerikaanse economie, krijgen zware
klappen.
Lees meer
______________________________________________________
Rel over ijzererts in Sierra Leone
Sierra Leone | ontwikkeling | 22-12-2011 | IPS
In Sierra Leone is ruzie ontstaan over een lease-overeenkomst die
het mogelijk moet maken ijzererts te winnen in het Gola-regenwoud. Een
dorpshoofd tekende in april zonder medeweten van de lokale bevolking
een contract met een mijnbouwbedrijf.
Lees meer
______________________________________________________
Droevig kerstverhaal: de mysterieuze verdwijning van 's werelds grootste
rendierkudde
Canada | ontwikkeling | 21-12-2011 | SURVIVAL INTERNATIONAL
De omvang van de grootste rendierkudde op aarde is dramatisch afgenomen.
De plaatselijke inheemse bevolking wijdt dit aan de toename van industriële
megaprojecten in het betreffende gebied.
Lees meer
______________________________________________________
"Strijd tegen klimaatverandering moet meer aandacht hebben voor
vrouwen"
El Salvador | milieu | 20-12-2011 | IPS
Erken het recht op water als een mensenrecht. Maak een einde aan
grote projecten die arme plattelandsbewoners in moeilijkheden brengen.
En stem maatregelen tegen de klimaatopwarming meer af op vrouwen. Dat
zijn de belangrijkste aanbevelingen van een hoorzitting van Salvadoraanse
vrouwen over de klimaatverandering.
Lees meer
______________________________________________________
Landgrabbing bedreigt armen steeds meer
wereld | handel | 18-12-2011 | iNSnet
Het grootste onderzoek ooit naar grote landaankopen in ontwikkelingslanden
toont meer nadelen aan dan voordelen. Dat concludeert een publicatie
van de International Land Coalition (ILC) van 14 december 2011. Uit
het onderzoek kwamen trends naar voren die niet eerder waren opgemerkt.
Lees meer
______________________________________________________
Experts waarschuwen voor dalend grondwaterpeil Bangladesh
wereld | water | 17-12-2011 | MO*
Deskundigen in Bangladesh vrezen dat een snelle daling van het grondwaterpeil
in hun land de voedsel- en waterzekerheid van miljoenen mensen in het
gedrang zal brengen. De problematische Bengaalse grondwaterstanden zouden
in de nabije toekomst ook de biodiversiteit van 's werelds grootste
mangrovegebied kunnen bedreigen.
Lees meer
______________________________________________________
"Vrijhandelsverdrag EU India is rampzalig voor voedselzekerheid"
India | handel | 17-12-2011 | IPS
Het vrijhandelsverdrag waar de EU en India over in onderhandeling
zijn, ondermijnt de voedselzekerheid van een groot deel van de Indiase
bevolking, blijkt uit onderzoek van Indiase en Duitse ngo's.
Lees meer
______________________________________________________
De grote Melkroof
Wereld | handel | 16-12-2011 | GRAIN
De meeste markten in het Zuiden worden van melk voorzien door kleinschalige
verkopers die melk ophalen bij boeren en herders. Maar ze staan onder
druk van de grote zuivelbedrijven zoals Nestlé en PepsiCo and
Cargill and andere spelers, die de hele zuivelsector in deze landen
over willen nemen, van boerderij tot markt.
Lees meer
______________________________________________________
Meer zelfdodingen dan hervormingen in Indiase landbouw
India | landbouw | 14-12-2011 | IPS
Vijf jaar geleden begon Pulparambil Varghese met het verbouwen van
gember op zijn lapje grond in Thrikkeppatta, in het district Wayanad
in het zuiden van India. Hij leende voor 4400 euro van banken en particuliere
financiële instituten, maar slaagde er niet in zijn bedrijf winstgevend
te maken en zijn leningen af te betalen. Op 48-jarige leeftijd pleegde
Varghese zelfmoord. Hij was een van de zes boeren in Wayanand die zichzelf
dit jaar ombracht.
Lees meer
______________________________________________________
Wonen aan de rand van de afgrond Occupy Guatemala
Guatemala | ontwikkeling | 14-12-2011 | Dewereldmorgen.be
Helemaal los van de Occupy beweging in Noord-Amerika en Europa,
kent ook Guatemala een gelijkaardig fenomeen. De voedingsbodem daarvoor
zijn de ontzettend slechte leefomstandigheden in de krottenwijken alsook
het manke woonbeleid. Om hun situatie te veranderen, hebben de bewoners
een wetsvoorstel gemaakt, de straat voor het parlement bezet en zijn
uiteindelijk een hongerstaking begonnen.
Lees meer
______________________________________________________
Hadza stam viert overdracht landeigendomsakten
Tanzania | mensenrechten | 8-12-2011 | SURVIVAL INTERNATIONAL
De Hadza in Oost-Afrika hebben op plechtige wijze de erkenning van
hun landrechten gevierd. De eigendomsakten werden vorige maand officieel
overhandigd tijdens een speciale ceremonie in de Hadza-gemeenschap van
Domongo. De Hadza zijn een van de weinige jager-verzamelaarstammen in
Oost-Afrika.
Lees meer
______________________________________________________
Mexicaanse indianen verdedigen grondgebied tegen veeboeren
Mexico | mensenrechten | 8-12-2011 | IPS
De Zoques, een indianenvolk in de Mexicaanse provincie Oaxaca, zetten
alles op alles voor het behoud van een bos van 47.000 hectare. Met een
blokkade protesteren ze tegen de aanwezigheid van veeboeren en houthakkers
uit de naburige provincie Chiapas die delen van het bos ontginnen.
Lees meer
______________________________________________________
"Investering in strijd tegen honger geeft uitzonderlijke opbrengst"
wereld | ontwikkeling | 7-12-2011 | IPS
Het plan van José Graziano da Silva om de honger wereldwijd
uit te roeien is "tamelijk eenvoudig", zegt hij zelf. De nieuwe
baas van de VN-voedselorganisatie FAO wil meer politieke verbintenissen,
meer middelen en absolute doelstellingen, zegt hij in een gesprek met
IPS.
Lees meer
______________________________________________________
Biobrandstoffen veroorzaken honger en armoede
wereld | ontwikkeling | 7-12-2011 | IPS
Rijke landen helpen slachtoffers van honger en oorlog in Afrika,
maar dezelfde landen veroorzaken met hun energie- en ontwikkelingsagenda
juist honger en milieuschade in diezelfde landen. Dat zegt het Amerikaanse
Oakland Institute in een gisteren verschenen rapport.
Lees meer
______________________________________________________
Mensenrechtenorganisaties richten zich op multinationals
L-Amerika | mensenrechten | 6-12-2011 | IPS
Mensenrechtenorganisaties in Latijns-Amerika richtten hun pijlen
vroeger vooral op overheden. Nu pakken ze ook multinationals aan. Hun
agenda is ruimer geworden. Ze behandelen thema's als inheemse volkeren,
geweld tegen vrouwen, arbeid, migranten en seksuele minderheden.
Lees meer
______________________________________________________
"Water verdient meer aandacht in Durban"
wereld | water | 6-12-2011 | IPS
Het belooft deze eeuw nog een stuk heter en droger te worden in
Zuidelijk Afrika. Daarom klinkt de roep steeds luider om water bovenaan
op de agenda van de klimaatonderhandelingen in Durban te zetten.
Lees meer
______________________________________________________
"Braziliaanse boswet is doodsteek voor Amazonegebied"
Brazilië | milieu | 6-12-2011 | IPS
De versoepeling van de Braziliaanse boswet betekent de doodsteek
voor het Amazonegebied. Dat zegt het Wereldnatuurfonds (WWF). Vandaag
moet de Braziliaanse Senaat de wet goedkeuren.
Lees meer
______________________________________________________
Brazilië pleit voor duurzaamheidsdoelstellingen
Brazilië | ontwikkeling | 5-12-2011 | IPS
Na de millenniumdoelstellingen moeten er nu ook doelstellingen voor
duurzame ontwikkeling komen, vindt Brazilië. Het wil hierover een
akkoord bereiken volgend jaar op Rio+20, de duurzaamheidstop in Rio
de Janeiro.
Lees meer
______________________________________________________
Hernieuwbare energie helpt tegen opwarming en armoede
India | ontwikkeling | 30-11-2011 | IPS
Schone energie is niet alleen goed voor het milieu, vaak is het
ook de enige oplossing om arme mensen van licht en stroom te voorzien.
Het Barefoot College, een Indiase niet-gouvernementele organisatie,
heeft bijvoorbeeld al wereldwijd meer dan 34.000 huizen in afgelegen
dorpen van lampen op zonne-energie voorzien.
Lees meer
______________________________________________________
Afrikaanse landen kicken af van hulp
Wereld | ontwikkeling | 30-11-2011 | IPS
De allerarmste landen in de wereld zijn nu gemiddeld een derde minder
afhankelijk van ontwikkelingshulp dan tien jaar geleden. Dat bewijst
dat die hulp wel degelijk werkt, zeggen experts.
Lees meer
______________________________________________________
"Ontwikkelingshulp is voorbijgestreefde term"
Wereld | ontwikkeling | 23-11-2011 | IPS
Kan de hulp die ontwikkelingslanden van de rijke landen krijgen
doeltreffender worden gemaakt? Dat is de vraag waarover regeringen en
ontwikkelingsexperts het vanaf volgende week hebben in het Zuid-Koreaanse
Busan. "Laten we om te beginnen stoppen met het over hulp te hebben",
zegt expert Brian Atwood.
Lees meer
______________________________________________________
Vis blijkt droompartner voor rijstvelden
Wereld | landbouw | 17-11-2011 | IPS
Als rijstboeren ook vis kweken in hun ondergelopen rijstvelden,
daalt het gebruik van pesticiden en mest drastisch. Tegelijk verhogen
de boeren hun inkomen en diversifiëren ze hun productie, blijkt
uit Chinees onderzoek.
Lees meer
______________________________________________________
Arm Bangladesh koopt grond in buitenland
Nigeria | landbouw | 17-11-2011 | IPS
Bangladesh behoort tot de armste landen ter wereld, en toch probeert
de regering in Dhaka in andere landen goede landbouwgrond te kopen of
te leasen. Dat komt op termijn goedkoper uit dan voedsel invoeren, is
de redenering.
Lees meer
______________________________________________________
"Shell moet één miljard dollar betalen om de Nigerdelta
schoon te maken"
Nigeria | milieu | 16-11-2011 | Dewereldmorgen.be
Het multinationale olieconcern Shell moet om te beginnen één
miljard dollar betalen om de vervuiling op te ruimen in de Nigerdelta
die veroorzaakt werd door olielekken. Dit zeggen Amnesty International
en het CEHRD in een rapport dat vorige week verscheen. Het rapport beschrijft
gedetailleerd de verwoestende impact van twee immense olielekken in
Bodo in Ogoniland in 2008.
Lees meer
______________________________________________________
Eilanden Stille Oceaan kijken uit naar klimaathulp
Wereld | milieu | 16-11-2011 | IPS
Nergens wordt zo uitgekeken naar positieve resultaten van de komende
klimaattop in Durban als op de eilanden in de Stille Oceaan. De stijgende
zeespiegel dwingt er nu al mensen te verhuizen.
Lees meer
______________________________________________________
"Rol opkomende landen beperkt bij ontwikkelingshulp"
Wereld | ontwikkeling | 13-11-2011 | IPS
Experts hopen dat opkomende economieën zoals Brazilië,
Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de BRICS-landen) een belangrijke
rol gaan spelen in ontwikkelingshulp. Deze landen zijn daar echter nog
niet toe in staat, zeggen critici.
Lees meer
______________________________________________________
Ethiopische kinderen werken op "Indiaas land"
Ethiopië| landbouw | 13-11-2011 | IPS
De achtjarige Red is op zijn knieën onkruid aan het wieden
op een suikerrietveld, in de brandende zon. Een Indiër overziet
het veld en let op of de jongen geen onkruid laten staan. Met de export
van voedsel uit Ethiopië, geproduceerd met kinderarbeid, hoop de
Indiase eigenaar van het bedrijf miljoenen te verdienen binnen drie
jaar.
Lees meer
______________________________________________________
Braziliaanse boeren planten bomen tussen gewassen
Brazilië | landbouw | 10-11-2011 | IPS
In de Braziliaanse deelstaat São Paulo planten boeren struiken
en bomen tussen hun gewassen. Daardoor hebben ze minder water nodig.
Het lokale project heeft nationale ambities.
Lees meer
______________________________________________________
Latijns Amerikaanse landen vormen front tegen honger
L-Amerika | voedsel | 9-11-2011 | IPS
Parlementsleden uit Brazilië, Argentinië en acht andere
landen uit Latijns-Amerika maken zich sterk voor nieuwe wetten die regeringen
moeten dwingen de strijd tegen de honger op te voeren. Brazilië
heeft het recht op voedsel al in zijn grondwet opgenomen, en Colombia
en de Dominicaanse Republiek denken daar over na.
Lees meer
______________________________________________________
Duurzaam begint bij de consument (zegt de boer)
Nederland | voedsel | 8-11-2011 | iNSnet
"Duurzaamheid begint bij de consument, niet bij de producent,
de boer!" Dit zegt Henk Jan ten Haken, bedrijfsleider van Nij Bosma
Zathe, tijdens een rondleiding op deze praktijkproefboerderij voor melkveehouderij
van de WUR (Wageningen University & Research centre) even buiten
Leeuwarden.
Lees meer
______________________________________________________
Oxfam rapport onthult grove mensenrechtenschendingen op FSC plantages
in Oeganda
Wereld | mensenrechten | 7-11-2011 | Dewereldmorgen.be
In Oeganda werden meer dan 22.000 boeren verdreven om plaats te
maken voor duurzaam beheerde boomplantages. Families werden gedwongen
hun land te verlaten, huizen werden platgewalst en gewassen verbrand.
Ondanks deze flagrante mensenrechtenschendingen kregen de plantages
van de New Forest Company toch het FSC-label. Wat is er aan de hand?
Lees meer
______________________________________________________
Betere wegen doen Congolese voedselproductie pieken
Congo | voedsel | 7-11-2011 | IPS
De regering van Congo-Brazzaville heeft sinds 2009 al 839 kilometer
wegen verhard waarlangs boeren hun oogst naar de steden kunnen brengen.
In de streken die door de nieuwe wegen worden ontsloten, is de landbouwproductie
al spectaculair gestegen.
Lees meer
______________________________________________________
'Ook de rechten van de bewoners tellen'
Indonesië | mensenrechten | 5-11-2011 | MO*
'Klimaatfinanciering voor herbebossing en bosherstel (REDD+) moet
ook oog hebben voor de rechten van wie in het bos woont' vindt Titi
Soentoro, van ADB-Indonesië, het NGO-Forum dat het beleid van de
Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank in de regio opvolgt.
Lees meer
______________________________________________________
Voedselcrisis houdt aan ondanks prijsdaling
Wereld | voedsel | 3-11-2011 | MO*
De voedselprijzen zijn het afgelopen half jaar wereldwijd gedaald,
maar ze liggen nog altijd negentien procent boven het niveau van september
2010. Dat staat in het Food Price Watch Report, dat de Wereldbank vlak
voor de G-20 top in Cannes heeft gepubliceerd. De hoge voedselprijzen
treffen vooral de landen in de Hoorn van Afrika.
Lees meer
______________________________________________________
De voedselcrisis slaat opnieuw toe. Speculatie gaat voor op voedselbehoeften
Wereld | voedsel | 3-11-2011 | Dewereldmorgen.be
Een nieuwe voedselcrisis slaat toe. De voedselprijzen zijn volgens
de index van voedselprijzen van de FAO, de VN-organisatie voor Voedsel
en Landbouw, van februari 2011, opnieuw tot recordniveaus gestegen.
Esther Vivas analyseert de voedselspeculatie.
Lees meer
______________________________________________________
Bolivia marcheert in twee richtingen
Bolivia | mensenrechten | 2-11-2011 | Uitpers
Op 15 augustus vertrokken verbolgen inheemse Bolivianen en milieubeschermers
naar La Paz. De verbindingsweg van Bení naar Cochabamba door
het natuur- en inheems gebied TIPNIS (Territorio Indígena Parque
Nacional Isiboro-Sécure) mocht er niet komen. De Morales-regering
hield echter het been stijf. Bolivia is verdeeld. Wat gebeurde er in
de afgelopen maanden?
Lees meer
______________________________________________________
Indiase stam krijgt weer toegang tot tijgerreservaat
India | mensenrechten | 2-11-2011 | SURVIVAL INTERNATIONAL
Voor het eerst in de geschiedenis van India is aan een inheemse
stam het recht toegekend om hun voorouderlijk land weer te gebruiken,
ondanks het feit dat dit land in een tijgerreservaat ligt.
Lees meer
______________________________________________________
Watergebruik stijgt sneller dan de wereldbevolking
Wereld | water | 1-11-2011 | INSnet
Net als olie in de 20e eeuw, zou water wel eens DE basisbehoefte
kunnen worden waar het in de 21ste eeuw om gaat draaien. Mensen zijn
sinds de vroegste dagen van de beschaving afhankelijk geweest van de
toegang tot water, maar met de 7 miljard mensen die nu op de Aarde leven
en de exponentieel groeiende verstedelijking en ontwikkeling, groeit
de vraag naar water als nooit tevoren.
Lees meer
______________________________________________________
Inheems protest tegen mijnbouw op heilige grond
Mexico | mensenrechten | 30-10-2011 | IPS
De Wixáritari-indianen in Mexico liggen in de clinch met
een mijnbouwbedrijf dat zilver wil gaan winnen op hun heilige grond,
een gebied dat in 1988 werd erkend door de werelderfgoedorganisatie
Unesco.
Lees meer
______________________________________________________
Criminele
Spaanse vissers gesteund met Europees belastinggeld
Europa | milieu | 23-10-2011 | Greenpeace
Europa subsidieert Spaanse visserijbedrijven die zich schuldig maken
aan illegale visserij. Dat blijkt uit het vandaag verschenen onderzoeksrapport.
Greenpeace roept op tot een hervorming van het Europese visserijbeleid.
Lees meer
______________________________________________________
Brazilië
onderzoekt wat klimaatwijziging met koffie doet
Brazilië | milieu | 21-10-2011 | IPS
Brazilië gaat de gevolgen van de klimaatwijziging voor de koffieteelt
onderzoeken. Het gaat daarvoor de uitstoot van CO2 simuleren op een
grote koffieplantage.
Lees meer
______________________________________________________
Venezuela
geeft inheems volk grondgebied terug
Venezuela | mensenrechten | 20-10-2011 | IPS
Venezuela geeft 15.800 hectare land terug aan het inheemse Yukpa-volk.
Daarvoor worden 25 grote veehouders onteigend.
Lees meer
______________________________________________________
Braziliaanse
rechter schort werken aan Belo Montedam op
Brazilië | mensenrechten | 14-10-2011 | Friends of the Earth
Een rechter in Brazilië heeft de stopzetting bevolen van de
bouw van een multi-miljarden damproject in het Amazonegebied.
Lees meer
______________________________________________________
Kleine
boeren vragen VN-richtlijnen tegen landroof
Wereld | voedsel | 13-10-2011 | IPS
Boerenorganisaties en activisten zijn in Rome bijeen om regeringen
duidelijk te maken dat er een einde moet komen aan de praktijk van "landroof".
Volgende week vergadert het Comité voor Wereldvoedselzekerheid
(CFS) in Rome. Tussen 11 en 14 oktober voert de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie
(FAO) intergouvernementele onderhandelingen over landbeheer.
Lees meer
______________________________________________________
VN eist dringend antwoorden van Ethiopië over de Gibe III dam
Ethiopië | mensenrechten | 13-10-2011 | SURVIVAL INTERNATIONAL
De groeiende bezorgdheid van de VN over de bouw van de Ethiopische
Gibe III dam heeft ertoe geleid dat het Afrikaanse land dringend om
informatie is gevraagd.
Lees meer
______________________________________________________
Pesticiden leveren meer op dan honing
Wereld | landbouw | 10-10-2011 | Europa Groen Links
Wereldwijd is er een dramatische daling van het aantal bijen. De
bij is onmisbaar voor de productie van ons voedsel, zonder bestuiving
is de teelt van groente en fruit bijna onmogelijk. Een voorstel om de
situatie van de bij te verbeteren is door de landbouwcommissie van het
Europees Parlement ernstig afgezwakt.
Lees meer
______________________________________________________
Argentinië werkt analfabetisme bijna volledig weg
Argentinië | onderwijs | 9-10-2011 | IPS
Ondanks een bevolkingstoename is het analfabetisme in Argentinië
de voorbije tien jaar flink gedaald. Duizenden vrijwilligers hebben
daarbij geholpen. Het land wil binnenkort het analfabetisme helemaal
wegwerken.
Lees meer
______________________________________________________
Informele regionale handel is cruciaal voor Afrika
Afrika | economie | 8-10-2011 | IPS
De regionale handel in Afrika is cruciaal voor de bloei van het
continent, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Vooral in de informele
sector.
Intraregionale handel is goed voor de groei, is stabieler en helpt bij
de ontwikkeling van Afrikaans ondernemerschap. Toch wordt handel tussen
landen in Afrika ten zuiden van de Sahara overschaduwd door de mondiale
export.
Lees meer
______________________________________________________
Tientallen amfibiesoorten bedreigd in Braziliaanse Cerrado
Brazilië| milieu | 7-10-2011 | IPS
In de Braziliaanse Cerrado-savanne dreigen tientallen amfibiesoorten
te verdwijnen. In een studie wijst een plaatselijke milieuorganisatie
op de ontbossing en klimaatwijziging als oorzaken.
Lees meer
______________________________________________________
Regering Ethiopië 'bulldozert' over inheemse oppositie
Ethiopië | mensenrechten | 6-10-2011 | SURVIVAL INTERNATIONAL
Survival International heeft uit berichten vernomen dat eind september
ongeveer honderd mensen die behoren tot de Mursi- en Bodi-stammen zijn
gearresteerd en gedetineerd vanwege hun verzet tegen de omstreden Gibe
III dam.
Lees meer
______________________________________________________
Steeds meer Afrikaanse grond in buitenlandse handen
Afrika | ontwikkeling | 6-10-2011 | IPS
Hoe langer hoe meer grond in ontwikkelingslanden wordt gepacht of
gekocht door buitenlandse investeerders, zegt Camilla Toulmin, die voor
de Wereldvoedsel- en Landbouworganisatie (FAO) een rapport over de nieuwe
landhonger heeft geschreven. Belangrijke aanjagers zijn speculanten
en bedrijven die biobrandstoffen verbouwen.
Lees meer
______________________________________________________
Duurzame landbouw en klimaat
Wereld | landbouw | 5-10-2011 | Dewereldmorgen.be
Grondstoffenprijzen stijgen torenhoog, klimaatverandering laat zich
voelen, ook in de landbouw. Er is dringend nood aan een klimaatakkoord.
Maar hoe komen de noden van kleinschalige landbouwers in het Zuiden
aan bod op die onderhandelingen?
Lees meer
______________________________________________________
Neem de verandering zelf in handen
België | ontwikkeling | 28-9-2011 | Dewereldmorgen.be
We staan voor grote veranderingen. De financiële crisis toont
dat een schuldgedreven consumptiemaatschappij onhoudbaar is. Door de
klimaatwijziging zien we overstromingen op de ene plaats en ongeziene
droogte op andere plekken. En terwijl de vlot toegankelijke olie- en
gasvoorraden op hun einde lopen, pieken de voedselprijzen door niets
ontziende speculatie, schrijft Dirk Holemans van Oikos.
Lees meer
______________________________________________________
Na de schulden en energiecrisis een wereldwijd voedselprobleem?
(Uitpers nr. 139, 13de jg., februari 2012) door Aad Breed
Na de tweede wereldoorlog heeft de olie een aantal ontwikkelingen mogelijk
gemaakt, t.w.: het bouwen van woonsteden ver van de plek, waar je werkte.
Een leven zonder auto werd bijna onmogelijk. Dit heeft geresulteerd
in zestig jaar economische groei met veel werkgelegenheid, als gevolg
van o.a. de auto-industrie, transportbedrijven, vliegverkeer, wegenaanleg,
olie-leverende bedrijven en een zeer hoge voedselproductie. Wat begon
als armoedebestrijding veranderde in die zestig jaar ongemerkt in georganiseerde
hebzucht.
A. De
relatie tussen overbevolking, olietekort en landbouwgrond.
Maar wat gebeurt er, als rond 2050 de olie onbetaalbaar is geworden,
en we de aarde met 9 miljard medemensen moeten delen? Kunnen we dan
nog wel "volledige werkgelegenheid" garanderen? Kunnen we
dan nog wel voldoende voedsel produceren voor die 9 miljard mensen,
als we wereldwijd over veel minder landbouwgrond per inwoner beschikken?
Geloven we echt, dat in de toekomst elektriciteit uit zonnecellen, windmolens
en kerncentrales een goede vervanger is van olie, als onze ecologische
voetafdruk momenteel onaanvaardbaar hoog is? Kunnen we tegen die tijd
met elektriciteit uit zonnecellen, windmolens en kernenergie nog al
die auto's, vrachtwagens, vliegtuigen, tractoren, enz. wereldwijd laten
draaien?
Zijn in
zo'n situatie grote voedselproblemen niet voorspelbaar, als:
1. de rijke landen voor hun energiecrisis steeds meer landbouwgrond
gaan gebruiken voor gewassen, die als biobrandstof zullen worden gebruikt.
2. door klimaatverandering er steeds meer misoogsten zullen zijn.
3. door gebrek aan fossiele brandstoffen voor de gemechaniseerde landbouw,
de voedsel-opbrengsten per m2 met soms wel een factor 2000 zullen afnemen.
4. de rijke landen blijven streven naar economische groei. Wordt door
de georganiseerde hebzucht en de aftrekbaarheid van reclamekosten de
ecologische voetafdruk van de rijken niet steeds groter, en voor de
armen steeds kleiner?
5.
de voedsel-productie steeds meer in handen komt van een kleine rijke
groep, die straks de prijs van ons voedsel gaat bepalen. Is gemonopoliseerd
kapitalisme niet een tegenspraak, en globalisering een vorm van kolonialisme?
6. door gebrek aan fossiele brandstoffen, het voedsel vanuit andere
landen niet meer met vrachtwagens en vliegtuigen kan worden vervoerd
naar de rijke landen. Ook de van voedsel-import afhankelijke rijke landen
(zoals Nederland) krijgen dan te maken met voedsel-tekorten.
B. Het
verlies aan landbouwgrond door naoorlogse stedenbouw.
Dankzij de olie wordt er momenteel net voldoende voedsel geproduceerd
om de huidige 7 miljard mensen te voeden. Weliswaar lijdt 1 miljard
mensen daarvan aan ondervoeding, maar bij gelijke verdeling zou er gemiddeld
nog genoeg zijn voor iedereen. Maar wat gebeurt er in 2050, als we die
extra 2 miljard mensen nog een fatsoenlijk onderkomen in de stad willen
waarborgen, als bij de huidige vorm van stedenbouw elke stadsbewoner
2000 m2 landbouwgrond in beslag neemt?
Er leven
nu 2.5 miljard in steden en 1 miljard in krottenwijken. Gezamenlijk
leggen die beslag op 1 miljoen km2 stadsgrond (gemiddeld 300 m2 per
inwoner). Als er in 2050 in de steden 2 miljard mensen extra in de stad
zullen leven, dan zal daarvoor nog eens 4 miljoen km2 landbouwgrond
of natuur moeten worden ingeleverd.
Voor de
huidige 7 miljard mensen is er globaal 24 miljoen km2 vruchtbare landbouwgrond
beschikbaar, d.i. 3500 m2 per inwoner. Als we vanwege de biodiversiteit
de natuur sparen, dan wordt dat in 2050 voor 9 miljard mensen dus 20
miljoen km2, d.i. 2200 m2 per inwoner. Binnen één generatie
is er dan 40% minder landbouwgrond beschikbaar, zodat globaal 1/3 deel
van de wereldbevolking geen eten meer heeft.
In Nederland
hebben we momenteel slechts 1400 m2 landbouwgrond per inwoner.
C. De
beeldvorming rond het begrip "grootschaligheid".
Waarom maakt geen enkele politieke partij zich daar druk over? Wat is
de oorzaak?
In alle
bestemmingsplannen staat sinds de oorlog, dat wonen, winkelen en werken
van elkaar moeten worden gescheiden. Met uiterst goede bedoelingen is
dat wettelijk bepaald. Het is het begin van de verspillingseconomie,
waaruit later o.a. de schulden- en energiecrisis zijn ontstaan.
Deze wettelijke
bepaling heeft alleen maar zeer "onduurzame" gevolgen, t.w.:
1. In de
naoorlogse steden moet vrijwel iedereen over een auto beschikken om
zijn dagelijkse dingen te kunnen doen, zowel man als vrouw. Per huishouden
dus minimaal twee auto's.
2. Autoverkeer geeft onveilige straten, overal geparkeerde auto's, veel
stank en lawaai, olie-afhankelijkheid, CO2-uitstoot en dus klimaatverandering.
Het naoorlogse autoverkeer maakt zowel de vooroorlogse als de naoorlogse
steden onleefbaar.
3. Omdat mensen vanuit de naoorlogse steden over grote afstanden naar
hun werk moeten, zijn er heel veel wegen aangelegd, hetgeen de files
steeds langer of de wegen steeds breder maakt.
4. Vanwege de lage dichtheid, grootschalige vormgeving en werkvrije
gebieden zijn de naoorlogse kleine steden saai, ongezellig, onbehaaglijk
en olie-verspillend. De vooroorlogse grote steden met een veel hogere
dichtheid, kleinschalige vormgeving en veel werkruimten zijn gezellig,
bruisend en intiem, terwijl de bouwhoogten niet veel anders zijn.
5. Naoorlogse steden hebben veel meer landbouwgrond of natuur nodig
als vooroorlogse steden. Op 1 km2 wonen in kleinschalige binnensteden
10.000 inwoners, d.i. 100 m2 per inwoner. In de ongezellige grootschalige
nieuwbouwwijken wonen momenteel op 1 km2 700 inwoners. Als deze trend
naar verdunning zich doorzet, en we de benodigde wegenaanleg voor naoorlogse
steden meenemen in de berekening, dan zitten we binnenkort op 500 inwoners
op 1 km2, d.i. 2000 m2 per inwoner. Ieder zijn eigen bungalow. Als landen
als China, India, Brazilië, enz. hun steden net zo gaan bouwen
als wij na de oorlog gedaan hebben, dan is de ramp niet te overzien.
Er gaat dan zoveel landbouwgrond verloren, dat er grote voedselproblemen
ontstaan. De ecologische voetafdruk neemt dan op wereldschaal zo schrikbarend
toe, dat onze huidige gerichtheid op duurzaamheid in de vorm van elektrische
auto's, zonnecellen, windmolens, kerncentrales nog nauwelijks enig gewicht
in de schaal legt.
6. Door het grote beslag op landbouwgrond zijn de stichtingskosten van
woningen en werkruimten dubbel zo hoog zijn als nodig.
7. Door de lage dichtheid duurt de bouwtijd tweemaal zo lang als steden
met hoge dichtheid.
Conclusie:
Waarom al dat gedoe over "duurzaamheid" als het niets oplost,
terwijl je het met vooroorlogse stedenbouw kunt oplossen door het schrappen
van één zin uit het bestemmingsplan?
D. De
beeldvorming rond het begrip "duurzaamheid".
Wanneer spreken we van duurzaamheid? Is het mogelijk via duurzaamheid
de ecologische voetafdruk van 6.2 ha in Nederland te verminderen naar
de vereiste 1.8 ha? Is het niet eerder zo, dat elke wettelijke gerichtheid
op duurzaamheid leidt tot onduurzaamheid? Zo werden in de jaren zeventig,
toen armoedebestrijding ongemerkt was overgegaan in georganiseerde hebzucht,
alle bewoners door onze regering verplicht hun gebouwen "duurzaam"
te maken, d.w.z. alle gebouwen moeten voortaan goed geïsoleerd
worden en aangepast aan de eisen van de tijd. Hierdoor kwamen mensen
die in oudere gebouwen zitten voor een dilemma. Ofwel het oude gebouw
goed isoleren, hetgeen kostbaarder bleek als nieuwbouw, ofwel het bestaande
gebouw slopen en nieuw bouwen. Onder invloed van deze wettelijke verplichting
zijn over de hele wereld veel oude dorpjes verdwenen en vervangen door
Almere-achtige nieuwbouw, terwijl veel nieuwe gebouwen moesten worden
voorzien van kostbare, energievretende koelinstallaties. In de jaren
zeventig heeft Den Uyl nog wel eens voorgesteld de Amsterdamse grachten
te slopen en te vervangen door Bijlmer-achtige, aan de tijd aangepaste
woningen. Dankzij verontruste burgers is dat voorkomen en inmiddels
zelfs tot werelderfgoed verklaard. Onder invloed van het begrip "duurzaamheid"
worstelt momenteel onze regering met de vraag, of we alle overgebleven
woningen van vóór de jaren zeventig alsnog niet moeten
laten afbreken omwille van aanpassing aan de tijd. Onder invloed van
het begrip "duurzaamheid" moeten we dan alle gebouwen van
vóór de jaren zeventig slopen. We hebben het dan wel over
95% van onze oudere dorpen en steden, inclusief alle monumenten die
daar staan. Is kapitaalvernietiging een vorm van duurzaamheid of van
onduurzaamheid?
E. Naar
een nieuwe vorm van samenleven.
Kunnen we niet gewoon het olieverbruik enorm beperken door het voortaan
bouwen van andere kleinschalige steden met een veel hogere dichtheid
(á la Amsterdam-Centrum), zodat: 1. niet langer 2000 m2 landbouwgrond
per stadsbewoner verloren gaat. 2. het niet langer meer noodzakelijk
is om een auto te hebben, om bij je werk of winkels te komen?Mijn voorstel
is zelfredzame steden, kleinschalige (www.piramidestad.nl), die geen
m2 landbouwgrond en geen fossiele brandstoffen meer gebruiken, door
wonen en werken te integreren.
De weinige
energie, die voor zo'n stad dan nog nodig is, kan voldoende komen uit
diepe geothermie. Buiten de melk- en vleesproductie zijn met de Plantlab-methode
binnen deze steden voldoende gewassen te produceren voor voedsel en
kleding voor alle inwoners van zo'n stad. Een dienstplicht voor bv.
18-jarigen kan er dan voor zorgen, dat iedereen in die stad kosteloos
voldoende te eten en grondstoffen voor kleding heeft. I.p.v. globalisering
zijn deze steden gericht op lokalisering, socialisering en ontmoeten,
met zowel een geglobaliseerde als een lokale munt.
Verdere
voordelen van piramidesteden (10-laagse bebouwing) of -dorpen (1-laagse
bebouwing):
a. Voor lange perioden van droogte zijn er grote watervoorraden in de
kelder-ruimten te organiseren.
b. Deze
steden zijn bestand tegen aardbevingen, orkanen, overstromingen en de
klimaatverandering. c. Vanwege het zelfredzame karakter is het mogelijk
te bouwen in onherbergzame gebieden of op zee, waardoor nog meer landbouwgrond
kan worden bespaard. d. Vanuit deze zelfredzame nieuwe steden is onvruchtbare
grond vruchtbaar te maken.
e. De stichtingskosten
van zowel woningen als bedrijfsruimten kunnen worden gehalveerd. f.
Wonen op maximaal 500 meter van/en uitzicht op de omliggende natuur,
hetgeen het einde van de onleefbare en onveilige geglobaliseerde megapolissen
betekent. g. Geen verdere verrommeling van het platteland door industrieterreinen.
Bestaande
steden kunnen aan deze principes worden aangepast. Een "nadeel"
is, dat dergelijke steden/dorpen de economische groei zullen aantasten,
want de werkgelegenheid in de olie-afhankelijke landbouw en transportsector
gaat dan grotendeels verloren. Om alle inwoners van dergelijke steden/dorpen
te kunnen voorzien van voedsel, kleding en een fatsoenlijk onderkomen
heeft slechts een klein gedeelte van de bevolking een werkplicht. De
rest is vrij, en kan vrijwillig gaan werken of niet. Het zou het einde
kunnen betekenen van de georganiseerde hebzucht.
De feiten:
Aardoppervlak 510 miljoen km2, waarvan 4.71% landbouwgrond, d.i. 24
miljoen km2.
Bij 7 miljard inwoners is dat per inwoner 3428 m2 landbouwgrond, afgerond
3500 m2.
In Nederland is 55% van het totaaloppervlak (40.840 km2) landbouwgrond,
d.i. 22.462 km2.
Bij 16 miljoen mensen is dat per inwoner 1403 m2 landbouwgrond, afgerond
1400 m2.
De beschikbare ecologische voetafdruk bij 7 miljard bewoners is 1.8
ha. Bij 9 miljard 1.4 ha.
De ecologische voetafdruk op de wereld is nu 2.7 ha. Bij 9 miljard 2.1
ha.
In Nederland is dat nu 6.2 ha.
In de USA is dat nu 8.0 ha.
In China is dat nu 2.9 ha.
In India is dat nu 0.9 ha.
In Afrika is dat nu 1.4 ha.
Conclusie
A:
Als ontwikkelingslanden hun steden net zo gaan bouwen als wij na de
oorlog, dan zal de ecologische voetafdruk van die landen schrikbarend
toenemen.
Conclusie
B:
Als Nederland duurzaam gaat produceren, verandert de ecologische voetafdruk
niet.
De feiten over grootschaligheid en kleinschaligheid:
Amsterdam-Centrum. 81.110 inwoners op 8.04 km2, d.i. op 1 km2 9.900
inwoners.
New York. 8.3 miljoen inwoners op 789.4 km2, d.i. op 1 km2 9.500 inwoners.
Het kleinschalige Amsterdam en het grootschalige New York hebben op
1 km2 10.000 inwoners.
Conclusie 1:
De
dichtheid zegt niets over klein- en grootschaligheid.
Conclusie 2:
De
dichtheid zegt niets over de bouwhoogten.
Conclusie 3:
Kleinschaligheid
oogt vriendelijker als grootschaligheid.
Amsterdam-Bijlmermeer. 84.811 inwoners op 22.08 km2, d.i. op 1 km2 2.600
inwoners.
Amsterdam. Totaal 784.840 inwoners op 219.33 km2, d.i. op 1 km2 2.790
inwoners.
Tokio. 35.327 miljoen inwoners op 13.500 km2, d.i. op 1 km2 2.610 inwoners.
Conclusie 4:
De
dichtheid zegt niets over het aantal inwoners, waar je tussen woont.
Almere. 191.239 inwoners op 129.6 km2, d.i. op 1 km2 677 inwoners. (+
wegenstelsel)
Heerhugowaard. 51.985 inwoners op 38.4 km2, d.i. op 1 km2 738 inwoners.
(+wegenstelsel)
Conclusie 5:
Hoe
hoger de dichtheid, hoe gezelliger, leefbaarder en bruisender.
Conclusie 6:
Naoorlogse
steden tenderen naar een dichtheid van 500 inwoners per km2.
Eén-laagse
piramidedorpen hebben op 1 km2 10.000 inwoners (Amsterdam-New York).
Tien-laagse
piramidesteden hebben op 1 km2 100.000 inwoners. Dit is verantwoord,
omdat alle wegen, parkeerruimten, voedselvoorziening, winkels, bedrijfsruimten,
kantoren, scholen, bioscopen, kerken, theaters, enz. enz. apart onder
de woningen liggen. Iedereen woont rond een voetbalveld. De benodigde
stadsgrond voor 2 miljard bewoners kan dan worden teruggebracht van
4 miljoen km2 (oppervlakte Europa zonder Rusland) naar 20.000 km2 (helft
Nederland).
______________________________________________________
Presidenten komen met strategie voor duurzame ontwikkeling
31 januari 2012 door IPS
NEW
YORK - Een VN-panel van staatshoofden en andere hoge vertegenwoordigers
heeft een langverwachte strategie gelanceerd met 56 aanbevelingen op
het gebied van wereldwijde duurzaamheid.
De voorstellen
zijn gisteren gepresenteerd in Addis Abeba door de voorzitters van het
panel, de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma en de Finse president
Tarja Halonen.
Het panel
stelt onder andere voor om ecologische vooruitgang te meten met een
nieuwe Duurzame-ontwikkelingsindex, om een Raad voor Wereldwijde Duurzame
Ontwikkeling op te richten die de huidige VN-commissie moet vervangen,
en om een Wereldwijd Fonds voor Onderwijs in het leven te roepen. Er
moet een nieuwe "groene revolutie" komen om grondstoffengebruik
te verminderen en de productiviteit te verdubbelen. Met een jaarlijks
wetenschappelijk rapport moet de kennis uit verschillende sectoren worden
geïntegreerd.
"Ik
heb duurzame ontwikkeling als eerste prioriteit gekozen voor mijn tweede
termijn", zei secretaris-generaal Ban Ki-moon bij de presentatie.
"Zowel wetenschap als economie laten zien dat de huidige koers
niet duurzaam is."
Crisis
Het panel werd anderhalf jaar geleden opgericht, met daarin 22 huidige
en voormalige staatshoofden en bewindvoerders, plus vertegenwoordigers
van het bedrijfsleven en de civiele samenleving. Zuma vertelde journalisten
dat beleidsmakers in deze crisistijden hongerig zijn naar nieuwe ideeën.
"Ons rapport maakt duidelijk dat duurzame ontwikkeling belangrijker
is dan ooit, gegeven de meervoudige crises in de wereld." Volgens
Halonen moet de uitroeiing van armoede en het vergroten van gelijkheid
de prioriteit voor de wereldgemeenschap blijven.
Het rapport,
met de titel Veerkrachtige mensen, veerkrachtige planeet, wil een "nieuwe
blauwdruk" geven voor "duurzame ontwikkeling en CO2-arme welvaart".
De voorstellen zijn ingedeeld in drie gebieden: mensen de mogelijkheid
geven om duurzame keuzes te maken; toewerken naar een duurzame economie;
en de instituties versterken om duurzame ontwikkeling te ondersteunen.
De voorstellen
zullen worden besproken op de VN-Conferentie over Duurzame Ontwikkeling
in Brazilië (Rio+20), in juni.
______________________________________________________
Droogte dreigt weer in Argentinië
BUENOS AIRES , 27 januari 2012 (IPS )
Een
gebrek aan neerslag leidt nu al tot verminderde landbouwproductie in
Argentinië, met name voor maïs en soja. De producenten en
de overheid maken zich zorgen.
In 2008-2009
werd Argentinië al eens zwaar getroffen door ergste droogte in
honderd jaar. De oogst viel met 37 procent terug en ook de veestapel
had te lijden. Deze keer is het nog niet zo erg, maar nu is al duidelijk
dat de landbouwproductie klappen krijgt.
"Voor
dit jaar was een recordopbrengst in de graanproductie voorspeld van
111 miljoen ton, maar door het gebrek aan neerslag zal die eerder 97
ton bedragen", zegt analist Gustavo López van Agritrend
Argentina. Vooral maïs loopt gevaar, zegt López. De schade
is al toegebracht, en zelfs als het nu volop zou regenen kan de trend
niet gekeerd worden. Mogelijk wordt de schade even groot als in het
seizoen 2008-2009.
Verminderde
oogst
Voor dit jaar was een opbrengst van 29 miljoen ton voorzien, maar die
is al bijgesteld tot 22 miljoen ton. Het ministerie van Landbouw heeft
91 miljoen euro opzij gezet voor hulp aan landbouwers die het zwaarst
te lijden hebben onder de droogte. In sommige regio's is de oogst met
bijna een derde verminderd.
"We
weten niet wat er zal gebeuren", zegt parlementslid Omar Barchetta,
voorzitter van de Argentijnse Landbouwvereniging. "De projecties
veranderen van dag tot dag. Ik kan niet zeggen of de droogte erger wordt
of niet dan de vorige. Ik sprak net met een boer uit de zuidelijke regio
Santa Fe, die al zijn maïs en 30 procent van zijn sojabonen is
verloren."
Volgens
meteorologen is het weinig waarschijnlijk dat de droogte even intens
wordt als de vorige keer, maar uitsluiten kunnen ze het niet. Er werd
gehoopt op neerslag in het midden van januari, maar die bleek te licht
en te fragmentarisch. Op 23 januari was er wel meer regen, wat vooral
voor de productie van soja goed nieuws was.
Export
De economische gevolgen zijn groot voor een land dat sterk afhankelijk
is van de uitvoer van landbouwproducten. Argentinië is de tweede
grootste exporteur van maïs in de wereld, na de VS. Volgens López
zal de landbouwexport met zo'n 3,8 miljard euro dalen, door de verminderde
oogst in combinatie met een wereldwijde daling van de prijzen.
De overheid
deelt in de klappen, want de lagere uitvoer betekend ook zo'n 1 miljard
euro minder exporttaksen, schat López. Andere analisten zien
de daling nog sterker worden.
______________________________________________________
Twee jaar na het einde van het Bo volk worden ook de Jarawa 'bedreigd
met uitsterven'
Survival International persbericht 27 januari 2012
Twee
jaar nadat op de Indiase Andamaneilanden de laatste inheemse spreker
van de Bo-taal overleed, heeft een gerenommeerde taalkundige gewaarschuwd
dat de Jarawa-stam getroffen kan worden door een vergelijkbaar lot als
de weg die door hun reservaat loopt niet afgesloten wordt.
Professor
Anvita Abbi, die gespecialiseerd is in bedreigde talen, heeft onlangs
een woordenboek gepubliceerd waarin vier van de oudste talen zijn gedocumenteerd
die nog gesproken worden.
Haar stelling
is dat 'als er geen alternatieve zeeroutes worden ingesteld, we niet
het voortbestaan kunnen garanderen van de taal, de tradities en de identiteit
van een van 's werelds oudste beschavingen'.
Het tijdstip
van professor Abbi's grimmige prognose is niet toevallig. Het is precies
twee jaar geleden dat met het overlijden van Boa Sr ook het 'Bo', een
van de tien Groot Andamanese talen, uitstierf.
De Groot
Andamanezen waren de buren van de Jarawa, totdat de Indiase regering
hen in 1970 onder dwang wegvoerde naar Strait Island.
Telden
ze vroeger 5000, nu zijn ze nog slechts met 56 mensen.
Voor haar
dood uitte Boa Sr tegenover Anvita Abbi haar verdriet over de teloorgang
van haar taal: "De Jarawa hebben gelukkig alle contact met stadsbewoners
vermeden. Het is geweldig dat ze voor hun eten en onderdak niet afhankelijk
van buitenstaanders zijn. Onze jongens weten niets af van jagen en kunnen
niet voor hun eigen voedsel zorgen."
Om te herdenken
dat ze twee jaar geleden overleed, heeft Survival International een
unieke video-opname uitgebracht waarop Boa Sr spreekt over het belang
van taalbehoud.
Boa Sr: "Als ze nu al niet met me spreken, wat zullen ze dan doen
als ik dood ben? Vergeet onze taal niet. Laat ze niet verloren gaan."
Anvita Abbi vertelde Survival dat Boa Sr 'niet wist dat de Jarawa op
korte termijn hetzelfde zou dreigen te overkomen als eerder de Groot
Andamezen'.
Survival-directeur
Stephen Corry verklaarde vandaag: "Het is van het allergrootste
belang dat de Indiase regering de Andaman Trunk Road afsluit, zeker
nu bewezen is dat er nog steeds 'safari's' naar de Jarawa worden georganiseerd,
wat wereldwijd verontwaardiging heeft opgewekt. De openbare uitspraak
die minister Chidambaram onlangs deed om 'niets aan de stam op te dringen
of op te leggen' is uitermate bemoedigend, maar het enige wat echt garanties
biedt is het afsluiten van de weg. De dood van Boa Sr en de gevolgen
daarvan voor het erfgoed van haar cultuur zouden voldoende waarschuwing
moeten zijn."
______________________________________________________
Wild westvisserij in verre wateren
WereldNatuurFonds, 25 januari 2012
Zeist
- Europese vissersvloten zwermen steeds sneller uit over de oceanen
om gebieden leeg te vissen. Geholpen door brandstofsubsidies en visserijovereenkomsten
met ontwikkelingslanden exploiteren ze in hoog tempo visgronden en trekken
vervolgens weer verder. Een studie in opdracht van het Wereld Natuur
Fonds (WNF) laat zien dat de meeste rederijen die tactiek van de verschroeide
aarde buiten Europa toepassen en Europese regelgeving voor verantwoorde
visserij omzeilen.
Het rapport
'Expansie van Europese en niet-Europese vloot op de wereldzee van 1950
tot heden' van de University of British Columbia in Canada schetst voor
het eerst op een interactieve wereldkaart hoe dramatisch de impact van
visserij wereldwijd is toegenomen. Het toont ook aan dat Europese vloten
sinds 1980 sneller bewegen over de oceanen, op zoek naar nieuwe visgronden.
Door teruglopende vangsten in eigen wateren, vaak door langdurige overbevissing,
en pogingen van de Europese Unie om de overcapaciteit aan schepen aan
te pakken zoeken zij hun heil in verste uithoeken van de oceanen.
Oorzaken
expansie
De onderzoekers wijzen drie oorzaken aan voor die expansie. In de eerste
plaats sluiten grote visserijbedrijven overeenkomsten met ontwikkelingslanden
om voor hun kust te vissen. Daarnaast onttrekken rederijen zich aan
Europese regelgeving door onder een niet-Europese vlag te varen, het
zogenoemde omvlaggen. Ten slotte profiteren schepen van brandstofsubsidies,
waardoor ze verder en langer kunnen varen.
De Europese
Unie werkt momenteel aan de herziening van het Europese Visserijbeleid.
Het WNF roept de lidstaten op om daarin vast te leggen dat hun visserijvloten
voortaan altijd aan de EU-regels zijn gebonden, waar ter wereld zij
ook vissen. Om plundering van visgronden in te dammen moet Europa in
internationale visserij-organen krachtiger inzetten op duurzaam beheer
van visbestanden. Dat is ook in het belang van grote visserijlanden
als Rusland, China en Japan. In de Regional Fisheries Management Organisations
(RFMO) toont de EU te weinig ambitie voor een duurzamere visserij. Verder
vraagt WNF aan de EU om het budget voor visserij in verre wateren van
1 miljard euro absoluut niet in te zetten voor schadelijke vistechnieken.
Nederlandse
voorbeelden
Het Nederlandse kabinet heeft zich er eerder voor uitgesproken om verantwoorde
visserij ook buiten de EU de norm te laten zijn. Nederland kan daardoor
een belangrijke rol spelen in een duurzamere Europese vissersvloot.
,,Het Europees visserijbeleid wordt slechts eens in de tien jaar herzien'',
aldus Carel Drijver, hoofd oceanen en kusten van het Wereld Natuur Fonds.
,,Daarom is er nu een unieke kans om Europese vissersvloten wereldwijd
duurzaam te laten vissen. Het is hoog tijd dat Europa zich verantwoordelijk
voelt voor haar vloot buiten Europese wateren. De meeste vloten vissen
achteloos visgronden leeg, zonder achterom kijken. Er zijn gelukkig
ook enkele initiatieven van Nederlandse rederijen om buiten Europese
wateren tot duurzame visserij te komen. Dergelijke positieve uitzonderingen
moeten snel de norm worden in Europa.'
__________________________________________________________
NFC steunt onderzoek naar 'landjepik' in Uganda
Oxfam/novib
24 januari
De Engelse houtproducent New Forests Company (NFC) heeft eind december
toegezegd mee te werken aan een onderzoek naar de gevolgen van investeringen
in land in Uganda. De deelname van NFC is van cruciaal belang op weg
naar recht voor duizenden Ugandese boeren.
Dankzij druk
Het besluit van NFC komt na druk van Oxfam en lokale Ugandese dorpsgemeenschappen,
gesteund door duizenden deelnemers aan de wereldwijde GROW-campagne.
In Nederland voerde Oxfam Novib, als onderdeel van de GROW-campagne,
actie tegen NFC met WE EAT AFRICA.
In een rapport van Oxfam 'Land and Power'- gepubliceerd in september
2011 - geven verschillende Ugandese boeren aan van hun land verjaagd
te zijn door NFC. In totaal zou het gaan om meer dan 22.500 mensen.
Zij vertelden dat daarbij soms geweld is gebruikt en dat hun bezittingen
zijn vernield. NFC zei niet voor de ontruimingen verantwoordelijk te
zijn.
Compliance
Advisor/Ombudsman
Oxfam heeft samen met lokale gemeenschappen de 'Compliance Advisor/Ombudsman'
(CAO) van de situatie op de hoogte gesteld. De CAO is een onafhankelijk
bureau dat klachten behandelt over investeringen door de International
Finance Corporation (IFC) - de tak van de Wereldbank voor private investeringen
- en het Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA).
Onafhankelijk
onderzoek
De Compliance Advisor/Ombudsman stelt nu een onafhankelijke, onpartijdige
commissie in die de vermeende misstanden tot in detail onderzoekt. Daarna
kunnen voorstellen tot oplossing van het probleem worden uitgewerkt.
Volgens Oxfam is de steun van NFC aan dit proces een belangrijke eerste
stap naar een rechtvaardige afhandeling van de kwestie voor duizenden
Ugandese boeren.
__________________________________________________________
'Wonderboom' helpt tegen ondervoeding in Zuid-Afrika
KAAPSTAD 25 januari 2012 IPS
De bladeren van de 'wonderboom' kunnen in sommige gevallen net zo goed
werken als internationale voedselhulp, zeggen deskundigen. De snelgroeiende,
droogteresistente boom met extreem voedzame bladeren wordt in Zuid-Afrika
al gebruikt om ondervoeding tegen te gaan.
In het
dorp Tooseng in Limpopo, een van de armste provincies van Zuid-Afrika,
maakt een plantage van 15 hectare met 'wonderbomen' al een verschil.
De bladeren van de Moringa oleifera (de botanische naam voor de boom),
staan bekend als 'supervoedsel'. Volgens wetenschappers bevatten ze
de calcium van vier glazen melk, de vitamine C van zeven sinasappels,
kalium van drie bananen, drie keer de hoeveelheid ijzer uit spinazie,
vier keer de hoeveelheid vitamine A uit een wortel en twee keer de hoeveelheid
eiwit uit melk.
Mavis Mathabatha,
een voormalige onderwijzeres uit Tooseng, heeft de afgelopen drie jaar
hard gewerkt om de plantage te laten groeien. "Ik wil hier in de
omgeving iets bijdragen, maar ook in de provincie en landelijk",
zegt ze.
In 2009 haalde ze de oogst binnen van de eerste bomen die ze geplant
had, en begon ze met het drogen en malen van de bladeren. De vermalen
bladeren werden vervolgens over het eten gestrooid van ongeveer vierhonderd
kinderen van het plaatselijke opvangcentrum Sedikong sa Lerato.
Het centrum
verstrekt maaltijden aan kinderen uit arme gezinnen. Bijna alle kinderen
uit Tooseng, dat te maken heeft met hoge werkloosheid, ondervoeding
en veel hiv-besmettingen, vallen in die categorie.
Betere
weerstand
"De resultaten waren bijna direct zichtbaar", zegt Elizabeth
Serogole, manager van het centrum. "De gezondheid van de kinderen
verbeterde snel." Veel kinderen vertoonden tekenen van ondervoeding,
zegt ze, zoals open zweren op de huid. Die verdwenen toen de kinderen
regelmatig van de bladeren begonnen te eten.
De moringa-bladeren
verbeteren ook de weerstand van de kinderen, zodat ze minder vatbaar
worden voor ziekten, zegt Serogole. "En veel kinderen kunnen zich
nu beter concentreren op school." Alles wat daarvoor nodig was,
was een theelepel bladpoeder per dag.
Samson
Tesfay, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van KwaZulu-Natal,
bevestigt dat moringa verschillende positieve gezondheidseffecten heeft.
"De plant is uniek in de zin dat elk deel ervan gebruikt kan worden.
Hij heeft medicinale eigenschappen, maar kan ook gebruikt worden als
voeding of voor praktische doeleinden.
De bladeren
helpen bij de genezing van huidinfecties, verlagen hoge bloeddruk en
bloedsuiker, verminderen zwelling, genezen maagzweren en werken kalmerend
op het zenuwstelsel, zegt Tesfay. De boom, die oorspronkelijk uit Noord-India
komt, wordt al eeuwenlang gebruikt in de Ayurvedische geneeskunst.
Waterzuivering
Het zaad van de plant kan volgens Tesfay gebruikt worden om water te
zuiveren op plaatsen waar geen schoon drinkwater is. "De zaden
zijn in staat 98 procent van de onzuiverheden en microben te verwijderen
uit water."
De slanke
boom heeft weinig water nodig en groeit snel. In een jaar tijd kan hij
drie meter hoog worden. Zelfs in Tooseng, een droge regio die in de
afgelopen jaren geregeld te maken had met gebrek aan neerslag, groeit
de boom gestaag.
Moringa
is volgens voedselexperts breed inzetbaar om honger te bestrijden, omdat
de boom kan groeien in alle subtropische regio's in de wereld waar sprake
is van droogte en ondervoeding. Het gaat dan om de meeste delen van
Afrika, Centraal en Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië.
Export
Sinds 2009 heeft Mathabatha haar plantage beetje bij beetje uitgebreid.
Ze vroeg daarvoor een financiële bijdrage aan bij het regiokantoor
van Southern Africa Trust. Momenteel is ze eigenaar van 13.000 moringabomen.
De 52-jarige Mathabatha heeft inmiddels ook meer dan 6000 moringa-kiemplanten
verspreid onder arme gezinnen in de omgeving van Tooseng en geeft hen
voorlichting over het gebruik van de bladeren. Het bladpoeder dat ze
produceert op haar eigen bedrijf, wordt niet alleen in Zuid-Afrika gebruikt.
Ze exporteert het ook naar Botswana, Swaziland en Lesotho. "Ik
hoop in de komende jaren nog verder te groeien", zegt ze. "Er
is veel vraag naar mijn product."
__________________________________________________________
Meer Afrikaanse landen gaan vooruit in strijd tegen honger
NAIROBI 20 januari 2012 IPS
Steeds meer Afrikaanse landen boeken aanzienlijke vooruitgang in de
strijd tegen extreme honger en armoede. Het gaat onder meer om Ghana,
Liberia, Malawi, Rwanda, Sierra Leone en Zuid-Afrika.
Dat meer
Afrikaanse landen terrein winnen op extreme honger en armoede, blijkt
uit gegevens van ActionAid International en uit onderzoek van Acord,
de Association for Cooperative Operations Research and Development,
een autoriteit op het vlak van voedselzekerheid in Afrika.
In Ghana
bijvoorbeeld is het aantal mensen dat in voedselonzekerheid leeft de
laatste vijftien jaar gedaald van 34 naar 8 procent. In Sierra Leone
is de landbouwoppervlakte sinds het einde van de burgeroorlog in 2002
gevoelig gestegen, waardoor het aantal mensen met honger met bijna 10
procent is gezakt.
Investeren
in landbouw
"De Afrikaanse landen die vooruitgang geboekt hebben in het voeden
van hun bevolking, hebben dat vooral gedaan door te investeren in kleinschalige
boeren, die samen goed zijn voor meer dan 90 procent van de Afrikaanse
landbouwproductie", zegt de Keniaanse landbouwonderzoeker Nancy
Mumbi.
De Rwandese
landbouw is de laatst vijf jaar met gemiddeld 4,5 procent gestegen,
zegt George Nderi, marktanalist in Nairobi. "De landbouw draagt
ongeveer 36 procent bij tot het bruto binnenlands product, de hoogste
bijdrage in Oost-Afrika."
Malawi
streeft er sinds 2005 naar minstens 10 procent van zijn begroting aan
landbouw te besteden. Kenia besteedde vorig jaar 4 procent van zijn
begroting aan landbouw, dit jaar sprong dat naar 9 procent. Ghana geeft
net zoals Rwanda mestsubsidies aan boeren. Senegal doet dat ook en heeft
de ambitie om tegen 2015 zijn hele bevolking voedselzekerheid te bieden.
Droogtegevoelig
"Het is opmerkelijk dat ook sommige droogtegevoelige landen het
aantal mensen met voedselonzekerheid hebben doen dalen", zegt Nderi.
"In Ethiopië bijvoorbeeld is het aantal mensen met voedselonzekerheid
het laatste jaar gedaald van 5,2 naar 3,2 miljoen mensen, een vermindering
van de ondervoeding in het land met 32 procent."
Volgens
cijfers van de Ethiopische overheid stierf in 1990 nog 20 procent van
de kinderen jonger dan vijf, vandaag is dat teruggevallen tot 8,8 procent.
Andere
landen die merkbare vooruitgang boeken, zijn Algerije, Marokko, Egypte,
Tunesië, Botswana en Gabon.
Het is
een stap in de goede richting, maar er valt nog veel te doen, zegt Ousainou
Ngum, directeur van Acord. "Afrikaanse landen moeten hun investeringsbeleid
nog meer afstemmen op landbouw en voedselproductie. De voedselcrisis
op het continent is een gevolg van onsamenhangend beleid. Als leiders
hun beleid niet goed coördineren, zullen miljoenen Afrikanen blijven
sterven door voedseltekorten."
__________________________________________________________
Indiase kinderen ondervoed, ondanks economische groei
THIRUVANANTHAPURAM, India 22 januari 2012 IPS
Miljoenen kinderen in India zijn het slachtoffer van slechte gezondheidszorg.
Ondervoeding, waar ongeveer 42 procent van de jonge Indiase kinderen
aan lijdt, vormt een obstakel voor de menselijke ontwikkeling in een
land waar de economie sterk groeit.
Rani, een
driejarig meisjes uit het achtergebleven district Wayanad in het zuiden
van de deelstaat Kerala, is al een jaar terug uit het ziekenhuis waar
ze werd opgenomen voor buikgriep. Nog steeds heeft ze ondergewicht en
ze lijdt geregeld aan diarree.
Rani is
een van de miljoenen kinderen in India, een land dat 1,1 miljard inwoners
telt, die onvoldoende gezondheidszorg krijgen.
Eerder
deze maand noemde de Indiase premier Manmohan Singh ondervoeding een
"nationale schande." Hij deed dat bij de presentatie van een
rapport opgesteld door een coalitie van niet-gouvernementele organisaties.
In het rapport wordt geconcludeerd dat 42 van de Indiase kinderen jonger
dan vijf ondergewicht heeft.
Gezonde
voeding
De ngo's deden onderzoek onder 73.000 huishoudens in negen deelstaten.
Singh zei het te betreuren dat "ondanks indrukwekkende economische
groei het aantal ondervoede kinderen onacceptabel hoog is." Hij
wees op de invloed die onderwijs, gezondheid, hygiëne, schoon drinkwater
en voeding op elkaar hebben.
R. Jayaprakash,
universitair docent pediatrie aan het Governent Medical College in Thiruvananthapuram.
zegt dat ondervoeding bij kinderen vooral een gevolg is van armoede
en het geven van verkeerde voeding.
"Ondervoeding
komt zowel voor in stedelijke gebieden als op het platteland, en onder
alle sociale lagen van de bevolking. Als we dit probleem niet gecoördineerd
aanpakken, zal India het millenniumdoel om de ondervoeding in 2015 te
halveren, niet halen", zegt Jayaprakash.
Uit studies
van het Nationaal Voedingsinstituut (NIN) in Hyderabad, blijkt dat 45
procent van de kinderen op het platteland ondergewicht heeft en bij
49,6 procent van die kinderen is sprake van groeiachterstand.
A. Laxmaiah,
plaatsvervangend directeur van het NIN, zegt dat naast armoede en verkeerde
voeding onwetendheid bijdraagt aan het hoge ondervoedingspercentage.
"Zelfs goed opgeleide mensen weten soms weinig van goede voeding."
Structurele
verwaarlozing
In een rapport dat de Wereldbank in de zomer van 2011 heeft gepubliceerd,
staat dat naar schatting 60 miljoen kinderen in India ondergewicht hebben.
Het rapport meldt ook dat 50 procent van de 1,1 miljard inwoners van
het land moet leven van minder dan 1,25 dollar per dag.
Volgens
het Informatiecentrum van de Verenigde Naties (UNIC) in New Delhi is
het niet moeilijk de ondervoeding tegen te gaan. "India heeft een
voedseloverschot en is een graanexporterend land. De ondervoedingsproblemen
komen voort uit structurele verwaarlozing en systematisch falen."
De problemen zijn te verhelpen als de overheid zich er actief mee gaat
bemoeien, zegt hij.
__________________________________________________________
"Zuinige" biodiesel zorgt voor enorme uitstoot bij productie
UXBRIDGE , 20 januari 2012 (IPS)
Productie
van biodiesel draagt meestal bij aan klimaatverandering, concludeert
nieuw onderzoek. De CO2 die bij verbranding wordt bespaard, wordt volledig
tenietgedaan door de CO2 die vrijkomt bij de aanleg van plantages.
Het enige
groene aan biodiesel zijn de dollars die producenten ermee gaan verdienen.
Dat is de conclusie van een onderzoek van het Centrum voor Internationaal
Bosonderzoek in Bogor, Indonesië, dat vorige maand werd gepubliceerd
in het tijdschrift Ecology and Society. De onderzoekers vergeleken twaalf
locaties in zes verschillende landen waar palmolie, jatropha of soja
wordt geteeld voor biodiesel.
Biodiesel
uit palmolie van de plantages in de Indonesische veenbossen heeft een
"CO2-schuld van tweehonderd jaar", zegt Louis Verchot, een
van de onderzoekers. Dat wil zeggen dat de plantage twee eeuwen lang
biodiesel moet leveren om de "CO2-schuld" teniet te doen,
de CO2 die vrijkomt bij de landconversie.
Biodiesel
is big business geworden. In acht jaar tijd is de productie vertienvoudigd.
In 2010 werd er 11 miljard liter geproduceerd. Westerse regeringen stimuleren
het gebruik ervan. De CO2-uitstoot is 40 tot 75 procent lager, volgens
schattingen. Maar de veenbossen moeten eerst worden gekapt en verbrand,
waardoor enorme hoeveelheden CO2 vrijkomen, zo'n 200 tot 300 ton per
hectare, aldus Verchot. Vervolgens moet de grond worden drooggelegd.
Wanneer het veen in contact komt met zuurstof, gaat het rotten en komt
er jaarlijks nog zo'n 10 ton CO2 per hectare vrij.
Napoleon
Met andere woorden: als Napoleon palmolieplantages in Indonesië
had aangelegd, zouden ze vanaf nu pas bijdragen aan de vermindering
van CO2-uitstoot. "Maar ik ken geen enkele plaats ter wereld waar
ze zo lang één gewas verbouwen", zegt Verchot.
De grootte
van de CO2-schuld is altijd flink onderschat, zegt ook Ross Morrison
van de Universiteit van Leicester, die al eerder met een analyse kwam
voor de Internationale Raad voor Schoon Transport. Tropische veenbossen
in Zuidoost-Azië houden meer CO2 vast dan tropisch regenwoud, maar
worden in snel tempo geconverteerd naar winstgevende palmolieplantages.
Dat heeft gevolgen voor het klimaat - nog afgezien van de gevolgen voor
bedreigde diersoorten en voor de lokale bevolking die voor de plantages
moet wijken. "Alleen al in Indonesië neemt het oppervlak van
plantages op veengebied tot 2020 naar schatting toe tot een oppervlak
van het Verenigd Koninkrijk", zegt Sue Page, mede-onderzoeker in
Leicester.
Andere
gewassen
Palmolie krijgt al langer kritiek, maar Verchot heeft ook gekeken naar
biodiesel uit jatropha, geteeld in Afrika. Daarvan was de CO2-schuld
gemiddeld honderd jaar, maar kon oplopen tot driehonderd jaar. De opbrengst
is namelijk veel lager, zodat er veel meer land moet worden geconverteerd.
Biodiesel uit Braziliaanse soja heeft een CO2-schuld van dertig jaar,
een stuk lager, omdat de cerrado, de droge graslanden, weinig biomassa
heeft. Maar het is niet bekend of soja jaar na jaar te telen is.
Ook in
Europa is biodiesel niet zuiniger dan gewone brandstof, laat het onderzoek
zien. Biodiesel uit soja en koolzaad zijn zelfs slechter. Bio-ethanol
en biodiesel uit afval, zoals frituurvet, kunnen nog wel besparingen
opleveren. "We zeggen dus niet dat biobrandstoffen allemaal verkeerd
zijn", concludeert Verchot. "Wat we hebben ontdekt is dat
de voorwaarden veel beperkter zijn dan mensen zich realiseren."
__________________________________________________________
Tienduizenden Ethiopiërs onder dwang verhuisd
BRUSSEL 17 januari 2012 IPS
De Ethiopische overheid heeft tienduizenden mensen onder dwang doen
verhuizen om gebieden vrij te maken voor grootschalige landbouw, stelt
de Human Rights Watch (HRW) in een nieuw rapport. In hun nieuwe dorpen
ontbreekt het de gedwongen migranten aan voedsel, landbouwgrond en onderwijs.
Het rapport
is gebaseerd op meer dan honderd interviews in Ethiopië en in vluchtelingenkampen
in Kenia. De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie HRW beschrijft hoe
de inheemse bevolking in de Gembella-streek onder dwang samengebracht
werd in nieuwe dorpen. Wie weigerde, werd bedreigd, aangevallen of gearresteerd
door de veiligheidsdiensten.
"Mijn
vader werd geslagen omdat hij weigerde naar het dorp te trekken met
enkele andere ouderlingen", vertelt een van de dorpelingen. "Hij
zei: 'ik ben hier geboren, net als mijn kinderen, ik ben te oud en wil
hier blijven'. Hij werd geslagen met stokken en met een geweer en moest
opgenomen worden in het ziekenhuis, waar hij stierf."
De voornamelijk
inheemse bevolking in Gambella heeft nooit formele eigendomsrechten
gehad over hun land. Daardoor gaat de overheid er in veel gevallen van
uit dat het land onbewoond is of nauwelijks bewerkt wordt.
Infrastructuur
Volgens de Ethiopische regering heeft het programma tot doel om in een
betere socio-economische infrastructuur te kunnen voorzien voor de bewoners.
Maar daar is volgens het rapport weinig van te merken.
"Het
programma van de Ethiopische regering om mensen in dorpen samen te brengen,
heeft de dienstverlening voor de bevolking er niet op verbeterd, maar
in de plaats daarvan hun inkomsten en voedselvoorziening ondermijnd",
zegt Jan Egeland van Human Rights Watch. "De overheid moet het
programma stoppen tot de nodige infrastructuur ter beschikking is en
de mensen adequaat geconsulteerd zijn. Ze moeten ook gecompenseerd worden
voor het verlies van hun land."
Campagne
Tegen 2013 wil de Ethiopische overheid 1,5 miljoen mensen doen verhuizen,
niet alleen in Gambella maar ook in andere regio's. Volgens het plan
moet de verhuis vrijwillig gebeuren en moet de bevolking in de nieuwe
dorpen een nieuw inkomen krijgen.
Maar op
het terrein ziet het er heel anders uit. De eerste golf van verhuizingen
kwam er net op aan het begin van het oogstseizoen, en de bevolking kwam
op droge en onvruchtbare terreinen terecht, zonder zaaigoed of meststoffen.
Volgens
HRW is de gedwongen verhuizing de spreekwoordelijke druppel voor een
bevolking die het al erg moeilijk heeft om te overleven in de regio.
__________________________________________________________
WikiLeaks onthult verborgen agenda van Westen in Haïti
16 januari 2012 (MO*)
Uit
documenten die enkele maanden geleden al door de klokkenluiderswebsite
WikiLeaks werden vrijgegeven, blijkt dat westerse landen er al jaren
voor zorgen dat de politieke ontwikkelingen in Haïti hun economische
belangen niet in het gedrang brengen. Vooral de agressieve houding van
de Verenigde Staten is ontnuchterend. De onthullingen werpen vragen
op over de slaagkansen van het reconstructieproces, dat sinds kort door
de Haïtiaanse overheid geleid wordt.
Het lijkt
er op dat democratie voor de westerse wereld een nobel idee is dat in
Haïti ondergeschikt is aan de eigen economische en geostrategische
belangen.
Wie dacht
dat de westerse invloed in Haïti zich beperkt tot hulpverlening,
komt bij het lezen van de 'Haiti cables' bedrogen uit. Enkele maanden
geleden speelde WikiLeaks duizenden geheime diplomatieke documenten
door aan het Haïtiaanse tijdschrift Haïti Liberté en
het Amerikaanse weekblad The Nation. Beide bladen publiceerden op basis
van de gelekte documenten een aantal artikels met ontnuchterende onthullingen
over de rol van het Westen in Haïti.
De VS,
Canada en Frankrijk zouden er met de steun van de Verenigde Naties al
jaren voor zorgen dat de democratie in het straatarme land hun economische
en geostrategische belangen niet schaadt. De gelekte informatie kreeg
bijzonder weinig ruchtbaarheid in de media, maar is daarom niet minder
gewichtig. De verborgen agenda van het Westen werpt immers vragen op
over de perspectieven van de heropbouw van het land, zeker nu de verantwoordelijkheid
hiervoor naar de Haïtiaanse overheid verschuift.
Aristide
bedreiging
Uit de gelekte documenten blijkt dat de politieke vernietiging van de
Haïtiaanse ex-president Jean-Bertrand Aristide en zijn beweging
Fanmi Lavalas een centraal element vormt in het beleid dat de VS het
afgelopen decennium - zonder enig verschil tussen Republikeinse en Democratische
administraties - tegenover Haïti gevoerd hebben.
De socialistisch
ingestelde Aristide werd in 1990 de eerste democratisch verkozen president
van Haïti. Na een staatsgreep en drie jaar ballingschap werd hij
in 2000 herkozen, maar in 2004 keek 'Titide' opnieuw tegen een coup
aan en vertrok hij naar Zuid-Afrika. Volgens analisten hadden de VS,
Frankrijk en Canada hierin een serieuze hand.
Uit de
WikiLeaks documenten blijkt dat Amerikaanse overheidsvertegenwoordigers
jarenlang een intensieve campagne hebben gevoerd om Aristide in Zuid-Afrika
te houden. Hooggeplaatste vertegenwoordigers van de VS en de VN bediscussieerden
onder andere een politieke vervolging van Aristide om te voorkomen dat
hij bij het Haïtiaanse volk aan populariteit zou winnen en naar
Haïti zou terugkeren. Ook diplomaten van Frankrijk, Canada, het
Vaticaan en zelfs de Verenigde Naties zouden de afgelopen jaren gepoogd
hebben om Aristide zwart te maken en de politieke beweging van de nog
steeds erg populaire leider te breken.
Aristide
zelf heeft zich altijd sterk uitgesproken tegen de aanwezigheid van
Minustah, de VN-stabilisatiemissie die na zijn vertrek in Haïti
geïnstalleerd werd. Volgens de WikiLeaks documenten vormt Aristides
kritische houding één van de belangrijkste redenen waarom
Washington hem uit Haïti poogde te weren.
In 2008
schreef Amerikaans ambassadeur Janet Sanderson: 'een vroegtijdig vertrek
van Minustah zou de Haïtiaanse overheid kwetsbaar maken voor heroplevende
populistische krachten die er anti-markt ideeën op nahouden. Dit
zou de vooruitgang van de laatste twee jaar teniet doen.' Ze voegde
daaraan toe dat Minustah voor de Amerikaanse overheid 'een onmisbaar
instrument is om de centrale beleidsdoelstellingen in Haïti realiseren'.
Washington zag in de populaire Aristide 'een gevaar op de versteviging
van het democratische proces in Haïti'. Voor het Vaticaan was de
voormalige katholieke priester dan weer 'een actieve voorstander van
voodoo'.
Steun
voor oneerlijke verkiezingen
Uiteindelijk slaagde Aristide er toch in om naar Haïti terug te
keren. Dat gebeurde in maart van 2011, op de vooravond van de tweede
ronde van de presidentsverkiezingen.
Uit de
door WikiLeaks gelekte documenten blijkt dat de VS, de EU en de VN doelbewust
hebben ingestemd om deze verkiezingen te steunen ondanks het feit dat
d Het lijkt er op dat democratie voor de westerse wereld een nobel idee
is dat in Haïti ondergeschikt is aan de eigen economische en geostrategische
belangen. Dat de Haïtiaanse kiesraad de oppositie had onthoofd
door Fanmi Lavalas - veruit de populairste partij - op basis van een
formaliteit van de stembusgang te weren. De westerse landen geloofden
dat dit 'haast zeker in samenwerking met aftredend president Préval'
gebeurde, maar gaven toch hun fiat voor de verkiezingen.
Wanneer
de resultaten van de eerste ronde betwist werden, organiseerden de internationale
donoren een hertelling door de Organisatie van Amerikaanse Staten. Hieruit
bleek dat Michel Martelly en niet Jude Celestin het in de tweede ronde
tegen Mirlande Manigat moest opnemen. Uiteindelijk werd Martelly, een
vriend van ex-president Préval en een fervent tegenstander van
Aristide, president. Minder dan 23 procent van de Haïtianen namen
deel aan de verkiezingen - een historisch lage opkomst.
Vragen
bij Amerikaanse invasie
Toen de aardbeving Haïti twee jaar geleden trof, waren de VS er
zeer snel bij om duizenden militairen naar het land te zenden. Bij hun
aankomst in Port-au-Prince namen de Amerikaanse troepen prompt de luchthaven
in, waardoor vluchten met cruciale hulp in de Dominicaanse Republiek
moesten landen. Op het hoogtepunt van de Amerikaanse 'invasie' waren
in Haïti maar liefst 22.000 Amerikaanse soldaten aanwezig.
De verantwoording
voor de instroom van zoveel Amerikaanse militairen was de zogezegd onveilige
situatie in Haïti. Uit de door WikiLeaks vrijgegeven documenten
blijkt echter dat vertegenwoordigers van de Amerikaanse ambassade in
Port-au-Prince geen ernstig veiligheidsprobleem zagen. Bovendien claimden
de VN de situatie met de manschappen van Minustah onder controle te
hebben. Ook de toenmalige Haïtiaanse president René Préval
vroeg het Amerikaanse leger niet om bijstand.
Toch wilden
de VS absoluut doorgaan met de ontplooiing van hun troepen. Het was
daarbij wel bezorgd om de groeiende internationale kritiek over de unilaterale
interventie. Zo vroeg Washington Préval om een gezamenlijk communiqué
met Hillary Clinton waarin hij de VS indien nodig om veiligheidsbijstand
vroeg. Het lijkt er dan ook sterk op dat de Amerikaanse militaire ontplooiing
niet door de veiligheidssituatie, maar eerder door eigenbelang werd
ingegeven.
Onzekere
toekomst
De WikiLeaks documenten schetsen een ontnuchterend beeld van de ware
intenties van het Westen, een beeld dat regelrecht indruist tegen de
officiële retoriek die we in de massamedia te lezen krijgen. Het
lijkt er op dat democratie voor de westerse wereld een nobel idee is
dat in Haïti ondergeschikt is aan de eigen economische en geostrategische
belangen.
Deze verborgen
agenda plaatst grote vraagtekens bij de politieke toekomst van Haïti
en daarmee ook bij de slaagkansen van het reconstructieproces. Met het
einde van de Interim Commissie voor de Heropbouw van Haïti verschuift
de verantwoordelijkheid voor de heropbouw naar de Haïtiaanse overheid,
maar het is zeer de vraag of de westerse wereld zijn stevige politieke
greep op het land zal lossen. Indien dit niet gebeurt, wordt het moeilijk
om een reconstructieproces te realiseren dat daadwerkelijk door de Haïtiaanse
bevolking geleid wordt.
De geschiedenis
doet alvast weinig goeds vermoeden. Haïti vocht zich in 1804 dan
wel als eerste slavenstaat ter wereld vrij, van een echte onafhankelijkheid
heeft het van de internationale gemeenschap nooit mogen proeven. Zo
ging het land bijna een eeuw gebukt onder een loodzware "onafhankelijkheidsschuld"
en werd het tussen 1915 en 1934 door de VS bezet ter bescherming van
Amerikaanse economische belangen. Zeker de laatste decennia werd Haïti
kunstmatig in leven gehouden door de internationale gemeenschap.
__________________________________________________________
Zelfs recordoogst kan wereldgraanvoorraad niet aanvullen
13 januari 2012 door IPS , Janet Larsen
WASHINGTON
- Er is afgelopen jaar meer graan geoogst dan ooit, maar doordat de
consumptie bijna even hard groeit, blijven de voorraden zorgwekkend
laag. Dat blijkt uit een analyse van nieuwe cijfers van het Amerikaanse
ministerie van Landbouw.
In totaal
werd er 2295 miljoen ton geoogst, 53 miljoen meer dan het vorige record
in 2009. De consumptie groeide echter tot 2280 miljoen ton, bijna net
zo veel. Doordat er in zeven van de afgelopen twaalf jaar werd ingeteerd
op de mondiale voorraden, blijven de prijzen kwetsbaar voor prijsschokken.
Drie granen
domineren de wereldproductie: tarwe, rijst en maïs, de laatste
vooral als veevoer. Tarwe werd vroeger het meest geproduceerd, tot het
in de jaren negentig werd ingehaald door maïs, als gevolg van een
toegenomen vraag naar vlees. Daar kwamen later nog biobrandstoffen bij.
Zowel maïs als tarwe en rijst braken hun records in 2011, met respectievelijk
868, 689 en 461 miljoen ton.
75 dagen
De mondiale graanvoorraad (de zogenaamde "carry-over" voorraad)
bedraagt nu 469 miljoen ton, genoeg om het 75 dagen mee uit te houden
tot de nieuwste oogsten beginnen. Tot 2001 was er genoeg voor zo'n honderd
dagen. In 2006 was de voorraad geslonken tot 62 dagen - een voorbode
voor de enorme prijsstijgingen in 2007 en 2008. Dat was vooral dramatisch
voor arme families in ontwikkelingslanden, die meer dan de helft van
hun inkomen aan voedsel - vaak graan - besteden. Het aantal mensen met
honger nam toe tot meer dan een miljard. In 2010 was de oogst opnieuw
slecht, onder meer door droogte en hitte in Rusland. De krappe voorraden
zijn in 2011 vervolgens niet verder gekrompen, maar ook amper aangevuld.
Het landbouwareaal
waar graan wordt geteeld neemt intussen almaar af. Per persoon is dat
nog maar een tiende hectare, half zo veel als vijftig jaar geleden.
Door verbeterde oogstmethoden is de productie wel sterk toegenomen.
Per hectare wordt er drie keer zo veel geoogst als in 1950. Het probleem
is echter dat het laaghangende fruit intussen geplukt is. Soorten met
veel opbrengst, kunstmest en goede irrigatie zijn intussen overal wel
doorgevoerd, behalve in sub-Sahara Afrika. De groei van de opbrengst
per hectare vlakt af en slaat in sommige landen zelfs om in krimp.
Meer
importen
Steeds meer landen leunen op de import om in hun behoeften te voorzien.
Tegenwoordig wordt 12 procent van het graan internationaal verhandeld.
De grootste exporteurs zijn de VS, Argentinië, Oekraïne, Australië,
Rusland en Canada. De landen die meer dan 10 miljoen ton per jaar importeren
zijn Japan, Egypte, Mexico, Zuid-Korea en Saoedi-Arabië. Vooral
het Midden-Oosten is erg afhankelijk geworden van importen, maar ook
de gestage groei van de Chinese consumptie, waar tegenwoordig ook voor
geïmporteerd moet worden, baart analisten zorgen. Met de toenemende
tekorten aan water en temperaturen die meer gaan schommelen, neemt het
risico op ernstige prijsstijgingen toe.
__________________________________________________________
"Chinese investeringen in Kameroen kunnen desastreus uitpakken"
YAOUNDE, 12 januari 2012 (IPS )
De regering
van Kameroen doet steeds meer beroep op China om de ontwikkeling in
het land te stimuleren. Critici vrezen dat de gevolgen van de economische
relaties tussen China en Kameroen op lange termijn desastreus zullen
zijn voor de binnenlandse industrie.
"We
nodigen Chinese bedrijven uit om in alle sectoren in Kameroen te investeren,
vooral in olie en gas, mijnbouw en hout", zei president Paul Biya
in 2007 tijdens het bezoek van de Chinese president Hu Jintao, het eerste
bezoek ooit van een Chinese president aan het land.
De Chinese
president zei bij de gelegenheid dat de Chinese relaties met Kameroen
en Afrika gebouwd zijn op "oprechte vriendschap, gelijkheid, wederzijds
belang en win-winsamenwerking."
Goedkoper
De handel tussen beide landen steeg tot meer dan 133 miljoen euro in
2000. In 1999 was dat nog 67 miljoen euro. Volgens de Chinese leider
bedroeg de bilaterale handel in 2006 al 267 miljoen euro.
Uit cijfers
van het Nationale Instituut voor Statistiek van Kameroen blijkt dat
de Kameroense export naar China voor 1999 bijna verwaarloosbaar was.
In 2000 steeg die echter naar 97 miljoen euro, 7 procent van de totale
export van het land.
De totale
import uit China mam sterk toe tussen 1999 en 2005. In 2005 gaf Kameroen
113 miljoen euro uit aan goederen uit China, voornamelijk granen, fabrieksproducten
en machines. In 1999 was dat nog 31 miljoen euro.
De regering
werkt graag samen met China, omdat het land - anders dan het Westen
- weinig voorwaarden stelt. Verder kunnen de Chinezen goedkoop werken,
vergeleken met westerse bedrijven. China Road and Bridge Corporation
haalde bijvoorbeeld de opdracht binnen om 13 kilometer weg aan te leggen
in Douala voor 14 miljoen euro. Concurrenten vroegen voor dezelfde klus
zo'n 24 miljoen euro. Het project werd door de Chinezen succesvol afgerond,
een maand voor de geplande opleveringsdatum.
Geen
technologieoverdracht
Veel Kameroeners zijn blij met de goedkope Chinese producten. "Ik
kan nu een paar schoenen kopen voor 2000 franc (ruim 3 euro)",
zegt Christian Njah, een beveiligingsmedewerker in Yaoundé. "De
Chinezen helpen mensen zoals wij." Njah verdient ongeveer 76 euro
per maand. Ongeveer 40 procent van de Kameroeners leeft onder de armoedegrens.
Maar niet
iedereen in West-Afrika is blij met de Chinese aanwezigheid. In het
noordwesten van het land zijn kleine handelaren ontevreden.
"Wij
zijn niet tegen Chinese investeringen in Kameroen, maar wel tegen concurrentie
op producten zoals maïs", zegt Elizabeth Neh, die geroosterde
maïs verkoopt in Bamenda. Dat ongemakkelijke gevoel leeft bij meer
kleine zelfstandigen, die soms al zijn overgestapt op de verkoop van
goedkope Chinese producten.
"Door
Chinese import kunnen mensen goedkoper diensten en producten krijgen",
zegt Fondo Sikod, hoogleraar economie aan de Universiteit van Yaoundé
II in Soa. "Dat is goed voor die mensen. Maar op lange termijn
is het slecht, want de plaatselijke productie verdwijnt erdoor. Ook
is er nauwelijks sprake van technologieoverdracht. De Chinezen nemen
meestal hun eigen werknemers mee en Kameroeners werken in de marge als
chauffeurs en vegers."
Bij het
conferentiecentrum van Yaoundé, dat in 1982 werd gebouwd, wordt
het onderhoudswerk nog steeds door Chinezen gedaan, zegt hij.
Ook wijst
hij erop dat door de komst van goedkope Chinese producten de Kameroense
export van industriële producten in de regio Centraal-Afrika met
42 procent af tussen 2003 en 2005.
__________________________________________________________
Salvadoraanse boeren ziek door bestrijdingsmiddelen
13 januari 2012 door IPS
NUEVA
ESPERANZA - Decennialang gebruikten Salvadoraanse boeren giftige pesticiden.
Bewoners en media melden nu een alarmerende groei van het aantal mensen
dat lijdt aan nierfalen.
In de schaduw
onder een boom, op veilige afstand, kijkt Francisco Sosa naar zijn zoon
die onkruid aan het besproeien is met onkruidverdelger uit een tank
op zijn rug.
De 60-jarige
Salvadoraanse boer wil zijn zoon Saúl (25) graag helpen, maar
hij kreeg het advies van de dokter om dat niet te doen. Net zoals veel
andere boeren op het platteland in het zuidoosten van El Salvador, heeft
hij chronische nierproblemen.
"De
artsen zeggen dat ik geen gif meer mag sproeien, omdat mijn ziekte daardoor
nog erger kan worden", zegt Sosa op zijn boerderij in Nueva Esperanza,
een plattelandsgemeenschap van zo'n vijfhonderd mensen die in de jaren
negentig werd gesticht in de regio Bajo Lempa in de provincie Usulután.
Al jarenlang
melden plaatselijke bewoners en de media een alarmerende groei van het
aantal mensen dat lijdt aan nierfalen in Bajo Lempa. De regio was ongeveer
een eeuw lang een gebied waar veel katoen werd verbouwd en waar veel
pesticiden en herbiciden werden gebruikt.
Hoewel
de katoen in de jaren zeventig plaats maakte voor andere gewassen, bleven
de boeren de giftige bestrijdingsmiddelen zonder beschermende maatregelen
gebruiken bij het verbouwen van maïs, bonen en groenten.
In sommige
gemeenschappen in Bajo Lempa, zoals Ciudad Romero, lijdt meer dan 20
procent van de bevolking aan chronische nierziekten. Als het alleen
om volwassen mannen gaat, heeft één op de vier nierproblemen.
Vervuiling
Het aantal zieken ligt hoger dan in andere landen, staat in een studie
die het ministerie van Gezondheid in 2009 in gang zette. In andere landen
in Latijns-Amerika wordt in soortgelijke epidemiologische studies gesproken
over nierfalen bij 1,4 tot 6,3 procent van de bevolking.
De uiteindelijke
resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in oktober. In het rapport
wordt niet direct een verband gelegd tussen het wijdverbreide gebruik
van bestrijdingsmiddelen en het hoge aantal mensen met nierfalen. De
gegevens versterken echter wel de vermoedens van boeren en milieuactivisten
dat er een verband bestaat.
Uit de
studie blijkt dat 82,5 procent van de mannen in de regio in contact
komt met bestrijdingsmiddelen. "De ziekte hangt samen met alle
chemicaliën die het gebied vervuilen, vooral in de landbouwgebieden
langs de kust", zegt minister van Gezondheid María Isabel
Rodríguez.
"De
statistieken tonen dingen die we nergens anders in de wereld aantreffen",
zegt ze. "De overeenkomst tussen de mensen met nierfalen is dat
het in de meeste gevallen gaat om boeren in de leeftijd van achttien
tot zestig jaar."
DDT
"Toen al deze mensen nierproblemen kregen, was het duidelijk dat
er een verband bestond tussen de ziekte en het extensieve gebruik van
bestrijdingsmiddelen", zegt milieuactivist Mauricio Sermeño
van de Unidad Ecológica Salvadoreña (Salvadoraanse Ecologische
Unit), een plaatselijke ngo.
Sermeño
verwijst naar de blootstelling van het gebied aan pesticiden en herbiciden
in de tijd dat de katoenproductie zijn hoogtijdagen beleefde. Chemicaliën
zoals DDT, een insecticide dat nu bijna over al verboden is, werden
in die tijd veel gebruikt.
Andere
schadelijk chemicaliën, zoals gramoxone en hedonal, worden nog
steeds gebruikt. De meeste pesticiden in Bajo lempa worden verkocht
door bedrijven als het Duitse Bayer. De afdeling van Bayer in El Salvador
heeft op verschillende verzoeken om commentaar niet gereageerd.
In de gemeenschappen
in de regio Bajo Lempa kent bijna iedereen wel een familielid of vriend
die overleden is aan nierfalen, zeggen boeren en activisten. "Daar
woonde Chunguito, zoals we hem noemden. En Isidro is er ook dood aan
gegaan, net als Lidia Sorto, Toñón en Neftali en Abrahán",
zegt Donato Santos, die een paar jaar geleden in het ziekenhuis werd
opgenomen voor pesticidenvergiftiging, nadat hij zijn maïsveld
besproeid had.
Rosa María
Colindres, een zuster in de eerste kliniek voor nierpatiënten die
in de regio is geopend, beweert dat in 95 procent van de graven op het
kerkhof van Nueva Esperanza mensen liggen die overleden zijn aan nierfalen.
__________________________________________________________
Salvadoraan vindt uiterst zuinig en schoon fornuis uit
12 januari 2012 door IPS , Edgardo Ayala
SAN
SALVADOR - Een Salvadoraanse ingenieur heeft een uiterst zuinig en schoon
fornuis uitgevonden. Het verbruikt nauwelijks hout en stoot amper CO2
uit. De uitvinder kreeg een schouderklopje van de NASA.
Echt nieuw is het Turbococina (Turofornuis) niet. René Núñez,
een voormalig ingenieur en leraar, deed de uitvinding al zestien jaar
geleden, maar gaandeweg bleef hij het toestel verbeteren. Hij is er
nu in geslaagd 93 procent van de thermische energie te gebruiken en
de CO2-uitstoot met 95 procent te verminderen.
NASA
Het fornuis is een soort cilinder van roestvrij staal waarin een interne
elektrische ventilator lucht injecteert en een plaat die de in- en uitgaande
lucht regelt.
Het fornuis kan hout op zeer lage temperatuur verbranden en heeft daardoor
zeer weinig hout nodig. Een volledige maaltijd bereiden kan met nauwelijks
vijf stukjes hout van 13 centimeter lang, wat snoeisel volstaat dus.
Bij het koken komt bovendien geen rook vrij. Andere verbeterde houtfornuizen
kunnen de CO2-uitstoot slechts met 45 procent verminderen, zegt Núñez.
Het lage houtverbruik is zeer interessant in een land waar veel mensen
onder de armoedegrens leven en de ontbossing bovendien hard toeslaat.
"Door traditionele fornuizen door turbofornuizen te vervangen,
kunnen ze een hele maand voort met het hout dat ze nu op één
dag verbranden", zegt Núñez.
Met zijn uitvinding won de Salvadoraan al heel wat prijzen. In november
werd hij met negen andere uitvinders geselecteerd voor Launch 2011 Energy
Innovators, een Amerikaans initiatief dat innoverende ideeën voor
duurzame energie wil stimuleren. Initiatiefnemers van Launch zijn het
ontwikkelingsagentschap Usaid, het ministerie van Buitenlandse Zaken,
het ruimtevaartagentschap NASA en het sportkledingmerk Nike. "Dat
NASA zegt dat dit het beste fornuis ter wereld is, betekent zeer veel
voor mij", zegt Núñez.
Helft kookt op hout
Volgens officiële cijfers kookt ongeveer een kwart van de Salvadoranen
op hout, op het platteland kookt zelfs de helft met hout. De 10 procent
armste gezinnen geven meer uit aan hout (3 procent van hun budget) dan
aan elektriciteit, blijkt uit VN-cijfers.
Bovendien leidt de rookontwikkeling bij traditionele fornuizen tot ademhalingsziekten.
Jaarlijks sterven daardoor tweeduizend mensen, zegt Núñez,
die zich baseert op cijfers van het ministerie van Volksgezondheid.
Een nadeel van Núñez' fornuis is dat het elektriciteit
nodig heeft en voor een derde van de plattelandsbewoners is die niet
voorhanden, zegt Ricardo Navarro van het Salvadoraans Centrum voor Geschikte
Technologie. De regering zou daarom niet alleen de Turbococina moeten
stimuleren maar ook alternatieve methodes zoals fornuizen op zonne-energie.
Niet te koop
De Turbococina is nog nergens te koop. Núñez heeft zelf
niet de ambitie zijn uitvinding te commercialiseren. Hij is op zoek
naar mechanismen om honderdduizend toestellen gratis te verspreiden
onder de armste inwoners van El Salvador.
Het ministerie van Onderwijs kocht al duizend toestellen voor scholen
die er maaltijden mee kunnen bereiden. Maar verder reikt de interesse
van de overheid voorlopig niet, zegt Mauricio Sermeño, coördinator
van milieuorganisatie Unidad Ecológica Salvadoreña. "De
regering geeft niet de indruk dat ze alternatieve energiemethodes wil
stimuleren."
__________________________________________________________
"Vee is beter antwoord op verwoestijning dan bomen"
11 januari 2012 door IPS , Busani Bafana
VICTORIA
FALLS - Verwoestijning kan beter tegengegaan worden door goed uitgekiende
begrazing dan door bomen te planten. Dat zegt een Amerikaanse bioloog
die in Zimbabwe spectaculaire resultaten boekt.
In de buurt
van de bekende Victoriawatervallen in Zimbabwe helpt gecontroleerde
begrazing een groot gebied te herstellen waar de bodem jarenlang zwaar
achteruitgegaan was door onoordeelkundige veeteelt. De ecoloog Allan
Savory van het Amerikaanse Savory Institute noemt het de bruine revolutie.
Grote
kuddes van weleer
Het Savory Institute en het door Savory gestichte Afrikaans Centrum
voor Holistisch Beheer (ACHM) beheren een stuk natuur van 2900 hectare
in de streek Dimbangombe, op 36 kilometer van het stadje Victoria Falls.
Voor de komst van het Savory Institute was het uitgestrekte gebied veranderd
in een woestenij door de steeds grotere aantallen koeien en schapen
die er graasden. Maar nu is de begroeiing weer weelderig en zijn er
ook wilde diersoorten teruggekeerd, zonder dat de massale veeteelt moest
worden opgegeven. De bodem is vruchtbaarder geworden en er is ook veel
meer water beschikbaar.
"Door
het vee de functie te laten vervullen van de grote kuddes die vroeger
op onze planeet rondstruinden, voor de mens en het vuur hun rol overnamen,
kunnen we de bodems weer gezond maken zodat ze opnieuw enorme hoeveelheden
water en koolstof kunnen opslaan", zegt Savory. "Daardoor
verminderen droogteperiodes en overstromingen."
Verwoestijning
is volgens Savory geen gevolg van te grote aantallen runderen, schapen
en geiten, maar wel van de manier waarop die dieren worden gehouden.
Volgens de holistische aanpak kan vee maximaal drie dagen op een bepaalde
plaats grazen; daarna wordt dat gebied minstens negen maanden met rust
gelaten. Tijdens het grazen breken de dieren de verharde grond met hun
hoeven en verspreiden ze mest en plantenresten. Daardoor wordt de regen
later beter opgenomen in de bodem. Dieren trappen ook zaden in de aarde,
waardoor die beter ontkiemen.
Meer
water, grotere oogsten
De theorie klopt in elk geval in Dimbangombe. "Op plaatsen waar
jaren geleden alleen naakte grond te zien was, groeit het gras nu tot
op borsthoogte", zegt Savory. "En we hebben de rivier weer
tot leven gewekt. Het hele jaar door hebben we hogere waterstanden.
De waterlelies en vissen zijn teruggekeerd."
Ook de
plaatselijke landbouw vaart wel bij de aanpak. Volgens de Zimbabwaanse
onderzoeker Ntombizakhe Mpofu halen dorpelingen tot vijf keer grotere
opbrengsten binnen door vee in te zetten om akkers plantklaar te maken
en te bemesten.
"Vee
is een van de beste instrumenten die we hebben om verwoestijning grootschalig
aan te pakken", zegt Savory. "En als je de verwoestijning
niet tegengaat, kun je de
klimaatverandering niet aanpakken."
Gecontroleerde begrazing maakt onder meer ook het afbranden van vergeelde
stukken grasland overbodig om de groei van nieuw gras te bevorderen.
In sommige Afrikaanse landen draagt het afbranden van graslanden meer
bij tot het broeikaseffect dan het gebruik van fossiele brandstoffen.
Gras
beter dan bomen
De uitgestrekte graslanden in Afrika krijgen te weinig aandacht, vindt
Savory. In de strijd tegen de verwoestijning en de klimaatverandering
in Afrika zijn vooral boomplantacties populair. Maar bomen zijn niet
in staat de extra uitstoot aan koolstof te absorberen die het gevolg
is van het uitlogen van bodems, branden en het gebruik van fossiele
brandstoffen. De immense graslanden kunnen dat volgens Savory wel, als
ze goed beheerd worden. Gras brengt via afstervende wortels immers veel
meer organisch materiaal in de bodem dan bomen.
De technieken
van Savory en het ACHM worden nu ook in Namibië, Botswana en Kenia
toegepast; volgens Savory wordt er in al die landen samen al 12 miljoen
hectare grond volgens de holistische aanpak beheerd. Het Savory Institute
werkt ook samen met Kenia aan een proefsite die andere landen in de
Hoorn van Afrika kan inspireren. Voor het werk in Zuidelijk Afrika hebben
het ACHM en het Savory Insitute 4,8 miljoen dollar (3,8 miljoen euro)
gekregen van het Amerikaanse ontwikkelingsagentschap USAID.
__________________________________________________________
Vertragen voor een overvloedig leven
DeWereldMorgen.be woensdag 11 januari 2012
Opiniedoor Dirk Holemans,Oikos
We kunnen
er niet naast kijken: we moeten met zijn allen langer en harder werken
en de economische groei weer aanzwengelen. Anders kunnen we de pensioenen
niet betalen, de staatsschuld niet afbetalen en verdampt de welvaartsstaat.
Zo luidt toch het dominante discours. Het lijkt wel of er geen andere
weg uit de huidige crisis is: iedereen harder werken, de economische
motor sneller doen draaien.
Nochtans
geven nu ook mainsteam economen als Geert Noels toe dat het voortzetten
van het huidige economisch model onhoudbaar is. Zo luidde de titel van
zijn eindejaarsstuk voor De Standaard: 'Mag het wat trager, alstublieft?'.
En verrassend
genoeg krijgt de analyse die vooral ecologische denktanks maken, nu
gehoor bij deze vermogensbeheerder: "de huidige vorm van groei
is niet duurzaam, want gestoeld op schulden die het gevolg zijn van
overconsumptie en niet van productieve investeringen".
Laat dit
bijvoorbeeld net de analyse zijn die Tim Jackson uiteenzet in zijn door
Oikos vertaalde boek Welvaart zonder Groei. Noels pleit net als Jackson
voor een ander economisch model, maar houdt afstand van een pleidooi
voor een 'wereld zonder groei'. Want dat zou betekenen dat er geen menselijke
vooruitgang meer mogelijk zou zijn.
Dit lijkt
onjuist en vergt een debat over hoe we groei meten. Toch snijdt Noels'
analyse hout. Hij pleit voor een economie op mensenmaat en ziet een
mogelijkheid tot groei als meer mensen meedoen aan het economisch proces.
Dit wordt mogelijk als de samenleving en de productie vertragen.
Noels pleit
voor duurzame groei die er een is "op mensenmaat en op een ritme
dat onze planeet aankan. Het is mogelijk te leven met minder volume
en toch meer kwaliteit". Voor de econoom is dit een optimistisch
verhaal van meer levenskwaliteit en arbeidsparticipatie.
Hetzelfde
hoopvolle verhaal vinden we terug bij Jackson, die echter ingaat op
de ecologische grenzen die onze planeet stelt aan de economie. Sinds
de Tweede Wereldoorlog is de wereldeconomie vijf maal zo groot geworden.
En een jaarlijkse groei van amper 1 procent betekent dat de wereldeconomie
nog met de helft zal toenemen tegen 2050, wat niet te verzoenen valt
met de doelstelling dat we tegen dan het gebruik van fossiele bronnen
met 90 procent hebben afgebouwd!
Een realiteit
die zowat alle mainstream economen blindweg naast zich neer leggen.
Jacksons model geeft ook een antwoord op het probleem van overconsumptie
en een tekort aan productieve investeringen. De toekomst ligt in minder
consumptie en meer sparen, spaargeld dat we dan kunnen investeren in
toekomstgerichte infrastructuur en diensten. Iets wat mensen al doen
als ze bijvoorbeeld aandelen kopen van een coöperatie actief in
hernieuwbare energie.
Een zelfde
toekomstgericht verhaal vinden we aan de andere kant van de oceaan bij
Juliet Schor. Zij is de auteur van onder meer de bestseller The Overworked
American (1991), waarin ze wijst op het gegeven dat Amerikanen steeds
harder werken en steeds meer consumeren waardoor ze vast geraken in
een 'work-spend'-cirkel.
Niet toevallig
publiceert ze enkele jaren later The Overspent American (1998) waarin
ze beschrijft hoe Amerikanen bezwijken onder de spullen omdat ze steeds
maar 'zien-willen-lenen-kopen'. Een van de aanbevelingen die Schor doet
om uit dit consumptiemodel te geraken, is dat we meer moeten kiezen
voor tijd voor onszelf los van de markt, in plaats van al onze tijd
te besteden aan werken (koopkracht verdienen) en uitgeven. Het belang
van tijd - een rode draad door haar werk - vinden we ook terug in haar
laatste boek.
Hierin
ontwikkelt ze een nieuw economisch model en nieuwe levenswijze onder
de titel Plenitude, wat we kunnen vertalen als 'een complete economie
en een rijkelijk gevuld leven'. Haar analyse is herkenbaar: het economische
beheerst steeds meer ons leven, of het nu werken of consumeren is.
En zo is er steeds minder tijd voor zogenaamde niet-economische activiteiten
als zorgen voor elkaar, zelf dingen maken of nietsdoen, allemaal zaken
verbonden met ons geluksgevoel. Het terug in handen krijgen van onze
tijd is voor haar dé sleutel is om milieu-impact te verminderen,
jobs te creëren en iedereen een beter leven te bezorgen.
Als we
minder werken, kunnen we het werk eerlijker verdelen wat ook leidt tot
een meer rechtvaardige inkomensverdeling. Minder werken geeft ruimte
om via informele circuits het leven terug meer in handen te nemen, wat
de zelfredzaamheid en levensvreugde vergroot.
Schor baseert
haar verhaal op de ecologische tijdspioniers die overal opduiken: mensen
beginnen samen een groentetuin, bouwen energievriendelijke woningen,
produceren lokale energie en starten kleinschalige productiebedrijfjes
op. Dit is voor Schor de koolstofarme toekomst, want de huidige high
tech laat toe de productiviteit te verhogen van kleinschalige productie.
Er is een
golf bezig van sociale innovatie: spullen delen, hergebruik, zelf kleren
maken. Deze is opgestart vanuit de ecologische beweging en krijgt nu
momentum omdat door de economische terugval cash schaarser wordt en
mensen tijd bewuster inzetten. Mensen hebben plezier en sparen geld
met de groeiende deeleconomie van klerenruil, autodelen, huizenruil
en gereedschapsbibliotheken. Ze bouwen nieuw sociaal kapitaal op als
alternatief voor de consumptiecultuur van lenen en spenderen.
De Plenitude-economie
geeft mensen meer tijd los van het werk, zorgt voor toenemende mogelijkheden
voor milieuvriendelijke economische activiteiten en voor een engagement
voor sociale verbondenheid. Het is voor Schor een wijze om opnieuw een
menselijke schaal te eisen voor onze economie, verantwoordelijkheid
op te nemen voor onze levensstijlen, en elkaar en de planeet te behandelen
met het respect dat we allemaal verdienen.
De Amerikaanse
auteur benadrukt de kracht van informele structuren die van onderuit
ontstaan en de veerkracht van burgers in tijden van crisis verhogen.
Dit ontslaat de overheid echter niet om een sterk beleid te voeren dat
grondstofarme levensstijlen ondersteunt.
De kracht
van Schor is dat ze laat zien dat onze welvaart niet alleen gebaseerd
is op de geldeconomie, maar ook op de economie van de natuur en de economie
van de leefwereld. Het komt er nu op aan de geldeconomie sociaal en
ecologisch radicaal te herijken zodat we weer uitzicht krijgen op het
goed functioneren van de gehele economie.
Dirk Holemans
Dirk
Holemans schrijft bijdragen als hoofdredacteur van het tijdschrift Oikos
en is coördinator van de gelijknamige denktank.
__________________________________________________________
Occupy Nigeria: een blik op de protesten
DeWereldMorgen.be woensdag 11 januari 2012
door david van peteghem
Sinds
2 januari gaan de protesten tegen de afschaffing van de brandstofsubsidie
in Nigeria onverminderd door. De protesten gaan ook gepaard met etnisch
en religieus geïnspireerde terreur. Er heerst een gemengde sfeer
van angst, onzekerheden en hoop. Maar de Nigerianen nemen wel het voortouw
in een nieuwe ronde van het wereldwijde verzet tegen de crisis van het
kapitalisme.
Herbert
Marcuse stelde ooit eens dat de ontwikkeling van een radicaal politiek
bewustzijn onder de massa's enkel mogelijk is wanneer de economische
stabiliteit en de sociale cohesie van het systeem begint te verzwakken.
Het is een understatement dat Nigeria zich al een lange tijd in dergelijke
sociale situatie bevindt.
De afschaffing
van de brandstofsubsidie zorgt nu ook voor een zekere mate van radicalisering.
Maar de protesten worden tegelijkertijd onder zware druk gezet door
aanhoudend etnisch en religieus geweld. Op verschillende plaatsen worden
de protesten ook hardhandig onderdrukt door de ordediensten.
Dat leidde
ondertussen al tot tientallen doden. De Nigeriaanse president Goodluck
Jonathan zet eveneens het leger in tegen de demonstranten zoals in Abeokuta,
in het zuidwesten van Nigeria.
Ongeziene
weerklank voor de protesten
De protesten kwamen op 2 januari op gang en gaan sindsdien onverminderd
door. Het is bewonderenswaardig dat de Nigerianen volharden in hun protest.
Natuurlijk kunnen ze her en der rekenen op giftige kritiek. Nochtans
krijgen de protesten een ongezien grote weerklank.
Bijna alle
Nigeriaanse kranten - en dat zijn er heel veel - ondersteunen het protest.
Het lijkt ook duidelijk dat Nigeriaanse journalisten worden gedwarsboomd
in hun werk omdat de berichtgeving over nieuwe protesten mondjesmaat
binnenstroomt. Het loopt natuurlijk ook allemaal zo snel dat de verslaggeving
erover amper valt bij te houden.
Verschillende
kranten roepen via Facebook op om foto's van de protesten en verslagen
van ooggetuigen door te sturen. Ook de Nigeriaanse blogs draaien op
volle toeren in het analyseren van de protesten, de afschaffing van
de brandstofsubsidie en toekomst van Nigeria - dat heet volksopvoeding.
De jongste
zoon van Afrobeat-legende Fela Kuti, Seun Kuti, is ook van de partij.
Hij beschouwt de afschaffing van de brandstofsubsidie als 'verraad'
aan de Nigerianen. De literaire coryfeeën van Chinua Achebe, Wole
Soyinka tot sterke literaire nieuwkomers zoals de in België wonende
schrijfster Chika Unigwe ondersteunen ook het protest. Soyinka vreest
echter dat er een nieuwe burgeroorlog in aantocht is.
Dat komt
omdat het religieuze en etnische geïnspireerde geweld onverminderd
doorgaat. In Kaduna durft bijna niemand meer nog buiten te komen om
te gaan protesteren. Er is ook een nachtklok ingesteld. In Jos is een
verbod van kracht om deel te nemen aan de protesten. In de zuidelijke
deelstaat Benin zijn na nieuwe schermutselingen meer dan 10.000 mensen
op de vlucht geslagen.
President
Goodluck Jonathan gooit bovendien nog eens olie op het vuur door nu
pas te beweren wat hij al lang weet, namelijk dat Boko Haram een product
is van politici die het land willen destabiliseren. De Nigeriaanse blogger
Farooq A. Kperogi omschreef Boko Haram overigens nog trefzeker als een
'lege betekenaar'.
Iedereen
heeft afhankelijk van onderliggende belangen of angsten tegenwoordig
een eigen visie op Boko Haram! Sommige demonstranten lopen zelfs rond
met de ludieke slogan dat de afschaffing van de brandstofsubsidie de
echte Boko Haram is. Het enige feit is wel dat de terreur is uitgegroeid
tot een ongrijpbaar fenomeen. De terreur komt vanuit alle hoeken. In
bijna elke deelstaat gaan vele mensen gebukt onder de angst voor nieuwe
terreuracties.
Bekende
mensenrechtenactivisten zoals Shehu Sani en Femi Falana protesteren
ook actief mee. Alle vakbonden steunen ten slotte ook de protesten en
ze hebben afgelopen maandag in verschillende steden grote stakingen
georganiseerd. Alleen al in hoofdstad Abuja moeten er op die dag tienduizenden
mensen op straat zijn gekomen.
Sommige
kranten berichten dat de protesten de daaropvolgende dag enkel maar
groter zijn geworden. In Londen, Washington en New York vonden ook al
Nigeriaanse protesten plaats. In die protesten wordt vooral de niet
zo onschuldige rol van de Wereldbank, IMF en de westerse oliemultinationals
op de korrel genomen.
De dynamiek
van de Occupy-beweging leeft heel sterk onder de Nigerianen in de diaspora.
Er wordt ook nog een actie gepland op woensdag in Atlanta. Op donderdag
zal er ook aan de Nigeriaanse ambassade in Brussel een protestactie
plaatsvinden. Op vrijdag staat er een protestactie op het programma
in Pretoria, in Zuid-Afrika.
De ontwaking van de onderklasse
De protesten worden ongetwijfeld voor een stuk gedragen door de Nigeriaanse
middenklasse. Minister van Financiën Ngozi Okonjo-Iweala beweerde
nog dat enkel maar de Nigerianen met een auto de afschaffing van de
brandstofsubsidie het hardste zouden voelen. Maar zoals we hier ook
kunnen ondervinden, zijn neoliberale technocraten wereldvreemde figuren.
Ze hebben totaal geen begrip van de sociale realiteit van armoede, ongelijkheid
en uitsluiting.
In Nigeria
vergeten ze vooral dat de onderklasse ook nood heeft aan olie en diverse
olieproducten. Het zijn zij die het zwaarste lijden onder de afschaffing
van de brandstofsubsidie en de algemene verhoging van de prijzen van
producten. De immense omvang van de protesten kan dan ook enkel verklaard
worden doordat ze massaal wordt gedragen door de onderklasse waarin
de grote meerderheid van de Nigeriaanse bevolking gevangen zit. Het
zijn de verworpenen van Nigeria die overal in opstand komen.
Versteviging
van de democratische strijd
De Nigerianen protesteren niet meer alleen tegen de afschaffing van
de brandstofsubsidie. De slagzinnen die de Nigerianen in hun protesten
meedragen - meestal geschreven op een groot stuk karton - tonen aan
dat de sociale onvrede heel diep zit. Eén van de meest krachtige
slogans luidt dat de armen weldra niets anders dan de rijken kunnen
opeten.
Een andere
beklijvende slagzin die ook al opdook in vorige protesten in Nigeria
luidt onvertaald 'hardship is to much'. Vele demonstranten roepen ook
op dat ze hun stem opnieuw willen laten tellen. De roep om echte democratie
luidt krachtiger dan ooit.
Ze zijn
de leugens en de politieke corruptie van de regering en de beleidsmensen
in de Nigeriaanse staatsoliemaatschappij hartsgrondig beu. Andere slogans
maken duidelijk dat Goodluck Jonathan moet aftreden of dat er slechts
een keuze is tussen het verlagen van de olieprijzen of revolutie. Hier
en daar zie je mensen met een Occupy Nigeria-T-shirt.
In het
hoge noorden van Nigeria, in de deelstaat Kano, hebben de demonstranten
ook al de stijl van protest van het Tahrirplein overgenomen. Biddende
moslims werden beschermd door christenen en zij werden tijdens hun gebeden
in kerken op hun beurt beschermd door moslims. De grootste protesten
vinden overigens plaats in het noorden van Nigeria, in de Middle Belt-zone
en ook in de zuidoostelijke regio, in het epicentrum van het oliekapitalisme.
De hoop
op verandering wordt natuurlijk enigszins vertroebeld door de terreur.
Maar het heeft geen zin om te speculeren over verdere evoluties van
de protesten in de context van de terreur. In de protesten worden hoe
dan ook de religieuze en etnische achtergronden van de demonstranten
overstegen.
Het is
duidelijk dat onder de Nigerianen het bewustzijn van het belang van
democratische strijd stevig verankerd zit. Het minste wat je kan zeggen,
is dat de protesten in Nigeria indrukwekkende vormen aannemen en dat
de bevolking volhardt in de strijd.
Een gezonde
dosis kantiaans enthousiasme vanuit het Westen is hier toch wel gepast.
De democratische strijd van de Nigerianen verdient vooral ondersteund
te worden met wereldwijde solidariteit. Het is dan ook gepast om af
te sluiten met een raadgeving van Bob Jessop: "We moeten niet alleen
op een globale wijze denken en op een lokale wijze handelen. We moeten
ook op een glaciale wijze denken en elke dag handelen".
De Nigerianen
nemen in Nigeria, Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Verenigd Koninkrijk
en in België het voortouw in een nieuw jaar van strijd tegen de
crisis van het wereldkapitalisme - in de naam van een sociale rechtvaardige
wereld.
(wordt vervolgd)
Bronnen:
Herbert Marcuse, An essay on liberation, pelican books,
1973, p 59.
Farooq A. Kperogi, Boko Haram as empty signifier, http://www.farooqkperogi.com/2012/01/boko-haram-as-empty-signifier.html
Gistexpress, Seun Kuti, Femi Falana and other activist lead protest
against oilsubsidy removal, (3 januari 2012), http://www.gistexpress.com/2012/01/03/seun-kuti-femi-falana-other-activi...
Vanguard, Nigeria heading for civil war - Soyinka, (10 januari 2012)
http://www.vanguardngr.com/2012/01/nigeria-heading-for-civil-war-soyinka/
Sahara reporters, Protests dusk dawn curfew imposed in Kaduna State
(10 januari 2011), http://saharareporters.com/news-page/protests-dusk-dawn-curfew-imposed-k...
Vanguard..5 dead, 10,000 displaced after clashes in Benin (10 januari
2012), Nations Cup: Burkinabe cleared to play Subsidy protest: 2 feared
dead in Lagos
Ogala, Kano finds religious unity in subsidy protest (4 januari 2012),
http://ogala.wordpress.com/2012/01/04/kano-finds-religious-unity-in-subs...
Sahara reporters, Occupy Nigeria: in Atlanta to Occupy Consulate In
Atlanta (10 januari 2012), http://saharareporters.com/news-page/occupy-nigeria-nigerians-atlanta-oc...
Sahara reporters, Occupy Nigeria: solidarity protest hit Worldbank headquarters
Washington DC (10 januari 2012) http://saharareporters.com/gallery/photonews-occupy-nigeria-solidarity-p...
The Guardian, Chinua Achebe leads Nigerian authors' fuel subsidy protest
(9 januari 2012) http://www.guardian.co.uk/books/2012/jan/09/chinua-achebe-nigeria-fuel-s...
Bob Jessop, Globalization: It's about time too! (juni 2003), http://www.ihs.ac.at/publications/pol/pw_85.pdf
__________________________________________________________
Haïti 2 jaar na de aardbeving: waar het geld naar toe is
DeWereldMorgen.be woensdag 11 januari 2012
door DeWereldMorgen Vertaaldesk, Lode Vanoost, Bill Quigley, Amber Ramanauskas
Op 12
januari 2010 werd Haïti door een aardbeving verwoest. Een enorme
internationale steunactie kwam op gang. Enorme bedragen werden op tafel
gelegd. Althans, zo leek het toch. Vandaag ziet Haïti er uit alsof
de ramp amper twee maand geleden gebeurde. Waar is al dat geld naar
toe gegaan? Een ontnuchterende analyse van de Amerikaanse bijdrage die
ook heel wat over de Europese 'hulp' zegt.
(Noot
van de vertaler: voor een goed begrip werden alle bedragen in dit artikel
van dollar naar euro omgerekend)
Nauwelijks
iets veranderd twee jaar na de ramp
Haïti, een dichte buur van de VS, met negen miljoen inwoners, werd
verwoest door een aardbeving op 12 januari 2010. Honderdduizenden werden
gewond of kwamen om.
De VN schatte
het bedrag dat internationale donoren over de laatste twee jaar aan
Haïti gaven voor noodhulp op 1,25 miljard euro (121,27 euro per
Haïtiaan) en op 1,56 miljard euro (135,36 euro per Haïtiaan)
voor hulp aan de wederopbouw.
Toch ziet
Haïti er uit alsof de aardbeving amper twee maand geleden is gebeurd,
niet twee jaar. Ongeveer een half miljoen mensen blijven dakloos in
honderden informele kampen, de meeste afval van de vernielde gebouwen
ligt nog gewoon waar het gevallen is en cholera, een te voorkomen ziekte,
brak uit in het land en is nu een epidemie die duizenden doodt en honderdduizenden
anderen ziek maakt.
Het
slachtoffer is de schuldige
Het komt er op neer dat haast niets van het geld waarvan de publieke
opinie dacht dat het naar Haïti ging effectief naar Haïti
is gegaan. De internationale gemeenschap gaf er de voorkeur aan de Haïtiaanse
bevolking, Haïtiaanse NGO's en de Haïtiaanse regering te 'omzeilen'.
Fondsen werden afgeleid naar andere regeringen, naar internationale
NGO's en naar privébedrijven.
Hoewel
de Haïtianen geen enkele controle hebben over het geld, is het
meer dan waarschijnlijk - toch als de geschiedenis een aanwijzing kan
geven - dat deze mislukking aan de Haïtianen zal worden verweten
in een typische 'verwijt het aan het slachtoffer'-reactie.
Haïtianen stellen zich dezelfde vraag als de rest van de wereld:
"Waar is het geld naartoe?"
Hier
zijn zeven plaatsen waar het aardbevingsgeld wel en niet naartoe ging.
Eén.
De grootste ontvanger van het Amerikaanse geld voor de aardbeving was
de Amerikaanse regering. Hetzelfde geldt voor de schenkingen van andere
landen
Onmiddellijk na de aardbeving kende de VS 296,67 miljoen euro noodhulp
toe en werden 5.000 troepen gestuurd. Associated Press (Amerikaans persagentschap)
stelde vast dat het grootste deel van het geld dat beloofd was aan Haïti
niet rechtstreeks of onrechtsreeks naar Haïti ging. Reeds in januari
2010 ontdekte het dat 33 procent van dat geld door de VS gewoon werd
teruggestort om zichzelf te betalen voor het zenden van die troepen.
42 procent
ging naar privé NGO's en openbare instellingen zoals Save the
Children, het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN en de Pan American
Health Organization. Er ging dus nauwelijks geld naar de Haïtianen
of hun regering.
Het totale
bedrag van 1,25 miljard euro hulp werd op gelijkaardige manier gespendeerd,
volgens het rapport van augustus 2010 van het Congressional Research
Office:
- 512,30 miljoen euro werd teruggestort aan het ministerie van Defensie;
- 172,11 miljoen euro ging naar het ministerie van Volksgezondheid voor
het subsidiëren van de deelstaten om diensten te verlenen aan Haïtiaanse
vluchtelingen;
- 273,75 miljoen euro werd toegewezen aan het US Agency for International
Development (USAID) voor noodhulp;
- 117,32 miljoen euro diende voor noodvoedselhulp door het ministerie
van Landbouw;
- 11,73 miljoen euro werd besteed aan immigratiekosten voor het Department
of Homeland Security (ministerie van Binnenlandse Zaken) enzovoort,
enzovoort.
De internationale
hulp volgde hetzelfde patroon. De Speciale Gezant van de VN voor Haïti
rapporteerde dit over de 1,88 miljard euro internationale humanitaire
hulp:
- 34 procent vloeide terug naar de eigen burgerlijke en militaire entiteiten
voor rampenhulp;
- 28 procent werd aan agentschappen van de VN en NGO's gegeven voor
specifieke VN-projecten;
- 26 procent ging naar privébedrijven en andere NGO's;
- 6 procent werd gebruikt voor het verlenen van diensten aan al de voorgaande
organen;
- 5 procent naar het Internationale Rode Kruis en naar nationale afdelingen
van het Rode Kruis;
- 1 procent werd overgemaakt aan de regering van Haïti;
- 0,4 % van alle fondsen kwam bij Haïtiaanse NGO's terecht.
Twee.
Slechts één procent van het geld ging naar de Haïtiaanse
regering
Minder dan 1 eurocent per euro van de Amerikaanse hulp ging naar de
regering van Haïti, volgens Associated Press. Hetzelfde geldt voor
de internationale donoren. De Haïtiaanse regering werd volledig
gepasseerd door de VS en de internationale gemeenschap.
Drie.
Zeer weinig geld ging naar Haïtiaanse bedrijven of Haïtiaanse
NGO's
Het Center for Economic and Policy Research (CEPR - Amerikaanse progressieve
denktank http://www.cepr.net/) is hier zonder twijfel de beste bron
voor accurate informatie over. Het CEPR analyseerde alle 1.490 contracten
die door de Amerikaanse regering na de aardbeving van januari 2010 tot
april 2011 werden toegekend en stelde vast dat daarvan slechts 23 naar
Haïtiaanse bedrijven gingen.
Globaal
kende de VS 151,77 miljoen euro toe aan onderaannemers en 3,76 miljoen
euro aan Haïtiaanse ondernemingen, ongeveer 2,5 procent van het
totaalbedrag. Bedrijven uit de omgeving van (de hoofdstad) Washington
DC kregen daar 59,49 miljoen euro van of 39,4 procent van het totaal.
Zoals hierboven al vermeld, berekende de VN dat slechts 0,4 procent
(vier tiende van één procent!) naar Haïtiaanse NGO's
ging.
Haïtianen
hadden zelfs moeite om toegang te krijgen tot vergaderingen over de
internationale hulp. De organisatie Refugees International meldt dat
lokale vertegenwoordigers het zeer moeilijk hadden om zelfs maar toegang
te krijgen tot de VN-compound voor de operationele vergaderingen over
de internationale hulp.
"Haïtiaanse
groeperingen zijn meestal niet op de hoogte van deze vergaderingen,
hebben geen geldige identiteitsbadges voor toegang of hebben het personeel
of de capaciteit niet om lange uren in de compound te spenderen."
Nog anderen rapporteerden dat de meeste van die internationale coördinatievergaderingen
niet worden vertaald in het Creools, de taal van de meerderheid van
de Haïtiaanse bevolking.
Vier.
Een groot deel van het geld ging naar internationale hulporganisaties
en naar NGO's met 'goede connecties'
Het Amerikaanse Rode Kruis ontving 380,35 miljoen euro schenkingen voor
Haïti. Volgens de organisatie werd twee derde van dat geld voor
hulp en wederopbouw gebruikt, hoewel specifieke details moeilijk te
verkrijgen zijn. De CEO van het Amerikaanse Rode Kruis verdient 391.310
euro per jaar.
Kijk ook
eens naar het gemeenschappelijk contract ter waarde van 6,73 miljoen
euro tussen USAID en het privébedrijf CHF voor het verwijderen
van het bouwafval in (de Haïtiaanse hoofdstad) Port-au-Prince.
CHF is een internationaal ontwikkelingsbedrijf met uitstekende politieke
connecties en een jaarbudget van meer dan 156,51 miljoen euro. Zijn
CEO verdiende in 2009 353.575 euro.
De goede
connecties van CHF met Democraten en Republikeinen worden het best geïllustreerd
door de secretaris van de raad van bestuur, Lauri Fitz-Pegado, een partner
van de holding Livingston Group LLC. Deze holding wordt geleid door
Bob Livingston, een gewezen voorzitter van het Congres en houdt zich
bezig met lobbying en betrekkingen met de overheid.
Mevrouw
Fitz-Pegado werkt blijkbaar ook voor de andere kant van de 'lobby',
want ze werd door toenmalig president Clinton nog benoemd bij het ministerie
van Handel en was tevens lid van het team dat de campagne van Obama
voor het presidentschap ondersteunde op gebied van buitenlands beleid.
CHF "werkt
in Haïti vanuit twee ruime villa's in Port-au-Prince en houdt er
een vloot van gloednieuwe wagens op na", volgens (het Amerikaanse
weekblad) Rolling Stone. In een uitstekend artikel in Rolling Stone
doet Janet Reitman verslag van nog een ander aardbevingscontract dat
voor 1,17 miljoen euro is toegewezen aan het in New York gevestigde
consultancybedrijf Dalberg Global Development Advisors.
Het artikel
stelt vast dat het team van Dalberg "nooit in het buitenland was
geweest, geen enkele ervaring met natuurrampen had
nooit een
programma met activiteiten op het terrein uitgevoerd had" en slechts
één lid van het team sprak Frans. USAID deed een evaluatie
van hun werk waaruit dit bleek: "Het werd duidelijk dat deze mensen
waarschijnlijk nooit uit hun 4x4 waren gestapt".
De voormalige
presidenten George W. Bush en Bill Clinton kondigen een evenement aan
om fondsen te werven voor Haïti op 16 januari 2010. In oktober
2011 had dit 42 miljoen euro schenkingen opgebracht. Dit fonds heeft
partnerschappen met verschillende Haïtiaanse en internationale
organisaties. Hoewel het merendeel van het werk bewonderenswaardig is,
heeft dit fonds toch ook 1,57 miljoen euro geschonken voor de bouw van
een Haïtiaans luxehotel dat in totaal 22,71 miljoen euro gaat kosten.
"De
NGO's hebben nog heel wat te beantwoorden voor hun aansprakelijkheid,
want er ligt hier een hoop cash", volgens Nigel Fisher, het hoofd
van de humanitaire hulp van de VN in Haïti. "Wat met de 1,17
tot 1,57 miljard euro die het Rode Kruis en de NGO's hebben gekregen
van gewone mensen en waar de regeringen hetzelfde bedrag zouden bijleggen?
Wat is daar mee gebeurd? Het is zeer moeilijk om die fondsen te achterhalen."
Vijf.
Er ging ook geld naar 'winstbedrijven' wier 'business' rampen is
Nauwelijks één maand na de aardbeving zond de Amerikaanse
ambassadeur in Haïti een telex getiteld 'The Gold Rush is On' (de
goudrush is begonnen) als onderdeel van zijn situatierapport naar Washington.
Dit document werd op 1 februari 2010 openbaar gemaakt door WikiLeaks
via (het Amerikaans tijdschrift) The Nation en (de Haïtiaanse NGO)
Haïti Liberté. Ambassadeur Merten meldt daarin dat de president
van Haïti voormalig generaal Wesley Clark ontmoette voor een verkooppresentatie
van een bedrijf uit Miami dat piepschuimen huizen bouwt.
Om de ramp
goed uit te buiten ging Lewis Lucke, een hooggeplaatste noodhulpcoördinator
van USAID tweemaal in zijn capaciteit van USAID op bezoek bij de eerste
minister van Haïti onmiddellijk na de aardbeving.
Hij nam
daarop ontslag en werd aangeworven voor 23.502 euro per maand door Ashbritt,
een bedrijf uit Florida dat ook al heel wat contracten had verkregen
zonder openbare aanbesteding na Katrina (de overstromingsramp in New
Orleans van augustus 2005) en een welvarende Haïtiaanse partner
om voor contracten te lobbyen.
Lucke zei:
"Het werd duidelijk voor ons dat als ze correct werd behandeld
de aardbeving evengoed een opportuniteit als een calamiteit kon zijn
...". Ashbritt en zijn Haïtiaanse partner kregen snel een
contract van 7,84 miljoen euro, zonder openbare aanbesteding. Lucke
meldde ook dat hij geholpen had bij het verzekeren van een ander contract
voor 7,84 miljoen euro bij de Wereldbank en nog een kleiner contract
met CHF International voor hun samenwerking werd stopgezet.
Zes.
Een deel van het beloofde geld werd nooit toegekend
De internationale gemeenschap besliste dat het de Haïtiaanse regering
niet zou toestaan om zelf de noodhulp en de wederopbouw te leiden en
drong aan op het installeren van twee instellingen die alle plannen
zouden goedkeuren voor de wederopbouw van Haïti. De eerste was
de Interim Haiti Recovery Commission (IHRC), de tweede het Haiti Reconstruction
Fund (HRF).
In maart
2010 kenden de VN-lidstaten op een conferentie 4,15 miljard euro toe
over twee jaar (voor een totaal van 7,76 miljoen euro over drie jaar).
Dat geld zou worden beheerd door de Wereldbank en verdeeld worden door
de IHRC. De IHRC wordt voorgezeten door gewezen president Bill Clinton
en de Haïtiaanse eerste minister. In juli 2010 was volgens Bill
Clinton amper 10 procent van dat geld door IHRC toegewezen.
Zeven.
Heel wat geld werd wel gestort, maar nooit uitgegeven
Twee jaar na de aardbeving werd minder dan 1 procent van de 323 miljoen
euro Amerikaanse fondsen voor de wederopbouw van de infrastructuur in
Haïti gespendeerd door USAID en het Amerikaanse ministerie van
Buitenlandse Zaken en slechts 12 procent werd voor dat doeleinde al
vastgelegd in de begroting, volgens een rapport van november 2011 door
het Amerikaanse Government Accountability Office (een parlementair controleorgaan
zoals het Belgische Rekenhof).
De prestaties
van zowel de IHRC en de HRF waren zeer pover. De (Amerikaanse krant)
Miami Herald vermeldde dat in juli 2011 van de 2,51 miljard aan projecten
die door de IHRC werden goedgekeurd, er nog maar vijf zijn uitgevoerd
voor een bedrag van 65,93 miljoen euro.
De IHRC
werd vanaf het begin zwaar bekritiseerd door de Haïtianen. Haar
mandaat werd dan ook niet vernieuwd in oktober 2011 en alle activiteiten
zijn ondertussen stopgezet. De HRF was opgezet om in tandem te werken
met de IHRC. Nu die partner er niet meer is, is het onduidelijk hoe
het verder moet.
Wat
te doen?
De hulp aan Haïti was tot nu niet gebaseerd op een respectvol partnerschap
tussen de Haïtianen en de internationale gemeenschap. De acties
van de donorlanden, de NGO's en de internationale instellingen waren
niet transparant zodat de Haïtianen en anderen niet precies kunnen
nagaan hoe het geld werd gespendeerd.
Zonder
transparantie en een respectvol partnerschap kan de Haïtiaanse
bevolking niet aansprakelijk worden gesteld voor wat in hun land gebeurt.
Dit moet veranderen.
Respect,
transparantie en aansprakelijkheid zijn de bouwstenen van de mensenrechten.
Haïtianen hebben het recht te weten waar dat geld naar toe is gegaan,
wat de plannen zijn met het geld dat nog over is en ze moeten partners
worden in de besluitvorming over wat nog komen moet.
Zij zijn
immers de mensen die de problemen zullen moeten oplossen eenmaal al
het geld voor de noodhulp op is.
Bill Quigley
en Amber Ramanauskas
Bill Quigley is onderdirecteur bij het Center for Constitutional Rights
(Centrum voor Grondwettelijke Rechten) en hoogleraar wetgeving aan de
Loyola University in New Orleans. Hij is een overlevende van de orkaan
Katrina (2005) en al jaren actief voor de mensenrechten in Haïti.
Hij werkt ook als vrijwilliger voor het Institute for Justice and Democracy
in Haiti (IDJH) en het Bureau des Avocats Internationaux (BAI) in Port-au-Prince.
Amber Ramanauskas
is advocaat en mensenrechtenonderzoeker.
(Vertaling
uit het Engels: Lode Vanoost)
__________________________________________________________
Regionale economie lost crises op
Duurzaamnieuws 11 januari 2012
Hoe groter de markt, hoe groter de crisis als er iets mis gaat. Dat
lijkt de les van een paar decennia ongebreidelde groei, die heeft geleid
tot een samenstel van problemen die ieder op zich bedreigend zijn voor
de hele planeet. Daarom is het vinden van de optimale schaal voor onze
economie een belangrijke sleutel voor de oplossing van de diverse mondiale
crises.
In de afgelopen
decennia heeft in politiek en bedrijfsleven de nadruk op mondiale vrije
markten, winstmaximalisatie, schaalvergroting en schaalvoordelen gelegen.
Als gevolg van dit beleid nam het aantal lokale bedrijven af, net zoals
de diversiteit (overal zien we dezelfde producten). Tegelijk zagen we
een stijging van de inkomensongelijkheid en de mondiale onbestuurbaarheid.
Financiële,
ecologische en sociale problemen zijn zo opgeschaald van lokaal naar
mondiaal niveau. De efficiëntie uitgedrukt in geld is gestegen,
maar de tijd-, materie- en energie-efficiëntie (die veel belangrijker
zijn) zijn steeds verder gedaald. Het is tegenwoordig veel goedkoper
paperclips, kerstballen en kleding te fabriceren in China en deze vervolgens
naar Nederland te transporteren, dan deze zelf hier te maken.
Of nog
gekker, we voeren veel producten die we zelf maken uit naar andere landen,
terwijl we die zelfde producten voor eigen consumptie weer moeten invoeren
.
Nagenoeg al onze productieketens zijn verspillend qua tijd, materie
en energie. En dus oneconomisch.
De oplossing
is eigenlijk even logisch als eenvoudig: keer de processen die tot de
crisis hebben geleid om en de problemen verdwijnen vanzelf.
Eigen
bloemkool eerst
Het kleiner maken van markten versterkt de lokale economie. Waarom een
bloemkool de halve wereld over sturen als hij in de supermarkt om de
hoek kan worden verkocht? Als je alleen maar kijkt naar het financiële
effect zie je al grote voordelen: van een product, dat plaatselijk is
geproduceerd en wordt verkocht in een winkel van een lokale eigenaar,
blijft zeker de helft van de winst in de eigen regio. Als je een zelfde
product koopt in een internationale winkelketen, die het centraal inkoopt,
blijft hooguit 15% van de winst hier. De rest gaat naar producenten
elders en naar anonieme aandeelhouders, die dat geld weer anoniem beleggen.
Zo verdwijnt steeds meer geld van consumenten en kleine ondernemers
naar de geldhandel van multinationals en banken. Precies die handel
die de crisis deed ontstaan.
Als bijkomende
voordelen wordt er veel minder verspild aan transportmiddelen, energie,
menskracht, ruimte en tijd en worden de ecosystemen veel minder belast.
Op lokale schaal is het ook veel minder moeilijk om zicht te houden
op ketens en zo kringlopen te sluiten, waardoor een echte Cradle-to-cradle
samenleving kan ontstaan.
Niet
nieuw
Wie denkt dat het concept van een kleinschalige economie een nieuw idee
is, vergist zich. Adam Smith beschreef al in de 18e eeuw de markteconomie
zoals we die nu nog steeds hanteren. Maar hij gaf daar ook gelijk de
grenzen bij aan: een markt kan alleen floreren als hij overzichtelijk,
evenwichtig, rechtvaardig en gecontroleerd blijft.
In geen
van zijn boeken is Smith te betrappen op een absoluut geloof in de vrije
markt, en zeker niet in een vrije markt op wereldschaal (dit is een
neoliberale gedachte). Hij had oog voor de nadelen van het kapitalisme;
hij verachtte bedrijfsmonopolies en het vergroten van individuele rijkdom
ten koste van andere mensen.
Tevens
zag Smith een belangrijke taak voor de overheid om overtreders aan te
pakken en geloofde hij in solidariteit binnen de samenleving. Eigenlijk
is precies gebeurd wat Smith niet wilde: de kosten van het falen van
de vrije markt voor de burgers en de bailouts voor de rijken. De burgers
zijn leeggeplukt om de falende banken te herkapitaliseren.
We zijn
de grenzen van de markt uit het oog verloren. Als we deze weer herstellen,
keren we eigenlijk alleen maar terug naar de kern van de moderne economie.
Nu aanpakken
In veel gevallen is een regionale economie voordeliger. Zo leidt besluitvorming
op regionaal niveau tot meer transparantie en directe aansprakelijkheid;
inwoners van een regio houden eerder rekening met de natuur en de gemeenschap,
omdat zij zich betrokken voelen en zelf moeten leven met de gevolgen.
Het is gemakkelijker om op regionaal niveau productieprocessen te volgen
en aan te passen. Regionale productie leidt tot minder transport. Daarnaast
zijn werknemers in regionale economieën onafhankelijk van besluiten
van multinationals en internationale financiële instellingen om
bijvoorbeeld de activiteiten te verplaatsen naar ontwikkelingslanden.
Ook biedt
een regionale economie de mogelijkheid om een complementaire munteenheid
in te voeren die ongevoelig is voor fluctuaties op de wereldmarkt. Regionale
energie en voedselproductie maakt een regio onafhankelijk van prijsstijgingen
van de mondiale markten.
Zelfs de
diversiteit binnen de wereldgemeenschap neemt toe als overal bloeiende
regionale economieën ontstaan; elke regio heeft de vrijheid om
de economie en de productieketens op zijn eigen manier te organiseren
waardoor er een grote variatie van leefstijlen ontstaat. De kansen zijn
er, nu gaan we het doen!
|
Het komend jaar zullen wij door middel van een serie artikelen laten
zien wat een regionale economie precies is en hoe je hieraan zelf kunt
meebouwen. Onderwerpen als voedsel, energie, recycling, zorg, democratie,
onderwijs, commons en financiering zullen aan bod komen.
Peter van
Vliet en Martijn Jeroen van der Linden
__________________________________________________________
Grondwaterpeil daalt wereldwijd
04 januari 2012 door IPS
Het
grondwaterpeil daalt wereldwijd, onder meer in belangrijke landbouwgebieden
in Australië, China en de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek
van de Universiteit van Californië op basis van satellietmetingen
van de NASA.
Het succes
van de mensheid hing altijd nauw samen met de toegang tot zoetwater,
met name voor de landbouw. Maar uit de studie van het Center for Hydrologic
Modeling in Irvine blijkt dat het niet goed gesteld is met onze waterreserves.
Vooral in Californië, India, het Midden-Oosten en China daalt het
grondwaterpeil.
Het Gravity
Recovery and Climate Experiment (GRACE), een gemeenschappelijk project
van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA en het Duitse Aerospace
Center, maakt gebruik van twee satellieten die het grondwaterpeil meten.
Tom en Jerry, zoals de satellieten genoemd worden, maken al sinds 2002
een maandelijkse foto. De gegevens zijn vooral belangrijk in gebieden
waar de overheid zelf geen uitvoerige metingen uitvoert.
De resultaten zijn voor sommige regio's behoorlijk zorgwekkend. In sommige
regio's, zoals Patagonië, speelt het klimaat een rol bij de daling
van het grondwaterpeil, maar meestal is de landbouw de hoofdschuldige.
Het blijkt dat China het grondwatergebruik onderschat.
Midden-Oosten
Ook erg droge gebieden met een snel groeiende bevolking laten een snel
dalend grondwaterpijl zien. Schoolvoorbeeld is het Midden-Oosten. De
klimaatverandering maakt het probleem nog erger, omdat droogtes toenemen
en de neerslagpatronen extremer worden. Daardoor worden natte gebieden
natter en droge gebieden droger.
Groot vraagteken
is hoeveel water er ligt opgeslagen in de grondlagen. De satellieten
van Grace kunnen enkel verschillen in waterniveau meten, maar hebben
geen idee hoeveel water er in totaliteit is opgeslagen.
__________________________________________________________
Duurzaamheid wordt ieders eigenbelang
Duurzaamnieuws 2012-02-01
"Geen
respecterend bedrijf kan er meer omheen verantwoordelijkheid te nemen
voortaan duurzaam te ondernemen", dat zegt dr. Anniek Mauser, Directeur
Duurzaamheid Benelux van Unilever en één van de genomineerden
voor de 'Lof-award CSR-vrouw van het jaar. "Onder CEO Paul Polman
gaat Unilever zelfs veel vèrder en neemt de verantwoordelijkheid
voor duurzaam ondernemen binnen de gehele keten. Ook het ontkoppelen
van groei en milieu-impact getuigt van visie en moed." Unilever
heeft in het kader van dit 'nieuwe zaken doen' besloten geen kwartaalcijfers
meer te publiceren. Die getuigen te veel van kortetermijndenken en geven
de verkeerde prikkels.
Twintigers
en dertigers
Ondanks deze ontkoppeling van groei en milieu streeft het bedrijf de
komende jaren de omzet te verdubbelen en in 2020 zijn milieuvoetafdruk
op productniveau te halveren. "Dat jaartal is een moment, geen
eindpunt, want Unilever ziet verduurzaming van de gehele keten als haar
missie, benadrukt haar duurzaamheidsmanager." Duurzaamheid wordt
zo eigenbelang: voor het bedrijf, de producenten en de consumenten.
Zoiets
doe je niet van de ene op de andere dag en is sterk afhankelijk van
de lokale omstandigheden. "Het is een proces en vraagt een ingrijpende
omslag in denken, bij ons intern, maar ook binnen de andere schakels
van de keten. Het is het nieuwe zaken doen: grootschalig denken op een
wereldmarkt, waar je toeleveranciers in toenemende mate ook kleine boeren
zijn en waar uit economische noodzaak duurzaamheid de norm wordt",
vat Mauser de omslag samen. "De zorg om het milieu is gelukkig
niet meer alleen iets voor westerse milieubewegingen, die vaak tegen
multinationals protesteerden. Het leeft nu zeker bij de generatie van
twintigers en dertigers. Jonge boeren en ondernemers komen bij ons met
ideeën, vragen of oplossingen voor deze verduurzaming van de keten.
Zij beseffen dat het soms juist de grote bedrijven zijn, die iets op
dit gebied voor elkaar krijgen, dat lokaal niet lukt."
Voortouw
Meten is weten, zo leert het Unilever Sustainable Living Plan*. Maar
met cijfers of schone beloften red je de planeet niet. "Het is
wel waarop je als multinational die zijn nek uitsteekt, wordt afgerekend
door de buitenwereld", weet Mauser uit ervaring. "Het gaat
bij Unilever niet alleen om bedrijfseconomische redenen om duurzaamheid
in merken te integreren, maar over wie wat, waar en hoe bijdraagt aan
duurzaamheid."
Bij het
in kaart brengen van de levenscyclus van ruim 1600 producten wereldwijd
was het een schok, toen bleek dat niet de industrie of leveranciers
de grote vervuilers zijn, maar dat de consument verreweg de grootste
milieuvoetafdruk achterlaat met 68 procent aan broeikasgassen en 50
procent aan water. "Het zou iets te gemakkelijk zijn hiervoor de
verantwoordelijkheid alleen bij de consument te leggen, omdat die voetafdruk
mede wordt veroorzaakt door producten zoals zeep, wasmiddelen, soep
etc. waarin wij als Unilever een sterke marktpositie hebben. Daarom
hebben wij wereldwijd het voortouw genomen verantwoordelijkheid te nemen
voor het verduurzamen van de hele keten. En dat kunnen wij weer niet
zonder de consument."
Ngo's
en concurrenten
Maar hoe houd je zicht op de hele keten? Wie let waarop en is verantwoordelijk
voor wat? Het nakomen van de beloften van duurzaam ondernemen binnen
de keten kan Unilever alleen door samen te werken met overheden, ngo's,
leveranciers, retail, concurrenten en consumenten.
Bij gebrek aan een eigen keurmerk werkt Unilever samen met ngo's die
producten certificeren op sociale voorzieningen, watergebruik, energieverbruik,
bioversiteit, dierenwelzijn etc. "Non-govermentele of -commerciële
partijen zoals Rainforest Alliance, Fair Trade of de Dierenbescherming
zijn voor ons onontbeerlijk vanwege hun contacten, voorwaarden en expertise.
Hun gezag gaat over de grenzen van het bedrijfsbelang heen, onze concurrenten
maken namelijk ook gebruik van deze certificeringen."
Consumentengedrag
Alle verduurzaming van de keten ten spijt, het gaat om de consument
en hoe hij de producten gebruikt. In haar Sustainable Living Plan benadrukt
Unilever de consument te willen helpen gezond en duurzaam te leven op
een schone planeet. Het mag aanmatigend klinken en enige achterdocht
wekken deze goede bedoelingen van een multinational, het is zeker een
uitdaging. Het wordt een enorme klus zelfs met de marketingkracht van
een Unilever om de consument te overtuigen van het waarom, de noodzaak,
het gemak en dat het een kwestie van gewenning is.
Aan de
hand van twee voorbeelden zout en wasmiddelen, schetst Mauser hoe Unilever
te werk gaat en dat zelfs hier de concurrentie een belangrijke rol speelt
in de timing. Iedereen weet dat te veel zout, suiker en vet niet goed
voor ons is. Ook weten we dat deze stoffen in allerlei producten goedkope
en dus veel gebruikte smaakversterkers zijn en dat we er als consument
aan gewend zijn.
"Wil
je nu bijvoorbeeld het zoutgehalte terugbrengen naar de door de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) geadviseerde vijf gram per dag, dan moet dat stapje voor stapje
gebeuren. Het is een kwestie van timing, want zetten wij het met alle
goede bedoelingen van dien op de plank en de concurrentie niet, dan
kiest de consument toch voor die ouwe vertrouwde smaak en gaat dat ten
koste van ons marktaandeel. In sectoraal overleg - in dit geval de Zout
Taskforce - proberen we in Nederland, maar ook binnen Europa tot afstemming
te komen binnen een bepaalde sector."
Klein
en krachtig
Unilever streeft ernaar per 2020 de hoeveelheid water, broeikasgasemissie
en afval in relatie tot haar producten te halveren. Zo ontwikkelt het
bijvoorbeeld makkelijke uitspoelbare wasmiddelen die bij het wassen
van kleren, met name op de hand minder spoelbeurten vergen en watergebruik
beperken. Een must in landen met waterschaarste. Daarnaast maakt het
bedrijf met leveranciers plannen om duurzame landbouwpraktijken te implementeren
waardoor ook het watergebruik bij de teelt van gewassen wordt beperkt.
"Wist
je", vraagt Mauser "dat één op drie huishoudens
wereldwijd een Unilever-wasmiddel gebruikt? Dat zijn zo'n 125 miljard
wassen per jaar. Als we nu allemaal een geconcentreerde variant zouden
gebruiken - dat betekent zuiniger in gebruik, kleinere flessen, minder
plastic, lichter in gewicht en dus minder transportbewegingen - dan
scheelt dat zo'n vier miljoen ton CO2-uitstoot per jaar. Dat staat gelijk
aan jaarlijks één miljoen auto's van de weg halen."
Ook hier
geldt timing binnen de hele sector. Dat voorkomt verwarring bij de consument
die toch eerder naar een grote fles niet-geconcentreerd wasmiddel grijpt
dan naar een kleine fles met geconcentreerd wasmiddel voor het zelfde
aantal wassen en dezelfde prijs. "Het is dan ons milieu dat uiteindelijk
de prijs betaalt. Dus wil Unilever mensen inspireren tot kleine veranderingen
in hun dagelijkse doen en laten om zo samen het grote verschil te gaan
maken."
__________________________________________________________
Zonne-energie maakt opgang op platteland Bangladesh
DHAKA 29 december 2011 IPS
Plattelandsbewoners
in Bangladesh die tot voort kort geen elektriciteit hadden, kiezen massaal
voor goedkope zonne-energie.
Nizamuddin
Sheikh (52), die een klein eetcafé heeft op de markt van Foilerhat
in het district Bagerhat, vindt de 1900 taka (ruim 18 euro) die hij
betaald heeft voor een installatie van 20 watt, inclusief zonnepanelen,
batterij, regulator en een set lampen, de beste investering die hij
ooit gedaan heeft.
"Voordat
ik de set gekocht had, kon mijn restaurant alleen overdag open zijn.
Nu ben ik ook 's avonds open en mijn inkomen is verdubbeld", zegt
Nizamuddin. De installatie werd geleverd door Grameen Shakti, een zusterorganisatie
van de Grameen Bank.
Nizamuddin moet 36 maanden lang 3,90 euro per maand betalen om de rest
van het systeem af te betalen, maar dat kan volgens hem gemakkelijk.
Voor
arm en rijk
"Als we uitleggen wat de voordelen van dit systeem zijn, zijn mensen
erg geïnteresseerd", zegt Habibur Rahman, regiomanager van
Grameen Shakti in Bagerat. "En ze kunnen onder voordelige voorwaarden
op afbetaling kopen."
Mensen
kunnen kiezen uit verschillende pakketten. De armsten betalen 10 procent
van de totale kosten en de rest kunnen ze aflossen in 36 gelijke termijnen.
Armere gezinnen kiezen meestal voor de set van 10 watt die 96 euro kost
en geleverd wordt met een lamp van 5 watt die drie uur kan branden.
Mensen
die wat meer te besteden hebben, kiezen krachtiger systemen. Zij betalen
35 procent van de aankoopprijs en lossen de rest in twaalf maanden af.
Het duurste model van 135 watt kost 717 euro en levert vier uur onafgebroken
stroom.
"De
installaties zijn in trek vanwege de vele voordelen, maar ook omdat
ze goedkoper zijn dan conventionele brandstoffen zoals kerosine en diesel.
En er zijn nauwelijks onderhoudskosten", zegt Abser Kamal van Grameen
Shakti.
"In de dorpen kunnen kinderen nu langer studeren en winkeliers
en huisvrouwen kunnen langer werken. Ze kunnen met het systeem ook hun
mobiele telefoons opladen, die al een grote verandering in hun leven
teweeg hebben gebracht."
Geen
belasting
Slechts 41 procent van de 142 miljoen Bengalezen is aangesloten op het
nationale elektriciteitsnetwerk.
Grameen
Shakti, een pionier op het gebied van groene energie, zette in 1996
al de eerste stappen op het gebied van zonne-energie en is nu de grootste
distributeur van het 'solar home system' (SHS). Van de 1,1 miljoen systemen
in het land, zijn er 700.000 door Grameen geleverd.
"We
willen zonne-energie in elke hoek van het land en stimuleren dat ook
door bedrijven voordelen de bieden", zegt Muhammad Enamul Huq,
de Bengalese minister van Energie.
Bedrijven die zonne-installaties leveren, hoeven vijftien jaar lang
geen belasting te betalen en zijn vrijgesteld van importheffingen op
materialen. Buitenlanders die werken aan zonne-energieprojecten hoeven
de eerste drie jaar in het land geen inkomstenbelasting te betalen.
Vorig jaar
heeft de regering het verplicht gesteld om op het dak van alle nieuwe
huizen en bedrijfspanden zonnepanelen te installeren.
"Over tien jaar vieren we dat ons land vijftig jaar onafhankelijk
is en dan hopen we dat alle dorpen duurzame energie gebruiken",
zegt M.A. Gofran, een Bengalese expert op het gebied van hernieuwbare
energie.
__________________________________________________________
Inheemse armoede wakkert macht maoïsten aan
28 december 2011 door IPS
Extreme
armoede en een gebrek aan aandacht daarvoor vanuit de overheid, drijft
de adivasis in de armen van de maoïsten.
ALGARH
- Lalgargh, een kleine stad op nog geen 150 kilometer afstand van de
metropool Kolkata (voorheen Calcutta), haalde in 2008 de voorpagina's
van de kranten toen inheemse Indiërs de stad onder leiding van
maoïsten tijdelijk bezetten.
In juni 2009 hadden de veiligheidstroepen Lalgarh weer ingenomen, maar
in de beboste omgeving zwaait de Communistische Partij van India (de
maoïsten) nog steeds de scepter. De partij is sinds juni 2009 als
terroristische groep verboden.
De maoïsten
stellen dat ze opkomen voor de rechten van de adivasis (de inheemse
bevolking) in het grondstoffenrijke Centraal en Oost-India. Mijnbouwbedrijven
zijn zeer geïnteresseerd in die regio. De meeste van de ongeveer
honderdduizend inheemse Indiërs wonen in deze regio, in de deelstaten
Orissa, Jharkhand, Bihar, Andhra Pradesh, Chhattisgarh, Madhya Pradesh
en West-Bengalen.
Hebzucht
bedrijven
Volgens mensenrechtenactivisten heeft het maoïstische probleem
wortels in het niet-inclusieve ontwikkelingsmodel dat de adivasis en
andere kwetsbare groepen in de kou laat staan.
"Als
gevolg van hebzucht van het bedrijfsleven zijn inheemsen in India ontheemd
geraakt. Deze mensen zijn afhankelijk van gemeenschappelijke bezittingen
en middelen, en deze manier van overleven wordt nu bedreigd. Dat roept
weerstand op", zegt mensenrechtenactivist Binayak Sen. "Die
weerstand uit zich in een regenboog van kleuren, maar er wordt een specifiek
politiek etiket op geplakt", zegt hij, verwijzend naar de maoïsten.
Volgens
Sen, een arts die een aantal jaren gevangen zat omdat hij koeriersdiensten
voor de maoïsten zou hebben verricht, heerst in grote delen van
India continu honger. "De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat
iemand met een body mass index (BMI) lager dan 18,5, chronisch ondervoed
is", zegt hij. "Dat is van toepassing op 36 tot 37 procent
van de bevolking. Onder gemarginaliseerde groepen is dit naar schatting
zelfs 60 procent."
Sen, die
ook vice-voorzitter is van de Volksunie voor Burgerrechten, een bekende
Indiase mensenrechtengroep, bekritiseert de gewelddadige aanpak van
de overheid ten aanzien van de maoïsten. "Als mensenrechtenactivisten
veroordelen we elke vorm van geweld, of dat nu is door de staat of door
degenen die de staat uitdagen."
Moorden
Op 24 november, nadat gesprekken tussen de maoïsten en de overheid
waren vastgelopen, werd rebellenleider Koteswar Rao (ook bekend als
Kishenji) doodgeschoten.
De rebellen
beantwoordden de moord op hun leider met meer geweld en dwongen bedrijven
en instellingen te sluiten. Begin december werden minstens acht politiemensen
en twee burgers vermoord bij een aanslag in de deelstaat Jharkhand.
In andere staten moesten scholen en spoorwegen het ontgelden.
Een woordvoerder
van de maoïsten, die zichzelf Akash noemt, zegt dat het opschorten
van het staakt-het-vuren in West-Bengalen een gevolg is van de doorgaande
operaties van de veiligheidsdiensten in de regio.
"Er
heerst een extreem gebrek aan vertrouwen aan beide kanten", zegt
Sujato Bhadra, een van de door de regering van West-Bengalen benoemde
gesprekspartners voor de maoïsten. "De regering heeft het
staakt-het-vuren niet op waarde geschat; het had kunnen leiden tot een
de-escalatie van het geweld. Alleen met geduld kunnen we iets bereiken.
Misschien is het mogelijk om de weg te gaan die in Nepal bewandeld is.
Daar doen de maoïsten nu mee in de politiek", zegt hij.
Snelle
verstedelijking
De maoïstische opstand in India wordt gevoed door snelle verstedelijking
en grote winsten in het bedrijfsleven. De politieke koers die dat mogelijk
maakt wordt door activisten een gebrekkig ontwikkelingmodel genoemd.
De rechten van de inheemse en gemarginaliseerde bevolking worden in
dit model geschonden.
Een voorbeeld
is de toestemming die het Britse mijnbouwbedrijf Vedanta Resources kreeg
om bauxiet te winnen in het inheemse gebied Niyamgiri in de deelstaat
Orissa. Activisten wisten in dit geval echter, met steun van de voormalige
Indiase minister van Milieu Jairam Ramesh, het project tegen te houden.
Het grondgebied van de inheemse groepen Dongaria Kondh en Kutia Kondh
bleef daardoor intact.
__________________________________________________________
Strijd tegen landroof in Oeganda gebaat bij internationale druk
FIAN Geschreven door: Camiel Donicie op 29 december 2011
Al tien jaar strijdt hij voor teruggave van het land waarvan zijn
gemeenschap in 2001 met geweld werd verdreven. Mensenrechtenactivist
Peter Kayiira reisde de afgelopen weken door Europa om aandacht te vragen
voor een typisch geval van landroof in Oeganda. Internationale aandacht
lijkt te helpen om de zaak hoog op de agenda van de Oegandese justitie
te houden.
In augustus 2001 verjoeg het Oegandese leger 392 boerengezinnen van
hun land in het Mubende-district in het binnenland van Oeganda. De Duitse
multinational Neumann Kaffee Gruppe nam de grond daarop via een dochteronderneming
in gebruik om er koffie te verbouwen. Jaren later zijn de boeren nog
steeds niet gecompenseerd en leven velen van hen in armoedige omstandigheden
aan de rand van de plantages. Een typisch geval van land grabbing of
landroof, een fenomeen dat sinds kort volop in de schijnwerpers staat.
Tijdens een door mensenrechtenorganisatie FIAN georganiseerde lezing
in Amsterdam wappert voormalig schoolhoofd Peter Kayiira geregeld met
de Oegandese grondwet en verschillende internationale mensenrechtenverdragen
die het land heeft ondertekend. "Op papier is de bescherming van
landrechten in Oeganda prima, het probleem zit hem vooral in de uitvoering,"
zegt hij. Kayiira's gemeenschap kaartte de zaak al in 2002 aan bij het
hooggerechtshof in Kampala, maar de zittingen werden keer op keer uitgesteld
en als ze wel doorgingen kwamen de aangeklaagde partijen niet opdagen.
"Negen jaar na dato staan we daarom nog steeds met lege handen."
Toegang tot recht
Die trage procesgang is lang niet het enige probleem in het Oost-Afrikaanse
land, stelt Ezra Schraven, die als promovendus van de Universiteit Wageningen
onderzoek deed naar landroof in Oeganda. In veel vergelijkbare gevallen
van land grabbing komt het volgens haar niet eens tot een rechtszaak.
Vaak vanwege onwetendheid bij de slachtoffers over hun rechten, maar
ook de hoge proceskosten vormen een struikelblok. Alleen al om een rechtszaak
te beginnen moet de dagende partij in Oeganda een borgsom van tien-
tot twintigduizend euro overleggen. In het geval van Mubende kon dat
bedrag alleen worden opgebracht met financiële steun van internationale
NGO's. Als de rechtbank in het voordeel van de slachtoffers van een
land grab besluit is dat overigens niet gelijk reden tot juichen, vertelt
Schraven. "In het noordoosten van Oeganda won de inheemse Benet-gemeenschap
een rechtszaak tegen de beslaglegging op haar land, maar de autoriteiten
weigerden vervolgens het vonnis uit te voeren."
Internationaal overleg
Tegen de achtergrond van een steeds grotere run op land en grondstoffen
wordt op internationaal niveau inmiddels gewerkt aan vrijwillige richtlijnen
om de landrechten van kleine boeren beter te beschermen. De onderhandelingen
daarover binnen de FAO (Food and Agricultural Organization van de Verenigde
Naties, red.) zijn hoopgevend, zegt Daniel Gomez, voorzitter van FIAN
Nederland. "Het grote winstpunt voor ons is dat voedselzekerheid
en het mensenrecht op voedsel centraal komen te staan in de Guidelines
on Responsible Governance of Tenure of Land Fisheries and Forests."
Ook de erkenning van gewoonterechten en informele pachtovereenkomsten
is volgens Gomez een belangrijke stap in de bescherming tegen land grabbers.
Hoewel de door de FAO uitgevaardigde richtlijnen niet juridisch afdwingbaar
zijn, gaat er wel een stevige morele druk van uit om staten aan hun
verantwoordelijkheden te houden.
Hoop op terugkeer
Voor Kayiira komen de richtlijnen van de FAO waarschijnlijk te laat.
Toch is hij optimistisch over de kansen van zijn gemeenschap om terug
te keren. "De internationale aandacht, onder andere in de vorm
van een brievencampagne, begint merkbaar zijn vruchten af te werpen.
In januari is er weer een zitting in onze zaak en het lijkt erop dat
de nieuwe rechter ons ditmaal wel serieus neemt. Mijn regering is bovendien
bang voor internationale imagoschade."
Camiel Donicie is communicatiemedewerker bij mensenrechtenorganisatie
FIAN Nederland.
__________________________________________________________
Medisch afval verspreidt ziekten in Keniaanse sloppenwijken
woensdag 28 december 2011 door IPS , David Njagi
NAIROBI
- Collins Otieno (25) weet nooit wat de nieuwe dag hem zal brengen:
het kan wat geld zijn, maar ook een infectie. Hij leeft van wat hij
vindt tussen het afval in Soweto, een sloppenwijk in de Keniaanse hoofdstad
Nairobi.
In de vier
jaar dat hij afval inzamelt in Soweto, een wijk die bekend staat om
de vele ziekenhuizen die zonder vergunning werken, heeft hij gezien
hoe collega's wonden opliepen of overleden aan mysterieuze infecties.
Op een
goede dag verdient Otieno ongeveer 2,30 euro, genoeg om een pak maïsmeel
en wat groente te kopen voor twee dagen. Hij voelt zich nog gezond en
weet niet of hij iets opgelopen heeft van het medisch afval dat hij
tussen het reguliere afval vindt.
"Ik
heb ooit een dode foetus gevonden in de vuilnis", zegt Otieno.
"Ik schrok daar enorm van. Een buurman heeft me geholpen om aangifte
te doen bij de politie. Ik vind ook wel eens injectiespuiten en andere
scherpe voorwerpen", zegt hij.
Slechtbetaalde
artsen
Volgens Linus Ndegwa, programmamanager infectiebeheersing bij het Keniaanse
Centrum voor Ziektenbeheersing (CDC), levert elke persoon die in een
ziekenhuis belandt minimaal een halve kilo aan medisch afval op. Twintig
procent van dat afval kan infecties veroorzaken.
In het
Keniaanse Nationale Ziekenhuis (KNH), waar maandelijks 7500 patiënten
worden toegelaten, wordt elke maand minimaal 3740 kilo afval geproduceerd.
Daar is het afval van klinieken die geen vergunning hebben, nog niet
in meegerekend, zegt Ndegwa.
Alleen
al in Nairobi worden elke maand vijftien illegale klinieken ontdekt,
volgens de Keniaanse Medische Raad voor Beoefenaars. Controleurs zijn
echter vaak corrupt en artsen klagen dat ze slecht betaald worden vergeleken
met artsen in bijvoorbeeld Zuid-Afrika. Daarom zoeken ze aanvullende
inkomstenbronnen.
"Van
klinieken die geen vergunning hebben, is niet duidelijk wat ze met hun
afval doen", zegt Ndegwa. "Dat betekent dat het vaak terechtkomt
op stortplaatsen in woongebieden."
Hiv
en hepatitis
Volgens de richtlijnen van de overheid uit 2008 moet medisch afval verbrand
worden. Doordat verschillende overheidsinstellingen zich bezighouden
met afval en milieu, is niet duidelijk wie de richtlijnen moet implementeren.
Hoewel
de overheid het afval wil verwerken door verbranding, zijn er ook mensen
die die verwerkingsmethode te schadelijk voor het milieu vinden. Zij
pleiten voor andere afvalverwerkingsmethoden, omdat bij verbranding
onder meer gevaarlijke dioxinen en broeikasgassen kunnen vrijkomen.
Een alternatief
is bijvoorbeeld het steriliseren van materiaal in autoclaven en het
daarna te versnipperen tot onschadelijk materiaal.
Op die
manier kunnen honderden Kenianen die met afval omgaan, beschermd worden
tegen besmetting met bijvoorbeeld hiv en hepatitis B en C, zegt Daniel
Yumbya van de Keniaanse Raad voor Medische Beoefenaren.
Kinderen
Niet alleen Otieno loopt gevaar. Zo'n zestigduizend straatkinderen zoeken
in het afval van Nairobi naar bruikbare dingen. De kinderen lopen volgens
P.W. Wanjohi, een hoge ambtenaar op het Keniaanse ministerie van Gezondheid
ook het risico op tetanus. De overheid bestudeert de risico's voor de
kinderen echter nog, zegt hij. "Ze zijn kwetsbaar vanwege hun leeftijd.
Hun immuunsysteem is zich nog aan het ontwikkelen."
__________________________________________________________
Peruaanse gletsjers smelten nog sneller dan verwacht
27 december 2011 door IPS , Stephen Leahy
UXBRIDGE
- In Peru komt er steeds minder smeltwater van de gletsjers van de Cordillera
Blanca, de hoogste tropische bergketen ter wereld. Volgens een nieuw
onderzoek gebeurt dit twintig jaar vroeger dan verwacht. Het water voorziet
een belangrijk deel van het noorden van het land van water.
De hoeveelheid
water van de smeltende gletsjers van de Cordillera Blanca, een bergketen
in de Peruaanse Andes, is al over zijn hoogtepunt heen, zegt glacioloog
Michel Baraer van de Canadese McGill-universiteit. Dat hoogtepunt was
pas over twintig tot dertig jaar verwacht. Baraer is hoofdauteur van
de studie die zopas in het Britse Journal of Glaciology verscheen.
Geen
weg terug
"Onze studie laat zien dat de gletsjers die het stroomgebied van
de Santarivier voeden al te klein zijn om de vroegere waterstromen aan
te houden", zegt Baraer. "In het droge seizoen is er tot 30
procent minder water. De daling is permanent. Er is geen weg terug."
De Andesgletsjers gaan snel achteruit. De laatste dertig jaar verloren
ze 30 tot 50 procent van hun ijs, volgens het Franse Institut de Recherche
pour le Développement (IRD). Een groot deel van die achteruitgang
dateert van na 1975 en wordt toegeschreven aan de stijgende temperaturen
door de klimaatwijziging.
In Bolivia
verdween de Chacaltayagletsjer in 2009. Zelfs de koudste Andesgletsjers
moeten terrein prijsgeven. Het Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek
in Chili meldde deze maand dat de Jorge Montt-gletsjer in nauwelijks
een jaar tijd 1 kilometer korter is geworden.
Het afsmelten van de gletsjers op verschillende plaatsen in de wereld
is een van de sterkste bewijzen dat de klimaatwijziging volop bezig
is, zegt de gerenommeerde glacioloog Lonnie Thompson van de Ohio State
University.
Grootste
aantal gletsjers
In veel valleien van de tropische en subtropische Andes is het smeltwater
van de gletsjers in de lente en zomer van vitaal belang voor de landbouw,
de veeteelt en de menselijke consumptie. Verscheidene grote steden hangen
van dit water af.
Van alle tropische bergketens in de wereld telt de Cordillera Blanca
het grootste aantal gletsjers. In 1930 waren die gletsjers nog goed
voor 850 vierkante kilometer, eind vorige eeuw doken ze al onder 600
vierkante kilometer, zeggen Baraer en acht andere onderzoekers van de
Ohio State University, de University of California, het IRD en afdeling
Glaciologie van de Nationale Waterautoriteit van Peru.
Woestijn
Het meest smeltwater van de bergketen gaat naar het stroomgebied van
de Santarivier. De onderzoekers onderzochten de ontwikkeling van de
debieten van de jaren vijftig tot de jaren negentig. Van de negen zones
van het stroomgebied zijn zeven al over hun hoogtepunt heen en vertonen
ze een dalende watertoevoer in het droge seizoen.
"De Andes in het noorden (van Peru) staat dicht bij het punt een
woestijn te worden", zegt Baraer. Nu bereikt maar 20 procent van
het watervolume van de Santa de Stille Oceaan. "Tachtig procent
wordt nu al gebruikt", zegt Baraer. "Dat het zal blijven dalen,
staat vast. De vraag is alleen hoeveel en hoe snel." De atmosfeer
bevat zoveel CO2 dat "het voor de meeste Andes gletsjers al te
laat is."
__________________________________________________________
Klimaat zet Amerikaanse katoen en vleesproductie onder druk
23 december 2011 door IPS
Historische
droogte heeft verregaande gevolgen voor Texas en mogelijk voor de hele
Amerikaanse economie. Volgens de Texas Forest Service heeft het gebrek
aan neerslag al tot 500 miljoen bomen doen afsterven, goed voor 10 procent
van het totale bosoppervlak in de staat.
De landbouw en veeteelt, erg belangrijk in de Amerikaanse economie,
krijgen zware klappen. Texas produceert normaal de helft van het Amerikaanse
katoen, maar dit jaar is zelfs de productie van geïrrigeerd katoen
met 60 procent teruggevallen. De boeren hebben de productie van niet-geïrrigeerd
katoen stopgezet. Veeboeren verkopen nu al grote delen van hun kuddes
omdat het vee geen gras meer vindt en de waterpoelen opdrogen. Op termijn
kan de huidige verkoop de prijs van vlees de hoogte injagen, omdat er
dan minder vlees voorradig zal zijn.
Volgens
economen kostte de droogte de Texaanse landbouwsector in augustus al
5,2 miljard dollar (3,8 miljard euro), een cijfer dat sindsdien enkel
is blijven stijgen. Klimatologen voorspellen dat het weerfenomeen La
Niña de droogte nog tot februari zal rekken.
Tiemann's
Mistletoe, Inc., het Texaanse bedrijf dat normaal 95 procent van de
commerciële maretak verkoopt, houdt het dit jaar voor bekeken.
"Er is niet genoeg maretak in Texas om het commercieel rendabel
te maken", zegt Robert Tiemann in de krant New York Times. Hij
schat dat 60 tot 70 procent van de planten vernield zijn door de droogte,
de ergste in de geschiedenis van Texas.
Het is
niet de eerste keer dat de klimaatverandering roet in het eten gooit
bij traditionele feesten. In oktober werden honderden pompoenvelden
vernield door orkaan Irene en extreme neerslag, waardoor Halloween in
gevaar kwam.
__________________________________________________________
Rel over ijzererts in Sierra Leone
FREETOWN , 22 december 2011 (IPS)
In Sierra Leone is ruzie ontstaan over een lease-overeenkomst die het
mogelijk moet maken ijzererts te winnen in het Gola-regenwoud. Een dorpshoofd
tekende in april zonder medeweten van de lokale bevolking een contract
met een mijnbouwbedrijf.
Leden van het 'chiefdom' Tonkia bereiden een rechtszaak tegen hun leider
voor omdat ze niet willen dat hun grondgebied, Baglia Hills, de komende
vijftig jaar in handen komt van het Britse bedrijf Sable Mining.
Mijnbouwbedrijven
azen al lang op dit land vanwege de vermoede rijkdom aan ijzererts.
In Baglia Hills zou voor naar schatting 115 euro miljard aan ijzererts
te winnen zijn.
De Tonkia-gemeenschap
is woedend over de deal. "De chief is de bewaker van het land,
hij kan het niet verkopen", zegt Alfred Williams, lid van de Associatie
van Tonkia-Afstammelingen. Volgens Williams wist de bevolking niet van
de overeenkomst totdat de lokale media erover berichtten op basis van
een verklaring van Sable Mining.
Geen
vergunning
Wat de zaak nog controversiëler maakt, is dat president Ernest
Bai Koroma het 75.000 hectare tellende regenwoud in december tot beschermd
gebied en nationaal park heeft verklaard. Het Gola-regenwoud hoort bij
de top 25 van gebieden die rijk zijn aan biodiversiteit.
De regering
is een onderzoek begonnen naar wat ze noemt een "illegale landverkoop."
Kate Garnett
van de Bosbouwbeheer en Faunabeheer Eenheid van de overheid, zegt dat
Sable Mining opgelicht is door "iemand ter plaatse." De overheid
heeft een verklaring uitgegeven waar in staat dat verkoop van Baglia
Hills en mijnbouw in het regenwoud illegaal is.
Volgens
Jonathan Sharkar, verantwoordelijke voor mijnbouw bij het ministerie
van Minerale Hulpbronnen, is er nooit contact geweest met Sable Mining
Africa. "Sable Mining heeft geen vergunningaanvraag gedaan in dit
land en we zijn ook niet met het bedrijf in gesprek." Landrechten
zijn volgens hem bovendien alleen rechten op het "oppervlak",
wat in de grond zit is van de overheid.
Een woordvoerder
van Sable Mining bevestigt dat het bedrijf geen exploitatievergunning
heeft voor Baglia Hills. Het mijnbouwbedrijf wil verder geen commentaar
geven en verwijst naar eerder dit jaar uitgegeven verklaringen. In die
verklaringen stelt Sable Mining dat de eigendomsdocumenten geregistreerd
zijn bij de overheid. De regering ontkent dat echter.
__________________________________________________________
Droevig kerstverhaal: de mysterieuze verdwijning van 's werelds grootste
rendierkudde
SURVIVAL
INTERNATIONAL PERSBERICHT, 21 december 2011
De omvang van de grootste rendierkudde op aarde is dramatisch afgenomen.
De plaatselijke inheemse bevolking wijdt dit aan de toename van industriële
megaprojecten in het betreffende gebied.
De George
River kudde die ooit 8 tot 9 honderdduizend exemplaren telde, is met
92% geslonken tot slechts 74.000 dieren.
De kudde
trekt al millennia over de uitgestrekte toendra van Quebec en Labrador
in Oost Canada. Rendieren, die in Noord-Amerika kariboes worden genoemd,
zijn van cruciaal belang voor de cultuur van de inheemse Cree en Innu
in dit gebied.
In de afgelopen
decennia zijn grote delen van het trekgebied van de kudde echter aangetast
door een reeks megaprojecten. Mijnbouw (voor de winning van ijzererts),
het onder water laten lopen van enorme landoppervlakten voor de opwekking
van hydro-elektriciteit en de aanleg van wegen hebben allemaal hun tol
geëist, aldus de Innu.
Stamoudste
en stamhoofd Georges-Ernest Gregoire verklaarde vandaag tegenover Survival
International: "De kariboe is van cruciale betekenis voor onze
cultuur, onze geloofsovertuigingen en onze samenleving van jagers die
al duizenden jaren leven op Nitassinan (het schiereiland Quebec-Labrador).
"Maar
alle grootschalige industriële 'ontwikkelings'-projecten die de
afgelopen veertig jaar aan ons land zijn opgelegd hebben met elkaar
een negatief effect gehad op de omvang van de kariboe-kudde. Daarom
is het noodzakelijk dat we onze gebieden en natuurlijke rijkdommen effectief
kunnen controleren en dat we als gelijkwaardige partij worden betrokken
bij de besluiten die een impact hebben op ons land en op de dieren die
daar leven."
Een andere
Innu, Alex Andrew, verklaarde: "Onze stamoudsten zeggen dat de
dieren de eersten zullen zijn die getroffen worden. De voedselketen
zal worden doorbroken, wat uiteindelijk veel leed zal veroorzaken."
"Ontwikkeling
op deze schaal, met alle daarmee verbonden mijnbouw, wegenaanleg, houtexploitatie
en waterkrachtcentrales, stelt ons voor een bijna onoverkomelijk dilemma
als we willen dat de kariboes blijven bestaan."
Stephen
Corry, directeur van Survival International, zei vandaag: "Als
we echt geven om de natuur en ons bewust zijn van de wederkerige relatie
die we met haar hebben, wat dus verder gaat dan het passief kijken naar
natuurprogramma's op tv, dan wordt het tijd dat we gaan luisteren naar
inheemse volken. Zij weten beter dan wie ook waar ze het over hebben.
Voor de Innu zijn rendieren er niet alleen maar voor de kerstdagen."
Lees meer
op de Nederlandstalige website van Survival International
http://www.survivalinternational.nl/nieuws/7971
__________________________________________________________
"Strijd tegen klimaatverandering moet meer aandacht hebben voor
vrouwen"
20 december 2011 door IPS , Edgardo Ayala
SAN
SALVADOR: Erken het recht op water als een mensenrecht. Maak een einde
aan grote projecten die arme plattelandsbewoners in moeilijkheden brengen.
En stem maatregelen tegen de klimaatopwarming meer af op vrouwen. Dat
zijn de belangrijkste aanbevelingen van een hoorzitting van Salvadoraanse
vrouwen over de klimaatverandering.
Eigenlijk
had de bijeenkomst al in oktober moeten plaatsvinden - zodat de conclusies
op de internationale klimaattop van Durban hadden kunnen weerklinken.
Maar net toen werd El Salvador getroffen door een zware tropische storm
en hevige regens, grillen van de klimaatverandering.
Noodweer
Veel plattelandsbewoners in El Salvador worstelen nog altijd met de
gevolgen van dat onweer. "Onze oogst van bonen en maïs is
vernield en door een overstroming zijn al onze konijnen verdronken",
klaagt Irma Solórzano, een deelneemster uit de westelijke provincie
Ahuachapán.
Het noodweer
eiste 43 slachtoffers, zette 10 procent van El Salvador onder water
en beschadigde 40 procent van alle wegen. De Economische Commissie van
Latijns-Amerika schat dat het herstel van alle schade 4,2 miljard dollar
(2,2 miljard euro) zal kosten.
Er kwamen
alleen vrouwen aan het woord op de bijeenkomst, die in verschillende
luiken tussen 13 en 18 december plaatsvond. Terecht, oordeelden de deelneemsters.
"Als er tekort is aan voedsel of als er geen drinkwater meer is,
zijn wij het die oplossingen moeten vinden", zegt Vidalina Morales,
een vrouw van 43 met vijf kinderen.
Meer
oog voor vrouwen
De wereld moet snel optreden tegen de klimaatverandering. Dat was een
voor de hand liggende conclusie van de bijeenkomst. Landen als El Salvador
moeten daarbij ook meer oog hebben voor de rol die vrouwen kunnen spelen
en voor hun specifieke belangen. Maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering
op te vangen, moeten ook gericht worden op de problemen waarmee vooral
vrouwen af te rekenen krijgen. Volgens de vrouwen moet El Salvador bijvoorbeeld
alles op alles zetten om zelf genoeg voedsel te produceren, levensmiddelen
betaalbaar te houden en plaatselijke watervoorraden te beschermen.
Door de
opwarming van de aarde zal de waterschaarste in veel landen toenemen.
Als het enige land in Centraal-Amerika kampt El Salvador nu al met watertekorten.
De deelnemers aan de hoorzitting pleitten er dan ook voor het recht
op water te erkennen als mensenrecht en eindelijk ook de nodige wetten
goed te keuren die garanderen dat alle inwoners van het land altijd
toegang hebben tot water. De volksvertegenwoordigers van El Salvador
discussiëren al sinds 2006 over een waterwet, die maar niet goedgekeurd
raakt.
Verzet
tegen grote projecten
Opvallend was dat veel plattelandsvrouwen ook kritiek hadden op grote
projecten die het milieu en daarmee ook hun levensonderhoud aantasten.
De bouw van grote dammen en mijnbouwprojecten moeten worden stilgelegd
als ze de omwonenden schade berokkenen, klonk het.
De regering
mag zich ook niet verschuilen achter de gevolgen van de klimaatverandering
voor de levensomstandigheden op het platteland om er projecten door
te duwen die de armoede nog doen toenemen, waarschuwt Ivette Aguilar,
een Salvadoraanse klimaatexpert die als een van de "rechters"
van de hoorzitting optrad. Volgens cijfer van de Verenigde Naties moet
40 procent van de Salvadoranen rondkomen met minder dan twee dollar
(1,5 euro) per dag.
__________________________________________________________
Landgrabbing bedreigt armen steeds meer
Duurzaamnieuwsd
18-12-2011 | Bron: iNSnet
Het
grootste onderzoek ooit naar grote landaankopen in ontwikkelingslanden
toont meer nadelen aan dan voordelen. Dat concludeert een publicatie
van de International Land Coalition (ILC) van 14 december 2011. Uit
het onderzoek kwamen trends naar voren die niet eerder waren opgemerkt.
1 : nationale
elites spelen een veel grotere rol in landovernames dan we dachten.
2 : voedsel is bij deze transacties niet bepalend.
Van de
71 miljoen onderzochte hectares was 22% bestemd voor mijnbouw, toerisme
en bosbouw. Driekwart van de resterende 78% landbouwgrond ging naar
de winning van biobrandstoffen.
Hoewel
grote grondtransacties ook kansen kunnen opleveren, ontstond er schade
voor de allerarmsten. Ze verliezen vaak toegang tot land en hulpbronnen
die voor hun levensonderhoud essentieel zijn.
Beloofde
werkgelegenheid bleef uit. In hun haast om investeringen aan te trekken
missen regeringen langetermijn belasting- en lease-inkomsten. Betere
onderhandelingen hadden dit kunnen voorkomen.
Ook economisch
gaan armen er op achteruit. Internationale wetten beschermen de grote
investeerders. Steeds minder internationale regelingen beschermen de
armen op het platteland. Ook ontbreekt het aan afspraken om investeringen
te doen in duurzame ontwikkeling en in armoedebestrijding. Beleidsmakers
denken dat kleinschalige landbouw geen toekomst heeft. Voor het bereiken
van voedselzekerheid kiezen ze daarom voor grootschalige intensieve
landbouw.
De onteigeningen
en de marginalisering van de armen op het platteland zijn niets nieuws.
Integendeel. Dit proces lijkt steeds meer door te zetten. Het rapport
laat zien dat de toekomst van landelijke gemeenschappen in het Zuiden
op een kruispunt staat van uitputting van land en van de bescherming
van ecosystemen.
Het rapport
pleit nadrukkelijk voor investeringsmodellen waarvoor geen grote grondaankopen
nodig zijn en voor samenwerking met lokale grondeigenaren, met respect
voor hun landrechten en voor het stimuleren van kleine boeren om een
sleutelrol te vervullen in het voldoen aan de voedselbehoeftes van de
toekomst.
__________________________________________________________
Experts waarschuwen voor dalend grondwaterpeil Bangladesh
17 december 2011 (MO*)
Deskundigen in Bangladesh vrezen dat een snelle daling van het grondwaterpeil
in hun land de voedsel- en waterzekerheid van miljoenen mensen in het
gedrang zal brengen. De problematische Bengaalse grondwaterstanden zouden
in de nabije toekomst ook de biodiversiteit van 's werelds grootste
mangrovegebied kunnen bedreigen.
'We zijn
roekeloos met ons grondwater omgesprongen. Sinds 2004 geraakt de grondwaterspiegel
niet meer bijgevuld', vertelt Eftekhar Alam van de Bangladesh Agricultural
Development Corporation, een semi-autonome organisatie onder het ministerie
van Landbouw. Alam's onderzoek wijst uit dat het grondwater van Bangladesh
met een snelheid van 53 miljard kubieke meter per jaar aan de bodem
onttrokken wordt, terwijl het slechts met vijftig miljard kubieke meter
opnieuw bijgevuld wordt.
Samen met
andere deskundigen waarschuwt Alan voor de lange termijn gevolgen van
deze "roofbouw". 'Er zijn tal van problemen verbonden aan
de uitputting van de grondwatervoorraden', verklaarde Mohammad Shamsudduha,
doctoraal onderzoeker aan University College London, aan de Bengaalse
krant The Daily Star. Een daling van het waterpeil in rivieren en meren,
irrigatieproblemen, verminderde waterkwaliteit, hogere pompkosten en
landverzakkingen zijn volgens Shamsudduha allemaal problemen waarmee
Bangladesh te kampen zal krijgen indien de dalende lijn van het grondwaterpeil
zich voortzet.
Irrigatie
In tegenstelling tot oppervlaktewater, zoals meren en rivieren, bevindt
grondwater zich in bodems en gesteenten in de grond. Het wordt hoofdzakelijk
aangevuld door neerslag, die het aardoppervlak al dan niet rechtstreeks
binnendringt en zich in poreuze bodemlagen, ook wel 'aquifers' of bassins
genoemd, opslaat.
De laatste
decennia hebben de Bengaalse overheid en tal van onderzoekers het gebruik
van grondwater voor irrigatie gepromoot als een manier om de seizoensgebonden
voedselonzekerheid onder boeren aan te pakken. Bengaalse landbouwers
zijn voor de oogst van hun gewassen traditioneel altijd erg afhankelijk
geweest van de timing van het regenseizoen, dat slechts een viertal
maanden duurt en waarin het leeuwendeel van de totale jaarneerslag valt.
In het droge seizoen vonden zij daardoor niet altijd het benodigde irrigatiewater.
In tegenstelling
tot de neerslag van het onberekenbare regenseizoen, is grondwater wél
het hele jaar door beschikbaar. Op het Bengaalse platteland werden de
voorbije decennia daarom - met het oog op stabielere watervoorziening
- zeer veel waterpompen of 'tube wells' geïnstalleerd. Dat deze
pompsystemen vandaag de dag cruciaal zijn, verduidelijkt Alam: 'Tijdens
de piek van het droge seizoen, van maart tot april, is 63 procent van
het irrigatiewater in Bangladesh afkomstig van grondwater dat via ondiepe
Experts wijzen erop dat een te grote fixatie op grondwater zijn eigen
problemen gecreëerd heeft. pompsystemen naar boven gehaald wordt.'
Verzilting
Experts wijzen er nu echter op dat een te grote fixatie op grondwater
zijn eigen problemen gecreëerd heeft. Alam stelt in eerste instantie
dat de ondiepe waterpompen, die slechts een twintigtal meter in de grond
reiken, droog zullen komen te staan wanneer het grondwaterpeil onder
dit niveau zakt. Omdat dit soort van pompsystemen over het hele land
voor kleinschalige irrigatie en drinkwater gebruikt worden, zou dit
verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de voedsel- en waterzekerheid
van miljoenen mensen.
Het probleem
dat Alam echter het meeste zorgen baart, is het risico op verzilting
dat de dalende waterstanden met zich meebrengen. Wanneer het grondwaterpeil
onder het zeeniveau duikt, zal zoutwater uit de Indische Oceaan immers
de bodem binnendringen om het ontstane vacuüm onder de grond op
te vullen. 'Het hele gebied rond Dhaka zou overstelpt worden met zouthoudend
water. Vijftig miljoen mensen zouden hierdoor getroffen worden', aldus
Alam.
Een verzilting
van de bodem zou mogelijk ook verstrekkende gevolgen inhouden voor de
biodiversiteit van de Sundarbans, 's wereld grootste mangrovebossen
die zich in de rivierdelta van de Ganges, op de grens tusen India en
Bangladesh, uitstrekken.
Niet
alleen op platteland
Dat de overfixatie op grondwater niet uitsluitend een probleem van het
Bengaalse platteland is, illustreert hoofdstad Dhaka met verve. Maar
liefst 97 procent van de watervoorziening in deze miljoenenstad is afkomstig
van grondwater.
Deze eenzijdige
en buitensporige afhankelijkheid van grondwater werd mee verantwoordelijk
gesteld voor het acute watertekort dat Dhaka tijdens de piek van het
droge seizoen van 2010 stevig in haar greep hield. Regelmatige elektriciteitstekorten
zorgden er toen voor dat de bevoegde autoriteiten het nodige water niet
meer konden oppompen.
Deskundigen
als Alam en Shamsudduha zijn het erover eens dat de te grote dependentie
van grondwater dringend een halt moet worden toegeroepen. Umme Kulsum
Navera, lector aan de Bangladesh University of Engineering and Technology,
onderstreept dat de problematische Bengaalse grondwaterspiegel zich
niet vanzelf zal herstellen: 'Onze rivieren zijn aan het opdrogen en
onze modellen voorspellen dat we in de toekomst meer water op een korte
tijd te verwerken zullen krijgen. Dit vult het grondwater niet aan omdat
de meeste regen over land zal wegvloeien.'
__________________________________________________________
"Vrijhandelsverdrag EU India is rampzalig voor voedselzekerheid"
17 december 2011 door Isolda Agazzi, IPS
Het
vrijhandelsverdrag waar de EU en India over in onderhandeling zijn,
ondermijnt de voedselzekerheid van een groot deel van de Indiase bevolking,
blijkt uit onderzoek van Indiase en Duitse ngo's.
De organisaties,
waaronder het Indiase Third World Network (TWN) en de Duitse Heinrich
Böll-stichting, hebben een effectonderzoek uitgevoerd naar aanleiding
van het verdrag dat nu ter tafel ligt. Daaruit blijkt dat vooral de
mensen die afhankelijk zijn van de pluimvee- en zuivelsector risico
lopen. Bovendien zouden retailers alle bescherming verliezen tegen supermarktgiganten
doordat invoertarieven worden geschrapt.
De onderhandelingen
lopen al sinds 2007, maar kunnen volgend jaar worden afgerond. Het zou
"rampzalig" zijn, zeggen de onderzoekers. "De EU vraagt
India om zijn tarieven op meer dan 92 procent van zijn importen te schrappen,
inclusief industriële en landbouwproducten", zegt Ranja Sengupta,
senior onderzoeker van TWN. "Aangezien de handel met de EU 60 procent
van de totale handel van India omvat, zou dat een ramp betekenen in
sectoren die tot nog toe beschermd waren, zoals landbouw."
Melkcrisis
Het onderzoek richt zich vooral op zuivel en kip omdat heel veel Indiërs
zelf rondkomen van kippen die ze in hun eigen achtertuin houden. Aangezien
er 90 miljoen mensen in de zuivelsector werken, kan het schrappen van
invoertarieven leiden tot een nieuwe melkcrisis, zoals in 1999. Toen
werd de zorgvuldig opgebouwde zelfvoorzienendheid in melk, de "witte
revolutie", in een klap weggevaagd door een stortvloed aan Europese
poedermelk.
Zo'n 85
procent van het pluimvee is in bezit van 96 miljoen kleine, landloze
landbouwhuishoudens. Die zijn beschermd door een tarief van 100 procent,
wat neerkomt op een importverbod. Indiërs eten meer kippenpoten
dan borsten, zegt Sengupta, en in Europa is dat andersom, dus in theorie
zou handel goed zijn voor beide landen. Maar de Indiase kippen zullen
niet de Europese markt op kunnen vanwege de strikte gezondheidseisen.
De Wereldhandelsorganisatie
(WTO) stimuleert het verlagen van tarieven, niet het schrappen. Waar
de ministeriële vergadering van de WTO deze week in Genève
juist wel over praat, is het schrappen van subsidies in de geïndustrialiseerde
landen. Sengupta: "Dat staat in scherp contrast met het vrijhandelsakkoord,
dat wel het schrappen van tarieven eist maar geen bindende regels heeft
voor het schrappen van subsidies."
Retail
Er zijn ook zorgen over de retailsector in India, de belangrijkste werkgever
na de landbouw. Het akkoord stelt strenge eisen aan de liberalisering
van diensten, veel strenger dan de WTO-afspraken, volgens Sengupta.
Nu al hebben kleine winkels het moeilijk als er grote supermarkten worden
geopend. Die supermarkten verhogen soms weer de prijzen nadat ze de
concurrentie hebben uitgeschakeld. Maar buitenlandse directe investeringen
in deze sector zijn tot op heden niet mogelijk.
Carrefour
belooft 1,8 miljoen banen te leveren, maar de ngo's die het onderzoek
hebben uitgevoerd, vinden dat niet realistisch. Bovendien weegt dat
volgens hen niet op tegen de informele banen die verloren gaan, naar
schatting tussen de 2,9 en 6,7 miljoen.
"In
tegenstelling tot de WTO-akkoorden hoeft het vrijhandelsakkoord niet
te worden goedgekeurd door het parlement en worden de deelstaten niet
eens geconsulteerd. Het publiek is zich niet bewust van de ernstige
gevolgen van het akkoord. Onderhandelingen worden vaak in het geheim
gevoerd."
Ook op
andere terreinen gaat het vrijhandelsakkoord verder dan de WTO-afspraken.
Zo krijgen zaadproducenten veel meer rechten om hun intellectuele eigendom
te beschermen, ten koste van boeren. "Het heeft geen zin om mee
te doen aan de WTO-onderhandelingen als tegelijkertijd deze vrijhandelsakkoorden
worden getekend", zegt Sengupta.
__________________________________________________________
Tanzania: Hadza stam viert overdracht landeigendomsakten
Survival International, 8 november 2011
De Hadza
in Oost-Afrika hebben op plechtige wijze de erkenning van hun landrechten
gevierd. De eigendomsakten werden vorige maand officieel overhandigd
tijdens een speciale ceremonie in de Hadza-gemeenschap van Domongo.
De Hadza zijn een van de weinige jager-verzamelaarstammen in Oost-Afrika.
Het is
voor het eerst dat een Tanzaniaanse regering formeel de landrechten
heeft erkend van een kleine inheemse stam.
Tijdens
de plechtigheid hield Doroth Wanzala, de Assistant Commissioner for
Land in the Northern Zone, een toespraak: "We hebben besloten dat
de Hadza officiële eigendomaktes zullen ontvangen om te voorkomen
dat de laatste jager-verzamelaars in ons land worden benadeeld door
op land beluste buitenstaanders, vooral nu er een wedloop is losgebarsten
om zoveel mogelijk land in bezit te nemen."
Naftali
Kitandu die de Hadza vertegenwoordigde, verklaarde: "Invallen van
andere stammen die grote kuddes vee meenemen en landbouw introduceren
in de vallei vormen een ernstige bedreiging voor de Hadza, die leven
van vruchten, wortelen, honing en kleine dieren."
Na afloop
van de plechtigheid vertelde een Hadza aan Survival: "We zijn erg
blij. De volgende stap is te zorgen dat ook andere Hadza-gemeenschappen
eigendomsaktes krijgen."
De Hadza
vormen een kleine stam van ongeveer 1500 jager-verzamelaars die leven
in het noordwesten van Tanzania. Ze hebben net als de Bosjesmannen in
zuidelijk Afrika een kliktaal.
Tot in
de jaren '50 van de vorige eeuw leefden de Hadza uitsluitend van het
jagen en verzamelen. Ze leefden in kleine eenvoudig verplaatsbare kampementen
zonder stamhoofd of enige andere vorm van politieke organisatie. Hun
leven is sindsdien steeds zwaarder geworden omdat grotere veehoudende
stammen een steeds groter deel van hun grondgebied binnendrongen. Veel
van het wild en de planten die de Hadza nodig hebben om te overleven
werden hierbij vernietigd.
Een aantal
NGO's, zoals het Ujamaa Community Resource Team, hebben de Hadza gesteund
bij hun langjarige streven naar landrechten. De advocaat van deze organisatie,
Edward ole Lekaita, verklaarde: "Dit is inderdaad een belangrijke
prestatie en een echt succesverhaal in de strijd die we hebben gevoerd
om te waarborgen dat de Hadza en hun bestaansbronnen in de toekomst
worden beschermd."
__________________________________________________________
Meer
zelfdodingen dan hervormingen in Indiase landbouw
THIRUVANANTHAPURAM, India , 14 december 2011 (IPS)
Vijf jaar geleden begon Pulparambil Varghese met het verbouwen van
gember op zijn lapje grond in Thrikkeppatta, in het district Wayanad
in het zuiden van India. Hij leende voor 4400 euro van banken en particuliere
financiële instituten, maar slaagde er niet in zijn bedrijf winstgevend
te maken en zijn leningen af te betalen. Op 48-jarige leeftijd pleegde
Varghese zelfmoord. Hij was een van de zes boeren in Wayanand die zichzelf
dit jaar ombracht.
De malaise
in de landbouw heeft dit jaar in de staat Kerala alleen in de maand
november het leven gekost aan dertien boeren, blijkt uit cijfers van
boerenorganisaties. De boeren zagen als gevolg van financiële problemen
geen andere uitweg meer.
Crisis
Het hoge aantal zelfdodingen gebeurt in een staat die het landelijk
gezien relatief goed doet qua ontwikkeling. Kerala heeft het hoogste
aantal geletterde inwoners en goede gezondheidsvoorzieningen. De landbouw
kreeg het echter zwaar te verduren tusen 2000 en 2007. Volgens niet-officiële
cijfers pleegden tussen 1991 en 2007 meer dan 11.000 boeren in Kerala
zelfmoord. Volgens andere schattingen van experts zou het gaan om ongeveer
1800 gevallen. De landbouw staat er in heel India slecht voor en uit
diverse staten komen in de laatste vijftien jaar geluiden over boeren
die een einde aan hun leven maken.
Bijna 90
procent van de meldingen van zelfmoord kwam tussen 2000 en 2007 uit
het district Wayanad. Een groot deel van de bevolking is hier afhankelijk
van de landbouw. Het hoge aantal zelfdodingen wordt verklaard uit de
sterke prijsdaling van producten zoals koffie, peper en gember en de
opmars ziekten die de gewassen aantasten.
De regering
in Kerala heeft nu deels erkend dat er opnieuw grote nood heerst onder
de boeren in Wayanad. Een team van de overheid dat onderzoek doet naar
het stijgende aantal zelfmoorden, noemt de landbouwcrisis "ernstig."
Bananen
en gember
Volgens S. Mohanakumar, universitair hoofddocent bij het Instituut voor
Ontwikkelingsstudies in Jaipur (Rajasthan), bestaat er een grote kloof
tussen het inkomen van de boeren en de kosten ze voor hun bedrijf moeten
maken.
"De
lage inkomsten uit de producten, stijgende prijzen van kunstmest en
hoge rente verstikken de boeren. Er is geen alternatief, dus maken ze
extreme keuzes", zegt Mohanakumar.
Ramesh
Ramachandran, een accountant uit Dubai die kort geleden stopte met het
verbouwen van gember in Pulppaly in het district Wayanad, zegt dat in
de afgelopen tien jaar veel boeren overstapten van koffie en peper naar
bananen en gember. Dit omdat de prijzen van de eerste twee producten
sterk daalden. Maar gember levert momenteel ook te weinig op vanwege
de afgenomen marktwaarde.
Rol
banken
Op 16 november kondigde de hoofdminister van Kerala, Oommen Chandy,
een eenjarig moratorium af op de terugbetaling van leningen door boeren
aan overheidsinstanties. De regering gaat ook onderzoek doen naar de
rol van kredietinstellingen die lenen aan boeren en de voorwaarden waaronder
dit gebeurt.
Satyan
Mokeri van de All India Kisan Sabha van de Communistische Partij van
India, pleit voor drie maatregelen: financiële steun voor de familie
van de boeren die suïcide hebben gepleegd, schuldverlichtingsmaatregelen
en het verstrekken van zachte leningen aan boeren.
C.K. Saseendran,
leider van de Communistische Partij van India (marxistisch), zegt dat
financiële instituten, inclusief coöperatieve banken, weinig
feeling hebben met de boeren en weigeren leningen te verstrekken. "Daarom
worden ze gedwongen tegen veel hogere rente leningen af te sluiten bij
particuliere financiële instituten."
__________________________________________________________
Mexicaanse indianen verdedigen grondgebied tegen veeboeren
MEXICO-STAD 8 december 2011 IPS
De Zoques,
een indianenvolk in de Mexicaanse provincie Oaxaca, zetten alles op
alles voor het behoud van een bos van 47.000 hectare. Met een blokkade
protesteren ze tegen de aanwezigheid van veeboeren en houthakkers uit
de naburige provincie Chiapas die delen van het bos ontginnen.
Al een
maand lang blokkeren de Zoques een belangrijke toegangsweg tot het gebied.
Inwoners van twee nederzettingen van boeren uit Chiapas worden daardoor
van de buitenwereld afgesneden.
María
García, voorzitster van de Coördinatie ter Verdediging van
het Grondgebied en de Grondstoffen in Oost-Oaxaca, een inheemse actiegroep,
eist dat de gouverneur van Oaxaca klacht indient bij het hooggerechtshof
tegen de oprichting van de gemeente Belisario Domínguez, een
van de nederzettingen van boeren uit Chiapas.
García, een Zoque, wil via het gerecht voor eens en voor altijd
de grenzen tussen Oaxaca en Chiapas vastleggen. De actievoerders zeggen
dat ze de blokkade zullen volhouden zolang het conflict niet opgelost
is. "Onze voorouders hebben deze moeder aarde geërfd. Wij
moeten haar redden om ze te kunnen doorgeven aan onze kinderen, aan
onze kleinkinderen en al degenen die na hen komen", zegt García.
De overheid van Oaxaca mengt zich voorlopig niet in het conflict.
Blokkade
De aanleiding van de blokkade was een conflict in augustus. Boeren uit
Chiapas hielden toen een vrachtwagen vol vaten hars tegen die verkocht
moesten worden in de stad Oaxaca. Van de opbrengst zou een tiental Zoque-families
van de gemeente San Antonio Chimalapa profiteren. Daarop besloten de
Zoques de weg af te sluiten die naar twee nederzettingen van boeren
uit Chiapas voert.
De inwoners
van de nederzetting Gustavo Díaz Ordaz, de andere nederzetting
die door de blokkade getroffen wordt, klagen over een tekort aan voedsel
en medicijnen. Rodolfo del Pino Velázques, secretaris van het
gemeentebestuur van Gustavo Díaz Ordaz, heeft de gouverneur van
Oaxaca opgeroepen om de blokkade op te heffen.
De Zoques
maken al sinds mensenheugenis aanspraak op een stuk van het woud van
Chimalapas. Ze zouden de grond in 1867 voor 25.000 pesos van het Spaanse
koloniale bestuur hebben gekocht. Het huidige conflict duurt al meer
dan vijftig jaar. De inheemse bevolking verzet zich tegen veeboeren
en houthakkers van de naburige provincie Chiapas die zich in het woud
van Chimalapas vestigen. In het Zuiden van Mexico leven veel inheemse
volkeren.
__________________________________________________________
Wonen aan de rand van de afgrond Occupy Guatemala
DeWereldMorgen.be woensdag 14 december 2011
door frauke decoodt
Helemaal
los van de Occupy beweging in Noord-Amerika en Europa, kent ook Guatemala
een gelijkaardig fenomeen. De voedingsbodem daarvoor zijn de ontzettend
slechte leefomstandigheden in de krottenwijken alsook het manke woonbeleid.
Om hun situatie te veranderen, hebben de bewoners een wetsvoorstel gemaakt,
de straat voor het parlement bezet en zijn uiteindelijk een hongerstaking
begonnen.
Overal
in de Westerse wereld worden pleinen bezet nu de crisis en armoede zich
ook in dat werelddeel laten voelen. Wat in Noord-Afrika begon, inspireerde
algauw actievoerders in verschillende staten van Noord-Amerika en Europa.
Volledig
los van die beweging bezetten actievoerders ook in Guatemala Stad al
sinds 22 augustus de straat voor het parlement. Hier werden geen knusse
huizen opgeofferd voor tenten, de tenten kwamen slechts in de plaats
van armzalige krotten. De bewoners van de krottenwijken gaan niet weg
tot de "wet voor huisvesting" wordt goedgekeurd. Ze eisen
een oplossing voor het woonprobleem in Guatemala.
Het gebrek
aan betaalbare woningen dwingt ontelbare Guatemalteken tot leven in
de krottenwijken, waar de precaire leefomstandigheden soms dodelijk
zijn. Nadat de wet waarvoor ze al jaren strijden voor de zoveelste keer
niet goedgekeurd werd, begonnen drie bewoners een hongerstaking op 22
november.
De krotten
van Guatemala
Overal in het tentenkamp hangen spandoeken met slogans. De kakikleurige
tenten werden ooit aan de krottenwijken geschonken na een natuurramp,
de elektriciteit krijgen ze van de school in de straat, de plastieken
toiletten werden geschonken door verwante sociale bewegingen. In de
gemeenschappelijke ruimte smeult een kolenvuurtje. De aanwezigen, vooral
keuvelende vrouwen en spelende kinderen, besteden amper aandacht aan
de televisie. "De omstandigheden zijn hier beter dan waar wij wonen"
verzekeren ze me.
De actievoerders
zijn enkelen van de bewoners van de naar schatting 1.5 miljoen krotten
in Guatemala. De krotten vind je overal, in de steden en in het binnenland.
Recente en exacte cijfers zijn er niet. Als vertegenwoordiger van de
organisatie CONAPAMG strijdt de sympathieke zwaarlijvige Roly Escobar
al jaren voor de rechten van arme buurten.
We zoeken
een rustig plekje in het tentenkamp. Hij beweert dat er in Guatemala
meer dan 800.000 families in krotten wonen in ongeveer 982 krottenwijken.
De meeste wijken, een 420-tal, bevinden zich in en rond Guatemala Stad.
Volgens experten woont één vijfde tot één
derde van de metropool, die 2,5 miljoen inwoners telt, in precaire omstandigheden.
De bewoners
noemen hun krotten nederzettingen, dat klinkt beter en laat ruimte voor
variatie. Eén persoon of een hele gemeenschap kan land bezetten,
een nederzetting kan dus variëren van één woning
tot een heuse wijk. "In de nederzettingen wonen alleen arme tot
extreem arme mensen die genoodzaakt zijn zich te vestigen op land waarvan
ze geen eigenaar zijn", benadrukt Escobar. Vaak is dit ook braakland
waar niemand wil wonen, aan de rand van ravijnen, op steile berghellingen
en naast of in vuilnisbelten.
"De
leefomstandigheden zijn er precair want als men het land bezet, is er
niets, geen basisvoorzieningen zoals water en elektriciteit, geen infrastructuur
zoals afvoer en steegjes, niets", vertelt Luis Lacán me
in zijn nederig advocatenkantoor. Toen hij na een leven op straat in
de krottenwijken terecht kwam, werd hij zich snel bewust van de noden
en problemen. Hij associeerde zich met de organisatie UNASGUA die zich
de situatie aantrekt.
Hoewel
Lacán tegenwoordig gekleed gaat in een deftig maatpak is hij
nog even bekommerd om de situatie van zijn lotgenoten. Hij legt uit
dat het gebrek aan juridische zekerheid impliceert dat men geen voorzieningen
kan aansluiten. Daarbij worden de wijken ook niet betrokken in plannen
van ruimtelijke en stedelijke ordening, en maken dus geen aanspraak
op infrastructuur of raadgeving. Dit kan desastreuze gevolgen hebben
voor de veiligheid en gezondheid.
Mettertijd
organiseren bewoners zich vaak, sommige wijken verkrijgen elektriciteit
en water, enkele krotten lijken al wat meer op huizen, andere meer op
kartonnen dozen. Hoe lang een krottenwijk er echter ook is, zonder legalisatie
bestaat altijd de vrees dat men ontruimd kan worden.
Overleven
in de krottenwijken
"De meeste families in onze wijken wonen in huizen gemaakt uit
verroeste golfplaten, karton en plastiek. Sommige families hebben zelfs
dat niet", vertelt Brenda, één van de actievoersters
voor het parlement, verontwaardigd.
De jonge
moeder Julia voegt daaraan toe: "Zonder riolering passeert al het
afvoerwater van de omliggende wijken langs onze krotten met hun aarden
vloeren. Dit kweekt ziektes en infecties. Onze kinderen worden ziek,
soms gaan ze dood, gewoon omdat ze geen deftig huis hebben waarin ze
kunnen leven en ziektes overleven. Mijn dochtertje was anderhalf jaar
oud toen ze ziek werd en stierf."
Brenda
knikt bevestigend: "Gedurende het regenseizoen leven vele mensen
in de modder. Het water stroomt hun krotwoningen binnen. Vooral kinderen
en bejaarden sterven soms door longontsteking of bronchitis. Onlangs
overleed een oudere vrouw in mijn wijk aan bronchitis. Ze leefde in
een woning van slechts karton en plastiek, door de orkaan Agatha in
2010. Mijn wijk heeft toen hard afgezien."
Ook ondervoeding
drukt een enorme stempel op de gezondheid en ontwikkeling van de bewoners,
vooral van kinderen. Volgens cijfers van de Verenigde Naties leeft de
helft van de Guatemalteken onder de armoedegrens, en is de helft van
de kinderen er ondervoed. Deze cijfers zijn de dagelijkse realiteit
van de krottenwijkbewoners.
"We
hebben geen geld genoeg om eten te kopen voor onze kinderen. Met de
privatiseringen is alles duurder geworden, eten, water, gas, elektriciteit",
verklaart Brenda verontwaardigd. Escobar benadrukt dat niet alleen jonge
kinderen maar de meeste bewoners ondervoed zijn: "Hoe is dit mogelijk
in een land waar zoveel rijkdom is? Zonder werk en inkomen zullen hier
mensen sterven van de honger. Het gebeurt al. Onlangs stierven er drie
vijftienjarigen door ondervoeding en gebrek aan vitaminen."
Een andere
veel voorkomende doodsoorzaak in deze wijken is geweld. De krottenwijken
worden vaak enkel geassocieerd met beruchte gewelddadige bendes. Escobar,
die zelf een zoon verloor aan het geweld, plaatst dit in zijn context:
"Als er geen werk is, geen scholen of andere bezigheden, als ouders
geen geld hebben om hun kinderen eten te geven of naar school te sturen,
dan krijg je criminaliteit. Jongeren worden een gemakkelijke prooi voor
de machtige georganiseerde misdaad. Deze problemen ontstaan niet hier
en komen niet enkel hier voor. Geheel Guatemala wordt geteisterd door
de drugswereld en geweld."
Vele bewoners
zijn hopeloos. Doña Rosa, een oudere hartelijke vrouw die zich
even bij Brenda en Julia voegt, kan haar tranen niet meer bedwingen:
"Wat gaat er gebeuren als ik ook ga sterven? Misschien zie ik die
legalisatie nooit."
Een
mank woonbeleid en een groeiend woonprobleem
"Waarom gaan we in krottenwijken aan de rand van de afgrond en
op steile berghellingen wonen? Niet omdat we verkiezen zo te leven,
maar omdat we zo hopen te overleven. Mensen wonen hier omdat ze geen
andere keus hebben, geen leefbare en betaalbare woning. Te veel mensen
kunnen nergens wonen", benadrukt Brenda terwijl haar dochtertje
van vijf haar afleidt.
Ook het
voorbije gewapende conflict, natuurrampen, gebrek aan land en werk in
het binnenland, en de bevolkingstoename dwongen vele Guatemalteken naar
de stad te migreren en in de krottenwijken te gaan wonen.
Officiële
cijfers nemen aan dat er tegen eind 2011 een woontekort van 1.6 miljoen
woningen zal zijn, waarvan 15 procent in de metropool Guatemala. "De
toenemende vraag overtreft de capaciteit van de staat om het opgelopen
woontekort in te halen" oordeelt SEGEPAZ, een staatsinstelling.
Experten en bewoners zijn het echter eens dat de staat nooit echt moeite
gedaan heeft om sociale woningen te voorzien. De onderzoekinstitutie
ASIES besluit dat sinds 1956 het onstabiele woonbeleid gekenmerkt werd
door sporadische initiatieven en het ontbreken van efficiënte instituties
en beleidsinterventies met als gevolg de accumulatie van een enorm woontekort.
Om deze
situatie te verhelpen, werd in 1996 uiteindelijk voor de eerste keer
een huisvestingswet goedgekeurd. Slechts ondergebracht in het "Ministerie
van Communicatie, Infrastructuur en Woning". werd bovendien een
belachelijk laag budget voorbehouden voor het woonbeleid, waarvan corrupte
staatsambtenaren, bouwbedrijven en zelfs wijkverantwoordelijken gretig
snoepen. Een subsidie aanvragen bleek voorts een enorm lang en bureaucratisch
proces te zijn, waarbij de aanvrager een behoorlijke som moest bijleggen,
geld dat ze vaak niet hebben. Gezien de omvang van het woonprobleem,
was het duidelijk dat deze wet ook geen oplossing was, besluit Lacán.
In de praktijk
werd het woonbeleid van de laatste decennia voornamelijk gekenmerkt
door cosmetische oplossingen, betoogt Helmer Velásquez in de
krant El Periodico "Bewoners moeten eerst een, in principe onbewoonbaar,
stuk land bezetten om de aandacht van de autoriteiten te trekken. Na
een poosje verkrijgen ze dan "belangrijke" infrastructuur
zoals trappen en geasfalteerde wegjes. Vooral tijdens de verkiezingen
wordt aan de condities in de krottenwijken en aan legalisatie gedacht".
Lacán beaamt dat "alleen tijdens de verkiezingen politici
de weg naar de krottenwijken vinden. Dan komen ze met cadeautjes als
golfplaten en cement, met beloftes als werk, onderwijs en gezondheidszorg".
Van
wetsvoorstel tot hongerstaking
De bewoners en verwante sociale bewegingen begonnen dan maar zelf aan
een wetsvoorstel te werken, zich baserend op hun eigen ervaringen, de
grondwet, nationale wetten en internationale verdragen van de Verenigde
Naties die alle het recht op huisvesting garanderen. Vooral de Universiteit
van San Carlos maar ook relevante staatsinstellingen perfectioneerden
het voorstel verder, legt Lacán uit: "In 2008 werd het voorgelegd
aan het parlement. Ook daar werd het voorstel door parlementaire commissies
herwerkt en aanvaard. Sinds dan zit het muurvast. Het wetsvoorstel moet
alleen nog maar nagelezen en goedgekeurd worden, in principe een formaliteit."
Nadat het
wetsvoorstel voor de zoveelste keer niet goedgekeurd werd, besloten
enkele actievoerders de 23ste augustus hun "Krotwoning Parlement"
op te richten en voor de deuren te kamperen tot ze gehoord worden. "Zoveel
regeringen zijn gekomen en gegaan en niemand heeft ooit rekening met
ons gehouden. Nu zijn we hier en we blijven tot ze het wetsvoorstel
goedkeuren", bevestigt de oude Doña Rosa strijdlustig.
"De
wet waar wij voor strijden, zal de hele Guatemalteekse bevolking ten
goede komen", benadrukt Brenda, "we eisen dat ze krotten in
leefbare woningen veranderen, dat ze ons land en onze woningen legaliseren
zodat we basisvoorzieningen kunnen aansluiten, dat ze woningen voorzien
voor de families die het echt nodig hebben." Escobar verwacht eindelijk
een sociaal woonbeleid met verantwoordelijke instituties en een apart
ministerie. Een goed woonbeleid met als basis een goede wet.
Academici
wijzen er echter op dat een wet en legalisatie niet voldoende zijn.
Er moet ook aandacht besteed worden aan onderwijs, werk, leefomstandigheden,
kortom een ander sociaaleconomisch model, om uit de vicieuze cirkel
van armoede te geraken. Zo niet zullen de krottenwijken blijven groeien.
Maar na
bijna 4 maanden voor het parlement beginnen de bewoners hun geduld te
verliezen. Nadat het wetsvoorstel op 22 november voor de zoveelste keer
niet werd goedgekeurd, besloten drie bewoners, waaronder de jonge moeder
Julia, een hongerstaking te beginnen.
Zij hopen
dat dit drukmiddel helpt en de parlementsleden dit voorstel goedkeuren,
anders zullen er niet alleen slachtoffers vallen in de krottenwijken,
ver weg van de volksvertegenwoordigers, maar ook voor hun eigen deur.
www.fraukedecoodt.wordpress.com
Roly.conapamg@yahoo.com
conapamg@yahoo.com
www.movimientoguatemaltecodepobladores.blogspot.com
http://www.habitants.org/
__________________________________________________________
"Investering in strijd tegen honger geeft uitzonderlijke opbrengst"
SALVADOR 7 december 2011 IPS
Het plan van José Graziano da Silva om de honger wereldwijd uit
te roeien is "tamelijk eenvoudig", zegt hij zelf. De nieuwe
baas van de VN-voedselorganisatie FAO wil meer politieke verbintenissen,
meer middelen en absolute doelstellingen, zegt hij in een gesprek met
IPS.
Agronoom
en econoom José Graziano da Silva, de voormalige Braziliaanse
minister van Voedselzekerheid, is vanaf januari de nieuwe directeur-generaal
van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO).
Tijdens de regering van president Luiz Inácio Lula da Silva (2003-2010)
coördineerde hij het voedselprogramma Fome Zero ("Honger op
nul"), dat 25 miljoen mensen uit de honger haalde. Die Braziliaanse
ervaring leert hem dat hij ook de honger op wereldschaal kan aanpakken.
Uitzonderlijke
return
"Mijn idee is tamelijk eenvoudig", zegt hij. "Je moet
drie elementen combineren. Ten eerste, de politieke verbintenis van
de armste landen om de honger uit te roeien. Ik ga beginnen met een
consultatieronde bij landen met een aanhoudende crisis, arme landen
die voedsel invoeren, vooral in Afrika en sommige in Azië: ik wil
dat ze deze politieke verbintenis aangaan en ook de middelen aanbrengen.
Want die landen hebben middelen.
"De
ervaring van Brazilië leert dat deze middelen snel worden gerecupereerd.
De investering in de strijd tegen de honger geeft een uitzonderlijke
return. In Brazilië bedroeg die meteen bijna 25 procent in de vorm
van belastingen en de creatie van werkgelegenheid en inkomen via het
consumptiecircuit. Met de FAO gaan we die landen helpen met de opmaak
van werkbare plannen en het vinden van middelen."
"Ten
tweede, de nationale middelen mobiliseren, en daar niet alleen de FAO
bij betrekken maar ook het Wereldvoedselprogramma (WFP) en de Internationaal
Fonds voor Landbouwontwikkeling (IFAD). En ten derde moeten we verder
gaan dan de millenniumdoelstellingen. Na de doelstelling om de honger
tot de helft terug te brengen (tegen 2015, nvdr) is het moeilijk om
de politiek te mobiliseren. Er moeten absolute doelstellingen komen."
Grote
en kleine landbouw
De strijd tegen de agro-industrie zoals die door grote sociale bewegingen
als La Vía Campesina wordt gevoerd, vindt hij "verlammend".
Er is geen tegenstelling tussen grote en kleine landbouw, zegt hij.
"Jammer genoeg hanteren sommige sectoren van de sociale beweging
een visie die zeer schadelijk is voor henzelf en in zekere zin verlammend
werkt: ze zien een tegenstelling tussen de familielandbouw en de agro-industrie,
alsof dat concurrenten zouden zijn.
"Agro-industrie
is veeleer een marketingterm. Het concept ontstond in de Verenigde Staten
in de jaren vijftig om in het Congres te lobbyen voor meer landbouwsubsidies.
Het omvatte ook de toeleverings- en verwerkingsindustrie, de hele keten
van de landbouw- en voedingsmiddelenindustrie.
"In
die zin is het een eenheidsconcept. Vandaag is een groot deel van de
familielandbouw betrokken in de voedselketen van de agro-industrie.
Daar valt niet aan te ontsnappen. Daarom vind ik het voorstel om dit
model te bestrijden verlammend. Het heeft veel meer zin voor kleine
landbouwers om te strijden voor de ontwikkeling van lokale markten die
verse, voedzame voedingsproducten valoriseren en die geen internationale
markt hebben."
Biobrandstoffen
De expansie van de teelt van voedingsgewassen voor de productie van
biobrandstoffen heeft een negatieve impact op de voedselprijzen en het
milieu, zeggen critici. Graziano da Silva pleit voor een genuanceerd
debat en herhaalt de woorden van Lula, toen die in 2008 de FAO toesprak:
"Biobrandstoffen zijn zeer generiek, er zit van alles onder die
paraplu. Het is zoals bij cholesterol: je moet de goede van de slechte
scheiden."
"Een
biobrandstof die de voedselprijs beïnvloedt, is maïs, omdat
het een basisproduct is in veel voedselketens. FAO-studies tonen aan
dat maïs een impact heeft omdat het de prijs van andere producten
beïnvloedt, zelfs van soja, want die markten zijn met elkaar verbonden.
"Maar
biobrandstoffen in het algemeen hebben geen impact op de prijzen. Het
suikerriet in Brazilië heeft dat aangetoond. Ten eerste, gaat het
om een minimaal aandeel, men gebruikt nauwelijks 3 procent van de grond
voor het ethanol. Ten tweede, het suikerrietcircuit in Brazilië
concurreert niet met het landbouw- en voedingsmiddelensysteem. Het heeft
zijn eigen kanalen.
"Niet
iedereen heeft dezelfde hoeveelheid grond en water beschikbaar om biobrandstoffen
te produceren. De FAO heeft dit bestudeerd voor de landen in Latijns-Amerika
en daaruit blijkt dat vier landen de productie van biobrandstoffen kunnen
uitbreiden zonder gevolgen voor de voedselzekerheid: Argentinië,
Paraguay, Brazilië en Colombia."
__________________________________________________________
Biobrandstoffen veroorzaken honger en armoede
WASHINGTON 7 december 2011 IPS
Rijke
landen helpen slachtoffers van honger en oorlog in Afrika, maar dezelfde
landen veroorzaken met hun energie- en ontwikkelingsagenda juist honger
en milieuschade in diezelfde landen. Dat zegt het Amerikaanse Oakland
Institute in een gisteren verschenen rapport.
Landroof
- grotendeels ongereguleerde landdeals waarbij buitenlandse bedrijven
en speculanten betrokken zijn - wordt nog steeds als "ontwikkelingsstrategie"
voor Afrikaanse landen gepresenteerd. Organisaties zoals Usaid en de
Wereldbank zijn vaak de architecten van dergelijke deals. Ze beloven
vooruitgang voor de Afrikanen maar die belofte wordt uiteindelijk niet
waargemaakt.
Niet
duurzaam
Het onderzoek is kritisch over het beleid van de Verenigde Staten en
de Europese Unie. "Het energiebeleid van de regeringen in deze
landen is, samen met de groeiende westerse markt voor biobrandstoffen,
schadelijk voor zowel de mensen als het milieu in Afrika", zegt
het Oakland Institute. "Deze manier van 'ontwikkeling' is niet
juist en niet duurzaam", zegt Anuradha Mitaal, directeur van het
Oakland Institute. "Mensen raken hun land en de mogelijkheid om
voedsel te produceren kwijt en de klimaatverandering verergert erdoor."
De geïndustrialiseerde
landbouw is momenteel goed voor 13,5 procent alle uitstoot van broeikasgassen.
Voor de productie van kunstmest moeten fossiele brandstoffen worden
gebruikt, waardoor jaarlijks 41 miljoen ton CO2 in de atmosfeer komt
volgens de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO).
Landbouwmachines
zijn jaarlijks goed voor ongeveer 158 miljoen ton CO2 en de fossiele
brandstoffen die nodig zijn bij het oppompen van water voor irrigatie
brengen nog eens 369 miljoen ton CO2 in de atmosfeer.
Bij de
productie van biobrandstoffen worden dezelfde vervuilende technieken
gebruikt, terwijl biobrandstoffen tegelijkertijd als een "groene
oplossing" worden gepresenteerd.
Kerken
Het Oakland Institute schat dat bij het transformeren van regenwoud
en grasland in gebieden waar gewassen voor biobrandstoffen worden verbouwd,
17 tot 420 keer meer CO2 vrijkomt dan de hoeveelheid die minder wordt
uitgestoten door fossiele brandstoffen te vervangen door biobrandstoffen.
"Door een toename van het gebruik van biobrandstoffen kan er jaarlijks
tussen 44 en 73 miljoen ton extra CO2 in de atmosfeer komen."
De Verenigde
Staten willen in de komende jaren het gebruik van biobrandstoffen verhogen
tot 30 procent, in de Europese Unie is dat 10 procent.
Niet alleen
regeringen en bedrijven investeren in land voor biobrandstoffen in Afrika.
"We waren geschokt toen we tijdens ons onderzoek ontdekten dat
verschillende Scandinavische kerkgenootschappen investeren in landen
zoals Mozambique. Het gaat daarbij om projecten waarvoor duizenden hectares
grond illegaal zijn verkregen", zegt Frederic Mousseau, beleidsdirecteur
van het Oakland Institute. "Dit hadden we verwacht van hedge funds,
niet van kerkgemeenschappen."
Koolstofkredieten
De handel in koolstofkredieten speelt ook een rol bij de landroof, zegt
Mousseau. "Bij de handel in koolstofkredieten kopen en verkopen
regeringen en bedrijven kredieten in het ene deel van de wereld, om
in hun eigen land te kunnen blijven vervuilen. Dit is een relatief nieuw
fenomeen en we hebben nog geen zicht op alle mogelijke gevolgen van
dit systeem. Wel weten we dat er directe negatieve gevolgen zijn als
investeerders niet-inheemse gewassen gaan verbouwen. Monocultuur kan
een schadelijke invloed hebben op het milieu en de inheemse bevolking
verhinderen haar traditionele praktijken, waarbij de biodiversiteit
gerespecteerd wordt, te handhaven."
Als voorbeeld
noemt het rapport Green Resources Ltd, een Noors houtbedrijf, dat bijna
7000 hectare grasland in Tanzania wil gaan gebruiken voor monocultuur
van pijnbomen en eucalyptus. De plaatselijke biodiversiteit zou daardoor
kapot gemaakt worden, kleine boeren moeten vertrekken en er gaan banen
verloren.
In Sierra
Leone, waar het bedrijf Socfin in het district Pujenhun heeft geïnvesteerd,
raakten veel mensen werkloos. "Oudere bewoners zijn hun land kwijtgeraakt
en hebben geen werk meer en vrouwen moeten nu om half vijf 's ochtends
al in de rij staan als ze kans willen maken als dagloner werk te krijgen.
En meestal krijgen ze dat niet", zegt Joseph Rahall, directeur
van Green Scenery in Sierra Leone.
Plaatselijke
bewoners die vreedzaam demonstreerden tegen de illegale bezetting van
hun land, werden gearresteerd en kunnen nu een rechtszaak tegemoet zien.
__________________________________________________________
Peruaanse boeren trotseren noodtoestand
LIMA 7 december 2011 IPS
Boeren in het noordelijke Peruaanse departement Cajamarca blijven zich
verzetten tegen de uitbreiding van de Yanacochamijn. Ze trotseren de
noodtoestand die president Humala maandag heeft afgekondigd.
"Wij,
de inwoners van Cajamarca, zijn niet tegen mijnbouw, maar we willen
dat ze onze rechten respecteren", zegt Mesías Guevara, congreslid
voor Cajamarca. "Ze moeten ons op voorhand consulteren. Ik vermoed
dat de inwoners van Cajamarca die voor Humala gestemd hebben, ontgoocheld
zijn. De bevolking had niet verwacht dat de president de noodtoestand
zou afkondigen. Het is een extreme maatregel die ontevredenheid zal
opwekken bij de bevolking."
De noodtoestand
werd maandag afgekondigd, duurt zestig dagen en is van kracht in de
provincies Cajamarca, Celendín, Hualgayoc en Contumazá,
in het zuiden van het departement Cajamarca. De regeling houdt in dat
burgerrechten met betrekking tot vrijheid en veiligheid niet langer
gelden. Ook de onschendbaarheid van woonst, en de rechten op vrij verkeer
en vergadering worden opgeschort. Bovendien wordt het leger ingezet
om de politie bij te staan.
Meren
Het Congaproject, zoals het project heet, wordt gesteund door de overheid,
maar de lokale bevolking is tegen het project gekant. Ook de regionale
overheid steunt het project niet, omdat het vier nabijgelegen meren
zou schaden. De arme bevolking leeft van veeteelt en landbouw en is
afhankelijk van het water.
Verschillende
mensen uit de sociale en economische sector leggen al sinds 24 november
het werk neer. De uitbater van de Yanacochamijn schortte het project
op 29 november op, maar de machines zijn nog steeds ter plaatse. De
bevolking protesteert tegen de aanwezigheid van die machines.
Cajamarca
is een van de regio's die de meeste fondsen uit mijnbouwbelastingen
ontvangt van de centrale overheid. Gegevens laten zien dat, tussen 2007
en dit jaar, de provincie Encañada in Cajamarca 6 miljoen euro
ontving. Anderhalf miljoen euro ging naar Sorochuco en een half miljoen
euro naar Huasmín, eveneens provincies in dezelfde regio.
Dat geld
heeft nauwelijks verandering teweeggebracht in de situatie van de bevolking.
Het laatste rapport van het Nationaal Instituut voor Statistiek toont
dat bijna twee derde van de bevolking van Huasmín getroffen wordt
door armoede en zelfs drie kwart van de bevolking in Encañada
en Sorochuco.
Onderhandelingen
Ollanta Humala kondigde de noodtoestand af nadat onderhandelingen afgesprongen
waren. Eerste minister Salomón Lerner onderhandelde zondag tien
uur lang met de afgevaardigden van de protestbeweging, maar hij kon
geen akkoord sluiten. "We zullen het akkoord ondertekenen op voorwaarde
dat Yanacocha haar machines terugtrekt, aangezien hun aanwezigheid een
provocatie is voor de boeren", zegt Idelso Hernández, voorzitter
van het Verdedigingsfront van Cajamarca. "Maar eerste minister
Lerner zei ons dat we Yanacocha niet konden verplichten haar materiaal
terug te trekken, en zo liet hij duidelijk zien aan welke kant de overheid
staat."
Tijdens
zijn verkiezingscampagne voor het presidentschap steunde Humala het
protest. Nu besliste hij dat het project uitgevoerd moet worden. Hij
argumenteert dat de bevolking zal profiteren van de inkomsten uit de
mijnbouwbelastingen.
__________________________________________________________
Mensenrechtenorganisaties richten zich op multinationals
BUENOS AIRES 6 december 2011 IPS
Mensenrechtenorganisaties in Latijns-Amerika richtten hun pijlen vroeger
vooral op overheden. Nu pakken ze ook multinationals aan. Hun agenda
is ruimer geworden. Ze behandelen thema's als inheemse volkeren, geweld
tegen vrouwen, arbeid, migranten en seksuele minderheden.
Mensenrechtenorganisaties
in Latijns-Amerika houden zich bezig met sociale en milieukwesties zoals
conflicten over de toegang tot grond en grondstoffen die veroorzaakt
worden door de mijnbouwindustrie en door de uitbreiding van landbouwgebied
ten koste van bossen. De groepen die ze verdedigen bestaan uit inheemse
volkeren, vrouwen, arbeiders, migranten en seksuele minderheden.
"Vandaag
is het niet enkel de staat die de mensenrechten schendt, maar ook bedrijven
en leden van de georganiseerde misdaad", zegt Gastón Chillier,
directeur van het Centrum voor Juridische en Sociale Studies (CELS),
een Argentijnse ngo.
"De
nieuwe thema's komen voort uit de spanning tussen economische vooruitgang
en mensenrechten", zegt Chillier. Hij opende gisteren (maandag)
de Bijeenkomst van Mensenrechtenactivisten in Latijns-Amerika. Die bijeenkomst
vond plaats in de gebouwen van de Universiteit van Buenos Aires (UBA)
en bracht zeventig activisten uit veertien landen samen.
Autoritaire
regimes
Veel mensenrechtenorganisaties in Latijns-Amerika ontstonden onder de
autoritaire regimes van de jaren zeventig en tachtig. Die regimes hebben
in elk land duizenden verdwenen, dode, gefolterde en vervolgde burgers
op hun geweten. Sommige organisaties werden opgericht door familieleden
van slachtoffers, andere door politici of advocaten, maar allemaal klaagden
ze de mensenrechtenschendingen door de staat aan. Na verloop van tijd
begonnen ze zich ook bezig te houden met politiegeweld en folteringen
in de gevangenis.
De laatste
jaren houden mensenrechtenorganisaties zich ook bezig met economische
en sociale conflicten waar de staat niet noodzakelijk de voornaamste
schuldige is.
Rio
de Janeiro
De Braziliaanse mensenrechtenorganisatie Justiça Global in Rio
de Janeiro hield zich vroeger enkel bezig met geweld door de overheid,
gevangenissen en toegang tot justitie. Nu richt ze haar pijlen ook op
multinationals die stuwdammen bouwen en mijnen ontginnen. Die projecten
schaden vooral de armste en meest kansloze gemeenschappen.
"De
ontwikkeling van Brazilië is gebaseerd op gigantische infrastructuurwerken
en grote bedrijven, zoals het staalbedrijf Vale, het grootste van de
wereld in zijn sector", zegt Andrea Caldas van Justiça Global.
Caldas zegt dat de organisatie schendingen van het recht op grond, het
recht op gezondheid en het recht op een propere omgeving heeft vastgesteld
in twee gemeenschappen van de noordoostelijke provincie Maranhão.
Die gemeenschappen zijn omsingeld door vestigingen van Vale die de nabijgelegen
waterlopen vervuilen.
__________________________________________________________
"Water verdient meer aandacht in Durban"
DURBAN 6 december 2011 IPS
Het belooft deze eeuw nog een pak heter en droger te worden in Zuidelijk
Afrika. Daarom klinkt de roep steeds luider om water bovenaan op de
agenda van de klimaatonderhandelingen in Durban te zetten.
Volgens
modellen van de Zuid-Afrikaanse Raad voor Wetenschappelijk en Industrieel
Onderzoek (CSIR) zal het zuiden van Afrika in de komende vijftig tot
honderd jaar warmer en droger worden. Boerderijen, industrie, de watervoorziening
van gezinnen en ecosystemen: allemaal lopen ze gevaar. Al bijna honderd
miljoen mensen in Zuidelijk Afrika hebben vandaag geen degelijke toegang
tot water.
Internationale
experts en beleidsmakers zijn bezorgd dat het aspect van watervoorziening
onvoldoende aandacht krijgt binnen de VN-klimaatonderhandelingen. "We
appreciëren de vooruitgang in andere sectoren, maar als de waterproblematiek
niet rechtstreeks wordt aangepakt, zullen al die inspanningen ijdel
zijn", verklaart Bai-Mass Taal, secretaris van de Afrikaanse Ministerraad
voor Water (AMCOW).
Hoorn
van Afrika
Momenteel buigen de klimaatonderhandelaars in Durban zich over water
als onderdeel van de bredere strijd tegen de opwarming van de aarde.
"Steeds
meer landen zullen naar alle verwachtingen met waterschaarste kampen.
Bovendien is het bruto binnenlands product van de armste landen afhankelijk
van water. De huidige positie van water binnen de klimaatonderhandelingen
is dan ook niet meer verdedigbaar", vindt expert Ania Grobicki,
secretaris van het Global Water Partnership (GWP).
Doordat
de neerslagpatronen veranderen, krijgt Afrika met grote crisissen af
te rekenen. In 2010 leden miljoenen mensen honger in Niger en Mali doordat
droogte de landbouw en de veeteelt teisterde. Dit jaar kampte de Hoorn
van Afrika met de ergste droogte in vijftig jaar. Ongeveer 12,3 miljoen
mensen in de Hoorn hebben dringend hulp nodig, aldus het VN-Voedselprogramma.
Afrikaanse
staatshoofden
Rhoda Peace, commissaris voor Rurale Economie en Landbouw bij de Afrikaanse
Unie, legt uit dat klimaatverandering voor Afrikaanse leiders onlosmakelijk
verbonden is met droogte en overstromingen. "Water is hier al een
prioriteit: in 2008 beloofden de Afrikaanse staatshoofden om minstens
0,5 procent van hun begroting aan water te besteden. Sommige landen
zijn goed op weg om deze doelstelling te halen."
Maar er
zijn miljarden euro's nodig om heel Afrika van water te voorzien. Simon
Thuo, de Oost-Afrikaanse coördinator van GWP, is verwonderd dat
"ondanks de duidelijke noodzaak zelfs de Afrikaanse onderhandelaars
water enkel in de marge vernoemen." Net als andere experts vreest
hij dat er onvoldoende aandacht en financiering zou zijn als de klimaatonderhandelingen
zich specifiek op waterbeheer toespitsten.
__________________________________________________________
"Braziliaanse boswet is doodsteek voor Amazonegebied"
BRUSSEL 6 december 2011 IPS
De versoepeling van de Braziliaanse boswet betekent de doodsteek voor
het Amazonegebied. Dat zegt het Wereldnatuurfonds (WWF). Vandaag moet
de Braziliaanse Senaat de wet goedkeuren.
Als de
Senaat vandaag het licht op groen zet, dan is 79 miljoen hectare bos
bedreigd, de oppervlakte van Duitsland, Oostenrijk en Italië samen,
zegt het WWF. Als die bossen verdwijnen, komt er 29 gigaton CO2 extra
vrij in de atmosfeer.
De boswet uit 1934 bepaalt per regio hoeveel bos onaangeroerd moet blijven.
In de Amazoneregio bijvoorbeeld mag 80 procent niet gekapt worden.
Het parlement
wil de boswet versoepelen omdat anders de economische ontwikkeling van
Brazilië, vooral in de landbouw, gestremd wordt. Lokale besturen
zouden bijvoorbeeld de bevoegdheid krijgen om sommige gebieden te ontbossen,
ook in beschermde zones. Voor illegale ontbossing komt er amnestie:
illegaal gekapte bossen moeten niet hersteld worden.
Vernietiging
van tropische wouden
De Kamer van Afgevaardigden zette het licht al op groen. Nu ligt het
voorstel op tafel in de Senaat. Nadien moet het nog naar de president.
"Het
zou een enorme stap achteruit zijn in de bescherming van de bossen in
Brazilië, met zware gevolgen voor het klimaat", zegt het Wereldnatuurfonds.
Volgens de milieuorganisatie leidt een versoepeling van de boswet tot
"een drastische vermindering van de beschermde zones en laat het
toe dat illegaal ontboste gebieden niet hersteld worden." De nieuwe
wet zet de deur wagenwijd open "voor landbouw en veeteelt op grote
schaal, de belangrijkste oorzaken van de vernietiging van tropische
wouden in de regio."
Veto
van Rousseff
Het WWF lanceert binnenkort een onlinecampagne om president Dilma Rousseff
onder druk te zetten. De organisatie vraagt dat Rousseff haar veto uitspreekt
tegen de versoepeling van de wet of er die delen uit schrapt die het
Amazonegebied bedreigen.
Volgens een opiniepeiling in juni willen acht op tien Brazilianen dat
president Rousseff haar veto stelt tegen de nieuwe boswet. Evenveel
Brazilianen zeggen dat ze niet meer op politici zouden stemmen die de
boswet hebben goedgekeurd. De peiling was uitgevoerd op vraag van milieuorganisaties
als de Braziliaanse afdeling van het Wereldnatuurfonds.
__________________________________________________________
Brazilië pleit voor duurzaamheidsdoelstellingen
RIO DE JANEIRO 5 december 2011 IPS
Na de millenniumdoelstellingen moeten er nu ook doelstellingen voor
duurzame ontwikkeling komen, vindt Brazilië. Het wil hierover een
akkoord bereiken volgend jaar op Rio+20, de duurzaamheidstop in Rio
de Janeiro.
Brazilië
wil wereldwijde doelstellingen voor duurzame socio-economische ontwikkeling
formuleren. De doelstellingen zouden lopen van 2015 tot 2030 en zouden
te vergelijken zijn met de millenniumdoelstellingen. Die doelstellingen
lopen van 2000 tot 2015 en namen als ijkpunt de situatie van 1990. Het
verschil tussen beide doelstellingen is dat de industrielanden al voldeden
aan de millenniumdoelstellingen. De duurzaamheidsdoelstellingen zouden
een uitdaging moeten worden voor alle landen.
"Het
idee is om grote doelstellingen te lanceren die landen kunnen mobiliseren,
zoals ook de millenniumdoelstellingen deden", zegt Claudia Maciel,
coördinator duurzame ontwikkeling van het Braziliaanse ministerie
van Buitenlandse Zaken. "Het gaat bijvoorbeeld om de strijd tegen
de armoede, maar rekening houdend met een duurzame benadering van het
milieu."
Consensus
"We gaan proberen dit debat te stimuleren op de conferentie",
zegt Maciel. "We zetten in op deze kans om de verschillende landen
en de agentschappen van de Verenigde Naties (VN) op één
lijn te krijgen. De bedoeling is niet een conflict te veroorzaken met
de millenniumdoelstellingen, maar die doelstellingen aan te vullen."
Voor Maciel
is het absoluut noodzakelijk een consensus te bereiken op de conferentie.
Het bestaande ontwikkelingsmodel brengt ernstige problemen met zich
mee. De wereld moet zich scharen achter oplossingen die deze problemen
kunnen aanpakken. "De crisis vraagt om verandering. Het is nodig
over een nieuw model te discussiëren. De voorstellen zijn nog erg
algemeen en moeten uitgewerkt worden."
Ook het
Belgische document voor Rio+20, dat opgesteld werd door de Federale
Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO), spreekt van zulke duurzaamheidsdoelstellingen.
Zeshonderd
voorstellen
De nationale commissie die de Braziliaanse voorstellen voor Rio+20 moest
opstellen, werd opgericht in juni en groepeerde zeventig afgevaardigden
van de overheid en het middenveld. Net als zeventig andere landen en
ngo's bracht Brazilië zijn voorstellen binnen bij de VN. Op de
top in juni 2012 zal een zeshonderdtal voorstellen besproken worden.
Ondanks
de consultatie van het middenveld, worden niet alle discussiepunten
behandeld in het Braziliaanse document. "Het document weerspiegelt
een consensus, en de nucleaire kwestie haalde het niet", zegt Maciel.
Ook de problematiek van de klimaatvluchtelingen komt niet aan bod.
__________________________________________________________
Hernieuwbare energie helpt tegen opwarming en armoede
BRUSSEL 30 november 2011 IPS
Schone energie is niet alleen goed voor het milieu, vaak is het ook
de enige oplossing om arme mensen van licht en stroom te voorzien. Het
Barefoot College, een Indiase niet-gouvernementele organisatie, heeft
bijvoorbeeld al wereldwijd meer dan 34.000 huizen in afgelegen dorpen
van lampen op zonne-energie voorzien.
Het Barefoot
College besteedt de fabricatie, installatie, het gebruik en het onderhoud
van de technologie uit aan de lokale bevolking, vaak ongeletterde mensen.
De organisatie leidt in elke gemeenschap verantwoordelijken op, die
ze zonne-ingenieurs noemt. Het vandaag gepubliceerde Technologie- en
Innovatierapport 2011 van de Conferentie over Handel en Ontwikkeling
van de Verenigde Naties (Unctad) haalt het Barefoot College aan als
een voorbeeld van de bestrijding van energiearmoede door middel van
hernieuwbare energie.
Het Barefoot
College is actief in zestien provincies in India en in zeventien landen
verspreid over Afrika, Azië en Zuid-Amerika. In India voorzag de
organisatie al 15.027 huizen en 483 scholen in 684 dorpen van verlichting.
India telt al 383 zonne-ingenieurs. Wereldwijd gaat het om 34.500 huizen
in 1014 dorpen. Zo wordt 4,6 miljoen liter kerosine per jaar bespaard.
Iedere
familie die gebruik wil maken van de technologie, moet elke maand een
haalbare bijdrage betalen. Zo creëert de organisatie een verantwoordelijkheidsgevoel
bij de lokale bevolking. Het bedrag wordt berekend aan de hand van de
kosten die de familie normaal maakt voor kerosine, kaarsen, batterijen
voor zaklantaarns en hout.
Energiearmoede
Volgens schattingen van het Internationaal Energieagentschap (IEA) hadden
in 2010 nog 1,4 miljard mensen geen toegang tot elektriciteit. Ongeveer
85 procent daarvan leeft op het platteland. Hernieuwbare technologieën
als zonnepompen, fotovoltaïsche cellen, kleine wind- en waterenergiecentrales
en kleine biomassanetwerken bieden daar vaak een oplossing. Het is immers
te duur om al die afgelegen gebieden aan te sluiten op de conventionele
stroomnetten.
Een project
dat bewijst dat energiearmoede bestrijden door middel van hernieuwbare
energie ook op grote schaal mogelijk is, is Afrika Verlichten. Afrika
Verlichten is een project van de Wereldbank en de Internationale Financieringscorporatie
(IFC). Het project introduceert goedkope verlichting op zonne-energie
in de landen ten zuiden van de Sahara. Tot nu toe zijn meer dan 190.000
draagbare lampen verkocht, waardoor 950.000 mensen beschikken over schonere,
veiligere en betere verlichting. Er zijn acht verschillende producten
op de markt die de nodige kwaliteitstests doorstaan hebben. De kostprijs
varieert van 16 tot 72 euro. Afrika Verlichten wil tegen 2012 2,5 miljoen
mensen voorzien van verlichting op zonne-energie. Tegen 2030 moeten
dat 250 miljoen mensen zijn.
De landen ten zuiden van de Sahara tellen het grootste aandeel inwoners
zonder elektriciteit. 69,5 procent van de bevolking is niet aangesloten
op het stroomnet. Op het platteland beschikt zelfs maar 14 procent van
de bevolking beschikt over elektriciteit. In absolute cijfers is Zuid-Azië
koploper. Van de plattelandsbevolking beschikt daar zowat de helft niet
over elektriciteit.
__________________________________________________________
Afrikaanse landen kicken af van hulp
BUSAN 30 november 2011 IPS
De allerarmste landen in de wereld zijn nu gemiddeld een derde minder
afhankelijk van ontwikkelingshulp dan tien jaar geleden. Dat bewijst
dat die hulp wel degelijk werkt, zeggen experts.
Veel straatarme
landen moeten nog altijd een groot deel van hun gezondheidszorg, onderwijs
en zelfs huizenbouw en industriële ontwikkeling financieren met
internationale hulp. Maar de afhankelijkheid van die overzeese bijstand
neemt af onder de 54 Minst Ontwikkelde Landen', zegt Lucia Fry van ActionAid
UK, een Britse hulporganisatie. "Dat is te danken aan goede ontwikkelingshulp:
hulp die ongelijkheden en armoede wegwerkt door arme mannen en vrouwen
te emanciperen en hulp die goed bestuur, functionerende belastingsystemen
en economische ontwikkeling in de hand werkt."
Lichtende
voorbeelden
Rwanda is een spectaculair voorbeeld van een land dat zijn ontwikkeling
steeds meer zelf kan financieren. Na de genocide van 1994, waarbij volgens
een schatting van de VN 800.000 mensen omkwamen, zat het kleine land
helemaal aan de grond. Het kon gelukkig op veel hulp rekenen voor de
heropbouw, en die inspanningen loonden. "ActionAid schat dat in
2000 nog 85 procent van het geld dat de Rwandese regering uitgaf aan
de nationale ontwikkelingsprioriteiten afkomstig was van donorlanden",
zegt Fry. "Dat aandeel was in 2010 teruggelopen tot 45 procent."
Rwanda
is op sommige vakken een modelland geworden in Afrika. De moedersterfte
is er volgens de VN bijvoorbeeld gedaald van 750 sterfgevallen per 100.000
geboorten in 2005 tot 540 in 2008; de Rwandese overheid zegt dat het
cijfer intussen verder teruggelopen is tot 383 sterfgevallen per 100.000
geboorten.
Andere lichtende voorbeelden zijn Ghana, dat zijn afhankelijkheid van
donorgeld tussen 2000 en 2010 verminderde van 47 procent tot 27 procent
en op weg is een middeninkomensland te worden, en het veel armere Mozambique,
dat elf jaar geleden nog bijna drie kwart van zijn ontwikkelingsuitgaven
met buitenlandse hulp moest financieren, en dat aandeel tegen 2010 kon
terugschroeven tot 58 procent.
Meer
belastingen
Veel ontwikkelingslanden halen nu meer geld op in eigen land door hun
natuurlijke rijkdommen beter aan te spreken, legt Bodo Ellmers uit,
een medewerker van het Europese Netwerk over Schuld en Ontwikkeling.
Afrika heeft grote olievoorraden en veel vruchtbare grond die voor de
landbouw kan worden ingezet.
Ook de
private investeringen nemen toe. "De internationale crisis doet
veel buitenlandse investeerders naar Afrika uitwijken, op zoek naar
nieuwe kansen. Dat betekent meer werkgelegenheid en meer inkomsten voor
Afrikaanse regeringen." Ook landen als Brazilië en China zwengelen
met hulp en leningen de ontwikkeling in Afrika aan.
Afrikaanse
landen moeten nu vooral werk maken van betere belastingsystemen, oordeelt
Ellmers. Belastingen zijn een duurzame bron van inkomsten die ontwikkelingsprojecten
draaiend kunnen houden. Bedenkelijker lijkt Ellmers de nieuwe afhankelijkheid
van veel Afrikaanse landen tegenover China. De terugbetaling van de
leningen die China verstrekt, kan sommige landen in de problemen brengen.
Minimale
sociale uitgaven
Problematisch is intussen ook dat nogal wat Afrikaanse landen eigenlijk
veel meer zouden moeten uitgeven voor sociale ontwikkeling. De gebrekkige
gezondheidszorg leidt er bijvoorbeeld toe dat in Afrika elk jaar nog
250.000 jonge moeders sterven.
Volgens
de hulporganisatie Save the Children besteden maar zes van de 53 lidstaten
van de Afrikaanse Unie minstens 15 procent van hun budget aan gezondheidszorg,
een norm die de Unie in 2001 vastlegde. Naast Rwanda behoren ook Botswana,
Niger, Malawi, Zambia en Burkina Faso tot de goede leerlingen. Maar
een land als Kenia haalt amper 5 procent.
__________________________________________________________
"Ontwikkelingshulp is voorbijgestreefde term"
LONDEN 23 november 2011 IPS
Kan de hulp die ontwikkelingslanden van de rijke landen krijgen doeltreffender
worden gemaakt? Dat is de vraag waarover regeringen en ontwikkelingsexperts
het vanaf volgende week hebben in het Zuid-Koreaanse Busan. "Laten
we om te beginnen stoppen met het over hulp te hebben", zegt expert
Brian Atwood.
Op de driedaagse
topbijeenkomst die op 29 november in Busan begint, worden de secretaris-generaal
van de VN, een half dozijn staats- en regeringsleiders, 140 ministers
en honderden vertegenwoordigers van hulporganisaties en bedrijven verwacht.
Ze zetten een dialoog voort over de effectiviteit van ontwikkelingshulp
die al ruim tien jaar wordt gevoerd, met belangrijke eerdere bijeenkomsten
in Parijs en Accra.
Samenwerking
in plaats van hulp
In Busan zal het accent meer liggen op samenwerking dan op hulp, hoopt
Atwood , de voorzitter van het Comité voor Ontwikkelingshulp
van Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
De OESO brengt alle industrielanden samen, aangevuld met sommige opkomende
economieën als Mexico, Zuid-Korea en Chili. Samen zijn ze goed
voor het leeuwendeel van alle officiële ontwikkelingshulp.
Atwood
maakt zich sterk dat de bijeenkomst in Zuid-Korea veel kan opleveren,
ondanks de economische crisis die veel landen hun budgetten doet inkrimpen.
"In het beste geval slagen we erin de wereldwijde samenwerking
en de plaatselijke coördinatie ervan te verbeteren, de afspraken
die we in Parijs en Accra hebben gemaakt te bevestigen en het engagement
van de ontwikkelingsgemeenschap voor de millenniumdoelstellingen te
vernieuwen."
"In
het slechtste geval wordt Busan een rondje van schuldigen aanwijzen.
Maar voorlopig wijst niets erop dat dit zal gebeuren."
Veel
aandacht
Volgens Atwood is er op het allerhoogste beleidsniveau nooit meer aandacht
geweest voor de nood om de ontwikkeling in arme landen aan te zwengelen.
Op de G20 en de G8, twee fora waar de sterkste economieën van de
wereld met elkaar overleggen, staat het thema hoog op de agenda. "En
de aandacht die Busan krijgt in vergelijking met Parijs en Accra is
fenomenaal."
Die belangstelling zou kunnen wijzen op het voornemen van donorlanden
om ontwikkelingshulp weer directer te gaan inzetten om hun eigen belangen
te dienen. Nederland stelt bijvoorbeeld onomwonden dat zijn hulp ook
ten goede moet komen aan het eigen bedrijfsleven. Zou gebonden hulp,
waarbij ontvangende landen verplicht worden goederen en diensten in
het donorland aan te kopen, aan een comeback toe zijn? Atwood denkt
van niet. "Ongeveer 80 procent van de gebonden hulp is weggewerkt,
en ik zie geen pogingen om de klok terug te draaien. De laatste 20 procent
is het moeilijkst, maar ik geloof dat we vooruitgang zullen blijven
boeken."
Eigenbelang
Atwood zegt dat hij zich ook niet veel zorgen maakt dat landen zich
meer zullen laten leiden door eigenbelang en kortetermijnwinst. "We
hebben er belang bij om mensen uit de armoede te halen. Dat is een langetermijnopgave
en het veronderstelt dus een verlichte visie. Ondanks de economische
druk die nu op ons weegt, hebben we ons die visie eigen gemaakt. Ik
geloof dat Busan dat zal aantonen."
"Sommige
politici in West-Europa en Noord-Amerika pleiten voor besparingen op
ontwikkelingssamenwerking, maar ik geloof dat ze in de minderheid zijn.
De hulpprogramma's maken maar een klein deel uit van de begroting; met
besparingen is er weinig te winnen en veel te verliezen."
De deelnemers
aan de bijeenkomst in Busan zullen evalueren hoe de afspraken van Parijs
en Accra de voorbije jaren zijn uitgevoerd. Donorlanden zegden er onder
meer toe dat ze de ontvangende landen zouden toestaan meer zelf de leiding
te nemen over hun ontwikkeling, terwijl ze zelf meer zouden aansluiten
bij de nationale ontwikkelingsstrategieën en de prioriteiten van
ontwikkelingslanden. Donorlanden hebben zich er ook toe verplicht hun
activiteiten onderling beter te coördineren. Ten slotte zouden
zowel donorlanden als ontvangende landen meer verantwoording gaan afleggen
over hun beslissingen en de resultaten van ontwikkelingsinspanningen
beter gaan meten.
In Busan
zal ook over de opkomst van nieuwe donorlanden en over de toenemende
rol van het bedrijfsleven worden gesproken. Door de economische crisis
zijn de verwachtingen bij veel experts niet al te hoog gespannen.
__________________________________________________________
Vis blijkt droompartner voor rijstvelden
BRUSSEL , 17 november 2011 (IPS)
Als rijstboeren ook vis kweken in hun ondergelopen rijstvelden, daalt
het gebruik van pesticiden en mest drastisch. Tegelijk verhogen de boeren
hun inkomen en diversifiëren ze hun productie, blijkt uit Chinees
onderzoek.
Chinese
wetenschappers deden zes jaar lang onderzoek naar het gebruik van vis
in rijstvelden en publiceerden de resultaten in Proceedings of the National
Academy of Science.
De boeren
die deelnamen aan de studie van de Zhejiang Universiteit kweekten tussen
hun rijstplanten een lokale karpervariant die als delicatesse wordt
beschouwd en dus verkocht kan worden. Daadoor verhogen ze niet alleen
hun inkomen, maar diversifiëren ze ook hun aanbod op de markt.
Boer
en milieu
Maar dat is lang niet het enige voordeel: de vis leeft van het onkruid
tussen de rijst en vermindert het risico op plagen. Daardoor kunnen
de boeren het pesticidengebruik met maar liefst 68 procent verminderen.
Omdat de vis ook het stikstofgehalte in het ecosysteem reguleert, is
24 procent minder bemesting nodig, en kan bovendien stikstofarme mest
gebruikt worden.
Dat is niet alleen goed nieuws voor de boeren, die 60 tot 70 procent
van hun totale budget spenderen aan mest en pesticiden, maar ook voor
het milieu. De onderzoekers wijzen er op dat de techniek vooral het
verschil kan maken in regio's met waterschaarste, omdat het water voor
twee doeleinden kan worden gebruikt. Ze maken zich sterk dat de techniek
het mogelijk maakt voor boeren in tropische regio's om hun inkomsten
te verdubbelen.
__________________________________________________________
Arm Bangladesh koopt grond in buitenland
BRUSSEL, 16 november 2011 (IPS)
Bangladesh behoort tot de armste landen ter wereld, en toch probeert
de regering in Dhaka in andere landen goede landbouwgrond te kopen of
te leasen. Dat komt op termijn goedkoper uit dan voedsel invoeren, is
de redenering.
In een
interview met Irin, een nieuwssite van de Verenigde Naties, geeft de
Bengalese minister van Voedsel en Rampenbeheer Muhammad Abdur Razzaque
toe dat zijn medewerkers voorbereidende gesprekken voeren met Oekraïne
en Cambodja en ook bezoeken brengen aan Afrikaanse landen om daar mogelijkheden
te onderzoeken.
In Oekraïne
zou Bangladesh tarwe willen produceren, in Cambodja rijst. De regering
van Bangladesh wil zowel zelf grond kopen of leasen als Bengalese ondernemingen
helpen dat te doen.
Het is
een manier om de voedselzekerheid in Bangladesh te verbeteren, legt
Razzaque uit. Bangladesh telt 160 miljoen inwoners en heeft volgens
de Wereldbank maar 54 hectare landbouwgrond per duizend inwoners, een
van de laagste cijfers ter wereld. Door de bevolkingsaangroei slinkt
dat landbouwareaal bovendien met ongeveer 1 procent per jaar, terwijl
er niet veel winst meer te boeken valt door een intensiever gebruik
van de beschikbare akkers.
Problematische
transacties
Tot hiertoe zijn het vooral regeringen en bedrijven uit Westerse landen,
het Midden-Oosten en China die in het nieuws kwamen door de aankoop
van grote lappen grond in Afrika of in andere ontwikkelingslanden.
Veel van
die transacties zijn problematisch. Officieel gaat het altijd om grond
die "niet gebruikt wordt", maar in werkelijkheid leven er
vaak mensen die er al generaties lang voedsel oogsten of vee telen maar
geen eigendomsbewijzen hebben. Als de buitenlandse eigenaars dan ook
nog eens eigen arbeiders invoeren, veroorzaakt dat nog meer wrevel.
Bangladesh kan moeilijk aan die verleiding weerstaan, want in eigen
land kan het onmogelijk werk bieden aan zijn enorme actieve bevolking.
Sommige
experts schuiven contractlandbouw naar voren als alternatief. Daarbij
koopt een land in het buitenland grote hoeveelheden voedsel aan tegen
vooraf afgesproken prijzen. Dat sluit alvast de risico's van een grillige
prijsontwikkeling uit, een andere reden waarom Bangladesh op zoek is
naar landbouwgrond in het buitenland.
De voedselzekerheid
in Bangladesh is de voorbije twintig jaar verbeterd, maar toch blijft
de toestand volgens de Global Hunger Index "alarmerend". Volgens
de regering zijn er in Bangladesh nog altijd twee miljoen kinderen jonger
dan vijf ernstig ondervoed.
__________________________________________________________
"Shell moet één miljard dollar betalen om de Nigerdelta
schoon te maken"
DeWereldMorgen.be woensdag 16 november 2011
door Lore Van Welden
Het
multinationale olieconcern Shell moet om te beginnen één
miljard dollar betalen om de vervuiling op te ruimen in de Nigerdelta
die veroorzaakt werd door olielekken. Dit zeggen Amnesty International
en het CEHRD in een rapport dat vorige week verscheen. Het rapport beschrijft
gedetailleerd de verwoestende impact van twee immense olielekken in
Bodo in Ogoniland in 2008.
De twee
lekken in 2008 zijn veroorzaakt door mankementen en slijtage van de
pijpleidingen. Onlangs heeft Shell de verantwoordelijkheid voor de lekken
aanvaard. Het bedrijf wachtte echter wekenlang om beide lekken te dichten.
Duizenden vaten ruwe olie vervuilden het land en het water in en rond
Bodo, een stad met ongeveer 69.000 inwoners in de Nigeriaanse Nigerdelta.
De vervuiling werd drie jaar na datum nog steeds niet opgeruimd.
De impact
van beide lekken op de lokale gemeenschap is immens. Fundamentele rechten
zoals het recht op een adequate levensstandaard, het recht op water
en het recht op gezondheidszorg worden flagrant geschonden. De lokale
bevolking is grotendeels afhankelijk van de visserij en de landbouw.
Sinds de
lekken zijn er bijna geen vissen meer en groeien de gewassen zeer slecht.
Er zijn maar weinig alternatieve jobs in de regio en jonge mensen zijn
verplicht om elders werk te gaan zoeken. Bovendien kampen velen met
ernstige gezondheidsproblemen.
Shell beweert
dat het inspanningen doet in Bodo, maar daarbij gehinderd wordt door
allerlei vormen van sabotage. Dit argument trekken Amnesty International
en het Centre for Environment, Human Rights and Development (CEHRD)
ernstig in twijfel. Sabotage en illegale aftapping zijn een ernstig
probleem in de Nigerdelta dat moet worden aangepakt, maar Shell gebruikt
sabotage te makkelijk als excuus. De twee lekken in 2008 zijn veroorzaakt
door defecten aan de pijpleidingen, niet door sabotage. Dat heeft Shell
trouwens zelf erkend.
Bovendien
staat duidelijk in de Nigeriaanse wetgeving dat een oliebedrijf élk
lek moet herstellen en de gevolgen ervan moet opruimen, ongeacht de
oorzaak van het lek. Amnesty en het CEHRD vragen Shell om onmiddellijk
te starten met de opruiming van de vervuilde olie in Bodo.
Ook de
Nigeriaanse overheid moet orde op zaken stellen en de activiteiten van
oliebedrijven beter controleren. De wetgeving moet waar nodig aangepast
worden en vooral beter uitgevoerd worden. Momenteel zijn oliebedrijven
vrij te doen en te laten wat ze willen. Ze blijven ongestraft als ze
de regelgeving niet naleven.
Een recent
rapport van de Verenigde Naties concludeerde dat Ogoniland meer dan
25 jaar zal nodig hebben om te herstellen van de decennialange olievervuiling.
Het VN-rapport riep op om een fonds op te richten dat de schoonmaak
moet bekostigen. Amnesty International en het CEHRD vragen aan Shell
om alvast één miljard dollar in het fonds te storten.
Lore
Van Welden
Lore Van Welden is mediaverantwoordelijke bij Amnesty International
Vlaanderen vzw.
__________________________________________________________
Eilanden Stille Oceaan kijken uit naar klimaathulp
16 november 2011 door IPS , Rousbeh Legatis
NEW
YORK - Nergens wordt zo uitgekeken naar positieve resultaten van de
komende klimaattop in Durban als op de eilanden in de Stille Oceaan.
De stijgende zeespiegel dwingt er nu al mensen te verhuizen.
Op verscheidene
van de bijna duizend bewoonde eilanden in de Stille Oceaan is de klimaatverandering
al harde realiteit. Op de Carteret-eilanden, een eilandengroep die 86
kilometer voor de kust van Bougainville ligt, het grootste eiland van
Papoea-Nieuw-Guinea, is de uittocht al begonnen. De eilanden, die gemiddeld
maar iets meer dan een meter boven het zeeniveau liggen, worden ontruimd
omdat overleven er onmogelijk begint te worden. Van de 2700 gezinnen
die op de eilanden leven, zijn er inmiddels al twee hervestigd op de
Marau-eilanden, die ook tot Papoea-Nieuw-Guinea behoren. De verhuizing
van nog eens acht gezinnen is al gepland.
"We
hebben geregeld af te rekenen met springtij, en die golven vreten onze
kusten weg", zegt Ursula Rakova, een lid van de Raad van Ouderen
van de eilanden. Een belangrijk deel van het landbouwareaal op de eilanden
is al verloren gegaan. "Het wordt steeds moeilijker om voedselgewassen
te telen", zegt Rakova. "Maar onze grootste zorg is dat er
op een dag een extra hoge springvloed komt die alle inwoners wegveegt,
zonder een spoor na te laten."
Hulp
blijft uit
De hervestiging van de inwoners van de Carteret-eilanden maakt deel
uit van een plan dat vier jaar geleden door de Raad van Ouderen werd
uitgewerkt. Er is internationale steun voor, maar Rakova is ontevreden
over de bijstand die ze van haar eigen regering krijgt. "De regering
reageert heel traag en kiest niet de juiste prioriteiten. De regering
van Papoea-Nieuw-Guinea stelde in 2007 2 miljoen kina (toen ongeveer
521.000 euro) ter beschikking voor de bouw van nieuwe huizen op veiligere
plaatsen, maar het regionale bestuur in Bougainville heeft ons daarvan
nog niets overgemaakt."
Op andere
eilanden kan de toenemende droogte de bewoners nog sneller wegjagen
dan het stijgende water. Tokelau, Tuvalu en de Cook-eilanden lijden
nu al zwaar onder de droogte. Op Tuvalu is een groot deel van het grondwater
vervuild of erg zout. Als het minder gaat regenen of er door de stijging
van de zeespiegel nog meer zout in het grondwater terechtkomt, zal er
steeds minder bruikbaar water beschikbaar zijn. Dat kan ook snel tot
sociale spanningen leiden.
Spanningen
zijn er ook op Samoa, waar de kustlijn op sommige plaatsen al tot 80
meter is teruggeweken. Kustbewoners trekken naar het binnenland en veroorzaken
er steeds meer landconflicten.
Water
aan de lippen
Ook de veranderende weerpatronen maken het de boeren op eilanden lastig,
zegt Peniamina Leavai van het Pacific Adaptation to Climate Change Project
(PACC), een regionaal initiatief om de bevolking op de eilanden te helpen
zich aan te passen aan de klimaatverandering. Sommige eilanden kregen
onlangs te maken met droogte terwijl eigenlijk de regentijd had moeten
beginnen. "Varkens begonnen de bananenplanten aan te vreten voor
het water in de stammen, wallaby's en pythons gingen in de dorpen op
zoek naar eten en water en mensen stalen gewassen uit de tuinen van
hun buren."
Beleidsmakers
in de Stille Oceaan hebben het gevoel dat het water hen aan de lippen
staat. "De stijging van de zeespiegel gaat nu in millimeters, maar
dat worden centimeters en er is een onweerlegbaar risico dat het zeepeil
op termijn een meter of meer zal stijgen", verklaarde John Silk,
minister van Buitenlandse Zaken van de Marshalleilanden in mei tijdens
een conferentie in New York.
Onbetaalbare
oplossingen
Oplossingen om de inwoners van de eilanden in de Stille Oceaan beter
te beschermen tegen dat onheil zijn er, maar voorlopig ontbreekt het
aan de nodige internationale steun ervoor. Mensen uit bedreigde gebieden
kunnen hervestigd worden op andere eilanden, landinwaarts of zelfs in
andere landen. De eilanden kunnen dijken bouwen, nieuwe huizen die beter
bestand zijn tegen stormen en overstromingen en meer en betere waterreservoirs
aanleggen. Het herstel van koraalriffen en mangrovewouden kan een natuurlijke
verdedigingsgordel optrekken rond kwetsbare eilanden. Beleidsmakers
kunnen opleidingen krijgen om nieuwe oplossingen te leren kennen en
de beschikbare middelen efficiënter in te zetten.
"Er
is een breed gamma aan opties", zegt Leavai van het Pacific Adaptation
to Climate Change Project. "Sommige zijn duur, andere goedkoper,
maar veel ideeën kunnen niet meteen in de praktijk worden gebracht
omdat de mensen in de regio er niet de middelen en de capaciteit voor
hebben."
Op de klimaatconferentie
die eind deze maand in het Zuid-Afrikaanse Durban begint, wordt onder
meer gekeken hoe arme landen beter kunnen geholpen worden zich aan te
passen aan de klimaatverandering. De vooruitzichten zijn niet schitterend.
Op de klimaattop van 2009 in Kopenhagen zegden de rijke landen 30 miljard
dollar (22 miljard euro) toe om arme landen in 2010, 2011 en 2012 te
helpen de meest dringende maatregelen te treffen, maar volgens het Britse
klimaatinitiatief CDKN is daarvan nog geen tiende overgemaakt
__________________________________________________________
"Rol opkomende landen beperkt bij ontwikkelingshulp"
WASHINGTON , 13 november 2011 (IPS)
Experts hopen dat opkomende economieën zoals Brazilië, Rusland,
India, China en Zuid-Afrika (de BRICS-landen) een belangrijke rol gaan
spelen in ontwikkelingshulp. Deze landen zijn daar echter nog niet toe
in staat, zeggen critici.
Van 29
november tot 2 december komen tweeduizend experts en afgevaardigden
van overheden in Busan in Zuid-Korea bijeen voor het vierde High Level
Forum on Aid Effectiveness.
De rijke
landen, die traditioneel de ontwikkelingshulp domineren, bezuinigen
op hun budgetten als gevolg van de economische crisis. De in het verleden
gemaakte afspraken staan echter nog steeds, en het is de vraag wie ze
nakomt.
De inbreng
van de BRICS-landen was tot nu toe beperkt. Dat blijkt uit het feit
dat deze landen in de afgelopen tien jaar 26 miljard dollar aan leningen
aan lageinkomenslanden beloofden. De traditionele donoren van de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zegden in diezelfde
periode 269 miljard dollar toe.
Daarnaast
vrezen waarnemers dat de Zuid-Zuid-partnerschappen grotendeels hetzelfde
"uitbuitende" karakter hebben als de traditionele relaties
tussen rijke landen en ontwikkelingslanden.
Zwakke
instituten
Volgens ontwikkelingseconoom Jayati Ghosh, veranderen "groepen"
zoals BRICS de handels- en investeringspatronen niet zozeer, ze weerspiegelen
die eerder. "We hebben kunnen zien hoe multinationals opkomen in
het Zuiden. Deze bedrijven bevestigen eerder de universele tendens van
het kapitaal dan dat ze op grond van hun locatie een verschil maken."
"Anderzijds
is het ook zo dat kapitaal zwaar leunt op overheidssteun en dat landen
- ook in het Zuiden - zich, ondanks de toenemende onafhankelijkheid
en transnationaliteit van kapitaal, inspannen voor kapitaal dat uit
hun eigen land afkomstig is", zegt ze.
In een
recent werkdocument van Nkunde Mwase, econoom bij het Internationaal
Monetair Fonds (IMF), wordt ingegaan op de toegenomen financiering van
ontwikkeling in lage inkomenslanden door BRICS-landen. De BRICS-landen
lenen volgens Mwase meer aan lage inkomenslanden met zwakkere instituten.
Landen die geografisch gezien ongunstig liggen en weinig natuurlijke
rijkdommen hebben, krijgen aanzienlijk minder financiering dan de lage
inkomenslanden met veel natuurlijke rijkdommen.
Niet-duurzaam
Veel leningen zijn in de afgelopen jaren verstrekt door China, zegt
Mwase. "We hebben geen bewijs gevonden dat lage inkomenslanden
met goed bestuur beloond worden met meer financiering. Hoewel deze bevindingen
niet uniek zijn voor de BRIC-landen, verhogen de snel groeiende investeringen
de noodzaak om te verzekeren dat de financiering niet de pogingen
ondermijnt om tot beter bestuur te komen in deze landen", zegt
ze.
"Dergelijke
leningen kunnen landen in een schuldenval jagen als de risico's niet
goed in ogenschouw genomen worden ", zegt Mwase. "De arme
landen moeten zich ervan verzekeren dat de financiering naar projecten
met een grote opbrengst gaat en hen niet een niet-duurzame weg opduwt."
De investeringen door de opkomende landen zijn vaak weinig transparant,
of het nu gaat om hulp, leningen of zelfs commerciële contracten
tussen BRICS-landen en armere landen. "Landen zoals China en India
publiceren geen informatie over specifieke landen als het gaat om hun
concessionele en niet-concessionele leningen", staat in een document
van het Centrum voor Chinese Studies van de Stellenbosch Universiteit
in Zuid-Afrika.
"Dat
maakt het moeilijk voor de parlementen in partnerlanden en maatschappelijke
organisaties om de impact die het geld heeft op de ontwikkeling, te
meten. Er is meer transparantie nodig als we willen weten welke impact
de "BRICS-ontwikkelingspakketten" hebben."
Zambia
Susan Thomson, postdoctoraal onderzoeker politicologie aan Hampshire
College, maakt zich zorgen over de negatieve impact van ontwikkelingshulp
door BRICS-landen. "De Verenigde Staten, Canada en de Europese
Unie stellen aan hulp voorwaarden op het gebied van mensenrechten. Het
is onwaarschijnlijk dat de BRICS-landen dat ook doen."
Als voorbeeld
noemt ze Zambia, waar plaatselijke arbeiders zeven dagen per week werken
aan Chinese ontwikkelingsprojecten. Internationale of binnenlandse wetgeving
op het gebied van arbeids- en sociale rechten, wordt daarbij genegeerd.
"Het feit dat Afrikaanse regeringen actief zoeken naar extra hulpkanalen
zal leiden tot een verbreding van de economische kloof. De winnaars
zullen de BRICS-landen zijn, en de verliezers de kleine boeren, vrouwen,
mensen met hiv/aids en alle andere traditionele verliezers van dit systeem",
zegt Thomson.
Landroof
Uit een studie van de niet-gouvernementele organisatie GRAIN en de Economic
Research Foundation uit 2011, blijkt dat Indiase bedrijven grote stukken
land opkomen in Afrika, met de bedoeling hun voedselproductie uit te
besteden aan lage inkomenslanden.
In 2010
investeerden meer dan tachtig Indiase bedrijven zo'n 2,4 miljard dollar
in grond in landen zoals Ethiopië, Kenia, Madagascar, Senegal en
Mozambique. Het is de bedoeling dat het land gebruikt gaat worden voor
het verbouwen van voedselgewassen voor de Indiase markt.
De Indiase
handelwijze laat zien dat Zuid-Zuidsamenwerking zijn beperkingen heeft
als het gaat om het opheffen van ongelijkheid en uitbuiting, zegt Ghosh.
Volgens
haar hebben Zuid-Zuidpartnerschappen de potentie om het karakter van
de huidige economische orde te veranderen, maar alleen als ze anders
ingericht worden. "Momenteel zijn ze net als de Noord-Zuidpartnerschappen
in de eerste plaats gericht op belangen van bedrijven. Ze opereren binnen
het door de markt gedreven systeem waarbij de belangen van grote bedrijven
prevaleren boven die van burgers."
__________________________________________________________
Ethiopische kinderen werken op "Indiaas land"
ADDIS ABEBA , 13 november 2011 (IPS)
De achtjarige Red is op zijn knieën onkruid aan het wieden op een
suikerrietveld, in de brandende zon. Een Indiër overziet het veld
en let op of de jongen geen onkruid laten staan. Met de export van voedsel
uit Ethiopië, geproduceerd met kinderarbeid, hoop de Indiase eigenaar
van het bedrijf miljoenen te verdienen binnen drie jaar.
"Het
is hier nog een totale wildernis, maar binnenkort beginnen we met suikerriet
en palmolie. Dan zal alles er netjes uitzien", zegt Karmjeet Singh
Sekhon, terwijl hij met zijn Toyota 4x4 over het ruige land rijdt.
De 68-jarige
Indiër is manager van de Karuturi -farm in West-Ethiopië,
die 100.000 hectare beslaat. Binnenkort moet het bedrijf 300.000 hectare
tellen, een oppervlak groter dan Luxemburg.
Harde
valuta
Sinds 2008 is er sprake van een ongekende run op landbouwgrond in Afrika,
Latijns-Amerika en Azië. Dat is het gevolg van sterke schommelingen
in de voedselprijzen op de wereldmarkt, die in sommige landen leidden
tot voedselrellen. Landen zoals India, China en de Golfstaten willen
zeker zijn van voldoende voedsel voor hun groeiende bevolking. Ook willen
ze een rol spelen bij de productie van biobrandstoffen.
"Er
hangt vaak een sluier van geheimzinnigheid over deze landdeals. Die
zal moeten verdwijnen, zodat armen uiteindelijk niet de zware prijs
van het verlies van hun land betalen", zegt Ngozi Okonjo-Iweala,
voormalig directeur bij de Wereldbank.
In Ethiopië,
het op twaalf na armste land in de wereld, is de strijd om landbouwgrond
nog maar net begonnen. De sociale en milieugevolgen zijn moeilijk te
voorspellen. Volgens de Verenigde Naties hebben 4,5 miljoen mensen in
Ethiopië momenteel hulp nodig als gevolg van verwoestende droogte.
De meeste voedselhulp komt uit het buitenland.
"Geen
probleem", zegt Sekhon. "Een deel van de productie blijft
hier, en door de export krijgt Ethiopië harde valuta om voedsel
te kopen op de wereldmarkt."
Moderniseringsgolf
Ethiopië kent geen wet die vaststelt hoeveel voedsel in het land
moet blijven. Birinder Singh, verantwoordelijk voor marketing en logistiek,
maakt er geen geheim van dat het bedrijf commercieel georiënteerd
is. Er wordt verkocht aan de hoogste bieder, wie dat ook is, zegt hij.
Vijfentachtig
procent van de Ethiopische bevolking van 80 miljoen mensen leeft van
het land. In de afgelopen honderd jaar is er op dat gebied weinig veranderd:
kleine stukken grond worden bewerkt met door ossen getrokken ploegen
en de opbrengsten zijn laag.
De regering
hoopt dat het leasen van landbouwgrond aan buitenlandse investeerders
leidt tot een moderniseringsgolf. Volgens de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie
(FAO), moet de voedselproductie tussen 2010 en 2050 met 70 procent stijgen
om tegemoet te kunnen komen aan de wereldwijde vraag.
Al het
land in Ethiopië, 111,5 miljoen hectare, is eigendom van de staat.
Volgens de regering is driekwart daarvan geschikt voor landbouw. Momenteel
wordt slechts 15 miljoen hectare daarvoor gebruikt.
De regering
heeft nu 3,6 miljoen hectare bestemd voor buitenlandse en binnenlandse
investeerders. Het huren van een hectare grond kost tussen 4,40 en 168
euro per jaar. De contractperiodes variëren van 20 tot 45 jaar.
Critici spreken van een "uitverkoop."
Kennisimport
De Ethiopische premier Meles Zenawi noemt de kritiek slecht onderbouwd
of zelfs "kwaadaardig." "We willen het land ontwikkelen
om onszelf te voeden. Dat is beter dan de schoonheid van het braakliggende
land te bewonderen terwijl we sterven", zegt hij.
Ethiopië
is populair bij investeerders uit de agribusiness. "Er ligt veel
goed land, er is genoeg water, goedkope arbeid en een stabiele regering
die orde garandeert", zegt Singh.
Volgens
Esayas Kebede, hoofd van het overheidskantoor dat verantwoordelijk is
voor verhuur van het land, profiteert Ethiopië op verschillende
manieren van de deals. "Door voedsel te exporteren, komen er dollars
binnen. De boerderijen verschaffen werk, ze importeren kennis en helpen
ons de productiviteit op te voeren en de voedselzekerheid te verbeteren",
zegt Kebede.
Veel plaatselijke
boeren zijn niet overtuigd. Ojwato is een van hen. Het kost hem maar
een paar minuten om zijn 0,8 hectare land te voet te doorkruisen. Hij
is boos over het feit dat de oogsten van zijn buurman geëxporteerd
worden terwijl zijn land regelmatig voedselhulp ontvangt. "De buitenlanders
beloofden ons elektriciteit aan te leggen en voor water en ziekenhuizen
te zorgen. Maar er kunnen maar een paar van ons op het veld werken en
ze betalen slecht", zegt hij.
Verhuizingen
"We betalen altijd het minimumloon", zegt Singh. "Niemand
wordt gedwongen hier te werken", voegt Kebede eraan toe.
Bij Karuturi-farm
werken veel kinderen. Hoewel hij het geld goed zou kunnen gebruiken,
verbiedt Ojwato zijn kinderen voor het Indiase bedrijf te werken. Op
een dag zullen ze artsen, onderwijzers of ingenieurs zijn, zegt hij.
En daarvoor moeten ze naar school en niet op het land werken.
Niet alle
ouders denken er zo over. "Soms komen er maar vijf van de zestig
kinderen naar school. De rest is aan het werk", zegt Tigaba Tekle,
plaatsvervangend schoolhoofd van een school vlakbij de Karuturi-farm.
Officieel wordt alleen onbewoond land gebruikt door de gigantische bedrijven,
maar mensenrechtenorganisaties vrezen dat er mensen gedwongen zullen
worden hun land te verlaten. Er zou al een verhuizingprogramma van de
overheid lopen in West-Ethiopië.
Volgens
de regering is er geen verband tussen het verhuizingprogramma en de
landbouwprojecten. Iedereen kan vrijwillig vertrekken. Mensenrechtenorganisaties
betwijfelen dat echter.
Niet alleen mensenrechtenorganisaties hebben problemen met de megaboerderijen,
ook milieuactivisten zijn kritisch. Ongeveer veertig jaar geleden was
40 procent van Ethiopië bebost, nu is dat nog maar 3 procent.
__________________________________________________________
De grote Melkroof
16 december 2011 GRAIN
De meeste markten in het Zuiden worden van melk voorzien door kleinschalige
verkopers die melk ophalen bij boeren en herders. Maar ze staan onder
druk van de grote zuivelbedrijven zoals Nestlé en PepsiCo and
Cargill and andere spelers, die de hele zuivelsector in deze landen
over willen nemen, van boerderij tot markt. Een nieuw verslag door GRAIN
laat zien hoe belangrijk melk is voor het levensonderhoud en de gezondheid
van armen in veel landen in het zuiden.
Bij 'Melk
van de mensen' gaat het om honderden miljoenen mensen over de hele wereld
die veilig, voedzaam en niet te dure melk leveren aan heel veel arme
gezinnen.
" 80% van de zuivelmarkt wordt van zuivel voorzien door deze 'melk
van mensen'systemen, die vaak 'de informele sector wordt genoemd
" 15% van de bevolking wereldwijd is bij de melkproductie betrokken
" kleinschalige zuivelsystemen scheppen 200 banen op het platteland
per miljoen liter melk per jaar, vergeleken met 5 banen op het platteland
die geproduceerd worden in de industriële zuivelproductie in het
Noorden.
" in Pakistan, Kenya en colombia wordt verse 'melk van de mensen'verkocht
voor de helft van de prijs van verpakte melk in supermarkten.
Kleinschalige
boeren, herders and verkopers leveren een bewonderenswaardige prestatie
met de melk die zij weten te leveren aan de groeiende markten in het
zuiden. Het probleem is dat de grote bedrijven dezelfde markten op het
ook hebben en dat zij zware middelen inzetten om die markten te stelen
van de armen. Daarbij bieden de regeringen hen de helpende hand:
"
Bilaterale handelsverdragen laten toe dat transationale zuivelbedrijven
van tijd tot tijd gesubsidieerde melk dumpen en zo onder de prijs van
lokale producenten duiken. Allerlei regels en eisen zijn gunstig voor
de bedrijven maar sluiten de 'melk van de mensen' uit van de markten.
Financiële investeerders en grote zuivelbedrijven verenigen hun
krachten en zetten mega zuivelboerderijen op in het hele zuiden.
Cargill's
hedge fund heeft 300 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor zuivelbedrijven
in China en India. De grootste zuivelcoöperatie van de wereld,
Fonterra, bouwt 'boerderijen 'in China, India en Brazilië op een
schaal die zo groot is dat ze daar in het thuisland Nieuw Zeeland nooit
mee weg zouden komen. Een bank in Vietnam bouwt een boerderij voor 137.000
koeien. Dit zijn sociale en ecologische rampen die miljoenen mensen
in de armoede zullen storten. Er worden verschillende mogelijkheden
voor actie gesuggereerd:
" Hoge tarieven om het periodiek dumpen van geïmporteerde
melk en goedkope zuivelproducten tegen te gaan.
" De zuivelproductie zou zich weer moeten oriënteren op de
thuismarkt, met behulp van bijvoorbeeld aanbodbeheersing
" Voedselveiligheidssystemen die passen bij de behoeftes van de
mensen, niet bij de eisen van de bedrijven
" Boycots van grote zuivelbedrijven en supermarkten
" campagnes om geld weg te halen bij fondsen die investeren in
de industriële productie in het Zuiden
" solidariteit met en tussen zuivelproducenten en kleinschalige
verkopers en verwerkers en consumenten en arbeiders in de zuivelindustrie
'Melk van
de mensen' heeft een aantal machtige tegenstanders. Maar de ervaringen
in Colombia en elders laten zien dat die overwonnen kunnen worden. In
Colombia begon het verzet in 2006 toen het verbod op verkoop van ongepasteuriseerde
melk afgekondigd werd. Dit werd onder druk van de bevolking uitgesteld,
en na twee jaar na demonstraties werd het nog eens uitgesteld. In 2010
stond nieuwe wetgeving en bovendien een vrijhandelsverdrag met Europa
op het programma. Het protest was nu massaal, en in Mei 2011 werd Decreet
1880 aangenomen: 'Melk van de mensen' werd tot 'legaal en essentieel'
product verklaard. De strijd is echter nog niet voorbij: er staan nog
vrijhandelsverdragen met de VS en Europa op het programma. Maar de zuivelsector
is nu een katalysator van het verzet tegen dit soort verdragen.
Dit zijn
de voedselsystemen die de wereld nodig heeft voor de bestrijding van
armoede, honger en klimaatverandering, en we zouden ze allemaal moeten
steunen, omdat zoveel mensen ervoor hun levensonderhoud en het welzijn
van hun families van afhankelijk zijn.
Het volledige
rapport is hier te vinden:http://www.grain.org/article/entries/4259-the-great-milk-robbery-how-corporations-are-stealing-livelihoods-and-a-vital-source-of-nutrition-from-the-poor
The
great milk robbery: How corporations are stealing livelihoods and a
vital source of nutrition from the poor
__________________________________________________________
Braziliaanse boeren planten bomen tussen gewassen
SÃO PAULO , 10 november 2011 (IPS)
In de Braziliaanse deelstaat São Paulo planten boeren struiken
en bomen tussen hun gewassen. Daardoor hebben ze minder water nodig.
Het lokale project heeft nationale ambities.
Met de
bedoeling het milieu te beschermen hebben boeren in twee landelijke
zones in São Paulo een techniek ontwikkeld waarin het planten
van bomen de belangrijkste factor is.
De bomen
worden tussen de gewassen geplant. Op die manier willen de boeren het
waterverbruik voor de irrigatie van de gewassen verminderen. De techniek
maakt ook het gebruik van chemische bemesting overbodig.
"De
schaduw van de bomen vrijwaart de bodemvochtigheid en vermindert de
noodzaak van irrigatie, terwijl de wortels de noodzakelijke voedingsstoffen
krijgen, waardoor geen landbouwchemicaliën nodig zijn", zegt
Pedro Oliveira de Souza, voorzitter van Cooperafloresta, een van de
verenigingen achter het project.
Vruchten
van de Agrobosbouw heet het project. Het is resultaat van een samenwerking
tussen de Vereniging van Landbouwers in Agrobosbouw van Barra do Turvo
en Cooperafloresta, in de vallei van de Ribeira-rivier. Cooperafloresta
is een vereniging die kleine, familiale, milieubewuste landbouw nastreeft.
Het project
kreeg ondertussen de steun van staatsoliebedrijf Petrobras. De promotoren
van Vruchten van de Agrobosbouw hebben de ambitie de expertise van de
boeren in heel het land te verspreiden, via praktische opleidingen op
het terrein.
__________________________________________________________
Latijns Amerikaanse landen vormen front tegen honger
09 november 2011 door IPS
SALVADOR
- Parlementsleden uit Brazilië, Argentinië en acht andere
landen uit Latijns-Amerika maken zich sterk voor nieuwe wetten die regeringen
moeten dwingen de strijd tegen de honger op te voeren. Brazilië
heeft het recht op voedsel al in zijn grondwet opgenomen, en Colombia
en de Dominicaanse Republiek denken daar over na.
De leden van het Parlementair Front tegen de Honger, een Latijns-Amerikaans
initiatief dat in 2009 werd opgestart, nemen in het Braziliaanse Salvador
deel aan een driedaagse conferentie over voedselveiligheid die morgen
(10 november) afloopt. Brazilië geeft de toon aan in de strijd
tegen de honger. De voorbije acht jaar slaagde de regering erin de ondervoeding
bij kinderen in het land met 61 procent terug te dringen dankzij een
Nul Honger-programma.
Honger
is politieke kwestie
"Honger is geen technisch probleem, maar een politieke kwestie;
we kunnen dus wel degelijk wetgevend werk leveren", zegt Pedro
de la Cruz, een volksvertegenwoordiger uit Ecuador. Voedselschaarste
is volgens hem een gevolg van niet-duurzame productie, een gebrek aan
water en grond of van slecht werkende markten. "Dat zijn politieke
problemen, en daarom moeten we wetten maken die het recht op voedsel
affirmeren."
Het Parlementair
Front tegen de Honger probeert voedselveiligheid in alle landen van
Latijns-Amerika en de Caraïben hoger op de agenda te krijgen. Volgens
de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) lijden in de regio
52 miljoen mensen honger. Dat hangt onder meer samen met de hoge voedselprijzen.
Eten is er nu ongeveer 40 procent duurder dan vier jaar geleden.
Nationale
initiatieven
In Brazilië zet onder meer een nationaal samenwerkingsverband van
parlementsleden hun schouders onder de strijd tegen de honger. Samen
met de Nationale Raad voor Voedselveiligheid pakken die politici nu
ook andere voedingsproblemen aan, zoals het overaanbod van voedsel van
lage kwaliteit en zwaarlijvigheid.
Ook in
Honduras, El Salvador en Argentinië zijn er intussen parlementaire
initiatieven tegen de honger van de grond gekomen. In El Salvador heeft
dat al tot acht projecten geleid die de voedselzekerheid in het land
moeten verbeteren. In Argentinië worden ook provincies en gemeentebesturen
bij het werk betrokken. In dat land wekt onder meer de aankoop van grote
oppervlaktes landbouwgrond door buitenlandse investeerders bezorgdheid.
Argentinië is een grote voedselproducent, maar voert veel landbouwgewassen
uit.
Auteur:
Fabiana Frayssinet
_____________________________________________________
Duurzaam begint bij de consument (zegt de boer)
Duurzaamnieuws 08-11-2011 | Bron: iNSnet
"Duurzaamheid begint bij de consument, niet bij de producent, de
boer!" Dit zegt Henk Jan ten Haken, bedrijfsleider van Nij Bosma
Zathe, tijdens een rondleiding op deze praktijkproefboerderij voor melkveehouderij
van de WUR (Wageningen University & Research centre) even buiten
Leeuwarden.
Wil
van consument is wet
Door het initiatief bij de consument te leggen, wijst Ten Haken de consument
op zijn macht om druk uit te oefenen op de politiek. "En als de
regering het dan wil, dan zijn wij, de boeren zo om. Dan moet wel iedereen
de consequenties van dit principiële besluit onder ogen zien. Er
hangt namelijk wel een groen prijskaartje aan, want duurzaam produceren
vraagt meer inzet, meer controles en monitoring, meer zekerheid en innovatie.
Elders in de wereld is de consument al lang blij met melk en vraagt
zich niet of nauwelijks af waar die vandaan komt. Die keuze voor de
Westerse consument tussen 'fabrieksmelk' en 'melk van de groene koe'
is luxe en dat kost geld."
Weidemelk
En die koe in de wei, is dat de groene oplossing? "Nee, dat is
helemaal niet zo groen, maar heeft alles te maken met het imago",
luidt het ontnuchterende antwoord van de bedrijfsleider van Nij Bosma
Zathe. "Onze coöperatie FrieslandCampina heeft voor dat imago
van weidemelk zelfs geld over en betaalt boeren nu 0,5 cent per liter
meer. Van die prijsverhoging merkt de consument in de winkel weinig.
"Het zal net zo gaan als met groene stroom", luidt de voorspelling
van Ten Haken. "Daarvoor betaalt de consument ook niet graag meer
en dus wordt die nu met grijze stroom gemengd en komt zo bij de consument
thuis. Zo zie ik dat ook gebeuren met de weidemelk, die wordt gemengde
met niet weidemelk, als er straks meer aanbod is dat vraag." En
de boeren? Die merken wel degelijk wat van deze prijsverhoging. "Dus
volgend jaar gaan de koeien van Nij Bosma Zathe ook weer de wei in."
Gelukkige
koe
Duurzaam boeren in de melkveehouderij is niet eventjes de koeien in
de groene wei zetten. Het gaat erom nog beter en duurzamer voor de koeien
te zorgen. Dat wil zeggen het terugdringen van stress voor de koe door
haar meer ruimte en comfort in de stal te bieden en haar zelf het moment
te laten kiezen, wanneer ze door de melkrobot gemolken wil worden. Dit
terugdringen van stress verbetert net als bij de mens, de gezondheid
van de koe, dringt daarmee het zo gewenste gebruik van antibiotica terug
en de koe wordt ouder. "De kans dat de koe ouder wordt, betekent
voor de boer dat hij langere tijd profijt heeft van haar melkproductie.
Vergeet niet dat je de eerste twee jaar als ze nog te jong is om te
kalveren, de jonge koe slechts in de kost hebt."
Duurzaam
op de boerderij
De praktijkproefboerderij Nij Bosma Zathe houdt zich bezig met innovatie,
onderzoek en conceptontwikkeling in opdracht van het bedrijfsleven,
ministeries of belangenorganisaties. "Duurzaamheid staat in alle
processen die we onderzoeken of monitoren èn in onze bedrijfsvoering
op nummer 1, maar we zijn geen ecoboer" benadrukt haar bedrijfsleider.
"We werken niet milieuvervuilend en zijn energieneutraal met onze
eigen vergisters, die ook nog eens stroom leveren aan 2.200 huishoudens
in het hier nabijgelegen Techum. Deze vergisters voeren we naast mest,
afgekeurde landbouwproducten zoals uien, cacaodoppen of zelfs koekjeskruim."
Robot
in de wei
Ten Haken laat in de grote loopstal voor zijn 200 melkkoeien een paar
praktijkproeven zien. Voor stalbouwers bijvoorbeeld onderzoekt de proefboerderij
waterbedden voor de koe, diverse vormen voor de scheidingshekken en
drinkbakken. Trots is de bedrijfsleider op hun uitvinding van de weiderobot.
Deze robot staat in de wei, kan daar op zonne- of windenergie draaien
en is gemakkelijk te verplaatsen naar een andere wei. Het is twee in
één: het biedt de koe vrijheid het moment te kiezen wanneer
ze gemolken wil worden. En de boer kan aan de maatschappelijke wens
voldoen van 'koeien in de wei' en krijgt hij ook nog eens voor zijn
weidemelk meer geld van de coöperatie. "Deze robot kan straks
ook ingezet worden voor melkvee in natuurgebieden, waar je tot nu toe
alleen slachtvee ziet grazen."
Silicon Valley melkveehouderij
De WUR breidt Nij Bosma Zathe de komende jaren onder haar nieuwe naam
Dairy Campus uit, van vier naar ruim acht hectare tot haar Silicon Valley
voor melkveehouderij. Op deze campus komen diverse R&D- faciliteiten
voor de WUR en het bedrijfsleven.
http://www.nijbosmazathe.nl
dairycampus@wur.nl
Désirée
Crommelin
www.het-interview.nl
_____________________________________________________
Oxfam rapport onthult grove mensenrechtenschendingen op FSC plantages
in Oeganda
DeWereldMorgen.be 07 november 2011
door An-Katrien Lecluyse, Leo Broers
In Oeganda
werden meer dan 22.000 boeren verdreven om plaats te maken voor duurzaam
beheerde boomplantages. Families werden gedwongen hun land te verlaten,
huizen werden platgewalst en gewassen verbrand. Ondanks deze flagrante
mensenrechtenschendingen kregen de plantages van de New Forest Company
toch het FSC-label. Wat is er aan de hand?
Door de
voedselcrisis van 2007-2008 is de druk op vruchtbare grond enorm toegenomen.
Het voorbije decennium werd in ontwikkelingslanden een oppervlakte zo
groot als West-Europa verkocht of verhuurd aan buitenlandse bedrijven
voor de teelt van exportgewassen zoals voedsel, biobrandstoffen, hout
of papier.
"Te
veel van die investeringen gaan gepaard met bedrog, mensenrechtenschendingen
en landverlies", schrijft Oxfam in 'Land and Power', een recent
rapport over landroof.
Het Oxfam-rapport
haalt het voorbeeld aan van de New Forest Company, een Engels bosbouwbedrijf
dat in Oeganda plantages van snelgroeiende bomen beheert. Meer dan 22.000
mensen werden van hun land beroofd, vaak met geweld. Uit verschillende
getuigenissen blijkt dat de uitwijzingen niet alleen werden uitgevoerd
door de politie en het leger, maar ook door gewapende handlangers van
het bedrijf.
Gedwongen
te verhuizen
"Ik herinner me dat we een deadline kregen om onze huizen te verlaten,
tussen 12 en 28 februari 2010", getuigt Naiki Apanabang voor Oxfam.
"Ik verkoos te vertrekken op 12 februari. We konden zien hoe ze
huizen in brand staken en de mensen hun velden vernielden. Het was te
pijnlijk om nog te blijven." De moeder van acht kinderen woont
nu in een huurhuis en kan niet eens dagelijks haar gezin voeden.
Lokuda
Losil is 60 en verkreeg zijn stuk grond in de jaren zeventig. Hij voedde
er zijn 8 kinderen op en zag er zes van zijn kleinkinderen opgroeien.
Op zijn plantage van bananen, jackfruit en avocado's was het hard werken,
maar hij en zijn familie hadden een leven zonder zorgen.
"De
New Forest Company heeft mijn grond afgepakt. Mensen van het bedrijf
samen met veiligheidsdiensten vernielden onze oogst en sloopten onze
huizen. Ze sloegen mensen in elkaar, vooral degene die niet konden weglopen.
Ik ben met mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen in groep weggevlucht.
Het was verschrikkelijk."
De landroofkwestie
waarover zelfs The Guardian en The New York Times schreven, is een smet
op het duurzaam imago van de New Forest Company. Maar deze ontkent de
aantijgingen met klem: "Oxfam valt een bedrijf aan met een vlekkeloos
parcours in gemeenschapsinvestering en ontwikkeling. Het grootste deel
van de beweringen is onjuist en misleidend."
In een
interview met Al Jazeera verduidelijkt de voorzitter van New Forest
Company, Robert Devereux: "We hebben er alles aan gedaan om de
mensen op vrijwillige basis te laten gaan. Dat werd bevestigd door FSC."
Waarop Kate Geary, co-auteur van het Oxfam-rapport, reageert: "Hoe
kan New Forest Company beweren dat de mensen vrijwillig hun huis verlaten
hebben als er twee rechtszaken lopen vanwege misbruik, geweldpleging
en vernieling van huizen en oogsten? Iedereen weet maar al te goed wat
er gebeurt op de plantages."
Landroof
met een FSC-label
Ondanks de grootschalige landroof kreeg New Forest Company in 2009 toch
het FSC-label voor zijn plantages in de Oegandese districten Kiboga
en Mubende. Het certificeringsrapport heeft het over 'illegale bezetters'
wanneer verwezen wordt naar de talloze boeren wier land werd afgepakt.
En over de manier waarop dat gebeurde, is de controleurs niets bijzonders
opgevallen: "De certificaathouder (New Forest Company) heeft zich
vreedzaam gedragen en handelde verantwoord. De illegale indringers zijn
vrijwillig van hun land vertrokken. Er waren geen incidenten of geweldpleging,
noch meldingen van gedwongen verhuizingen", aldus SGS-Qualifor,
een van FSC's belangrijkste certificeerders.
Twee maanden
na certificatie ontving het Oegandese ministerie van Land een petitie
van 10.000 wanhopige inwoners die opgejaagd werden om hun huizen te
verlaten. Niet een van hen werd geïnterviewd tijdens de jaarlijkse
controlebezoeken van FSC.
"Dat
toont nogmaals hoezeer FSC een systeem is dat de positie van de gecertificeerde
bedrijven legitimeert en versterkt, terwijl het de zaak van de plaatselijke
bevolking verzwakt", zegt de coördinator van de World Rainforest
Movement, Winfridus Overbeek. "FSC is al sinds 2009 op de hoogte
van wat er gaande is in Oeganda."
Alison
Kriscenski van FSC-International stelt dat de 'verandering in landgebruik'
geëvalueerd werd tijdens de controlebezoeken en dat alle stakeholders
geraadpleegd werden. Toch kan FSC niet om het Oxfam-rapport heen: "FSC
zal de toestand in Kiboga en Mubende grondig onderzoeken. Het is onze
prioriteit dat alle inbreuken tegen de principes en criteria van FSC
verholpen worden."
Maar in
de praktijk betekent dit dat FSC opnieuw het vertrouwen geeft aan SGS-Qualifor,
de certificeerder die twee jaar lang alles door de vingers zag, om het
onderzoek te voeren.
Het
oncertificeerbare certificeren
"New Forest Company in Oeganda is zeker geen geïsoleerd geval",
benadrukt Winfridus Overbeek. "De World Rainforest Movement voert
al jaren campagne tegen de certificering van grootschalige boomplantages,
omdat ze wereldwijd gepaard gaan met conflicten. Industriële plantages
staan per definitie haaks op de principes van duurzaamheid."
Toch neemt
de vraag naar duurzaam hout en koolstofkredieten uit plantages gestaag
toe. En New Forest Company is een jong bedrijf dat daar gretig op inspeelt
en ook in andere Afrikaanse landen groeit. In Mozambique bezit het 20.000
ha, in Tanzania 14.000 ha en in Rwanda 13.000 ha. Volgens SGS-Qualifor
zullen al deze plantages nog voor de oogst gecertificeerd worden. Sinds
het schandaal in Oeganda heeft FSC daar nog geen uitspraken over gedaan.
Woensdag
9 november om 20 uur speelt in de Centrale in Gent 'Duurzaam op papier',
een documentaire over een Braziliaans papierbedrijf dat FSC nooit had
mogen certificeren. Daarna volgt een pittig debat over de geloofwaardigheid
van het FSC-label. Meer info: www.groeneloper.be
_____________________________________________________
Betere wegen doen Congolese voedselproductie pieken
BRAZZAVILLE , 7 november 2011 (IPS)
De regering van Congo-Brazzaville heeft sinds 2009 al 839 kilometer
wegen verhard waarlangs boeren hun oogst naar de steden kunnen brengen.
In de streken die door de nieuwe wegen worden ontsloten, is de landbouwproductie
al spectaculair gestegen.
Medio dit
jaar kon de Congolese minister van Landbouw, Rigobert Maboundou, een
verharde weg van 37 kilometer inhuldigen tussen Ngobana en Bouemba,
in het noorden van het land. Nu voeren de boeren van Bouemba volgens
het ministerie elke week ongeveer 800 ton extra levensmiddelen naar
de hoofdstad, vooral maniokmeel, yams en gedroogde vis.
Succesverhalen
Gelijkaardige succesverhalen komen uit andere delen van het land. Een
verbinding van 35 kilometer tussen Boko en Ntombo-Manianga in de zuidelijke
regio Pool heeft de productie van groenten, fruit en maniok in de omgeving
de eerste negen maanden van dit jaar opgedreven tot 6000 ton, tegenover
amper 1200 ton voordien. Ook in het zuiden van het land heeft een weg
van 25 kilometer tussen Nzongo en Louomo de export van maniok, pindanoten
en fruit van maximaal 850 ton per jaar opgedreven tot 4500 ton. Alle
cijfers komen van de overheid.
Een nieuwe
weg tussen Djambala en Abala-Ndolo zal volgens de eerste prognoses de
export van yams, aardappelen en maniok uit het centrum van het land
naar Brazzaville meer dan vertienvoudigen. De Amerikaanse hulporganisatie
International Partnership for Human Development (IPHD) zegt dat ze dankzij
de weg de kans ziet volgend jaar 150 hectare nieuwe aardappelvelden
in de streek in gebruik te nemen.
Ook de
indrukwekkende bevrachtingcijfers van goederentreinen geven aan dat
het wegenbouwprogramma de landbouw aanzwengelt. Sinds de weg tussen
Mayalama en Yamba, ook in het zuiden van het land, in augustus goed
berijdbaar werd, worden in het station van Loutete wekelijks 1100 ton
bananen overgeslagen, 350 ton meer dan voordien. De boeren uit de streek
voeren ook duidelijk meer pindanoten, maïs en maniok naar Brazzaville.
Pointe
Noire
De grootste stroom van levensmiddelen gaat naar Brazzaville, maar ook
Point Noire, de op één na grootste stad van het land,
voelt het effect van de nieuwe wegen op het platteland. Een nieuwe verbinding
tussen Pilikondi, Bilala en Cacao laat boeren nu toe elke dag groenten
en bananen naar de havenstad te voeren. Vroeger stonden hun vrachten
vaak weg te rotten in de stations van Pounga of Mvouti.
"Ons
zakencijfer is in enkele jaren tijd gestegen van 4.000 tot 44.000 euro",
zegt Hugues Taty, lid van de Coöperatie van Groentekwekers en Veetelers
van Nkoti Fouta in het zuiden van Congo. De coöperatie profiteert
van de verharding van de weg tussen Tchamba en Nzassi.
De verharde
wegen stellen boeren in staat verse producten veel vaker en sneller
naar de steden te brengen, terwijl producten als maïs en maniokmeel
makkelijker en veel verder kunnen worden getransporteerd. Door de grotere
omzet en ruimere winstmarges kunnen coöperaties beginnen te dromen
van grotere vrachtwagens, waardoor ze nog grotere oogsten aan de man
zouden kunnen brengen.
Wereldbanksteun
De nieuwe wegen worden gebouwd in het kader van het PDARP, een Wereldbankproject
dat de verbindingen op het platteland wil verbeteren om de landbouw
vooruit te helpen. Congo zelf investeert bijna 15 miljoen euro in het
project. De Congolese regering had zich in 2008 voorgenomen op het platteland
1320 kilometer nieuwe wegen aan te leggen. Volgens het PDARP zijn er
daarvan tussen 2009 en 2011 al 836 kilometer gerealiseerd, waarvan 524
kilometer dit jaar.
Congo-Brazzaville
voert volgens de VN elk jaar voor ongeveer 174 miljoen euro voedsel
in. Het dunbevolkte land biedt uitgelezen mogelijkheden om meer voedsel
te produceren. Amper 2 procent van de potentiële landbouwgrond
in het land wordt momenteel bewerkt. Het gebrek aan goede wegen is een
van de oorzaken waarom de Congolese landbouw zo lang onderontwikkeld
bleef.
_____________________________________________________
'Ook de rechten van de bewoners tellen'
Interview met Titi Soentoro over klimaatgeld voor bossen
5 november 2011 (MO*)
'Klimaatfinanciering voor herbebossing en bosherstel (REDD+) moet ook
oog hebben voor de rechten van wie in het bos woont' vindt Titi Soentoro,
van ADB-Indonesië, het NGO-Forum dat het beleid van de Wereldbank
en de Aziatische Ontwikkelingsbank in de regio opvolgt.
Voor Indonesië
is dat niet zo evident, omdat het land jarenlang een militaire dictatuur
kende onder Suharto en de erfenis daarvan nog altijd zwaar doorweegt
in het beleid. Soentoro pleit bij de geldschieters voor behoedzaamheid,
transparantie en strengere controlemechanismen.
In 2009
kondigde de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono aan dat
Indonesië bereid is zijn uitstoot van broeikasgassen met 26 procent
in te krimpen tegen 2020. En als er voldoende internationale steun zou
komen, zou dit cijfer voor inkrimpen van de emissies zelfs kunnen stijgen
tot 41 procent. Deze intentieverklaring heeft Indonesië een prominente
plaats gegeven in tal van initiatieven die op gang komen voor klimaatfinanciering
voor vermeden ontbossing en voor bosherstel, het zogenaamde REDD+-programma
van de VN-Klimaatconventie UNFCCC.
Een brede
waaier van pilootprojecten is opgezet, gesteund door de Wereldbankgroep
en door andere multilaterale, bilaterale en private financiers. Maar
niet alleen de ecologische impact van de projecten is belangrijk, ook
de sociale impact en de monitoring van die geldstromen.
Indonesië
heeft na Suharto toch afstand genomen van de dictatuur. Hoe werkt die
erfenis dan nog door?
Titi Soentoro:
De structuur van de militaire dictatuur is nog sterk overeind gebleven.
Militairen zijn nog steeds eigenaars van grond en van belangrijke bedrijven.
Zij reiken concessies uit en spelen een belangrijke rol in de export
van Indonesië's natuurlijke rijkdommen. Ze komen nog steeds tussen
in het politieke leven van de regering en sturen het beleid mee om hun
doelstellingen te bereiken.
De voorbije
drie tot zes maanden is het geweld weer toegenomen. Huizen van mensen
worden afgebrand omdat ze weigeren te wijken voor de palmolieplantages.
De militairen worden ingezet door de bedrijven om hun belangen te verdedigen.
Het Indonesische leger heeft een contract met de minister van bosbouw
en met de milieuminister om de juiste omstandigheden voor het project
te creëren; ze worden ingeschakeld om toezicht te houden. Bedrijven
buiten die situatie uit, want ze hebben bescherming nodig.
Neemt
de huidige president daar geen afstand van? Op de internationale fora
schuift hij zijn land naar voren voor pilootprojecten in klimaatfinanciering.
De president
komt uit de schoot van het leger en is een ex-generaal. Hij was commandant
in Oost-Timor en minister van defensie. Er zijn dus heel nauwe banden.
De regering is ook erg uit op het geld. Met klimaat kan er vandaag veel
geld verdiend worden. Ons punt is daarom, als je geld geeft aan een
regering of een staat voor een REDD+ - project (Reducing Emissions from
deforestation and degradation) is het belangrijk na te gaan hoe de lokale
situatie is. Vergewis u ervan dat er geen militaire druk is. Men is
zich vaak onvoldoende bewust van de impact van het geld.
Internationale
financiering voor bossen komt niet noodzakelijk de gemeenschappen ten
goede?
Internationale instellingen kijken vaak niet naar de reële situatie
ter plaatse. Ze stellen een project op om een bepaalde regio te herbeplanten,
maar soms gaat het daarbij om een problematisch gebied omwille van de
relatie tussen de staat, de lokale bewoners en de betrokken bedrijven.
Wat de
REDD+ projecten betreft, gaat het vandaag over wat men noemt REDD-readyness:
het voorbereidend stadium om de regio in gereedheid te brengen. Daarbij
gaat het om capaciteitsopbouw voor duurzaam bosbeheer, het opstellen
van een beleid. Financiers als de Wereldbank gaan ervan uit dat deze
fase geen risico's inhoudt, maar dat klopt niet. Men moet de mensen
die er wonen betrekken bij het project. Zij moeten het ermee eens zijn
dat er geen bomen meer omgehakt worden of dat er nieuwe geplant worden.
De schendingen
van mensenrechten zijn echter talloos. Vandaag zien we dat gebieden
in die fase van "readyness" ontruimd worden om de regio klaar
te maken voor REDD+. Mensen worden gedwongen om het gebied te verlaten,
hun koffieplantages - die hun bron van inkomsten zijn- worden afgehakt.
De sociale en culturele relatie met het bos wordt volledig over het
hoofd gezien. Wij vragen dat er ook in deze voorbereidingsfase voldoende
waarborgen zouden zijn om mensen de nodige bescherming te verzekeren.
Worden
de bewoners dan niet betrokken?
We stellen tal van klachten vast van mensen waaruit blijkt dat dit niet
het geval is. Van 19 tot 22 september was er in centraal-Kalimantan
een klimaatforum van regeringsleiders uit de regio. Tijdens die meeting
is er heel veel actie gevoerd, onder meer door de Indonesische inheemsen,
die stellen dat ze niet bij de beslissingen betrokken zijn. Hun eisen
gaan over het recht op informatie en consultatie. De Wereldbank had
inderdaad betrokken bewoners uitgenodigd om deel te nemen aan een overleg
vooraf, maar de uitnodiging werd verstuurd anderhalve dag voordien.
Mensen kunnen op die manier niet deelnemen en geen weloverwogen advies
meebrengen. (Soentoro toont op haar laptop een uitnodiging verstuurd
op 18 juli om 1.13 pm, terwijl de bijeenkomst plaatsvond op de 20ste,
van 9 tot 12. ) Dit is de praktijk van de Wereldbank.
Op de
klimaatonderhandelingen vragen landen uit het Zuiden dat het klimaatgeld
niet door de bestaande financiële instellingen zou beheerd worden,
maar door nieuwe entiteiten.
Dat is
begrijpelijk want er zijn tal van voorbeelden van misbruik in de praktijken
van de Wereldbank of de Aziatische Ontwikkelingsbank en vaak blijkt
dat de consultaties niet reëel zijn. Indonesië is een klant
van de Wereldbank, al jarenlang. Maar onder Suharto en zijn militaire
dictatuur is de armoede toegenomen en zijn de bossen afgenomen. Al dat
geld dat naar het land vloeit, wordt niet aangewend om de welvaart van
de mensen te stimuleren.
Bedoeling
van REDD+ is dat dit geld de gemeenschappen helpt op de weg naar duurzame
ontwikkeling. Landen als Noorwegen, die bij de eersten zijn om zulke
projecten te financieren, zien wij in het Westen eerder als pioniers
voor milieu- en klimaatbescherming. Maar dit blijkt niet de goede aanpak?
Soms kan
de financiering helpen, maar indien het geld niet goed gebruikt wordt,
is het beter dat het er niet is. Niet alles kan trouwens herleid worden
tot geld. Een voorbeeld uit Centraal-Kalimantan: een moerasgebied, dat
het Suharto-regime vernietigde voor een rijstproject, werd nadien door
de inheemse gemeenschap met de steun van een lokale ngo terug hersteld
in zijn oorspronkelijke staat, zonder geld van buitenaf.
Vaak wordt
er niet gekeken naar wat mensen allemaal al doen. Inheemsen hakken nooit
zomaar een boom af, want ze weten dat er in de bomen geesten leven.
Bomen zijn heilig en een boom afhakken kan hen een straf opleveren van
de grootouders. Als we echt om het woud geven, dan zou de kennis die
zij bezitten over het woud, de drijvende kracht moeten zijn bij het
opzetten van projecten voor bosbescherming. Maar in de klimaatonderhandelingen
gaat het daar niet over. Daar gaat het over zaken doen met CO2 .
REDD+ projecten
zijn maatregelen om de bossen in een specifieke regio te beschermen.
Wij vragen ons echter af waarom de mensen die daar al generaties wonen,
nu met allerlei eisen lastig gevallen worden. Als het werkelijk gaat
om de ontbossing af te remmen, moet je nagaan wie de ontbossing veroorzaakt.
En dan kom je bij de houtkapbedrijven en niet bij de lokale bewoners.
Als de Wereldbank het echt ernstig voorheeft met het klimaatbeleid,
moet ze de kapbedrijven aanpakken of de regering voor haar onduurzame
ontwikkeling.
Pleit
u hiermee tegen REDD+ projecten, en tegen klimaatfinanciering voor bosbehoud
en bosherstel?
REDD als
een mechanisme om emissies te reduceren, zou ik willen afgeschaft zien;
herbebossing is prima, maar zonder zo'n grote financieringsprogramma's
omdat geld vaak bestaande problemen verergert. Noorwegen kan dat geld
geven, maar waarom gebruikt Noorwegen dat geld niet om in eigen land
de uitstoot te verminderen en de levenswijze van de mensen te veranderen?
Onlangs namen we deel aan de workshop van de KfW, (de Duitse ontwikkelingsbank
Kreditanstalt für Wiederaufbau). Daar werd zonder verpinken gesteld:
"We weten dat privébedrijven (van palmolie of papierpulp)
de driver zijn van ontbossing. Daarom zullen we die bedrijven incentives
geven om de ontbossing aan te pakken." Incentives geven, waarvoor?
Zij zijn mensenrechtenschenders!
Wat
kan de internationale gemeenschap hieraan doen?
Klimaatfinanciering
kan werken, als ze ook mensen meer rechten geeft en hen sterker maakt
om hun rechten op te eisen: het recht op informatie, het recht om deel
te nemen aan de besluitvorming, dat mensen niet uit hun gebied worden
gezet, geen manipulaties en militaire repressie ondervinden. Mensen
wonen daar en zij weten wat ze moeten doen om het bos te behouden, beter
dan mensen uit het Noorden. Geef hen de tijd en de ruimte om hun eigen
weg te gaan en hun eigen ontwikkelingsmodel gestalte te geven.
Een andere
belangrijke regel is dat er transparantie is over de geldstromen en
dat het geld niet dient om militaire operaties mee te financieren. Als
belastingbetaler kan je een invloed uitoefenen.
_____________________________________________________
Voedselcrisis houdt aan ondanks prijsdaling
3 november 2011(MO*)
De voedselprijzen zijn het afgelopen half jaar wereldwijd gedaald, maar
ze liggen nog altijd negentien procent boven het niveau van september
2010. Dat staat in het Food Price Watch Report, dat de Wereldbank vlak
voor de G-20 top in Cannes heeft gepubliceerd. De hoge voedselprijzen
treffen vooral de landen in de Hoorn van Afrika.
Robert
B. Zoellick, president van de Wereldbank, zegt dat de voedselcrisis
alles behalve gedaan is. Hij dringt er bij de wereldleiders op de G20-top
dan ook op aan om het hoog op de agenda te zetten. 'Wereldwijd zijn
er miljoenen mensen die lijden onder de hoge voedselprijzen. De wereldbank
heeft met het Franse G20-presidentschap en verschillende internationale
partners acties opgezet om de meest kwetsbaren te beschermen tegen de
gevaren van de prijsstijgingen van voedsel,' aldus Zoellick.
Graan,
zuivel en bakolie
Door de speculatie dat de economie zal vertragen, is de vraag naar voedsel
de afgelopen negentien maanden gezakt. Vooral de vraag naar graan, zuivel
en verschillende kookolie's zakte in deze periode. De index met 53 andere
voedingsmiddelen daalde voor de vierde maand naar 216 punten. Deze index
lag in september nog op 225 punten. De daling van vier procent was de
grootste sinds maart 2010. Deze indexcijfers zijn door de Voedsel en
Landbouworganisatie van de Verenigde Naties in Rome (FAO) in een e-mail
vermeld. De daling duidt op een sterke, internationale daling van grondstoffen-
en voedselprijzen.
Honger
in Hoorn van Afrika
De prijzen zakken, maar in veel delen van de wereld merkt men niets
van deze daling. In Somalië, Ethiopië en Kenia is de dreiging
van hongerdood nog altijd aan de orde van de dag. Zoellick laat de aanwezige
wereldleiders in Cannes weten niet om dit feit heen te willen.
'Laten
we vooral niet vergeten dat het verhelpen van de crisis niet alleen
te maken heeft met banken en hun schulden. Miljoenen mensen worden dagelijks
geconfronteerd met honger en ondervoeding. De G20 kan maatregelen treffen
om deze verschrikkelijke situatie te verbeteren.'
Griekenland
krijgt voorrang
Op de G20-top kijken de wereldleiders vooral naar de ontwikkelingen
rond Griekenland en de positie van Papandreou. Sinds de Griekse premier
woensdag een referendum heeft aangekondigd over het Europese noodfonds,
heeft hij verschillende lidstaten tegen zich in het harnas gejaagd.
_____________________________________________________
De voedselcrisis slaat opnieuw toe. Speculatie gaat voor op voedselbehoeften
DeWereldMorgen.be 03 november 2011 Vertaaldesk, Esther Vivas
Een
nieuwe voedselcrisis slaat toe. De voedselprijzen zijn volgens de index
van voedselprijzen van de FAO, de VN-organisatie voor Voedsel en Landbouw,
van februari 2011, opnieuw tot recordniveaus gestegen. De FAO analyseert
maandelijks wereldwijd de prijzen van een korf van basisvoedingsproducten
zoals graan, olie, zuivelproducten, vlees en suiker. Esther Vivas analyseert
de voedselspeculatie.
De index
bereikte een nieuw historisch maximum, het hoogste sinds de FAO de voedselprijzen
in 1990 is beginnen analyseren. De prijzen zijn tijdens de laatste maanden
gestabiliseerd, maar analisten voorspellen in de komende maanden nog
meer schommelingen.
De stijging
van de voedselprijs, vooral van graan, heeft ernstige gevolgen voor
de landen van het Zuiden, vooral dan de lageinkomenslanden die afhankelijk
zijn van de invoer van voedsel. Vooral de miljoenen families in deze
landen die 50 tot 60 procent van hun inkomen aan voedsel uitgeven -
in de armste landen loopt dit zelfs op tot 80 procent - zijn het slachtoffer
van deze stijging. Door de prijsstijging hebben miljoenen mensen geen
toegang tot voedsel.
Een
miljard mensen heeft geen toegang tot voldoende voedsel
Bijna een miljard mensen - meer dan één zesde van de wereldbevolking
- heeft vandaag geen toegang tot voldoende voedsel. De voorzitter van
de Wereldbank, Robert Zoellick, bevestigde onlangs dat het aantal mensen
dat chronisch honger lijdt met 44 miljoen is toegenomen door de huidige
voedselcrisis. In 2009 waren er meer ondervoede mensen dan nu, namelijk
1,023 miljard. Dat aantal is in 2010 een beetje gedaald, zonder echter
te zakken tot het cijfer van voor de voedsel- en economische crisis
van 2008 en 2009.
De huidige
crisis speelt zich af in een context van voedselovervloed. De voedselproductie
is sinds de jaren zestig verveelvoudigd terwijl de wereldbevolking sindsdien
slechts verdubbeld is. Er is meer dan voldoende voedsel voor iedereen.
In tegenstelling
tot de mening van internationale instellingen zoals de FAO, de Wereldbank
en de Wereldhandelsorganisatie (WTO), gaat het niet om een probleem
van productie, maar veeleer om een probleem van zeer ongelijke toegang
tot voedsel. Deze organisaties roepen daarom op tot een productiestijging
door een nieuwe 'groene revolutie', waardoor de voedsel-, sociale en
ecologische crisis enkel nog zou verergeren.
Volksopstanden
De stijging van de voedselprijzen vormde een van de vele aanleidingen
van de volksopstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Tijdens
de volksopstand in december 2010 eiste de armste laag van de bevolking
in Tunesië onder andere betere toegang tot voedsel.
In januari
2011 betoogden jongeren in Algerije. Ze blokkeerden wegen, staken winkels
in brand en vielen politiekantoren aan als protest tegen de prijsstijging
van basisvoedsel. Gelijkaardige situaties speelden zich af in Jordanië,
Soedan en Jemen. Egypte is de grootste invoerder van tarwe ter wereld
en is erg afhankelijk van voedselimport.
Natuurlijk
speelden andere factoren ook een belangrijke rol bij de opstanden van
de Arabische lente: hoge werkloosheid, gebrek aan democratische vrijheden,
grootschalige corruptie en een tekort aan degelijke huisvesting en andere
basisdiensten. De stijging van de voedselprijzen was in elk geval een
van de oorspronkelijke aanleidingen tot de volksrevoltes.
Een
centrale oorzaak
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de nieuwe stijging in de kosten
van onze voeding? Hoewel internationale instellingen en experts hebben
gewezen op verschillende elementen, zoals onder andere meteorologische
fenomenen waardoor de oogsten in productielanden worden aangetast, de
stijging van de vraag in de opkomende groeilanden, financiële speculatie
en de groeiende productie van biobrandstoffen, zijn er verschillende
aanwijzingen dat speculatie met voedsel een van de belangrijkste oorzaken
is voor de recente stijging van de voedselprijzen.
In 2007-2008
brak er wereldwijd een ernstige voedselcrisis uit. De prijzen van basisvoedsel
zoals tarwe, soja en rijst stegen met respectievelijk 130, 87 en 74
procent. Toen waren er net als nu verschillende redenen aan te wijzen.
De belangrijkste oorzaken waren echter de productie van biobrandstoffen
en de groeiende speculatieve investering in de termijnmarkten van voedselproducten.
In 2009
stabiliseerde de stijging van de voedselprijzen, waarschijnlijk gedeeltelijk
vanwege de economische crisis en een vermindering van financiële
speculatie.
Halfweg
2010, toen de internationale financiële markten weer min of meer
stabiel waren nadat gigantische sommen overheidsgeld in privébanken
waren gepompt, begonnen speculanten opnieuw in voedsel te speculeren
en steeg de voedselprijs nogmaals. Om de banken te 'redden' na de financiële
crisis van 2008-2009 hebben de overheden van rijke landen volgens schattingen
een totaalbedrag van 20 biljoen dollar uitgegeven om het banksysteem
te stabiliseren en de rente te verlagen.
Speculanten
aangespoord door hoge prijzen
Door die instroom van extra geld werden speculanten aangespoord nieuwe
leningen aan te gaan en producten te kopen die volgens de voorspellingen
snel in waarde zouden stijgen. Dezelfde banken en risicofondsen die
de crisis van de risicovolle hypotheekkredieten hebben veroorzaakt,
zijn momenteel dankzij de wereldwijde ongereguleerde grondstoffenmarkten
verantwoordelijk voor speculatie met grondstoffen en de stijging van
de voedselprijs.
De voedselcrisis
is heel nauw verbonden met de economische crisis en de logica van een
systeem waarin er bijvoorbeeld voor wordt gekozen om Griekenland en
Ierland overeind te houden terwijl hun soevereiniteit wordt overgeleverd
aan internationale instellingen (IMF en Europese Centrale Bank) net
zoals de voedselsoevereiniteit van mensen wordt opgeofferd aan de belangen
van de markt.
Een
garantie voor landbouwers of een fortuin voor speculanten?
Er werd altijd al gespeculeerd in voedselprijzen, dat is namelijk het
idee achter termijnmarkten. Termijnmarkten zoals ze nu bestaan, ontstonden
in het midden van de twintigste eeuw in de Verenigde Staten. Het zijn
wettelijk genormaliseerde overeenkomsten om fysieke goederen te kopen
en te verkopen in een op voorhand bepaalde tijdspanne in de toekomst.
Op die manier is de producent zeker van een minimumprijs ondanks marktschommelingen.
Het werkt
als volgt: landbouwers verkopen hun producten aan handelaars vooraleer
er geoogst wordt om zich te beschermen tegen bijvoorbeeld onzekere weersomstandigheden
en om een toekomstige prijs veilig te stellen. Ook de handelaar heeft
er voordeel bij: als de oogst slecht is, krijgt de landbouwer nog steeds
een goed inkomen, als de oogst meer dan verwacht oplevert, heeft de
handelaar nog meer winst.
Speculanten
gebruiken hetzelfde mechanisme om geld te verdienen aan de deregulering
van de grondstoffenmarkt die in de Verenigde Staten en het Verenigd
Koninkrijk in het midden van de jaren negentig door banken, vrijemarktpolitici
en risicofondsen werd aangemoedigd in de context van het proces van
de deregulering van de wereldeconomie. De contracten om voedsel te kopen
en te verkopen werden 'derivaten' die onafhankelijk van de werkelijke
landbouwtransacties konden worden verhandeld. Zo ontstond er een nieuwe
business - voedselspeculatie.
Speculanten
hebben nu meer invloed op de termijnmarkten hoewel deze transacties
niets te maken hebben met het werkelijke spel van vraag en aanbod. Mike
Masters, manager van Masters Capital Management, wijst erop dat speculatieve
financiële investeringen in de landbouwsector in 1998 ongeveer
25 procent bedroegen en vandaag bijna 75 procent.
De belangrijkste
voedselmarkt op wereldniveau waar deze transacties plaatsvinden, is
die van Chicago, terwijl voedsel en grondstoffen in Europa worden verhandeld
op termijnmarkten in Londen, Parijs, Amsterdam en Frankfurt.
Een
'100 procent natuurlijk deposito'
In 2006-2007 na de daling van de markt in risicovolle hypotheekkredieten
in de Verenigde Staten, zochten institutionele investeerders zoals banken,
verzekeringsmaatschappijen en beleggingsfondsen investeringen met een
veiliger en hoger rendement. Voedsel en grondstoffen vormden een aantrekkelijk
alternatief. Toen de voedselprijs steeg, namen ook de investeringen
in de voedseltermijnmarkten toe waardoor de graanprijs omhoogschoot
en de inflatie in voedselprijzen verslechterde.
In Duitsland
kondigde de Deutsche Bank 'gemakkelijke' winsten aan bij investeringen
in stijgende prijzen voor landbouwproducten. Gelijkaardige overeenkomsten
werden gepromoot door de belangrijkste Europese bank BNP Paribas. De
klanten van Catalunya Caixa werden in januari 2011 aangespoord om in
grondstoffen te investeren onder het motto van een '100 procent natuurlijk
deposito'.
Wat werd
er aangeboden? Een garantie van 100 procent van het kapitaal met de
mogelijkheid van maximum 7 procent winst per jaar. Hoe? Volgens de advertenties
was dit gebaseerd op "de evolutie van de opbrengst van drie voedingsproducten:
suiker, koffie en graan". Om dergelijke hoge opbrengsten te verzekeren,
werd er in de advertenties op gewezen dat de prijzen van deze drie producten
gedurende de laatste maanden waren gestegen met respectievelijk 61,
34 en 38 procent wegens de "groeiende vraag die groter is dan de
productie", wegens de stijgende wereldbevolking en de grotere productie
van biobrandstoffen.
Catalunya
Caixa hield echter belangrijke informatie achter: door voedselspeculatie
met dergelijke aantrekkelijke winsten, stijgt de voedselprijs, hebben
grote delen van de bevolking in het Zuiden geen toegang tot voedsel
en zijn duizenden mensen in deze landen gedoemd tot honger, armoede
en dood.
Afhankelijkheid
van olie
Een ander element dat de voedselcrisis in de hand heeft gewerkt, is
het feit dat het huidige model van voedselproductie en -distributie
erg afhankelijk is van olie. De stijging van de olieprijs had een onmiddellijke
invloed op de gelijkaardige stijging van de prijs van basisvoedsel.
In 2007 en 2008 bereikten de olieprijs en de voedselprijs recordniveaus.
Tussen juli 2007 en juni 2008 steeg de prijs van ruwe olie van 75 dollar
per vat naar 140 dollar per vat. Ondertussen steeg volgens de voedselprijsindex
van de FAO de prijs van basisvoedsel van 160 dollar naar 225 dollar.
Voedsel
en landbouw zijn erg afhankelijk geworden van olie. Na de Tweede Wereldoorlog,
de Groene revolutie in de jaren zestig en zeventig en de zogeheten productietoename
is er een intensief en industrieel landbouwmodel aangenomen. In het
huidige systeem legt ons voedsel duizenden kilometers af voordat het
bij ons terechtkomt; gedurende de productie wordt intensief gebruik
gemaakt van landbouwmachines, chemicaliën, pesticiden, onkruidverdelgingsmiddelen
en meststoffen. Zonder olie zou dit landbouwmodel niet kunnen bestaan.
De stijging
van de olieprijs en het beleid van regeringen om de klimaatverandering
het hoofd te bieden, hebben geleid tot een groeiende investering in
de productie van alternatieve brandstoffen, biobrandstoffen, zoals biodiesel
en bio-ethanol die worden gemaakt van suiker, graan en andere gewassen.
Maar deze productie vormt een rechtstreekse concurrentie voor de voedselproductie
voor consumptie en is daardoor een van de oorzaken voor de stijging
van de voedselprijzen.
Concurrentie
tussen voedsel en biobrandstoffen
De Wereldbank geeft toe dat op het moment dat de olieprijs meer dan
vijftig dollar per vat bedraagt, een stijging van 1 procent leidt tot
een toename van 0,9 procent in de graanprijs. De uitleg hiervoor is
dat "per dollar die de olieprijs stijgt, de rendabiliteit van ethanol
toeneemt en bijgevolg de vraag naar graan stijgt".
Sinds 2004
is twee derde van de stijging in de wereldwijde graanproductie voor
de Noord-Amerikaanse vraag naar biobrandstoffen bestemd. In 2010 werd
35 procent van de graanoogst in de Verenigde Staten, dit komt overeen
met 14 procent van de wereldproductie, gebruikt voor de productie van
ethanol. En het gaat om een stijgende tendens.
Voedselspeculatie
en de stijging van olieprijzen met meer investeringen in biobrandstoffen
tot gevolg, waardoor concurrentie ontstaat tussen graanproductie voor
consumptie en voor transport, zijn niet de enige oorzaken van de stijgende
voedselprijzen. Voedselproductie en landbouw zijn ook erg kwetsbaar
en worden beheerst door de markt.
Bovendien
werd de huidige crisis ook in de hand gewerkt door onder andere de groeiende
liberalisering van de sector tijdens de laatste decennia, de privatisering
van natuurlijke hulpbronnen (water, grond, zaad) en de instelling van
een internationaal handelsmodel ten dienste van de privébelangen.
Onze voedselveiligheid
en het welzijn van onze aarde zijn nog lang niet gewaarborgd zolang
landbouw en voedsel beschouwd worden als koopwaar in de handen van de
hoogste bieder en zakelijke belangen primeren boven voedselbehoefte
en de beperkingen van onze planeet.
Esther
Vivas
Esther Vivas is lid van het Centrum voor de Studie van
Sociale Bewegingen (Centro de Estudios sobre Movimientos Sociales) aan
de Universidad Pompeu Fabra van Barcelona. Ze is auteur van onder andere
'En pie contra la deuda externa' (El Viejo Topo, 2008) en is medewerker
bij CIP Americas Program.
Dit artikel
verscheen op 25 oktober 2011 onder de titel 'The Food Crisis Strikes
Again' op de pagina van Esther Vivas op ZSpace / ZCommunications.
(vertaling
uit het Engels door Lene Cools)
_____________________________________________________
Bolivia marcheert in twee richtingen
door Walter
Lotens
Op 15 augustus vertrokken verbolgen inheemse Bolivianen en milieubeschermers
naar La Paz. De verbindingsweg van Bení naar Cochabamba door
het natuur- en inheems gebied TIPNIS (Territorio Indígena Parque
Nacional Isiboro-Sécure) mocht er niet komen (zie Uitpers nr.
134). De Morales-regering hield echter het been stijf. Bolivia is verdeeld.
Wat gebeurde er in de afgelopen maanden?
Syndicate
Woensdag 19 oktober was dé grote dag voor de protesterende inheemsen.
Na méér dan twee maanden hadden ze de ruim zeshonderd
kilometers al marcherend overbrugd en stapten zij triomfantelijk El
Alto en La Paz binnen. De ongeveer 2000 marchistas - het aantal betogers
was fel aangegroeid - werden enthousiast onthaald door honderdduizenden
stedelingen. De vakbond COB en de studenten schaarden zich uitdrukkelijk
achter de eisen van de inheemsen. Suzanne Kruijt van Broederlijk Delen
was ter plaatse: "Bij aankomst op de Plaza San Francisco in het
centrum van de stad, werd een mis opgedragen aan de mars en spraken
verschillende inheemse leiders de menigte toe. Eén van hen, Celso
Padilla, gaf een indrukwekkende getuigenis over het politiegeweld van
25 september waar hij een breuk in zijn rugwervels aan overhield. Ook
vertelden de leiders over de angst die heerste om de mars voort te zetten.
De inheemse organisaties zijn een juridisch proces begonnen tegen de
verantwoordelijke autoriteiten, waaronder president Evo Morales. Bovendien
kondigden de inheemse parlementariërs die via de MAS gekozen waren
in 2009, aan zich per direct af te scheiden van deze partij en hun eigen
agenda te volgen."
Dood
van een kind
Het onbegrip en de frustratie over de houding van Evo Morales, die nooit
zelf de dialoog met de manifestanten is aangegaan - alleen via een aantal
ministers - en die nu ook niet aanwezig was in La Paz om de mars te
ontvangen, was groot. Op 25 september is er ook een kindje overleden
en vanaf toen is alles uit de hand beginnen lopen. Die dag is ongetwijfeld
een keerpunt geweest in heel de TIPNIS-affaire. De marchistas kregen
steeds meer supporters en de al fel gehavende populariteit van Evo Morales
werd nog meer aangetast. Enkele ministers vonden dat zij in die omstandigheden
niet langer konden functioneren en dienden hun ontslag in. Evo Morales
vroeg en public om vergiffenis voor het politionele geweld, maar weigerde
om op de eisen van de marcheerders, het afblazen van de weg door TIPNIS-gebied,
in te gaan. De oppositie, voornamelijk dan de Movimiento Sin Miedo (Beweging
Zonder Vrees) van Juan del Granado, probeerde politieke punt te slaan
uit deze situatie en stelde Morales verantwoordelijk voor het geweld
en de dood van dat Boliviaans kind. Zij probeerde het optreden van de
regering-Morales te vergelijken met dat van het leger tijdens de gasoorlog
van 2003, waarbij meer dan zeventig mensen het leven lieten en president
Sánchez de Lozada op de vlucht ging naar de USA. Politiek analist
Juan Carlos Zambrana stelde dat het de natte droom van de oppositie
was om van die confrontatie tussen regering en inheemsen gebruik te
maken om Morales weg te krijgen. "De Movimiento Sin Miedo ging
zelfs zo ver dat ze Morales van genocide beschuldigden zonder dat er
een schot was gevallen." Alle middelen waren goed om de tegenpartij
in diskrediet te brengen. Zambrana waarschuwde ook voor het gevaar van
die extreem negatieve regeringshouding: "Het zijn kritische momenten,
niet alleen voor de regering-Morales, maar voor de hele Boliviaanse
bevolking, die wel eens zou kunnen marcheren in de richting van de vernietiging
van haar eigen emancipatieproces."
In elk
geval: de scheiding der geesten was groot, zeer groot. Zeker nadat de
cocaleros, die door dik en dun Evo Morales bleven steunen, een tegenbetoging
organiseerden. Bolivia marcheerde toen letterlijk in twee tegenovergestelde
richtingen. De tipnis-weg legde de politieke tegenstellingen bloot.
In de betoging werden niet mis te begrijpen slogans als "Tipnis
sí, Evo no!" en "Tipnis sí, coca no!" meegedragen.
Begin
van het einde?
De politieke vertaling van dat groeiende ongenoegen tegen de politiek
van de regering-Morales kwam al tot uiting op 16 oktober. Op die dag
moesten alle Bolivianen naar de stembus om nieuwe rechters te kiezen
voor verschillende rechtbanken en raden, onder meer de Grondwettelijke
Plurinationale Rechtbank en het Hooggerechtshof. Morales had deze verkiezingen
ingesteld om, zoals hij het zelf zei, "het rechtssysteem te dekoloniseren".
Voorstanders beweerden dat de verkiezingen konden helpen om de democratie
te versterken en het zwakke en inefficiënte rechtssysteem, waarin
de inheemse bevolking weinig rechten had, te verbeteren. Morales wilde
deze stembusgang om een gerechtelijk apparaat te vernieuwen dat volgens
hem door corruptie en willekeur is aangetast. De oppositie vond daarentegen
dat Morales via zijn overwicht in het parlement een grotere controle
over justitie probeerde te krijgen.
In plaats
van een succes voor Morales - voor het eerst in de geschiedenis van
Latijns-Amerika werden rechters rechtstreeks door het volk gekozen!
- werd er massaal blanco en ongeldig gestemd. De actuele TIPNIS-affaire
zal hierin zeker een belangrijke rol gespeeld hebben. Politieke analisten
beschouwden deze uitslag in de eerste plaats als een afwijzing van de
regeringspolitiek. Het was voor het eerst sinds zijn aantreden in 2006
dat Morales een belangrijke verkiezing verloor. "Is dit het begin
van het einde voor Morales?" vroeg politicoloog Jorge Lazarte zich
af.
De ommekeer
In eerste instantie negeerde Morales de betogers en hun eisen, maar
de druk werd steeds groter. Ook van binnenuit. Pablo Solon, Boliviaanse
ambassadeur bij de VN en spreekbuis van Morales over de milieuproblematiek,
schreef in een open brief aan Evo Morales onder meer het volgende: "Het
is onbegrijpelijk dat wij als land die op internationale VN-bijeenkomsten
de wereldconferentie in 2014 over inheemse volkeren promoten, in eigen
land geen volwaardige inspraak zouden gunnen aan de eigen inheemse volkeren.
Het TIPNIS-conflict had nooit mogen ontstaan. Een betere weginfrastructuur
is noodzakelijk, maar niet door de TIPNIS. Het is duurder om een weg
te maken die niet door dat gebied loopt, maar 200 of 300 miljoen dollar
willen besparen zonder daarbij rekening te houden met de socio-ecologische
kosten is volledig in tegenstrijd met de principes van het vivir bien."
Twee dagen
na aankomst van de mars ging Morales door de knieën. Op 21 oktober
hield de president een persconferentie waarop hij meedeelde, dat de
regering besloten had in te gaan op de eisen van de betogers. Er ging
in zeven haasten een wetsaanpassing gebeuren, waardoor vastgelegd werd
dat de geplande weg niet langer door TIPNIS-gebied zou lopen. De regering
gehoorzaamt aan het volk (zoals de regeringsslogan gobernar obediciendo,
regeren al gehoorzamend luidt), maar het heeft lang geduurd.
Universeel
of corporatistisch
Het is niet de eerste keer dat de regering-Morales bakzeil moet halen.
Om verdere sociale onlusten te voorkomen gebeurde dat al einde 2010.
Toen de sociale bewegingen hun tanden lieten zien, werd de verhoging
op de benzineprijs snel ingetrokken. Vicepresident Álvaro García
Linera vond te midden van die politieke heksenketel nog tijd voor enkele
theoretische beschouwingen: "Het is legitiem dat onze compañeros
zich bekommeren om de toekomst van het woud, maar het is ook legitiem
dat er om een weg gevraagd wordt om regio's met elkaar te verbinden."
En dan komt hij tot de kern van zijn boodschap. "De sociale bewegingen
formuleren niet altijd eisen met een universeel karakter. Dat gebeurt
hoogst zelden. Als sociale beweging hebben zij doorgaans een corporatistische
visie. Dat is een van de creatieve spanningen die we nu beleven. Na
de grote golfbeweging volgt de terugval. In die periode, die kortstondig
of langdurig kan zijn, ontwikkelen zich corporatistische reflexen. De
staat mag niet in de plaats komen van de samenleving, maar mag ook niet
in een hoekje geduwd worden door het corporatisme van sociale bewegingen.
Dat is het grote probleem van vandaag." Linera voegt eraan toe
dat protestmarsen geen probleem mogen vormen als er tenminste universele
eisen worden gesteld. "Het is alleen als alle onderdrukte groepen
- inheemsen, boeren en arbeiders - samen optreden, dat het proceso de
cambio vooruit komt."
Moeilijke
spagaathouding
Het intrekken van de route door het TIPNIS-gebied kan als een politieke
nederlaag voor Morales worden beschouwd, maar wijst volgens de Uruguyaanse
intellectueel Raúl Zebechi die Bolivia op de voet volgt, ook
op een positief aspect van de regering-Morales. "Bolivia is rijk
aan sociale bewegingen, die bereid zijn hun leven te geven voor iets
wat ze niet willen, maar het is tevens een land dat over een president
beschikt die het aandurft om vergissingen te bekennen en daarop terug
te komen."
In elk
geval zal de regering-Morales in de laatste twee jaar van haar mandaat
alles in het werk moeten stellen om de twee Bolivia's, die in verschillende
richtingen marcheren met elkaar te verzoenen. Om deze eensgezindheid
in de hand te werken, organiseert de regering-Morales eind 2011 een
sociale top waarvoor zowel inheemsen, arbeiders, mijnwerkers, boeren
als vaderlandslievende ondernemers en intellectuelen worden uitgenodigd.
De Argentijnse analist Pablo Stefanoni en ex-hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique in het Spaans vindt zo'n eenmalig initiatief niet voldoende:
"Die levensnoodzakelijke inspraak moet permanenter georganiseerd
worden. Er moeten nieuwe antwoorden gezocht worden op oude en nieuwe
problemen." "Misschien," voegt hij er wat onverwachts
en met een knipoog naar de geschiedenis aan toe, "moet er gezocht
worden naar een evenwicht tussen het voluntarisme van een Lenin en het
reformisme van een Bernstein". Of, anders gezegd: om het Andino
en Amazone-socialisme, waarover Álvaro García Linera het
graag heeft, te realiseren, zullen er nog veel 'creatieve oplossingen'
moeten bedacht worden. De regering-Morales probeert staande te blijven
in een moeilijke spagaathouding tussen economische ontwikkeling en bescherming
van inheemse rechten én natuurbescherming. Rumoerige sociale
bewegingen maken die positie dubbel moeilijk.
De inheemse journaliste Cynthia Cisneros, die voor de regering-Morales
werkte tijdens het opstellen van de nieuwe grondwet, spreekt verzoenende
woorden: "Als het proceso de cambio van alle Bolivianen is, dan
moeten we dat nu verdedigen in de overtuiging dat de toekomst aan ons
is. De schouders ergens onder zetten betekent meer dan om het even welke
partij steunen. Het is de vraag hoe die grote gemeenschap die Bolivia
heet, kan overleven. Daarom hebben wij de verplichting een ontwikkelingsmodel
te ontwerpen voor alle Bolivianen, maar wij moeten er van uitgaan dat
we ook het recht hebben ons te vergissen in dat hele veranderingsproces."
(Uitpers
nr. 136, 13de jg., november 2011)
_____________________________________________________
Indiase stam krijgt weer toegang tot tijgerreservaat
SURVIVAL
INTERNATIONAL PERSBERICHT 2 november 2011
Voor
het eerst in de geschiedenis van India is aan een inheemse stam het
recht toegekend om hun voorouderlijk land weer te gebruiken, ondanks
het feit dat dit land in een tijgerreservaat ligt.
In 1974
werden leden van de Soliga-stam door de lokale overheid verbannen uit
hun huizen in de Biligirirangan heuvels in de Indiase staat Karnataka.
Het gebied werd een wildreservaat.
Maar nu
is formeel bevestigd dat de Soliga in het bos in het Rangaswami Temple
Sanctuary reservaat bosproducten mogen verzamelen voor eigen gebruik
en om te verkopen .
Dit unieke
besluit werd genomen na meer dan 30 jaar onenigheid in Karnataka over
hoe de rechten van de inheemse bevolking te verzoenen met natuurbehoud.
Hiermee komt een einde aan de angst van de Soliga voor uitzetting en
aan het verbod om binnen het reservaat te jagen en kleinschalige landbouw
te bedrijven.
Begin dit
jaar nog vreesden 1500 Soliga dat ze hun huizen zouden verliezen. De
Temple Sanctuary werd toen opnieuw geclassificeerd als tijgerreservaat
met als doel om 30 tijgers 'te beschermen'.
De Soliga
bleven volhouden dat hen verwijderen niet de oplossing was en vertelden
de Indiase minister van Milieu om hen 'liever te vergiftigen' dan hen
te dwingen te vertrekken.
Een Soliga-man
zei, 'Wij zijn degenen die voor de tijgers waken. Als je ons verbant,
verban je de tijgers.'
Dankzij
de Indiase Boswet (Forest Rights Act) krijgen de Soliga nu het recht
om 60% van het reservaat, waaronder delen van het centrale gebied, te
gebruiken en te beschermen.
De Soliga
werken nu aan een voorstel om het tijgerreservaat samen met de overheid
van Karnataka te beheren. Daarbij zullen zijn hun traditionele kennis
inzetten.
Ongeveer
20.000 Soliga's leven in de staat Karnataka en zijn al generaties lang
onlosmakelijk verbonden met de Biligirirangan heuvels.
Stephen
Corry, de directeur van Survival International: 'De Indiase overheid
begint in te zien dat inheemse stammen veruit de beste natuurbeschermers
zijn. Hopelijk slaat dat ook in de rest van de wereld aan. Een inheemse
stam van hun land verdrijven in naam van 'natuurbehoud' is niet alleen
illegaal en vernietigt niet enkel de gemeenschap, het is ook een ramp
voor het milieu en het dierenrijk.'
_____________________________________________________
Watergebruik stijgt sneller dan de wereldbevolking
Duurzaamnieuws 01-11-2011 | Bron: iNSnet
Net
als olie in de 20e eeuw, zou water wel eens DE basisbehoefte kunnen
worden waar het in de 21ste eeuw om gaat draaien. Mensen zijn sinds
de vroegste dagen van de beschaving afhankelijk geweest van de toegang
tot water, maar met de 7 miljard mensen die nu op de Aarde leven en
de exponentieel groeiende verstedelijking en ontwikkeling, groeit de
vraag naar water als nooit tevoren.
"Watergebruik
is in de vorige eeuw toegenomen met meer dan twee maal de groeisnelheid
van de bevolking", zei Kirsty Jenkinson, van het Wold Resource
Institute, een denktank uit Washington. Het gebruik van water zal naar
verwachting tussen 2007 en 2025 in de ontwikkelingslanden met 50 procent
toenemen, en met 18 procent in ontwikkelde landen. "Veel van het
toegenomen gebruik vindt plaats in de allerarmste landen waar steeds
meer mensen van het platteland naar de steden trekken", zei Jenkinson
in een telefonisch interview.
De gevolgen
van de klimaatverandering in deze eeuw - meer ernstige overstromingen,
droogtes en veranderingen als gevolg van wijzigingen in neerslagpatronen-
zullen waarschijnlijk de armste mensen het eerst èn het zwaarst
treffen. Daarmee hebben we een enorme uitdaging in handen", aldus
Jenkinson. Zal er genoeg water zijn voor iedereen, vooral als bevolking
-zoals voorspeld- naar 9 miljard blijft groeien, halverwege deze eeuw?
"Er
is veel water op Aarde, dus zullen we niet gauw zonder zitten",
zegt Rob Renner, executive director van de Water Research Foundation
in Colorado.?"Het probleem is dat 97,5 procent van het water zout
is en ... van de resterende 2,5 procent zoet water is tweederde deel
bevroren. Er staat de wereld dus niet veel zoet en vloeibaar water ter
beschikking".
"Slechts
8 procent van de zoetwatervoorraad van de planeet gaat naar huishoudelijk
gebruik ,ongeveer 70 procent ervan wordt gebruikt voor irrigatie, en
22 procent in de industrie", zei Jenkinson.
Droogtes
en onvoldoende regenval dragen bij aan wat bekend staat als het waterrisico,
en dat slaat ook op overstromingen en vervuiling. "Wat nodig is"
zei Jenkinson, "is integraal waterbeheer dat rekening houdt met
wie welk soort water nodig heeft, evenals hoe en waar dat water het
meest efficiënt kan worden gebruikt".
"Water gaat snel een beperkende factor in ons leven worden",
zegt Ralph Eberts, executive vicepresident van Black & Veatch, een
technisch bedrijf met een omzet van een 2,3 miljard dollar, dat watersystemen
ontwerpt, en dat actief is in meer dan 100 landen. Hij zei dat hij een
'herprioritering' van middelen nodig vindt om de wateruitdagingen, die
het gevolg zijn van het veranderende klimaat, en van de toenemende verstedelijking,
aan te pakken.
Eberts'
bedrijf staat daar niet alleen in. Waterschaarste en waterstress - die
ontstaan als de vraag naar water groter is dan het aanbod, of als de
slechte kwaliteit van het water het gebruik ervan beperkt - hebben al
toegeslagen in waterintensieve bedrijven en in waterbevoorradingsketens
in Rusland en China en overal in het zuiden van de Verenigde Staten.
"De
centrale rol die zoet water speelt in onze behoeften aan voedsel, brandstof,
vezels, etc. is cruciaal geworden in onze overvolle, milieubewuste,
maar overspannen wereld", aldus Mindy Lubber directeur van de firma
Ceres.
Het waterrisico
is nu bijvoorbeeld al schadelijk voor een kledingfabrikant als The Gap,
die zijn winstverwachting verlaagde met 22 procent, nadat droogte de
katoenteelt in Texas aantastte .
Ook de onafhankelijke Franse gasproducent Toreador Resources zag zijn
beurskoers met 20 procent dalen nadat Frankrijk "fracking"
verbood, een methode om (schalie)gas te winnen, vooral vanwege bezorgdheid
over de kwaliteit van het water die door toepassing van fracking wordt
bedreigd.
Voedselreuzen
Kraft Foods Inc., Sara Lee Corp., en Nestlé hebben prijsstijgingen
aangekondigd om de hogere grondstoffenprijzen te compenseren, die het
gevolg zijn van droogte, overstromingen en andere factoren.
Waterrisico is meer dan een zakelijke zorg. Internationale hulporganisaties
zien een ramp aankomen voor mensen die slachtoffer kunnen worden van
de toenemende droogte of van de stijgende onzekerheid over de watervoorziening.
In Oost-Afrika,
bijvoorbeeld, zou een klimaatverandering wijzigingen met zich mee kunnen
brengen in de temperatuur en de neerslag, waardoor het groeiseizoen
zou verkorten en de opbrengsten zouden verkleinen van gewassen zoals
maïs en bonen, waardoor, volgens een Oxfam-rapport, vooral kleine
boeren en herders het zwaarst getroffen zouden worden.
_____________________________________________________
Inheems protest tegen mijnbouw op heilige grond
MEXICO-STAD , 30 oktober 2011 (IPS)
De Wixáritari-indianen in Mexico liggen in de clinch met een
mijnbouwbedrijf dat zilver wil gaan winnen op hun heilige grond, een
gebied dat in 1988 werd erkend door de werelderfgoedorganisatie Unesco.
Zo'n tweehonderd
Wixáritari-indianen, ook wel Huichol genoemd, reisden afgelopen
week van het westen van Mexico naar de hoofdstad om te protesteren tegen
mijnbouw in de woestijn van San Luis Potosí, in de gelijknamige
staat.
In San
Luis Potosí ligt het reservaat Wirikuta, een gebied dat door
de Wixáritari als heilig wordt beschouwd.
De Wixáritari-indianen zijn een van de weinige inheemse groepen
in Mexico die hun oude, spirituele identiteit van voor de Spaanse tijd
bewaard hebben. Ze aanbidden de goden van de maïs, adelaars, herten
en peyote, een doornloze cactus die bij inname een hallucinogeen effect
kan hebben.
Peyote
groeit niet in de westelijke bergen van Sierra Madre waar de Wixáritari
leven, maar is overvloedig in aanwezig in Wirikuta.
De woestijnregio, waar de oude mijnbouwstad Real de Catorce ligt, was
tijdens de Spaanse koloniale periode een van de belangrijkste zilverwinningsgebieden.
Real de
Catorce is nu een populaire toeristenbestemming. De stad trekt kunstenaars,
hippies, onderzoekers, ecologen en acteurs. Veel van hen hebben zich
online verenigd om Wirkuta in stand te houden.
Beschermd
natuurgebied
In april 2008 was de Mexicaanse president Felipe Calderón, gekleed
in traditionele Huichol-outfit, aanwezig bij de ondertekening van een
pact over de bescherming van de Wixáritari -cultuur tussen de
gouverneurs van vijf staten
Een jaar later verstrekte zijn regering echter 22 mijnbouwvergunningen
aan Real Bonanza, een dochteronderneming van het Canadese mijnbouwbedrijf
First Majestic. Zeventig procent van de ruim 6000 hectare land waar
het om gaat, ligt in Wirikuta.
Een ander Canadees bedrijf, West Timmins Mining, kreeg twee concessies
in het hart van Wirikuta, rondom El Bernalejo.
Leden van Salvemos Wirikuta (Red Wirikuta) zeggen dat er minstens dertig
mijnbouwprojecten zijn in de heilige regio. De regering negeert oproepen
om het gebied te beschermen, zegt Rodolfo Cossío, hoofd van het
ceremoniële centrum van de Wixáritari-indianen in Santa
Catarina in de staat Jalisco.
Naast de culturele problematiek, spelen in Wirikuta juridische en milieuvragen.
Het gebied van 140.000 hectare werd in 2001 namelijk door de regering
tot beschermd natuurgebied verklaard.
Biodiversiteit
De regio heeft een rijke biodiversiteit en ken veel soorten cactussen,
zegt Conservación Humana, een Mexicaanse ngo die zich inzet voor
het behoud van de heilige gebieden. "Het is een eiland van vegetatie
middenin de woestijn", zegt Humberto Fernández van Conservación
Humana.
"De
Wixáritari-indianen geloven dat met de vernietiging van Wirikuta
ook het einde van de wereld aanbreekt", zegt de activist.
Wirikuta is niet de enige plaats die waar mijnbouw op weerstand stuit.
Minera San Xavier, een Canadees bedrijf dat de zilver- en goudmijn Cerro
San Pedro runt, krijgt ook zware kritiek. Cerro San Pedro ligt eveneens
in de staat San Luis Potosí. Het bedrijf is verder actief in
de zuidelijke staat Guerrero, waar het op weerstand stuit in de regio's
Costa Chica en La Montaña.
Een tiende van het oppervlak van Guerrero zou al geleasd zijn door mijnbouwbedrijven
die er open mijnen exploiteren die bijzonder schadelijk zijn voor het
milieu.
Investeringen
De mijnbouwindustrie heeft volgens president Calderón 12 miljard
dollar in Mexico geïnvesteerd sinds 2006, het jaar waarin hij aantrad
als president. Deze week zei hij in een toespraak dat zijn land wereldwijd
de leidende producent van zilver is en de op acht na grootste producent
van goud.
"We
steunen de mijnbouwindustrie. Die kan momenteel werken onder omstandigheden
zo we die lang niet hebben gekend", zei de president, zonder te
verwijzen naar de weerstand onder de inheemse bevolking.
Naar schatting is 12 tot 30 procent van de Mexicanen inheems. De officiële
schatting, die gebaseerd is op het aantal mensen dat een inheemse taal
spreekt, gaat uit van een lager aantal. Mexico telt 112 miljoen inwoners.
In Mexico-Stad kondigden de Wixáritari-indianen deze week aan
een aantal culturele evenementen aan die hun zaak moeten ondersteunen.
Het gaat onder meer om een kunstveiling en een muziekfestival in februari
2012
_____________________________________________________
Criminele Spaanse vissers gesteund met Europees belastinggeld
Greenpeace - 3 oktober, 2011
Europa subsidieert Spaanse visserijbedrijven die zich schuldig maken
aan illegale visserij. Dat blijkt uit het vandaag verschenen onderzoeksrapport.
Greenpeace roept op tot een hervorming van het Europese visserijbeleid.
Ondanks
waarschuwingen van de Europese Commissie blijft Spanje de piratenvissers
financieel steunen in plaats van ze torenhoge boetes op te leggen. Zo
is er meer dan 16 miljoen euro Europees subsidiegeld doorgesluisd naar
de vissersfamilie Vidal, terwijl ze een lange lijst van veroordelingen
op haar naam heeft staan. Waaronder 22 arrestaties, 8 veroordelingen,
3 miljoen euro boete en 6 schepen die op de zwarte lijst zijn gezet.
De familie
Vidal is wereldwijd actief en is vanwege piratenvisserij vervolgd door
onder andere Amerika en Engeland. De Spaanse overheid heeft de afgelopen
jaren meerdere malen beloofd om het bedrijf aan te pakken. Dat is nooit
gebeurd, sterker nog; ze worden beloond voor hun gedrag, want er gaan
nog steeds Europese geldstromen naar dit visserijbedrijf.
'Het huidige
Europese Visserijbeleid leidt ertoe dat we piratenvissers die onze vis
stelen, steunen met belastinggeld. Ten koste van de natuur en van de
vissers die wél op een eerlijke manier hun brood proberen te
verdienen,' zegt Tom Grijsen, campagneleider oceanen bij Greenpeace.
De milieuorganisatie roept de Nederlandse regering op deze praktijken
aan te pakken door zich hard te maken voor een sterke hervorming van
het Europese Visserijbeleid. 'Staatssecretaris Bleker moet deze piraterij
in Brussel aan de kaak stellen. Er mag geen cent Europees belastinggeld
meer naar deze criminelen op zee,' aldus Grijsen.
Spanje
is een machtige en invloedrijke speler als het gaat om het Europese
Visserijbeleid. Met de grootste vissersvloot van Europa ontvangt het
land bijna de helft van alle Europese visserijsubsidies. Spanje is door
druk vanuit haar machtige visserijsector uiterst terughoudend als het
gaat om hervormingen die nodig zijn om voor duurzame visserij en gezonde
Europese zeeën. Die hervormingen zijn van levensbelang voor de
Europese wateren; zo'n driekwart van de visbestanden zijn overbevist.
_____________________________________________________
Brazilië onderzoekt wat klimaatwijziging met koffie doet
21 oktober 2011 door IPS
RIO
DE JANEIRO - Brazilië gaat de gevolgen van de klimaatwijziging
voor de koffieteelt onderzoeken. Het gaat daarvoor de uitstoot van CO2
simuleren op een grote koffieplantage.
Het experiment
richt zich op een koffieplantage van 35.000 planten. Twee jaar lang
zal daar een stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer gesimuleerd
worden. De onderzoekers zullen de gevolgen nagaan voor de planten.
CO2, een
broeikasgas, zal worden verspreid via speciale toestellen die rekening
houden met de windrichting. Ook de irrigatie wordt aangepast om de veranderingen
in neerslag te simuleren.
"We
willen weten of de densiteit van ziektes zal toenemen, of er mutaties
zullen optreden in de ziektes, of er smaakveranderingen zullen zijn
en of de groeiperiode van de planten zal wijzigen", zegt onderzoeker
Raquel Ghini.
"Brazilië
is een grote producent van koffie. Deze studie zal een beeld geven van
de mogelijke problemen en van de instrumenten om oplossingen te vinden",
aldus Ghini.
Het onderzoek
wordt uitgevoerd door het Braziliaanse overheidsbedrijf Embrapa, een
onderzoekscentrum voor landbouw en veeteelt.
Brazilië
is de grootste producent en uitvoerder van koffie ter wereld. Met ruim
2 miljoen ton per jaar neemt het een derde van de mondiale koffieproductie
voor zijn rekening.
Het is
niet het enige grootschalige experiment rond klimaatwijziging in Brazilië.
In het Projeto Coral Vivo (Project Levend Koraal) simuleren wetenschappers
de gevolgen van de opwarming van de oceanen in grote tanks. Die zijn
gevuld met water en mariene organismen, vooral koraalriffen, en staan
rechtstreeks in verbinding met de Atlantische Oceaan. Zo worden de tanks
voortdurend van vers zeewater voorzien, een eigenschap die het experiment
uniek maakt.
_____________________________________________________
Venezuela geeft inheems volk grondgebied terug
IPS 20 okt door, Humberto Márquez
CARACAS
- Venezuela geeft 15.800 hectare land terug aan het inheemse Yukpa-volk.
Daarvoor worden 25 grote veehouders onteigend.
President
Hugo Chávez besliste om een deel van het grondgebied waar de
Yukpa aanspraak op maken, aan hen te geven. Chávez toonde zich
al langer voorstander van de rechten van de Yukpa en schaarde zich in
eerdere conflicten met grootgrondbezitters aan de kant van het inheemse
volk.
In 1999
werd in de wet opgenomen dat de inheemse bevolking recht heeft op het
land dat aan hun voorouders toebehoorde, maar het duurde erg lang voor
ze het land terugkregen.
Onteigeningen
De Venezolaanse overheid onteigent nu 25 veehouders omdat hun boerderijen
zich bevinden op land dat door de Yukpa geclaimd wordt. Vicepresident
Elías Jaua verzekert dat de veeboeren vergoed zullen worden.
"De personen die op de boerderijen werkten en erin geïnvesteerd
hebben, zullen vergoed worden en we zullen hen helpen nieuw land te
vinden om hun productie voort te zetten," zegt Jaua.
Verschillende
veehouders gaan akkoord met die regeling, op voorwaarde dat de overheid
de beloofde vergoeding betaalt. Tot dan blijven ze in hun boerderijen.
Die boerderijen zijn intussen onder militair toezicht geplaatst. "De
reputatie van de overheid is zeer slecht als het op betalingen aankomt.
Daarom willen de veehouders blijven werken in hun boerderijen tot de
overheid haar plichten nakomt," zegt Cipriano Heredia, de voorzitter
van de federatie van veehouders.
Niet alle
veehouders zijn tevreden met de regeling. "De 25 betrokken boerderijen,
met ongeveer 20.000 dieren, leveren 2000 kalveren per jaar op en 25.000
liter melk per dag," zegt Miguel Rincón, van de beroepsvereniging
Veehouders van Machiques. "De kans is groot dat die productie verloren
gaat, terwijl dit land zijn vlees en melk al moet importeren. De ervaring
die we hebben met boerderijen die bezet worden door inheemse volken
is dat ze alles opeten wat ze vinden. Ze verkopen het aan de hoogste
bieder en verlaten de plek dan," beweert Rincón.
Geen
zelfbestuur
Na een lange strijd krijgen de Yukpa het land waar ze aanspraak op maken,
maar de weg is nog lang. "Het staat vast dat er nog veel land ontbreekt
om het grondgebied van de Yukpa te vervolledigen zoals zij het afgebakend
hebben, ook aanverwante verwezenlijkingen laten nog op zich wachten,
zoals het recht op zelfbestuur, op inheemse rechtspraak en op het gebruik
van de grondstoffen die zich op hun grondgebied bevinden," zegt
Lusbi Postillo, een antropoloog die strijdt voor de belangen van de
inheemse bevolking. "Maar de beslissing van president Chávez
maakt ons ongelooflijk blij," zegt Postillo.
De reden
waarom de Yukpa niet het volledige grondgebied toegewezen krijgen, komt
volgens Juan Romero, oppositielid in de provincie Zulia, doordat er
veel grondstoffen, zoals steenkool, aanwezig zijn. "Mogelijk houdt
de overheid een stuk land voor een eventuele ontginning van die grondstoffen,"
zegt Romero.
De Yukpa,
een volk dat ongeveer zesduizend leden telt, woont vooral in Venezuela,
in de provincie Zulia, dicht bij de Colombiaanse grens. Ook in Colombia
wonen nog 1500 Yukpa.
_____________________________________________________
Braziliaanse rechter schort werken aan Belo Montedam op
(bron:
website Friends of the Earth)
Een
rechter in Brazilië heeft de stopzetting bevolen van de bouw van
een multi-miljarden damproject in het Amazonegebied.
Rechter Carlos Castro Martins blokkeerde alle werkzaamheden die de natuurlijke
loop van de Xingurivier zou beïnvloeden.
Hij oordeelde in het voordeel van de visserijgroepen die argumenteerden
dat de Belo Monte dam het lokale visbestand zou aantasten en de inheemse
volkeren schade zou kunnen toebrengen.
De overheid zegt dat de dam cruciaal is om tegemoet te komen aan de
groeiende energiebehoeften.